Het Wilhelmus ondergronds

“Er is misschien niets, dat een volk beter typeert, dan de keuze en de wijze van viering van de nationale feestdagen. Voor de meeste landen zijn het glorierijke, beslissende momenten in de historie, die vorm hebben gegeven aan het nationale wezen. Het is echter niet toevallig dat de belangrijkste Nederlandse feestdag een verjaardag is, de verjaardag van een vrouw, die als Koningin en Oranje-vorstin méér is dan alleen maar staatshoofd, die Moeder is van Haar volk, en dat de viering van deze dag het karakter heeft van een familiefeest. ”

Oranjebal Sitoebondo, 1923

De omschrijving is afkomstig uit het programmaboekje ter gelegenheid van Koninginnedag 1952 in Soerabaja. Feesten kónden ze in Nederlands-Indië! Voor de blanke bevolking was het dansen en sjansen in de soos het ultieme medicijn tegen alles wat een verblijf in de tropen onaangenaam maakte, en voor de Indo-Europeanen de gelegenheid bij uitstek te netwerken. 

De viering van Koninginnedag, Oranjejubilea en de geboorte van prinsesjes was misschien wel extra belangrijk. Niet alleen om de familieband met het vaderland te benadrukken, maar ook om de inheemse bevolking te laten zien hoe de machtsverhoudingen lagen. Er werden dagenlang optochten georganiseerd, erebogen opgericht en toespraken gehouden. De speech van de regent was zeker niet het minst belangrijk. De muzikale omlijsting was een combinatie van ´Wien Neêrlands bloed´ (volkslied tot 1932), het Wilhelmus, en gamelanklanken.

Het Wilhelmus ondergronds

Al dit gefeest was in één klap voorbij toen de Japanners kwamen. Toen de bezetting een feit was, zond de NIROM nog een week lang iedere dag het Wilhelmus uit, – tot de Japanners doorkregen welk lied dit was. Drie omroepmedewerkers werden geëxecuteerd. Het Wilhelmus en het huis van Oranje hadden voor de Europeanen opeens een welhaast sacrale betekenis gekregen. Zij stonden voor alles wat van waarde was.

In de kampen, misschien onnodig het te vermelden, was het natuurlijk verboden om het Wilhelmus te zingen of oranje te dragen. Tot de bevrijding dáár was: “Vrede!!! Vrede!!! 24 augustus Vrede!!! Ik kan haast niet”, schreef T. van Eyk-van Velsen in haar dagboek over Aik Pamienke, “ik kan het haast niet opschrijven, het is eindelijk vrede, de oorlog is afgelopen. Ik ben lam geslagen en kan het haast niet geloven. Een uur geleden is het kamphoofd ons de vrede bekend komen maken. Iedereen in de war, huilt, lacht en we zijn nerveus. Opeens zie je overal oranje dragen en hangen. Waar het vandaan komt, snap je niet. Het Wilhelmus werd gezongen. Ik kan haast niet meer. Juichen kan ik niet, loop als verdwaasd langs het prikkeldraad en een zuster neemt mij bij de arm en zegt dat de oorlog voorbij is.”

Vrijheid

Natuurlijk gaf de tekst van het Wilhelmus alle reden tot verheerlijking. Dat die betekenis óók kon slaan op de vrijheidsstrijd van het Indonesische volk, ook dát werd al snel duidelijk.  “De werkelijke betekenis van het Wilhelmus in zijn verbeten strijd tegen de onmenschelijke vijand heeft het Nederlandsche volk waar gemaakt. Dat is wat het Wilhelmus bedoelt met zijn prachtige strophe over ´het verdrijven van de tyrannie die ons het hart doorwondt´. Het moet dat verlangen echter ook híer waarmaken, tegen de tyrannie in. Of het zal geen volk der vrijheid meer zijn!”, aldus Het Dagblad in april 1946.

Weer vijf, zes jaar later had het lied zijn symbolische betekenis misschien nog niet verloren; degenen die het zongen moeten er andere gevoelens bij hebben gehad.

