´Primarily against the Dutch´(II)

Semarang in de Bersiap!periode

Het voorafgaande: Semarang wachtte met spanning op de dingen die zouden gaan gebeuren. Met komst van de Britten leek het rustiger te zijn geworden, maar de gebeurtenissen elders op Java maakten dat het vuur van de opstand ieder moment weer kon oplaaien. Om de evacuaties niet in gevaar te laten brengen, besloten de Britten over te gaan tot actie.

Tweede Slag om Semarang: 18-21 november 1945

Britse soldaten in actie, 20 november 1945

In de vroege ochtend van de 18e november arresteerden de Britten resident Wongsonegoro. Belangrijke gebouwen werden bezet. Overal verschenen barricades en waren Indonesische sluipschutters actief.
De volgende dag werd overal in de stad zwaar gevochten. De Britse troepen werden hierbij gesteund door de Japanners. Geinterneerden in de BAT-fabriek en Hotel Jansen konden worden ontzet en geëvacueerd naar de haven. Uiteindelijk werd de positie van de Britten toch zó benard dat verzocht werd om luchtsteun.
Op 20 november deden zes Thunderbolt jachtbommenwerpers een aanval op Indonesische stellingen langs de Bodjong en aansluitende wegen naar het havengebied. Het verzet van de Indonesische troepen werd hiermee gebroken.
Weer een dag later dag was de opstand voorbij. Enkele zuiveringsacties beëindigen de strijd. De slachtoffers van deze operatie: een handvol Britten en Japanners, en naar schatting 100 á 150 Indonesiërs.
Enkele verslagen van de gebeurtenissen:

´Er werd systematisch geplunderd. Alle gouvernements-instanties waren verlamd. De kantoren van de Djaksa, Justitie Welvaart, Politie, Electriciteit, Gas, alles geplunderd. (….) Het was een warboel in de goedangs rond het Tawang Station. Langs de Bodjong rijdend, zag men toko’s in brand en ruiten kapot. De geplunderde buit werd op de dievenpasar verkocht, onder andere op gang Warung, Pekodjan, Karangturi en Ambengan. Overal zag men mensen dobbelen langs de weg. Lampen brandden niet meer, alleen in Tjandi en Semarang-Oost was voor enkele uren electriciteit. Er was een avondklok ingesteld vanaf 18.00 uur. De waterleiding deed het niet, water moest uit de put gehaald worden.´[i]

de Thunderbolt

´Op 19 november is de situatie zeer verslechterd doordat de wegen van het noorden naar het zuiden door Indonesiërs bezet zijn en de verbindingen tussen de Britse troepen dientengevolge verbroken. De Indonesiërs hebben hun positie versterkt door de bezetting van grote gebouwen. Op 19 november vonden geen operaties van belang plaats. Een menigte verzamelde zich bij het 2e HQ Hyderabad, doch werd verdreven door mortieren. Alle personen onder de bescherming van de RAPWI uit het Noordelijk deel van de stad zijn geëvacueerd naar het havenkwartier. De Indonesiërs gingen de gehele dag door hun positie te consolideren. Op 20 november werden om 7.30 uur waarschuwende pamfletten uit een vliegtuig neergelaten; om 9 uur werd door zes vliegtuigen een aanval gedaan op grote gebouwen en wegversperringen. Er werden bommen geworpen en de wegen werden gemitrailleerd. De aanval was zeer succesvol en maakte het de Britse troepen mogelijk, de wegen schoon te vegen, waarmede men voor het duister hoopt klaar te komen. Ondanks sterke tegenstand op de weg in het westelijk deel van de stad om 14 uur werden vorderingen gemaakt. Het feit dat vele burgers de stad hebben verlaten, doet veronderstellen dat de waarschuwende pamfletten hun uitwerking niet hebben gemist. Een torpedoboot bereikte vandaag Semarang.´[ii]  

De strijd om Semarang leek gestreden, die om Banjoebiroe en Ambarawa moest nog beginnen. Op 20 november werd door Indonesiërs in deze plaatsen de aanval geopend. Na een zware strijd zou het gebied pas rond 29 november volledig in Britse handen zijn.

