De strijd om Bali

In De strijd om Bali belicht Anne-Lot Hoek een onbekende episode uit de dekolonisatiegeschiedenis van Nederlands-Indië. Aan beide zijden werden gruwelijke misdaden begaan.

Eksekusi Letda Reta door kunstenaar Mangu Putra (2014): de executie van zijn oom Anak Agung Alit Reta door het Nederlandse leger in Selat Sangeh in 1946. Foto: Agung Mangu Putra 

Door Jeroen van der Kris

Er staan veel gruwelijke verhalen in De strijd om Bali, het boek dat historicus en journalist Anne-Lot Hoek schreef over de dekolonisatieoorlog op het eiland. Een van de gruwelijkste is afkomstig van Feddy Poeteray, oud-soldaat in het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL). Hij vertelt wat hij en zijn collega’s zeiden als ze Balinezen tegenkwamen met een rood-wit speldje – de kleuren van de Republiek Indonesië: ‘Wat is dat? Opeten! En dan slikten ze zich dood, want dat is een metalen ding met een naald eraan. Als ze het niet deden dan schoten we ze neer.’ Dat konden dus onschuldige burgers zijn.

Gruwelijk is ook de getuigenis van ‘mevrouw’ Van der Zee. Als dochter van een KNIL-soldaat woonde ze in een militair kamp op Bali. Aan de ene kant van het kamp zaten de militairen, aan de andere kant de gezinnen. Er was ook een gedeelte voor gevangenen, daar mocht ze niet komen. Maar dat deed ze stiekem toch. De mannen daar zagen er mishandeld uit. ‘Ze waren bont en blauw’. Ook bij de begraafplaats achter het kamp mocht ze niet komen. ’s Nachts hoorde ze daar vaak schieten. ‘Eerst hoorde je plok, dan hoorde je een lijk vallen en dan riep mijn moeder: “O! daar ligt er weer een!”’

Jaren later wordt mevrouw Van der Zee nog emotioneel als ze vertelt wat ze als zevenjarig meisje allemaal zag. Haar vader ging met zijn collega’s dagelijks op patrouille en kwam dan terug met een truck. Die bleek gevuld met lijken, die op de grond werden gekiept als ‘wilde dieren’. Ze vermoedt dat het er per patrouille meer dan vijftig waren. ‘Ik was nog klein, maar ik zag rijen op rijen liggen. Familieleden mochten lijken komen ophalen. […] Ik heb nog steeds last van die beelden.’

Wat zeggen zulke gruwelijke verhalen nog?

Toch wel veel. Onder historici is het beeld over de dekolonisatie van Indonesië de afgelopen jaren al flink gekanteld. Wat Nederland daar uitvoerde in de periode 1945-1949 waren geen ‘politionele acties’, zoals generaties leerden op school. Het was een oorlog. En de wandaden waaraan Nederlandse militairen zich schuldig maakten waren geen ‘excessen’, maar oorlogsmisdaden. Daarover is geen twijfel meer sinds de publicatie van De Brandende kampongs van generaal Spoor in 2016 van de Zwitserse historicus Rémy Limpach. Hij liet zien dat het Nederlandse geweld niet incidenteel, maar structureel was. En toch, het collectieve schuldbesef is nog niet erg stevig ontwikkeld.

Het was de Belg David Van Reybrouck – opnieuw een niet-Nederlandse auteur dus – die zich erover verbaasde in zijn vorig jaar verschenen Revolusi goed beschouwd een 500 pagina’s lange aanklacht. Daarin citeerde hij onderzoek waarin Europeanen werd gevraagd of ze trots waren op hun koloniale verleden. De Nederlanders staken er met kop en schouders boven uit. Vijftig procent zei trots te zijn (tegenover 23 procent van de Belgen), slechts zes procent schaamde zich voor dat verleden. De strijd om Bali belicht een relatief onbekende episode van de dekolonisatie en alleen al daarom is het een belangrijk boek.

Vredelievend paradijs

Bij Nederlands geweld in die periode gaan de gedachten al snel uit naar Zuid-Sulawesi, waar de ‘zuiveringsacties’ van het Depot Speciale Troepen onder leiding van kapitein Raymond Westerling aan duizenden het leven kostte. Of naar Rawagede, het dorp op Java waar Nederlandse militairen vrijwel de gehele mannelijke bevolking vermoordden.

De gedachten gaan niet naar Bali.