“De verjaardag van koningin Juliana is in Djakarta en elders met grote opgewektheid gevierd”, schreef De Nieuwsgier over Koninginnedag 1953. “In de morgenuren reikte de Hoge Commissaris, graaf W. van Bylandt, in de ambtswoning decoraties uit aan te Djakarta wonende bij deze gelegenheid onderscheiden personen; te 12.00 ontving hij Indonesische autoriteiten en het corps diplomatique, bij welke gelegenheid minister Sunarjo de gebruikelijke toast uitbracht, des avonds was er een receptie voor Nederlanders. Elders, waar een commissaris is gevestigd, volgde men ongeveer hetzelfde programma. In Bogor waar de Nederlandse Vereniging de viering organiseerde, werd het Wilhelmus gereciteerd maar niet gezongen op grond van een circulaire van binnenlandse zaken. De HC heeft hiertegen protest aangetekend.”

Het Wilhelmus gereciteerd maar niet gezongen? Wat was er gebeurd? Het Wilhelmus opnieuw ondergronds?

Zó erg was het niet, maar het lied stond wel onder enige druk. “De voorzitter van de Nederlandse vereniging te Bogor, prof. L. W. Kuilman, deelde in de toespraak, welke hij op Koninginnedag in de Bogorse sociëteit hield, dat het ´krachtens een beslissing van het ministerie van binnenlandse zaken niet was toegestaan op deze dag en deze plaats het Wilhelmus te zeggen´. Prof. Kuilman achtte het noch de plaats noch zijn taak om daarover te discussiëren. Hij beëindigde zijn toespraak met het reciteren van het zesde couplet van het Wilhelmus”

Mijn schild ende betrouwen
zijt Gij, o God mijn Heer,
op U zo wil ik bouwen,
Verlaat mij nimmermeer.
Dat ik doch vroom mag blijven,
uw dienaar t’aller stond,
de tirannie verdrijven
die mij mijn hart doorwondt.

Opeens lijkt het anders te klinken… alsof het niet niet meer over de Japanners gaat, maar over de Indonesiërs.

Na ontvangst van het bericht uit Bogor wendde het persbureau PIA zich tot het hoge commissariaat te Djakarta. En ja, het was waar:  volgens de Indonesische minister van buitenlandse zaken was het ten gehore brengen van het Nederlandse volkslied op de Nederlandse nationale feestdag uitsluitend toegestaan in de ambtswoningen van de hoge commissaris en van de commissarissen. Genoemd ministerie was door het HC gewezen op het discriminerend karakter van deze maatregel, welke alleen ten aanzien van het Nederlandse volkslied werd genomen, zomede op de omstandigheid, dat de Indonesische gemeenschap in Nederland ten aanzien van het Indonesia Raya aan generlei bijzondere beperking is gebonden.
“Deze protesten, zo werd voorts verklaard, hebben er tot nu toe niet mogen leiden, dat deze voor Nederland wel zeer pijnlijke maatregel, welke overigens voor zover bekend alleen te Bogor aan de Nederlandse gemeenschap werd bekend gemaakt, ongedaan is gemaakt.”

Met andere woorden, het verbod bestond al enige tijd, en er was tegen geprotesteerd door het Nederlandse HC.

De viering van Koninginnedag tijdens het zingen van het Wilhelmus, Djakarta, 1957

Begrip voor de geest van de regeling

Een jaar later werd nogmaals uitleg gevraagd aan de Indonesische Minister van Buitenlandse Zaken. De Nieuwsgier:

“De minister van binnenlandse zaken, prof. mr. dr. Hazairin heeft aan PIA verklaard, dat de UPBA (Kantoor vreemdelingenzaken) op 26 Mei 1953 een instructie heeft uitgevaardigd, als richtlijn voor de daerahhoofden. Deze instructie werd uitgevaardigd in verband met het zingen van het Wilhelmus tijdens de dodenherdenking op 4 Mei 1953 op de erevelden. In de instructie wordt o.m. verklaard, dat het Wilhelmus slechts mag worden gezongen op nationale feestdagen en op officiële plaatsen, zoals de woning van de hoge commissaris, of de Nederlandse commissarissen. Minister Hazairin legde er de nadruk op, dat deze instructie slechts betrekkingen heeft op de dodenherdenking en niet bedoeld is als algemene maatregel ten aanzien van het Wilhelmus als volkslied. De richtlijn van de UPBA hield rekening met de omstandigheden waaronder deze werd vastgesteld. De minister van binnenlandse zaken zei voorts, dat de instructie is uitgevaardigd zonder medeweten van de minister van binnenlandse zaken of de secretaris generaal, hetgeen zeer betreurd wordt.
De door de UPBA uitgevaardigde regeling is sterk afhankelijk van plaats en tijd, en kan niet worden gegeneraliseerd. De minister voegde er aan toe, dat hij begrip heeft voor de geest van de regeling. Hij is ervan overtuigd, dat het zingen van het Wilhelmus op bepaalde plaatsen moeilijkheden kan veroorzaken in verband met de mentaliteit van het volk, dat nog van de geest van de revolutie bezield is.
Met het oog hierop, en om ongewenste reacties van net volk te vermijden, dat nog sterk door sentimenten wórdt beheerst, waar het Wilhelmus betreft, is minister Hazairin van mening, dat het tactvol is dat aan het ten gehore brengen van het Wilhelmus geen volledige vrijheid wordt gegeven, en dat het aanbevelenswaardig is deze kwestie eerst met het plaatselijk bestuur te bespreken.”

Aan het ten gehore brengen van het Wilhelmus werd dus geen volledige vrijheid gegeven, en was steeds afhankelijk van toestemming van lokale autoriteiten.

Voor zover bekend, zijn nadien geen nieuwe aanwijzingen gegeven voor het zingen van het Wilhelmus. We mogen echter aannemen, dat bij latere gelegenheden in de jaren ´50 het lied steeds zachter werd uitgevoerd. Mogelijk kan iemand van de ambassade in Jakarta ons nog een keer mededelen of het volkslied thans wel weer met volle borst wordt gezongen.

x

Dit bericht werd geplaatst in 9. Java Post. Bookmark de permalink .

22 reacties op Het Wilhelmus ondergronds

  1. Hessel A. Naberman zegt:

    Heb hier nooit iets van gemerkt in Jakarta. In tegendeel, in 1951 was het vaak alsof er voor de Nederlandse gemeenschap niets veranderd was…….

    • JPF Barneveld Binkhuijsen zegt:

      Nou mijnheer Naberman, wij hebben in Jakarta wel degelijk veel van de anti-Nederlandse stemming gemerkt, in de jaren 50 toen de Nieuw Guinea kwestie speelde. ik kon nooit alleen de stad in en werd altijd begeleid door mijn Molukse bodyguards. Een heel verschil met nu, nu heb je een streepje voor. Het begint al bij de immigratie dienst ; ” och Belanda, anak Betawi, bagus! , apa kabar Pak.”

  2. J. Michiel Alma zegt:

    Mooi dit verhaal op de juiste datum , dank .

  3. Jan A. Somers zegt:

    In Nederland mag je op straat gewoon het Indonesia Raya zingen. En de Indonesische vlag hijsen.

  4. August Pijma zegt:

    In Jakarta heb ik gewoond van 1951 tot mijn vertrek op oudejaarsdag 1957.
    Het Wilhelmus dorsten we niet te zingen, en Nederlands spreken op straat deden we erg voorzichtig., net als in de jappen tijd.
    Ben blij dat Nederlandsch Indie voorbij is

    • Hessel A. Naberman zegt:

      Nou…..dat is een sterk verhaal!! Zelfs Indonesiërs spraken Nederlands om te tonen dat ze geschoold waren.

