Tempo doeloe, ook een mooie tijd

Vernietig het verleden niet door Nederlands-Indië alleen met hedendaags schuldgevoel te bezien, schrijft Kester Freriks.

Sitoebondo, Oranjebal, 1923

Door Kester Freriks

De geschiedenis van het oude Indië is destijds geschreven in witte inkt, op fluweelzacht papier. Het is de inkt van de woorden die mensen op de zwarte bladzijden van hun fotoalbums schreven. Onderschriften bij tochten door de bergen, naar de theeplantages van de Preanger, naar de sterrenwacht van Lembang bij Bandoeng. Foto’s van de mannen op plantages en ondernemingen, op kantoor. Van vrouwen en kinderen op de veranda’s.

Nu zijn de witte handgeschreven letters die een eens gelukkige tijd oproepen veranderd in zwarte. De euforie is vervangen door aanklacht, de gelukkige herinnering is verjaagd door een schuldigverklaring.

De tijdsspanne die tempo doeloe heet, duidde ooit op een mooie goede tijd die voor velen duurde vanaf halverwege de negentiende eeuw tot aan het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Azië. Maar het begrip is belast en beladen, het klinkt als een verwijt. Alsof de geschiedenis heeft gelogen. Wás die tijd zo verderfelijk?

Wat vaak vergeten wordt is hoe belangrijk de Nederlandse koloniale tijd in Oost-Indië óók was voor de mensen die destijds inlanders heetten of inheemsen, de koloniale bevolking. Voor tal van Indonesiërs is de Nederlandse periode wezenlijk geweest. Die heeft een stempel gedrukt op hun leven, en zeker niet alleen in ongunstige betekenis. Dat moet eens gezegd worden .

Er moet een verdediging of verweerschrift komen van en voor het koloniale verleden. Geen verheerlijking, wel rechtvaardiging. Niet langer het eenzijdige perspectief van geweld, oorlog en uitbuiting, maar een hernieuwde afweging en beoordeling, geen veroordeling. Dat Indië„Ik heb geen haatgevoelens tegenover de Nederlanders, omdat ik weet dat alles wat hier gebeurde bij het kolonialisme hoorde. Het Nederlands was voor ons behalve omgangstaal ook de sleutel tot onze entree in de maatschappij.”

Nu staat kolonialisme gelijk aan roofzucht, slavernij en geweld om de westerse heerschappij te bestendigen. In ons huidige denken over het vroegere Nederlands-Indië is afgerekend met Indië als ‘paradijs van weleer’, als een wereld van ‘jasmijn en maanlicht’. Het is intussen verboden om te zeggen dat een leven doorgebracht in de archipel een gelukkige tijd was, misschien de gelukkigste die men min of meer heeft gekend.

Onze veranderde omgang met het koloniale verleden heeft tot gevolg dat alles wat samenhangt met de aanwezigheid van de Nederlanders in het vooroorlogse Indië verdacht is. Nederlands-Indië wordt gestigmatiseerd, met terugwerkende kracht. Nederland in Indonesië: dat was fout. Is kolonialisme fout, of is de manier waarop een koloniale mogendheid als Nederland invulling eraan gaf fout? Kolonialisme was door de eeuwen heen het op onrechtmatige wijze winnen van rijkdommen in den vreemde, met inzet van dwang.

Vele honderdduizenden Nederlanders ontlenen hun identiteit aan hun geboorte en jeugd in Indië, hun verblijf daar, een binding met ouders en voorouders ginds. Als je het koloniale verleden in het licht van hedendaags schuldgevoel beziet, dan vernietig je dat verleden. Dan draag je bij aan identiteitsverlies. Tal van Nederlanders en Indische Nederlanders is het tropenland dierbaar. De ‘obsessie’ voor het eilandenrijk van vroeger valt daaruit te verklaren. We zouden eerst de opvattingen van toen moeten doorgronden, daarna volgt het oordeel. Pas dan brengen we het verleden op een ander plan.

Indië en tempo doeloe vallen nu ten prooi aan een moreel oordeel, schuldbekentenis en boetedoening, en hoe verder Indië achter de horizon verdwijnt, des te hardvochtiger wordt die beschuldiging.

Zullen we het gevaarlijke boek dat Indië heet dan maar dichtdoen? Nee. Als we het nu sluiten en op het omslag in zwarte letters woorden als ‘uitbuiting ’, ‘geweld’ en ‘roofzucht ’ schrijven, dan ontnemen we mensen hun tijd aldaar. We beroven hen van de idealen en verwachtingen waarmee ze destijds naarde tropen gingen of er leefden. De geschiedenis kunnen we niet terugdraaien, we kunnen wel vooroordelen laten varen en proberen te begrijpen en te beseffen wat ‘Indië’ betekent en te ontkomen aan de slagschaduw van geweld en schuld.

Voor velen is Indië een aanwezigheid in het heden. Indië-kenner John Jansen van Galen schetst in Het Parool (22 oktober 2015) een geschakeerd beeld van de geschiedenis van Nederlands-Indië: „Kolonialisme is gewelddadige verovering en uitbuiting, maar óók avontuurzin en ondernemingslust. Paternalisme maar ook idealisme. Neerzien op inheemse cultuur maar die ook ophemelen.”

Nederland is bij lange na niet in het reine met het gindse verleden, nu de brandende kampongs van generaal Spoor de heren van de thee hebben verjaagd. De emotionele aanvaarding van het definitieve afscheid van Indië valt velen zwaar, nog steeds. Het dwingt mensen ertoe hun paradijselijke én nachtmerrieachtige herinneringen opnieuw te ijken.

 

Dit artikel verscheen eerder in het NRC, 8 oktober 2018.

Deze week verscheen eveneens van Freriks: ‘Tempo Doeloe, een omhelzing’, bij uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep.

Dit bericht werd geplaatst in 9. Java Post. Bookmark de permalink .

102 reacties op Tempo doeloe, ook een mooie tijd

  1. H.A. Naberman zegt:

    Het plaatje past volgens mij niet bij de tekst…..

  2. F.Hubers van Assenraad zegt:

    Voor diegene wiens nageboorte in Indie(thans Indonesie) begraven ligt,maakt het niets uit. Zij blijven van Indie(Indonesie) houden.Het lijkt op een moeder-kind verhouding.

    • Ronny Geenen zegt:

      @Zij blijven van Indie(Indonesie) houden.Het lijkt op een moeder-kind verhouding.@

      Is dat wel zo?

    • Arthur Olive zegt:

      Alhoewel de nageboorte veel betekenis heeft voor de Indonesier(het bloed dat door de aarde vloeit) hebben ze ons toch nog het land uitgeschopt.
      Wat betreft moeder-kind verhouding, ik hou van het Indie van mijn moeder. met Indonesia heb ik totaal geen emotionele verhouding.

      • Paul Vermaes zegt:

        Er uit geschopt is niet de juiste benaming voor de repatriëring van Nederlanders uit Indonesië. De Indonesiërs bleven beleefd en gemanierd. Na de soevereiniteitsoverdracht eind 1949, maakten de Nederlanders massaal gebruik van zogenaamd recuperatie verlof.
        Toen de verlofgangers, (hun verlofsalarissen werden netjes betaald door Indonesië volgens de garantiewet) na de verlofperiode terug wilden keren kregen ze van de Indonesische Immigratiedienst geen re-entry permit. Zo netjes ging dat, zonder geschop. De garantiewet garandeerde ook de alle opgebouwde pensioenrechten van de repatrianten. Liever die hoge kosten dan dat de Nederlanders terug zouden komen. Dus van Mook en de weduwe van Generaal Spoor en die vele vele residenten, assistent-residenten, controleurs, officieren van het KNIL kregen hun pensioenen allen van Indonesië. Netter en hoffelijker kun je niet zijn.

      • Ronny Geenen zegt:

        @Dus van Mook en de weduwe van Generaal Spoor en die vele vele residenten, assistent-residenten, controleurs, officieren van het KNIL kregen hun pensioenen allen van Indonesië. Netter en hoffelijker kun je niet zijn.@
        Daar zegt u nu wat.
        En de gewone mens? Ik heb andere bewijzen.

      • Paul Vermaes zegt:

        Geachte Ronny Geenen, De Indische Pensioenbond bestaat nog steeds. De Indische pensioenen zijn zgn. staatspensioenen, niet zoals gewone pensioenen. Staatspensioenen vormen een vaste post op de begroting van een regering.
        De verplichtingen van het Nederlands-Indisch Gouvernement werden bij de soevereiniteitsoverdracht door de RIS (later RI) overgenomen. Dus ook de schulden die de N-I. Gouvernement in oorlogstijd en in de Merdekatijd hebben gemaakt. Alle kosten van de koloniale oorlog zijn door de Indonesiërs zelf betaald!

      • Ronny Geenen zegt:

        Beste Paul Vermaes: In de eerste plaats dank voor de info. Het helpt mij en geeft meer duidelijkheid aan de papieren bundel. die ik net toegezonden heb gekregen uit Nederland. Ik ben nu alles op volgorde aan het zetten. Heb wel ontdekt dat ondanks de vele betrokken instanties en ook de vele brieven, de zaken na de oorlog via Indonesie vlotter verliepen dan in Nederland. In Nederland moest mijn moeder herhaaldelijk in hoger beroep gaan. Kruideniers uit de polder!

      • Indisch4ever zegt:

        Jawel Paul Vermaes,
        50,000 Nederlanders werden in december 1957 door Indonesië eruitgeschopt
        https://www.anderetijden.nl/aflevering/335/Zwarte-Sinterklaas

        10 jaar eerder vertrokken veel mensen uit angst voor het extremistisch geweld.
        Dat geweld was ook bedoeld als ‘belanda’s eruitschoppen’

      • Jan A, Somers zegt:

        “kregen hun pensioenen allen van Indonesië.” Nee. De pensioenpremies van ambtenaren werden naar Nederland overgemaakt waar ze bij het ABP terecht kwamen. En de latere pensioenuitbetalingen via de SAIP. Na de soevereiniteitsoverdracht werden de salarissen uiteraard door de RIS betaald, en de premies werden als vanouds naar Nederland overgemaakt. Zoals het hoort door de rechtsopvolger van Ned. Indië, de nieuwe werkgever..

      • Jan A, Somers zegt:

        “Er uit geschopt is niet de juiste benaming” Dat is ook voor mij zo. Ik zag het niet meer zitten, en ging mijn toekomst verder vieren in Nederland. Mijn ouders ook niet. Op vakantie in Indonesië ben ik altijd vriendelijk bejegend, vooral, als ik op plekken kwam waar ik actief was geweest. En informerend over wat en wanneer. En de Indonesiërs die ik in Nederland ben tegengekomen, zoals op mijn werk, idem dito.
        “van de Indonesische Immigratiedienst geen re-entry permit” Collega’s van mijn vader hebben dit niet meegemaakt. Na verlof weer aan het werk. Mijn vader niet, die is tijdens recuperatieverlof definitief afgekeurd.
        “De garantiewet garandeerde ook de alle opgebouwde pensioenrechten van de repatrianten.” Opgebouwde pensioenrechten hoefden niet te worden gegarandeerd, noch door Nederland, noch door de RIS. Die premies zaten achter hangslot bij het ABP. Over opgebouwd pensioen beslist het pensioenfonds, daar heeft de (voormalige) werkgever niets over te vertellen. Dat geld is als uitgesteld loon al eigendom van de toekomstige gepensioneerde. Wel is het zo dat doorbetaling van de premies in de garantie was betrokken, als onderdeel van de garantie voor salaris of plaatsvervangende uitkering..