´HMS Sussex is aangekomen; 24 november zijn mariniers geland. Men is het rampokken niet meer meester. In de kampongs wordt voortdurend geschoten. Bij het vernemen dat zich Indonesische concentraties bij Gendeksari vormden, ging een kleine patrouille op onderzoek uit en stuitte op hevig vuur, waarbij vier man vermist raakten. De algemene situatie is de laatste 24 uur verbeterd, maar van de toekomst valt niets te zeggen.(…) Enkele kampongs zijn bij wijze van voorzorgsmaatregel vernietigd.´[iii]

HMS Sussex

´Men gaat door met het zuiveren van de stad. De sterkste tegenstand ontmoet men in een kampong in het zuid-oosten van de stad, bezet door Indonesiërs met mortieren. Op 25 november zijn 600 Rapwi-mensen ingescheept op weg naar Batavia. Om 10.30 uur is Oengaran door de Sussex beschoten.
In de morgen van 28 november keerde het normale leven weer terug en waren er weer mensen op de passer.´[iv]

Consolidatie

Vanaf 29 november, toen de weg tussen Semarang en de kampen in Banjoebiroe en Ambarawa was vrijgemaakt, werden de evacuaties hervat. Allereerst worden 1500 geïnterneerden van Banjoebiroe via Ambarawa naar Semarang gebracht. Helemaal rustig is het overigens nog niet:

´1 december: Indonesiers verzamelen zich ten oosten en zuidoosten van Semarang. Deze verzamelpunten worden door de Sussex beschoten.
6 december: Rustig. Het rampokken gaat voort. In de nacht van 6/7 december hadden enige incidenten plaats. Om 22.00 uur vielen 20 Indonesiërs zonder succes het Hoofdkwartier van de Britse en Japanse troepen aan.
7-9 december. Het vliegveld is weer aangevallen met mortieren en bommen. Een onbelangrijke aanval op een Japanse post werd afgeslagen. De bedoeling van de vijand is nog steeds onzeker. Er zijn maatregelen genomen om het verwachte oprukken van de vijandelijke troepen ten oosten en westen van de stad te verijdelen. In de morgen van 7 december heeft artillerievuur een concentratie van 200 vijanden een mijl ten oosten van het vliegveld uiteengedreven. Enkelen liepen snel naar de stad. Men gelooft dat de vijand poogt gewapende mannen in de stad te infiltreren om de aanval van buitenaf te steunen.
Britse troepen zuiverden enige kampongs. De Sussex is vervangen door de Norfolk.
Op 8/9 december zijn de vijandelijke concentraties ten oosten van de stad zwaar onder vuur genomen door de Norfolk en de Caprice en 25 pdr. batterijen. Op 9 december is een Britse patrouille ten oosten van de stad beschoten, doch over het algemeen is het rustig.´[v]

Ex-geïnterneerden uit Ambarawa arriveren bij HBS-gebouw, Semarang

Vanaf begin december werd een vervolg gemaakt met de evacuaties. Tot de 13e van deze maand werden 7700 personen, onder wie ca. 1100 voorheen niet-geïnterneerde vluchtelingen (IFTU’s) en een gelijk aantal Chinezen uit Ambarawa en omgeving naar Semarang overgebracht. Tegelijkertijd werden enkele honderden tonnen voedsel en andere voorraden naar Semarang afgevoerd. Ondanks het feit dat de Indonesische strijdgroepen bij Ambarawa en langs de route naar Semarang af en toe nog aanvallen uitvoerden, vielen geen slachtoffers meer. Vanuit Semarang werden de geëvacueerden verder vervoerd naar Batavia, Singapore, Thailand, Ceylon en Australië.
Op 14 december verlieten de Britten Ambarawa. In totaal hadden de gevechten in/om Ambarawa en Banjoebiroe sinds 21 november aan 20 à 25 geïnterneerden het leven gekost; de verliezen aan Britse en Japanse kant bedroegen naar schatting ongeveer 100 man, inclusief de gewonden.
Medio januari 1946 hadden ca. 27.000 mensen Midden-Java verlaten. Ruim 4500 van hen vertrokken per vliegtuig van Kalibanteng; de anderen vertrokken per schip.  Ongeveer 1500 ex-geïnterneerden besloten in de stad te blijven, evenals vele voorheen niet-geïnterneerde Indo-Europeanen en Chinezen.
Van het feit dat de betrekkelijke rust voor een groot deel afhankelijk was van de economische omstandigheden, getuigt het volgende:

