Zwarte Bladzijden

… in Nederland, Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië

Tijdens de onafhankelijkheidsoorlog in Indonesië (1945-1949) is structureel extreem geweld gebruikt. In Nederland wilden we liever geloven dat het wel meeviel wat onze soldaten daar uitspookten, zeker vergeleken met wat Duitsland tijdens de oorlog op zijn geweten had. Het verwerken van een duister verleden is moeilijk. Hoe doen andere landen dat?  Rémy Limpach zet er enkele naast elkaar.

Nederlandse militairen tijdens de onafhankelijkheidsoorlog

Door Rémy Limpach

In 1969 deed Indië-veteraan Joop Hueting op de televisie uit de doeken dat Nederlandse militairen, onder wie mannen van zijn eigen eenheid, talloze – in zijn woorden – oorlogsmisdaden hadden gepleegd. De VARA ontving in korte tijd bijna 900 reacties, merendeels van verontwaardigde veteranen die de stellingen van Hueting fel ontkenden. Eén van die reacties luidde: “(…) Nederlandse militairen doen zoiets nu eenmaal niet. Duitsers wel, Fransen en Amerikanen ook wel, (…) maar Nederlanders beslist NIET.” Waarop is dat idee gebaseerd, dat Nederlandse militairen in Indonesië nauwelijks over de schreef gingen, zeker als je het vergeleek met wat andere landen deden? Verliep het dekolonisatieproces elders heel anders?  

India, Kenia, Algerije…

De Britten gelden als mogendheid met de meest ‘softe’ aanpak voor de dekolonisatie. Dit zeggen counterinsurgency-deskundigen, specialisten aangaande de reactie van westerse landen op guerillabewegingen en andere ongeregelde opstanden. Dit idee van mildheid vergt echter nuancering, mede omdat er tussen de Britse dekolonisatieconflicten enorme verschillen bestaan. Groot-Brittannië liet India in 1947 vrijwel zonder bloedvergieten los – al leidde de scheiding tussen India en Pakistan die er meteen op volgde tot een volksverhuizing die een miljoen doden kostte – en trad tijdens de zogeheten Malayan Emergency (1948-1960) enigszins terughoudend op. Maar tijdens de Mau Mau opstand in Kenia (1952-1960) waren de Britten veel gewelddadiger. Zo legden ze er een stelsel van interneringskampen en 800 gevangenisdorpen aan, waarin honderdduizenden opstandelingen en hun gezinnen systematisch werden gemarteld. In tegenstelling tot India en Maleisië gaf Kenia een relatief groot aantal Britse kolonisten en planters een thuis, waardoor de Britten nauwelijks geneigd waren politieke concessies te doen en de opstand met extreme methoden poogden de kop in te drukken.

Hetzelfde patroon, maar dan nog bloediger, liet Frankrijk zien, dat eerst de kracht van het nationalisme onderschatte en een gevoelige nederlaag leed in Indochina (1946-1954) en vervolgens in Algerije. Vergeleken met het Nederlandse optreden in Indonesië  tussen 1945 en 1949 waren met name de Franse martelingen  in de guerrillaoorlog in Algerije talrijker en sterker geïnstitutionaliseerd. In tegenstelling tot Nederland greep Frankrijk voorts naar gedwongen verhuizingen van burgers, een middel dat de Britten al op kleinere schaal in Maleisië hadden toegepast. De Franse autoriteiten interneerden van 1957 tot 1960 maar liefst twee miljoen Algerijnse burgers in militaire kampen, bijna een kwart van de Algerijnse bevolking. In combinatie met executies en martelingen van Algerijnse verdachten door het Franse leger werkte deze vergaande maatregel contraproductief. Na een fanatiek gevoerde strijd werd Algerije in 1962 onafhankelijk.

Pieds noirs

Propaganda voor De Gaulle

Of (extreem) geweld werd gebruikt, had veel te maken met de aard van de koloniale samenleving. Net als bij de Engelsen in Kenia is een verklaring voor de meedogenloze Franse aanpak de aanwezigheid van een groot contingent blanke kolonisten; meer dan één miljoen in Algerije. De wens om de belangen van deze pieds noirs te beschermen woog zwaar in het koppige Franse vasthouden aan de koloniale heerschappij, net als bij de Britten in Kenia. Veel Fransen zagen Algerije zelfs als een integraal bestanddeel van Frankrijk, zodat het verlies ervan als een amputatie voelde. In andere Franse koloniale regio’s van Afrika ontbrak zo’n kolonistenbevolking en nationale inbedding, en daar verliep de dekolonisatie inderdaad gemakkelijker.

Nederlands-Indië was een exploitatiekolonie en lag wat betreft economische banden met het moederland en zijn koloniale bovenlaag van 250.000 Nederlanders plus Indische Nederlanders (op een bevolking van 70 miljoen) dichter bij het Indiase model dan bij de Franse vestigingskolonie in Algerije. Er zijn echter buiten de bevolkingssamenstelling, economie en gevoelswaarde van de kolonie nog andere verklaringen voor de mate van het geweld bij het dekolonisatieproces. Zo bekleedde de Gordel van Smaragd voor de Nederlanders een relevantere geostrategische positie dan India en Maleisië binnen het enorme Britse koloniale rijk.

Duitsland kampioen in Vergangenheitsbewältigung?

Frankrijk, Groot-Brittannië en Nederland kenden dus alle drie donkere fasen in hun geschiedenis waarin ze (te) veel geweld gebruikten tegen onderdanen die in opstand kwamen tegen het koloniale gezag, dat korte tijd later ten einde kwam. Konden ze bij de verwerking van dat verleden leren van de manier waarop Duitsland is omgegaan met de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog? Duitsland geldt als het goede voorbeeld voor het financieel en symbolisch ‘herstellen’ van historisch onrecht, omdat het de fixaties op de eigen raciale en nationale superioriteit heeft losgelaten. Vooral de Duitse omgang met de Holocaust wordt als succes gezien en Duitsland verwierf het imago van Weltmeister der Vergangenheitsbewältigung.