    • Jan A, Somers zegt:

      Bij mijn eerst bezoek aan Surabaya zat ik met mijn vrouw in een taxi van het vliegveld naar mijn hotel. Onderweg wees ik mijn vrouw, die hier voor het eerst was, alle punten uit mijn geschiedenis. De taxichauffeur luisterde geïnteresseerd; U bent hier geboren? Ja, in het CBZ. Jammer, dat ziekenhuis waar u bent geboren is afgebroken. Maar uw hotel waar ik u naar toe breng staat nu op die plek. In mijn hersens hoorde ik baboe Soep: je zult eens terugkeren naar de plek waar je nageboorte ligt begraven. Vandaar de stelling bij mijn proefschrift: Ik geloof er niet in, maar houd er wel rekening mee.

    • Soedibyo zegt:

      Geachte heer Hubers van Assenraad,

      In 1980 kende ik een heer Hubers van Assenraad werkzaam bij de ABN in Spui den Haag. Later ben ik erg bevriend met de familie, De heer en mevrouw Hubers kwamen uit Semarang en ze waren in Banjoebiroe geinterneerd. Ik heb het eer mevrouw en de heer Hubers naar Indonesia uit te nodigen, en ze gingen toen naar Jakarta, Semarang, Surabaya en Bali. Na het overleden van de Hubers was mevrouw Hubers in haar reis naar Australie Jakarta aangekeerd en bij mij gelogeerd. In Jakarta was mevrouw begeleid door twee Indische dames (van mijn vrienden kring) van haar leeftijd. Daarna hoorde ik niets meer van mevrouw Hubers. Ben u een familie?

      Wens u het allerbeste en met vriendelijke groeten,

      Soedibyo

      Ps: mijn email adres is bij de redactie/moderator bekend.

      • F.Hubers van Assenraad zegt:

        Geachte heer Soedibyo,leuk dat te vernemen. Alle Hubers van Assenraad zijn familie alleen ken ik ze niet daar de familie zeeer uitgebreid is.De naam is in het verleden ontstaan omdat ene Hubers trouwde met mejvr van Assenraad.Gezegd wordt dat de naam samen gevoegd werd ter kapitaal bescherming.In nederland zijn er ook enkele HvA’s van de oude garde maar ik ken ze niet persoonlijk.Bedankt voor uw reactie en ik wens u een prettig verblijf.

  3. Rifka Melkman zegt:

    Ik zit niet te wachten op een rechtvaardiging van kolonialisme door een witte man uit een totokfamilie. In plaats van woorden als ‘idealisme’ en ‘tempo doeloe’ comfortabel neer te pennen, maak liever eens een stapje terug om vervolgens uw oren te spitsen en te gaan luisteren naar de verhalen van mensen die vroeger tijdens uw tempo doeloe (die overigens aldaar slechts tot uw derde levensjaar heeft geduurd) tweede- en derderangs burgers waren in nota bene hun eigen land hun eigen voorouders vandaan kwamen. Uw koloniaal pamflet en opiniestuk gaat voorbij gaat aan die verhalen die menigeen nú juist probeert te vertellen. En dat terwijl hun geschiedenis door gemiddeld Nederland nog steeds niet wordt gekend, laat staan erkend.

    • Indisch4ever zegt:

      Rifka,
      Kester Frederiks omschrijft tempo doeloe als de periode 1850-1940 en stelt de vraag
      “Wás die tijd zo verderfelijk? ” Met kennelijk het impliciete antwoord NEE.
      Mij lijkt die tijd voor de gewone Indonesiërs in het algemeen ook niet zo vreselijk ellendig.
      Zeker,. cultuurstelsel, veldslagen oa Atjeh en Lombok. ….
      Maar was het dagelijks leven globaal genomen voor de meeste Indonesiërs door toedoen van Nederlandse machthebbers zo verderfelijk/ellendig ?
      Mij lijkt van niet. Ben ik nou koloniaal met deze mening ?
      Net als Freriks verwerp ik kolonialisme. Foute bezigheid, dus hoezo is die vraag met NEEN beanwoorden dan een koloniale dictatuur een goede zaak vinden. ?

      Overigens Ben Janssen, een meerderheid van de Nederlanders zaten niet in de jappenkampen.

      • Ronny Geenen zegt:

        @Overigens Ben Janssen, een meerderheid van de Nederlanders zaten niet in de jappenkampen.@
        Ja, misschien op Java. Bv op Sumatra zaten zeker 90% in het jap gevang. Ook alle families met de naam Geenen

      • Ben Janssen zegt:

        @Indisch4ever: ik heb er de Atlas van de Japanse kampen even bij gehaald. Op blz. 14 linkerkolom lees ik dat er sprake was van 76.000 ‘Europese’ geïnterneerden op Java, van wie ten minste 10.000 van Indo-Europese komaf. Volgens De Jong ( (11b, II, 2e helft, 734) zijn dat voor heel Indië 96.300 Nederlandse en Indisch-Nederlandse burgers geweest, waarbij hij zich baseert op cijfers van dr. Van der Velden. Diezelfde De Jong (11a, Deel 1, blz 102) becijfert het aantal ‘totoks’ in 1940 op circa 80.000 in geheel Indië. Dan lijkt mij de stelling gerechtvaardigd dat een (grote) meerderheid van deze laatste groep toch echt geïnterneerd is geweest in Japanse kampen. Overigens heb ik het aantal ‘totoks’ als krijgsgevangene nog niet meegeteld.
        Een andere benadering is trouwens ook mogelijk: waar zou de meerderheid van die 80.000 ‘totoks’ in de oorlog anders zijn gebleven dan in het kamp? Een massale exodus heeft immers niet plaatsgevonden, en onderduiken was, zeldzame gevallen daargelaten, niet mogelijk.

      • Indisch4ever zegt:

        Ben Janssen,
        De meeste totoks waren geïnterneerd, maar niet de meeste indo-europeanen.
        En die groep was veelal Nederlands , qua nationaliteit dan wel Nederlands georiënteerd.
        Deel 11b van Lou de Jong kent meerdere versies die verschillen .
        In mijn eerste versie stond dit. (digitaal kwijtgeraakt) Wat nu staat op pagina 868 in een andere versie die ik kon downloaden

        De Jong komt tot een inschatting van 280.000 Indische Nederlanders en dat is zijn omschrijving van indo-europeanen.

        Buiten Java werden ook indo-europeanen met Europese afkomsten direct geïnterneerd.
        Misschien moet een historicus dit nog eens goed onderzoeken wbt aantallen indo-europeanen in de kampen. Mijn nattevingerwerk als leek leidt tot 25.000 á 30.000 indo-europese burgers en 25.000 tot 30.000 indo-europese krijgsgevangen.

        Zie ook: http://www.indischhistorisch.nl/tweede/oorlog-en-bersiap/oorlog-en-bersiap-buitenkampers-genegeerde-en-niet-vertelde-geschiedenissen/

      • Ronny Geenen zegt:

        De heer H van den Bos, die in 3 boeken de diverse kampen op west Sumatra heeft geschreven, kwam met vrij precise aantallen. Bij de bevrijding op 22 augustus 1945 zaten er in Bangkinang 976 mannen gevangen en in het vrouwen/kinderen kamp 2219.
        Daarnaast kan ik ook vermelden dat in het vrouwenkamp het aantal blanda 847 waren en de Indo Blanda 1203. Ook werden de aantallen van Indo-Engels, Indo-Duits, Indo-Belgisch en Indo-Zwitser vermeld
        De volgende statistiek mag ook genoemd worden:
        Aantal doden onder de Nederlandse krijgsgevangen na 5 jaar in nazi-Duitsland was 3.0%
        Aantal doden onder de Nederlandse krijgsgevangenen tijdens de Japanse bezetting was 19.4%
        Totaal omgekomen Europese gevangen in jappenkampen 25%
        Europese krijgsgevangenen omgekomen bij de Birma Siam spoorweg 26.5%
        Europese krijgsgevangenen omgekomen bij de Pakan Baru spoor 35%
        Omgekomen Europese krijgsgevangenen tijdens de aanleg van vliegvelden in de Molukken en Flores 26.5%
        Omgekomen Europese krijgsgevangenen tijdens Japanse transporten overzee 10%
        Omgekomen Nederlandse burger-geïnterneerden in jappenkampen over heel Nederlands-Indie, meer dan 13%

      • Rifka Melkman zegt:

        Het is toch echt meer gepast om de vraag “Wás die tijd zo verderfelijk?” vooral te laten beantwoorden door hen die het daadwerkelijk (be)treft, de door U aangehaalde ‘gewone Indonesiërs’. Om vervolgens de terreur van “Zeker,. cultuurstelsel, veldslagen oa Atjeh en Lombok. ….” gemakshalve te beknotten is in mijn beleving voor hen die het (be)trof buitengewoon repulsief.

      • Indisch4ever zegt:

        @ Rifka Melkman
        De meeste gewone Indonesiërs uit het tijdperk 1850-1940, wat Freriks afbakende, zijn overleden . En in het kader van dit topic is het ondoenlijk zij die nog leven te vragen naar hun jeugdherinneringen. Dat kan een prima project zijn van professionele onderzoekers met een budget. En dat is natuurlijk beter dan onze bespiegelingen zo in dit topic.

        Als men specifiek vraagt naar vervelende ervaringen met belanda’s dan krijgt men niet een goed beeld over hun dagelijks leven . Terwijl Freriks zich afzet tegen de ongenuanceerde beweringen dat het hele dagelijkse leven van Indonesiërs verderfelijk was of zoals onlangs gesuggereerd werd : gruwelijk.
        https://www.nrc.nl/nieuws/2018/10/13/tempo-doeloe-een-gruwelijke-bezetting-a2456213

        Je kunt veel verderfelijke tot gruwelijke momenten noemen van de Nederlandse dictatuur, maar dit was niet het dagelijkse leven van Indonesiërs in het algemeen.
        Idd… je moet die momenten beknotten tot het moment zelf en niet het verderfelijke ervan algemeen geldend te verklaren tot het dagelijks leven van alle Indonesiërs in alle jaren 1850-1940 of de jaren 1600-1950 .

  4. Frank Bikker zegt:

    Kolonialisme is een systeem en daarvan moeten de negatieve en soms ook positieve kanten belicht van worden. Daarom totaal eens met Rifka , want de stem van de “inlander” wordt te weinig gehoord in de geschiedenis van dit systeem.

  5. Constant Coolsma zegt:

    Jaren geleden heb ik een reis over Java mogen maken. Ik ontmoette een paar maal uiterst vriendelijke Indonesiërs die de Nederlandse koloniale tijd hadden meegemaakt. Eenmaal zei iemand: de Nederlanders hebben Indonesië ook goede dingen gegeven. Ik herinner me mijn antwoord: ú mag dat zeggen, ík niet.
    Ik denk er nog steeds precies zo over. Mensen met een oud-koloniaal verleden kunnen daar nooit vergoelijkend over spreken. Wat zij er aan positiefs over hebben beleefd is altijd ten koste gegaan van gekoloniseerden.

