Weinig Nederlanders vielen zó diep als Van Heutsz

Generaal Jo van Heutsz. Als gouverneur onderwierp hij de bevolking van Atjeh met grof militair geweld. Een biografie laat hem ook zien als een modern denkend mens.

Jo van Heutsz

Door Jeroen van der Kris

Er zijn weinig mensen in de Nederlandse geschiedenis die zó hoog op een voetstuk werden geplaatst, om vervolgens zó diep te vallen. Het verhaal van Jo van Heutsz is, hoe dan ook, opmerkelijk. Toen hij 1904 uit Indië naar Nederland kwam voor een gesprek over zijn benoeming tot gouverneur-generaal was er sprake van nationale hysterie. Op elk station waar hij uit de trein stapte – Roosendaal, Breda, Den Bosch, Nijmegen, Rotterdam, Den Haag, Amsterdam – wachtten hem notabelen, muziekkorpsen en juichende massa’s. Van Heutsz (1851-1924) werd gezien als de man die de al jaren slepende oorlog in Atjeh eindelijk in Nederlands voordeel had beslecht. Een Hollandse held.

Na zijn dood kreeg hij een staatsbegrafenis. Wilhelmina stelde het Paleis op de Dam beschikbaar voor de genodigden. En in 1935 onthulde ze in Amsterdam een groot monument voor hem. Sinds 2003 heet dat het Monument Indië-Nederland – de naam Van Heutsz is te zeer bezoedeld door koloniaal geweld. Bij de verkiezing van ‘grootste Nederlander’ in 2004 stond Van Heutsz niet op de lijst van 200 genomineerden.

Je zou denken: zo iemand verdient wel een degelijke, moderne biografie. Die was er gek genoeg niet. Vilan van de Loo (1961) hoopt de leemte te vullen met Uit naam van de majesteit. Haar interesse werd gewekt toen ze ontdekte dat hij subsidie gaf aan ‘Pa’ van der Steur, een zendeling die zich inzette voor verwaarloosde kinderen. ‘Liefde voor kinderen, dat kon ik niet rijmen met het beeld van ruwe houwdegen’, schrijft ze in haar voorwoord.

Zelf had Van Heutsz geen gemakkelijke jeugd. Zijn vader, ook beroepsmilitair, dronk. Een veiligheidsrisico: als magazijnmeester was hij verantwoordelijk voor een depot met buskruit.

Van Heutsz bij Bate Ilie in Atjeh

Carrièrekansen

Jo van Heutsz meldde zich in 1873 voor Atjeh. Dat bood carrièrekansen. En hij zou daar geen last hebben van de naam van zijn vader. Atjeh is de constante in de carrière van Van Heutsz. Als hij een tijdje elders had gediend, keerde hij telkens weer terug naar de opstandige provincie, waar sinds 1873 een oorlog woedde. Telkens in een hogere rang. In 1898 werd hij gouverneur van Atjeh. ‘Pacificatie’ werd zijn werkwijze eufemistisch genoemd. Dat betekende: een gebied onderwerpen met militair geweld, de bevolking registreren en ontwapenen, en vervolgens economisch exploiteren.

Dus gewoon een houwdegen? Het beeld blijkt inderdaad genuanceerder. Verlicht is een groot woord. Maar Van Heutsz was óók degene die de ‘inheemse’ Raden Mas Ario Koesoema Joedha een bestuursfunctie gaf – tot woede van de koloniale gemeenschap. En het kon nog gekker: Van Heutsz liet een vrouw, Laura Ellinger, het ‘groot ambtenaarsexamen’ afleggen, zodat ze carrière zou kunnen maken in het ‘binnenlands bestuur’. Ze slaagde. Maar een vrouw die mannen bevelen zou kunnen geven? Dat vond men in Den Haag te ver gaan.

Dit soort observaties versterkt het gevoel: deze man had een betere biografie verdiend. Want Uit naam van de majesteit blijft helaas nogal aan de oppervlakte. Het boek leunt zwaar op (te) lange citaten uit kranten. Blijkbaar ontbrak het de auteur aan bronnen die een beter zicht konden bieden op het gevoelsleven van haar hoofdpersoon. Als zijn broer Pierre overlijdt, merkt ze op: ‘Het moet een diep verdriet zijn geweest.’ En bij de dood van Van Heutsz’ echtgenote Marie (doodsoorzaak onbekend): ‘Haar overlijden moet een schok geweest zijn.’ Bronnen ontbreken blijkbaar.

‘Atjehmethode’

De biografie concentreert zich (noodgedwongen?) op politieke en militaire aspecten. Maar aan het geweld waarmee Van Heutsz tegenwoordig wordt geassocieerd worden weinig woorden vuilgemaakt. Als gouverneur van Indië paste hij zijn ‘Atjehmethode’ toe op de hele kolonie. Van de Loo maakt kort melding van ‘naar schatting 50.000 doden in de buitengewesten’. Onbeantwoorde vragen dringen zich op: was dat louter de verantwoordelijkheid van Van Heutsz? Hoeveel of weinig is dat als je het vergelijkt met andere koloniale mogendheden? En is de reputatie van houwdegen niet gewoon terecht?

Het wekt geen verbazing dat het werk bij Van Heutsz steeds op de eerste plaats kwam. Onthullend en ook een beetje tragisch is wel een passage uit een brief waarin hij in 1903 schreef: ‘werkelijke vriendschap sloot ik in Indië nooit.’

 

 

Vilan van de Loo: Uit naam van de majesteit. Het leven van J.B. van Heutsz. Prometheus, 368 blz. € 29,99

 

 

 

 

 

Dit artikel verscheen eerder in het NRC Handelsblad, 11 juni 2020.

 

Dit bericht werd geplaatst in 9. Java Post. Bookmark de permalink .

58 reacties op Weinig Nederlanders vielen zó diep als Van Heutsz

  1. Robert Fermin. zegt:

    Wat zal ik er van zeggen, Voor een korte tijd woonden wij op de van Heutsz weg op Gedoeng Halang de mooiste buurt van Buitenzorg met een groot plein voor het Proefstation aan een kant en een veeartsenijschool aan de andere kant. Na de oorlog een beschermings kamp door Brits Indiers bewaakt tegen de pemoedaas. waar 5 families in een huis woonden, sorry geen puntjes op onze keyboards.Wat wij nu in de wereld mee maken is een deja vue van honderden jaren geleden. Amerika worstelt met zijn geschiedenis met het gelijkwaardig maken tussen Wit en Zwart. Nu moet alles wat deel uitmaakte van de Civil War ook weg, vlaggen en standbeelden en namen van militaire bases genoemd naar Militaire mensen van belang uit die geschiedenis. De langste film ooit gemaakt ( 4 uren) “Gone with the Wind” van 1939 nu ook taboe van wegen zwarte dienst personen.
    Covid 19 zal ergens een grasmajer worden, waar we van zeggen, “Wat moeten wij nu gaan doen”

    • Henry van Amstel zegt:

      Ik kan het even niet vatten. U heeft op de Van Heutzweg gewoond maar dat is kennelijk de enige relatie met het artikel. Wat hebben Covid 19 en al die Black Power toestanden daar mee te maken? Heeft u het boek wel gelezen?

  2. J.Michiel Alma zegt:

    Mij staat van 10/20 jaar geleden bij : terwijl een aantal onzer worstelt met ons koloniale verleden ,
    is op Sumatra , en ik meen op Atjeh , een koperen gedenkplaat onthuld ter nagedachtenis aan
    van Heutsz .