      • R.L. Mertens zegt:

        @Hessel.A.Naberman; ‘Indonesiërs spraken Nederlands om etc’ – Zeker niet tijdens jr.50 Westerling coup en daarna ivm.de Irian kwestie, zoals door hr.Pijma verwoord. Wellicht wel om de belanda’s in het Nederlands uit te schelden. Pas in de jr.’70/’80 veranderde dit( na Kon.Juliana’s bezoek in ’74) aldus de vakantiegangers. Toen was de ontvangst; warm.(zonder visum met voor rang door de douane)

  5. Maud Lebert zegt:

    U heeft volkomen gelijk mijnheer Naberman. Toen ik in 1951 en daarna in de soos ging dansen, waren daar alleen Nederlanders en/of (blanke!) buitenlanders. Perfect Nederlands spraken niet alleen hoogopgeleide, maar vandaag de dag zelfs ook de heel gewone man, die ooit in Nederlandse dienst is geweest en ze zijn er zelfs erg trots op.
    Ter informatie mhr. Pijma, iedereen sprak in de ‘Jappentijd’ heel gewoon Nederlands. En waarom ‘voorzichtig’? Wat hadden we dan voor een taal moeten spreken? En om welke reden hadden we het Wilhelmus moeten zingen? Dat kan men tegenwoordig zonder meer ook in Indonesie op straat zingen, omdat daar geen mens meer weet wat dat voor een lied is. Per slot zingt daar iedereen op straat een lied. Daar hoeft men geen Nederlandse vlag voor te hijsen mhr. Somers. Om welke reden zou men een Indonesische vlag in Nederland op straat moeten hijsen als men Indonesia Raya op straat zou zingen. Dat kent toch geen Nederlander.
    Bovendien worden er tegenwoordig zoveel vlaggen gehesen, dat niemand meer weet wat ze betekenen.

    • Jan A. Somers zegt:

      Ik heb Indonesische buren gehad die op 17 augustus de Indonesische vlag uithingen. En ik ben een keer op die dag uitgenodigd op de ambassade, waar ook de vlag wapperde en het Indonesia Raya werd gezongen. Was toch goed? En de hapjes en drankjes waren lekkerder dan bij de ministeries op Koninginnedag. In militaire dienst moest je dan verplicht verschijnen in de mess. Toast op de koningin met oranjebitter. Als je die (terecht)ondrinkbaar vond ging je voor een plantenbak staan waar je je glas over je schouder in kon gieten. En elke dag werd bij het vlag hijsen het Wilhelmus afgespeeld van een grijs gedraaide plaat. Als officier van piket stond je bij de vlaggenmast en gaf met je hand een seintje naar de wachtcommandant die het plaatje opzette.
      Mijn mooiste Wilhelmus was in 1946 bij vertrek met de Sloterdijk naar Nederland. Afscheid van mijn geboorteland. Maar wel richting een nieuwe toekomst.

      • R.L. Mertens zegt:

        @JASomers; ‘mijn mooiste Wilhelmus was etc.’ – Nou begrijp uw zienswijze aangaande het Indië verleden. Velen verlieten Indië in 1946 met bezwaard hart; weg uit dat rot land etc! Zo werd ons achterblijvers in opvangkampen(Semarang) toegesproken door vriendjes en familieleden die vertrokken. Na die verschrikkelijke bersiap explosie. Wij vertrokken in dec.1945 naar Soerabaja en werden in een (HBS?) gebouw in Darmo gebied ondergebracht. Nederhand in het ‘Julianakamp’ grenzend aan Krembangan. Soerabaja lag toen in puin.

  6. P. Schumacher zegt:

    Er bestaan nog veel meer wrange variaties op ons Wilhelmus. Zoals deze.
    Groet Peter Schumacher

    De schrijver Jef Last was voor de oorlog actief in de strijd tegen koloniale onderdrukking. Hij schreef zijn Liedjes op de maat van de rottan als protest tegen de concentratiekampen in Boven-Digul (Nieuwe Guinea), die na de (communistische) Indonesische opstand van 1927 door het koloniaal bestuur waren ingesteld. Onder tegenstanders van de koloniale politiek bestond een zekere traditie om het Wilhelmus aan te grijpen om hun protest te doen horen. Jef last zette in zijn Digul Wilhelmus dat gebruik voort.

    Digul Wilhelmus

    Wilhelmus van Nassauwe
    zing ik omdat ik moet,
    den vaderland getrouwe
    dat dronk mijn broeders bloed.
    De knechten van Oranje
    lieten mij ongedeerd,
    de rechter zei, ‘k verban je
    opdat je ginds krepeert.

