Mijem Sarwi’s reis naar Tanah Sabrang

In 1874 werd in Nederland de kinderwet van Van Houten ingevoerd: een verbod om kinderen jonger dan 12 jaar te laten werken. De wet gold niet voor de Overzeesche Gebiedsdelen, getuige het verhaal van Werner Stauder.

Aankomst Javaanse arbeiders in Paramaribo met ss Chenab, 1923.

Door Werner Stauder

Op 20 maart j.l. vond er in de Kumpulan van het landgoed Bronbeek een themazondag plaats over de Javaanse emigratie naar Suriname. Na de afschaffing van de slavernij in 1863 ontstond daar op de plantages een ernstig tekort aan arbeidskrachten, dat men in eerste instantie probeerde op te lossen door het ronselen van contractarbeiders uit India. Omdat de Britse autoriteiten op een gegeven moment moeilijk deden vanwege de slechte behandeling die de Brits-Indiërs in Suriname ondergingen, werd besloten, de tekorten op de plantages aan te vullen met arbeiders van het overbevolkte Java. De eerste 94 Javanen (62 mannen en 32 vrouwen), afkomstig uit Soerakarta, het huidige Solo, kwamen aan boord van de ‘Prins Willem II’ op 9 augustus 1890 aan in Tanah Sabrang, het land aan de overkant: Suriname.

Van 1890 tot 1939 werden in totaal 32.956 mensen uit Nederlands-Indië naar Suriname vervoerd, waarvan 19.088 mannen, 12.408 vrouwen en 1.460 kinderen.

Een van deze kinderen was Mijem Sarwi, de grootmoeder van mijn vrouw Elly, in 1919 op de leeftijd van 6 jaar als ‘contractarbeidster’ vanuit Java naar Suriname gebracht werd om daar keihard op een plantage te werken!

Nji Sari, de moeder van Mijem Sarwi.

Mijem Sarwi werd op 17 oktober 1913 geboren in desa Tjimenjan, district Oedjoengboeroeng, afdeling Bandoeng, gewest Preanger op West-Java in Nederlands-Indië. Toen ze 6 jaar oud was, werd zij samen met haar moeder Nji Sari het slachtoffer van een door de koloniale autoriteiten opgezette mensenhandel, die in feite niets anders was dan een voortzetting van de slavernij in een nieuw jasje. Omdat de ronselaars 80 gulden per persoon verdienden hadden ze er alle belang bij om zoveel mogelijk werkkrachten te ronselen, waardoor ze voor geen enkel middel terugdeinsden en ook niet schroomden om ontoelaatbare methodes te hanteren met het gevolg dat vele gezinnen uit elkaar gehaald werden. Zo is het tot op heden onbekend wie de vader van Mijem Sarwi was, want moeder en kind werden naar Semarang gebracht, waar zij werden geregistreerd en gekeurd. Met de contractnummers 1891/VV en 1892/VV moesten beiden een kruisje zetten onder vijfjarige arbeidscontracten van 22 december 1919 t/m 22 december 1924 voor het zware werk op de suikerplantage Alliance, destijds in het district Cottica, in dienst van de beheerder A. Shields voor het koloniaal gouvernement. Een officiële arbeidscontract voor een zesjarig kind! Kunt u zich dat voorstellen? In een smerig depot met slechte sanitaire voorzieningen moesten ze daarna samen met vele anderen hun vertrek afwachten.

Op woensdag 5 november 1919 vertrokken zij met het monsternummer 607 samen met 631 andere Javanen op het stoomschip ‘Madioen’ vanuit Semarang voor een rechtstreekse reis van 47 dagen en kwamen op maandagavond 22 december 1919 aan in Paramaribo. De 6800 ton metende ‘Madioen’ onder commando van kapitein Ruhaak arriveerde enkele dagen later dan verwacht ten gevolge van een opgelopen mankement. Nadat het Kaap de Goede Hoop gepasseerd was, stootte het schip namelijk op een onbekend voorwerp onder water, waardoor één van de vier schroefbladen afgebroken was. Door het ontbrekende schroefblad werd het aantal omwentelingen van de machine aanzienlijk verminderd, waardoor de snelheid van de vaart van 11 mijl naar 8 ½ mijl per uur werd teruggebracht. Het stoomschip ‘Madioen’ van de Rotterdamsche Lloyd werd in 1913 gebouwd voor de vrachtvaart naar Nederlands-Indië, maar met dit schip werden ook Indiëgangers en repatrianten alsook Hindoestaanse contractarbeiders vervoerd. De ‘Madioen’ is vier keer naar Suriname gevaren, in 1919, 1920, 1925 en 1928, om in totaal 4044 Javanen over te brengen. Gezien het feit dat het geen passagiersschip, maar een vrachtschip was werden de 633 Javanen ook in 1919 blijkbaar als vracht beschouwd en dicht op elkaar gepakt helemaal beneden in het ruim ondergebracht. Als bij die aanvaring niet alleen een schroefblad was afgebroken, maar een gat in de romp was gescheurd, dan zaten de Javanen als ratten in de val! Doordat zij van hun familie en vrienden waren gescheiden, werden de lotgenoten tijdens de lange overtocht een soort nieuwe familie van mekaar en men noemde elkaar ‘djadi’.

