Politieschool onder vuur

Bombardement op Soekaboemi maakt bevolking klaar wakker 

Soekaboemi en Rotterdam hebben iets gemeen. Niet dat dat ooit zo in het geheugen van onze samenleving is opgeslagen, maar toch. Beide steden werden op een vroege morgen verrast door een aanval van vijandelijke vliegtuigen. Het gevolg: een oorverdovend lawaai, rook en vele slachtoffers. Een scherper begin van een oorlog is nauwelijks denkbaar.

Over het bombardement op Soekaboemi is voor zover ik weet nooit iets gepubliceerd. Het volgende is een reconstructie ´vanaf de grond´, op basis van getuigenverklaringen.

Politieverslagen

Kort na de oorlog vroeg het gezag in Batavia aan zijn ambtenaren verslag te doen van de voorafgaande jaren. Het is hieraan dat we een aantal getuigenissen te danken hebben van personeel en leerlingen van de politie kaderschool aan de Vogelweg in Soekaboemi.

Agent P. de Jonge schreef vijf jaar na het gebeurde:

´Omstreeks februari 1942, gedurende onze dagelijkse werkzaamheden, werd onze aandacht getrokken door motorgeronk van vliegtuigen. Niet beter wetende of het waren onze eigen vliegtuigen, bleef iedereen aan zijn werk. Op een gegeven moment werd echter het geluid gehoord van ontploffende bommen en mitrailleurvuur. Iedereen zocht dekking, maar de kogels en bomscherven kwamen op het erf van de politieschool terecht. Kort daarop kwam het bericht binnen dat één van de politieagenten gedurende zijn ronde door scherven van een ontploffende bom was getroffen en direct aan de bekomen verwondingen was overleden.’

Hoofdagent J. Pas:   

‘Op vrijdag 6 maart 1942 tegen 07.15 ’s morgens, het kader was reeds op kantoor en stond in de voorgalerij van het gebouw. We zagen uit westelijke richting 7 vliegtuigen op een hoogte van ca. 400 à 500 meter recht op het politiebureau afkomen, en dachten dat het Geallieerde vliegtuigen waren, gezien de geringe hoogte die ze hadden. Even daarna een ontploffing en onmiddellijk de opdracht van de korpsleider Inspecteur De Jonge: ‘Dekking zoeken!’. Ik liep door het gebouw naar achteren en verschool mij achter een muurtje bij de wc. De agenten van de wacht stoven de schuilkelder in en de heer De Jonge zocht dekking onder zijn schrijftafel. Het politiekantoor werd gemitrailleerd. Ik voelde de grond onder mij wegzinken en dacht dat mijn laatste uurtje geslagen was. De vliegtuigen waren gepasseerd en ik leefde nog. Drie mitrailleurkogels zijn in de omgeving van mijn hoofd in de grond geslagen. Ik zocht de anderen op. Goddank, niemand getroffen. Dit was dan de vuurproef voor de Stadspolitie. Na een kwartier kwam het bericht binnen dat de politieagent 2e klasse Alibasah, die die dag uit de nachtdienst kwam en zich thuis bevond, door een scherf van een bom die in de nabijheid van zijn woning terecht was gekomen, was getroffen, tengevolge waarvan het rechterbeen van de romp was geslagen en hij op slag werd gedood. De heer De Jonge gaf opdracht onder het personeel te collecteren en op kantoor te blijven.´

Plattegrond Soekaboemi, met linksboven (31) het complex van de Politieschool.

Volgens agent Pas werden de volgende locaties door het bombardement getroffen: De Mohammediahschool aan de Vogelweg, waarbij 26 kinderen werden gedood waaronder twee van een agent van de Stadspolitie; het kantoor van het Boschwezen, waarbij gewond werd houtvester Snepf; het NIROM-gebouw; en het Regentschapskantoor, alle gelegen aan de Wilhelminaweg.

 

De sirene die uitbleef

Een zekere G.R. Zeydel, leerling-inspecteur, verklaarde:

‘De stad werd één maal, kort voor de capitulatie van ons leger, gebombardeerd, waarbij een Indonesische school en enkele woningen werden getroffen. Door het niet-goed functioneren van de Luchtbeschermingsdienst werd dit bombardement niet tijdig aangekondigd, waardoor het aantal slachtoffers groter was geworden dan nodig was geweest. De ‘spotter’ op de uitkijkpost bij de politieschool had het eerst het vijandelijke vliegtuig opgemerkt. De bel der politieschool sloeg alarm, doch de sirene aldaar werd niet in werking gesteld, omdat dit slechts kon gebeuren na order van de Hoofdpost der LBD daar ter stede, welker order onbegrijpelijkerwijze uitbleef. De politie verleende assistentie bij het vervoeren van gewonden.’