´27 januari: In de stad was op 22 januari nog 850 ton padi. Rijst is verbruikt.
Aanwezig zijn: ca. 8.000 Europeanen, ca. 40.000 Chinezen en ca. 160.000 Indonesiërs.´[vi]

´02 februari: Semarang is een dode stad. Praktisch kan de stad verdeeld worden in drie delen: te weten a. Het heuvelterrein (Nieuw Tjandi), b. De Chinese kamp, waar slechts enkele winkels geopend zijn, c. Hiertussen ligt een strook waarin nog verschillende ongezuiverde kampongs liggen. In strook a. en b. kan men rustig wandelen, door strook c. Wordt zo snel mogelijk gereden. Na 6 uur ’s middags betekent panne in strook c in den regel contact met extremisten.
Aan de grenzen der stad zijn Engelse batterijen opgesteld die dagelijks enige salvo’s vuren op concentraties van den vijand. (…)
12 februari: Een van onze vaste medewerkers meldt dat de gevoelens over de toestand van Semarang bij vele Chinezen en Indonesiërs is, dat een algemene ontwrichting binnenkort verwacht zal kunnen worden indien er geen verbetering komt. De kampongbevolking kan zich tot nog toe staande houden, doordat zij van de goederen leeft die zij destijds geroofd heeft. Indien zulks niet meer mogelijk is, zullen de bewoners van Semarang niet meer veilig zijn, daar de rampokterreur weer zal opleven of anders dat nog meerdere Indonesiërs Semarang zullen verlaten, waardoor de passers geheel zullen verlopen, zodat zelfs geen groenten meer verkrijgbaar zijn.´[vii]

Nederlandse troepen, 9 maart 1946

De Tijgerbrigade met MS Sommelsdijk voor de rede van Semarang, 9 maart 1946. Foto: H.J. Lankhuizen.

Op 9 maart arriveerde de Nederlandse Tijger-Brigade in Semarang. Gedurende nog ongeveer een maand zouden de Britten in Semarang blijven om de slecht voorbereide Nederlanders te assisteren bij de machtsovername.
Rapportages van de Nederlanders maakten daarna nog veelvuldig melding van rampok en vernielingen. Er werden echter geen meldingen meer gedaan van persoonlijke geweldsuitingen.
De relatieve rust gaf gelegenheid onderzoek te doen naar allerlei misstanden uit de voorafgaande periode:

´Op 26 mei 1946 werden opgegraven, achter de Benteng drie lijken van manspersonen, door getuigen herkend als Jos Merckelbach, Dock Merckelbach en Robert Thomson. Wegvoering en moord geschiedde in november 1945 door de bende van Tjondro Dagdo.
Op 2 juni werden drie lijken van manspersonen opgegraven: De Neefe, Van der Giesen en Landstra, RAPWI-medewerkers alhier. Deze personen werden vermoord achter de Benteng in november 1945. Daders eveneens de bende van Tjondro. Door den dader werd aangewezen het huis vanwaar zij werden weggevoerd: apotheek Meulemans, Doewet.
Op 11 mei 1946 werd op Peloran opgegraven de lijken van mevrouw Flohr, Winnie Flohr, Frieda Flohr, Jaapje Flohr en mevrouw De Neefe. Deze slachtoffers werden eveneens weggehaald uit het pand van Apotheek
Meulemans, en werden vermoord te Peloran in november 1945. Etc.´[viii]

Nawoord

De bronnen met betrekking tot Semarang in de Bersiapperiode zijn relatief schaars. Van de Japanners zijn slechts enkele rapportages bewaard gebleven. De Britten rapporteerden weliswaar regelmatig, doch beperkten zich vooral tot vermelding van militaire aangelegenheden. Gevolg hiervan is, dat – een enkele uitzondering daargelaten – geen gegevens bekend zijn van de lotgevallen van individuele burgers.
Uit de wel aanwezige rapportages blijkt dat Semarang een zeer onveilige stad is geweest in de hier beschreven periode. Met name in de maanden oktober en november 1945 werd veelvuldig gekidnapt, gerampokt en geschoten. In Britse bronnen lezen we dat het totaal aan burgerslachtoffers in deze tijd op tussen de 100 en de 150 moet worden geschat.