Hoewel dit positieve beeld van Duitsland als kampioen in de omgang met het verleden per saldo klopt, zijn er nuances aan te brengen. Zo waren de aanjagers niet de Duitse autoriteiten. Het waren de geallieerden die in hun bezettingszones na de oorlog de Duitsers  confronteerden met de gruwelen in de concentratiekampen. Maar vanaf de jaren ’70 begonnen de media het Duitse oorlogsverleden zelf voortdurend naar voren te halen. Traumatische herinneringen oprakelen en onrecht onthullen, zou zuivering teweegbrengen. De beoogde catharsis volgde evenwel niet altijd. Zo merkte de bekende schrijver Martin Walser in 1998 op dat de ‘Dauerpräsentation unserer Schande’ hem eerder liet wegkijken dan dat deze hem aanzette tot reflectie.

Wat moeten we in dit licht denken van hoe Duitsland, als koloniale mogendheid een laatbloeier, omgaat met zijn koloniale verleden? Die verwerking kwam pas in 2010 goed op gang. Toen verscheen het boek The Kaiser’s Holocaust over het Duitse koloniale verleden in het huidige Namibië, waar de Duitsers begin 20ste eeuw twee volken bijna hebben uitgemoord. Het boek deed veel stof opwaaien. Gezien de ondertitel ‘Duitslands vergeten genocide en de koloniale wortels van het nazisme’ is dat niet verwonderlijk. In 2012 diende de toenmalige sociaaldemocratische oppositieleider Frank-Walter Steinmeier een motie in waarin Duitsland het bloedbad in Zuidwest-Afrika begin 20ste eeuw als genocide erkende. De motie werd aangenomen en Duitsland is nu met die erkenning bezig.

Een VN-rapport had al in 1985 duidelijk gesteld dat Duitsland tussen 1904 en 1908 genocide op de Herero en de Nama heeft gepleegd, maar uit angst voor hoge herstelbetalingen hadden Duitse regeringsleiders en het parlement de ‘Namibische kwestie’ lange tijd omzeild. Sinds november 2015 onderhandelt een oud-parlementariër namens de Duitse regering over verzoeningsmaatregelen. Het proces draait naast de erkenning van de genocide om verontschuldigingen en financiële ‘compensatie’.

Geen volmondige erkenning

Kampioen historische verwerking Duitsland stelt zich in de koloniale kwestie dus behoudender op dan als het gaat om de grote historische schuld van het nationaalsocialistische bewind. Hoewel Duitsland inmiddels op verschillende manieren heeft erkend dat in Namibië van volkerenmoord sprake was, is dit nog niet gebeurd op het allerhoogste niveau van staatshoofd. Een volmondige erkenning van misdragingen in het koloniale verleden op het allerhoogste niveau heeft overigens ook in Nederland, Engeland en Frankrijk nog niet plaatsgevonden.

Een overeenkomst met de Namibische kwestie is dat Nederland geen moeite had om het bloedige militaire optreden in de Java-oorlog (1825-1830) of Atjehoorlog (1873-1914) officieel te veroordelen, zolang zulke gebaren maar geen financiële consequenties hadden. Benadrukt moet worden dat in het geval van de Nederlandse  en Franse koloniale oorlogen  in Indonesië, Vietnam (Indochina) en Algerije van genocide geen sprake was. Uitzondering is de volkerenmoord in 1621 op de Banda-eilanden. Die is de laatste jaren wel aanleiding geweest voor controverses rond de monumenten van toenmalig VOC-bestuurder Jan Pieterszoon Coen.

Franse herinneringsoorlogen

Op welke manier kijken Fransen terug op de dekolonisatie? Vooral de kwestie Algerije lag heel lang uiterst gevoelig. Het Franse leger en de overheid hebben de extreme gewelddaden tot eind 20ste eeuw genegeerd, ontkend en verborgen gehouden, maar tegenwoordig krijgen vooral de folteringen wel meer aandacht. Ook wordt de onafhankelijkheidsstrijd, die ook in Frankrijk zelf plaatsvond, nu oorlog genoemd, maar tot 1999 luidde de officiële omschrijving van de Algerijnse oorlog ‘de operaties voor het handhaven van de orde in Noord-Afrika’. Dit eufemistisch taalgebruik lijkt op de versluierende term politionele acties die in Nederlandse schoolboeken, media en officiële verklaringen deels nog steeds gebezigd wordt als het om de dekolonisatieoorlog gaat.

Er zijn nog meer overeenkomsten. Nederland voerde in 1971 een wet in die het onmogelijk maakte Nederlandse militairen strafrechtelijk te vervolgen die in Indonesië gemoord, gemarteld, verkracht en geplunderd hadden. Een Franse wet van 1993 beperkte de geografische reikwijdte van het begrip oorlogsmisdaden tot Europa. Daardoor viel het optreden in Algerije onder een verjaringstermijn. Duitsland daarentegen vervolgt eigen misdaden uit de Tweede Wereldoorlog nog steeds strafrechtelijk.

Nog iets wat Nederland en Frankrijk gemeen hebben: het debat over het controversiële koloniale verleden wordt vaak hartstochtelijk gevoerd. In Frankrijk  is zelfs sprake van een guerre des mémoires, die vooral het Algerijnse trauma betreft. Zo’n guerre des mémoires woedde bijvoorbeeld lange tijd omtrent de herdenking van een bloedbad in Parijs in 1961. Toen sloeg de politie een vreedzame demonstratie voor een gelijkwaardiger behandeling van tienduizenden Algerijnen neer, met honderden dodelijke slachtoffers als gevolg. Pas in 2012 veroordeelde de socialistische president François Hollande dit ernstige incident.

Belangrijk voor het begrip van een ‘herinneringsoorlog’ is zich bewust te zijn van het verschil tussen geschiedschrijving en herinnering. Historici pogen het verleden zo objectief mogelijk te onderzoeken, terwijl herinnering veel subjectiever is: ze is onderhevig aan de beperkingen van het geheugen en bedient zich van mythologisering en legenden. Uniek in Frankrijk, vergeleken met Duitsland, Engeland en Nederland,  is dat de overheid nog tot kort geleden poogde de nationale terugblik te beïnvloeden. In 2005 voerde het parlement een wet in waardoor leraren voortaan het Franse koloniale verleden, vooral met betrekking tot Noord-Afrika, positief moest beoordelen – mede het resultaat van lobbyen van Harkis, islamitische Algerijnen die als Franse hulptroepen hadden gediend, en pieds noirs. Deze staatsvoogdij en onderwijsbetutteling lokte in Frankrijk hevige kritiek uit in linkse kringen, onder diverse historici en natuurlijk wekte dit ‘revisionistische beleid’ officiële protesten in Algerije. President Jacques Chirac moest de ‘loi colonial’ in 2006 alweer intrekken.