Bali was al voor de Tweede Wereldoorlog een toeristische bestemming, net als nu. Een vredelievend paradijs waar de revolutie aan voorbij was gegaan, schrijft Anne-Lot Hoek, zo is het beeld. Niets is minder waar, laat zij zien. Dat er ook op Bali flink werd gevochten was in grote lijnen al te lezen in het boek van Rémy Limpach. Hoek kleurt dat beeld nu heel gedetailleerd in. En ‘details van geweld [doen] ertoe, alleen al om de erfenis ervan beter te kunnen begrijpen’, schrijft ze terecht. Ze laat ook zien waarom het in omvang bescheiden Bali (net iets groter dan de provincie Gelderland, in 1946 woonden er ongeveer 1,5 miljoen mensen) een cruciale rol speelde in de dekolonisatie van de gigantische archipel – naar inwonertal is Indonesië nu het vierde land in de wereld.

Net als David Van Reybrouck deed Anne-Lot Hoek jarenlang veldwerk om haar boek te kunnen schrijven. Ze sprak met oud-soldaten, vrijheidsstrijders, nabestaanden en zelfs met het hoofd van een groep algojo’s (beulen). Dat waren mannen die de opdracht hadden Balinezen die samenwerkten met de Nederlanders te liquideren – ook van Indonesische zijde was er sprake van geweld. Verder put ze uit ongepubliceerde memoires en uit prachtige brieven die ze vond in privéarchieven.

Toen ze de gesprekken met Balinezen achteraf terug las viel haar iets op, schrijft Hoek. Steeds maar weer ging het over geweld in tangsi’s. Ze legt uit: ‘Een tangsi is een woord dat binnen het KNIL werd gebruikt voor een legerdetachement. Op Bali betekende het ook een gevangenenkamp.’ In de Nederlandse archieven is vrijwel niets te vinden over die tangsi’s, laat staan dat er ooit onderzoek naar is gedaan. Op Bali waren er ongeveer vijftig. Samen vormden ze ‘een verborgen informele structuur van geweld waarbinnen marteling en executie van gevangenen een wijdverspreid systematische fenomeen’ waren.

Kampbewaarders

Hoe het er het aan toe ging in één van die kampen (Jatiluwih) is te lezen in de plaatselijk gepubliceerde memoires van de veteraan Ketut Meregeg, waar Hoek onder meer uit put. Ze vat samen: ‘De kampbewaarders schoren de gevangenen na aankomst kaal. Vervolgens moesten ze stenen verslepen en wegen aanleggen, in de brandende zon of de stromende regen. Het eten was zo karig dat ze hun toevlucht zochten tot overgebleven broodresten die aan de honden werden gegeven, varkensvoer of bladeren die ze tijdens het werk vonden. Door de hoogte is het ’s nachts koud in Jatiluwih. De KNIL-militairen die het kamp bewaakten waren wreed: ze ranselden de gevangenen dagelijks af met bamboestokken, zodat Meregeg ’s nachts niet kon slapen door de wonden op zijn rug.’ Meregeg kon het navertellen, maar dat was bepaald niet vanzelfsprekend, schrijft Hoek. ‘Wie ’s nachts werd opgeroepen wist dat zijn laatste uur had geslagen, wat vrij willekeurig lijkt te zijn geweest.’

Halverwege 1947 zaten er zo’n 10.000 gevangenen vast om ‘politieke redenen’. Hoeveel daarvan het niet overleefden, durft Hoek niet te zeggen. Gesprekken met Nederlandse oud-militairen bevestigen dat er sprake was van eigenrichting. Ex-KNIL’er Don Sweebe vertelde dat hij regelmatig gevangenen ‘een plasje’ liet doen. ‘“Ga maar een plasje doen, zeg je dan, en dan knal je hem neer. Klaar.” Het moest wel, aldus Sweebe, “want de gevangenissen waren overvol en we hadden te weinig mensen”. Twijfel aan de schuld van een gevangene had Sweebe vaak. “Maar ja, wat is waarheid, wat is twijfel, het is moeilijk te zeggen. Kon ik maar in je bovenkamer kijken, dacht ik dan”.’

Zoals gezegd: aan gruwelijke verhalen geen gebrek. Over gevangenen die in een ton een heuvel afgerold werden. Gevangen die op het uiteinde van een stroomdraad moesten bijten waarna hun tanden er met een schok uit werden ‘geschoten’. Over een sergeant van het Republikeinse leger die op handen en voeten boven een vuurtje werd gezet, waardoor ‘zijn borst kookte als een gebraden varkenshuid’.