Wervingsadvertentie voor Javaans personeel

Maandagochtend 22 december 1919 bereikte het schip de kust van Suriname en wierp op vijf mijl van het vuurschip bij Braamspunt het anker uit. Daar werden Mijem Sarwi en haar moeder Nji Sari samen met de andere Javanen opgehaald door het koloniaal stoomschip ‘Koningin Wilhelmina’ om vertraging bij het overschepen te voorkomen en in de late namiddag te Paramaribo aan wal gebracht. Zeven Javanen waren onderweg aan longontsteking overleden als gevolg van de aan boord gevatte kou, waar ze niet op gekleed waren. Drie lijders aan longziekte, drie dysenterielijders en een lijder aan een leverziekte werden in het militair hospitaal opgenomen. In totaal telde het aangekomen transport Javanen 343 mannen, 275 vrouwen en 15 kinderen. Het contract ging meteen al bij aankomst te Paramaribo in en daarom werden Mijem Sarwi en haar moeder onmiddellijk vanuit de stad naar de suikerplantage Alliance gebracht om daar voor een hongerloon te zwoegen onder zeer slechte werkomstandigheden.

Uit het registratieformulier van de volkstelling in 1921 blijkt, dat moeder en dochter als gezin staan ingeschreven bij een zekere Matkassam met het contractnummer 58/VV, die daar als gezinshoofd staat vermeld. Deze Matkassam, de zoon van Wakit, die reeds op 1 maart 1919 met het stoomschip ‘Djember’ onder het monsternummer 334 vanuit Semarang naar Suriname vertrok, was in 1891 geboren in de desa Lebak, district Balapan, gewest Solo. Ook hij werkte op de plantage Alliance.  Hij was dus afkomstig uit Oost-Java, terwijl Mijem Sarwi en haar moeder afkomstig waren van West-Java. Gezien het feit dat Bandoeng en Solo behoorlijk ver uit elkaar liggen, ga ik ervan uit, dat Matkassam niet de biologische vader van Mijem Sarwi kan zijn, maar haar stiefvader, en dat Nji Sari haar latere man pas op de plantage heeft leren kennen, waar zij samen als veldarbeiders werkten. Op deze plantage Alliance werden tussen 1873 en 1929 in totaal 2016 Hindoestaanse en 2136 Javaanse contractarbeiders tewerkgesteld, waaronder dus ook de zesjarige Mijem Sarwi.

Mijem Sarwi was één van de vele Javanen, die vanuit Nederlands-Indië naar Suriname werden gebracht. Tanah Sabrang: het land aan de overkant.

 

 

Dit bericht werd geplaatst in 9. Java Post. Bookmark de permalink .

34 reacties op Mijem Sarwi’s reis naar Tanah Sabrang

  1. D.P. Tick zegt:

    Dank U voor de boeiende info.Want kan een mens zich schandelijk gedragen tegen zijn medemens

  2. John van Santen zegt:

    Is dit een officiele vertaling? “Tanah Sabrang: Het Land aan de overkant”? En hoe verhoud het zich met “i(n) Doeniah”? Zeer interessant bericht overigens! Mijn dank;-)

    • Bert Siap zegt:

      Ja dat district Commewijne is +2450 km2 met + 32.000 inwoners van wie 47% Javaans is .De hoofdplaats is Nieuw -Amsterdam met 5050 inwoners maar de grootste plaats is Tamanredjo met 6658 inwoners .Tamanredjo ligt aan de Oost-West verbinding en heeft een overwegend Javaanse bevolking .Ook hier trammelant op Godsdienst terrein .Op Java werd naar Mekka gebeden ,dus naar het Westen .Suriname ligt alleen effe anders ,dus in Suriname zou je naar het Oosten moeten bidden ! Maar nee hoor de mens is conservatief en blijft in zijn oude gewoonten hangen .Dus die Javanen bleven naar het Westen bidden ( verkeerde kant ) Een paar nieuw-lichters kaarten de boel aan “” Jullie bidden de verkeerde kant op !”” Gevolg ? Moord ,doodslag en amok ! Veel van die Javanen waren een beetje boson van al die herrie om Oost en West en gingen tot het christendom over .Zo zie je maar “” Als 2 honden vechten om een been ,gaat de derde ermee heen “” Die Javanen bekleedden een belangrijke functie heden ten dage in Suriname .Soort tussengroep tussen Creolen en Hindoestanen .In 1947 werd de KTPI opgericht De Kaum Tani Persatuan Indonesia ,kortom de Javaanse Boerenpartij .In de jaren 50 en 60 had je ook een grote Indische groepering in Suriname ,zelfs het I.E.V was hier aanwezig .Veel Indo,s zullen wel stiekem op de KTPI hebben gestemd .Grote held van die Javanen was Soemita ,heel erg goed Nederlands sprak hij niet ,Hij opende zijn toespraak in de Staten met deze zin “” Menir de porsitter ken nie tog dese terlalu ya ! Kortom na al die ellende in de beginjaren heeft die Javaanse bevolkingsgroep toch zijn plekje gevonden .Het is een erg gewaardeerde groep geworden in Suriname .👍😎