    • Indisch4ever zegt:

      Beste Constant Coolsma,
      Je denkt zwart-wit.
      Mijn ouders zijn geboren en getogen daar voor 1940. Ze hebben goede en minder goede dingen meegemaakt. De meeste positieve dagelijkse dingen zijn niet ten koste gegaan van de gekoloniseerden, wat zij uiteraard ook waren.
      De goede dagelijkse dingen gebeuren in interactie met andere mensen. Gewone mensen .
      En toen ze nog leefden hadden ze zeker wel het normale spreekrecht om de goede dingen van Nederlandse dictatuur te benoemen.
      Nogal onzin om dat morele recht wel aan Indonesiërs te geven en niet aan hen.omdat ze geen indonesiërs waren.

  6. Ben Janssen zegt:

    1. Ik begrijp, denk ik, wat Rifka bedoelt en wie vanuit de tegenwoordige tijd redeneert, zal haar gelijk geven. Wat het debat over kolonialisme altijd wat moeizaam maakt, is dat we praten over een periode in de geschiedenis toen een geheel ander waarde-oordeel van toepassing was. Dat kunnen wij ons nu eigenlijk niet meer goed voorstellen, met onze eigentijdse waarden anno 2018. Kijk eens naar de wereldkaart van 1927 met bijv. India, Indochina, Belgisch Kongo en Frans West Afrika. Kolonialisme was vroeger normaal, ‘business as usual’. Daar kan je anno 2018 zeer negatief over zijn, maar dat lijkt mij net zo zinvol als heel negatief zijn over Nederland anno 1900, toen hier nog kinderarbeid voorkwam en vrouwen en veel mannen nog geen kiesrecht hadden. Ook in Nederland waren er toen tweederangs burgers, die hun zeer mager loon moesten verdienen in de fabriek of in de bediening van rijke families. Natuurlijk zou het raar zijn om die periode te gaan verheerlijken (dat doet trouwens niemand) maar bezie het vooral in de tijdgeest.
    Laat ons blij zijn dat die tijd achter ons ligt, dat wij mensen kennelijk in staat zijn geweest een stap vooruit te zetten als het gaat om gelijkheid.
    2. Afgelopen zaterdag was er tijdens het Geschiedenis Festival in Haarlem een panel over Indie, dat fel negatief was over de koloniale tijd, en waarbij het panel oa de vergelijking maakte met Zuid-Afrika. De paneldiscussie paste precies bij wat de heer Freriks hierboven schrijft over ‘aanklacht’ en ‘schuldigverklaring’ van het koloniale Indie. Eén panellid (die met zijn non-fictie boek is genomineerd voor de Libris Geschiedenis Prijs) had het doorlopend over Indonesië (ipv Nederlands-Indie) en verklaarde desgevraagd dat hij geen aanleiding zag om het land Nederlands-Indie te noemen in de periode vóór 1945: het land was in het verleden ook wel bestuurd geweest door Fransen, Engelsen en Japanners. Hij voegde daar nog een beetje schamper (in mijn beleving) aan toe dat het toch raar zou zijn te spreken over NEDERLANDS-Indie want toen de Japanners aanvielen vluchtten ‘al die Nederlanders’ naar Australië – aldus dit panellid voor een volle zaal. Dat het merendeel van die Nederlanders in het kamp was gestopt, vertelde hij niet. Daar schrok ik toch wel van: dat anno 2018 de koloniale geschiedenis op deze wijze wordt overgedragen.
    3. Ik zou hopen dat we anno 2018 in staat zijn om met meer historisch inzicht en begrip te kijken naar wat er toen in het koloniale Indie gebeurde, zowel naar de goede dingen (oa de ethische politiek, ingezet vanaf 1901) als de slechte dingen (oa de barre werkomstandigheden van de koelies in oa Deli). En dan niet meteen gaan oordelen vanuit onze huidige waarden – anders kan je de gehele geschiedenis wel als ‘fout’ gaan wegzetten.
    Daarbij merk ik op dat het soms lijkt dat, als het over mensenrechten in deze archipel gaat, de critici ophouden bij 1942. Van wat er nadien onder Soekarno en Soeharto gebeurde op dat vlak lijkt niet meer van belang.

    • Rifka Melkman zegt:

      Ja hoor, daar gaan we weer. Want Freriks heeft het hier toch echt niet over India, Indochina, Belgisch Kongo of Frans West-Afrika. Net zo min over kinderarbeid in Nederland anno 1900, noch het ontbreken van kiesrecht in Europa of wat er later onder Sukarno of Suharto blijkt te zijn gebeurd. De gemakzucht van het verwijzen naar (vileine) anderen dan wel ‘de tijdgeest’ blijft een stroperige dooddoener om elk appèl aan betamelijkheid ter zake te verstoren, eender welke (een zo mogelijk schampere) (te)naam(stelling) daaraan wordt verbonden. Het appèl blijft tijdloos. Immers, de gehele geschiedenis is sinds mensenheugenis als ‘business as usual’ veelvuldig ‘fout’ geweest. Welbeschouwd ligt die tijd nog lang niet achter ons.

      • Ben Janssen zegt:

        Het ‘appèl aan betamelijkheid’, zoals jij dat noemt, is nu juist niet tijdloos – dat is precies wat ik probeer uit te leggen. Wat vroeger betamelijk was, is dat tegenwoordig niet meer – en omgekeerd. Dat is geen dooddoener, maar een onmisbare gids voor wie een geschiedenisboek wil openslaan. Hoe wil jij anders kijken naar het Oude Griekenland, het Oude Rome, de Middeleeuwen, de Italiaanse Renaissance?

        En natuurlijk is het niet de bedoeling om weg te kijken van eigen verantwoordelijkheid van gemaakte fouten in Indie. Dat laat onverlet dat als ik in een uitgebreid artikel in De Groene Amsterdammer van 21.02.18 ( ‘Oligarchie en islamisme in Indonesie’) lees hoe het er aan toe ging onder bijv. Soeharto, met oa het afslachten van ca 0,5 tot 1 miljoen politieke tegenstanders bij zijn machtsgreep in 1965-66, en zijn ongekende corruptie (schatting van Us$ 35 miljard (!) achterovergedrukt vermogen, ik daar niet vrolijk van word.

      • Ronny Geenen zegt:

        @) lees hoe het er aan toe ging onder bijv. Soeharto, met oa het afslachten van ca 0,5 tot 1 miljoen politieke tegenstanders bij zijn machtsgreep in 1965-66, en zijn ongekende corruptie (schatting van Us$ 35 miljard (!) achterovergedrukt vermogen, ik daar niet vrolijk van word.@

        Zijn zoon Tommy en 5 andere familie vrienden hebben in the gated community of Beverly Hills Two grond gekocht tussen 2.5 acres and the 5 acres. Een stuk land van 1.1 acre koste $1,000,000. Intussen hebben ze daar 500 tot ruim 600 m2 oppervlak mansions op neer gezet.
        Als makelaar ben ik daar eens op uitnodiging van een broker heen geweest. Die vroeg mij toen letterlijk waar deze mensen het geld vandaan halen.

    • RLMertens zegt:

      @BenJansen; ‘wat toen in het koloniale Indië gebeurde etc.’- Wat toen aan verkeerde zaken gebeurde werd verdoezeld, verzwegen etc. Het was één al grootse zaken die wij daar hebben verricht en gaan volbrengen. De propaganda werkte op volle toeren. Verkeerde/misdadige zaken werden met eufemistische aanduidingen gemarkeerd cq. in de geschiedenis vastgelegd; ethische oproep; de inlander verheffen, expedities; onder het bestuur brengen; door bloedige oorlogen te voeren, politionele acties; voor orde en rust etc.etc. PS.Gerbrandy 1951; ‘Naast economische vooruitgang bracht Nederland in de ganse archipel de onschatbare zegen van een rechtsstaat'(!). Zaken als; Haatzaai wetsartikelen; welke uitsluitend bedoelt voor de Inlandse oppositie; verbanningen, een concentratie kamp; Boven Digoel etc. komen in onze geschiedenis/verhalen niet voor. Indië werd geregeerd als een politie staat. Zelfs fascistisch te noemen. Als Europese gemeenschap was alleen maar over veel goeds uit de Oost te melden. De Inheemsen waren het decor van onze handelingen. Hun slachtofferschap kwam niet aan de orde. Nu de negatieve kanten van onze Oost in het openbaar komen spreekt u over ‘verschillende waarde’ oordelen. Die andere(!) waarde oordeel was er toen ook! Echter zij die deze misstanden toen openbaarden werden veelal weggehoond cq. tot zwijgen gebracht.
      PS.Gerbrandy ;-Art.45 der Indische Staatsregeling, als het ware de historische neerslag van de beschermingsgedachte(!), die richtsnoer vormt voor dit gezag. Het artikel legt aan de GG als eerste de verplichting op de inheemse bevolking te beschermen tegen onderdrukking door wie ook! Amen.

      • Jan A, Somers zegt:

        “uitsluitend bedoelt voor de Inlandse oppositie; verbanningen, een concentratie kamp;” U moet wel de tekst volledig lezen. Er wordt verschil gemaakt tussen personen die wel, of niet, in Nederlandsch-Indië zijn geboren. Met als verschil of hij/zij al dan niet Indië kan worden uitgezet, en verschil in administratieve procedure. En het begrip oppositie komt daar niet in voor. De oppositie in de Volksraad liep ook vrij rond.
        Die haatzaaiartikelen kennen we in Nederland nog steeds hoor.

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘haatzaai artikelen etc’- Niet de tekst, maar de toepassing is maatgevend! Ene Karel Wybrands van De dag voor Nederlands Indië; die zijn lezers dagelijks wees op de gevaren van die ‘ziekelijke ethiek’. Nationalistische leiders noemde hij onguur geboefte. En mochten zij praatjes hebben tegen het gezag, men passe de methode van generaal Dyer in Brits Indië toe; met 100 betrouwbare(inlandse) soldaten en 20.000 patronen is er geen kans op revolutie in Insulinde. Alleen…men moet ze durven gebruiken! Een aderlating kost bloed…! Vanzelfsprekend reageerde de Inlandse pers getergd op die racistische krenkende bejegening. Waren die artikelen bedoeld om het zaaien van haat tegen te gaan, door de willekeurige manier waarop zij werden toegepast wekten zij juist haat op (!). Er werd met 2 maten gemeten; de meeste aanklachten betroffen Indonesische redacteuren, die steevast zwaar werden gestraft, terwijl de Europese collega’s om veel ergere zaken werden vrij gesproken of er met een geringe boete vanaf kwamen. -En dan vragen velen zich nu af waar die bersiap haat explosie van dan komt.
        note; generaal Dyer werd na proces(!) in Brits Indië uit het Engelse leger ontslagen.

