Soekarno: terrorist of vrijheidsstrijder?

In Nederland roept Soekarno, de eerste president van Indonesië, nog steeds woede en haat op. Volgens historici is dat ingegeven door vijandschap en desinformatie. Maar hoe moet Soekarno dan wél worden gezien?

President Soekarno van Indonesië tijdens zijn bezoek aan Washington. 16 mei 1956.

Door Niels Mathijssen

Huib van Mook klonk zeker van zijn zaak. De hoogste Nederlandse koloniaal bestuurder had zich in een radiorede vanuit Australië op 16 augustus 1945 gericht tot de bevolking van de Indonesische archipel.

De Japanners hadden zich een dag eerder overgegeven en zo was er ook in Azië een einde aan de Tweede Wereldoorlog gekomen. Nu de bezetting van Nederlands-Indië na drieënhalf jaar voorbij was, zouden de Nederlandse koloniale autoriteiten spoedig hun taak hervatten, verzekerde Van Mook. Daarbij waren er vast moeilijkheden te overwinnen, maar waarom somberen in tijden van zulke ongekende vreugde? ‘We gaan iets nieuws beginnen’, klonk het vol vertrouwen.

Eigenlijk was er maar weinig aanleiding voor deze zelfverzekerdheid. Van Mook en andere Nederlanders buiten Indonesië hadden geen enkel idee wat de precieze situatie ter plaatse was. Nadat het koloniale regime volledig was overrompeld door de Japanners, in maart 1942, was een deel van de Nederlandse elite gevlucht naar Australië. Hiervandaan was voortdurend geprobeerd informatie te verzamelen over de omstandigheden op Java en andere eilanden, maar dat was nauwelijks gelukt. Radio-uitzendingen vanuit Indonesië werden onvolledig opgevangen, op kranten en ander drukwerk kon geen hand worden gelegd.

De karige informatie die wel voorhanden was, gaf op z’n zachtst gezegd een vertekend beeld. Zo vertelde een gevluchte KNIL-officier dat de meeste Indonesiërs het Nederlandse koloniale gezag steunden. Van Mook en collega’s zullen het met graagte hebben aangehoord. Ook werd gemeld dat verschillende Indonesische intellectuelen zich hadden ingelaten met de Japanners – dat gold dan in het bijzonder voor de nationalist Soekarno. Deze informatie klopte dan weer wel, maar de bewering uit verdere inlichtingen, dat Soekarno maar weinig geliefd was onder de Javaanse bevolking en zelfs gehaat werd, was weinig accuraat. Maar feit of fictie, de Nederlanders moesten het met deze flarden informatie doen.

Een paar dagen na zijn radiorede kreeg Van Mook een papier in handen gedrukt. Daarop stond de tekst die Soekarno had uitgesproken op 17 augustus 1945, waarmee hij de onafhankelijkheid van Indonesië had uitgeroepen – volgende week 75 jaar geleden. ‘De laatste wanhoopskreten van de zich verloren wetende Soekarno’, schreef Van Mook in de kantlijn van het document. Het was een onderschatting. Hij was niet de enige, veel andere Nederlanders konden zich eveneens niet voorstellen dat de uitgeroepen Indonesische Republiek daadwerkelijk een feit was. In kranten werd bericht over ‘de zogenaamde republiek’, of werd het woord ‘republiek’ van aanhalingstekens voorzien. Hoe serieus was dit alles nou helemaal?

Dat laconieke oordeel kalfde af toen er steeds meer duidelijkheid kwam over wat er in Indonesië aan de hand was. Half september verschenen er berichten in Nederlandse kranten over een chaotische toestand op Java. De sfeer was nerveus. Indonesische terroristen zouden wapens verzamelen. Er waren onlusten in Batavia. ANP-journalist Robert Kiek schreef over kampen waarin Nederlanders tijdens de Japanse bezetting onder barre omstandigheden waren geïnterneerd. Onder meer in de Volkskrant en Trouw werd bericht dat er nog steeds duizenden uitgemergelde Nederlandse vrouwen en kinderen in zulke kampen verbleven. Kiek maakte verder melding van rood-witte vlaggen die aan gebouwen hingen en leuzen op muren die de vrijheid van Indonesië bejubelden.

In oktober 1945 volgden berichten over anarchie op Java en dodelijk geweld in Soerabaja. Volgelingen van Soekarno zouden in die stad en in Bandung de macht hebben overgenomen en ‘Europese vrouwen’ in kampen gijzelen. Dat Soekarno via de radio Indonesiërs tot rust maande, zal bij de meeste Nederlanders weinig indruk hebben gemaakt. Meerdere kranten schreven dat de Indonesische president toegaf te hebben samengewerkt met de Japanners. Redacteuren gingen zich te buiten aan verwensingen – Jappenvazal, Quisling, de Indische Mussert. Op 4 december drukte de Volkskrant een foto af van Soekarno, met als onderschrift: ‘De brutale mond van Hitler, de kaak van Mussolini en de methodes van de Japanse krijgsheren.’

De kwalificaties die de Indonesische leider in de Nederlandse pers ten deel vielen, typeren de geest van de zomer van 1945. Historicus Peter Romijn beschrijft in zijn boek De lange Tweede Wereldoorlog dat Nederland in die eerste naoorlogse maanden hevig in de ban was van goed en fout. Aan de ervaring van de Duitse bezetting ontleenden de Nederlanders een vernieuwd nationaal zelfbeeld, met goed burgerschap en respect voor vrijheid en recht als belangrijkste normen. ‘Groepen die een bedreiging vormden voor deze hervonden eenheid dienden gewantrouwd en bestreden te worden’, vertelt Romijn. ‘Dat waren in de eerste plaats NSB’ers. Ook merkten veel Nederlanders communisten aan als een latent gevaar. De Indonesische nationalisten werden gezien als bedreiging voor het in stand houden van het koloniale rijk, en dus eveneens als vijand bestempeld.’

Romijn, hoofd onderzoek van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), stelt dat de Duitse bezetting in die periode nog in al haar hevigheid nadreunde. ‘Er was nauwelijks ruimte voor nuancering, integendeel.’ In heel Europa werden rechtszaken gevoerd tegen collaborateurs. ‘In Nederland begon het proces tegen Mussert. Dat Soekarno met hem vergeleken werd, was dan ook een gemakkelijk frame. Voor Nederlanders waren de Japanners evenzeer de vijand als de Duitsers, Indonesië werd door de meesten gezien als Nederlands grondgebied.’ De Nederlandse context van de Duitse bezetting werd zo zonder aarzelen over de Aziatische situatie geschoven. Soekarno was fout en daarmee was alles gezegd. De Nederlandse regering weigerde in de eerste maanden na de Japanse capitulatie dan ook met hem te onderhandelen: met landverraders werd geen zakengedaan.

Het beeld van Soekarno als collaborateur klonk nog decennia door. In de eerste plaats in de geschiedschrijving. Zo oordeelde Loe de Jong in deel 11B van Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog uit 1985 dat ‘Soekarno’s verregaande collaboratie’ een feit was geweest. Hij kreeg kritiek op dat oordeel van deskundige meelezers, maar bleef toch bij zijn mening. De Jong had deze kwalificatie ook gebruikt in de eerdere delen over bezet Nederland. ‘Ik kan mij de luxe van twee normenstelsels niet veroorloven’, vond de historicus.