      • Pierre de la Croix zegt:

        “Dus die Javanen bleven naar het Westen bidden ( verkeerde kant )”.

        Nu ja, aangezien de aarde rond is kom je via het westen toch weer in het oosten terecht.

      • A. Olive zegt:

        (verkeerde kant)
        Bij velen die zich Christen noemen gaan de gebeden naar de verkeerde persoon. Je kan het hun niet wijs maken al laat je het zien in hun eigen bijbel.

      • Pierre de la Croix zegt:

        A. Olive zegt 6 april 2022 om 4:40 am: “Bij velen die zich Christen noemen gaan de gebeden naar de verkeerde persoon”.

        Nou Pak Arthur, ik zal zeker niet bidden voor het heil van Wladimir P. te M., “Wowa” voor zijn moeder.

      • A. Olive zegt:

        Pak Pierre
        Ik had het over de gebeden die naar de verkeerde persoon gaan maar niet over de gebeden die voor de verkeerde zijn.

      • Pierre de la Croix zegt:

        Okay Pak Arthur, sorry, salah wessel.

    • Pierre de la Croix zegt:

      John van Santen zegt 5 april 2022 om 1:48 pm: “Is dit een officiele vertaling? “Tanah Sabrang: Het Land aan de overkant”? En hoe verhoud het zich met “i(n) Doeniah”?”.

      Nog wat perheten (loepa) John. “Doenia” of “dunia” (nieuwe spelling) is “wereld”. “Meningal dunia” = overlijden, letterlljk “de wereld verlaten”. Hoe “sabrang” en “doenia” zich precies tot elkaar verhouden laat ik aan de fantasie van de beschouwer over.

      • Maud Lebert zegt:

        bedankt mhr de la Croix voor de vertaling. Als ik me niet vergis bestond er – in Europa- een verbinding van het oversteken over de rivier naar het hiernamaals.

      • A. Olive zegt:

        “Als ik me niet vergis bestond er -in Europa- een verbinding van het oversteken over de rivier naar het hiernamaals.”
        Ik geloof dat dat te maken heeft met de oversteek van Israel over de rivier Jordan in het beloofde land na 40 jaar in de woestijn te dwalen. 40 Jaar omdat de eerste generatie Joden op enkelen na niet in het beloofde land mochten komen.

      • Maud Lebert zegt:

        neen mhr Olive. Het heeft niets met de Joden te maken. Ik moest er even over nadenken, voor ik het weer wist en nog eens bij Wikipedia nakijken. Het gaat in de griekse en romeinse mythologie over de bootsman Charon, die met zijn boot de doden over de rivier Styx naar het rijk Hades brengt. Maar ze moeten hem er wel een obulus voor geven. Deze munt wordt dan onder de tong van de dode gelegd. Dit in het kort. Wat het echter met Tanah Sabrang -Suriname te maken zou kunnen hebben, of gehad heeft, daar moet men de geschiedenis op kunnen nakijken.

    • Maud Lebert zegt:

      Dat had ik ook graag willen weten, hoe men aan de naam Tanah ‘Sabrang’ komt. Want aan de overkant heet in de Bahasa en vroeger het maleis ‘seberang’. Misschien is het ontstaan in de spreektaal?
      ‘duniah’ = wereld., mhr van Santen.

      • Pierre de la Croix zegt:

        Maud Lebert zegt 7 april 2022 om 4:04 pm: “Dat had ik ook graag willen weten, hoe men aan de naam Tanah ‘Sabrang’ komt”.

        Ik heb er voor alle zekerheid mijn woordenboek Indonesisch – Nederlands van A. Teeuw met medewerking van I. Supriyanto en bijdragen van T. Iskandar en H. Vruggink, 2de druk, 1990, op nageslagen.

        “Tanah” is, zoals bij u zeker bekend, “land, grond, aarde, grondgebied, landstreek”. In samenstellingen “Tanah Arab” = Arabië; “Tanah Suci” = het Heilige Land (Arabië;Palestina), Tanah Dingin = Europa; Nederland.

