Een bruikbare soldaat

KNIL-soldaten op oefening

We schrijven september 1939. Met de Duitse inval in Polen was zojuist de Tweede Wereldoorlog begonnen. Nederland had misschien nog de illusie neutraal te kunnen blijven, alle tekenen wezen erop dat het dit keer niet zou lukken. Groot-Brittanië en Frankrijk hadden Duitsland al de oorlog verklaard, en Duitse bommenwerpers waren onderweg naar Londen.
In Nederlands-Indië, waar KNIL-troepen zowel een taak hadden om de landsgrenzen te verdedigen alswel om intern de orde te handhaven, was steeds meer sprake van een groeiend gevoel van onbehagen. De bewapening was onvoldoende, en Japan, bondgenoot van Duitsland en inmiddels nieuwe machthebber in China, had al zijn oog laten vallen op Frans Indo-China. En dan was er ook nog de vraag met betrekking tot het KNIL-personeel: was dát wel voldoende voorbereid?      

Uit het Nieuws van den dag voor Nederlands-Indie van 30 september 1939, onder de titel ´Dorst leidde tot desertie´:    

“Soldaat S. de J. van de 2de afd. Bergartillerie te Salatiga was nauwelijks twee weken uit de militaire gevangenis van Tjimahi voor een zelfde vergrijp ontslagen, of hij stond alweer opnieuw voor de krijgsraad.
– ´Bekent u, dat u drie dagen bent weggebleven?´, vroeg de president.
– ´Helemaal, edelachtbare!´, was het openhartige antwoord.
– ´Hoe kwam dat dan zo?´, wenste de president nader te weten.
– ´Tja, ik had herrie met m’n vrouw, maar ja, ik zal niet alle schuld op haar gooien, want ik heb eigenlijk zelf de schuld. Het spijt me voor mijn twee kinderen. Ik geef toe, dat het stom van me is geweest.´
– ´Hoeveel dienstjaren hebt u nu?´
Beklaagde zei, dat hij thans zeventien jaar in dienst is.  

Een gewezen collega

’t Kwam zo, vertelde hij: op de avond van die bewuste julidag was hij een gewezen collega, thans gepensionneerd, tegen het lijf gelopen en vanwege de ontmoeting en de zwoele avondwarmte, die dorstig maakt, hadden ze samen maar ’n glaasje bier in een café gedronken.

Java Bock

De gepensionneerde vriend was toen met hem meegegaan naar zijn huis en door de wandeling hadden ze weer dorst gekregen, die thuis ook maar met ’n biertje gelest werd, waarna de vriend maar bij hem was blijven logeren.
De volgende dag was een zondag en omdat beiden een ernstig gesprek te voeren hadden, vonden zij, dat een biertje de ernst wel wat zou doen verminderen, zodat er maar vlug iemand naar een toko werd gestuurd om een voorraadje in te slaan!
Hij had eigenlijk al die zondag dienst moeten doen maar vanwege het ernstige gesprek was daar niets van gekomen totdat hij maandagochtend in alle vroegte wakker werd en er een kanonnier voor zijn bed stond, welke kameraad hem de aandacht op z’n dienstverplichtingen vestigde.
Beklaagde trok een benauwd gezicht en begon te klagen over vreselijke buikkrampen en hij was eigenlijk haast te ziek om op ziekenrapport te verschijnen. En om nu ’n beetje op te knappen had hij maar vlug een biertje, dat hij nog in huis had, ingeslikt!
– ´Die krampen in de buik konden toch ook te wijten zijn aan al die koude biertjes?´, merkte de president op. ´Waarom nam u er dan nog een?´
– ´Och, het heeft me daartegen wel meer geholpen´, klonk het laconieke antwoord.

De lokkende warong

Evenwel ging hij toch maar, vergezeld van zijn gepensioneerde vriend, die nog steeds zijn gast was, voor dag en dauw naar de kazerne, totdat het toeval wilde, dat ze onderweg een warong passeerden, die juist zijn deuren had geopend. Zij keken elkaar eens veelbetekenend aan, wierpen hun blikken eens in het waronkje en zagen daar velerlei donkergekleurde flessen staan, keurig naast elkaar, als soldaten in het gelid.
´Het zal een warme dag worden, denk ik´, sprak de gepensioneerde, die ook als zijn ervaring betoogde dat hitte dorst veroorzaakt. Zijn gastheer, de soldaat, beaamde dit volkomen, en om nu maar voor de eerste uren de dorst te kunnen weerstaan, trokken zij de warong binnen waar na ankele uren het flessental al aardig was verminderd. Toen zij ´s middags naar huis gingen was er al haast niets meer van over want ze hadden voor alle zekerheid nog maar een stuk of tien volle flessen meegenomen!

Een lokkende warong

President: ´Wie betaalde dat allemaal?´
Beklaagde: ´Mijn vriend, want die had een hoop geld bij zich omdat hij juist zijn pensioenacte had beleend.´
De volgende dag gingen zij heel genoeglijk samen een tochtje per autobus maken naar Magelang waar de soldaat nog een vriendinnetje had en daar moest natuurlijk ook weer een glaasje gerstenat gedronken worden. En ook deze terugreis, naar Salatiga, geschiedde niet met lege handen, doch met een paar kradjangs vol van de bekende flessen. Eindelijk waren ook deze op en kwam, na nog diverse wederwaardigheden in allerlei vreemdsoortige café´s, aan het driedaags festijn een einde en was beklaagde maar weer dienst gaan doen.