In de enige Nederlandstalige biografie van de Indonesische leider, uit 1999, stelde Lambert Giebels dat Soekarno’s handelen ‘in geallieerde ogen niet anders dan collaboratie kon lijken’. De biograaf deed weinig moeite die kijk echt bij te stellen. Jan Blokker schoof in een Volkskrant-recensie zijn teleurstelling hierover niet onder stoelen of banken. ‘Giebels geeft niet echt thuis’, concludeerde hij. Ook hoogleraar koloniale geschiedenis Remco Raben recenseerde de biografie. ‘Giebels bekijkt Soekarno in hele Nederlandse termen’, vertelt Raben. ‘Dat is niet vreemd, hij leunde vooral op Nederlandse bronnen.’ Een Nederlands perspectief komt ook terug in andere documenten – van overheidsrapporten tot persoonlijke herinneringen.

In brieven en dagboeken van Nederlandse soldaten die tussen 1945 en 1950 in Indonesië vochten, wordt de Indonesische leider bijvoorbeeld ook veelvuldig een collaborateur genoemd. Daarnaast worden Indonesiërs in deze egodocumenten voortdurend als terroristen beschreven, een aanduiding die in deze periode volgens hoogleraar geschiedenis van de internationale betrekkingen Beatrice de Graaf ook lustig door politici en journalisten werd gebruikt. ‘In rapporten van de krijgsmacht gebeurde dat eveneens. Het was echt een gangbare term’, vertelt De Graaf. Uit de serie Onze jongens op Java van Coen Verbraak uit 2019, waarin een aantal veteranen vertellen over hun oorlogservaringen, blijkt dat soortgelijk taalgebruik nog altijd springlevend is. En Soekarno wordt meer verweten dan alleen collaboratie of terrorisme.

In 2018 schreef Leo de Coninck, oud-directeur van stichting Pelita voor Indische oorlogsslachtoffers, dat Soekarno verantwoordelijk was voor de dood van een kwart miljoen rōmusha, arbeiders die tijdens de Tweede Wereldoorlog onder erbarmelijke omstandigheden door de Japanners te werk werden gesteld. Historica Anne-Lot Hoek schreef vorig jaar in de NRC dat veteranen die zij sprak nog steeds in woede ontstaken bij het horen van de naam Soekarno. Zij verweten hem schuld aan ‘de Bersiap’, zoals de periode na de onafhankelijkheidsverklaring in Nederland wordt genoemd, waarin onder meer (Indische) Nederlanders en Chinezen op vaak wrede wijze werden vermoord door Indonesische jongeren.

Uit recente tweets van de Federatie Indische Nederlanders (FIN) blijkt dat zij Soekarno vergelijkbare verwijten maken. Het ressentiment dat uit deze berichten spreekt is opvallend groot. Soekarno werd onlangs afgebeeld als misdadiger, met een zwarte balk voor zijn ogen. Goed om hierbij te benadrukken dat Indisch Nederland gemêleerd en divers is en vele organisaties kent. Hoewel de naam anders doet vermoeden, is FIN in dit Indische landschap een kleine speler die relatief veel media-aandacht genereert.

De Indonesische historicus Bonnie Triyana, werkzaam voor het Rijksmuseum, vroeg zich vorig jaar in de NRC af waarom Soekarno na al die jaren hier nog zo gehaat wordt. Een deel van het antwoord ligt volgens hem in het feit dat veel Nederlanders nog altijd worstelen met het koloniale verleden. Zo sprak hij voor zijn werk een man die hem plompverloren meedeelde dat Soekarno een terrorist was. ‘Hij had de soldatenbrieven van zijn overleden vader gelezen en had dat daaruit opgemaakt. Ik denk dat veel Nederlanders getraumatiseerd zijn, onder andere omdat zij zich gedwongen voelden uit Indonesië te vertrekken. Voor hen is Soekarno de personificatie van een pijnlijk en beladen verleden. Maar die personificatie vind ik onterecht. Het Nederlandse beeld van Soekarno is verwrongen door vijandschap en desinformatie.’

In Nederland is het handelen van de Indonesiërs bijzonder onderbelicht, signaleert historicus Ethan Mark, gespecialiseerd in moderne Aziatische geschiedenis en verbonden aan de Universiteit Leiden. Hij stelt dat wie Soekarno echt wil begrijpen vanuit een Indonesische blik moet kijken, simpelweg omdat Soekarno geen Nederlander was, maar een Indonesiër. ‘In andere Europese landen bestaat er naast de dominante versie van de geschiedenis een counter narrative’, vertelt hij. ‘Dat wordt verkondigd door gemeenschappen van oorspronkelijke bewoners uit de voormalige koloniën. In Frankrijk zijn dat bijvoorbeeld Algerijnen, in Engeland onder meer Indiërs en Pakistanen. Met zo’n counter narrative geven zij hun perspectief op het verleden. Dat is niet het dominante geschiedverhaal, maar het stuurt wel bij. In Nederland wonen weinig Indonesiërs. Zo’n alternatieve kijk op Nederlands-Indië of Soekarno hebben we hier dan ook niet. Indische Nederlanders dragen meestal juist het dominante geschiedverhaal uit. Denkbeelden over het koloniale verleden blijven in Nederland zo bijzonder eenzijdig en veranderen nauwelijks.’

Het valt Mark verder op dat de Japanse bezetting, maar vooral het geweld na de onafhankelijkheidsverklaring en het Nederlandse militaire optreden tussen 1945 en 1950, vaak geïsoleerd van het vroegere koloniale verleden wordt bekeken. Maar wie eerdere ontwikkelingen links laat liggen, kijkt met een gemankeerde blik naar deze gebeurtenissen. Want de rol van het Nederlandse koloniale bestuur raakt dan buiten beeld, terwijl dat leidend was in de koloniale samenleving. Het is alsof je alleen de middelste hoofdstukken uit een boek leest. Zeker vanuit Nederlands perspectief is Soekarno dan al snel de veroorzaker van veel kwaad en zijn (Indische) Nederlanders vooral slachtoffers. Maar om het handelen van Soekarno op waarde te kunnen schatten, moet dus verder in het verleden gekeken worden.

Politicoloog Herman Burgers beschrijft in De garoeda en de ooievaar dat verzet tegen de Nederlandse aanwezigheid in de Indonesische archipel er altijd was geweest. Verschillende bevolkingsgroepen en rijken keerden zich in de eerste drie eeuwen voortdurend tegen het koloniale gezag, wat telkens uitmondde in geweld. Maar in het begin van de twintigste eeuw ontstond voor het eerst een krachtige beweging die alle oorspronkelijke bevolkingsgroepen van de archipel als één natie zag, waarvoor zij de onafhankelijkheid opeisten. De levensloop van Soekarno zou bepaald worden door deze beweging en hijzelf zou er als geen ander zijn stempel op drukken.