        “Seberang” is “overkant”, “overzijde”, “overwal”, “overzee”.

        “Tanah seberang” = “overwal vanuit de plaats van de spreker, dus vanuit Java”: “buitengewesten”.

        Het werkwoord “menyeberang” = 1. oversteken (naar de overkant) 2. overlopen (naar de vijand). Verklaring nomor 2 kunnen wij in onderhavig verband uitsluiten.

        Dankzij Teeuw c.s. geen twijfel mogelijk dat Suriname voor die migrerende Javanen “Tanah Seberang” was, het “land aan de overkant”. Ze reisden van Java via de Kaap naar de overkant in het Westen, vrijwel linea recta langs de evenaar, iets ten noorden daarvan.

        Het viel me eerder op dat een groot aantal, zo niet allen, per schip vertrok uit Semarang, havenstad aan de noordkust van Midden Java en niet uit Batavia in West Java of Soerabaja, in Oost Java. Een aanwijzing dat de meeste Javanen die werden geronseld voor de plantage arbeid in Suriname uit het achterland van Midden Java kwamen, ik heb mij wel eens laten vertellen uit de streek rond Banjoemas.

        Just my 2 gobangs.

      • Maud Lebert zegt:

        ‘Just my two gobangs’ schrijft de heer dlCroix. dikwijls. Nu zijn twee gobangs voor mij een heel persoonlijke belevenis. Ik weet dat het hier totaal off topic is, maar ik zou het toch even willen vertellen. Ik hoop dat men het mij niet kwalijk neemt.
        Toen ik op de lagere school ging, kreeg ik een zakgeld van een gobang (ik denk per maand). Dat was voor mij de toegang tot het paradijs. Want elke week kwam een vrouw langs met een heleboel lekkernijen. Ik was dol op haar bubur ketan hitam met een klappersausje en stond haar al ongeduldig op te wachten. En die gobang was meer dan genoeg voor zo’n portie bubur ketan per week.
        Op een goede dag kregen we op school te horen, dat we ons zakgeld op de bank moesten zetten. Daar was het goed verzorgd en aan het eind van het jaar hadden we een héééle boel geld ter beschikking. Er werden papiertjes uitgedeeld van een bank, waarop dan zou komen te staan hoeveel geld wij bij deze bank in de loop der tijd zouden hebben. Al mijn klasgenoten vulden braaf hun papiertjes in en gaven het aan de leraar terug. Alleen Maudje weigerde zich! Die wilde haar gobang voor haar geliefde bubur kentan hitam en niets anders. Opwinding! Ongehoord! Iedereen probeerde mij te overtuigen, dat het het juiste was Iedereen deed het. dus moest ik het ook doen.Neen! Ik wilde niet. De druk was enorm en op het laatst bezweek ik en gaf mijn gobang in de ruil voor dat papiertje van de bank.
        Nauwelijks had ik mijn gobang weggegeven, toen de Jappen binnenvielen en niet alleen de scholen, maar ook de banken sloten. Daar zat ik dan met dat papiertje maar zonder gobangs en ook zonder bubur kentan hitam, want die vrouw kwam niet meer.
        Dat vergeef ik de Japanners nooit van mijn leven, mijn twee gobangs op de bank heb ik nooit meer teruggekregen. De heer dlCroix herinnert me er steeds aan!

      • Pierre de la Croix zegt:

        Maud Lebert zegt 8 april 2022 om 8:20 pm: “‘Just my two gobangs’ schrijft de heer dlCroix. dikwijls”.

        Tja mevrouw Lebert, “bescheidenheid siert de Indo” zeg ik altijd; daarom achter menig verhaaltje of bewering van mij die disclaimer. Ik had ook kunnen besluiten met “sorry luitjes, niet boos sijn ja?”

        Dank voor uw off topic verhaal over uw gobangs. De eerste investering die misliep en ik hoop voor u tevens de laatste. Une femme avertie …..

        Voor zover ik mij kan herinneren kreeg ik geen vast zakgeld tot ongeveer mijn 10de jaar (1948), maar na de oorlog en bersiap, toen het leven weer op gang begon te komen dankzij militair ingrijpen van Nederland, kwam eens in de week bij ons de “bibik tènong” langs, een inlandse vrouw die 3 dikke trommels vol lekkernijen in een selèndang op haar rug torste. Ik kan haar nog uittekenen: oudere vrouw met grijzende kondé perdom parmantig op haar hoofd. Dan mochten mijn zus en ik wat uitkiezen en werd er door mijn moeder nog wat op voorraad bijgekocht.

        Ook de verkoper van és lilin kwam overdag langs met zijn karretje. We hoorden zijn belletje al van ver. Gauw naar binnen hollen met de vraag of we ès lilin mochten. Als ik mij goed herinner kostte die al een dubbeltje, “seketip” in het Javaans. Dat de verkoper zijn reageerbuisjes waarin de ès lilin zat omspoelde met water uit de selokan deerde ons niet. We hadden in de oorlog zware dysenterie en malaria overleefd. Niets kon ons later meer deren.