  3. John van Santen zegt:

    Men wil vaak vergeten (uit onwetendheid) dat in vergane dagen de term ‘kolonialisme’ niet alleen voor een bekrompen denkende enkeling betekende, mensen uit te buiten zo hij de macht daartoe bezat (zoals het in Nederland ook het geval was [denk maar eens aan Lieftinck met zijn spreuk “De arbeiders kunnen rustig nog wel een schepje suiker minder in de thee doen”]), maar ook voor velen een uitdaging was zich te ontvouwen op het gebied van verrijking ten voordele van allen, de dingen zodanig beter te maken, dat een ieder er van kon meeprofiteren. Kijk maar eens naar al die totoks van toen, die daar met hart en ziel probeerden er wat van te maken (het was tenslotte ook hún land daar in de Oost). Vertel dat maar een jeugdig persoon vandaag de dag op straat, geschoold als ie is door links-groen, marxistische propaganda ! Vandaag de dag is het niet meer ‘gepast’ heldenroem, nationale trots en het gedenken aan voorgangers te celebreren, het moet in de vuilnisemmer, in de vergetelheid. Eigen roem stinkt ! Mannen (en vrouwen) zoals Marx, Lenin, Pol Pot, Che en wie ze ook mogen heten, worden nu gezien als voorbeeld (alhoewel ze meer levens naar de knoppen hebben geholpen binnen enkele decennia als de Nederlanders in Oost en West bij elkaar gedurende al die eeuwen waarin Nederland als Koloniale Macht van zich heeft laten horen). Het eind is nog niet in zicht en met moderne ogen de verleden tijd te willen ontleden evenmin !

    • RLMertens zegt:

      @JohnvanSanten; ‘al die tottoks etc.’- Du Peron had het over die haaaaarrrrrderrrrewwerkers die er voor zorgden dat een ieder ervan kon meeprofiteren!
      Zelfs de Inlanders(?)

  4. Jan A. Somers zegt:

    Is na de onafhankelijkheid van Indonesië Atjeh weer in opstand gekomen? Waar in Nederland gebouwde korvetten werden ingezet? Waar ook de Sharia werd ingevoerd? Terug bij af?

  5. Peter F. J. Rotteveel zegt:

    Anno 2020 is het niet meer dan vanzelfsprekend om de bewondering en de verering van onze helden van vroeger te nuanceren. Niet alleen omdat we meer kennis kunnen nemen van de markante prestaties die aan die heldenstatus hebben bijgedragen, maar ook door voortschrijdend inzicht van de zwarte (soms inktzwarte) schaduwzijden die verering van vroeger tijden niet langer klakkeloos te willen continueren. Dat deze herijking een proces is dat vooral door de gekleurde Nederlanders op gang is gebracht, is het directe gevolg van het feit dat het geschiedenisonderwijs in Nederland een bijvak is en nog te vaak traditioneel gegeven wordt vanuit het standpunt van de witte westerse Hollander, al dan niet vertekend door een politiek ideologische bril. Conclusie: Sta als overheid open voor het debat dat voor een toenemend deel van onze Nederlandse samenleving sommige uitingen van vaderlandse trots niet meer algemeen gedeeld worden of zelfs toenemend als kwetsend ervaren worden. Neem vervolgens manmoedige besluiten die ‘stenen des aanstoots’ in figuurlijke en letterlijke zin uit het zicht te brengen en ze, afhankelijk van het belang ervan, in een museum te plaatsen of in figuurlijke zin ze in besloten kring van sympathisanten een plek ter viering aan te bieden. We doen dit toch ook al bij religieuze aangelegenheden en het zou ons als land sieren deze discussie niet eindeloos lang te blijven voeren en daar lijkt het nu wel op.

    • Jan A. Somers zegt:

      “ze in besloten kring van sympathisanten een plek ter viering aan te bieden. ” In Delft staat een prachtig beeld van Mariken van Nimwegen. Ik zou dat niet willen missen. Moeten ook alle kruisen van de kerktorens worden verwijderd? In Brielle worden elk jaar de martelaren van Gorkum herdacht? Ook maar stoppen? En de muziekstukken van o.a. Bach?

      • Peter F. J. Rotteveel zegt:

        Heer Somers met uw reactie gaat u voorbij aan de kern van mijn betoog waarin ik duidelijk heb proberen te maken dat anno 2020 de Nederlandse bevolking essentieel van samenstelling is veranderd, niet alleen in fysiek opzicht qua kleur, maar ook in intellectuele zin als gevolg van velen, weliswaar met een Nederlands paspoort hier woonachtig of hier geboren zijn in de afgelopen 40 jaar, maar cultureel en politiek nog sterk verbonden zijn met de landen waar zijzelf of hun families vandaan gekomen zijn. Het moge duidelijk zijn dat het vooral de cultuurverschillen van Nederlanders van niet westerse oorsprong, die Nederland als samenleving maatschappelijk ingrijpend heeft veranderd. Dit proces te willen ontkennen (lang gedaan door politici van linkse signatuur) of te willen tegenhouden ( door rechts-populistische politici) heeft er gelukkig toe geleid dat gaandeweg in meerderheid de opvatting is gegroeid om met deze nieuwe werkelijkheid in Nederland op een politiek verantwoorde wijze om te gaan. Ook ik, 83 jaar geleden in Sukabumi, West-Java geboren en sinds augustus 1946 in Nederland, moet wennen aan die maatschappelijke veranderingen van de laatste decennia, maar ik wil me niet doof houden en ziende blind zijn voor de veranderende tijdgeest, zoals helaas ook mijn vader als theeplanter in de Preanger geweest is voor de ontwikkelingen in de wereld na de Eerste Wereldoorlog en in voormalig Nederlands Indie vanaf 1920 toen hij daar voet aan wal zette. We weten intussen maar al te goed tot welke catastrofe deze halsstarrige houding vast te blijven houden aan waarden en tradities van jaren daarvoor, uiteindelijk heeft geleid. In die valkuil wil ik niet terechtkomen en daarom doe ik sinds jaar en dag mijn best me open te stellen voor de nieuwe ontwikkelingen, maatschappelijk, cultureel en de techniek, soms met tegenzin, maar vaker toch met instemming. In mijn betoog doe ik niets anders dan een oproep te doen zich feitelijk open te willen staan voor de gevolgen van de immigratie uit niet westerse landen in combinatie met de ontzuiling, waardoor heroriëntatie van symbolen van nationale trots niet meer zo vanzelfsprekend zijn. Dat dit ten koste zal gaan van de door u aangehaalde voorbeelden (het beeld van Mariken van Nieumeghen in Delft, de viering van de Martelaren van Gorcum in Den Briel, de kerkkruizen en de muziek van Bach) acht ik uiterst klein en zijn niet de objecten waar het om gaat.

  6. John van Santen zegt:

    Misschien toch beter om even na te gaan waaróm Nederland het noordelijk Sumatraans gebied moest pacificeren? Traditionele zeeroverspraktijken van de Atjehers brachten het gebied zodanig in gevaar dat buurlanden (en met name de Engelsen) hierover gingen klagen bij de Nederlanders, m.a.w. de internationale scheepvaartroutes kwamen in het geding. Vandaag de dag zie je eigenlijk niets anders in onze wereld gebeuren (Straat Hormuz, Suezkanaal, Zuidchinese Zee, etc).
    Zelfs de tot mondjesmaat gereduceerde Koninklijke Marine doet een duit in het zakje en patrouilleert voor de kust van Somalia om aan de zeeroverspraktijk van de daar wonende mensen een eind te maken ! Vreemd dat men daarover nooit wat hoort en zal wel niet in het programma passen van al die neo-marxistische NGO’s ? Toen de strijd in Atjeh dreigde te stagneren kwam een bekwaam man met buitengewoon goede militaire eigenschappen, om een eind te maken aan roof- en sluipmoord, kidnapping, bedreiging van eigen bevolking etc. Onze voorouders hebben de man die hieraan een einde wist te maken, op een voetstuk willen zetten. Kan ik mij mee vinden.