Soekarno neemt deel aan een defilé op Java met onder anderen Japanse militairen tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië in 1944. [NIMH]

Soekarno werd op 6 juni 1901 geboren in Soerabaja. Zijn Javaanse vader behoorde tot de lagere adel en omdat hij schoolmeester was, had hij toegang tot het Nederlandstalige onderwijs. Soekarno doorliep lagere school en voortgezet onderwijs met succes en ging vervolgens studeren aan de Technische Hogeschool in zijn geboorteplaats. Tijdens zijn studie ging hij op kamers bij Omar Said Tjokroaminoto, een belangrijke leider van de vroege nationalistische beweging. Het betekende een grandioze introductie tot het Indonesische nationalisme. Tjokroaminoto was voorzitter van Sarekat Islām, de eerste massapartij van Indonesië, en Soekarno liet zich graag meevoeren naar partijbijeenkomsten. Ook gesprekken tussen intellectuelen van diverse snit die het huis van de nationalist Tjokroaminoto aandeden, wakkerden zijn politieke bewustzijn aan.

Na zijn afstuderen in 1926 werd Soekarno steeds actiever in de nationalistische beweging. In deze tijd formuleerde hij een aantal sleutelgedachten die zijn verdere politieke leven richting zouden geven. Hij beschreef in zijn eerste artikel voor het blad Indonesia Muda een synthese tussen nationalisme, islam en marxisme. Hiermee legde hij de kiem voor de latere staatsfilosofie van Indonesië. Kort daarna stelde de jonge nationalist in een vervolgartikel ‘dat alleen de eenheid ons eens tot de verwezenlijking van onze droom, tot het Indonesia Merdeka, het onafhankelijk Indonesië kan brengen’. Vrijheid door eenheid werd zijn leidmotief.

Soekarno was daarnaast weinig gecharmeerd van het westerse idee over democratie, dat volgens hem slecht paste bij de Indonesische cultuur. Hij zag veel meer in de Javaanse principes van mufakat en musyawarah. In zijn boek Mijn vriend Soekarno stelde Willem Oltmans in plat Amsterdams dat dit ‘ouwehoeren tot je het eens wordt’ betekent. Anders gezegd zijn de uitgangspunten hierbij overleg en consensus in plaats van confrontatie en conflict, zoals volgens Soekarno in westerse democratieën het geval is. In die tweede helft van de jaren twintig kwam zijn leiderschap tot wasdom, Soekarno bleek intelligent, geestelijk lenig en vooral een begenadigd spreker. Hij sprak zich steeds meer uit voor non-coöperatie. In tegenstelling tot nationalisten die via coöperatie met het koloniale bestuur tot zelfstandigheid wilden komen, vond Soekarno dat dit een doodlopende weg was.

De Nederlands-Indische regering ging zich vanaf de jaren dertig nog repressiever opstellen dan ze daarvoor al deed. Een aanvaring met Soekarno kon niet uitblijven. Er werd een rechtszaak tegen hem aangespannen omdat hij de Partai Nasional Indonesia had opgericht, een antikapitalistische onafhankelijkheidspartij. Hij werd in 1930 veroordeeld en moest een tweejarige gevangenisstraf uitzitten. Na zijn vrijlating steeg zijn populariteit tot ongekende hoogte. Het koloniale bestuur begon daarop te zoeken naar een aanleiding om de invloedrijke leider uit Java weg te krijgen. Die werd eind 1934 gevonden. Soekarno werd opnieuw veroordeeld, nu voor de publicatie van Mentjapai Indonesia Merdeka, een boekje waarin hij vol vuur de vrijheid van Indonesië bepleitte. De nationalistische leider werd verbannen naar Ende, op het afgelegen eiland Flores. In 1938 mocht Soekarno wisselen van banningsoord. Hij verhuisde naar Benkulen op West-Sumatra. Tijdens zijn reis ging de massaal toegestroomde bevolking op treinstations op de knieën om hem de traditionele eer te brengen.

Begin maart 1942 veranderde de situatie in Nederlands-Indië ingrijpend toen Japanse militairen het Nederlandse koloniale bestuur wegvaagden. Ethan Mark beschrijft in zijn boek Japan’s Occupation of Java in the Second World War hoe oprecht en alom de vreugde onder de Indonesiërs was over de komst van de Japanners. De Javanen zagen de Oost-Aziaten als bevrijders die hen verlosten van een wrede bezetter. De Indonesiërs keken nu vol verwachting uit naar een postkoloniaal tijdperk dat leek aan te breken. Hierin zou Indonesië terug moeten keren naar zijn prekoloniale wortels. Deze heroriëntatie moest gepaard gaan met al het goede dat de moderne wereld had voortgebracht. Oud en nieuw zouden Indonesië opstuwen tot ongekende hoogte.

Op uitnodiging van de Japanners keerde Soekarno terug naar Java. Net als andere Indonesiërs was hij diep onder de indruk van de nieuwe bezetter. Ook hij had niet verwacht dat de Nederlanders even eenvoudig als rücksichtslos aan de kant gezet zouden worden, en dan nog wel door een Aziatisch volk. Door die voortvarendheid krabden verschillende Indonesische leiders zich wel achter de oren: hoe was het mogelijk geweest dat 275.000 Nederlanders een bevolking van zeventig miljoen Indonesiërs zo lang onder de duim hadden weten te houden?

Soekarno trok hieruit een belangrijke les, die mede een verklaring biedt voor zijn opstelling tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij was ervan overtuigd dat het niet de Japanse wapens waren of hun industriële kracht die voor deze grote overwinning op de Nederlanders hadden gezorgd. Het kwam aan op karakter. De Japanners waren bereid om offers te brengen voor hun land, terwijl veel Indonesiërs onder invloed van de koloniale overheersing verwesterd, materialistisch en slap waren geworden. Als Indonesië een welvarend en sterk land wilde zijn dat op eigen benen kon staan, dan was het aan zijn landgenoten om zolang de oorlog duurde karakter te tonen, vond Soekarno.

De Japanners stelden dat zij de Indonesiërs naar een glorende Aziatische toekomst wilden leiden. De weg die voorlag zou niet gemakkelijk zijn, hadden zij daarbij gezegd. Maar in tegenstelling tot de Nederlanders zouden zij hen niet uitbuiten voor eigen gewin. Mark vertelt dat de Japanse bezetting een window of opportunity bood voor Soekarno en zijn landgenoten, iets waar ze alleen van hadden kunnen dromen. ‘Vooral in het laatste jaar zou het Japanse wanbeheer steeds duidelijker worden, met honger en armoede als gevolg. Maar in die beginperiode zag alles er rooskleuriger uit. Je moet begrijpen dat voor de Indonesiërs het schier onmogelijke was gebeurd. Als de Japanners de Nederlanders na ruim drie eeuwen zomaar uit hun kolonie konden wegvegen, dan was alles mogelijk.’

Over Indonesische onafhankelijkheid werd door de Japanners zelden publiekelijk gesproken. Maar tijdens privé-ontmoetingen gebeurde dat wel. Toen de Oost-Aziaten aan Soekarno voorstelden om met hen samen te werken en een vrij Indonesië in het vooruitzicht stelden, twijfelde hij dan ook niet lang. Soekarno geloofde daarbij heilig in de Japanse overwinning op de geallieerden. Hierin speelde ook mee dat Soekarno, net als vele andere Indonesiërs, gruwde bij de gedachte dat de Nederlanders terug zouden komen. Hoewel de Japanners geen haast maakten met de Indonesische onafhankelijkheid, bleef Soekarno geloof houden in die belofte. Zelfs in het laatste jaar, toen de Japanners zich ontpopten tot ordinaire imperialisten die Java volledig probeerden uit te knijpen, hield Soekarno geloof in een goede afloop. Hij moest wel. Een ander paard om op te wedden zag hij niet meer.