Tienduizenden claims uit Kenia

In Groot-Brittannië wijden geschiedenisboeken en media aandacht aan duistere bladzijden, maar de laatste jaren is steeds meer de rechtbank het podium voor de verwerking van het koloniale geweld. In 2010 kwamen voormalige Mau Mau opstandelingen met een aanklacht wegens marteling tegen de Britse staat. De Britse rechtbank oordeelde in 2012 ten gunste van de eisers en minister van Buitenlandse Zaken William Hague bood officiële excuses aan. Voorts betaalde Groot-Brittannië in 2013 een collectieve ‘compensatie’ voor meer dan 5.000 mensen en bekostigde een monument in Nairobi.

Het Britse Rijk: ‘United we stand’

Maar met deze officiële gebaren waren de Britten niet van de claims af, mede doordat er tijdens het proces een geheim, tot dusver onontsloten archief (Hanslope Park) vol belastend materiaal over Brits geweld in 37 voormalige koloniën was opgedoken. Kort geleden hebben meer dan 40.000 Kenianen gezamenlijk een claim ingediend bij de Britse staat. Mogelijk gaat de beerput nog verder open en volgen slachtoffers uit onder meer Malawi, Yemen, Cyprus, Maleisië, Palestina en Noord-Ierland.

Verwerking vindt ook in Nederland steeds meer in de rechtbank plaats. Bewindslieden hier hebben sinds 2011 onder druk van rechtszaken herhaaldelijk excuses voor specifieke misdaden aangeboden en de staat kwam met tientallen individuele financiële schikkingen over de brug. Baanbrekend was de zaak Rawagede: Nederlandse militairen executeerden in 1947 in Rawagede in West-Java 120 mannen (volgens Nederland, 430 volgens Indonesische bronnen) zonder vorm van proces. Negen weduwen klaagden in 2008 de staat voor deze moord aan. De rechter wees de eis toe in 2011. In 2012 volgden rechtszaken over een Nederlandse massamoord in Zuid-Sulawesi. Inmiddels hebben verdere nabestaanden en overlevenden nog meer claims ingediend, rond onrechtmatige executies en onder andere vanwege martelingen en verkrachtingen.

Indisch zwijgen en Hollandse doofheid

Er is veel meer onderzoek nodig, en in het bestek van dit artikel kan lang niet de hele moeizame en slepende verwerking van de internationale dekolonisatie aan de orde komen. Maar laat duidelijk zijn dat in zowel  Duitsland, Engeland als Frankrijk autoriteiten als burgers deels wegkeken, vergoelijkten en ontkenden. Dit gebeurde ook in Nederland. Hiervoor zijn verschillende oorzaken aan te wijzen. Tussen 1945 en 1962 vond er vanuit Indonesië, hoewel veel minder omvangrijk dan vanuit Algerije naar Frankrijk, een massale migratie van rond 300.000 Nederlanders, Indische Nederlanders en Molukkers – onder wie 125.000 veteranen – naar Nederland plaats. Socioloog Jacques van Doorn noemde hen in zijn Indische lessen (1995), ongeacht de onderling grote verschillen, de ‘Indische generatie’. Deze groep die de oorlog en de dekolonisatie zelf had meegemaakt, ongeveer 4% van de toenmalige Nederlandse bevolking van 10 miljoen, ontwikkelde zich tot postkoloniale gemeenschappen, die volgens historica Elsbeth Locher-Scholten vooral met trots en nostalgie terugblikten: ‘De herinneringen aan de koloniale tijd concentreerden zich op de positieve kanten, zoals de bouw van bruggen of de medische hulpverlening. De schaduwkanten, discriminatie, racisme, geheime diensten of gevangenissen, werden buiten beschouwing gelaten.’

Na de verloren oorlog werd een gordijn van stilte getrokken en het pijnlijke verleden van koloniale oorlog en dekolonisatie genegeerd. Dit hing samen met het gedwongen vertrek, de kille ontvangst in Nederland en het ontbreken van aandacht voor de (oorlogs)ervaringen van de Indische gemeenschap en de Indië-veteranen. Vaak is er wat de dekolonisatieoorlog betreft sprake van een ‘Indisch zwijgen’. Pas de onthullingen van Hueting in 1969 markeerden het begin van een nationaal debat. Maar de Nederlandse regering dempte het vervolgens door uit het ambtelijk onderzoek dat ze naar aanleiding van het tv-interview van Hueting gelastte, de inmiddels achterhaalde conclusie te trekken dat de krijgsmacht in Indonesië zich in haar geheel correct had gedragen. De aandacht voor oorlogsmisdaden was in de volgende decennia meestal weer steeds van korte duur. Er was niet alleen sprake van ‘Indisch zwijgen’, maar ook van ‘Hollandse doofheid’ .

Die desinteresse zien we terug in het handjevol monumenten voor de oorlog in Indonesië (tegen Japan en de Republiek Indonesia) waarmee de Indische generatie het moest doen, in vergelijking met de rond 1.500 die aan de bezetting in Nederland herinneren. Ook in de geschiedschrijving valt het verschil op. Boeken over de Duitse bezetting kwamen er meteen al na 1945; voor koloniale geschiedenis ontstond pas na 1970 gaandeweg belangstelling. Het beeld van het dekolonisatieproces, uitzonderingen daargelaten, was bovendien heel lang behoudend. Publieksboeken daarover waren aanvankelijk vooral afkomstig van veteranen die een rooskleurig beeld schetsten van het Nederlandse optreden. Kritischer waren, nadat Jacques van Doorn en Wim Hendrix het spits afbeten en in 1970 het gezaghebbende Ontsporing van geweld publiceerden, Willem IJzereefs Zuid-Celebes affaire (1984), Ad van Liempts Lijkentrein (1997) en Stef Scagliola’s Last van de Oorlog (2002). Recent publiceerde eerst Gert Oostindie Soldaat in Indonesië (2015) en een jaar later kwam mijn eigen De Brandende kampongs van Generaal Spoor. Langzamerhand bewegen we van doofpotten en ons doof en blind houden, naar kritisch analyseren en ruiterlijk benoemen wat er is gebeurd.