Privélegertjes

Maar De strijd om Bali is meer dan een opsomming van gewelddadigheden. Hoek vertelt ook een groter verhaal over de wijze waarop Nederland, met veel tegenzin, afscheid nam van zijn kolonie in de Oost. Dat het er op Bali zo hard aan toe ging had veel te maken met de diplomatieke onderhandelingen waarover Hoek ook vertelt: de Hoge Veluwe Conferentie, de Overeenkomst van Linggajati, de Denpasar-conferentie, de Renville-overeenkomst.

Bij al die gelegenheden waren de inspanningen van Nederland erop gericht zoveel mogelijk invloed in Indonesië te behouden. Centraal daarbij stond het idee van een Verenigde Staten van Indonesië: een federale constructie onder de Nederlandse kroon. De Republiek (Java en Sumatra) moest daarmee worden ingekapseld – het zou slechts een deelstaat zijn, net als Borneo en Oost-Indonesië, waar Bali toe behoorde.

Dat idee van een federale staat was diplomatiek slechts levensvatbaar als Nederland de wereld ervan kon overtuigen dat het buiten Java en Sumatra, daar waar Nederland het gezag had, rustig was. Op Bali was ook veel steun voor de Republiek – strijders konden met een bootje bovendien gemakkelijk overvaren vanuit Java – en dat paste niet in dat beeld. Daarom werden rust en orde met grof geweld afgedwongen.

Nederland deed daartoe wat het al eeuwen had gedaan in de Oost: verdeel-en-heers. Bevriende vorsten werden bevoordeeld en bewapend, om met privélegertjes jacht te maken op ‘terroristen’. De mythe van een loyaal Bali moest koste wat het kost in stand worden gehouden. Zo bezien is dit ook een boek over de dekolonisatie van heel Nederlands-Indië.

Collectief bewustzijn

Wie Revolusi van David Van Reybrouck las (zo niet: doe het alsnog) zal dit boek ook de moeite waard vinden. Helaas is Hoek niet zo’n fantastische schrijver als Van Reybrouck. Ze formuleert niet altijd even soepel en haar verhaal mist een echte spanningsboog – de korte reportages die ze hier en daar inlast kunnen dat niet helemaal verhullen. Maar het is niettemin een indrukwekkend boek. Hoek wist veel informatie aan de vergetelheid te ontrukken. Daarmee voegt ze werkelijk iets toe aan onze kennis over een recent verleden dat nog altijd niet volledig is doorgedrongen tot het collectieve bewustzijn.

Met haar rijke bronnenmateriaal geeft ze haar hoofdpersonen veel kleur. En dan blijkt dat het niet altijd zwart-wit is, dat de Nederlanders niet altijd ‘fout’ waren en de Balinezen niet altijd ‘goed’. Eén van die hoofdpersonen is de Anak Agung, een Balinese vorst die door de Nederlanders als bondgenoot gezien werd. Ook hij had een privélegertje. Tegenstanders liet hij ‘oppakken, martelen en vaak ook vermoorden’, met medeweten van de Nederlanders. Bij het uitroepen van de Republiek Oost-Indonesië (die geen lang leven beschoren was) werd hij beloond met een mooie functie: hij werd premier. Toen hij jaren later naar Nederland kwam om te promoveren werd hij met alle égards onthaald.

Ronduit ontroerend zijn de brieven van bestuursambtenaar Siebe Lijftogt waaruit Hoek citeert. Ze werden gevonden op de zolder van zijn kinderen. Wanhopig probeerde Lijftogt zijn meerderen en mensen die hij kende uit het verzet in Nederland op de hoogte te brengen van de misstanden die hij zag. Uit dat verzet kende hij Marianne Tellegen, na de oorlog directeur van het Kabinet der Koningin. Hij schreef haar dat ‘het Nederlandse gezag zich op Bali slechts wist te handhaven met een de facto politiestaat, zoals hij Oost-Indonesië zag, „waarbij geregeld verzetslieden worden doodgeschoten.”’ De verzetsbeweging, die zich volgens Lijftogt tegen de Nederlanders, tegen de deelstaat Oost-Indonesië en tegen hetzelfbestuur richtte, werd zodanig onderdrukt dat hij zich “een intellectueel soort S.D.-er” voelde.

Ontroerend zijn ook de overdenkingen van oud-militairen die op hoge leeftijd terugkijken op hun optreden. Oud-KNIL militair Don Sweebe, die Hoek vertelde dat hij de belangrijkste Balinese verzetsstrijder had gedood, hield jarenlang vol dat hij Bali ‘veilig’ had gemaakt en nergens spijt van had. Maar op late leeftijd kreeg hij toch wroeging. Met zijn vrouw bezocht hij Bali. Daar legde hij zijn hand op het graf van die strijder. Hij vroeg om vergeving en zei: ‘Sorry, als ik je vermoord heb.’