De meeste (Indo-)Europeanen zullen Semarang in deze tijd slechts hebben gekend van achter de kampmuren. Zowel degenen die tijdens de oorlog geïnterneerd waren in Semarang zelf, maar ook degenen die geïnterneerd waren in andere plaatsen op Midden-Java, werden via verschillende kampen naar de gereedliggende evacuatieschepen gebracht.
Zij die tijdens de oorlogsjaren buiten internering waren gebleven, evenals degenen die in augustus/september 1945 op eigen risico de bescherming van de kampen hadden verlaten, liepen risico te worden ontvoerd of beschoten. Op 14 oktober werden vrijwel alle jongens en mannen opgepakt en geinterneerd in de Boeloe-, Djoernatan- en Mlatengevangenis. Enkele dagen later werden ze weer bevrijd door de Japanners of de Britten. De meesten van de (Indo-)Europeanen woonden daarna in de beschermde wijk Nieuw-Tjandi, en meden de stadskampongs. Het openbare leven was gedurende deze maanden zo zeer verstoord, dat grote voedseltekorten optraden.

Militair geweld vond plaats in twee korte perioden: 14 – 19 oktober en 18 – 21 november 1945. In eerstgenoemde periode werd zwaar strijd geleverd tussen de Japanners en de Indonesiërs. Vooral in de omgeving van Bodjong werd zwaar gevochten. In de tweede genoemde periode werd gevochten tussen Brits-Indische troepen en Indonesiërs. Vliegtuigbeschietingen maakten een eind aan Indonesische stellingen in de stad zélf. De omliggende plaatsen werden de weken daarna nog door Brits mortiervuur bestookt.

Met het vertrek van de laatste evacuatietransporten hield het kanongebulder op, en was het Nederlandse (blanke) bevolkingsdeel nagenoeg geheel verwijderd. De Britten hadden woord gehouden door de zich in levensgevaar bevindende ex-geïnterneerden af te voeren, en tijdelijk orde en rust te handhaven. De verdere controle en terugkeer van Nederlands gezag lieten ze maar al te graag over aan de Nederlandse militaire troepen zélf, vermoedende dat de besprekingen aan de onderhandelingstafel mogelijk ooit wel eens zwaarder zouden kunnen wegen.

x

Bijlage: Evacuatieschepen Semarang [ix]

Datum            Schip                                      Bestemming

05.11.45           Van Heutsz                             Batavia
11.11.45           Oranje                                      Australië
13.11.45           Van Heutsz                             Batavia
17.11.45           Van Heutsz                             Batavia
17.11.45           Sumari Maru                          Batavia
23.11.45          Sumari Maru                          Batavia
24.11.45          Van Heutsz                             Batavia
25.11.45          Sumari Maru                          Batavia
27.11.45          Egra                                         Batavia
29.11.45          Glenroy                                   Singapore
01.12.45          Van Heutsz                             Batavia
01.12.45          Sumari Maru                         Batavia
02.12.45          Venerable                              Colombo
07.12.45          Janssens                                Ambon
08.12.45          Loch Gillesport                     Singapore
12.12.45          Colossus                                 Ceylon
13.12.45          Winchester Victory              Batavia
13.12.45          Van Heutsz                            Menado
13.12.45          Dunera                                   Colombo
14.12.45          Oranje                                    Nederland
15.12.45          Saparoea                                Nederland
16.12.46          Lake Charles Victory           Bangkok
18.12.45          Amherst Victory                  Batavia
20.12.45          Winchester Victory              Soerabaja
26.12.45          Amherst Victory                  Bangkok
28.12.45          Princess Beatrix                   Colombo
01.01.46          Balikpapan                            Timor
01.01.46          L.S.T.                                     Soerabaja
01.01.46          Dunera                                  Colombo
15.01.46          Tegelberg                              Soerabaja
05.02.46          Toba                                      Bandjermasin

Bronnen:

Beekhuis, H., Geïllustreerde Atlas van de Bersiapkampen in Nederlands-Indië, 1945-1947. Profiel BV, Bedum, 2009.
Broeshart, A.C. e.a., Vrede, maar geen bevrijding. Gebeurtenissen op Java in de Bersiaptijd. Lidesco, Leiden, 1989.
Brommer, B. e.a., Semarang, beeld van een stad. Asia Maior, Purmerend, 1995.
Groen, P.M.H., “Patience and bluff”: de bevrijding van de Nederlandse burgergeinterneerden op Midden-Java (augustus-december 1945). In: Mededelingen van de SMG Landmachtstaf, deel 8, 1985.
Han Bing Siong, Geschiedenis van de Vijfdaagse Strijd in Semarang, 14-19 oktober 1945. Stichting Reunisten HBS-Semarang, Rijswijk, 1995.
Het Dagblad, Batavia 1945-1946.