    • RLMertens zegt:

      @JohnvanSanten; ‘met buitengewoon goede militaire eigenschappen etc.’- Met Howitzers/ artillerie, repeteer geweren tegen Inlandse voorladers en steekwapens werd de strijd olv.Van Daalen in kampong Keto Reh beslist. De strijd duurde nog geen anderhalf uur. Toen waren 313 Atjhese mannen, 189 vrouwen en 59 kinderen doodgeschoten! Na de strijd maakte ene HM.Neeb een overzichtsfoto. Trots poseert Van Daalen en de marechaussees. Tussen de lijken zit nog een kind dat de slachting heeft overleefd.- Foto is nu te zien bij de tentoonstelling van Tom Hofman; een verborgen geschiedenis, R’dam !
      In 1907 verscheen in een Haagse krant, niet minder dan 17 artikelen over Atjeh onder de titel; Hoe beschaafd Nederland in de 20ste eeuw vrede en orde schept in Atjeh. Ze waren geschreven door ene Wekker, een oud marechaussee officier van het Oost Indische leger. De Wekker serie bevatte talloze ernstige beschuldigingen met alle gruwelijke details; hoe gevangenen werden afgemaakt, hoe vrouwen en kinderen bij het doorzoeken van kampongs werden dood geschoten. Er heerste in Atjeh een sfeer van ; hoe meer doden, hoe beter officier. Van Daalen betekent vandaalisme ! – De Atjeh oorlog eindigde niet 1913/14 , want er loopt een rode draad van geweld tot 1942. De tientallen moorden op Nederlanders en hun aanhangers waren in heel Indië een begrip. In 1942 was Atjeh het enige deel van Indië waar voor de landing der Japanners een complete opstand uitbrak tegen het Nederlandse gezag. Na de ontruiming van Koetaradja werd de stad door duizenden Atjehers geplunderd en verwoest. Op 28/3’42 capituleerde generaal Overakker. Zijn troepen waren gedemoraliseerd door de vijandige houding van de bevolking. In 1945 is het Nederlandse bestuur niet meer in Atjeh terug gekeerd. Bij de grote ‘politionele acties’ op Sumatra is geen poging meer gewaagd(!) om tot Atjeh door te dringen. Nederland had 69 jaar in Atjeh onafgebroken gevochten. En het was genoeg geweest.

      • Jan A. Somers zegt:

        “Toen waren 313 Atjhese mannen, 189 vrouwen en 59 kinderen doodgeschoten! ” Ik meen te weten dat er bij de opstand na 1950 nog meer zijn gevallen. Dat heb je, als je tegen beter weten in doorgaat met vechten. Dat hebben we ook gezien bij de slag om Soerabaja vanaf 10 november 1945. Ik schat ruwweg het aantal slachtoffers op 10 Indonesiërs tegen 1 Brits-Indiër. Hetzelfde zag je in de Russische strijdmethoden in WO II.

      • John van Santen zegt:

        Ik denk dat u het een beetje te eenzijdig bekijkt ! Het ligt mede aan uw instelling ten opzichte van Nederland en alles wat daarmee samenhangt en verdere reactie op uw betoog brengt niks aan het topic Van Heutz. Bij ieder thema waar het woord “Nederland” in verschijnt bent u bij voorbaat al ‘anti’ ingesteld.

      • RLMertens zegt:

        @JohnvanSanten; ‘eenzijdig bekijkt etc.’- U bedoelt; dat ik juist onze geschiedenis van 2 zijden bekijkt. Na eeuwen van éénzijdigheid!

  7. Jan A. Somers zegt:

    “dat anno 2020 de Nederlandse bevolking essentieel van samenstelling is veranderd,” Maar ik niet, ik heb ook mijn recht, en dat zal ik blijven houden. Dat ik daarmee slachtoffer kan worden van omgekeerde discriminatie doet mij niets.
    “zijn niet de objecten waar het om gaat.” Welke “We doen dit toch ook al bij religieuze aangelegenheden” dan wel? Ik ken tot nog toe alleen het processieverbod, maar. dat was volgens mij een kwestie van openbare orde, en niet vanwege de religie.
    “Traditionele zeeroverspraktijken van de Atjehers brachten het gebied zodanig in gevaar dat buurlanden (en met name de Engelsen) hierover gingen klagen ” Niet alleen maar klagen, maar internationaal daarvoor verantwoordelijk gesteld! Ten behoeve van exploitatie en handel bleven enkele gebieden op Sumatra van de overdracht door de Engelsen uitgezonderd. Hiermee bleven tevens de oostelijke toegangswegen tot de Indische archipel, Straat Soenda en Straat Malakka, onder Britse controle. Pas met het traktaat van 17 maart 1824 volgde een gebiedsruil. Nederland deed afstand van Malakka en onderhorigheden, alsmede van alle vertogen tegen de vestiging van de Engelsen op het eiland Singapore. Nederland verkreeg Benkoelen op Sumatra en Nias, Engeland zag af van alle aanspraken op Biliton en beloofde geen nederzettingen te zullen stichten bezuiden Straat Singapore. Het behoud van Singapore, door Raffles in 1819 gesticht, waarmee Straat Malakka kon worden beheerst, maakte dat voor de Engelsen deze gebiedsruil geen probleem vormde. Met uitzondering van de beperkingen ten opzichte van het onafhankelijk sultanaat Atjeh dat in 1819 met Raffles een verdrag had gesloten waarbij alle andere Europeanen van de handel waren uitgesloten, was de bezittingenruil voor Nederland gunstig. In een aan het verdrag van 1824 toegevoegde nota beloofde Nederland de betrekkingen met Atjeh zodanig te regelen dat die staat, zonder verlies van onafhankelijkheid, de veiligheid van handel en scheepvaart niet zou verstoren. Het bleek een onmogelijke opgave. Pas in 1871, met een herziening van het traktaat van 1824, kreeg Nederland daar de vrije hand als opmaat voor de oorlogsverklaring van 26 maart 1873 aan Atjeh. Zie ook mijn verhaal over de Gouvernements Marine hier in Javapost: “Vooral de meer dan 250 schepen van zeerovers die snel naar hun verborgen havens konden vluchten, waar zij beschermd lagen achter ondiepten en riffen, bleven voor de Koloniale Marine ongrijpbaar. Deze zeerovers kenden het gebied goed, waren sluw en moedig en bleken daardoor geduchte tegenstanders. De lokale residenten namen de beteugeling van de zeeroof dan ook spoedig in eigen hand. Zij kenden de werkwijzen van de zeerovers en pakten hen aan met soortgelijk materieel, snelle prauwen met gezagsgetrouw, goed bewapend inheems personeel: de ´residentie-prauwen

    • Jan A. Somers zegt:

      ff vergeten: De verantwoordelijkheid voor de bestrijding van de zeeroverij in Atjeh begon praktisch bij de opening van het Suezkanaal, waardoor de internationale scheepvaartroutes verschoven van Straat Soenda naar Straat Malakka.