Dit artikel verscheen in het NRC onder de titel ‘Dit boek doet gruwelijke onthullingen over de geheime Nederlandse gevangenissen op Bali’, op 25 november 2021.

Anne-Lot Hoek: De strijd om Bali. Imperialisme, verzet en onafhankelijkheid 1846-1950. De Bezige Bij, 706 blz. € 39,99.

Dit bericht werd geplaatst in 9. Java Post. Bookmark de permalink .

29 reacties op De strijd om Bali

  1. Roy Kneefel zegt:

    Hartelijk dank voor deze recensie. Ben ik erg blij mee. Ongetwijfeld zullen er weer reacties komen die aan het waarheidsgehalte van het boek in twijfel zullen trekken. Maar ik ga het boek nu zeker kopen.

  2. Pascal zegt:

    Op 12 Oktober 1945 is de tante van mijn, toen 13 jarige moeder, samen met haar 2 kinderen afgeslacht. De Indonesische tuinman lag kapot gehakt in de tuin.
    (Door Indonesische vrijheidsterroristen)

    1 December, Free Papua, Papua Merdeka!

  3. R.L. Mertens zegt:

    @’opeten etc.’- Die rood/wit speldjes! In Soerabaja eind 1945 gearriveerd, hoorde ik van deze verhalen door ‘stoere Indo jongeren’ verteld. Hoe die kleine jonge katjongs al kokhalzend van angst(!) het moesten inslikken! Ongelofelijk dat zoiets heeft kunnen gebeuren! En dan maar niet begrijpen waarom bersiap heeft huis gehouden?

    • Pierre de la Croix zegt:

      R.L. Mertens zegt 3 december 2021 om 10:27 pm: “En dan maar niet begrijpen waarom bersiap heeft huis gehouden?”

      Nou meneer Mertens, vertelt u het dan nog maar eens: Actie is toch reactie? U hebt het al zo vaak verkondigd ter vergoelijking van de bersiapmoorden.

      Welnu, die actie van die “stoere Indo jongeren” waar u het over hebt mag u volgens uw eigen natuurkundige wet dus zien als een te rechtvaardigen reactie op die wrede bersiapmoorden op weerloze kinderen, vrouwen en mannen tijdens de bersiap door de Indonesische “vrijheidsstrijders”. Meneer Pascal geeft daarvan in zijn bijdrage van deze morgen een afschuwelijk voorbeeld.

      Niets maar dan ook niets kan de wrede bersiapmoorden op weerlozen rechtvaardigen. Doet men het toch, dan moet men ook niet tendentieus huilen en weeklagen om “die kleine jonge katjongs” die al kokhalzend van angst(!) hun merdekaspeldjes moesten inslikken!

    • RLMertens zegt:

      @PierredelaCroix; ‘actie is reactie etc,’- Direct na 17 aug.1945 brak er feestvreugde los! Iedereen begroette elkaar met merdeka! En beantwoorde het met tetap/zeker! Uiteraard tot grote ergernis van de vrij gekomen kampbewoners en buitenkampers; de Indo’s. Iedereen ging winkelen/naar de pasar, ruilen etc. Het hele land was voorzien van Rood/witte vlaggen en ook Indonesische kinderen droegen een rood/wit speldje. Uiteraard tot wat verbazing/ergernis van de Europese groep; ‘straks als het leger arriveert….Lees de kampboeken van oa Cohen/Franken 1946; ‘wat zijn die Inlanders toch brutaal geworden … Tot, zoals ook in Soerabaja leger eenheden arriveerden en Indische jongeren katjongs verordenden die speldjes op te eten! Indische jongeren ‘hielpen’ zelfs de Japanners na 30 Aug.’45( groot merdeka feest in Batavia; met toespraak van Soekarno) om de aangebrachte rood/wit vlaggen van de gebouwen te verwijderen! Waardoor het uiteraard tot spanning/gevechten kwam. En bij het vlagincident 19/9 bij vm.Oranje hotel: bersiaaap de kreet werd. Lees ing.AC.Broeshart; Dagboek Bersiap Soerabaja. En na het gesprek van der Plas-Hatta 4/10’45; geen zelfbeschikkingsrecht=geen merdeka en 6/10’45 voedsel boycot door Soekarno werd afgekondigd: de hel los brak! – Bersiap moorden ‘vergoelijken etc.’? Hoezo… Ik en mijn familie hebben die bersiap moeten ondergaan! Oom vermoord en tante verwond. – Gewoon de tijdlijn aanhouden en …begrijpend lezen aub.!

