´Joyce in Lunteren, 1956´

Bij het reconstrueren van de geschiedenis maken we soms fouten, dat is onvermijdelijk. Als we echter allen onze verantwoordelijkheid nemen, kunnen we veel leed voorkomen.

Door Bert Immerzeel 

H. van Zanten: NIET

Het is alweer lang geleden dat ik samen met enkele collega´s een boek uitbracht over het verzet in Nederlands-Indië. Het staat nog steeds zichtbaar in mijn boekenkast, en ik gebruik het regelmatig voor de beantwoording van allerlei vragen. Hoe nuttig deze publicatie ook was, er kleeft een smet aan. Voor anderen misschien onzichtbaar, voor mij lastig te accepteren.

De publicatie was nog nauwelijks in de verkoop, of ik kreeg een brief van baronesse Johanna van Imhoff-van der Hoeven, waarin zij zich beklaagde over het feit dat wij daarin een verkeerde foto hadden gebruikt van haar eerste echtgenoot, de tijdens de oorlog geëxecuteerde eerste luitenant van het Korps Marechaussee van Atjeh, H. van Zanten. “Ik was zeer getroffen, daar het de zoveelste keer is dat deze vergissing gemaakt wordt”, schreef ze, boos en verdrietig. 

Een kort geding?

De oorzaak van de fout was snel opgespoord. In meerdere gezaghebbende bronnen, waaronder Stabelan van militair historicus Piet van Meel en het NRC Handelsblad, was dezelfde foto verschenen met het onderschrift “1ste luitenant H. van Zanten”. Er was geen aanleiding geweest te twijfelen aan dat onderschrift. Omdat ook wíj nu die foto gebruikten, ging het, om de woorden van mevrouw Van Imhoff te gebruiken, “voor de zoveelste keer” fout. Ik kon me haar boosheid en verdriet wel voorstellen.

In haar brief vervolgde zij: “De onzorgvuldigheid noopt mij u te verzoeken mij zo spoedig mogelijk een afschrift te sturen van de maatregelen die u neemt deze fout ongedaan te maken. Ik behoud mij het recht voor, gebruik te maken van mijn rechten als deze fout niet volledig wordt hersteld.”  Met andere woorden, zij dreigde met een kort geding. Ons boek zou uit de handel kunnen worden genomen.

Helaas heb ik geen kopie bewaard van mijn antwoord, en weet dus niet meer precies wat ik haar heb geschreven. Ik kan me echter voorstellen dat ik mijn oprechte excuses heb aangeboden, en vervolgens heb gevraagd de zaak te laten rusten. Het moet voldoende zijn geweest, gelukkig, want van een rechtszaak is het niet gekomen.

De waarde van foto´s

H.van Zanten: WEL (?)
Afbeelding uit Militaire Spectator, nr 5, 2011

Dit voorval geeft aan dat we bij het vertellen van vroeger niet zorgvuldig genoeg kunnen zijn. Maar ook dat oude foto´s verkeerd kunnen worden geïnterpreteerd. Als we geen weet meer hebben van toen, of te weinig, begrijpen we ook vaak niet meer welke de waarde of betekenis is geweest van afbeeldingen.

Tweede en derde generatie Indische Nederlanders zijn meestal nog in het bezit van foto´s zonder te weten wat ze voorstellen. Het Tropenmuseum heeft daar een paar jaar geleden een heel project aan gewijd: oude albums die verweesd waren, konden worden teruggegeven aan de families van de oorspronkelijke eigenaren. Het project was maar matig succesvol; zelfs de erfgenamen wisten niet meer wie waren afgebeeld. Ook Bronbeek doet aan zoekacties: op inloopdagen kunnen eigenaars van foto´s of albums vragen stellen over het afgebeelde. En dan is er natuurlijk ook nog  het internet, waar honderden foto´s worden aangeboden met de vraag: Wie weet méér?