    • RLMertens zegt:

      @JASomers; ‘traditionele zeerovers praktijken etc.’- Bij traktaat(=overeenkomst) volgde een gebiedsruil etc. En dat met instemming van van de vorsten en bewoners van die gebieden? Nederland en Engeland sloten als echte landrovers (!) overeenkomsten alsof de gewoonste zaak was. Gebiedsruil? Over volkenrecht gesproken!

  8. Roger Thomas zegt:

    Lees ook de biografie van Colijn van Herman Langeveld, deel 1, `Dit leven van krachtig handelen`Hendrik Colijn 1869-1944
    In twee delen.
    Deel 2 van deze biografie heet, `Schipper naast God, Hendrik Colijn 1869-1944`. Uitgeverij Balans
    Uitgebreide beschrijving van de Atjeh oorlog waar Colijn zijn carriere als KNIL-militair was begonnen.Met fragmenten uit zijn Atjeh Dagboek waarin hij beschrijft hoe vrouwen en kinderen werden doodgeschoten tijden de Atjeh oorlog. Colijn was hierbij zelf betrokken.

    • RLMertens zegt:

      @RogerThomas; ‘schipper naast God etc.’- Schipper Hendrikus Colijn, de grote vaderlander, ex directeur van de BPM, min.president van Nederland stond als jonge luitenant op Lombok 1894 in het publiek met bloed en spat. In een brief aan zijn vrouw in Nederland schreef hij; ‘we mochten geen genade geven. Ik heb 9 vrouwen en 3 kinderen, die om genade smeekten op een hoop moeten zetten en ze zo dood laten schieten. Mijn soldaten regen ze met genot aan hun bajonetten. Het kon niet anders. Ik zal er maar over eindigen. – Er was toentertijd een kern van ‘koloniale overtuiging’; dat het sterven van de niet(!) Europese mensen op plaatsen waar Europeanen kwamen zich voltrok volgens de natuurwet! De evolutieleer zei immers dat in de strijd om het bestaan met ‘hogere culturen’; primitieve culturen wel moesten ondergaan! Zie Australië en Amerika.

  9. joost van bodegom zegt:

    Mooie aanvulling over Colijn, nog zo’n nationale held. Lees trouwens net in de Bosatlas van WOII dat de zoon van Van Heutz tropenarts was en zich in de oorlog bij de Nazi’s aansloot. Hij sneuvelde in Duitsland.
    Ten aanzien van de atlas constateer ik dat die wat Indië betreft schromelijk, ik herhaal schromelijk tekort schiet. ’t Is maar dat jullie het weten. Zal Nationaal Comité en Noordhoff daarvan op de hoogte stellen.

  10. Peter van den Broek zegt:

    Ik woonde in mijn jeugd in Rijswijk en daar heeft burgemeester Bogaardt na de oorlog een wijk gebouwd en straatnamen vernoemd naar generaals zoals Spoor,Berenschot en de marineman Karel Doorman. Opmerkelijk genoeg heeft hij ook straatnamen vernoemd naar een rits KNIL-generaals met een twijfelachtig verleden maar vreemd genoeg niet naar Van Heutz, regeren is vooruitzien zou ik maar zeggen.

    Het gaat om de KNIL-generaals Van Daalen, Swart en Vetter. Ik zet hun verrichtingen op een rijtje:
    Generaal van Daalen
    1890 MWO voor verrichtingen in Atjeh
    1903-1908 gouverneur van Atjeh
    1910 commandant KNIL

    Generaal Swart
    1900 MWO voor verrichtingen in Atjeh
    1901 commandant Korps Marechaussee
    1902-1904 Atjeh: civiel bestuurder Poeloe Raja en Lho Seumaweh
    1905 Borneo: civiel en militair resident Zuider- en Oosterafdeling Borneo
    1906 Celebes, deelname Pacificaties
    1908 Soembawa: bevelhebber Expeditie
    1908-1918 militair gouverneur van Atjeh
    1918-1922 vice-president Raad van Nederlands-Indie

    Generaal Vetter
    1861-1863 Borneo: deelname pacificaties Zuider- en oosterafdeling Borneo
    1864-1866 Borneo: deelname pacificaties Wester afdeling Borneo
    1974 MWO voor o.a. verrichtingen in Atjeh
    1868-1888 Lombok-expeditie
    1873-1874 Atjeh: deelname 2de expeditie

    Van Heutz steekt daarbij met kop en schouder bovenuit:
    Generaal en Gouverneur-Generaal Van Heutz
    1889 MWO voor verrichtingen in Atjeh
    1898-1904 civiel en militair gouverneur van Atjeh
    1902 adjudant-generaal van Koningin Wilhelmina
    1904-1909 gouverneur-generaal van Nederlands-Indie

    Wat opvalt is dat militairen, de houwdegens, belangrijke burgerlijke functies in Nederlands-Indie innemen. Hun schrikbewind als militair zetten zij voorbeeldig voort in hun bestuurlijke en politieke functies, dat is natuurlijk niet toevallig. Het geeft de boodschap aan de inlanders niet tegen het koloniaal bewind verzet te plegen anders wordt dat met bloedige hand onderdrukt. Die politiek wordt eufemistisch Ethische Politiek genoemd. Ik kan de humor ervan wel inzien.

    Bovenstaande, wat retorische vragen kan ik best beantwoorden :

    Was dat louter de verantwoordelijkheid van Van Heutsz?
    Natuurlijk niet, het was het politieke antwoord van de regeerders in Den Haag op het inlands verzet, generaal Van Heutz was de uitvoerder van deze politiek, der Richter und sein Henker.

    Hoeveel of weinig is dat als je het vergelijkt met andere koloniale mogendheden?
    Een simpele vraag verdient een simpel antwoord: maakt dat het minder erg? ik doe niet aan leedvergelijking

    En is de reputatie van houwdegen niet gewoon terecht?
    Zijn reputatie van houwdegen ligt in de militaire traditie van het toenmalige KNIL, let wel het leger KNIL werd ingezet tegen binnenlands en burgerlijk verzet, wat zo eufemistisch uitgedrukt wordt in het taalgebruik: pacificaties, expedities etc.

    • RLMertens zegt:

      @PetervandenBroek; ‘ethische etc’.- = Van hoog zedenkundige waarde! Voor ‘orde en rust’!

      • Jan A. Somers zegt:

        Ja, en de Inlander die de Indo voorbij streefde. De dochter van baboe Soep, die op de HIS zat. En waar wij Nederlands mee moesten spreken. En onze Indonesische huisarts.

  11. jos zegt:

    Dus moeten alle standbeelden en straatnamen van Van Heutz nu weg?

    Met vriendelijke groet en aandachtig volger van uw discussie

    Jos van der Putten

    • Roger Thomas zegt:

      Nee volgens mij kun je gewoon een toelichting bij het beeld zetten en daarop vermelden wie hij was en wat hij misdaan heeft bij de verovering van Atjeh tijdens de Atjeh Oorlog.Het verwijderen van het beeld lijkt op doodzwijgen van het verleden.Zou ga je niet om met het omstreden koloniale verleden van Nederland.

  12. jos zegt:

    Hi Peter,
    En wat zegt Der Richter en wat zegt sein Henker???