      • Pierre de la Croix zegt:

        Gewoon de consequentie aanvaarden van uw eigen logica meneer Mertens, “actie is reactie”. Inderdaad gewoon de tijdlijn aanhouden en begrijpend lezen: Eerst bersiap, daarna merdekaspeldjes opeten. Logisch toch?

        Verder mag u zelf wel eens iets verrassend origineels uit uw blote kepala opschrijven in plaats van verwijzen naar al die citaten en boeken van uw favoriete schrijvers. Bovendien zwaar ouwe meuk. Geen nieuwe gezichtspunten. Waarom dan steeds de eeuwige herhaling?

      • RLMertens zegt:

        @PierredelaCroix; ‘blote kepala etc.’- En de uwe? Origineler?

      • R.L. Mertens zegt:

        @PierrtedelaCroix; ‘blote kepala etc.’- En uit de uwe; origineler?

      • R.L. Mertens zegt:

        @PierredelaCroix; ‘verrassend origineel etc.’- Veel lezen = veel weten! Wel alle pro- en contra lectuur.! Pas dan te oordelen. Wel of niet origineel is totaal niet(!) van belang! De waarheid is van belang!

    • kalemol zegt:

      Interessant, dit verhaal komt vaak terug. Of het ooit is gebeurd is de vraag. Een keer zou een Japanner tegen een jongen met rood-wit speldje hebben gezegd: die speld hoort niet daar, maar hier en de speld in de wang van het slachtoffer hebben gedrukt. Maar of ooit iemand gedwongen is geweest een speldje in te slikken is maar zeer de vraag.

      • R.L. Mertens zegt:

        @Kalemol; ‘is de vraag etc.’- De vraag? Op Bali ; lees de getuigenissen. In Surabaja 1946 hoorde de ik het van Indo jongeren, die deze zaken snoevend rond vertelden; hoe ze die kleine katjongs te grazen namen! – Ook aan boord naar Holland dec.1949 van hen die op Bali (gadjah merah) en Celebes(groene baretten) hebben gediend.

      • kalemol zegt:

        Was u erbij toen het gebeurde? Nee? Ik ook niet

      • R.L. Mertens zegt:

        @Kalemol; ‘was u er bij etc.’- Neen. Dus …het is niet waar? Was u erbij toen Rotterdam in 1940 door de nazi werd gebombardeerd?

  4. Boudewijn zegt:

    Ik heb het boek van Reybroeck gelezen en vond het uitstekend. Je hoeft maar de luchtfoto van Soekamiskin gevangenis te zien (Kamp Atlas) , om je te beseffen dat Nederlands Indië niet zo een ideale kolonie was. Als de Nederlandse soldaten zich in Indië voorbeeldig hadden gedragen, dan zou dat een ’s werelds wonder zijn geweest. Het probleem van dergelijk “politionele acties” of onderdrukkingen heel oorlogen is heel eenvoudig. De soldaat is gewapend en in uniform en zijn tegenstanders zijn ook gewapend, meestal minder goed, en niet in uniform, dus moeilijk te onderscheiden van vredelievende burgers. De soldaat weet twee dingen dondersgoed: dat hij makkelijk herkenbaar is als de vijand en dat hij niet weet wie hem bedreigt. Dit zijn symmetrische strijden. En de eerste zorg van de soldaat is om zijn eigen hachje te redden.
    Maar wie krijgt nu de schuld? De soldaat, ver van huis, die in een benarde positie zijn leven tracht te redden ten koste van een groep onschuldige burgers in een vreemd land? De bewindsman die de soldaat overzee stuurde om de belangen van het land te verdedigen? Of Janneman publiek die een bewindsman kiest om het land met zijn koloniale bezittingen te regeren?
    Het vreemde van moderne veroveringen met geweld, is dat je dankzij een contrast in technologie een overwinning kan vieren, maar dat je daardoor geen vrede hersteld. Amerika kon snel de oorlog tegen Saddam Hoessein winnen, maar dankbaar waren de meeste Irakezen niet. Het idee om na de politionele actie een vreedzame federale staat op te richten in het voormalige Nederlands-Indië was een half jaar eerder al verziekt. En de oudste opvatting over gerechtigheid is wraak.

  5. Pierre de la Croix zegt:

    Boudewijn zegt: “En de oudste opvatting over gerechtigheid is wraak”.