Archivalia worden beheerd door:

Nationaal Archief, Archief Procureur-Generaal (NA/PG)
Nationaal Archief, Algemene Secretariaat (NA/AS)
Nationaal Archief, Buitenlandse Zaken/Nefis (BuZa/Nefis)

[i]         Geschiedenis van de Vijfdaagse Strijd, p.70.
[ii]         NA, AS, 5532.
[iii]        NA, AS, 5532.
[iv]        NA, Nefis, 914.
[v]         NA, Nefis, 914.
[vi]        NA, Nefis, 1107.
[vii]        NA, Nefis, 3367.
[viii]       NA, PG, 1113.
[ix]        Geïllustreerde Atlas van de Bersiapkampen, p. 245.

Dit bericht werd geplaatst in 3. Bersiap en Merdeka, 1945-1949 en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

7 reacties op ´Primarily against the Dutch´(II)

  1. Eleonore E.van Daalen-Röell zegt:

    Wij werden vanuit het kamp Lampersarie geëvacueerd eind December 1945 naar Batavia .Daar werden we ondergebracht in kamp Tjideng tot we een paar dagen later op Britse vliegdekschip de Venerable naar Candy in Ceylon werden gebracht. Ik was 15 en kan me veel nog goed herinneren. Ik schrijf mijn memoires voor mijn Amerikaanse kleinkinder.

  2. Alastair Petrie zegt:

    Is this document available in english please?
    Sincerely
    Alastair Petrie
    petrie.alastair@talktalk.net

  3. Robert B.R. Piera zegt:

    Ik zat er midden in. Ik was weggelopen uit het jongenskamp “Bangkong” naar mij moeder in Lampersari. Onderweg moesten wij (5 jongetjes van 14 jaar) rennen voor ons leven, nagezeten door Indonesische jongetjes (ook van ca. 14) met speren. In Lampersari woonde mijn moeder vlak bij de omheinig. Wij werden op een gegeven vroege morgen aangevallen door een woedende groep Indonesiërs met speren en een enkel geweer. De Japanse bewaking van het kamp verdedigde ons, verstrekt door een patrouille Ghurka’s en sloeg de aanval af. Later met een Dakota vervoerd naar Bandoeng en nog later met een Catalina naar Batavia naar de “Johan van Oldenbarneveldt” (landing vlakbij het schip) en toen naar Nederland. December 1945.

    • Jan G. van der Steege zegt:

      Ook wij woonden in het kamp Lampersari met onze moeder vlak bij het gedek (omheining)
      Hoofd Mangaweg 44. Mijn twee oudste broers Bert en Klaas zaten in het jongens-
      kamp Bangkong. Ik was nog net te jong om er ook heen te moeten. Moeder en de zeven
      kinderen vertrokken per Dakota naar Bandoeng, vliegveld Andir en vandaar met een bus
      naar het Juliana Ziekenhuis, waar mijn vader ons opwachte. Dit was voor 5 December
      want ik herinner me het geweldige Sinterklaas feest waar mijn jongere broertje en ik een
      opwind treintje kregen.

      • gre zegt:

        Wij hebben tegenover jullie in het Lampersarikamp, hoofdmangaweg gewoond!
        Greetje van der Loon!
        tel. 015-3641183 (Delft)

  4. Ed Vos zegt:

    Momentel ben ik druk bezig met onderhoud aan diverse pagina’s. Tijdens een rit naar Ambarawa naar het Fort Willem I “ontdekte” ik een aantal gebouwen waarvan ik wilde vragen of deze u bekend voorkomen. Ik heb hiervan een aantal foto’s gemaakt en heb ze op onderstaande pagina geplaatst

    http://www.astaga.nl/indonesie/banyubiru/index.htm

    mvgr

    Ed Vos

  5. Jan A. Somers zegt:

    Mijn zus, Fransje Somers, is omstreeks 30 september met de RAPWI naar Soerabaja gebracht. Is haar niet meegevallen. Meer van haar ervaringen weet ik niet. Wel dat ze er slecht aan toe was.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s