  13. Peter van den Broek zegt:

    In Rijswijk is er een wijk met straten van bovengenoemde KNIL-generaals begrensd door de Gen.Spoorlaan (West) -Gen. Berenschotlaan (Noord)-Karel Doormanlaan (Oost) en ten Zuiden ervan door de Dr H. Colijnlaan. Laat nu Colijn als jonge officier onder diezelfde van Heutz in Nederlands-Indie hebben gediend. Ik zet zijn verrichtingen op een rijtje:

    Dr. H. Colijn
    1894 militair en deelname expeditie Lombok
    1895 MWO voor verrichtingen in Lombok
    1896-1897 bestuurder Poeloe Raja en poeloe Weh
    1898-1899 Atjeh gezaghebber afdeling Indrapoeri en Seulimeun
    1899-1901 civiel en militaur gezaghebber Tapa Toean
    1901-1902 Atjeh bestuurder Lho Seumaweh
    1902 commandant vliegende colonne
    1903 Atjeh bestuurder Lho Seumaweh
    1904 adjudant van Van Heutz
    ontvangst door Koningin Wilhelmina en Koningin Emma
    1904-1907 assistent-resident Gajo- en Alaslanden
    1907-1910 secretaris van het Gouvernement
    1911-1913 Minister van Oorlog
    1914-1924 Bataafse Petroleum Maatschappij BPM
    1925 Minister van Kolonien
    1933-1937 Premier en Minister van Kolonien regering Colijn I en II

    Als Van Heutz en zijn brandende kampongs als militair en bestuurder is verbonden aan Nederlands-Indie, dan is Colijn als militair, bestuurder en politicus ook verbonden aan Nederlands-Indie.
    Van Heutz ogenschijnlijk beschouwd kan worden als het militaire sluitstuk van een periode die begint bij de Java-oorlog (1925-1930), maar het verhaal houdt hier niet op en loopt verder door met Colijn. Het militaire aandeel, het gebruik van geweld is een structureel onderdeel van de koloniale politiek.

    Met recht mag worden gezegd dat Nederlands-Indie een “Staat” van Oorlog en Beleg was, waarbij niet alleen het burgerlijk gezag verplicht was met het militaire gezag samen te werken maar daaraan ook ondergeschikt was.

    De titel “Weinig Nederlanders vielen zo diep als Van Heutz” lijkt meer een moralistische beschouwing, is ook geschiedenis maar heeft weinig met Geschiedschrijving te maken. Althans ik probeer me daarmee bezig te houden.

  14. John van Santen zegt:

    Lees ik toch volgende passage uit een boek van een oud knil-militair: “Nu ik aan het eind van mijn herinneringen ben gekomen, moet ik wel toegeven heel blij te zijn, dat ik mijn aarzeling heb overwonnen en dit alles heb neergeschreven. Niet slechts omdat ik, als het ware, alles weer opnieuw heb kunnen beleven, maar vooral omdat ik gemerkt heb dat het nuttig is, dat deze feiten niet in de vergetelheid raken. ER ZIJN IMMERS AL ZOVEEL VERKEERDE VOORSTELLINGEN GEGEVEN, SOMMIGE ZELFS OPZETTELIJK, OM AFBREUK TE DOEN AAN ONZE KOLONIALE GESCHIEDENIS EN OM DE MENSEN DIE ERAAN BOUWDEN, DE KOLONIALEN, IN EEN ONGUNSTIG DAGLICHT TE STELLEN. Ik zou heus geen poging doen hun gebreken of tekortkomingen te verdoezelen, maar het zou te betreuren zijn indien deze groep van onze allerbeste landgenoten als onbekenden de historie in zouden gaan. Onbekend maakt immers onbemind ? Dit is wellicht de laatste gelegenheid om deze nu reeds verdwijnende groep in het juiste daglicht te stellen. Wie zal het na ons doen ? ” Enz., enz.,
    Tja Heren, daar gaan we dan !

    • Peter van den Broek zegt:

      Wat bovenstaande reactie inhoudelijk met mijn verhaal over de verkorte CV van 5 hoge KNIL-militairen te maken heeft mag toch uitgelegd worden. De reactie lijkt meer afkomstig te zijn van een tegenhanger van een persoon ideologisch geschoold door links-groen en marxistische propaganda.

      In dat laatste herken ik me niet. Mijn jeugdzondes zijn, dat ik lid was van de JOVD, toen netjes mijn dienstplicht vervulde bij de Koninklijke Marine, daarna was ik lid van D66. Het enige Groene aan mij is dat ik al meer dan 20 jaar handel in biologische producten. Daar is niks mis mee.

      • John van Santen zegt:

        Laat mij even raden, ….. u bent diezelfde Van den Broek als ‘Van den Broek tien jaren geleden’ en/of ‘Van den Broek uit een andere generatie’? Ja nu begrijp ik het !

  15. John van Santen zegt:

    Laat mij even raden, ….. u bent diezelfde Van den Broek als ‘Van den Broek tien jaren geleden’ en/of ‘Van den Broek uit een andere generatie’? Ja nu begrijp ik het !

    • Peter van den Broek zegt:

      Fijn dat dhr van Santen HET begrijpt, dan begrijpt hij meer dan ik. Hij spreekt als het orakel van Delphi, kan een prophètès uitleggen wat hij bedoelt?

      Ik kijk louter om naar de geschiedenis in verwondering. Zoals bij die 5 KNIL-officieren, waarbij een vermenging van het burgerlijk en militair gezag in Nederlands-Indie plaatsvindt. Op het eerste gezicht is er niks aan de hand, maar in diezelfde periode wordt in Nederland de Oorlogswet van1899 aangenomen, waar juist die vermenging wordt geregeld n.l. de Staat van Oorlog en Beleg. Het zegt iets over de in die tijd gehanteerde normen en waarden.
      Ik denk verder en vraag me af waarom Nederland juist in 1899 een Oorlogswet nodig had, de laatste oorlog, die we voerden was de Belgische Kwestie (1830-1839), ook weer een interne kwestie. Was er toen sprake van pacificaties, expedities of politionele acties? Ik dwaal af en laat me afleiden door mij. overpeinzingen. Terug naar omzien in verwondering.

      • Jan A. Somers zegt:

        Misschien begint u wat te snappen als u weet dat in die tijd in Indië het begrip Marechaussee werd gebruikt. Met net als in Nederland taken voor orde, rust en veiligheid. Uiteraard onder opdracht van het bestuurlijk orgaan.

  16. Peter van den Broek zegt:

    Ik weet niet wat ik mag snappen. Ik ken enigszins de militaire geschiedenis van Nederlands-Indie na 1800. De vergelijkingen tussen de Nederlandse Marechaussee en de Nederlands-Indische Marechaussee berust op een grof misverstand of domweg onwetendheid. De “Koninklijke Marechaussee” (KMar) in Nederland mag niet verward worden met het “Korps Marechaussee te voet” als onderdeel van het KNIL.

    Het “Korps Marechaussee te voet” was gericht op de bestrijding van de guerrilla op Atjeh en bestond uit inlandse manschappen met aan het hoofd Europese officieren en onderofficieren. Later konden inheemsen ook onderofficier worden.
    Kleine en zelfstandig opererende eenheden van het Korps Marechaussee te voet de zgn vliegende colonnes spoorden na moeizame speurtochten in de jungle van Atjeh guerilla’s op en maakten een hardhandig einde aan hun activiteiten. Deze door de jonge kapitein Van Daalen ingevoerde vorm van guerrillabestrijding werd de Atjeh-methode genoemd. Deze methodiek was zo effectief dat een richtlijn werd uitgebracht met de welluidende titel “Voorschrift voor de uitoefening van de Politiek-Politionele Taak van het Leger”.