En een andere leerling-inspecteur, W.E. Grashuis:

‘De 6e maart werden alle overgebleven leerling-inspecteurs op school geroepen en aangezegd dat de Politieschool met ingang van die datum opgeheven was, en dat wij konden doen en laten wat wij wilden. Doch diezelfde dag om omstreeks 11.00 uur werd Soekaboemi door Japanse vliegtuigen gebombardeerd, waardoor overal in de stad slachtoffers vielen. Ik ben toen met een collega, genaamd Hogewind, vergezeld door de enige achtergebleven Rode Kruisverpleegster een zekere Mevrouw Smith, echtgenote van een zee-officier, de stad rondgereden om gewonden op te halen en naar het hospitaal te vervoeren, voornamelijk de overledenen van de Kaoemschool aan de Vogelweg.’

Ten slotte nog een verslag van politie-inspecteur F.H. Lapré:

‘Drie dagen voor de capitulatie van Nederlands-Indië werd Soekaboemi gebombardeerd en gemitrailleerd. Rapporteur had zijn vrije dag, toen dit gebeurde omstreeks 07.30 uur voormiddag. Hij was in de eetzaal van het Hotel Bergzicht te Soekaboemi aan zijn ontbijt, toen hij in de verte doffe knallen hoorde, kort daarop het helse kabaal van mitrailleervuur boven zich, en daarna één oorverdovende knal. Rapporteur dacht dat er slechts één bom in de buurt was gevallen. Later bleek dat deze knal afkomstig was van vier bommen die tegelijkertijd neerkwamen: twee in de tuin van Hotel Bergzicht en twee in de tuin van de heer Van der Hoogte, wonende naast het Hotel Bergzicht. Rapporteur bevond zich op ongeveer 40 meter van de plaats waar de bommen vielen. Geen luchtalarmsignaal was gegeven en wonder boven wonder viel er in deze dicht bewoonde buurt slechts één dode te betreuren. Na het all-clear signaal begaf rapporteur zich de stad in om het Rode Kruis te waarschuwen. In de stad waren ettelijke huizen vernield. Verschrikkelijk was de uitwerking van de bom, die midden in het lokaal van een dessaschooltje in een gangetje aan de Gg Poejoehweg terechtkwam.[i] Een formeel bloedbad was hier aangericht: 43 doden.’

De locatie van Hotel Bergzicht is mij niet bekend. In het telefoonboek van Soekaboemi komt deze naam niet voor. Ook in KLEIAN´s adresboek wordt dit hotel (misschien een pension?) niet genoemd. Afgaande op de toevoeging van Lapré dat naast het hotel de heer Van der Hoogte woonde, zouden we echter kunnen aannemen dat het hier gaat om een adres aan de Tjikoleweg. De enige Van der Hoogte in Soekaboemi was de heer K.L.M. van der Hoogte, persagent, woonachtig aan de Tjikoleweg 50.

´Geen van de onzen´

Over de inslag op de inlandse school aan de Vogelweg schreef ook de toenmalige leidster van het Soekaboemisch Opvoedings Gesticht (SOG), mevrouw Aletta Berkholst:

Meisjestehuis SOG

‘8 Maart 1942. De kinderen waren naar school getogen, als gewoonlijk begeleid door ’t dienstdoend personeel. Net toen wij thuis waren gekomen[ii], vlogen vijandelijke vliegtuigen boven Soekaboemi in V-formatie. Wij hadden ze nog nooit gezien overdag, en dachten dat het onze eigen vliegtuigen waren. Alle kinderen op school waren dan ook de tuin ingegaan om ze toe te wuiven. Pas toen de bommen neerkwamen drong het tot ons door de het de Jappen waren. De school tegenover de onze is geheel vernield, niemand ontkwam aan de dood. Door Gods bescherming bekwam geen van de onzen enig letsel.’

Waar mevrouw Berkholst spreekt van ‘onze school’ bedoelt zij de Van Limburg Stirumschool aan de Vogelweg. Dit was een school, gebouwd in 1929, voor de kinderen van het SOG.[iii] Vanaf het SOG was het ongeveer 500 meter lopen naar deze school. 