    In Blanda’s vrees te leven
    heb ‘k niet genoeg betracht,
    daarom ben ik verdreven
    en werd ik hier gebracht.
    De heerschers, die regeeren,
    kozen als instrument
    in dienst der suikerheeren
    van Rhemrev’s regiment.

    Mijn schild ende betrouwen
    zijt gij niet, ‘groote heer’,
    voortaan zoo wil ik bouwen
    slechts op mijn volks verweer,
    dat het toch vroom mag blijven
    vol strijdlust t’aller stond,
    de tyrannie verdrijven
    die mij het hart doorwondt.

    JEF LAST Vrij naar Marnix van St. Aldegonde.

    • R.L. Mertens zegt:

      @PeterSchumacher; ‘Jef Last;Wilhelmus’- Opmerkelijk, dat jl.april in het Abbe museum in Eindhoven een tentoonstelling; Fragments over Boven Digoel is geweest. Voor die tentoonstelling. reisde samensteller van de Ven erheen en zag het bos, vissersboten, het inmiddels overwoekerde kamp met tralies, prikkeldraad, uitkijktorens. Boven
      Digoel is één onophoudelijke mishandeling, waarvan men zich geen voorstelling kan maken, als men er niet geweest is. Een banneling kamp met een dodende (malaria) klimaat, waar de Nederlandse machthebber vanaf 1928 honderden politieke opstandelingen interneerde. Aldus raden Sukaesih, die daar 3 jaar gevangen zat.

  7. Maud Lebert zegt:

    Mijnheer Mertens, uw ervaringen en die van de heer Pijma zijn volkomen tegengesteld van wat ik gedurende die tijd meegemaakt heb. Op de school waar ik was waren er scholieren van allerlei couleur en ook Indonesiers en wij spraken altijid Nederlands. Tot de dag van vandaag maile ik met mijn (school)vrienden van destijds in het Nederlands. Ook was ik na mijn schooltijd bij een Nederlands bedrijf werkzaam en ook daar werd er met alle werknemers, Indonesiers of niet, Nederlands gesproken, ongeacht Westerling en de kwestie Irian Jaya. Ik heb nog nooit meegemaakt, dat ik ooit ergens in Indonesie uitgescholden werd en dat zeker niet in het Nederlands.
    Ik heb weliswaar, zoals ik al eerder schreef in de soos gedanst, waar geen Indonesiers toegelaten werden, evenzo als in de Jachtclub, Maar ik werd ook regelmatig door Chris Broekhuis (een kunstenaar) uitgenodigt op diens parties (fenominaal!), en die nodigde uitsluitend Indonesiers uit.
    Ik denk dat hij mij uitnodigde omdat ik kon dansen en graag danste en omdat er te weinig meisjes waren. Ik heb er met Indonesische offizieren gedanst en als ik een beetje meer opgepast had, had ik veel over hun opperbevelhebber Suharto kunnen ervaren, maar ik was er meer op bedacht om mijn tenen vrij te houden, omdat deze heren niet konden dansen. Anyway. We spraken Nederlands. Ook nadat ik getrouwd was, sprak ik met de ‘bovenste etages’ van het werk van mijn echtgenoot alleen maar Nederlands.
    Het Nederlands spreken heeft in Indonesie nmm niets met de komst van Koningin Juliana te maken. wie wist dat in zo’n groot land en wat kon het de mensen schelen.
    Het tourisme is er op aangewezen, dat de guides de taal van de touristen kunnen spreken en dat is het geval., of nu Frans, Engels of Duits.. De guides hebben er zich op gespecialiseerd, ook op het Nederlands en niet alleen dat, maar ook op de geschiedenis van het land. Chapeau.
    Wat het Wilhelmus betreft, waar dit artikel per slot over gaat, weet ik echt niet, zoals ik de heer Pijma al eerder geschreven heb, wanneer we dit hadden moeten/kunnen zingen. Als het dan al bij offiziele gelegenheden nodig was en is, zing ik nooit het eerste couplet mee, want ik heb geen druppel duits bloed in mij en ik weet niet om welke reden ik de koning van Spanje zou moeten eren. Dat is tempi passati! Het is tijd om een nieuw volkslied te maken.
    Als u dan al Mhr. Mertens voor de algemeenheid spreekt, dan verwacht ik wel, dat er gegevens zijn, die dat bevestigen en niet alleen maar gesteund op persoonlijke belevenissen. Want die zijn zoals ik hierboven beschreven heb, individueel verschillend.
    Beste groeten.