    • Jan A. Somers zegt:

      ” maakten een hardhandig einde aan hun activiteiten.” Heeft u goed begrepen: politionele acties. Marechaussee is het politiekorps van de KL, ook in Nederland. Zag ze toevallig weer aan het werk op TV, gisteren.

  17. B.J.van Heutz heeft behalve in Atjeh zich minder misdadig gedragen dan Coen en Colijn.Misschien was zijn grootste verdienste , de basis teleggen van de grenzen van een staat Nederlands-Indie wat nu de eenheidstaat is (NKRI) van de Republik Indonesia .Van Sabang tot Merauke en Sangir tot Rote.

    • John van Santen zegt:

      Ja dan hebben de hedendaagse mensen in Indonesia nog een hoop te danken gehad aan al dat Nederlandse gewroet in de archipel, vind u ook niet ? Misschien toch ook eens een basis voor een woord van waardering in richting Nederland ? Het moet wel moeilijk zijn voor sommigen te bedenken dat de eigen Indische vorsten juist degenen waren die de Nederlanders naar binnen hebben gehaald, om ze te gebruiken tegen eigen rivalen ! In plaats van altijd maar weer te schelden tegen de Hollanders, misschien toch beter even te bedenken dat het eigenlijk de eigen elite was die de “Jannen” naar binnen hebben gehaald. Waarheid kan toch zo pijn doen !

  18. ellen zegt:

    John van Santen: “Waarheid kan toch zo’n pijn doen!” Bedacht moet worden, dat Indonesiers de Indische geschiedenis anders zien. Er is sprake van een ander perspectief op basis van cultuur..

    Onder invloed van het Cultuurstelsel (1830-1870) had de Javaanse adel een rol bij de efficiente organisatie van het Cultuurstelsel. Het Cultuustelsel bouwde voort op het systeem van leveringen uit de VOC-periode. In bestuurlijk opzicht sloot het aan bij het bestaande feodaal-agrarische systeem van de Javaan. Er werd een dualistisch bestuursstelsel ingevoerd; het Nederlandse en het inheemse bestuur functioneerden naast elkaar. Aan het hoofd van het Binnenlands Bestuur stond de Gouverneur-generaal; de residenten bestuurden provincies, daarin bijgestaan door assistent-residenten en administrateurs/controleurs. Het Inlands Bestuur werd uitgeoefend door regenten, inheemse vorsten die regeerden met behulp van de plaatselijke hoofden. De hogere bestuursfuncties voor het inheemse bestuur werden erfelijk. In de loop van de tijd werden de regenten steeds meer uitvoerders van het Nederlandse beleid, maar in de ogen van het volk bleven zij soevereine vorsten, aan wie het volk diensten waren verschuldigd. Naast het werk voor de verplichte cultures moesten de Javaanse dorpen herendiensten aan het gouvernement leveren, bijvoorbeeld voor de aanleg van wegen en havens. Verder waren de Javaanse boeren sinds het begin van de negentiende eeuw landrente verschuldigd

    (Bron: geschiedenis.nl)

    • Jan A. Somers zegt:

      “het systeem van leveringen” De Indische overheid onderhandelde met de hoofden wat, waar, en wanneer moest worden geleverd. De hoofden regelden dat met de tani’s die moesten produceren. Maar na levering bleven de betalingen hangen bij die hoofden. Hieraan kwam pas een einde toen particuliere Nederlandse bedrijven toegang kregen plantages te stichten. Grond mocht niet in eigendom worden verworven, maar er werd gewerkt met gehuurde grond. De eigenaars, de tani’s, werden daar als landarbeider ingehuurd en als zodanig betaald. Indië werd van handelsland omgezet in productieland.

    • John van Santen zegt:

      Wat ik eigenlijk wil zeggen is dat de Indische elite uit de vorstendommen maar wat graag gebruik heeft willen maken van die Hollandse kanonnen aan boord der schepen. Zo immers kon men zijn grieven de vrije loop laten en eigen machtspositie consolideren dan wel uitbreiden ! Hollanders mochten dan, als dankjewel, een stukje kustgebied tot hunner beschikking houden en er versterkingen aanleggen om hun handelswaar te beveiligen.
      Tenminste dat is wat ik ontneem uit de vroege journalen. Feitelijkheden waar niet aan valt te tornen ! Men is bewust in zee gegaan met de Hollander en heeft hem bewust deel laten nemen aan de toenmalige leefsituatie. Aldus is een eeuwenoud samengaan gecreeerd wat heeft mogen resulteren in een Nederlandsch-Indie, kort voor wereldoorlog 2 een ‘Staat’ in de Staat en potentieel een bedreiging voor de Angelsaksische wereld voor wat zijn grondvoorraden betreft. Daarom moest het kapot, de Hollanders er uit zodat anderen konden overnemen etc. en daarom zijn er heden ten dage ook zovelen die menen, dat wat Nederlanders in de archipel hebben weten tot stand te brengen, te moeten bekritiseren, kapot te maken, al die verbeteringen kapot te praten. Al dit soort mensen heeft zelf nooit, of bijna nooit, of amper willen bijdragen. Enfin, het gaat het topic te buiten dus over en sluiten maar !

      • Peter van den Broek zegt:

        Ik voel me niet aangesproken, Het topic gaat over het boek over Van Heutsz en trek dit door naar wat andere KNIL-generaals. Mijn verhaal verbind ik met het andere topic”Foto’s, officieren en geschenken”, dat over Zuid-Celebes gaat waar Van Heutsz als Gouverneur-Generaal wel wat te zeggen had. Dat lijkt mij geschiedkundig voor de hand liggen. Is niks mis mee.

        Ik heb me nog niet zo bezig gehouden met de wijze waarop naar de Geschiedenis wordt gekeken. maar wat ik tot nu toe begrepen heb is dat bij beschrijving van de geschiedenis er 5 ankers dwz perspectieven kunnen worden onderscheiden. In niet-hierarchische volgorde zijn dit:
        1) het nationalistisch perspectief: voor Koning(in) en Vaderland
        2) het ethisch perspectief: Geweten
        3) het economisch perspectief: Geld
        4) het buitenlands politiek perspectief: Angst voor het buitenland
        5) het bestuurlijk perspectief: Gezag

        Deze perspectieven kunnen in een vijfhoek afgebeeld worden en een ieder kan bepalen welke ankers zijn perspectief op de geschiedenis bepalen.
        Krijg ik als verwijt dat ik niks heb bijgedragen aan Nederlands-Indie. Dat is wel een andere en nutteloze discussie. Waar bemoeit dhr Van Santen zich eigenlijk mee, met de waarheid? Kom nou, neem Uzelf toch niet zo serieus. Ga geschiedenis studeren.

      • RLMertens zegt:

        @JohnvanSanten; ‘indische elite etc.’ – ALs u het verschil tussen Inlands en Indisch niet verstaat; waarom dan toch mengen in polemiek over die ‘koloniale tijd’? Ter lering: kolonie is een volksvestiging in den vreemde= een handelspost, bv. Nederlandse boeren.in Brazilië etc. Indië was gewoon bezet gebied(!). Zoals Nederland in nazi tijd! Of was Nederland ’40-’45 ook een kolonie van Duitsland?

  19. John van Santen zegt:

    Heren, heren ….., laten we het gezellig houden ! Meneer van den Broek dramt maar wat weg! U heeft een bijna naamgenoot met voornaam Pieter, ooit in de begintijd op de veste van Batavia gestaan en deze zou u nog het een en ander kunnen vertellen m.b.t. het studeren van geschiedenis! Meneer Mertens, zoals gewoonlijk weer veel te kort door de bocht; verder commentaar overbodig!