Het einde van de strijd

Ook uit verklaringen opgesteld in het kader van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers (Wubo) blijkt de enorme impact van het bombardement. Ook al waren voorbereidingen getroffen, toch was de bevolking compleet verrast. Op basis van al deze getuigenissen kunnen de volgende conclusies worden getrokken:

  • Soekaboemi werd getroffen door één aanval van vijandelijke jagers. Géén van de getuigen sprak over meerdere aanvallen. Over de datum is ook wel duidelijkheid gekregen: 6 maart 1942.
  • Over het tijdstip bestaat enige onduidelijkheid. Twee politie-functionarissen spreken van ongeveer 07.30 uur. Eén van beide zat nog aan het ontbijt. Een verklaring van het hoofd van het SOG, mevrouw Berkholst, duidt ook op deze tijd. De kinderen waren nét tevoren gearriveerd op school. Enkele andere getuigen spreken echter van een bombardement laat op de ochtend, zo rond 11.00 uur. 
  • Het bombardement werd waarschijnlijk uitgevoerd door zeven vijandelijke jagers. Op dit punt is de verklaring van hoofdagent Pas het meest geloofwaardig. De aanval werd uitgevoerd door het afgooien van bommen en het uitvoeren van strafings met mitrailleurvuur.  
  • De bommen vielen verspreid over de hele stad.  In de verklaringen worden de volgende locaties genoemd: een inlandse school, huizen en politieschool aan de Vogelweg; de vakantiekolonie op de hoek van de Vogelweg en de Selabatoeweg; Hotel Bergzicht en een woning aan de Tjikoleweg; gebouwen van het Boschwezen, de NIROM (radio) en het Regentschapskantoor aan de Wilhelminaweg; de moskee aan de Gang Missigit; en een kampong aan de Tjipelang. 
  • De inslag op de inlandse school aan de Vogelweg heeft tot tenminste 26 slachtoffers geleid. [iv] Ook elders vielen slachtoffers. Genoemd worden met name: agent Alibasah, mevrouw Van Wijhe (gedood) en Snepf (gewond). Het totale aantal doden zal mogelijk rond de 50 hebben gelegen.

Tenslotte, over het ´waarom´ van het bombardement hebben al deze referenten zich niet uitgelaten. Duidelijk is echter dat het de Japanners te doen was om het uitschakelen van de strategische objecten van Soekaboemi om het de zich terugtrekkende KNIL-troepen lastig te maken. Of bij die strategische objecten de politieschool hoorde weten we niet. Het dessaschooltje behoorde daar in ieder geval niet toe, zó veel is zeker. De bevolking van Soekaboemi was in ieder geval klaar wakker, en moet meteen ook hebben beseft dat de strijd was afgelopen. De volgende dagen werd overal in de omgeving gerampokt. Een week na het bombardement zou het Japanse leger de stad binnentrekken.

 

Over het bombardement op Soekaboemi, lees verder: Over Lou de Jong en het bombardement op Soekaboemi.

 

 

[i] Djalan Goenoeng Pudjuh is de nieuwe benaming voor de Vogelweg.
[ii] De school begon met de lessen om 07.30 ’s morgens. ‘Tussen Djampang en Gedé’ – Geschiedenis der opvoedingsgestichten te Soekaboemi, 1900-1946. (1999), p. 59.
[iii] A.w., p. 59
[iv] Op de website van het NIOD staat een verslag van de KNIL-militair Theo Min die op het moment van het bombardement in Soekaboemi was. Hij spreekt zelfs van 106 doden op de school. http://niod.al-m.nl/nl/thema/11/verdieping/112.html

Dit bericht werd geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

13 reacties op Politieschool onder vuur

  1. Dick van Vive zegt:

    Ik kom al ongeveer 15 jaar in Sukabumi, de laatste 2 jaar verblijf ik daar haast permanent.
    Toen ik dit artikel las, heb ik hier en daar wat navraag gedaan.
    Verbazend hoe weinig mensen hier weten van dat bombardement, als ze wat weten dan wijzen ze geheel andere locaties aan.
    Overigens de politieschool in Sukabumi bestaat nog steeds, een heel groot complex op Jalan Bhayankara (vroeger Vogelweg)
    Ik zal eens verder trachten te spitten om te kijken of ik meer boven tafel kan krijgen over dit bombardement.