      • Jan A, Somers zegt:

        “maar de toepassing is maatgevend!” Ik weet de naam niet meer en ook niet de datum. Maar leiders van Provo zijn veroordeeld voor opruiing/haatzaaing. Ik dacht jaren 50. Rust en orde werden toen weer hersteld door de Marechaussee, een legeronderdeel in een politionele actie! Zo eenvoudig zit de geschiedenis in elkaar.
        Exorbitante rechten; uit de dissertatie van Jongmans 1921: Van de uitzettingen tot 1854 behandelt Jongmans slechts twee gevallen: Van Vliet, procureur bij de Raad van Justitie te Soerabaja, en Mgr. J. Grooff, bisschop van Batavia. Voor de periode tussen 1854 en 1921 komt Jongmans, de archieven napluizend, tot ca. 1150 gevallen. De motieven zijn legio, Jongmans komt tot een globale indeling naar: verzet tegen het Nederlands oppergezag, te vrezen rustverstoringen, verzet tegen Inlandse vorsten en hoofden, godsdienstige aspecten, verregaand ongepast gedrag, kritiek op het regeringsbeleid, rustverstoringen, verboden verenigingen, ambtsmisdrijven, moord en doodslag, roverij en diefstal, slavenhandel, opiumsmokkel, valse bankbiljetten, brandstichting, bevrijding van gevangenen, nalaten kennisgeving van misdrijf en gevaarlijk geacht voor de openbare orde en rust.
        Opvallend is het in de door Jongmans onderzochte periode relatief geringe aantal verbanningen of uitzettingen op grond van zuiver politieke motieven: Tussen 1900 en 1921 gaat het om elf Nederlanders en twee Indonesiërs. Politieke motieven komen pas goed aan de orde na 1925, mede als gevolg van het zich ontwikkelende Indonesische nationalisme: de communistische opstand (o.m. internering in Digoel) en de ballingschap van Indonesische nationalistische leiders zoals Soekarno, Sjahrir en Hatta.

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘haatzaai atikelen etc’.- Dat deze artikelen in 1914 in het Indisch Wetboek van Strafrecht werd ingevoerd was natuurlijk niet zo maar willekeurig. Na DD’s Indische partij; Indië los van Holland(!) was het gouvernement beducht dat het nationalisme, nog krachtiger als voorheen zal oprijzen. Hatta in Nederland 1927; ‘zal elk overheerst volk zijn vrijheid hernemen, dat is de ijzeren wet der wereldgeschiedenis’. Soekarno 1930; ‘Indonesië klaagt aan!’ De gg.de Jonge 1936; ‘300 jaar zijn wij hier, er nog wel eens 300 jaar bijkomen voordat dit land rijp zou(!)zijn etc.’ De pers Nieuws van de Dag; Wijbrands;
        ’50 galgen op het Koningsplein en op andere aloon- aloons; ten aanschouwe van de bevolking, hebben voor 50 jaren een heilzaam effect’. Dat juist de Nederlandse pers de Indonesiërs tot rassen(!)haat brachten werd niet onderkend. Slechts ene A.Weeber van een marginale krant, die het brute optreden tegen het nationalisme in het algemeen onderkende en als fataal beschouwde. De contouren van het einde van Indië werden gezet! Want de nationalisten kozen voor een ‘non-coöperatie opstelling! Deze periode met een provo beweging van de jaren ’60 lijkt mij ridicuul!

      • Jan A, Somers zegt:

        “welke uitsluitend bedoelt voor de Inlandse oppositie;” Ik reageerde op uw woorden, uitsluitend bedoeld. Het wetboek geldt voor iedereen! En dat wetboek was gekopieerd van het wetboek in Nederland.

  7. Wal Suparmo zegt:

    Nu werkelijk objctief zijn:
    Kolonialme was zeker erg possitief voor Holland want Holland is groot geworden en opgebouwd door gelden van het kolonialsm waar ze erg trots op zijn. Die veel ellende heeft veroorzaakt aan een klein land met een dom volk en Holland hebben hun al 350 jaren onder de knie en zullen daar nog 100 jaren blijven(aldus GG JONGE).Maar Holland heeft Indonesie ook een IDENTITEIT gegeven als een mislukte Federale Staat(RIS).Maar wel een LINGGAFRANKA dat geadoPteerd en geaccepteerd was door de PEMOEDA’S ,dat is van het Maleis naar de BAHASA INDONESIA.Niet zo als de Spanjaarden en Portugesen die gedeeltelijk volk uitgeroeid hadden en ook hun taal en goddienst laten verdweinen.Door het in het Spaans/Portugees en Christen goddients ververanderen.

  8. RLMertens zegt:

    ‘Kolonie’= een nederzetting in den vreemde, een handelspost, ook bv. Nederlandse boeren in Argentinië, die landbouw beoefenen etc. Indië een kolonie? Nederland in nazi tijd ook een kolonie van Duitsland? Indië was gewoon geannexeerd/bezet gebied. Al meer dan 3 eeuwen lang waren wij daar de bezetters van land en volk. Als bezetters en hun nazaten hadden wij daar een zorgeloos leven. Met djogossen, baboe’s en katjongs, die alles deden wat wij hen vroegen/opdroegen. Naar school gebracht in dokkar, bejak etc. Als kind werd mij een eigen(!) baboe toegewezen. Zij verzorgde mij tot ; een toean/njonja moedah. Tijdens de Japanse bezetting kwam de omkeer. Ik was plotseling katjong en had niets in te brengen. Moest mij timide opstellen in een Inlandse omgeving, die mij af en toe vijandig toeblafte; belanda tai!. Bij de bevrijding(!) dachten ik/wij dat die tempo doeloe uiteraard weer terug was. En….het liep verkeerd af. Als 14 jarige kwam ik in Holland (jan.1950) terecht. Toen ik jaren later met vakantie was in Indonesië, vroeg ik aan iets oudere Indonesiër( ingenieur); hoe hij zich tempo doeloe ( jeman Belanda) herinnerde. Hij keek mij eerst peinzend aan en vroeg mij wat ik eigenlijk bedoelde/wilde weten? En vertelde, na mijn aandringen; een anekdote; Batavia had indertijd tram verkeer. Elke tram was voorzien van een 1e,2e en 3e klas rijtuig. De 3e was uiteraard(!) voor de inlanders bestemd. De 1e en 2e klas veelal(!) voor Europeanen en….hen(!) die het zich konden permitteren daar plaats te nemen. Ik was leerling van HIS(Holl.Inlandse school) en liep als gebruikelijk op sandalen. Wanneer de vooral Hollandse en Indo jongeren, altijd op schoenen(en kousen!) mij zittend zagen, dan liepen zij ‘opzettelijk’ met hun schoenen op mijn tenen. Keken mij dan spottend aan en zeiden geen woord….

    • Rifka Melkman zegt:

      Luidens bovenvermelde Ben Janssen waren de moedwillige (mis)handelingen met zwijgende spot van “de vooral Hollandse en Indo jongeren, altijd op schoenen(en kousen!)” in zijn geheel niet onbetamelijk. De tutoyerende Janssen blijft daarin volharden(d).

  9. Rifka Melkman zegt:

    Luidens bovenvermelde Ben Janssen waren de moedwillige (mis)handelingen met zwijgende spot van “de vooral Hollandse en Indo jongeren, altijd op schoenen(en kousen!)” in zijn geheel niet onbetamelijk. De tutoyerende Janssen blijft daarin volharden(d).

    • Ben Janssen zegt:

      @ Rifka Melkman: Natuurlijk is dergelijk gedrag onbetamelijk. Waar haalt u vandaan dat ik dat niet zou vinden? Mag ik voorstellen dat we de discussie aub zuiver houden? Bij voorbaat dank.

      • Rifka Melkman zegt:

        Dat destilleer ik eenvoudigerwijs uit uw opmerking: “Wat vroeger betamelijk was, is dat tegenwoordig niet meer – en omgekeerd.” Elke middelbare scholier met enige beheersing van tekstverklaring zou dit kunnen valideren, teneinde uw uitstekende voorstel de ‘discussie aub zuiver te houden’ door eenieder te bezigen.

  10. Walter zegt:

    Indonesie blijft voor mij altijd mijn moederland. Zou ik daar willen wonen? Nee. alle kinderen wonen hier in Florida, daar is mijn hart. Alle ervaringen na de oorlog met Indonesiers met een uitzondering waren positief. special the nieuwe generatie.

  11. Paul Vermaes zegt:

    Geachte Kester Freriks,
    De negatieve kritiek op ons Nederlands beleid in Nederlands-Indië was er al in de 19de eeuw. Zeker niet minder fel dan tegenwoordig.
    Hieronder wat voorbeelden:
    De laatste dag der Hollanders op Java
    (door Sentot,alias S.E.W. Roorda van Eysinga)

    Zult gy nog langer ons vertrappen,
    Uw hart vereelten door het geld,
    En, doof voor de eisch van recht en rede,
    De zachtheid tergen tot geweld?

    Dan zy de buffel ons ten voorbeeld,
    Die sarrens moê, de hoornen wet,
    Den wreeden dryver in de lucht werpt
    En met zyn lompen poot verplet.

    Dan schroeie de oorlogsvlam uw velden,
    Dan roll’ de wraak langs berg en dal,
    Dan styg’ de rook uit uw paleizen,
    Dan trill’ de lucht van ’t moordgeschal.

    Dan zullen wy onze ooren streelen
    Aan uwer vrouwen klaaggeschrei,
    En staan, als juichende getuigen,
    Om ’t doodsbed van uw dwinglandy.

    Dan zullen wy uw kindren slachten
    En de onzen drenken met hun bloed
    Opdat der eeuwen schuld met rente,
    Met woekerwinste word’ vergoed.

    En als de zon in ’t Westen neerdaalt,
    Beneveld door den damp van ’t bloed,
    Ontvangt zy in het doodsgerochel
    De laatste Hollandsche afscheidsgroet.

    En als de nachtelyke sluier
    De rookende aard heeft overdekt,
    De jakhals de nog lauwe lyken
    Dooreenwoelt, afknaagt, knabbelt, lekt…

    Dan voeren wy uw dochters henen,
    En elke maagd wordt ons een boel,
    Dan rusten we aan haar blanke boezems
    Van moordgetier en krygsgewoel.

    En als haar schand zal zyn voltrokken,
    Als wy ons hebben moê gekust,
    Als elk tot walgens toe verzadigd,
    Het hart van wraak, het lyf van lust…

    Dan tygen wy aan ’t banketteeren,
    En de eerste toast is: “’t Batig Slot!”
    De tweede toast: “aan Jezus Christus!”
    De laatste dronk: “aan Neêrlands God!”

    En als de zon in ’t Oosten opdaagt,
    Knielt elk Javaan voor Mahomed,
    Wyl hy het zachtste volk der aarde
    Van Christenhonden heeft gered.’

    Voor wien ’t niet weet, hier de mededeeling dat de pseudoniem Sentot niet byzonder ongepast de herinnering in ’t leven roept aan den javaschen oorlog. Sentot namelyk was in zeer letterlyken zin de nom de guerre van Alibassa Prawiro Dirdjo, ’t uitstekendst legerhoofd van de ‘muitelingen’ zooals de party van Diepo Negoro in chauvinistisch hollandsch genoemd werd, een vertalingsfout waaraan zich ook de Spanjaarden schuldig maakten jegens de Nederlanders, toen dezen zich van indelikate vreemdelingen trachtten te ontslaan. De meer of mindere juistheid van zoodanige uitdrukkingen hangt dikwyls af van geografische ligging, dagteekening, huidskleur, geloof, en behoefte aan batige saldo’s.