    • R.L. Mertens zegt:

      @MaudLebert; ‘tegengestelde ervaringen- gegevens zijn etc.’- Mijn ervaring; alleen tijdens de Jappentijd, want in dec.1949 zijn wij vertrokken. In de Jappentijd spraken wij in het openbaar (Ambarawa !) veelal Maleis/Javaans. Tijdens de Westerling coup 1950 en de Irian kwestie kan ik me voorstellen( en van horen zeggen van familieleden) dat men toen in het openbaar(!) zich gedeisd hield om Nederlands te spreken. Individueel verschillend? Klopt

    • Jan A. Somers zegt:

      Er is zowel tijdens de Japanse bezetting, de bersiaptijd als daarna nooit iemand geweest die mij heeft gezegd dat ik geen Nederlands mocht spreken. Natuurlijk sprak je met Indonesiërs Maleis (of een mondvol Javaans), maar dat was vóór de oorlog al. Tijdens de bezetting een klein beetje Japans geleerd. Bij de Kenpeitai was er een Indonesische ondervrager die redelijk Nederlands sprak.
      “want ik heb geen druppel duits bloed in mij en ik weet niet om welke reden ik de koning van Spanje zou moeten eren” Het was dan ook een bede (gericht aan Filips II) van Willem van Oranje. Dat hij van Duitse afkomst was, en dat Filips II zijn suzerein was. Misschien hebben we allemaal wel een beetje Duits bloed, de Batavieren kwamen toch uit die hoek? Kwamen bij Lobith het land in. En er zijn ook veel Duitsers in de Indische Archipel terecht gekomen, al vanaf de VOC-tijd. En de 80-jarige oorlog zal toch ook niet onopgemerkt zijn gebleven? Met al die mooie Zeeuwse meisjes? (weet ik alles van). Laten we a.u.b. niet aan een ander volkslied beginnen! Komt een hoop ruzie van, nieuwe partijen, nieuwe verkiezingen enz. Allemaal ellende. Hanteer de Indische gewoonte: daar wordt niet over gepraat. Kan iedereen weer aan de rendang. Vergeet ook niet dat in Indië het Wilhelmus het teken van de bevrijding was! Geweldig!

      • Maud Lebert zegt:

        Bedankt mhr. Somers voor de informatie. Het is me een raadsel waarom heel wat Nederlanders menen, mij les in vaderlandse geschiedenis te moeten geven. Ik ben ook op school geweest. en zelfs op een Nederlandse school! En daarna heb ik er nog een beetje meer bijgeleerd.
        Aangezien ik de familiestamboom van vaders en moeders kant uitgezocht heb, weet ik dat ik geen druppeltje duits bloed in mij heb. Heeft u behalve over de 80jarige oorlog ook ooit iets over de Hugenoten gehoord? Nu, dat zijn mijn voorouders en om die reden wordt mijn naam ook frans uitgesproken.
        U heeft volkomen gelijk dat een nieuw volkslied moeilijkheden zou kunnen veroorzaken. Het zou mogelijk, maar het moet niet zijn. Hier heeft men geprobeerd een nieuw Zwitsers Volkslied te propageren. Daar werd niet op gereageerd en dus werd deze poging in de doofpot gestopt. Zo kan het ook gaan, zonder geharrewar en of ruzie.
        Dat het Wilhelmus in Indie een teken van bevrijding was, heb ik nooit geweten. We hebben nooit gelegenheid gehad het te zingen. Bovendien waren we blij alles overleefd te hebben, daar hadden we geen tijd om te zingen.
        Wat ik wel heel interessant vind, is dat hier in Zwitserland op koninginnedag, tegenwoordig koningsdag, alle Nederlanders bij de consul uitgenodigd worden en dan het Wilhelmus gezongen wordt. Daarvoor krijgt iedereen een blaadje met de text en iedereen kan daar de text vanaf lezen. (behalve ik want ik ken de text uit het hoofd, wat heel wat mede-Nederlanders verbaast.)
        Zo, gaat u gerust terug naar uw rendang en geniet ervan. Ikzelf houd er niet van. Er zijn betere gerechten in Indonesie.
        Beste groeten