Rol van dader past niet bij zelfbeeld

Essentieel bij dit alles is de manier waarop Nederlanders naar zichzelf keken. We hechtten bijvoorbeeld aan de slachtofferstatus door de Tweede Wereldoorlog. De herinneringen aan de Bezetting wonnen daardoor sneller aan betekenis en populariteit dan de herinneringen aan de verloren koloniale oorlog, die al te sterk met het besef van eigen schuld en met oorlogsmisdaden verbonden waren. Het perspectief dader te zijn geweest, paste volgens Locher-Scholten bovendien niet in het Nederlandse zelfbeeld het ‘geweten van de wereld’ (gidsland) te zijn. Het extreme geweld paste ook niet bij het zelfbeeld van een kleine christelijke handelsnatie en van een koloniale traditie die onder het mom van Ethische Politiek propageerde enkel goede bedoelingen te hebben. De slachtofferstatus maakte het voorts nagenoeg onmogelijk het eigen extreme koloniale geweld publiekelijk te zien als enigszins vergelijkbaar met dat van fascistisch Japan en nazi-Duitsland, terwijl Nederlandse militairen zelf dit in hun brieven en dagboeken juist opvallend vaak deden. Al met al veroorzaakte dit hier een nostalgische, gevoelige en neurotische omgang met het koloniale verleden.

Dit moeizame Nederlandse verwerkingsproces past in het internationale patroon dat elk land normaliter minder moeite heeft zijn slachtofferrol dan zijn daderrol te herdenken. Het is een algemene behoefte om zwarte bladzijden uit de nationale geschiedenis te scheuren of deze desnoods positief bij te kleuren. Informatie die niet binnen de niet-gewelddadige zelfrepresentatie paste werd vaak geëlimineerd en onderdrukt. In 2005 leidde minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot in dit opzicht een belangrijke ommezwaai in. Bot zei dat Nederland van 1945 tot 1949 aan de ‘verkeerde kant van de geschiedenis’ had gestaan, dat de scheiding van de kolonie langer had geduurd en met meer geweld gepaard was gegaan dan achteraf nodig was geweest.

Dit getuigt van inzicht: Nederland zwom met oogkleppen op tegen de moderne stroom van de geschiedenis in. Dekolonisatie was na 1945 internationaal in zwang; in het Atlantisch Handvest was het zelfbeschikkingsrecht der volkeren nota bene ook door Nederland ondertekend. Nederland onderschatte het Indonesische nationalisme en meende paternalistisch dat ‘onze’ planters, bestuurders en militairen onmisbaar waren en de Indonesiërs niet rijp voor zelfbestuur. Er is ook te weinig naar echte politieke in plaats van militaire oplossingen gezocht. De onderhandelingen met Republiek waren in feite een farce. Het is te hopen dat het komende grote Indië-onderzoek, waar de regering eind 2016 geld voor heeft toegezegd, een meer open benadering van deze donkere periode in de Nederlandse geschiedenis zal opleveren.

x
Rémy Limpach is onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Militaire Historie in Den Haag.

Dit artikel verscheen eerder in het Geschiedenis Magazine, nr. 4, juni 2017.

Dit bericht werd geplaatst in 9. Java Post. Bookmark de permalink .

42 reacties op Zwarte Bladzijden

  1. J.W.Hoegen zegt:

    Mij verbaast de hardnekkigheid om Nederlandse soldaten in Indie oorlogsmisdadigers te noemen .
    Indonesische militairen haalden hun schouders op .
    Tja , wat wil je , het was oorlog .
    En wat er in de oorlog gebeurt is mij bekent .

    • C. Berenschot zegt:

      Bij de twee ‘politionele acties’ kwamen ca. 5.500 Nederlandse militairen om tegenover naar schatting 100.000 Indonesische. Ik denk niet dat die hun schouders (nog) konden ophalen. En de ‘t’ in ‘bekent’ moet een ‘d’ zijn.

  2. F.H. Dijkstra zegt:

    Wat me opvalt bij de foto is dat de Nederlandse Militairen helmen droegen. Wij hadden die wel, maar droegen die nooit vanwege de hitte. Is dit wel een actie foto ? Het is m.i een
    geënsceneerde foto ook al omdat de bren opstelling met naast de schutter en rechtopstaande figuur niet getuigd van actie.

    • buitenzorg zegt:

      De foto is afkomstig van het Nationaal Archief, Dienst voor Legercontacten. Het onderschrift: “Bren machinegeweerschutter schiet op een doel. Achter hem twee andere militairen. Datum 3 januari 1948. Locatie Batu, Indonesië, Nederlands-Indië, Pudjon.”

    • Jan A. Somers zegt:

      Het zijn Engelse helmen (soepborden). Dus in ieder geval niet de Mariniersbrigade. En volgens mij was het de Mariniersbrigade die opereerde rond Malang, Batoe en Poedjon. De latere demarcatielijn lag in het begin van Poedjon. En het leek mij een brengun, ook niet gangbaar bij de Mariniersbrigade. Machofoto?

      • P.J. Zoeteweij zegt:

        ik ben bezig met een reconstructie van de diensttijd van mijn neef (inmiddels overleden), die bij als dpl in 1947-1949 bij de Mariniersbrigade (III inbat en later IV Inbat) zat. Ik zoek al lang naar de betekenis van de kwaliteitsnummer 526 en 746, die in zijn Persoonsdossier staan. Alle mij bekende archieven e.d. al gevraagd, maar nog geen instelling gevonden die het weel. Ook in zijn PD staat “geweerschutter – 745- ” en via internet vond ik een type Bren nr 745. Heb toen aangenomen dat hij brenschutter was. Uw bericht doet me weer twijfelen. Heeft u mogelijk info over die kwaliteitsnummers of geweerschutter -745-?