  20. Peter van den Broek zegt:

    Ach Heer Van Santen. U noemt het drammen, maar het is de wijze waarop naar de geschiedenis wordt gekeken, wat die J. Pieter C. van 400 jaar geleden met mijn verhaal te maken heeft, mag U toch wel uitleggen. Ik weet wel, uitleggen is anders dan uw goedpraten van de geschiedenis niet Uw sterkste kant.

    Ik ben natuurlijk trots op mijn Nederlandse geschiedenis, neem nou de Deli-maatschappij, die toch een belangrijke rol speelt op Sumatra. Ik kan economisch gezien wel wat over de Deli-mij vertellen. Het heeft te maken met Foreign Direct Investments FDI, een modern begrip maar als ik dat verhaal vertaal naar Sumatra en dat vermengt met methodes om investeringen te meten, dan krijg ik wel een duidelijk beeld, daar werd wat groots verricht. Als als ik dat leg tegen wat Piketty, toch niet de eerste de beste verteld over Ongelijkheid, dan wordt het wel een neo-koloniaal verhaal. Dat past weer niet in Uw kraam, maar geschiedenis gaat toch niet over wat in een kraam , in een denkraam (Olivier B. Bommel) past?

    Ik laat het hier maar bij.

  21. Peter F. J. Rotteveel zegt:

    Het aantal reacties, laat zien dat het onderwerp ‘ van Heutz’ precies past in de landelijke ‘black-matters’ commotie waarin discriminatie en racisme aanleiding zijn voor terzake gevoerde debatten en demonstraties, maar ook ter keerzijde tot verwerpelijke rellen en een beeldenstorm heeft aangewakkerd op vaderlandse helden, die jaren lang, vaak onaangevochten het Nederlandse stadsbeeld en dorpspleinen hebben mogen sieren. Zoals ik eerder in deze lange rij van reacties heb proberen duidelijk te maken is de Nederlandse samenleving in de laatste decennia qua samenstelling ingrijpend veranderd, zoveel zelfs dat gaandeweg terecht die vaak klakkeloze verering en bewondering ter discussie worden gesteld. Dat dit proces niet al te gepolijst verloopt is niet verrassend want het vraagt erkenning van feiten, die te lang en voortdurend worden weggemasseerd met als tegenargument dat het handelen en optreden volstrekt normaal was in die verleden tijd en daarmee het verwijt dat nu gemaakt wordt, onterecht zou zijn. Daarmee wordt gemakshalve het inhoudelijke debat gemeden en wordt domweg ontkent dat een groeiend aantal Nederlanders geen enkele ‘ aangeboren’ affectie hebben voor Nederlandse beroemdheden uit het verleden en vele nieuwe (gekleurde) Nederlanders juist die hardnekkige verering als kwetsend ervaren. Deze hardnekkigheid wordt door deze gekleurde Nederlanders dan ook geïnterpreteerd als een bevestiging dat achterstelling door kleur, afkomst en geloof, hoewel in onze wetgeving duidelijk verboden, maar in de dagelijkse praktijk niet altijd zou kunnen worden voorkomen. Een erkenning van het probleem weliswaar, maar door de achtergestelde Nederlanders als onvoldoende ervaren omdat het een latente vorm van discriminatie impliceert die door bestaande wetgeving kennelijk onvoldoende kan worden voorkomen, maar door de betrokkenen daardoor niet als minder kwetsend of relevant ervaren worden. En juist hier steekt de angel van het probleem omdat de niet achtergestelde Nederlanders discriminatie weliswaar in het algemeen zeker zullen afkeuren, maar tegelijk ook discriminatie als een bijna onvermijdelijk verschijnsel zien waar ze zelf weinig aan kunnen doen. Mijns inziens is het die houding waartegen de huidige protesten zich feitelijk keren.

    • RLMerterns zegt:

      @PeterFJRotteveel; ‘vaderlandse helden etc.’- En dan te bedenken dat wij, afkomstig uit Indië, in dat land meer dan 3 eeuwen lang wit gedomineerd heeft. Daar naderhand de bevolking zelfs raciaal(!) wettelijk werd ingedeeld in; Europeanen- Vreemde Oosterlingen- Inlanders. De laagste klasse voor de Inlanders, nb. in hun eigen vaderland. Ook daar verrezen standbeelden ter glorie van het vaderland; J.P.Coen, van Heutz. Luid bejubeld door de Vaderlandse Club! Een club van witte mensen. Uitgesproken racistisch was het taalgebruik in de pers; ‘met 100 betrouwbare soldaten 20.000 patronen is er geen kans voor revolutie’ (Dagblad voor Nederlandsch-Indië) . Inlanders hadden geen schijn van kans om zich te verzetten. Opstanden werden bloedig neergeslagen.
      De djahats/kwaadwilligen( vrijheidsstrijders) werden geketend(!), zonder enig proces, naar concentratie Boven Digoel verbannen. Om nog maar te zwijgen over al die oorlogen om de gebieden zgn. te ‘pacificeren’ tot ons Nederlands- Indië. – Hoe zouden die Inlanders zich toen gevoeld hebben?

      • Jan A. Somers zegt:

        “raciaal(!) wettelijk werd ingedeeld in; Europeanen- Vreemde Oosterlingen- Inlanders. De laagste klasse voor de Inlanders, ” Probeer eens wat meer begrijpend te lezen over uw geschiedenis. U bent nu zelf discriminerend bezig met een eigen verzinsel.

      • Peter van den Broek zegt:

        @ dhr Mertens

        U kunt wel over rassendiscriminatie hebben, maar dat wordt door anderen niet alleen als boemerang gebruikt, U bent zelf met racisme bezig, of het wordt als mentale representatie van Uw vooroordeel aangeduid m.a.w. een verzinsel. Het gaat dan meer om hoe racisme gedefinieerd mag worden en dan kunnen we een hele tijd vooruit met onledige discussies.

        Om dit te vermijden kijken economen nu naar de consequenties van racisme en dat is de Ongelijkheid in de maatschappij. De Franse econoom Piketty heeft daarover inventief geschreven in zijn boek “Capital in the Twenty-First Century ” en als ik zijn denken over Ongelijkheid dwz de opeenhoping van rijkdom en de verdeling ervan toepast op Nederlands-Indie van de vorige eeuw dan kan ik de Ongelijkheid als gevolg van racisme kwantificeren: Mij worden dingen dan wel duidelijk.

        Ach , het zijn dan mijn kwantitatieve verzinselen met het theoretisch raamwerk van Piketty.

      • RLMertens zegt:

        @JASomers/vdBroek; ‘begrijpend te lezen etc.’- Lezen? Ik zag het en onderging het. (gelukkig)Als ‘Europeaan'(!) Hoe: mijn Javaanse oma, de Inlanders/koelie’s/baboe’s/katjongs om mij heen toen bejegend werden etc…. als 3e rangs onderdanen! -Toen op school; spreek Nederlands(!), jij bent toch geen inlander? -Ik discrimineren? Tegen wie; hier nu tegen de witte Nederlander, de echte Indisch Nederlander? Een verzinsel? Lees; Ger.Termorshuizen; Heethoofden en journalisten! Over hormat verplichtingen aan de witte toean etc. Ik hou u alleen een spiegel voor. – En weet/voel (juist vooral)nu beter(!) aan; hoe het toen was geweest! En u, ….jullie?