        Terug naar de gobangs. Daarmee werd ook gekerok als je kou had gevat. Ik heb nog één gobang bewaard, overigens niet om te kerok, maar ter herinnering aan lang vervlogen tijden.

        P.S.: Wat mij betreft gelukkig dat afdwalen van het thema oftewel “off topic” gaan, op dit blog door het bloghoofd wordt gedoogd. Dat komt de levendigheid ten goede.

      • Ik neem aan dat ‘Tanah Sabrang’ een Javaanse term is, die ook door de Javanen in Indië werd gebruikt. Er bestaat namelijk een film van Mannus Franken uit 1938 genaamd “Tanah Sabrang, het land aan de overkant”, een propagandafilm ter bevordering van de emigratie uit de dichtbevolkte delen van Nederlands-Indië.

        De beschrijving van de film luidt als volgt: “Tanah Sabrang was bedoeld om de inwoners van het door overbevolking bedreigde Java te porren voor emigratie naar het rijke, nabijgelegen Zuid-Sumatra. De dramaturgie plaatst een zeer flinke Javaanse arbeider, vergezeld van vrouw en kinderen, tegenover een nogal weifelachtige Javaan, die dankzij de hulp van medekolonisten toch zijn draai weet te vinden in het nieuwe gebied. Regisseur Mannus Franken had de film bedoeld als middel om de Javanen het kolonisatieplan van de regering te verduidelijken.”

        In 1988 is er bij KIT Publishers ook een boek van de auteur Fons Grasveld verschenen met de naam “Tanah Sabrang – Land aan de overkant”.

        Ook in een Indonesisch boek uit 2003, dat door de uitgeverij Kepustakaan Populer Gramedia in Jakarta is uitgebracht, komen we deze term tegen: “Ayo ke Tanah Sabrang” (Ga mee naar het land aan de overkant).

        De Javaanse immigranten hebben de term ‘Tanah Sabrang’ waarschijnlijk op Suriname toegepast, omdat het door de ronselaars werd wijsgemaakt, dat ze naar een ander eiland van de Indische archipel zouden worden gebracht, niet wetende dat het aan de andere kant van de wereld zou zijn…

      • Pierre de la Croix zegt:

        Werner Stauder zegt 11 april 2022 om 10:57 am: “Ik neem aan dat ‘Tanah Sabrang’ een Javaanse term is, die ook door de Javanen in Indië werd gebruikt”.

        Tja heer Stauder, een Javaanse term zal zeker ook door Javanen in Indië zijn gebezigd :).

        Maar alle gekheid op een stokje, het is zeker een term die in de Maleise taal en de op het Maleis gebaseerde moderne Bahasa Indonesia voorkomt. Zie mijn bijdrage van 7 dezer, 1043 pm, met citaten uit het woordenboek van Teeuw.

        Voor alle zekerheid ook nog het veel oudere “Van Ronkel’s Maleis” (dus geen modern BI) er op nageslagen. Daar staat voor “overkant” ook “seberang” en voor “naar den overkant gaan” (het “den” is geen typo van mij) – “menjebrang”, zonder de aantekening “Jav”, ter aanduiding dat het (werk)woord uit het Javaans komt.

        Nu zijn Maleis en Javaans verschillende talen uit de zelfde taalgroep en het zal dus niet verbazen dat Maleise woorden in het Javaans zijn ingeburgerd en Javaanse woorden in het Maleis dat op Java wordt gesproken. De hamvraag is dan welk woord “oorspronkelijk” is in welke taal.

        Voor wat betreft “tanah” en “seberang” of “sabrang” schiet mijn kennis helaas te kort. Vroeger was één telefoontje naar een hoogleraar Javaanse talen in Leiden voldoende voor opheldering. Ik ben bang dat die mensensoort inmiddels is uitgestorven. Mijn boekje “Omong Djawa”, “toegepaste grammatica, planterstermen voor suiker, koffie, tabak en rubber” plus bijbehorende specifieke woordenlijsten biedt ten deze geen uitsluitsel.

        Wellicht dat een heuse Javaan deze dialoog volgt en met het verlossende woord komt.

  3. Pierre de la Croix zegt:

    Oversteken is in het BI “menjebrang” of “seberang”. Ik vermoed dus dat met “Tanah Sabrang” zoiets werd bedoeld als “land van de oversteek”, c.q. Suriname. Onze Suriname expert, heer Bert
    Siap, kan er meer licht over laten schijnen.

    In ieder geval hebben “we” aan dat hele migratiebeleid, hoe onmenselijk ook, onze eigen Ranomi Kromowidjojo overgehouden, die zich overigens meer als Grunningse beschouwt dan als Javaanse Boengah Melati.