Maar onafhankelijkheid zou onder de Japanners niet komen. Onverwachts voor veel Indonesiërs gaven ze zich op 15 augustus 1945 onvoorwaardelijk over. Twee dagen later verklaarden Soekarno en medenationalist Mohammed Hatta Indonesië onafhankelijk. Dit gebeurde onder druk van Indonesische jongeren, die vóór alles vrijheid wilden. Soekarno werd president van een jonge republiek. In het dominante Nederlandse geschiedverhaal vormt deze gebeurtenis het begin van de Bersiap en daarnaast dat van een bloedige oorlog. Dit conflict werd uiteindelijk in het voordeel beslecht van de Republiek. Nederland erkende de Indonesische soevereiniteit in december 1949 en daarmee tandenknarsend Soekarno als staatshoofd.

Hoe zit het met de verwijten die Soekarno gemaakt worden, gezien deze geschiedenis? Opmerkelijk is dat Ethan Mark het begrip ‘collaboratie’ in zijn boek niet gebruikt. Hij stelt dat deze term primair van toepassing is op de Tweede Wereldoorlog in Nederland en een ronduit negatieve connotatie heeft. ‘In de geschiedschrijving over Nederlands-Indië wordt dit begrip ook helemaal niet gebruikt. Er wordt gesproken over coöperatie of non-coöperatie.’

Mark stelt dat het veel logischer is om die termen ook voor de jaren van Japanse bezetting aan te houden. NIOD-historicus Peter Romijn is het daarmee eens. Hij vult aan dat het gebruik van de term collaboratie indertijd vooral werd doorgetrokken van de Nederlandse naar de Indonesische context om het vrijheidsstreven van de Indonesische nationalisten te delegitimeren en het Nederlandse afwijzen van onafhankelijkheid te rechtvaardigen.

In zijn boek schetst Mark hoe de Japanners steeds meer gingen eisen van de Indonesische bevolking – meer rijst, grondstoffen en mankracht. Oktober 1943 was hierin een keerpunt, toen de Japanners de druk begonnen op te voeren. Aanvankelijk werden Indonesische arbeiders gevraagd zich vrijwillig op te geven, later was enkel nog sprake van dwang. Daarbij werden dorpshoofden gedwongen mannen en vrouwen te selecteren en waren ook andere Indonesische functionarissen betrokken. Hoeveel rōmusha er zijn omgekomen is onduidelijk, het aantal van driehonderdduizend is het meest gangbaar. ‘Dat Soekarno propaganda maakte om rōmusha te werven is pijnlijk’, zegt Mark. ‘Maar besef dat de Japanse uitbuiting langzaamaan erger werd, er was geen harde overgang. Bovendien past dit ook bij het idee dat offers brengen onontkoombaar was. Ik denk dat Soekarno niet heeft beseft dat er zoveel doden zouden vallen. Maar fraai is het allerminst.’

Bonnie Triyana wijst op de autobiografie van Soekarno, die de Amerikaanse journaliste Cindy Adams voor hem schreef. ‘Hij steekt daarin de hand in eigen boezem wat betreft de rōmusha. Waarom wordt deze kwestie hem nog altijd nagedragen door Nederlanders? Het heeft iets hypocriets dat Nederlanders Soekarno verwijten maken, terwijl ze zelf eeuwenlang Indonesiërs gruwelijk onderdrukt en uitgebuit hebben, met vele doden als gevolg.’ Om een beeld te geven: Remco Raben stelt het aantal Indonesische slachtoffers van het Nederlandse kolonialisme in een voorzichtige schatting op zeshonderdduizend tot één miljoen, Piet Hagen noemt in zijn boek Koloniale oorlogen in Indonesië uit 2018 een aantal van drie tot vier miljoen Indonesische doden door Nederlands geweld.

De betrokkenheid van Soekarno bij de Bersiap is onderwerp van debat. Het is duidelijk dat hij heeft geprobeerd de Indonesische jongeren die hierbij betrokken waren tot rust te manen. Herman Bussemakers en William H. Frederick beweerden dat de Indonesische regering (Indische) Nederlanders in kampen gijzelde. Mary van Delden duidde in haar promotieonderzoek juist dat het om beschermingskampen ging. In een interview met geschiedenistijdschrift Kleio uit 2018 vertelde historica Esther Captain dat er nog altijd geen consensus is over deze kwestie. Captain leidt de deelstudie over deze periode in het grote onderzoek naar het Nederlandse militaire optreden tussen 1945 en 1950. Mogelijk geven de resultaten, die volgend jaar gepu-bliceerd worden, meer duidelijkheid over de kwestie. Ethan Mark stelt evenwel dat deze periode, hoe dit oordeel ook uitvalt, ontegenzeggelijk een gevolg was van het Nederlandse kolonialisme.

Mark wijst naar het beleid dat drie raciale groepen onderscheidde: Europeanen – waaronder Nederlanders – Vreemde Oosterlingen en Inlanders. De eerste groep stond bovenaan de koloniale ladder, de laatste onderop. Indische Nederlanders met een gemengde afkomst die geciviliseerd genoeg werden geacht, kwamen in aanmerking voor een Europese status. Hierdoor wilden zij vaak niets weten van hun Indonesische familieleden in de kampongs. ‘Dit raciale beleid zorgde voor veel vijandigheid in de kolonie’, zegt Mark. ‘Zonder twijfel hebben de Japanners hun best gedaan om de Indonesische bevolking te herinneren aan het onrecht van de Nederlanders. Ook speelde de angst voor herkolonisatie mee. Maar de Nederlanders hebben zelf de basis gelegd voor de dynamiek die ontstond.’

President Soekarno met een van zijn echtgenotes, Jakarta, 1961 [Presser/MAI]

Het mag duidelijk zijn dat het lastig vol te houden is dat Soekarno een collaborateur was. Hoe hem dan wel te zien?

De Canadese historica Su Lin Lewis vertelt dat Soekarno een revolutionair leider was, zoals er meer waren in het Afrika en Azië van de jaren veertig en vijftig. ‘Hij hoort echt in het rijtje van de Egyptische president Nassar en de Indiase premier Nehru’, zegt Lewis, die onderzoek deed naar Afrikaans-Aziatische netwerken in de jaren vijftig. ‘In die periode waren er veel contacten tussen leiders uit deze twee continenten. Het hoogtepunt daarvan was de Bandung-conferentie in 1955. De staatshoofden die zich hier verzamelden, waren allemaal in opstand gekomen tegen koloniale machten. Met deze conferentie lieten zij zien dat de colour bar, die onder de koloniale overheersing nog zo rigide was, nu was doorbroken. Een bijzonder moment, met gastheer Soekarno als het absolute middelpunt.’