    Dat is een aardige. Zet mij aan het denken. In het Oude Testament staat daarover iets geschreven: “Oog om oog, tand om tand”. Een dienstvriendje van mij dat thuis was in Bijbel exegese, legde mij uit dat dit gebod er niet was om ongebreidelde wraak te stimuleren, wat ik dacht, maar juist beperken. “Oog om oog, tand om tand” en niet meer dan dat. Dus geen disproportionele wraakacties. Maar dat was door Jahweh makkelijk gezegd tegen Zijn uitverkoren woestijnvolkje dat man-tegen-man gevechten uitvocht tegen andere woestijnvolkjes. David hoefde niet lang te zoeken om Goliath te vinden.

    Maar wat te doen met een onzichtbare tegenstander die in het duister van de nacht dood en verderf zaait en overdag opgaat in de bevolking? Als ik in zo’n situatie militair commandant zou zijn geweest van een eenheid die “orde en rust” moest herstellen in een bepaald gebied, dan zou ik het boekje van Genève gauw hebben vergeten en terreur met contra terreur hebben bestreden. Hard tegen hard. Ik was een kleine Westerling geworden.

    Ik was 8 jaar militair, maar in de ijs en ijskoude oorlog. Geen kogels om mij heen horen fluiten. Oefenen in de noordduitse laagvlakte, het gebied tussen Elbe en Weser dat “wij” in NATO verband met de Britten moesten verdedigen tegen een inval van de Sowjets en hun bondgenoten. In die tijd om mij heen “beroeps”. Toen veertigers, officieren en onderofficieren, onder wie nogal wat Indië veteranen, ex KNIL en KL. Geen van die veteranen rambo’s met een bajonet tussen de tanden. Veel verhalen gehoord, right from the horses mouth. Over doodsangst in donkere tropennachten, patrouille lopen en beschoten worden door de “pelopor”, hinderlagen, trekbommen, overvallen in de nacht, verminkte naakte vrouwenlijken in de kali, gevangen kameraden langzaam dood gemarteld. Met die ervaringen “stomp je af”, raak je het morele kompas kwijt en ging je op wraak belust de kampongs in waar je de djahats vermoedde die je ’s nachts hadden beschoten of nog erger.

    Achteraf oordelen uit de gerieflijke kerosi males over de mannen van het regulier leger van “beschaafd” geacht Nederland is lekker makkelijk. Nederland mag in haar optreden in Indië tussen 1946 en 1950 een dubbele agenda hebben gehad, t.w. zoveel mogelijk invloed behouden in de kolonie, resp. nieuwe republiek én het herstellen van orde en vrede, of anders gezegd, het ongebreidelde moorden, verkrachten en plunderen in het machtsvacuüm na de Japanse capitulatie stoppen. Het tweede was toch het belangrijkste, want staatsrechtelijke plicht van Nederland dat tot 27 december 1949 verantwoordelijk was voor het bewaren van orde en rust in de kolonie.

    Zeker in een guerilla oorlog gaat op dat er spaanders vallen waar wordt gehakt. Veel later leerde ik van de Amerikanen de uitdrukking “collateral damage”, de onbedoelde schade bij een pogen het hogere doel te bereiken. Wij krijgen mogelijk weer een proces aan de broek wegens “collateral damage” in Irak, een aantal jaren geleden. We wilden alleen de IS bombarderen. Helaas, ook IS hield zich het liefst schuil in de nabijheid van burgersamenlevingen, een bekende guerilla tactiek. Wat te doen als je dat kwaad toch moet uitroeien?

    Wie het Indonesia van na 27 dec 1949 beziet, mag zich afvragen of een zachte overgang naar onafhankelijkheid in federaal verband met wat meer Nederlandse invloed niet beter zou zijn geweest voor land en volk. Wat in plaats daarvan kwam is bekend. Indonesia werd één van de meest corrupte landen ter wereld, zuchtte met Soekarno onder een semi dictatuur en met diens opvolger Soeharto onder een regelrecht dictatoriaal regime, tijdens welke periode honderdduizenden (of miljoenen?) de dood vonden of langdurig werden opgesloten en onderdrukt nu nog minderheden met onafhankelijkheidsstreven. Wie voor deze misstanden geen oog heeft, moet maar zwijgen over Neerlands optreden in de tijd dat het de baas was in de archipel. Eigen burgers bestelen, bedonderen, vermoorden en zonder vorm van proces gevangen zetten is erger dan wat vreemde bezetters in de archipel deden.