    Wat overigens die Sentot betreft, men heeft hem na afloop van den Javaschen oorlog te vriend gehouden. Hy heeft z’n laatste levensjaren gesleten als gepensionneerde van den nederlandschen Staat, en z’n krygslieden werden by ’t ned. ind. leger ingelyfd, doch niet en corps… wat zyn goede reden had. Nog in myn (Multatuli) tyd – die wat Indie aangaat, een aanvang nam in Januari 1839 – onderscheidden zich de uit Sentot’s Barissan (geregelde troepen) afkomstige soldaten door goed gedrag, tucht en militaire houding. Het was niet zeldzaam, by inspektien of parades, een hoofdofficier, by ’t wyzen op ’n flinken kerel, te hooren zeggen:Ienie apa lagie orangnja Sentot! ‘Dat is nog een man van Sentot!’

    Nu, oktober 2018 kunnen we de vervulling van bovenstaand gedicht tot en met de voorlaatste strofe bevestigd zien. Zal de toekomst ook de vervulling van de laatste strofe te zien geven?

    Sicco Ernst Willem Roorda van Eysinga (Batavia, 8 augustus 1825 – Clarens (Zwitserland), 23 oktober 1887) was een Nederlandse publicist en vrijdenker. Hij was naast Multatuli een van de eerste Nederlanders die zich kritisch uitlieten over de uitbuiting van de Javanen in Nederlands-Indië.
    Levensloop
    Roorda van Eysinga werd geboren in Batavia als zoon van de predikant Sytze Roorda van Eysinga en zijn vrouw Geertruida Catharina Dibbetz. Van 1840 tot 1844 volgde hij een opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda. In 1844 keerde hij terug naar Nederlands-Indië als officier van de Genie. In 1855 nam hij ontslag en trad hij in dienst als ingenieur bij de spoorwegen en waterstaat. In 1860 was hij betrokken bij de aanleg van een kanaal. Hierbij werd hij zich bewust van de slechte leefsituatie van de meeste ‘inlanders’. Toen er sprake was van een dreigende hongersnood, waarschuwde Roorda hiervoor in een ingezonden stuk in het Bataviaasch Nieuwsblad. Daarnaast schreef hij onder pseudoniem Sentot het gedicht ‘Vloekzang, de laatste dag der Hollanders op Java’. In 1864 werd hij uit Indië verbannen en vestigde zich in Nederland. Hier begon hij een strijd om eerherstel en behoud van zijn pensioen. Toen dit niet lukte vestigde hij zich in Brussel, waar het leven goedkoper was. Om in zijn levensonderhoud te voorzien schreef hij voor diverse Nederlandse kranten en tijdschriften. Hierin probeerde hij de situatie van de ‘Javanen’ verder onder de aandacht te brengen, maar hij schreef ook over sociaal-economische kwesties. Om die reden wordt hij ook wel gezien als een van de pioniers van de Arbeidersbeweging. Roorda van Eysinga’s naam is ook verbonden aan het schotschrift Uit het leven van Koning Gorilla, een in 1887 anoniem verschenen brochure waarin de minder fraaie kanten van de Nederlandse koning Willem III naar voren werden gehaald. Het auteurschap lag waarschijnlijk niet alleen bij hem, maar onder andere ook bij de redactie van het tijdschrift Recht voor Allen. Roorda van Eysinga vestigde zich in 1872 in Zwitserland, waar hij in 1887 overleed.
    In 1907 werd zijn briefwisseling met Multatuli uitgegeven onder de titel ‘Briefwisseling tusschen Multatuli en S.E.W. Roorda van Eysinga’. Het boek bevat brieven die geschreven zijn tussen 12 december 1870 en 22 augustus 1886.
    Roorda van Eysinga was de vader van Henri Roorda (1870-1925), die opgroeide aan het Meer van Genève tijdens de vrijwillige ballingschap van zijn vader, en er wortel schoot. Henri Roorda, Frans-Zwitserse schrijver van Nederlandse origine, auteur van Mijn zelfmoord, is wel omschreven als de ‘grootste humorist’ van Franstalig Zwitserland.

    ********************************************************************************************************************

    Sentot Prawirodirdjo (1807 – Bengkulu, 17 April 1855) yang juga di kenal sebagai Sentot Ali Pasha, atau orang-orang mengenalnya sebagai Sentot Ali Basha. Adalah seorang panglima perang pada masa Perang Diponegoro. Ia adalah putra dari Ronggo Prawirodirjo, ipar Sultan Hamengku Buwono IV. Ayahnya dianggap pemberontak karena melawan Belanda dan terbunuh oleh Belanda yang saat itu dipimpin oleh Daendels. Dengan kematian ayahnya, Sentot Prawirodirdjo merasa dendam kepada Belanda sehingga akhirnya bergabung dengan Pangeran Diponegoro.
    Gelar Ali Pasha yang juga berarti Panglima Tinggi didapatkan Sentot Prawirodirjo oleh kerajaan Turki saat dia belajar ilmu kemiliteran dan perang di turki.
    Dalam perjuangannya melawan penindasan kerajaan Belanda di tanah jawa Sentot Prawirodirdjo akhirnya dibujuk Belanda untuk meletakkan senjata pada tanggal 1829 dan dikirim ke Sumatera Barat untuk melawan pemberontakan para ulama dalam Perang Padri. Namun itu semua tidak lain merupakan strategi yang monumental dari Sentot dalam upaya mendapatkan persenjataan dari kerajaan Belanda, untuk digunakan dalam membantu perjuangan Tuanku Imam Bonjol melawan penjajahan Belanda dan Kaum Adat dipimpinan oleh Yang Dipertuan Pagaruyung waktu itu Sultan Alam Bagagarsyah dalam Perang Padri.
    Sentot Prawirodirjo wafat dalam usia 48 tahun dalam pembuangannya oleh Belanda di Bengkulu.

    • robertmacare zegt:

      Paul Vermaes,
      “Nu, oktober 2018 kunnen we de vervulling van bovenstaand gedicht tot en met de voorlaatste strofe bevestigd zien. Zal de toekomst ook de vervulling van de laatste strofe te zien geven?”

      Volgens de Christen Bijbel ben ik bang dat zij voor een grote verassing komen te staan wanneer het einde komt!

      • Ronny Geenen zegt:

        @Volgens de Christen Bijbel ben ik bang dat zij voor een grote verassing komen te staan wanneer het einde komt!@
        Of het nu volgens de koran of de bijbel is, maakt mij totaal niets uit. Ik kan alleen maar het volgende over vermelden. Gedurende de japbezetting op Sumatra, werden 30 Nederlanders (Indo) door de jap meegenomen, zak over het hoofd en in trucks geslagen. Vervolgens naar een ander gebouw in Padang gereden, waar ook de kempeitai haar leger had. Deze mannen werden binnengebracht in het katholieke Mariahuis. Ja, het Mariahuis, want daar stond o.a. een groot beeltenis van de moeder van god ( voor hen die geloven). I dit RK Mariahuis werden deze 30 mannen door de nips (geloof?) met de hulp van javanen (moslims) maanden lang gemarteld. Na de oorlog waren er nog een paar over. Mijn vader was een van de slachtoffers. Hij stierf op 15 aug 1948 in het Carolus ziekenhuis aan zijn verwondingen. Toen de geallieerden op weg waren naar west Sumatra, waren de Indonesiers verdwenen. De nips zijn ter dood veroordeeld.

    • RLMertens zegt:

      @PaulVermaes; ‘het hart van wraak etc.’ – Een profetie, die ca. 60 jaar later een gruwelijke werkelijkheid werd nl. de bersiap!

  12. Peter van den Broek zegt:

    Mijn reactie is hier onder het juiste topic

    Ik had van Kester Freriks wel een groter denkraam verwacht, (zie Olivier B. Bommel), gezien zijn vorige boek “Echo’s van Indie”(2015) waarin hij “met Indonesische ogen” naar het verleden kijkt.
    Helaas, hij laat zich wel van zijn meest eenzijdige, Neerlandocentrisch en provinciale kant zien. Hij neemt niet voor niets Tempo Doeloe als boektitel en tijdspanne. Daardoor veegt hij gemakshalve of is het vergeetachtigheid van een revisionist wel een belangrijk deel van de gemeenschappelijke Indonesische en Nederlandse Geschiedenis onder het voetkleed, waardoor hij toch het predikaat opgespeld krijgt als “Witte” post-koloniaal Ned.-Indisch verleden goed te praten

    De door hem “vergeten” geschiedenis gaat vooral over de gewelddadige periode van de Java-oorlog (1825- 1830) en de Atjeh-oorlog (1873-1896). Beide waren dan ook volksoorlogen waarin de tegenstanders, de inlandse bevolking een guerrilla voerden. Dergelijke oorlogen probeerde Nederland zoveel mogelijk te voorkomen door een ‘imponeerstrategie’ toe te passen. Met veel machtsvertoon trok het koloniale leger KNIL dan
op naar een vermoedelijk machtscentrum zoals een vorstelijk paleis of hoofdstad, dat het strategisch aangrijpingspunt vormde. Had dit gezagscentrum werkelijk betekenis, dan was deze strategie vaak succesvol. Ware dit niet het geval dan kwam het vaak tot een guerrilla. In deze contraguerrilla-strategieën waren in theorie de ‘verzetsstrijders’ het doelwit. Maar omdat zij niet van de bevolking te scheiden waren, was in de praktijk ook de bevolking het ‘strategisch aangrijpingspunt’.

    Voor de volledigheid geef ik mijn tijdlijn in concreto aan:

    1825-1830
    de Javaoorlog, waaraan de naam Dipodenegro onlosmakelijk verbonden is, was een volks- en guerrilla oorlog. Naar schatting 200.000 Javanen stierven door geweld, door honger en ziekte veroorzaakt door de oorlog. Aan Nederlandse zijde sneuvelden 8.000 Europese en 7.000 inheemse militairen.

    1830-1873 Expedities: periode van Imponeren en Expanderen
    3 Bali-expedities (1846,1848 en 1849),
    twee expedities naar Zuid-Celebes (1859-1860),
    een expeditie op Borneo (1850-1854)
    een expeditie tegen het sultanaat Banjermasin (1859-1863)

    1873-1896
    Atjeh-oorlog waaraan de namen verbonden zijn van de onwaarschijnlijke gelegenheidsduo de orientalist Christiaan Snouck Hurgronje en de troepenofficier Johannes van Heutsz. De “HUMANE” militaire aanpak die Van Heutsz voorstond, leidde in Nederland zelfs tot een theoretische exercitie om de koloniale militaire ethiek in lijn te brengen met het internationale oorlogsrecht dat op de vredesconferenties in Den Haag (1899 en 1907) vorm had gekregen. Op deze conferenties was uitdrukkelijk bepaald dat het internationale oorlogsrecht geen betrekking had op oorlogen met ‘onbeschaafden’ dwz de inlanders in de koloniën.
    In Atjeh werd ook de bevolking hard geraakt. Van 1899 tot 1909, de jaren dat Van Heutsz eerst de scepter zwaaide over Atjeh en vervolgens vanaf 1904 als gouverneur- generaal over heel Nederlands-Indië, werden volgens de officiële Nederlandse gegevens in totaal 21.685 Atjehers (inclusief vrouwen en kinderen) gedood.