  2. buitenzorg zegt:

    Dank je, Dick! Alle informatie is welkom.
    Misschien zou je een keer kunnen kijken bij het dessaschooltje, – als dat er nog is. Dáár was de impact het grootst. Misschien dat ze er nog iets van af weten.
    Volgens mij lag het in de bocht van de Vogelweg, ongeveer dáár waar op de hierboven afgebeelde kaart (aanklikken!) de dikke bruine hoogtelijn (600 meter) door de Vogelweg gaat, aan de linkerkant, en dus onder de politieschool.
    Wat de huidige naamgeving van de Vogelweg betreft: je hebt gelijk. Ik heb waarschijnlijk al weer een oudere kaart gebruikt. Ook Google Maps geeft als naam aan Jalan Bhayankara.

  3. Achilleas Kuipers zegt:

    Ik zal eens aan mijn moeder vragen wat ze nog weet van dit bombardement. Mijn Opa (de Haan) was eigenaar van “Machine fabriek Soekaboemi” en mijn moeder en tante hebben tot 1951 in Soekaboemi gewoond.
    Na het uitbreken van de oorlog is haar familie geïnterneerd in diverse kampen maar het collectieve geheugen van mijn moeder en tante is nog heel goed.
    Stuur een reactie en dan kan ik haar vragen om per mail te reageren.

  4. Herman Smith zegt:

    Als kind van 7 jaar heb ik het bombardement meegemaakt.We zaten net in de klas,toen de hel losbarstte.De juf stuurde ons snel de schuilkelder in.Ze ging nog terug de klas in om te kijken of er kinderen achtergebleven waren.Ik rende achter haar aan,want ik vond,dat ze ook de schuilkelder in moest.Mijn vader was directeur v.d.Politieschool.Mijn moeder was verpleegster geweest in het Darmoziekenhuis te Soerabaja (Daar heeft ze mijn vader leren kennen).Ze hielp mee met de verzorging van de slachtoffers van het bombardement. Ze wilde niet dat bekend zou worden dat zij de vrouw was van de politieschool directeur. Uit privacyoverwegingen heeft ze een verhaal opgehangen over de zeeofficier waarmee ze bevriend was (Zie verhaal v.Grashuis). Soekaboemi verwachtte elk ogenblik een nieuwe aanval. Mijn ouders kwamen,die dagen niet thuis.De bediendes waren uit angst thuis gebleven.Mijn vader vond het raadzaam ons onder te brengen bij kennisssen in de bergen.We hadden het niet naar onze zin. Reden: op bezoek bij vreemde mensen, bombardement nog in de benen en we wisten niet waar onze ouders waren?De waterlanders vloeiden rijkelijk.
    Achteraf hoorden we,dat een kindje van onze chauffeur was getroffen door het bombardement.Hij was helemaal overstuur en bracht het verminkte kindje naar zijn tuan-mijn vader.Mijn vader heeft tijd vrijgemaakt om bij de begrafenis aanwezig te zijn.

  5. Hendy Faizal zegt:

    Beste allemaal,
    Ik ben een architect die werd geboren en woonachtig in Soekaboemi. Ik heb interesse in de geschiedenis van Soekaboemi met name in historische gebouwen. Ik verzamelde wat informatie en foto’s.
    Neem hier eens een kijkje:

    http://www.facebook.com/home.php?sk=group_169305093127000&ap=1

    http://www.facebook.com/media/set/?set=a.1109662746345.2018799.1370148336

    Bedankt en groetjes …

  6. Ryan zegt:

    Een vraagje…
    Ik lees hier een getuigenverklaring van een W.B. Grashuis. Nu heeft mijn grootvader ook daar op school gezeten als (leerling)inspecteur, maar hij heeft andere voorletters. Ik kan mij echter ook niet voorstellen dat er heel veel of meerdere Grashuizen daar op de politieschool hebben gezeten. Hij heette Willem Grashuis en had de bijnaam ‘Bommel’. Mijn grootmoeder is helaas ook overleden dus ik kan het niet verifiëren. Dus mijn vraag is op basis van welke gegevens zijn de voorletters gebaseerd? Of zou dit wel eens mijn reeds overleden grootvader kunnen zijn?