De Indonesische onderzoeker Justin Wejak maakt een andere vergelijking. In een onderzoeksartikel stelt hij het redenaarstalent en charisma van Soekarno op gelijke hoogte met dat van onder anderen Nelson Mandela. Een bijzondere vergelijking in Nederlands perspectief. Mandela geldt hier niet alleen als de ultieme vrijheidsstrijder, maar ook als moreel geweten. Maar beide leiders hebben meer gemeen, vindt Bonnie Triyana. ‘Ze streden met volharding tegen een racistisch regime, dat hun fundamentele rechten ontzegde en voor langere tijd gevangen zette. Beiden weigerden toe te geven aan hun onderdrukker en waren bereid offers te brengen. Uiteraard zijn er ook verschillen en is de historische context anders. Maar als je Soekarno dan toch wil afzetten tegen iemand, dan is Mandela treffend gekozen.’

‘Kolonialisme gedijt alleen bij een dubbele moraal’, zegt Remco Raben. ‘Omdat Soekarno onderdeel is van onze eigen koloniale geschiedenis en Mandela niet, beoordelen we hen verschillend. Als we Soekarno ontdoen van ons koloniale perspectief, kan hij niet anders gezien worden dan als een vrijheidsstrijder.’

Soekarno’s levenswerk was geenszins voltooid met het einde van de oorlog, eind 1949. Nederland liet weliswaar het grootste deel van de Indonesische archipel los, maar hield Nieuw-Guinea als bezit. In Soekarno’s idee van nationale eenheid hoorde dit gebied ook bij Indonesië. In het begin van de jaren vijftig werd deze claim kracht bijgezet via diplomatieke weg, later werd de druk opgevoerd en dreigde zelfs een militaire confrontatie. Door aandringen van met name de VS gaf Nederland in 1962 het bestuur van Nieuw-Guinea op. Het land kwam een jaar later officieel bij Indonesië, dat zich nu uitstrekt van Sabang, in het meest noordwestelijke puntje van Sumatra, tot Merauke, in zuidoostelijk Nieuw-Guinea. Soekarno had zijn ultieme doel bereikt.

Su Lin Lewis wil nog wel een aantal kritische kanttekeningen plaatsen, onder meer bij het vergelijken van Soekarno met andere revolutionaire leiders. ‘Daarmee kom je al snel in het stramien van Grote Mannen-geschiedenis. Dat is onterecht, ook bijvoorbeeld vrouwen en studenten waren belangrijk voor nationalistische bewegingen.’ Lewis wijst daarnaast op een keerzijde van het streven van Soekarno naar een eenheidsstaat. ‘Een gevolg is dat er absoluut geen ruimte was voor andere geluiden. Soekarno drukte meerdere onafhankelijkheidsbewegingen stevig de kop in. Ook zagen de Papoea’s van Nieuw-Guinea hem absoluut niet als bevrijder.’

Ook op andere vlakken is Soekarno’s presidentschap allerminst onbesproken. Aanvankelijk was Indonesië een parlementaire democratie naar westerse snit. Maar Soekarno vond dat Indonesië steeds verder in een democratisch moeras terechtkwam. Hij had zijn geloof in mufakat en musyawarah nog steeds niet verloren en in 1957 trok hij de macht naar zich toe. Hij introduceerde demokrasi terpimpin – ‘geleide democratie’ – die beter bij de Indonesische politieke cultuur zou passen. Voortaan moesten de vier grote politieke partijen door middel van overleg overeenstemming vinden over het te voeren beleid. Daarnaast kwam er een nationale raad waarin verschillende groepen zetelden – arbeiders, vrouwenorganisaties, religieuze groepen, het leger, enzovoort.

Ondanks deze systeemwijziging lukte het Soekarno niet om stabiliteit te brengen. Deze periode moet gezien worden in de context van de Koude Oorlog, waarin de Verenigde Staten zich steeds meer heimelijk gingen bemoeien met Indonesië, in oppositie van Soekarno. Het Indonesische leger en de communisten raakten steeds verder verwikkeld in de strijd om de macht. Militaire leiders wonnen daarbij aan invloed. De laatste jaren van zijn presidentschap verliepen in chaos – er waren de poging tot een staatsgreep, de massamoord op communisten en studentenprotesten. In 1967 nam generaal Soeharto definitief de macht over. Soekarno werd onder huisarrest geplaatst, waarbij hij onder permanente bewaking stond. Op 21 juni 1970 stierf de eerste Indonesische president een roemloze dood.

Soekarno had geen schoon blazoen, hem valt genoeg te verwijten. Maar een beoordeling van hem hangt vooral samen met hoe het Nederlands kolonialisme wordt gezien. Een ieder die tot de conclusie komt dat dat werd gekenmerkt door racisme, onderdrukking en uitbuiting kan niet anders dan erkennen dat de strijd tegen het Nederlandse koloniale bestuur volledig gerechtvaardigd was. Met die vaststelling is Soekarno niet anders te zien dan als antikoloniale vrijheidsstrijder. Sommige historici zullen hier wellicht een moreel oordeel in zien en herhalen dat ze daar wars van zijn. Maar zelfs als Soekarno in zijn historische context wordt geplaatst, blijft dat beeld overeind. Dat betekent nadrukkelijk niet dat er geen ruimte moet zijn voor ervaren leed uit een pijnlijk verleden. Maar de blik op dat verleden verandert en ook de geschiedschrijving doet dat, langzaamaan, maar toch.

 

 

Dit artikel verscheen eerder in De Groene, 12 augustus 2020

Dit bericht werd geplaatst in 9. Java Post. Bookmark de permalink .

41 reacties op Soekarno: terrorist of vrijheidsstrijder?

  1. Ziska Kountul-Loth zegt:

    Voor Indonesia vrijheidsstrijder. Zo zie ik hem ook . De. Pancasila door hem en Hatta bedacht is belangrijk voor Indonesi..

    Verstuurd vanaf mijn iPhone

    • RLMertens zegt:

      @NielsMathijssen; ‘geen schoon blazoen etc.’- En Willem van Oranje? Boeng was/is onmiskenbaar de vrijheidsstrijder. Lees zijn eigen pleidooi voor de Landraad van Bandoeng dd.2/12’1930; Indonesië klaagt aan! Een magistrale uiteenzetting van het leed der Inlanders; ‘niet slechts een mensch, niet slechts een volk, zelfs een wurm wringt zich als het pijn voelt’! Hem een collaborateur noemen getuige van eigen stupiditeit nl. van hem te verwachten, dat hij zich tegen Japan zal keren. Om in het gevlij van de koloniale macht te komen? Over collaboratie gesproken; heel het Nederlands bestuur heeft in de nazitijd gecollaboreerd!

    • Arthur Olive zegt:

      Dit is een reactie op wat de heer Zitman heeft ingezonden.

      De declaration of independence voor Indonesia was inderdaad op 17 augustus 1945.
      Soekarno noemde het echter “Proclamasi” en dat was het niet, het was een declaratie omdat Indonesia nog een onherkenbaar nieuw land was dat geen officieele authoriteit had om een proclamatie aan te kondigen.

      Nederland had officieel controol over Indie en daarom kwam de proclamatie om Indonesia vrijheid te geven pas op 27 december 1949 met de Nederlandse proclamatie.

      • Jan A. Somers zegt:

        “met de Nederlandse proclamatie.” Dat was geen proclamatie, maar een Nederlandse goedkeuringswet volgend op een grondwetswijziging, waarmee een internationaal verdrag, de akte van soevereiniteitsoverdracht, kracht van wet kreeg. Vanwege alle toeters en bellen in de Grote Kerk in Amsterdam leek het overigens wel op een proclamatie. Met een dankjewel van Moh. Hatta.