    1904-1914
    Van Heutsz begon in 1904 met de daadwerkelijke vestiging van het Nederlandse gezag in de rest van de buitengewesten. Hiervoor beschikte hij over een koloniaal leger van inmiddels 38.000 man, van wie driekwart inheemse militairen.
    Na Jambi (1901) volgden vanaf 1904 Zuidoost-Borneo (1904-1906), Zuid- en Midden-Celebes (1905- 1907), Seram (1905), Bali (1906), Sumba (1906- 1907), Sumbawa (1908) en Flores (1907-1911).

    1906 Bali werd berucht om de puputan (rituele zelfdood) als antwoord op het machtsvertoon van zware houwitsers en verdragend zwaar scheepsgeschut. Naar schatting 1.100 Balinezen vonden de dood.

    De Atjeh- en Java-oorlog uitgezonderd lieten meer dan 50.000 Indonesiers het leven.

    Daarbij vergeleken was Tempo Doeloe best een mooie tijd.

    Citaat: ……….Het ‘appèl aan betamelijkheid’, …….is nu juist niet tijdloos ………Wat vroeger betamelijk was, is dat tegenwoordig niet meer en omgekeerd. Dat is geen dooddoener, maar een onmisbare gids voor wie een geschiedenisboek wil openslaan………
    Met zo’n gids (betamelijkheid!!!!) die door het bos niet de bomen ziet, zou ik ook de weg kwijtraken in de geschiedenis. Laat dhr Ben Janssen eens van Denkraam veranderen, geeft een heel brede en diepgaande kijk op de geschiedenis.

    Wordt vervolgd

    • Paul Vermaes zegt:

      Interessant, dit overzicht. Mag ik dit copiëren en bij mijn verzameling over Nederlands-Indië voegen?
      Hartelijk dank,
      Paul Vermaes

    • Paul Vermaes zegt:

      Geachte Peter van den Broek,
      Mag ik bij het aantal gesneuvelden omwille van de tempo doeloe mensen voegen de doden van de Jappanse militairen, de Engelse militairen, Brits-Indische militairen en de Nederlandse militairen bij de verdediging van de burgergevangenen in Bandoeng, Ambarawa, Magelang en Soerabaya. Misschien ook nog de vele gedode pemoeda’s die daarbij gemaakt zijn door genoemde militairen?,
      Paul Vermaes

    • Peter van den Broek zegt:

      Ik denk dat dhr Paul Vermaes mij niet goed begrijpt althans een andere d.w.z. negatieve betekenis geeft aan het oog om oog-principe. Als hij de uitdrukking leest in Leviticus 24:19-20 , dan staat er:
      ……..Als iemand zijn naaste letsel toebrengt, moet hem hetzelfde aangedaan worden wat hij gedaan heeft: breuk voor breuk, oog voor oog, tand voor tand. Zoals hij de ander letsel heeft toegebracht, moet hem hetzelfde toegebracht worden…..

      In de Christelijke en Joodse traditie wordt het “oog om oog-principe” als een Schadevergoedingsplicht uitgelegd. Het is eigenlijk heel simpel: als je iemand een oog uitslaat, moet je dat financieel vergoeden met iets dat een vergelijkbare waarde heeft als het oog. Dat is dus heel wat anders, of zelfs het tegenovergestelde, dan Wraak nemen door bij de ander dezelfde schade toe te brengen m.a.w. negatieve reciprociteit.

      Ik heb het tot nu toe over het Nederlands koloniaal overheidsingrijpen tot 1916. Moet ik volgens dhr Paul Vermaes het beginsel zo opvatten dat de Bersiapgebeurtenissen van een kleine 30 jaar later een wraakneming was van de Indonesische overheid? Volgens de redenering van vele Nederlanders was het niet de niet-bestaande Indonesische overheid maar die wraakzuchtige en bloeddorstige pemoeda’s, opgezweept door de Japanse propaganda die die Bersiap-moorden op hun geweten hebben.
      Dus de “boekhoudkundige” vergelijking (Nederlandse overheid t.o. pemoeda’s) gaat mank of de Indonesische overheid en niet pemoeda’s was verantwoordelijk voor die Bersiapmoorden. Interessant gegeve, alhoewel hoe maak ik dat laatste aannemelijk?

      Maar eerst de feiten over het Nederlands koloniaal beleid na 1914.

      • Paul Vermaes zegt:

        Geachte Peter van den Broek,
        Als katholiek mag ik de bijbel pas lezen als ik voldoende verstand had om die in de Vulgaat (Latijnse vertaling van de originele teksten) te lezen. Zoveel verstand heb ik niet en daarom zijn de teksten van Leviticus mij vreemd. Als katholiek mag ik geen kwaad met kwaad vergelden en keur het gedrag van de pemoeda’ s in de Bersiaptijd niet goed. Ik konstateer alleen het feit dat het gedicht uit ca 1850 uitgekomen is.
        Overigens wil u toch opmerkzaam maken op de fout van ons tempo doeloe mensen, die menen dat de Nederlanderhaat door de Japanners werd onderwezen. Hoe stelt u zich dat voor: een Japanse soldaat, die geen Bahasa Indonesia kent voor de klas van een lagere school?
        Ik moest evenals andere buitenkamp-kinderen in 1944 naar een Indonesische school, anders kreeg mijn moeder geen beras koepon (rijst van de distributie). Ik heb op die school nooit een Japanner gezien. Wel heb ik daar allerlei liederen moeten leren zingen maar geen één tegen de Nederlanders wel één tegen Amerikanen en Engelsen (Awaslah Inggris dan Amerika, musuh seluru Asia….).
        De haat tegen de Nederlanders was er altijd: in ca 1910 bijvoorbeeld verklaarde Boedie Oetomo, de oprichter van de Islambeweging van zijn naam: “ Als alle Indonesiërs tegelijkertijd zouden spugen, zou er voldoende zijn om alle Nederlanders het land uit te spugen…”
        Dus beschuldig de Japanners niet van haatzaaien tegen Nederlanders, dat was niet nodig.
        Paul Vermaes

      • Jan A, Somers zegt:

        “een andere d.w.z. negatieve betekenis geeft aan het oog om oog-principe.” Toch wel leuk dat je de Bijbel, en Thora en Koran altijd kunt gebruiken als het je goed uitkomt. Van alle markten thuis. Hoef je jezelf niet meer te bewijzen, of in Exel te zoeken. En zint het verhaal je niet, ga je gewoon shoppen naar een andere druk. Of je zoekt alle exegesen na.

      • Jan A. Somers zegt:

        “opgezweept door de Japanse propaganda ” Grote vraagtekens van mij. De enige Japanners van betekenis die ik ben tegengekomen waren de lui bij de Kenpeitai en hier en daar een schildwacht. En patrouilles langs het gedek in het kamp waar mijn zus zat. School was er niet, wel hard werken. Bij het afleveren van melk bij de Japanse melkcentrale roofden we eten van de Japanse vrachtauto’s die daar foerageerden. Dat ging wel eens fout>>klappen. Dat is all in the game! Japanse propaganda?

      • Arthur Olive zegt:

        @Als katholiek mag ik de bijbel pas lezen als ik voldoende verstand had om die in de Vulgaat (Latijnse vertaling van de originele teksten) te lezen.@
        Dat hebben ze mij ook verteld vroeger op de katholieke school. Nu mag je de vertaling in je eigen taal wel lezen (zonder verstand) want ze hebben ontdekt dat de meesten het toch niet doen.
        Waarom zou ik het behouden van mijn ziel aan een ander over laten dacht ik, het testament is aan mij en ik ben gaan lezen en tot de ontdekking gekomen dat ze mij voor de gek hebben gehouden.

  13. Soedibyo zegt:

    Tempo doeloe, ook een mooie tijd. Tempo sekarang (nu) is ook een mooie tijd. De vraag is alleen maar voor wie en hoe wordt het tempo doeloe belicht. Voor onze gedachten wisseling beoordelen met de waarden van tegenwoordig? Volgens mij niet fair.
    Ik heb voor de merdeka van Indonesia (het verbeelde natie) gevochten, en Indonesia is nu voor 73 jaar merdeka, een staat geworden. Tempo sekarang , is ook een mooie tijd. Voor wie, voor mij zeker, maar niet voor iedereen.En is de tegenwoordige Indonesia conform met mijn verbeelding toen als pemoeda (jeugd), nee.
    Voor mij het kolonialisme is slecht maar ook het Indonesische feodalisme, misschien slechter. je moet fair zijn als je vrede met jezelf wil hebben.
    De Jappnse bezetting is erg hard, maar de pemoedas werden door Japanners getraind om moreel en physiek gehard te zijn voor het vechten van je vrijheid. Volgens mij, nogmaals naar mijn mening zonder de Jappanse training en opleiding zijn wij mentaal niet voldoende gehard om tot een overwinning (in de betekenis dat Nederland zijn doel niet kan bereiken) te komen. Maar merdeka is made in Indonesia, niet op aandringen van de Japanners. De pemoedas moesten Soekarno en Hatta naar Rangkasdengklok ontvoeren om hun te overtuigen te brengen dat merdeka geproklameerd moet worden. Soekarno en Hatta was bang dat de Japanners zullen ingrijpen als merdeka wordt uitgeroepen. De pemoedas zei “tiadk perduli” (don’t care). Na de proklamasi de imagained nation wordt werkelijkheid en wij Indonesiers hebben een identiteit. En daarmee een identiteits politiek in de praktijk, met al zijn gevolgen.
    Ben in September 2017 in Nederland geweest voor de reunie van mijn Infanterie klas KMA Promotie 1956 gehouden in de museum Bronbeek. De reunie commisie (de zoon van laatste gouverneur van Borneo, Haga) ter ere van mijn aanwezigheid en mijn vrouw (die geen Nederlands spreekt) deed.zijn toespraak in correct bahasa Indonesia. In Nederland als een Indonesise tourist is ook een mooie tijd.

    • Paul Vermaes zegt:

      Geachte Heer Soedibyo,
      Die naam doet aangename herinneringen op bij iemand die in een Indonesische beschermingskamp heeft gezeten: Soedibyo was de man die er voor zorgde, dat de RABWI-gevangenen werden geëvacueerd naar Britse enclaves. Begin december 1945 besloot de Indonesische Regering van Yogyakarta, dat het voor de veiligheid van de Nederlandse vrouwen en kinderen beter is ze te verplaatsen naar een 7-tal beschermingskampen ver van de stad. Ons kamp Sewugalor werd gevormd in een dependance van het Petronella ziekenhuis, in Brosot; genaamd “Tegal Buret”. Wij werden beschermd door 19 wachtposten bemand met Laskars. Tot onze evacuatie waren we veilig ofschoon er geregeld werd geëxerceerd door geordende groepen pemuda’s met toembaks onder het roepen van “hancurkanlah, hancurkanlah….”