  6. R.L. Mertens zegt:

    @PierredelaCroix: ‘in de machtsvacuüm etc.’- Weer zo’n ‘koloniale bewering’ om eigen optreden te vergoelijken!!! Nl.de politionele ellende daarna van 4 jaren oorlog met meer dan 200.000 slachtoffers! Er was in de beginne na 15/8; Engels/Japans gezag met Seac mandaat, echter daarbuiten vanaf 17/8 een Republiek. Dus hoezo gezagsvacuüm? Het was Nederland, die er alles voor overhad om de Britten te bewegen deze Republiek te elimineren. Terwijl Nederland nog in puin lag, diverse levensbehoeften alleen per bon te verkrijgen was, werden alle gelden aangewend om nb.net na 3 (!) maanden nazi bezetting, in Indië een oorlog te beginnen. Eerst om ‘Indië te bevrijden’, terwijl Japan al op apegapen lag en even later na 17/8 ’45 voor ‘orde en rust’. Om de Inlanders(!) te beschermen tegen een stel onruststokers ! (die men toen ‘vergat’ in concentratie kamp(!) Boven Digoel op te sluiten) Nederland weigerde het in sept.1941(!) ondertekende Atlantisch Handvest toe te passen; geen zelfbeschikkingsrecht= geen merdeka, dus amok= bersiap! Wij, vooral buiten de beschermde kampen, werden geslachtofferd(!) voor herbezetting van Indië!
    *@ ‘corruptie etc.’- Gedurende 3 eeuwen bezetting was corruptie één van pijlers van ons gezag. En het andere; militaire tucht, als de eerste pijler; het omkopen van vorsten van diverse gebieden in de archipel, niet lukte! Omkoperij tot aan de Japanse tijd en daarna was koloniale deugd! Of te wel verdeel en heers. Wat ook na 1945 de bedoeling was met die zgn. Federale Staten indeling! Alles wat met deze ‘pijlers’ mis/onrechtmatig was/ging werd vakkundig al sedert de VOC, onder het tapijt geveegd; het zgn toetoepen!/toedekken! Na 1945 bemoeide echter het wereld forum/ VN zich met die koloniën cq. onderdrukte volkeren! En merdeka was een feit!
    *@ ‘colalteral damage ‘- Tijdens die politionele oorlog was voor onze luchtmacht , de Republiek had er geen!, prijs schieten ! lees Limpach; de Brandende kampongs van gen.Spoor

    • Pierre de la Croix zegt:

      Ach meneer Mertens, moet ik die ouwe koek van u écht helemaal tot mij nemen? Ik heb wel wat beters te doen. Wellicht zijn anderen geïnteresseerd. Ik hoop het maar voor u.

      • R.L. Mertens zegt:

        @PierredelaCroix; ‘die ouwe koek etc.’- Liever toch uw ‘koloniale koek’?
        Du Perron zei het al; ‘kolonialen een poepsoort, die al uit de verte stinkt! En het ruikt nog steeds’!

      • Pierre de la Croix zegt:

        Ook dat ben ik van u gewend, meneer Mertens: Platitudes (= banaliteiten; inhoudsloze uitlatingen). Getuigen niet bepaald van beschaving, maar van “Koerang adjar”.

    • ing.R.L.Mertens zegt:

      @PierredelaCroix; van beschaving etc.’- Nou, nou… ik heb juist die
      Europese beschaving in Indië opgelopen….U had had op I4e.nu toch ook over een WC eend!

      • Pierre de la Croix zegt:

        Meneer Mertens, u leeft in Nederland, een westers land waar in het normale verkeer tussen mensen bepaalde fatsoensnormen gelden, dus ook in het verkeer tussen mensen op Java Post.

        U schrijft dat u “juist die Europese beschaving” in Indië hebt opgelopen. Welnu, het kan niet anders dan dat u die Europese beschaving met bijbehorend normen en waardenstelsel in eerste aanleg van uw ouders hebt meegekregen.

        Ik sluit echter niet uit dat ook de inlandse baboe die u daar in Ambarawa op de pot heeft gezet en na gedane zaken uw billen heeft gewassen, u ook heeft bijgebracht wat netjes en niet netjes is. Uit eigen ervaring weet ik dat baboes, eenvoudige en vaak ook analfabete personen, een diep besef hadden van moraal en ethiek en dat op hun manier overbrachten op de kinderen die aan hun zorgen waren toevertrouwd. .

        Jammer dat die opvoeding van uw ouders en wellicht dus ook van uw baboes, kennelijk niet aan u is besteed. Op uw verdere levensweg is er kennelijk iets mis gegaan.

      • RLMertens zegt:

        @PierredelaCroix; ‘iets mis gegaan etc.’- Waarom reageert u nimmer op de gestelde onderwerpen/koloniale riedels; machtsvacuüm, corruptie …? In plaats van een vlucht(!) naar onzinnige aantijgingen, die totaal niets met de gestelde onderwerpen te maken hebben? Toch iets mis gegaan met uw…….?