      • RLMertens zegt:

        @ArthurOlive: ‘proklamasi etc.’- Proclamatie= uitroepen, openlijk afkondigen! Declaratie etc. = opgave van onkosten! Echter de Republiek moest nl. betalen! -‘ Nederland had een officieel controle’ – Na de overgave aan Japan? En na 15/8-’45 was Nederland in geen velden te bekennen.- ‘pas op 27/12-’49 etc.’- Toen werd Nederland ‘als officiële verliezer’ van de politionele acties door de VN aangemerkt.

  2. Dominicus zegt:

    Inderdaad…Willem van Oranje; terrorist of vrijheidstrijder?

  3. Roger Thomas Historicus Zuidoost-Azie zegt:

    In het artikel over Soekarno wordt zijn idee van democratie beschreven. In Indonesie gaat het om consensus zoeken waarbij alle partijen betrokken worden. Dit gaat terug naar het Javaanse dorp. Toch heeft Soekarno vaak gekozen voor een ander politiek systeem dat hij Geleide Democratie noemden. In een land met vele ethnische groepen is democratie een ingewikkeld systeem.Of Soekarno een echte democraat was is onduidelijk.
    Leestip: Indonesie, kolonialisme,onafhankelijkheid en neo-kolonialisme van Prof Jan pluvier.
    Hoofdstuk 4 over de parlementair-democratische periode en hoofdstuk 4 Het Nasution-soekarno- regime. Enkele militaire coups in de buitengewesten bedreigden de stabiliteit van Indonesie.
    Dit boek is nog te vinden in universiteitsbibliotheken en via internet.Daarnaast een recenter boek, Zuidoost-Azie, een eeuw van onvervulde verwachtingen, uit 1999,van Jan Pluvier is nog steeds te koop via internet.
    – Roger Thomas, historicus Zuidoost-Azie –

  4. j.w.hoegen zegt:

    Het was een opportunist , ja .Wel een aardige man die de Nederlanders heel goed begreep .
    En Anneke Gronloh in zijn onderkomen wilde omtvangen .
    Toch .

    • Jan A. Somers zegt:

      Volgens wilde verhalen zou hij graag Koningin Wilhelmina hebben ontmoet. Staatshoofden onder elkaar, die eventjes de Indië/Indonesiëkwestie zouden oplossen.

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘staatshoofden onder elkaar etc.’- Koningin Juliana was voor(!) de onafhankelijk van Indonesië. Ruziede met Drees sr. en Beel erover. (zie tv.doc. Juliana) Trok toen ook al aandacht met haar Kerstboodschap; door ook de zegen te vragen voor onze jongen en…hen, die tegenover onze jongens stonden!

      • Jan A. Somers zegt:

        Koningin Wilhelmina was toen staatshoofd. En die hield zich aan de vooroorlogse afspraken over de onafhankelijkheid. Als staatshoofd was ze daaraan gebonden.

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘vooroorlogse afspraken etc.’- die waren in sept.1941 al achterhaald(!) door ondertekening(!) van het Atlantisch Handvest; elk volk heeft het zelfbeschikkingsrecht(!) USA verzocht deze boodschap aan alle ‘gekoloniseerde landen’ door te geven. Als staatshoofd moest zij opzeggen/voorlezen dat van Mook, het door min.Soejono vurig bepleitte zelfbeschikkingsrecht totaal negeerde in de HM 7 dec.1942 rede. Vandaar mi. ook de proklamasi 17/8-’45, omdat van Nederland niets meer te verwachten viel. En terecht, want al in het eerste gesprek op aandrang van de Britten, met de Republiek ; vdPlas-Hatta 4/10’45; geen merdeka! Soekarno kondigde 5/10’45 een voedsel boycot af! Dus amok=bersiap! (gevolg heeft altijd oorzaak!)

      • Arthur Olive zegt:

        “Gevolg heeft altijd oorzaak”
        Was u dat jongetje die in de Bersiap tijd achter die verkrachters en moordenaars van vrouwen en kinderen aanliep al schreeuwende “eigen schuld dikke bult”?

  5. Jan A. Somers zegt:

    Soekarno was voor mij een groot politicus. Idealist met een visie, welbespraakt, geliefd (ook onder vrouwen, zelfs gedurende zijn ballingschap). Maar een slechte bestuurder. Hij vergat dat je als staat verantwoordelijk bent voor veiligheid, rust en orde voor alle op dat territoir levende burgers. En dat je daar de politie voor hebt als handhavend orgaan. In plaats daarvan maakte hij een lange treinreis over Java, om zich overal als nationalist te laten toejuichen. Zie Javapost, De vrijheidstrein
    Geplaatst op 5 maart 2012. Besturen is meer dan bezorgd zijn over de bersiap. En niemand onder zijn adviseurs durfde te zeggen: doe er wat aan. Hij liet toe dat zijn volk opgehitst werd.

    • RLMertens zegt:

      @JASomers; ‘verantwoordelijk bent voor de veiligheid etc.’- Al op 9/10’45 schreef Soekarno aan de Britse gen.Christensen, dat alle ( Indo) Nederlanders omringt zijn door Indonesiërs! Hij vroeg zich af wie hun veiligheid kan garanderen wanneer de massa(!) hysterie los barst! (zie M.Delden; de Republikeinse Kampen) Ook Sahrir, Hatta riepen op- zie hun geschriften! Maar Nederland’s provocatief(!) beleid bleef aanhouden; Soekarno voor het tribunaal, een collaborateur, geen gesprek met de Republiek; een Japans maaksel etc. Van Mook constateerde de gevaren (zie zijn boek 1949;’ gedeeltelijk als gevolg van de tot kookhitte gestegen onafhankelijkheidsdrift, die ook de de kalmer en bezadigde lieden meesleepte,’ In een gesprek, te Singapore 10/11 okt.’45 met Mountbatten stelde deze de voorwaarde tot een politiek gesprek met de Republiek! Van Mook legde het voorstel voor aan onze regering …. op 1 nov.’45 volgde zijn gesprek met Soekarno. Waarna van Mook door den Haag onmiddellijk werd gedesavoueerd! En de troepen aanvoer bleef aan…..Het is door ons(!) beleid, dat bersiap uitbarstte! En dat ten koste van vooral hen, die buiten de kampen verbleven! – Die lange treinreis maakte hij om zijn volk te mobiliseren! En hij verkreeg die steun, gezien het enthousiasme!

      • Jan A. Somers zegt:

        “Wie hun veiligheid kon garanderen?” Soekarno had de beschikking over een goed georganiseerde politie en de PETA. Maar de politie deed niets, keek ernaar.(Interview Hario Kecik in de Volkskrant) en de PETA ook niet. De Japanners hadden het gezag goed in handen. Totdat ze naar huis mochten van een hoge Nederlandxse marineofficier: De hel brak los.
        “Gezien het enthousiasme”. Ja, terwijl overal de roofmoorden tierden!

      • Jan A. Somers zegt:

        “zie M.Delden; de Republikeinse Kampen” Mijn moeder en zus zijn in Soerabaja, in november 1945, weggevoerd met onbekende bestemming. Voor hun veiligheid! Terwijl ze beter hadden kunnen worden overgedragen aan de Brits-Indische troepen, een paar wijken verder. Maar van hot naar her versleept tot in Midden-Java, met de nodige slachtoffers. Pas in juni 1946 door bemiddeling van het Rode Kruis vrij gekomen. Zelf in de Werfstraatgevangenis. moest met grof geweld worden bevrijd.