      Wat onze geschiedschrijving verzuimt, is dat we werkelijk gehaat werden door de Indonesiërs: om een voorbeeld te noemen. Toen in 1941, vóór de Japanse inval in 1942, het KNIL zich ging voorbereiden op hun komst en dus niet meer met de verdediging van de veiligheid van de Nederlanders zich kon onledighouden, maakten pemuda’s, onder andere van de Hisbolah, jacht op Nederlanders in de wat minder grote steden. Ik herinner me een vluchtverhaal van Mw. Broos die vanuit Japara met haar zonen vermomd als Indonesiërs naar Yogyakarta ging.
      Toen de Japanners binnen vielen werd er overal gerampokt…. Ik kan me voorstellen dat de Japanners terwille van de openbare orde, gezien de algemene haat van de bevolking tegen de Nederlanders, het beter achtten ze in kampen te beschermen tegen de volkswoede.

      Blij, dat u in dit forum wil deelnemen als oud-pemuda en dat u aan ons, de Tempo Doeloe mensen, toont dat u wèl perfect Nederlands beheerst en wij geen Bahasa Indonesia.

      Paul Vermaes.

      • Soedibyo zegt:

        Geachte heer Vermaes,

        Generaal majoor Soedibyo is een naamgenoot. Hij was ex KNIL officier met KMA op;eiding vvdo (van voor de oorlog). Het bezorgde mij tijdens mijn tijd op de KMA (1953-1956), wat benarde situaties. Tijdens mijn detachering bij de Garde Regiment Jagers in Vucht, toevallig de regiment commandant een tijdgenoot van genaraal Soedibyo. Ik kreeg de eer om in de offieciers-mess aan de tafel van de regiments commandant te eten, ik kreeg de laatste beurt tijdens het eten en ik mag niet spreken als ik niet aangesproken wordt, omdat ik de jongste en de laagste in rang. Mijn collegas cadetten zaten bij een speciale tafel voor cadetten. Na een dag verontschuldig ik en vroeg of ik bijn mijn collegas cadetten mag eten. Ik kreeg mijn toestemming. Bij de Infanterie School in Hardewijk tijdens mijn curses voor infra-rood schieten, midden in de nacht ging de Commandant mij opzoeken om te vertellen dat hij een tijdgenoot is van generaal Soedibyo, en zei tegen mij: “Goed zo Soedibyo, de traditie handhaven”.
        Ya de KMA tijd ook een mooie tijd.
        Dank u heer Vermaes voor uw reactie. Ik wens u het allerbeste,
        Soedibyo

    • RLMertens zegt:

      @Soedibyo; ‘tidak perdoeli etc.’- Inderdaad; de proklamasi een meesterzet! Niet meer omkeerbaar. Elke stap daarna van Nederland was altijd te laat. In plaats van overleg, conform de Britse wens, koos men voor confrontatie. Het gehele Nederlandse volk werd misleid met slogans als: Indië bevrijden, daarna orde en rust etc. Ons beleid trachtte zelfs een wereld forum/VN te misleiden. De pogingen van De Progressieve Groepen, Batavia 1946 olv. publicist DMG.Koch met oa.WF.Wertheim, JdeKadt ea. ‘om dusdoende de eeuwige vriendschap te verwerven en juist nu de jonge Republiek in deze fase bij te staan, werd met hoon weggewuifd. Oud Indië KL.militair, socioloog JAAvanDoorn; ‘de acties, die duizenden slachtoffers eisten, bleken zinloos te zijn geweest. Roemloos en gefrustreerd werd het einde van Indië in december 1949 bezegeld; daar werd niets groots verricht!’ Pas 60 jaar na de proklamasi kwam bij onze regering ‘in zelfstandigheid’ de inkeer; ‘wij stonden aan de verkeerde kant van de geschiedenis’!
      De moeilijke weg naar democratie, is er een met vallen opstaan. Die elk volk gedoemd(!) is te moeten afleggen. De enige remedie hiervoor is; onderwijs, onderwijs en nogmaals onderwijs! En dat is mijn wens voor Indonesië, mijn geboorteland!

      • Paul Vermaes zegt:

        Geachte RLMertens,
        @Onderwijs, onderwijs en nogmaals onderwijs….
        Dat is precies wat Indonesië heeft gedaan. In mijn geboortestad Yogyakarta zijn er 85 universiteiten sinds 1946. Als u zich realiseert hoe de Indonesiërs hun Bahasa Indonesia tot een volwaardige wetenschappelijke taal hebben ontwikkeld: elke maand een aanvullende woordenlijst van nieuwe Bahasa-equivalenten voor bijvoorbeeld chemische, technische, etc. nomenclatuur.
        Ik gun Indonesië zijn Merdeka en heb er helemaal vrede mee dat ik daar niet thuis hoor als koloniale Nederlander (37ste aangifte in het geboorteregister 1939 voor Europeanen van Yogyakarta) ofschoon ik een rasechte halfbloed ben.
        Paul Vermaes.

      • Ronny Geenen zegt:

        @ofschoon ik een rasechte halfbloed ben.
        Paul Vermaes.@

        Deze Amerindo is een volbloed Indische met net zoveel bloed als ieder ander mens.

      • RLMertens zegt:

        @PaulVermaes; ‘onderwijs, onderwijs etc.’- En dan bedoel ik; verplicht onderwijs vanaf 6 jr. voor iedereen, en… dat (hoger)onderwijs leidt(!) naar kritisch denken(!) etc. En dan niet@JASomers; die zgn van Heutz desa scholen; waar alleen; lezen en schrijven wordt onderwezen. Om hen te leren ‘luisteren en bevelen’ op te volgen van de toeans/meerderen! Sprak onlangs hier een Indonesische studente, die helemaal niet senang is, wat de (Arab) Islam nu daar teweeg brengt; oa. slamatan moet afgeschaft worden. Zij was voorstander en was besloten hun eigen traditionele Islam te behouden.
        Las ook dat men daar de Panca Sila dag wilde instellen nl. handhaving van de 5 geboden; oa. vrije godsdienst! etc. Ik vergelijk ook zaken met de jr.50 hier; toen oa de Godsdienst hier ook zo permanent de maatschappij bepaalde; niet trouwen met een ander geloof etc.; -mijn RK zwager mocht, bij zijn huwelijk 1957 (!)de kerk hoofdingang betreden en mijn schoonzus Prot. de zij- ingang! ( en ik ook!) Na een paar maanden kreeg zij van de pastoor bezoek ….of er niet kleine RK tjes in aantocht waren!
        @RonnyGeenen ‘volbloed etc.- En halfbloed(!)’vooral gebezigd door Vaderlandse Club adepten. Lees PJ.Drooglever; de Vaderlandse Club en vooral oude Indische kranten!
        Een mooie halbloed meisje was hier in Holland jr.50 ook gewoon ingeburgerd. Vooral door ex.KL’ers en K.Marine personeel! .

      • Soedibyo zegt:

        Geachte heer Mertens,

        Er waren momenten om tot een tegemoetkoming te komen, maar de intervensie van de regering in Nederland werd het vinden van uitkomst moeilijk. Indonesia is een groot land, zo groot als Europa met verschillende rassen, gewoonten en waarden. Ondanks de moeilijkheden hebben wij gepresteerd om het te overkomen en maakt Indonesia zo als het nu is. Daarom zijn wij niet zo geinteresseerd op het verleden maar meer geconcentreerd op de toekomst. Democratie is geen gemakkelijk sijsteem voor regeren, maar dat is het enige oplossing denk ik.
        U heb gelijk de remedie is opleiding, kwalitatief en kwantitatief. Daarom hebben wij relatief veel op het gebied van onderwijs geinvesteerd. Op Java haast in iedere kabupaten (ditsrict) heb je een universiteit (particulier) of een akademie. Maar dat veroorzaak ook een probleem, werkloze intelectuelen.

        Ik was in September 2017 in Nederland, ik was in Amersfoort, Utrecht, Breda en Amsterdam. Er is veel veranderd in vergelijking met de jaren vijftiger en laat zeventiger en bigin tachtiger. Veel betere welvaart, vriendelijker en behulpzaam. Ik en mijn familie genieten van de gastvrijheid.

        Geachte heer Mertens, dank u voor Uw reactie en wensen, ik wens u het allerbeste.

        Soedibyo

    • RLMertens zegt:

      @Soediboyo; ‘tempo doeloe ook een mooie tijd etc.’- U heeft die tijd, naar ik begrijp meegemaakt, vertel ons zonder schroom(!) wat is het mooie ervan en wat is het slechte?Wat u heeft ervaren; als Inlandse jongen? Als opkomende man? Hoe keek u toen(!) tegen al die (Indische)Nederlanders. Hun levenswijze, clubs etc. Dus geen algemeenheden aub. Voor ons, eens en voor altijd, toch goed en terecht te weten, wat nou die tempo doeloe u, de Indonesiër heeft gebracht/gevormd! En nogmaals schroom u niet!

  14. RLMertens zegt:

    ‘Tempoe doeloe, ook een mooie tijd, zegt Kester Freriks’- Gerbrandy over Indië; ‘een voorbeeld was van de wijze waarop alle tropische gebieden behoren te worden bestuurd en waarop eenvoudige volkeren in die gebieden dienen te worden geregeerd!’ Inderdaad voor de Nederlanders, die in aparte, uitsluitend blanke wijken leven en wonen. Met hun eigen scholen, tennisbanen, zwembaden; verboden voor honden en Inlanders en jachtclubs Met jachtpartijen, baden onder de waterval, paard rijden in de heuvels, etc.. Ongenaakbaar voor jan en alleman. Altijd met voorkomendheid bejegend. Altijd op afstand voor andere bewoners van dit tropenland. Die mentaliteit begon al op de schoolbanken. De blanke schoolbanken, wel te verstaan. Zoals de directeur van Hollands-Indische Kweekschool schreef; de Nederlandse jeugd ‘zorgvuldig van Indië verwijderd hield’! Stichtse instituten waarschuwden de ouders vooral hun kinderen niet te laten verindischen! Die Indische kinderen waren nl. vroeg rijp! -Nou, toen ik (14 jr.) in 1950 in Nederland aankwam constateerde juist dat de meisjes hier, rijper waren dan in Indië. Zelfs rijper dan mijn overrijpe manga in Soerabaja!