      • Pierre de la Croix zegt:

        Waarom, meneer Mertens?

        Omdat ik uw eentonige mantraatjes vol Belandahaat door de jaren heen al zo vaak heb gelezen en omdat u doof en blind blijkt te zijn voor ieder tegen geluid. U sluit zich af voor alles wat niet in uw smalle denkraam past. Waarom zou ik mij inspannen om een fatsoenlijke discussie met u aan te gaan?

  7. Henry van Amstel zegt:

    Ik zou op dhr Mertens gewoon niet meer reageren…

    • Pierre de la Croix zegt:

      Dat lijkt mij een goed advies, meneer Van Amstel. De goede man zit zo vastgeklonken aan zijn idee fixe dat iedere poging tot redelijke gedachtenwisseling gedoemd is te stranden, in goed pasar Maleis “pertjoema”.

      • R.L. Mertens zegt:

        @PierredelaCroix/vanAmstel; ‘smalle denkraam etc.’- Mijn denkraam is vooral gebaseerd op (opgetekende ) getuigenissen(!) al vanaf de tijd, dat de JP.Coen op Banda(!) huishield; Zoals bewindvoerder VOC. Laurens Reael die zijn brute optreden hekelde. Echter zijn protest werd overschreeuwd door zgn. nationalistische helden, die toen en gedurende hele ‘koloniale periode tot aan 1949’ onze vaderlandse geschiedenis bepaalden; met kretologieën van: daar werd iets groots verricht tot aan; voor rust en orde! Lees EvanVugt; Roofstaat! Gelukkig voor de geschiedschrijving ( wat werkelijk is geschied) zijn er nu jonge historici, die in zaken duiken wat voorheen is verdonkermaand! Zoals na de Belg van Reybrouck ; Revolsi , nu Anne Lot Hoek; wat er nou precies op Bali is gebeurd. Gruwelen door onze troepen bedreven, die nazi/nippon misdaden zelfs overtreffen! Gevangenen, die op een blote(!) stroomdraad moeten blijven bijten, waarna door inschakelen van stroom de tanden uit de mond knalden…. Getuigenissen van Knil soldaten; ‘ga maar plassen en dan knal je hem neer’. Want na ca 10.000 gevangenen is er verder geen plek in die overvolle gevangenissen. Bestuursambtenaar S.Lijfhout ( uit zijn door de kinderen gevonden logboek) die wanhopig probeerde zijn meerdere en kennissen uit zijn verzet tegen de nazi in Holland, op de hoogte bracht; ‘dat het Nederlandse gezag zich slechts op Bali handhaafde als een politiestaat’! Reybrouck constateerde het reeds, dat Nederland totaal geen historisch besef had- zie ook de enquête resultaat. Maar ook is aangetekend; het onroerende verhaal van de veteraan, die uit wroeging later terug reisde naar Bali en op het graf van de tegenstander zijn excuses aanbood. – Ik bracht tijdens de lezing in het Spui 25, A’dam mijn boek mee; Gadjah Merah op Bali en Lomboek 1948 uitgave Kolff & Co; heldhaftige mannen die door lachende Balinezen werden ontvangen; ‘nog voordat wij landen, hesen de inwoners al onze driekleur!! De bevolking, die voor eigen vrijheid(!) opkomt en landmijnen, geweren, mitrailleurs ja zelf loslopende terroristen(!) bij ons inleverde’!!!
        – Eentonige mantraatjes? En nu… uit uw denkraam…?

  8. kalemol zegt:

    Fijn dat u komt met het bombardement op Rotterdam. Daar was ik niet bij. Heb ik mijn twijfels dat dit bombardement er echt is geweest? Nee natuurlijk. Grappig dat u zoiets tastbaars vergelijkt met een speldje-verhaal waarvan verschillende versies de ronde doen en geen materiële getuigenissen van bestaan.

    • R.L. Mertens zegt:

      @kalemol; ‘geen materiële getuigenissen etc.’- Hoezo materieel; een foto van die katjong, die het speldje niet door zijn keel kreeg? Maar wel de menselijke getuigenissen! Van velen, die het met veel bravoure vertelden. Zelfs van veteranen aan boord naar Holland in december 1949, waarbij toehoorders met elkaar in discussie gingen/ruzieden; over helden in die ‘politionele oorlog’.

      • kalemol zegt:

        Natuurlijk. Mensen praten elkaar niet na, scheppen niet op, alles wat ze zeggen is betrouwbaar. Hoeveel mensen zeggen niet zeker te weten dat er een hiernamaals is?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s