      • RLMertens zegt:

        @JASomers;’het Republikeins gezag etc.’- Het land verkeerde in een revolutie! Door toedoen van ons beleid(!); geen zelfbeschikkingsrecht alsmede provocaties! Het is toch inherent dat er zaken zijn die uit hand lopen door een meute belust op Belanda haat! Van Mook’s bemiddelingsgesprek , conform afspraak met de Britten, werd door den Haag gedesavoueerd> In zijn boek rept hij ook met geen woord meer over hen, die buiten de kampen gevaar liepen! We werden gewoon geslachtofferd. In Ambarawa werden de kampen zelfs aangevallen/beschoten! Ons huis/familie werd ontzien door bemiddeling van ons goed gezinde familie van mijn Javaanse oma. We hebben het zelf over ons afgeroepen!

      • Jan A. Somers zegt:

        “Het land verkeerde in een revolutie! ” Het land beschouwde zich als staat! Die verantwoordelijk is voor het welzijn van de burgers in die staat. En daar ook de mogelijkheden toe had.

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘als staat etc. ‘- Door verloochening van het zelfbeschikkingsrecht(inde 7 dec.1942 HM rede) en de drang naar merdeka werd de proklamasi 17/8’45 uitgeroepen! De Republiek/Soekarno begreep dat veiligheid voor inwoners/Nederlanders van belang was voor haar goodwill in het buitenland! Toen de furie van Belanda haat uitbrak, na Nederlandse provocaties, werden vele Indo/Nederlanders in kampen onder gebracht. De organisatie Popda werd daarmee belast. Door Nederland meteen als gijzelingskampen betiteld! Tot in 1947 deze kampbewoners door de Republiek(!) naar Nederlands gebied werden getransporteerd! Dus hoezo gijzelingskampen? Opmerkelijk is dat pal na het laatste transport ‘de 1e politionele actie’ werd ingezet! De Republiek (met zijn in de haast opgeroepen organisatie) heeft al het mogelijke gedaan om bloed vergieten tegen te gaan! Want ook zij begrepen dat hun revolutie de aandacht had van het wereld forum/VN!

      • Jan A. Somers zegt:

        “Republiek/Soekarno begreep dat veiligheid voor inwoners/Nederlanders van belang was voor haar goodwill” Er viel hier niets te begrijpen. Als je vindt dat je een staat of NLM bent, ben je gewoon verantwoordelijk voor het welbevinden van ALLE ingezetenen.
        “Tot in 1947 deze kampbewoners door de Republiek(!) naar Nederlands gebied werden getransporteerd! Dus hoezo gijzelingskampen?” Was de Werfstraatgevangenis dan geen gijzeling? (In de Engelse rapporten waren we hostages). Niks getransporteerd door de RI! Bevrijd door de 5th Indian Division! Waren mijn moeder en zus dan geen gijzelaars? “deze kampbewoners door de Republiek(!) naar Nederlands gebied werden getransporteerd” Niks! Onderhandelingen van het Rode Kruis, transport naar Semarang door RAPWI.
        ” heeft al het mogelijke gedaan om bloed vergieten tegen te gaan! ” Op welke manier (o.a. Goebengtransport)? Vraag maar eens bij de heer van den Broek naar de bersiapdoden in Soerabaja. Heeft u ze op Kembang Kuning zien liggen? Was er ook familie van u bij? Waarom niet naar Nederlands gebied gebracht, maar gewoon toegestaan dat ze vermoord werden? En hormat gebracht?

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘welbevinden van Alle gezindten etc.’- Van die Belanda’s, die ze dood wensten, na geen merdeka? U mag de hemel danken, dat u er levend vanaf bent gekomen! * ‘gijzelingskampen etc.’- Werden gijzelaars(= als borg vastgehouden) te ruil aangeboden? Onder Republikeinse geleide zijn ze juist naar Nederlands gebied getransporteerd. * goebeng transport etc.’- Uitgelokt door ons eigen beleid! Helfrich; ‘wat is het verlies van een vrouwen transport waard; dan het verlies van een geheel imperium?
        Alle bersiap ellende en daarna heeft Nederland over zichzelf afgeroepen! Ten koste van al die slachtoffers!

      • Jan A. Somers zegt:

        “van Alle gezindten” Eerst goed lezen a.u.b.
        “Werden gijzelaars(= als borg vastgehouden) te ruil aangeboden?” Weet u een andere vertaling voor hostages, waartoe ik behoorde? Zie de instructie aan de 49th Indian Infantery Brigade Group: 11. The Indonesians are threatening to use Dutch internees as hostages to exract political concessons from the Dutch Govt. Niks naar Nederlands gebied getranspoteerd. “Goebengtransport” Ja, met instemming met de Indonesische autoriteiten!!!!

      • RLMertens zegt:

        @JAsomers; ‘hostages etc. ‘- Het is toch logisch, dat na al Nederlandse provocatie vijandschap ontstond; boenoeh Belanda/dood aan de Hollanders! En hen die in handen vielen (het geluk hadden) in het gevang terecht kwamen. En dat deze bewakers/ pemoeda’s met verbazing van hogerhand te horen kregen, dat zij deze gevangenen moesten bewaken om ze beschermen! Tegen onverlaten, die hen dood wensten! U werd toch ook niet als een gijzelaar ingeruild? Dat men uitging/wenste enig druk zette op de Nederlandse leiding is vanzelfsprekend. En wat deed Nederlandse leiding; van Mook/ Batavia toen….ter voorkoming van het Goebeng transport? Ter voorkoming van allen, die buiten de kampen verbleven; vrouwen, kinderen en ouderen? .

      • Jan A. Somers zegt:

        “En wat deed Nederlandse leiding; van Mook/ Batavia toen….ter voorkoming van het Goebeng transport?” Die konden uiteraard niets doen. Het gezag was in Britse handen. De 49thr Indian Brigade Group onderhandelde met het gemeentebestuur over de evacuatietransporten. Zo was er overeenstemming over de Goebengtransporten. En zoals altijd werd dit doorverteld aan de strijdgroepen. Het resultaat kent u. Die Brits-Indische chauffeurs gingen dat zelf regelen. Niks overleggen met de gemeente, dan werden ze verraden aan die bersiappers. Gewoon ergens in een straat gaan staan, wie mee wilde kon mee, rijden maar. Zo ging het goed. En ondanks al die Britse militairen om ons heen moesten wij dan in de gevangenis nog worden beschermd tegen bersiappers? Wij moesten met groot geweld worden bevrijd. I.p.v. gewoon overgedragen. Vreemde zaak.

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘het gezag was in Britse handen etc.’- Klopt ! Maar; geen merdeka(!) dus bersiap is NIET door/vanwege de Britten ontstaan! Die vijandelijkheden; benoeh Belanda etc. is conto van ons beleid! Wat consequenties gaf naar de lagere regionen; die kregen het te verduren! Zie zo’n uitspraak van nb.Helfrich; ‘wat is een vrouwen transport(!) ….tov. het verlies van een imperium!’ Een schande!