  22. Peter van den Broek zegt:

    Dat dhr Mertens mij op één lijn plaatst met dhr Somers vind ik wel overdreven. Ik herken mijzelf en mijn familiegeschiedenis niet in die van de laatste.

    Ik heb net de schrijfcursus met Vilan van de Loo afgesloten en mijn verhaal van mijn moeder (90) opgeschreven. Ik heb niet alleen bronnenonderzoek gedaan maar ook gesproken met familieleden, o.a. met haar jongere broer en de jongere broer van mijn overleden vader. Dan vallen vele stukjes van de puzzel op de juiste plaats. Ik mag met enig recht zeggen dat ik kom uit een Indische familie, een familie met diepe wortels in de Indische mengcultuur. Daarom vind ik het ongepast mij ook als migrant te vragen hoe het voelt, hoe het was geweest en hoe het is.

    • RLMertens zegt:

      @PetervandenBroek;’op één lijn plaatsen etc.’ – Ik beantwoorde slechts de opmerking over rassendiscriminatie; maw aangeduid als een verzinsel. Ik kan u verzekeren dat bijna alle(!) oudere/ 1e generatie Indo’s(!) daar toen aan meededen. Ook toen de meesten van mijn Indo (school)vrienden! Tot zelfs aan het het kruiperige toe( Marion Bloem noemde het al; naar boven likken, naar beneden trappen) voor hun blanke bazen! Lees; Augusta de Witjr.’20; Orpheus in de dessa! -Vraag eens de familie naar een familie trouw foto uit die tempo doeloe waarop ook de Inlandse moeder(!) van de bruid staat! – Nooit zal ik vergeten hoe onze Indische (en een Molukse) buren (afkeurend) keken, toen (Soerabaja1947) voor ons huis een dokkar stopte waaruit een Inlands echtpaar uitstapte. En vervolgens door mijn vader met omhelzingen werd begroet/ontvangen. Zij was nl. zijn vroegere Mulo school genoot. Hij vertelde mij naderhand dat zij zijn eindfeest partner was geweest. Ook toen al (jr.’20) werd hij er op aangekeken, dat hij met die(!) Inlandse naar de eindfeest ging.

      • Jan A. Somers zegt:

        Woonde u niet in een verkeerde buurt? Met onze Indonesische buren (Darmo, Van den Boschstraat 5), nu Jalan Mojopahit. hebben we het in Soerabaja nooit moeilijk gehad. We woonden direct achter de broederschool waar ik op school was. Ook geen problemen met de Indonesische klasgenootjes en hun ouders. Allemaal katjongs onder elkaar, En onze Nederlandse buren aan de andere kant hadden ook geen problemen als onze Indonesische huisarts op ziekenbezoek kwam.

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘Indonesische buren etc.’- Oh ja? In deze gegoede( Europese!) buurten ook Indonesisch buren? U kent ze zelfs bij naam? En zij werden ook door uw ouders zelfs thuis ontvangen? Door uw baboe Soep zelfs bediend? Ook na de oorlog? Ook die klasgenoten? Waarmee u als vrienden mee omging. Zij speelden met u en kwamen zelfs bij u thuis. U zat naast Inlandse mede leerling? Werden op verjaardagen ook bij u thuis uitgenodigd etc.? – U met uw toktok vader toen al zo ethisch verlicht?- JdeKadt verwoorde het; ‘die met Indonesiërs kunnen praten en, dan versta ik onder normale betrekkingen, niet alleen op een vriendelijke wijze zoals met achterlijke kinderen praat, maar op een wijze zoals wij onder elkaar praten. En van tijd tot ook een ongezouten waarheid durven zeggen’.

      • Jan A. Somers zegt:

        “U kent ze zelfs bij naam?” Ja, kende. Maar te ingewikkeld na 75 jaar.
        “En zij werden ook door uw ouders zelfs thuis ontvangen?” beter een goede buur dan een verre vriend. Maar om vrienden te blijven moet je niet te vaak bij elkaar op bezoek gaan. Doe ik nu in Nederland ook niet met onze buren. Maar als je ze een keertje nodig hebt, zijn ze er. En omgekeerd!
        “Door uw baboe Soep zelfs bediend?” Stomme vraag. Ze hadden toch zelf bedienden!
        ” Ook na de oorlog?” Ook stomme vraag, waren we natuurlijk al lang geen buren meer.
        “U zat naast Inlandse mede leerling?” Nee. Niet zo moeilijk te begrijpen van een grote klas met een stuk of vijf Inlandse jongens. Maar als misdienaar werd ik onder schooltijd af en toe naar de kerk ernaast gehaald als misdienaar. Soms met een andere Inlandse jongen, ook misdienaar.
        “Werden op verjaardagen ook bij u thuis uitgenodigd etc.? ” Verjaardagen werden binnen het gezin gevierd. Meestal niet op de dag zelf, maar op een dag dat mijn vader er ook bij kon zijn. Dat was zo bijzonder, dat je geen andere gasten nodig had.
        “met uw toktok vader toen al zo ethisch verlicht?” Wij waren niet ethisch, wij waren gewoon wij. Daar heb ik “JdeKadt verwoorde het” toch niet bij nodig?
        Doe toch niet zo moeilijk!

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘u kende bij naam etc.’- Straks gaat u nog vertellen, dat familie B.Tomo en Abudulgani voor de oorlog al u buren waren. Ach, het ontkennen, het bewust vertekenen/verzwijgen van hoe de Indische maatschappij toen reilde en zeilde is de zgn. Indië kenner eigen. Vooral nu het hele ‘koloniale bestel’ op de korrel wordt genomen.
        JdeKadt 1947; ‘er waren op zijn hoogst enkele 100 tallen te vinden wier betrekkingen tot Indonesiërs normale betrekkingen genoemd konden worden. De Europese samenleving als totaal stond tegenover de Indonesiërs als een samenleving van heerser tegenover een massa van overheersten. En dat vond zelfs in de regeringsorganisaties zijn volledige uitdrukking’. prof.WM.Wertheim 1991; ‘het denken en voelen in termen van huidskleur en ras doordrenkt de hele Indische samenleving. Degenen, die zich die dit niet aantrokken, en wel kontakt zochten/hadden met Inlanders werden Javanenlikkers(!) genoemd’! -JdeKadt en Wertheim kwamen pas in de jr.20/’30 naar Indië

      • Jan A. Somers zegt:

        Heb ik u keurig antwoord gegeven, is het ook niet goed. Ik heb toch niets met al die door u genoemde dames en heren te maken? Ik kan alleen maar vertellen vanuit één naam, die van mij. Ben toch evenveel waard? Of ben ik naar uw mening een mindere van de heren “JdeKadt en Wertheim”?

      • RLMertens zegt:

        @JASomers;’keurig antwoord etc.’- Dat wel. Echter wel bezijden de waarheid. Uw waarheid over Indië is die ‘koloniale waarheid’; het tempo doeloe van de blanke groep; hoe de Inlander tevreden was, hoe aardig wij tegen over onze bedienden waren etc. In de Encyclopedie van Indië; de Javaan kent weinig behoeften….is onnadenkend(!) en zorgeloos voor de toekomst…..Zorgeloos eveneens waren wij Nederlanders, zelfs vele malen zorglozer; met onze scala van bedienden, want onze status als Europeaan was gevestigd! ( zonder veel moeite!). Tot Japan binnenstormde en daarna bersiap alles overhoop gooide.

Laat een reactie achter op Peter van den Broek Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s