    Verder kan je je afvragen wat ervan die Javanen en hun nazaten was geworden als ze op Java waren gebleven. Waren ze beter af geweest onder de Jappo’s, Boeng Karno en Pak Harto? Jaren geleden heb ik een rapportage gezien over een Javaan die zijn geboorteland Suriname had verruild voor het geboorteland zijner vaderen, Indonesia. Hij had het niet breed en wilde wel terugkruipen naar het land waar hij was geboren. Seberang.

    • Bert Siap zegt:

      In welke plaats van Nederland vinden wij de meeste Javaanse Surinamers ? Nee geen Amsterdam maar ……………. Almere ! Ja niet te geloven bukan main ! Nou weet ik dat dat Javaans uit Suriname in die 120 jaar verblijf in Suriname wel enige veranderingen heeft ondergaan .Veel invloeden van het Nederlands en het Sranang Tongo .Dus beste PP even op zoek naar een oude Javaan van + 80 jaar ouder is nog beter en ondervraag deze kakek even ,beetje geweld gebruiken boleh ,zo doen die militairen dat “” Hoe zit dat nou met dat Tanah Sabrang oude Klapper Javaan ? “” Bibberend en bevend zal die Japanesie ( Javaan in het Surinaams ) tot een uitleg proberen te komen .Nee beste PP aan uw lieftallige Javaanse buurvrouw van 18 jaar hoeft u het niet te vragen ! 🤣😂😁

      • Pierre de la Croix zegt:

        Bert Siap zegt 7 april 2022 om 9:52 pm: “……”.

        Tja heer Siap, waarom zouden die SuriJavo’s nu allemaal in Almere terecht zijn gekomen?

        Ik denk aan het volgende:

        De Creolen zaten met z’n allen in Amsterdam, gelokt door Max Woisky en Bee-Bee met Er. De Hindoestanen hadden geen zin om in Nederland wéér met Creolen in één stad opgezadeld te worden en trokken van het vliegtuig massaal linea recta naar het zuiden, bestemming Den Haag, waar ze de buurten gingen bevolken die door Indo’s waren verlaten, want die remigreerden naar Zoetermeer, atau Kota Danau Manis.

        Tja, wat bleef er dan over voor de Javanen die niet bij de Creolen en ook niet bij de Hindoestanen wilden wonen? Almere. De stad van alleen maar immigranten en een burgemeester die op een varken door de straten reed. Veel grasland om er ’s zomers de hele dag lui in te liggen en koekeloeren naar Sarina, die haar padi tot bras stampte.

        Waar de Surinaamse Indianen en Chinezen zich in Nederland schuil houden is mij onbekend, alhoewel de naam Sabayo ook wel eens in Almere werd gehoord.

        Uit de etnische spreiding van Surinamers in den vreemde zou men kunnen opmaken dat “Wan Piepel” voor alle Surinamers toch te utopisch is gedacht.

  4. Bert Siap zegt:

    + 30 % van die Javanen zijn teruggekeerd naar het nu Vrije Indonesia ,dat was dus in de jaren 50 .Daar in Indonesia hadden zij eigen gemeenschappen ,Die gemeenschappen floreerden wonderwel ! Ik kwam eens in de trein naar Jogya een Javaan tegen ,die er niet erg Javaans gekleed uitzag ,ik vroeg hem wat in het B.I hij haalde zijn schouders op ,verstond er geen bal van ,toen maar in het Surinaams ( Nengre) Raak ! het was gewoon een Javaanse toerist uit Suriname die Java bezocht .Hij zei dat zijn voorouderen uit Jogya werden verscheept .Nou ben ik ook op Java geboren en mijn ouders zijn ook verscheept c.q eruit geflikkerd op de eerste de beste boot naar Holland ! Dus enige overeenkomsten hadden wij wel ! Er zijn nog steeds hechte banden van die Surinaamse Javanen met Suriname .Op de vraag van een Nederlandse journalist of die Javanen de Indonesische president als de hunne beschouwden ,moesten zij erg lachen ,natuurlijk niet ! De Surinaamse president is hun president ! klaar af ! Als Surinaamse Javaan moet je wel 3 talen kunnen spreken in Suriname t.w hun eigen taal het Bahasa Jawa ,de officiele taal het Nederlands ( Scholen ,Werk ,Overheid ) and last but not least Het Sranang Tongo ,de linqua franca van Suriname .Hoewel elke Surinamer het Nederlands spreekt en beheerst ,spreken ze onderling liever het Surinaams .

    • Pierre de la Croix zegt:

      Bert Siap zegt 5 april 2022 om 9:48 pm: “Er zijn nog steeds hechte banden van die Surinaamse Javanen met Suriname .Op de vraag van een Nederlandse journalist of die Javanen de Indonesische president als de hunne beschouwden ,moesten zij erg lachen ,natuurlijk niet ! De Surinaamse president is hun president ! klaar af !”