Alléén als het gezellig is

President: ´Hoe vaak bent u dronken per jaar?´
Beklaagde: ´Dat weet ik niet precies! Dat ligt zo eraan of er veel feestdagen zijn of zo, en of ´t gezellig is of niet.
´President: ´Voelt u zich dan zo vrolijk onder een biertje?´
Beklaagde: ´Ja, ik ben nooit lastig en ik ben altijd vrolijk. Maar ik weet van te voren wel dat het spaak loopt.´
President: ´Waarom begint u er dan aan?´
Beklaagde: ´Och ja, ik ben nu eenmaal zo!´
Requisitoir nemend wees de auditeur-militair erop, dat beklaagde thans voor de tweede keer voor eenzelfde feit, dat zich op dezelfde wijze heeft toegedragen, terecht staat.
Tóch meende spreker tot de conclusie te moeten komen om geen ontslag uit dienst te vorderen, alhoewel beklaagde recidivist is. Als beklaagde niet drinkt is hij een zeer bruikbare soldaat.
Spreker eiste vier maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.”

Achteraf weten we nu dat het KNIL weinig heeft kunnen uitrichten op het moment dat het er toe deed. Bij lezing van bovenstaand artikel vragen we ons wél af of het er in Japan in 1939 ook zo gemoedelijk aan toeging.
Rest tenslotte ook nog de vraag naar wat er van soldaat S. de J. van de Bergartillerie uit Salatiga terecht is gekomen. Op dit moment mocht hij, ondanks zijn drankproblemen, in dienst blijven omdat hij ´zeer bruikbaar´ was. Zou hij zich een jaar later nog verdienstelijk hebben kunnen maken? We hopen het, voor hem.

x

x

Dit bericht werd geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

4 reacties op Een bruikbare soldaat

  1. Eppeson Marawasin zegt:

    Wat een schelm. Kostelijk verhaal. Roept bij mij herinneringen boven aan die brave soldaat Schwejk en nog verder terug aan Huckleberry Finn. Waarmee ik de ernst van de zaak uiteraard niet wil bagatelliseren.

  2. joost van bodegom zegt:

    Toen ik in 1986 voor het eerst terug was in Indie stond een bezoek aan Banjoebiroe natuurlijk op het programma. Kamp 11 was verdwenen, Kamp 10, de Boei, was er nog in al zijn sombere omvang.
    Bij het bruggetje over de poepsloot van 11, aan de voet van de gunung Butak, stond ik te fotograferen toen een Indischman mij aanschoot en een praatje begon. Hij vertelde mij onder andere dat hij bij de bergartillerie had gediend. Dat was vast, net zo’n beetje midden tussen Salatiga en Magelang, de kanonnier (en niet soldaat!) S. de J. …. Of niet soms?

  3. Ed Vos zegt:

    Leuke anekdote over een tot voor kort slapende stad, die nauwelijks door toeristen wordt bezocht, maar slechts door studenten, want Salatiga is net als Tilburg een studentenstad.
    Dat “bruikbare soldaat” doet me denken aan een uitspraak van een Indië-veteraan die zich naderhand gebruikt, misbruikt en verbruikt voelde.

    Ik neem hier van de gelegenheid gebruik om in het kort een andere anekdote te vermelden die in Salatiga plaatsvond in 1940.

    Tijdens een voorstelling in het Rex Theater, waarvan de opbrengst ten bate ging van humanitaire hulp Finland (na de Russische inval) werd plotseling het Nationaal-Socialistische Horst-Wessel-lied ingezet. Het publiek reageerde hierop met „schandaal” en gefluit en zette vervolgens spontaan het Wilhelmus in. Enkele personen meenden zelfs dat een en ander gearrangeerd was. Een aantal van anderen bioscoopbezoekers ontging op het moment zelfs de bedoeling, omdat zij het Horst Wessel-lied niet kenden

    Maar wat bleek? Het Rex Theater had een contract met met de Chinese Toko B. A. L. voor de levering van grammofoonplaten. Toko B.A.L. leverde volgens deze overeenkomst platen die niet “laku” waren, zogenaamde uitverkoopplaten.

    Ter illustratie van zijn onschuld kwam de tokohouder de volgende Maandag bij het gezag de nieuwe collectie voor de bioscoop tonen. Er waren weer Duitse platen bij, waaronder een met het opschrift: „Die Fahne hoch!” en hij begreep niet, waarom het gezag het hoofd schudde. Dit was namelijk de beginregel van het Horst Wessel-lied..

    Wellicht was het de inwoners van Salatiga een ander incident ontgaan dat plaatsvond op 5 januari 1937 in het gebouw voor Kunsten en Wetenschappen te Den Haag. Daar werd een galaconcert gegeven ter ere van het huwelijk van prinses Juliana en prins Bernhard. Dat zou op 7 januari 1937 plaatsvinden. Naast het Wilhelmus en het Deutschlandlied zou er die avond pertinent ook het Horst Wessel-lied gespeeld moeten worden.
    Maar over dit incident mogen we slechts heimelijk fluisteren.

  4. Ed Vos zegt:

    P.s.

    Om enigszins on topic te blijven. Daar valt een ander incident te vermelden in de stad dat plaatsvond op 15 augustus 1876 , waarin KNIL soldaat/dichter en fuselier Arthur Rimbaud de hoofdrol speelde. Twee weken na aankomst in de stad, deserteerde hij.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s