      • Jan A. Somers zegt:

        Sorry, nee. Het enige wat mij opviel is dat het Engelse helmen waren. De mariniers hadden Amerikaanse, dubbele helmen Die heb ik ook gedragen. Kon je ’s avonds je waswater voor het ochtendpoedelen bij je tentje klaar zeten. Was dan bevroren! Volgens mij ging het ook om een Bren. Ik dacht dat de mariniers andere lichte mitrailleurs hadden, maar dat weet ik niet zeker.

  3. Ik las in genoemd artikel:

    “De Britten gelden als mogendheid met de meest ‘softe’ aanpak voor de dekolonisatie. Dit zeggen counterinsurgency-deskundigen, specialisten aangaande de reactie van westerse landen op guerillabewegingen en andere ongeregelde opstanden.”

    En wat dan in de Boeren Oorlog in Zuid-Afrika.
    Ze vermoorden vrouwen en kinderen in concentratiekampen !
    Ze zijn hier de uitvinders van.

  4. van een andere generatie zegt:

    Zuid-Afrika is een ander koloniaal verhaal. Daar kwamen blanken en kolonisten aan het bewind zo ook in Rhodesië.
    Wat in het verhaal van dr. Limpach niet vermeld wordt is de dekolonisatie van de Spaanse en Portugese koloniën, maar misschien ging dat bij katholieken anders. Filippijnen is een ander verhaal. daar hadden de Amerikanen al voor WO2 de soevereiniteitsoverdracht aan de Filippino’s beloofd.

    De uitspraak van dr. Limpach in het licht van de overeenkomsten tijdens de koloniale oorlog zoals dat Linggadjati dient sommigen toch te denken te geven.Ik kan zijn uitspraak alleen maar onderschrijven.
    Citaat…..De onderhandelingen met Republiek waren in feite een farce. Het is te hopen dat het komende grote Indië-onderzoek, waar de regering eind 2016 geld voor heeft toegezegd, zal helpen een meer OPEN benadering van deze donkere periode in de Nederlandse geschiedenis zal opleveren.

    • van een andere generatie zegt:

      Vooral de woorden “…het is te hopen…een meer Open benadering….zal opleveren” spreekt wel boekdelen. Z

      oals de 3 instituten de onderzoeksopzet hebben beschreven klinkt ook na 70 jaar mooi, maar houdt niet veel goeds in. Ik had voor de duidelijkheid een volgtijdelijke benadering gekozen: Begin WO2 in Zuid-Oost Azie – De Japanse bezetting van Ned. indie, de Nationalisten en de zgn niet-Binnenkampers- Bersiap en republikeinse kampen -koloniale oorlog-Soevereiniteitsoverdracht-repatriëring.

      Maar ja, ik doe niet aan geschiedschrijving

      • R.L. Mertens zegt:

        @veag; ‘een volgtijdelijke benadering etc.’- Mi.met verwijzing naar de ondertekening door Nederland 24/9-1941 van het Atlantisch Handvest; elk volk heeft het zelfbeschikkingsrecht!

    • Wat in het verhaal van dr. Limpach niet vermeld wordt is de dekolonisatie van de Spaanse en Portugese koloniën, maar misschien ging dat bij katholieken anders.
      Bij de Portugezen ging het inderdaad anders “Katholiek worden of anders het zweepje erover”

      • Ik vindt het idee “”oorlogsmisdadiger” verdacht. Het is als of je oorlog kan voeren, die achterafgezien, “gezellig” was, net als een spelletje waar ieder zich netjes aan de regels houdt. Daar hoort natuurlijk ook een scheidsrechter erbij.

    • R.L. Mertens zegt:

      @vaeg; ‘onderhandelingen met de Republiek waren in feite een farce’- Klopt. Vooral de legerleiding /Spoor wilde mi. de smadelijke nederlaag tegen Japan 1942, ten overstaan van de inlanders(!) herstellen/wreken. Lt.kol.Knil van Veen; ‘toen al verloren wij ons gezag in Indië’

  5. R.L. Mertens zegt:

    Nieuw voor mij en waar mi. geen historicus ooit melding van heeft gemaakt ; ‘Nederland voerde in 1971 een wet in, dat het onmogelijk(!) maakte de Nederlandse militairen te strafrechtelijk te vervolgen, die in Indonesië gemoord, gemarteld, verkracht etc. hebben’. Dus 2 jaar na Huetings tv. verklaring en de enorme ophef daarna door ex Indië gangers; doodsbedreigingen tegen Hueting etc. alsmede de verklaring dat oorlogsmisdaden nooit(!) verjaren, is deze wet tot stand gekomen. Had men/onze regering toen al een vermoeden of wist men gewis, dat er in Indië structureel oorlogsmisdaden hebben plaats gevonden? Over moraal van de koopman/dominee gesproken.

    • van een andere generatie zegt:

      De amnestie-ordonnantie heeft al in 1949 de strafvervolging van Nederlandse en Indonesische militairen om zeep geholpen, dat geldt dus voor de wederzijdse vervolging van de Nederlandse EN Indonesische Staat. Dus 4 jaar na de WO2, na Auschwitz, Nanking etc mocht dat zo verklaard worden en niemand protesteerde!!!.
      Oorlogsmisdaden verjaren weliswaar niet. daarentegen vervolgt het openbaar Ministerie niet diezelfde Oorlogsmisdaden. Bij het lezen moet ik wel schaterlachen. Domheid wordt met kromheid verwisseld.

      Het is dan wel opmerkelijk dat bvb in Nederland de Drie, nee Vier van Breda toch werden vervolgd. Hoezo wordt er gemeten met twee maten? maar dat komt waarschijnlijk dat Nederland in die situatie zich in de schaapskleren van en slachtoffer kan hullen, dat past wel in het zelfbeeld. Logisch is het dan dat van de toenmalige en huidige officiële geschiedschrijving over Ned. Indie en met name de koloniale oorlog niks wordt begrepen. Nu wordt verwacht dat die drie onderzoeksinstituten, die jarenlang naar rechts keken, nu de andere kant van de Geschiedenis onderzoeken , dat is te hopen.