    • buitenzorg zegt:

      Beste Ryan,
      Kopieën van kopieën van kopieën zijn vaak lastig te lezen. Na enig terugzoeken heb ik de fout ontdekt.
      W.B. Grashuis had moeten zijn W.E. (Willem Eugène) Grashuis. Ik heb het artikel aangepast.
      Naar ik aanneem was dit jouw grootvader?

  7. Ryan zegt:

    Correct. Ik heb na het overlijden van mijn grootmoeder nog wat stukken en administratie uit die tijd ontvangen.
    Als ik nog ergens mee van dienst kan zijn hoor ik het graag.
    Bedankt overigens.

  8. Fred H Roos zegt:

    Een zekere G.R. Zeydel, leerling-inspecteur, verklaarde:…

    Mr. G.R. Zeydel was de broer van mijn moeder. Hij is op 16.11.1950 vermoord door de ploppers op weg naar de politieschool.Ik heb hem nooit gekend. Rudi was 40 jaar oud.
    Mijn moeder is al in 1968 overleden en daardoor weet ik niets over Rudi Zeijdel.
    Dit is de eerste keer dat ik iets van hem lees, behalve zijn begrafenisadvertentie.
    Een jaar geleden heeft mijn broer zijn graf terug gevonden in Soekaboemi op het Europese gedeelte van het kerkhof. Ook heeft hij de politieschool bezocht.
    Als er mensen zijn die meer weten over G.R.Zeijdel houd ik mij aanbevolen.
    Fred H.Roos fred.h.roos@quicknet.nl

  9. gerrit-jan van wijhe zegt:

    In het artikel hierboven lees ik: “De inslag op de inlandse school aan de Vogelweg heeft tot tenminste 26 slachtoffers geleid. Ook elders vielen slachtoffers. Genoemd worden met name: agent Alibasah, mevrouw Van Wijhe (gedood) en Snepf (gewond). Het totale aantal doden zal mogelijk rond de 50 hebben gelegen.”
    In de reactie van Herman Smith van 26 februari 2011 lees ik: “Als kind van 7 jaar heb ik het bombardement meegemaakt. We zaten net in de klas, toen de hel losbarstte. De juf stuurde ons snel de schuilkelder in. Ze ging nog terug de klas in om te kijken of er kinderen achtergebleven waren. Ik rende achter haar aan,want ik vond, dat ze ook de schuilkelder in moest.”
    Ik was op zoek naar gegevens rond het leven van Johanna A. van Wijhe – Droop (1870-1942), onderwijzeres te Soekaboemi, echtgenote van Carel G. van Wijhe, broer van mijn grootvader. Van haar wist ik dat zij op 3(?) maart 1942 te Bandoeng (of Soekaboemi?) was omgekomen bij een bombardement, en begraven op 4 maart 1942 te Bandoeng. Ik vermoed nu, dat zij is omgekomen bij het bombardement van Soekaboemi op 6 maart 1942. Zij was toen overigens 71 jaar!
    Aan Herman Smith zou ik willen vragen of hij de naam nog kent van de juf die hen de schuilkelder in stuurde: was dat deze Johanna van Wijhe – Droop?

    • De Indische Navorscher van 1993 zet de dag van overlijden van Johanna Droop op 8 maart te Soekaboemi.
      Haar ouders : Johan Hendrik Droop, geb. Buitenzorg 31 juli 1835, commies ter Algemene Secretarie te Batavia, overl. Soekaboemi (Preanger Reg.) 26 aug. 1896, tr. Batavia 30 maart 1861 Frederika Louisa ten Cate, geb. Djokjakarta 23 juni 1833, overl. Soekaboemi 17 febr. 1893, dr. van Frederik en Sarinem

    • buitenzorg zegt:

      We hebben nu drie overlijdensdata van mevrouw Van Wijhe-Droop: 3, 6 en 8 maart 1942.
      Mijn bron bij het artikel was een verklaring van haar dochter Maria van Wijhe (geboren 1908). Zij stelde dat haar moeder ‘tijdens een bombardement op Soekaboemi’ was omgekomen op 6 maart.
      De Indische navorscher noemt dus – weten we nu – 8 maart als overlijdensdatum. Omdat we zeker weten dat het bombardement op 6 maart plaatsvond, kan het verschil mogelijk worden verklaard door het feit dat mevrouw Van Wijhe gewond is geraakt en twee dagen later aan haar verwondingen is overleden.
      Haar man Carel Gerrit van Wijhe stierf op 8-2-1945 in Bangkongkamp, Semarang (opgave OGS).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s