      Nou …. dan is het toch maar goed gekomen met die door de Belanda Boesoek georganiseerde migratie.

      • Bert Siap zegt:

        @ Nou ……. dan is het toch maar goed gekomen met die door de Belanda Boesoek georganiseerde migratie “” Hier kan ik toch wel enige kanttekeningen bij plaatsen 1) Slechte Reisleiders ! Iedere Javaan was beloofd : eigen hut met Jacuzzi bad ,waterbed en ijskastje met drank er in ,verder 3 x per dag dineren en s,avonds optreden van de Kilima Hawaiians .In Suriname zou dan een mooie villa voor elk van hun klaarstaan met zwembad uiteraard ,die villa had op zijn minst 8 slaapkamers elk met een douche ,natuurlijk geen eenvoudige kamar mandi ,Die villa zou ook voorzien zijn van alle moderne Amerikaanse snufjes en natuurlijk 4 man personeel ,uiteraard blanke Hollanders .Hier is niet veel van terecht gekomen ! Slecht Reisbureau dus ,zijn ook later failliet gegaan .Was er dan geen Garantiefonds ? Jawel het Garantiefonds van Pak Cor Rupt hun motto was “” Garantie tot de deur !”” Nou wilt u natuurlijk de naam van dat louche Reisbureau weten ,ik heb het kunnen achterhalen het was de firma “”List en Bedrog “” ingeschreven K.K Amsterdam .Hadden die Javaanse vakantie gangers dan geen argwaan ? Nee want ze spraken wel Hoog-Javaans ,Middel- Javaans en Laag -Javaans en ook nog eens Soendanees ,Sumatraans en Balinees maar enige kennis van het Nederlands hadden ze niet kasihan deze !

  5. Jean-Louis zegt:

    Bert Siap over reisbureau’s , het lijkt wel op het reisbureau voor de boeroes. Werd ook van alles beloofd. Stuk grond, een boerderij en vee. In Nederland verkochten ze hun hele hebben en houwe en vertrokken naar het beloofde land. Edoch wat troffen ze aan? Een braak stuk grond , meestal moerassig . Vee moesten ze nog vangen. Terugkeren kon niet , want al hun geld of een gedeelte ervan was besteed voor de overtocht.

    • Bert Siap zegt:

      Nou Jean-Louis dat reisbureau van die Boeroes was nog loucher en slechter dan die van die Javanen .Dat Boeroe reisbureau werd gerund door dominees ! In 1845 kwamen de eerste Boeroes in Suriname aan .Ver voor de komst van die Hindoestanen en Javanen .Het probleem was ,die lokale Nederlandse ondernemers zagen het niet zitten ,vergeet niet er was nog slavernij ( tot 1863 ) Dan zouden die zwarte slaven dus blanke mensen handenarbeid zien doen ,ja op het land ploegen is nu eenmaal handenarbeid ! Die lokale Nederlanders dachten alleen maar “” Laat die Boeren maar wegrotten ! Die Boeren stierven ook bij bosjes ,toch bleven ze maar Boeren aanvoeren ! Ja ach het waren toch maar arme paupers ,die Boeren ! Gelukkig kregen die Boeren later toch enige ( niet veel ) welvaart .Ze kregen of kochten voor weinig geld veel grond om Paramaribo heen ,die ze later weer verkochten aan de stad Paramaribo voor hun uitbreiding ( De Wijk Tammenga ) en ook op Uitvlugt en Kwatta zaten veel Boeroes ,bekende namen Van Dijk ,Rijstdijk etc Die Boeroes hebben het in het begin dus heel moeilijk gehad maar ze verdienden alle respect van de Surinaamse bevolking .Deze Blanke Boeroes werden en worden als volwaardige Surinamers gezien en zo zien zij zichzelf ook ! Zeg niet tegen een Boeroe dat hij een Hollander is ! De Boeroes ,hardwerkende mensen ,die uiteindelijk veel bereikt hebben in hun nieuwe Vaderland .( Er was ook een Boeroe-minister ) en nog steeds kun je hun aan het werk zien in Groningen b.v en dan bedoel ik niet Groningen in Nederland .

      • Jean-Louis zegt:

        Dank je wel Bert voor deze uitleg. Het is schokkend . Deze geschiedenis is van ons allen en mag nooit vergeten worden. Wordt tijd voor voor een lespakket voor de middelbare school en hoger onderwijs. Op zijn minst onderdeel opleiding personeel in het onderwijs.

      • Pierre de la Croix zegt:

        Jean-Louis zegt 6 april 2022 om 11:36 am: “Dank je wel Bert voor deze uitleg. Het is schokkend . Deze geschiedenis is van ons allen en mag nooit vergeten worden”.