  6. RLMertens zegt:

    ‘Soekarno ‘- Toch opvallend dat een prominent vrijheidsstrijder tegen een autoritair/gg regiem na zijn eigen behaalde succes= merdeka, uiteindelijk als bestuurder/president hetzelfde doet als waar hij voordien juist tegen streed! Boeng eiste Maleisië en zelf Serawak op. Het parlementaire democratisch stelsel werd vervangen door een geleide democratie. Moesjawalah( onderling bespreken) met de president als beslisser! Dus als indertijd een gg. met exorbitante rechten en een volksraad= adviesraad.- de geschiedenis herhaalt zich……altijd!
    – Ik vraag af hoe nu de regeringsvorm is?

    • Jan A. Somers zegt:

      “een gg. met exorbitante rechten” Ja, maar ook zonder bescherming van de bevolking zoals tijdens het bewind Suharto.
      “volksraad= adviesraad” U leest nog steeds niet. Zie I.S. art, 82 en 103.

      • RLMerterns zegt:

        @JASomers; ‘zonder bescherming van de bevolking etc.’- Indische Staatsregeling art.45; de gg. verplichting(!) de inheemse bevolking te beschermen tegen onderdrukking door wie ook …..Dus niet tegen zijn eigen onderdrukking?
        ‘volksraad etc.’- Wat heeft die in te brengen in het door gg.bestuur?

      • Jan A. Somers zegt:

        “‘volksraad etc.’- Wat heeft die in te brengen in het door gg.bestuur?” Jammer dat u niet leest.:
        “Art.82. De Gouverneur-Generaal stelt, behoudens het bepaalde bij het eerste lid van art.90, in overeenstemming met den Volksraad, ordonnanties vast tot regeling van:
        a. onderwerpen, enz. ” In overeenstemming met den Volksraad! Begrepen?
        “Art.103. De Gouverneur-Generaal stelt de algemeene begrooting en de aanvul-lingsbegrootingen vast, voor zoover hij zich met het gevoelen van den Volksraad vereenigt. …. ” voorzover hij zich met het gevoelen van den Volksraad verenigt! enz. Begrepen?
        Daarnaast mag de Volksraad haar mond zelfs in Nederland opendoen over alles wat ze op eigen initiatief te zeggen willen hebben: Art.71. …. wordt de Volksraad in de gelegenheid gesteld …. van raad te dienen nopens de ontwerpen van wetten, uitsluitend of in belangrijke mate Nederlandsch-Indië betreffende, voordat deze in behandeling komen bij de Staten-Generaal. …. Begrepen?

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; volksraad etc. – Zie de verslagen over voorgestelde voorstellen etc. Allemaal mooie artikelen die totaal geen invloed hebben op het ‘koloniale beleid etc. Zie de verslagen ! ‘voor zover hij zich met het gevoelen(!) van de volksraad verenigt(!)’- parlementje spelen werd het laatdunkend genoemd! – Die gehele koloniale periode is doorspekt met prachtige/indrukwekkende voornemens/wetten etc. die in praktijk totaal anders werd gerealiseerd/uitgevoerd. Het ethische voornemens; de Inlander verheffen; werd geheel anders in de praktijk gebracht. Door kolonialen die ethische ziekte(!) genoemd. De inlander( kleine i) werd juist naar beneden gedrukt! Zo werd in Medan een Inlandse journalist, die voor gelijke rechten opkwam door het gewestelijk bestuur beticht van gezag(!) ondermijnende activiteiten! En tot een gevangenis straf veroordeeld (zie Breman; Rhemrev Rapport) Indië; was een racistische/fascistische maatschappij!
        -Wij; Europeanen ondervonden/leefden met- uitsluitend de geneugten!

    • Jan A. Somers zegt:

      En als de Volksraad nee zei, is het ook nee voor de GG!.Maar ja, u bemoeit zich ook niet met de politiek. Anders had u kunnen weten dat er toen al werd gepolderd. De GG kon zich geen miskleun permitteren van een tegenstribbelende Volksraad. Voor mij over en uit.

      • RLMerterns zegt:

        @JAsomers; ‘als de volksraad nee zegt etc.’- Oh ja? Is dat wel gebeurd? Tegen een gg.met exorbitante rechten? – Volksverlakkerij ten top!

  7. Jan A. Somers zegt:

    “Tegen een gg.met exorbitante rechten?” Heeft niets met elkaar te maken! Probeer het bestuur van Indië eens te snappen. Wordt u bevrijd van moeilijke vragen.

    • RLMertens zegt:

      @JAsomers; ‘de gg etc.’- de volksraad had totaal niets te maken met het (Indisch)regeren! Het was helemaal geen regering; geen parlement, geen ministers! Er waren alleen departementen. En de directeuren ervan werden door de gg. naar welgevallen benoemd cq. ontslagen! De gg. werd niet(!) door de volksraad benoemd, noch door het volk(!) maar door min.van koloniën in Nederland. Hij was een onaantastbare potentaat, die zijn ambtenaren in de volksraad (alleen)naar de leden laat luisteren/praten.

  8. Jan A. Somers zegt:

    Ik heb al begrepen dat de meeste Indische mensen (u ook?) niets van de Volksraad moesten hebben. Al die inlanders, zelfs in de meerderheid. En ze deden zelfs hun mond open! Ook de bestuursambtenaren hebben nog moeten wennen dat ze op hun vingers gekeken werden door inlanders. De GG werd vergund vergaderingen bij te wonen. Maar hij moest dan wel die inlanders laten uitpraten voordat hij het word kon nemen. En hier in Javapost schreef ik al: “Daar kwam nog bij dat door de activiteiten in de Volksraad de Algemene Secre­tarie, het bureau van de landvoogd, veel van haar voormalige overheersen­de positie had verloren.” Wist u dat de heer Soetardjo voor zijn werk een eredoctoraat heeft verworven? (niet in Nederland hoor).

    • RLMertens zegt:

      @JASomers; ‘de volksraad etc.’- Een raad, die niets maar ook niets met regeren te maken had. Totaal ondemocratisch is. Die de inlandse bevolking helemaal niet vertegenwoordigde. 60(2×30) Leden met een blanke voorzitter, die mee stemde. Waarvan 25(!) voor de Europese tbv. ca 300.000 Europeanen en 5 voor de Vreemde Oosterlingen. De Indonesiërs hadden dus 30 leden voor 7 miljoen inwoners. Van die 30 werden de meesten door de gg. benoemd! Het moet toch duidelijk zijn dat alleen die Indonesiërs werden benoemd, die voor de koloniale maatschappij geen gevaar opleverde. Een schijnvertoning! En daar loopt u mee weg?

      • Jan A. Somers zegt:

        Doet u in Nederland mee met de verkiezingen en voelt u zich door Tweede en Eerste Kamer vertegenwoordigd? Met een nietblanke voorzitter! Die mee stemt! Was u betrokken bij de samenstelling van de kiezerslijsten waaruit u moest kiezen? Kende u die lui? Wist u dat de regering in Nederland ook niet wordt gekozen? Zelfs de Minister President niet!

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘niet gekozen etc.’- We praten toch over Indië? Eet fascistische/racistische maatschappij. Niet voor ons natuurlijk. We waren daar de baas/bezetter! Dat niet willen inzien/bekennen, getuige van een trauma! Oostindisch doof/blind gebleven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s