      Dan heb ik het niet over dat Atlantisch handvest dat nader bezien toch geen directe invloed had op Ned. indie, maar meer over wat er in de oorlogstijd in Indie en met name met de Indonesiers gebeurde. Dan lees ik in het boek van Mevr. M van Delden over de beschermingskampen toch eindelijk eens nieuwe gezichtspunten. Niet die prietpraat of Nederlandse propaganda dat dat de Japanners de Indonesiers ophitsten of onbegrijpelijke woorden van gelijke strekking. Maar de zienswijze van van Delden past niet in het zelfbeeld van medelanders m.n. van groepen van Indische Nederlanders.

      Het gaat tenslotte om Onze geschiedenis.

      • R.L. Mertens zegt:

        @vaeg; ‘oorlogsmisdaden verjaren niet’ – Dus door die amnestie-ordonnantie 1949 kunnen wederzijdse oorlog misdadigers niet meer worden vervolgd. Waarom dan die Wet van 1971? Een ‘opstekertje voor de Indië gangers? ‘Atlantisch Handvest toch geen directe invloed etc.’ – Waarom niet? Geen zelfbeschikkingsrecht= geen merdeka, dus amok/bersiap etc. met politionele vervolg en overdracht.

      • van een andere generatie zegt:

        Ik ben druk bezig de dissertatie van mevr. M. van Delden te lezen waarbij vooral haar beschrijving over de periode om 17 Augustus interessant is .In een voetnoot geeft zij aan dat M. Hatta het net zoals Dhr Mertens heeft over het Atlantisch Handvest dat hij als uitgangspunt wil nemen bij de discussies. Intelligente man. Hij heeft blijkbaar nooit een Nederlandse reactie daarop gehad. Dat kwam zeker omdat hij door de Nederlandse propaganda als collaborateur werd gebrandmerkt. weer een gemiste kans.

      • R.L. Mertens zegt:

        @veag; ‘het zelfbeschikkingsrecht’ – Iedereen in Indonesië die ik sprak had het over het zelfbeschikkingsrecht; het Atlantisch Handvest, hoe het in India verging etc. Nb.de kern van het conflict. Alleen in Nederland wordt dit feit verdonkermaand/weggelaten! @e.m. beweert zelfs dat dit stuk; het Atlantisch Handvest nooit is ondertekend, dus ….niet bestaat(?) Toch opvallend; Wel genoemd in de 7 dec. 1942 HM rede;’…het vermogen tot harmonisch(!) en vrijwillig samengaan… zoals onder meer in het Atlantic Charter is belichaamd en waarmede wij aanstonds konden instemmen etc.’ Echter ….het zelfbeschikkingsrecht wordt/werd niet genoemd! Vervangen door….een passende bouw van het Koninkrijk en zijn delen.
        De laatste jaren(!) hebben getoond, dat beide volken de wil en het vermogen tot harmonische en vrijwillig(!) samengaan aanwezig zijn.
        @JASomers; ‘…dat de Indonesiërs(!) in de langzaam gegroeide samenwerking de beste waarborg vinden voor herstel van hun vrede en geluk.(!).- Dus toen al in 1942 werd de aanduiding Indonesiërs reeds officieel gebruikt! Hoezo, behoeft een grondwet wijziging?

      • van den Broek van een andere generatie zegt:

        1)De amnestie- ordonnantie geeft aan dat Nederland geen vervolging zal instellingen tegen Indonesische oorlogsmisdadigers en dat Indonesie dat niet bij Nederlandse oorlogsmisdadigers zou doen

        2) die wet van 1971 is in het vonnis over de Rawagede-weduwen aangehaald en ook toen begreep ik de bewoordingen niet. ik citeer uit het vonnis.
        Daarnaast is in het kader van de parlementaire behandeling van de wet van 8 april 1971, waarbij, kort samengevat, de verjaring van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de mensheid werd opgeheven, gesteld: “Naar misdrijven van Nederlandse militairen, in de periode 1945-1950 in Indonesië begaan, is een onderzoek ingesteld. Daarvan heeft de regering verslag gedaan in een nota aan de Tweede Kamer. Bij de openbare behandeling van die nota zijn de overwegingen uiteengezet, die hebben geleid tot de beslissing, dat wegens eventueel nog niet verjaarde misdrijven uit die periode geen vervolging meer zal worden ingesteld. Voor opheffing van de verjaring voor die misdrijven zou derhalve geen grondslag meer aanwezig zijn.” (Kamerstukken 10 251, 140 a, MvA aan de EK). Hieruit moet worden afgeleid dat de wetgever bij de opheffing van de verjaring van oorlogsmisdrijven niet het oog had op misdrijven begaan door Nederlandse militairen in Indonesië in 1945-1950. Een nader onderzoek acht ik daarom niet zinvol.”
        Het is voor mij pindakaas

        3) Atlantic Charter was in eerste instantie een verklaring ondertekend door Roosevelt en Churchill over een aantal principes die zij in hun politiek zouden volgen. Daarbij dient aangetekend te worden dat bvb de Sovjet-Unie, als geallieerde deze verklaring nooit heeft ondertekend. Een verklaring die ook niet afdwingbaar was.
        Daar komt nog bij dat Nederland het zelfbeschikkingsrecht van de Republik Indonesia als zodanig tot de 2de politionele actie nooit heeft erkend.

  6. Robert Fermin zegt:

    Ja, beste vrienden weer een goede geschiedenis les er bij door vele opinies en herinneringen ter bijdrage. Er bestaan bitter weinig liefde vollen opstanden of te wel oorlogen in het bestaan van onze Aarde. Je ziet wat wij tegenwoordig weer moeten aanschouwen, Er is een gezegde, “people in glass houses should not cast stones” Toch wel goed om onze hersenen wat benzine te laten innemen. Ik blijf er wat nuchter bij om niet een vroegtijdige “stroke” op te lopen.

  7. Frank Bogaardt zegt:

    Graag wijs ik op de serie op Netflix “The War” 7 afleveringen van elk 2 uur!

    Verhalen over 5 dorpen in de USA en wat de inwoners/overlevenden meemaakten tijdens WO II. Zowel in Europa als in de Pacific

    Schrijnende beelden, maar ook een goede geschiedenisles. Zou verplichte kost moeten zijn voor de generatie van nu

    Laat ook de gemaakte fouten zien van de generaals van toen met alle `zinloze doden als gevolg.