        Tja Jean-Louis …. en wat doen we er dan mee? Dagelijks effe 5 minuten stil staan bij het gebeuren en bidden “Heere, mijn voorvaderen hebben zwaar gezondigd, maar heb erbarmen met hen”?

        Het is goed dat de zwarte (die kleur voor “slecht” moet eigenlijk ook z.s.m. uit onze taal worden gebannen, net als “zwart geld”, “zwart werk”, “zwarte markt”, “zwart maken”, “zwart handelaar”, etc.) bladzijden uit onze geschiedenis ook aan de onschuldige kindertjes van nu worden getoond, maar dan op objectieve wijze, in het licht van de tijd waarin sociaal bewustzijn en compassie met de medemens, ook die van de zelfde soort en kleur, niet in de mode was.

        Het zou ook goed zijn een lesje voor de kindertjes te besteden aan het feit dat in de mens altijd goed en slecht verankerd zijn en dat het van de omstandigheden afhangt of het “goed”, dan wel “slecht” zal gaan overheersen. Voorbeelden genoeg. Ook Wladimir P. te M. moet eens een aardig knulletje zijn geweest, maar de Roebel rolde bij hem net de verkeerde kant op.

  6. WALTER KLEIN zegt:

    Toen wij door Java reden vertelde onze gids/chauffeur dat op een van zijn begeleidingen hij een Indonesishe groep had uit Suriname die geen woord Indonesich sprak tot zijn verbasing.

    • Pierre de la Croix zegt:

      WALTER KLEIN zegt 6 april 2022 om 9:33 am: “Toen wij door Java reden ….”.

      Tja ….. wat zouden die Suri-Javo’s in hun dagelijks leven aan het Indonesisch, c.q. modern Bahasa Indonesia gehad hebben?

      Als de generaties Suri-Javo’s van nu nog het Javaans van de eerstkomers beheersen, dan zal het Ngoko zijn geweest, de taal die de eenvoudige tani’s (boeren), hun vrouwen en kinderen, onderling spraken. Die taal zullen zij naar Tanah Sabrang hebben meegenomen.

      Edoch ….. Java is nogal groot (1000 km van oost naar west en omgekeerd) en naast het Javaans werd er ook nog Soendanees en Madoerees gesproken en binnen die taalgroepen waren er dialecten, die per gehucht konden verschillen. Er zal in die begintijd onder de contractarbeiders die met een brede armzwaai “Javanen” werden genoemd, dus ook geen eenheid van taal zijn geweest.

      Wijlen mijn goede stiefvader was fervent jager. Hij sprak als geboren en getogen Semaranger (noordkust Midden Java) het Javaans van die stad heel goed, maar merkte dat de Javaanse drijvers in zijn jachtgebied Bodja, zo’n 20 km van Semarang, onder elkaar al een ander soort Javaans spraken. Een wild zwijn was geen “tjèlèng” meer, maar “kemin” en dood niet “mati/matèh”, maar “pedjah”.

      Een paar jaar geleden werd er in mijn stadje een Surinamedag gehouden. Natuurlijk veel eettentjes, Creools, Hindoestaans, Javaans, Chinees. Bij het stalletje van de Javanen merkte ik al dat mijn “soto” “saoto” was geworden en “pisang gorèng”, in het Javaans “gedang gorèng”, zoiets was als “baka banana” of omgekeerd. Toen ik de jongelui in hun waroeng in mijn eenvoudige Semarangse Javaans aansprak, werd er wazig gekeken. “Wat bedoelt u meneer?”. Zo zijn taal en omgeving niet van elkaar weg te slaan.

      Zou Ranomi Javaans spreken, desnoods met een grunningse knauw er in?

  7. John van Santen zegt:

    Pierre de la Croix en Bert Siap …. heel erg bedankt voor jullie toelichting!

  8. Ed Vermeulen zegt:

    Goedemiddag hh. De la Croix, Siap en anderen
    In een klein half uurtje koekeloeren op Javapost een enorme sprong in mijn geschiedkundige ontwikkeling gemaakt. M.a.w. veel geleerd in een relatief korte tijd. Dank hiervoor!
    Een groet van Ed Vermeulen

    • Pierre de la Croix zegt:

      Ook hier geldt, wat mij betreft, een “kembali boontjes”, een “graag gedaan”, Ed.

      JP moet wat mij betreft geen vehikel zijn om elkaar over het een of ander de loef af te steken (mooie term, je hebt toch ook gevaren?) en af te zeiken, maar elkaar met eigen positieve inbreng te verrijken en als het effe kan te vermaken met spot en zelfspot. Heer Siap heeft dat goed begrepen. Ik doe mijn best, maar ben ook behept met een venijnig schorpioenenangeltje.

      Recht zo die gaat dan maar.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s