      • Jan A. Somers zegt:

        Sorry, ik was alleen verbaasd dat u zo duidelijk wist dat er geen Duits bloed door uw aderen stroomt. Over mijn Indische roots ben ik niet zo zeker, daar was van alles mogelijk, ook gezien mijn stamboom. En dat in de bede van Willem van Oranje hij terecht verwijst naar Duitsland en Spanje vond ik ook niet vreemd.
        Toen de Nederlandser vliegtuigen boven Soerabaja de pamfletten uitwierpen werd bij mij in de straat het Wilhelmus gezongen, de Japanners vonden dat best. En tijdens mijn korte verblijf in kamp Struiswijk in Batavia zongen we het na de keuring door de Amerikanen. Die vonden dat prachtig. Onder SEAC werd in Soerabaja geen Wilhelmus gezongen, die Britten waren daar als de dood voor. Maar wel bij de aankomst van de mariniersbrigade, half maart 1946. En bij mijn vertrek in juni 1946. Die laatste keer heeft het mij het ergst getroffen, afscheid!

      • Maud Lebert zegt:

        Alweer iets nieuws van u gehoord mhr. Somers. Kamp Struiswijk? Amerikanen in Batavia? Nooit gezien en zeker nooit van gehoord. Engelsen, ja, Punjabi, ja, Shiks, ja. Maar Amerikanen hadden volgens de regels van de bevrijding niets met voormalig Indië te maken en waren er dus niet. (geschiedenis!) Nederlandse vliegtuigen die over Batavia vlogen met of zonder pamfletten bestonden niet. Die waren er pas na de wisseling van de Britten en die werden ingezet tegen de Indonesische ‘Rebellen’ en weliswaar niet met pamfletten.

      • Indisch4ever zegt:

        Lou de Jong schreef in zijn standaardwerk deel 11 dat op verschillende momenten te samen een paar honderdduizend pamfletten werden uitgestrooid boven Soerabaja.
        Ook werden veel pamfletten gedropt boven Batavia door ‘Nederlandse Mitchells’ in september 1944, aldus de Jong.
        Bedoelde Jan Somers die dropping boven het burgerkamp Struiswijk, bij Batavia ?

      • Jan A. Somers zegt:

        “paar honderdduizend pamfletten werden uitgestrooid boven Soerabaja.” Ik heb nog zo’n oranjekleurig pamflet (verkreukeld) uit Soerababa, ondertekend in Balikpapan d.d. 25 augustus 1945. In Nederlands en Maleis. Dit was het tweede pamflet, met de vermelding van de geallieerde autoriteiten die in Tokio de overeenkomst zouden tekenen. Het eerste pamflet uit Soerabaja, met bericht van de overgave, ben ik kwijtgeraakt in de bersiap, met alle andere dingen. Die vliegtuigen waren volgens mij Nederlandse Dakota’s. Ze vlogen heel laag Het belangrijkste verschijnsel was dat ze niet door de Japanners werden beschoten. Het ging een beetje primitief, de deur stond open en iemand wierp pakken vol naar beneden. Ook op 9 (?) november 1945 werden boven Soerabaja pamfletten uitgeworpen met de tekst van het Britse ultimatum, Engelse vliegtuigen. Die pamfletten kwamen ook bij ons in de gevangenis terecht, vandaar dat we afwisten van de komende bevrijding uit de gevangenis op 10 november.
        Kamp Struiswijk? Amerikanen? Ja! Ik werd na de bevrijding uit de Werfstraatgevangenis in Soerabaja op 12 november 1945 geëvacueerd met HMS Princess Beatrix. Het doel was Singapore (waar ook mijn vader zat) maar halverwege kwam het bericht dat Singapore vol zat. We weken uit maar Batavia, waar ik een nacht doorbracht op het hospitaalschip Van Heutsz. Op beide schepen werden we volop getrakteerd, gebraden kippetjes, koteletten, erwtensoep. Volop aan de dunne poep! Ik werd daarna opgevangen in kamp Struiswijk (voormalige gevangenis). Volgens mij werd dat beheerd door het Rode Kruis. Wij werden gekeurd door een Amerikaans medisch team. Het Rode Kruis was onafhankelijk van de Engelsen, zij gebruikten iedereen die bruikbaar was, geen last van geschiedenis en nationaliteit. In Soerabaja had het N.I Rode Kruis de Zwitserse consul als directeur. De Engelsen schenen dat best te vinden, zelf had RAPWI toch al te weinig personeel. Alle kleren uit en op een grote hoop gooien. Onder de douche (DDT?). Keuringsuitslag: alles werkte normaal, algehele toestand slecht. Daarna nieuwe kleren. In de avonden vertoonden ze Amerikaanse films. De eerste was: Two girls and a sailor. Verder films met Glenn Miller Orchestra, en Vera Lynn. Sindsdien mijn favorieten! Na twee weken terug naar Soerabaja als corveeër van het Rode Kruis, met een Nederlandse Dakota. In juni 1946 weer naar Batavia, nu met een Mitchell. Daar waren de bommenrekken vervangen door houten bankjes. Krap, maar het werkte.
        “ja, Punjabi, ja, Shiks, ja.” In Soerabaja waren het voornamelijk Maharatta’s en Gurkha’s. Wel heb ik van Sikh’s rijles gehad op hun ambulances. Bij hun vertrek bleven die ambulances achter, die werden nu door ons bemand.

    • JPF Barneveld Binkhuijsen zegt:

      Waarde Maud,
      Het is een fabel dat er in de jachtclub in Jakarta geen Indonesiërs toegelaten werden. In de jaren 50 waren wij er vaak en ontmoeten er ook Indonesische collega’s van mijn vader ( arts) .

      • Maud Lebert zegt:

        Beste Mijnheer Barneveld Binkhuijsen, bedankt voor de reminder. Mijn excuses! Natuurlijk waren er in de Jachtclub Indonesiers. Er was een ploeg voor het opruimen, een ploeg voor het schoonmaken, en dan degenen die de bestelde drankjes brachten. Ik denk dat er nog een ploeg voor de zeilschepen was, maar dat weet ik niet zeker. Vanzelfsprekend werden een paar vriendelijke woorden gewisseld, maar per slot waren ze aan het werk.
        Waarschijnlijk waren wij (u en ik) niet op dezelfde tijd op dezelfde plaats, (ik was er echt niet dikwijls, omdat ik ook plichten had), zodat ik niet het genoegen heb gehad u, uw vader (wat doet zijn beroep ertoe had ik graag geweten) en zijn Indonesische collega’s te hebben ontmoet.
        Een ‘fabel’? Misschien zoudt u wat voorzichtiger kunnen zijn met uw uitdrukkingen? Van tevoren bedankt. U schrijft over uw belevenissen en ik schrijf over mijn belevenissen. Dat is, zoals u misschien eerder op dit blog heeft kunnen lezen, individueel verschillend.
        Dat u, zoals u aan de hr. Naberman schreef, zich alleen met een ‘Molukse’ Bodyguard (is de afkomst voor een Bodyguard van belang?) in Jakarta kon bewegen, kan ik (individueel belevenis)
        als volgt het tegenbewijs brengen. Mijn Zwitsers echtgenoot zag er qua uiterlijk niet anders dan een Nederlander uit. Ziijn Zwitsers paspoort had hij zeer zeker niet op zijn hemd gespeld. Maar wij konden overal zonder problemen, en ook zonder ‘bodyguards’, gaan en staan waar we wilden.
        Nogmaals mhr Barneveld Binkhuijsen, het zijn individuele belevenissen, maak er geen algemene
        fabel van.
        Beste groeten

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s