    Frank Bogaardt >

  8. joost van bodegom zegt:

    Mooie bijdrage van Limpach! Genoeg stof voor discussie.
    Ik heb slechts één opmerking..Keer op keer wordt Ben Bot de grote man van de ommekeer genoemd. Ik meen dat hij “slechts” de woordvoerder was van het toenmalige kabinet, Heb geen flauw idee hoe hij er zelf over dacht. Was dat laatste wellicht de oorzaak van het feit dat hij direct na zijn rede voor de Stichting Herdenking 15 augustus in Den Haag op het vliegtuig stapte en de pers niet te woord stond? Hoe het ook zij, het ontbreken van die mogelijkheid heb ik altijd als een grote omissie gezien.

    • R.L. Mertens zegt:

      @joost van bodegom; ‘Ben Bot, de grote van de omkeer etc.’ _ Op 17 aug.2005 te Jakarta; Na de spijt betuiging en conclusie; dat Nederland toen aan de verkeerd kant van de geschiedenis zat. ‘Nederland aanvaardt politiek en moreel de datum 17 aug.1945′(!) Is mi. daarna door vele journalisten geintervieuwd. Met vele pers commentaren; wel/niet excuus etc.

      • Jan A. Somers zegt:

        Maar u kent waarschijnlijk geen dubbele agenda.
        Niemand die het heeft over de goede oplossing met de allereerste Nederlandse koloniën Limburg, Brabant, Zeeuws Vlaanderen. Goudgerande bladzijden!

      • R.L. Mertens zegt:

        @JASomers;’dubbele agenda etc.’- Heeft/had Bot een dubbele agenda?
        ‘allereerste koloniën Limburg etc.’ – Eveneens indertijd de wingewesten? Van Holland?
        Zat Holland dan ook toen aan de verkeerde kant van de geschiedenis?

      • joost van bodegom zegt:

        Het gaat mij niet om de persconferentie op 17 augustus in Jakarta maar de niet gehouden persconferentie op de 15e augustus in Den Haag.

      • Jan A. Somers zegt:

        “Heeft/had Bot een dubbele agenda?” Ik dacht wel eens wat te hebben gelezen over een lobby van de de heer Bot. Maar dat is lang geleden en mijn geheugen is aan het aftakelen. Misschien ben ik mis hoor, dan mijn excuus.
        “Eveneens indertijd de wingewesten? Van Holland?” Inderdaad, maar niet van Holland, wel van de Zeven verenigde soevereine Provinciën. Op Spanje veroverd. Generaliteitslanden, onder direct gezag van de Staten=Generaal. Tot in de 20e eeuw goedkope arbeid en katholieke rust en orde. Dat heeft die landen overigens heel goed gedaan. Vooraan in technische innovaties. Met grote internationale bedrijven. Niks zieligs aan. Daar werd wat groots verricht!

  9. J.W.Hoegen zegt:

    En weer niets over de moord op Amerikaanse en Australische journalisten in 1949 , die wilden melden dat er fors gelogen werd over de Nederlanders .,

    • R.L. Mertens zegt:

      @JWHoegen; ‘ over de moord op Amerikaanse en Australisch journalisten etc.’ – De journalisten die op uitnodiging van Van Mook kwamen. En bij de terugvlucht in India verongelukten?

      • Jan A. Somers zegt:

        Ja, generaal Berenschot is ook bij een vliegtuigongeluk om het leven gekomen. Was DUS ook sabotage!

  10. J.W.Hoegen zegt:

    Yes .
    Zie Last Testimony , van uitgeverij The Knickerbocker uit 1949 .

    • R.L. Mertens zegt:

      @JWHoegen; ‘Last Testimony’- Uitgave; 100.000 st. door de VVD Amsterdam vertaald en gratis rond gedeeld. Vlak voor de overdracht Juli 1949 uitgegeven. Toen Nederland door zijn 2e actie in dec.1948 in het geniep uitgevoerd, te Parijs voor een VN ‘tribunaal’ moest verschijnen en aldus ambassadeur JGdeBeus; in Het Laatste jaar van Nederlands Indië te horen kreeg; ‘Wat Nederland heeft gedaan tegenover Indonesië, is erger dan wat Hitler heeft gedaan tegenover Nederland’. Met daarbij een Australisch(!) aangenomen amendement dat de politieke gevangenen(Soekarno,Hatta ea.) vrijgelaten moesten worden. Dacht U dat zo’n Testimony toen(en nu) nog enig verandering kan brengen in de situatie? Geloven in wat je graag wil geloven, was toen een hot item. Vooral bij de (Indische)Nederlanders.

      • Jan A. Somers zegt:

        “2e actie in dec.1948 in het geniep uitgevoerd” Dat lijkt mij erg moeilijk met al dat schieten.
        “VN ‘tribunaal’ ” Dat bestaat niet, en kan ook niet. Gewoon door andere staten naar de Veiligheidsraad geroepen voor tekst en uitleg. Komt regelmatig voor. Ik zal u nog even vertellen wat er aan de hand was:
        Het kwam tot een ruling van de Veiligheidsraad van 23 maart 1949. In deze ‘brief’ werd de UNCI aangespoord partijen behulpzaam te zijn bij de ten uitvoerlegging van de resolutie van de Veiligheidsraad van 28 januari en het bereiken van overeenstemming over de voorgestelde conferentie in Den Haag. Deze ‘informele resolutie’ had succes. Een akkoord tussen de delegatieleiders in de Veiligheidsraad, Van Roijen en Roem, van 7 mei 1949 gaf de grondslag voor een overdracht van de soevereiniteit zonder overgangsperiode. Dit akkoord bestond feitelijk uit twee eenzijdige verklaringen: Mr. Moh. Roem verklaarde overeenkomstig de resolutie van de Veiligheidsraad van 28 januari 1949 en de ‘ruling’ van 23 maart, dat er een bevel zou uitgaan tot het staken van de guerrilla-oorlog, dat er bereidheid was tot samenwerking gericht op het herstel van de vrede, en de bereidheid tot deelneming aan een Ronde Tafel Conferentie te Den Haag, ‘teneinde de onvoorwaardelijke overdracht van werkelijke en volledige souvereiniteit aan de Verenigde Staten van Indonesië te bespoedigen.’ In antwoord verklaarde Dr. Van Roijen onder meer dat op de Ronde Tafel Conferentie besprekingen zullen worden gehouden over de wijze, ‘waarop de onvoorwaardelijke overdracht van werkelijke en volledige souvereiniteit aan de Verenigde Staten van Indonesië in overeenstemming met de Beginselen van de Renville , zal kunnen worden bespoedigd.’ Ondanks alle strijd was het in deze verklaring genoemde Linggadjati-akkoord, opnieuw geformuleerd in het Renville-akkoord, overeind gebleven. Beel zag hier echter een koerswijziging van het Nederlandse beleid in; hij was het hier niet mee eens, trad af en werd als Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon vervangen door A.H.J. Lovink, secretaris-generaal van het ministerie van buitenlandse zaken.
        Het uitdelen van een brief (flyeren heet dat tegenwoordig geloof ik, mag toch? Zolang je maar nette taal gebruikt.