Schoenendozen op tafel

Is er een oplossing? Ja, dat wil zeggen, gedeeltelijk. Als we willen dat onze kinderen en kleinkinderen niet op nóg groter achterstand worden gezet, moeten we alle oude foto´s die we nog hebben van onderschrift voorzien. Wat hebben onze nazaten aan albums waarvan ze niet weten wat de plaatjes voorstellen? Misschien dat wíj dat nog wel weten, maar over enkele decennia, als we er niet meer zijn, is ook die kennis verdwenen.

Dus, gewoon de albums en schoenendozen met foto´s op tafel, en dan – misschien eerst met een potlood, als we niet zeker zijn – de teksten erbij: “Ome Herman bij de soos in Soekaboemi, 1938”, “De baboe van de buurvrouw, toen we in Malang woonden”, “Aan boord van de Johan van Oldenbarnevelt op onze laatste reis naar Nederland, 1948”, “Joyce in ons pension in Lunteren, 1956”. Bedenk, dat we alle relevante informatie moeten vermelden, en dus een antwoord moeten proberen te geven op de vragen Wie, Wat, Waar, Wanneer en Waarom. De vijf w´s. Als we het niet weten: niet erg, gaat er ook niets verloren. Als we het wél weten, maar we schrijven het niet op: da´s pas een verlies.

Mevrouw Van Imhoff zag het scherp: een verkeerd onderschrift is méér dan alleen een verkeerd onderschrift, het kan ons beeld van de geschiedenis veranderen. Vandaar misschien beter eerst met een potlood.
Géén onderschrift is echter nóg erger.

x

Bron
Bert Immerzeel en Frank van Esch (red.), Verzet in Nederlands-Indië tegen de Japanse bezetting 1942-1945. SdU, Den Haag, 1993.

Dit bericht werd geplaatst in 9. Java Post. Bookmark de permalink .

3 reacties op ´Joyce in Lunteren, 1956´

  1. W.L. Pink zegt:

    Ik heb twee “verweesde “albums van mijn vader Willem Gerrit Plink via het Tropenmuseum gevonden. er staan inderdaad veel onbekenden in maar door deze albums kon ik ook weer een relatie leggen met andere foto’s uit de erfenis van mijn moeder

  2. koppieop zegt:

    —Wie, Wat, Waar, Wanneer, Waarom— Vooral persoonsfoto’s ermee completeren is in de practijk vaak niet uitvoerbaar. Sinds een aantal jaren probeer ik me er een gewoonte van te maken, maar als ik geen potlood of pen bij de hand heb, of me niet meteen de tijd gun om het te doen met digitale plaatjes, wordt uitstel meestal afstel. Heel af en toe – veel te weinig – duik ik in die dozen waar eens schoenen zaten, en krabbel erbij wat ik kan. Die 5W-suggestie kan niet genoeg worden herhaald!

    Eens mailde ik een oud-klasgenoot een foto van zéker 40 jaar oud en nodigde hem uit, de namen te noemen van wie hij zich herinnerde. Hij kwam tot nauwelijks de helft; was dus verheugd, en ook stomverbaasd dat ik vrijwel alle namen compleet wist te noemen. Natuurlijk was dat geen kwestie van een goed geheugen maar eenvoudig omdat ik ze op de achterkant had genoteerd en, duidelijk met opzet, niet had meegescanned.

    Anderzijds ontving ik een e-mail van Ron, een jongeman, een, ons verder onbekend, aangetrouwd familielid die bij het bekijken van een genealogische website had vastgesteld hoe onze familierelatie moest zijn. Het “bewijs” daarvan zou een foto zijn uit de nalatenschap van zijn grootmoeder. Daar stond een jong meisje op; met het onderschrift (lees: achterzijde) “Van mijn lieve nichtje Elly, 1924”. Uit onze plaatsen in de stamboom kon hij verder makkelijk afleiden dat Elly mijn moeder moest zijn. Zonder dat geschreven gegeven zou Ron mij niet hebben opgespoord en zou de foto gewoon vergeten worden.

  3. Jan A. Somers zegt:

    “Géén onderschrift is echter nóg erger.” Ja, dan is er ook geen discussie (bijvoorbeeld over gemaakte fouten), en kom jet het nooit te weten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s