      • R.L. Mertens zegt:

        @JASomers; ‘in het geniep etc.’ – Wetende dat de VN in dec.1948 met kerstreces ging, plande Beel de 2e actie. Pesthaard Djokja moest verdwijnen. Vooral omdat de Federale Staten te kennen hebben gegeven zich min of meer achter de Republiek te scharen. De Republiek kreeg een ultimatum waarop gerekend is op een negatief antwoord; Nederland souverein in overgangsfase, TNI moest ontbonden worden(!) etc., om binnen vastgestelde termijn te beantwoorden. Doordat Beel dit ultimatum nog eens een dag achter hield(!) kwam dit bericht te laat in Djokja aan. De leden van de VN Veiligheidsraad ( in niet al te beste stemming vanwege onderbreking van hun vacantie)werden naar Parijs ontboden om 22 dec.1948 te Parijs een zitting te houden; JG Beus/ambassadeur aldaar; ‘de spanning was om te snijden. Behalve België(ivm. de Congo) was er geen land die enig begrip of sympathie koesterde voor de Nederlands politionele actie. Deze fysieke omstandigheden verhoogde de indruk dat Nederland daar op het wereldtoneel in het beklaagde bankje zat’. -Uw respons aangaande ruling van de Veiligheidsraad etc. 23/3 ’49 zijn de formele zaken, die na bovenstaande gebeuren zijn ondernomen.

      • Jan A. Somers zegt:

        ” zijn de formele zaken” En daar gaat het tenslotte om. De discussie is bla, bla, maar dat zijn we hier ook gewend. Belangrijkste: Wat vond de Veiligheidsraad ervan? 1. De wereldvrede is niet in gevaar; 2. Partijen wordt verzocht het vuren te staken; 3. Had ik al duidelijk geschreven: werd de UNCI aangespoord partijen behulpzaam te zijn bij de ten uitvoerlegging van de resolutie van de Veiligheidsraad van 28 januari en het bereiken van overeenstemming over de voorgestelde conferentie in Den Haag. Gewoon, niet dat hijgerige gedoe. Partijen reageerden zoals het hoort en de RTC kwam eraan.

      • R.L. Mertens zegt:

        @JASomers; ‘wat vond de Veligheidsraad ervan’- Dat schetste ik; hier boven. Alsmede; Wij kregen daar in Palais de Chaillot te Parijs, JGdeBeus; ‘in de schijnwerpers van de wereld-publiciteit, de rekening gepresenteerd, aldus Stikker in zijn memoires; ‘de stuntelige manier waarop wij deze kwestie onder de wantrouwend blikken van de Commissie van Goede diensten hadden aangepakt. Een katterige Kerstavond konden wij ons moeilijk denken’.

  11. J.W.Hoegen zegt:

    Dus indien de VVD iets vertaald ,
    dan zijn dat per definitie leugens .

    • R.L. Mertens zegt:

      @JWHoegen; ‘per definitie leugens’ – HRKnickerbocker (samensteller en uitgever hiervan);’als Sharir zou worden benoemd tot president en van Mook(!) zou de adviseur worden van deze nieuwe staat, dan zou de toekomst veel belovend zijn. Want de Indonesiërs kunnen het niet kunnen stellen zonder de Nederlandse bestuursbekwaamheid’. Mi. een kwalificatie van een slijmbal zou hem niet misstaan.( Van Mook heeft hem en deze groep journalisten uitgenodigd) Vele verhalen/aantijgingen ,nb. na de 2e actie, over het communistische gevaar etc. Een testimony? Inderdaad, maar dan van een falend Nederlands beleid in de eindronde. Om als laatste poging de wereld media om te kopen! ‘de moord op hen’. – U bedoelt dat dan de KLM piloot van de Franeker gecrasht heeft om deze groep journalisten om zeep te brengen?

      • Jan A. Somers zegt:

        “’als Sharir zou worden benoemd tot president en van Mook(!) zou de adviseur worden van deze nieuwe staat” Mislukte complottheorie? Hoe verzin je zoiets. In de eerste plaats is een presidentsverkiezing en een aanstelling van adviseurs een beslissing van de soevereine staat Indonesië. In de tweede plaats waren Sjahrir en Van Mook allang uitgekotst, zonder bedankje (en lintje) voor het vele nuttige werk dat ze hadden verricht. Zij hebben hun kop uitgestoken, en dat wordt niet altijd gewaardeerd.

      • R.L. Mertens zegt:

        @JASomers; ‘hoe verzin je zoiets’ – Inderdaad, Sharir en Van Mook waren al lang uit beeld, na de 2e actie in dec.1948. En Knickerbocker Testimony verscheen in Juli 1949! met bijdragen/aantijgingen over ‘gevaar van het communisme’; Rusland , China invloed etc. terwijl nb. de communistische opstand te Java door de Republiek zelf is neergeslagen. En zij daardoor bij de USA en Britten in aanzien stegen. – Knickerbocker is dat niet de naam van een vooroorlogse jongens kostuum? Heb het nog in 1950 gedragen. In de volksmond ‘drollenvanger’ genoemd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s