    • Paul Vermaes zegt:

      Geachte RLMertens,
      Kort en krachtig een beschrijving van het Nederlandse exclusivisme in de kolonie.
      Hartelijke dank,
      Paul Vermaes

    • Jan A. Somers zegt:

      “Met hun eigen scholen,” Precies zoals in Nederland, nu nog steeds. Onderwijs is in beginsel geen overheidstaak, alleen een faciliterende en aanvullende. In Vlissingen bijvoorbeeld, pas nadat de gemeente of andere particuliere/religieuze organen geen HBS wilden stichten, kwam er de RHBS.
      Onderwijs als motor achter het nationalisme:
      Binnen het kader van de ethische politiek werd veel aandacht geschonken aan het onderwijs. Naast het Europees onderwijs was de etnische verscheidenheid aanleiding tot een gedifferentieerde onderwijsstructuur, aangepast aan de behoeften van de verschillende bevolkingsgroepen. Klassebewustzijn leidde voorts tot onderwijs op gescheiden niveaus; het ‘hogere’ inheems onderwijs in Europese stijl en in de Nederlandse taal werd gericht op het kweken van een Indonesische elite met een westers karakter die een groot deel van het Nederlandse bestuur zou kunnen overnemen. Het ‘lagere’ inheems onderwijs was direct gericht op verbetering van het welzijn en de welvaart.
      Op de kweekscholen voor de opleiding van inheemse onderwijzers werd Nederlands eerst als vak geïntroduceerd waarna Nederlands voertaal werd. In 1900 werden de drie ‘hoofdenscholen’ gereorganiseerd tot de OSVIA (Opleidingsschool voor Inlandsche ambtenaren), een vijfjarige Nederlandstalige cursus na de Europese lagere school, voor de opleiding van bestuursfunctionarissen. Tevens werd de Dokter Djawa -school gereorganiseerd tot de STOVIA (School tot opleiding van Inlandsche artsen) in Batavia en de NIAS (Nederlandsch-Indische artsenschool) in Soerabaja. De inheemse ‘1e klas’ lagere school, oorspronkelijk bedoeld voor gegoede Inlandse burgers, werd Nederlandstalig en in 1914 omgezet in de Hollandsch-Inlandsche School (HIS), en de Hollandsch-Chineesche School. Samen met de Europese lagere scholen boden deze inheemse scholen nu onbeperkt en ongescheiden toegang tot het Europees middelbaar onderwijs (MULO, AMS, HBS, Lyceum, Gymnasium) en vervolgens tot het Europees universitair onderwijs. Naast de genoemde opleidingen ontstond ook een heel scala aan scholen voor beroepsonderwijs, zoals ambachtsscholen, technische scholen, handelsscholen, landbouwscholen, geneeskundige scholen, zeevaartscholen en huishoudscholen, zowel voor de inheemse als Europese bevolkingsgroepen, en deels gemengd. Het middelbaar en hoger onderwijs was beperkt tot Java en delen van Sumatra. De op Java schoolgaande kinderen uit de buitengewesten raakten daardoor vervreemd van hun oorspronkelijke cultuur maar anderzijds was er op kostscholen en in (Nederlandse) kostgezinnen sprake van wederzijdse kennismaking tussen de in de archipel naast elkaar levende etnische groeperingen.
      In 1907 nam Van Heutsz het initiatief tot driejarige desascholen of volksscholen, bekostigd uit schoolgeld aangevuld met overheidssubsidies. In de dorpen bestond weinig belangstelling voor dit onderwijs, mede vanwege het schoolgeld, maar het bestuur wist met zachte druk, perintah haloes, de dorpsbesturen toch over de streep te trekken. In 1915 kwam er een vervolg met de Inlandsche Vervolgscholen.
      Was voorheen (westers) onderwijs nog voorbehouden aan de kinderen van vooraanstaande Javaanse edelen waar ook het inheemse bestuur, de priyayi, uit werd gerekruteerd, het nieuwe onderwijssysteem schiep een nieuwe klasse bestuurders, en daarmee ook een nieuwe klasse leiders. Het bracht een nieuwe cultuur, los van de mystiek en de islam waar de oudere priyayi hun gezag aan ontleenden. Sommige hervormers zagen in de westerse opleiding tevens de mogelijkheid de oude Javaanse cultuur, geïnspireerd door het hindoeïstisch/boeddhistisch verleden, maar vervallen bij de komst van de islam, te herstellen. Het is begrijpelijk dat oudere bestuurders niet enthousiast waren voor deze ontwikkelingen waarbij hun gezag werd ondergraven.
      Het westerse onderwijs is cruciaal gebleken voor de emancipatie van de inheemse bevolking. Bij de aardrijkskundeles zag men op de wandkaarten voor het eerst de kolonie als een geheel, men zag ook dat Nederland maar een klein landje was in verhouding tot Nederlands-Indië. Bij de geschiedenisles leerde men over de opstand tegen Spanje en de Nederlandse onafhankelijkheidsstrijd, over de Franse revolutie en de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog. Men leerde goed Nederlands en meerdere vreemde talen waardoor men zowel boeken, als ook de krant kon lezen en de vele in Indië uitkomende periodieken. Ook de beoordeling van de leerlingen op grond van vaardigheden en prestaties was van belang in een inheemse samenleving met rang- en standsverschillen en beoordeling op grond van afkomst en functie. Door de Nederlandse opzet was het onderwijs zwaar voor de inheemse leerlingen; zij die de opleiding voltooiden waren dan ook intelligente doorzetters.
      De emancipatiebeweging bracht een grote vraag naar (openbaar) onderwijs op gang waar het bestuur aanvankelijk niet aan kon voldoen. In het begin van de 20e eeuw hadden de Chinezen de eerste moderne niet-gouvernementsscholen gesticht; door E.F.E. Douwes Dekker werd in 1922 in Bandoeng een onderwijsorganisatie, Ksatrian, gesticht met een aantal lagere scholen en beroepsopleidingen. De meeste ‘wilde’ scholen kwamen binnen de inheemse bevolkingsgroepen tot stand in de jaren ’20 en ’30. Moehammadyah spiegelde zich aan de activiteiten van missie en zending waarbij naast ziekenhuizen en weeshuizen ook scholen werden opgericht. Daarnaast werden vele scholen opgericht met een antikoloniale indoctrinatie. Tan Malaka had in 1921 een school gesticht binnen een marxistische afdeling van Sarekat Islam. In 1925 bestonden er al enkele tientallen van dit soort scholen. Meer succes hadden de door Soewardi Soerdjaningrat vanaf 1922 gestichtte Taman Siswa-scholen. Ook deze scholen werden gewantrouwd door het gouvernement vanwege hun antikoloniale sentimenten, maar hun kwaliteit werd wel gewaardeerd. Dewantoro huldigde aanvankelijk het non-coöperatiebeginsel, maar aanvaardde naderhand wel gouvernementssubsidie. Ondanks klachten over het anti-Nederlandse karakter van het onderwijs, hebben al deze scholen toch subsidie genoten.

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘met hun eigen scholen etc’ – Net als hier? Uitsluitend opgericht(!) voor blanken? Zelfs in Soerabaja 1946, toen plots alle totoks naar hun ‘eigen school’ gingen.
        Verwaande kwasten, op zondags; met witte kuitkousen aan, zich in hun eigen groep zelfbewust waanden, boven alle andere medemensen verheven. In Holland; waren mijn mede leerlingen, spontaner, vriendelijker etc. Ik had meteen contact en maakte vrienden; voetbal etc. Tot nu toe! -Ooit zo’n kwast uit Indië tegen gekomen;’ zo, voor jou is het afgelopen met dat herenleventje hè, gewoon aanpoten als iedereen! -Tegen over onze straat in Soerabaja, Perak, met tussen in 2x trambaan strook, werd bewoond door uitsluitend totoks oa K.Marine; als de heren op hun platje waren, met echtgenote, stonden de heren altijd met de handen in de zij, de omgeving te bekijken; zoiets; ‘hier zijn wij etc.’ Mijn vader ergerde zich altijd aan die ‘koloniale houding’ !De Hollanders hier waren veel vriendelijker. Spraken je over ditjes en datjes aan. Ik hier, bij aankomst, een heel ander mening over de Hollanders! – ‘alle scholen subsidie genoten’- Zeker niet, de zgn, door nationalisten opgerichte,privé- ‘wilde- scholen’! Zie J.Dupisto; Buiten het Gareel; met een voorwoord van du Perron! Deze scholen konden met moeite (geldgebrek; omdat vele leerlingen niet konden bijdragen etc.) draaiende gehouden worden. Constant belaagd door het PID en Onderwijs Inspectie! Hen stom houden was het devies! Aan de ene kant de juiste tactiek; anders waren misschien eerder uit tempo doeloe geschopt!

      • Jan A, Somers zegt:

        “Verwaande kwasten,” Tja, en dan die Indo’s hier in ‘Holland’ (in Zeeland ben ik zulke niet tegengekomen). Van elke naam die hier in de Indische gemeenschap wordt genoemd wordt tot in de eeuwen der eeuwen terug nagelopen of die hier en daar misschien nog een spatje licht getint heeft. Pas dan mag hij/zij zijn/haar mond open doen.
        “Constant belaagd door het PID en Onderwijs Inspectie!” Ja, de PID bestaat hier niet, maar het lijkt me wel nuttig dat de AIVD Islamschooltjes in de gaten houdt. En de Onderwijsinspectie ook, of de overheidssubsidies (ons belastinggeld!) wel rechtmatig/doelmatig wordt gebruikt. Daar zijn ze voor, ook toen in Indië. Maar ook in Nederland: citaat: Onderwijs is in beginsel geen overheidstaak, alleen een faciliterende en aanvullende. Als de dorpsgemeenschap of de Christengemeenschap een school niet nodig vindt, komt er geen school. Dan komt misschien de gemeente (als tweede partij) of het rijk met een overheidsschool, zoals bij mij de RHBS in Vlissingen. En als die dorpsgemeenschap wel een school sticht, met de normen die er voor zijn, dan komt er overheidssubsidie. Zo was het ook in Indië.

      • Ronny Geenen zegt:

        En alles wat volgens het Nederlands beleid werd uitgevoerd was goed en de verwaande Indo moest zijn bek houden. Was dat niet volgens u zo meneer Somers?

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘onderwijs geen overheidstaak etc.’- Ik heb niet over hier, maar over toen…daar!

      • Jan A, Somers zegt:

        “niet over hier, maar over toen…daar!” Daar was het precies zoals hier. Net als de door u zo verfoeide ‘haatzaaiartikelen’ en de PID. In Indië deden ze niet aan bijzondere dingen verzinnen. Gewoon het moederland kopiëren. Katholieke en Christelijke scholen begonnen, aangevuld met overheidsscholen, Katholieke, Christelijke, en Leger des Heils ziekenhuizen begonnen, aangevuld met overheidsziekenhuizen. En wat denkt u van artikel 172a Gemeentewet?

      • Jan A, Somers zegt:

        “Was dat niet volgens u zo meneer Somers?” Nee hoor, maar ik heb het ook niet over ‘goed’. Ik heb het over onderwijs dat gewoon gekopieerd was van Nederland. Begon met Katholieke/Christelijke scholen, aangevuld met overheidsscholen. Net als bij de ziekenhuizen, begonnen met Katholieke/Christelijke/Leger des Heils ziekenhuizen, gevolgd door overheidsziekenhuizen. Het beginsel ‘concordant’ is toch bekend? Dat heeft niets met verwaande Ino’s te maken. Ik heb hooguit met wat djago’s te maken gehad. Als we in de trein naar Vlissingen zitten komen we voorbij het grote klooster in Oudenbosch, daar kwamen de leerkrachten in Soerabaja vandaan, waar ik bij op school ben geweest. Dat waren orden die op de Brabantse boerendorpsschooltjes het puikjebest uitzochten voor verdere studie. Mijn Zeeuws meisje moet dan lachen op mijn herhaalde opmerking: daar komt mijn verstand vandaan. Bij mijn latere bezoeken in Surabaya aan die school werd ik steeds hartelijk welkom geheten. Ik was daar eens in de maand juni, ik moest toen heel zachtjes praten, de eindexamens waren aan de gang. Nog steeds in dezelfde tijd als in Nederland! Dat is toch geen verwaandheid?. Gewoon herkenning! Van iets moois uit tempo doeloe.

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘precies zoals hier etc.’- U zegt; onderwijs geen overheidstaak. En die dessa scholen van Van Heutz. Maar men slechts lezen en schrijven leerde. Om de bevelen van toeans te kunnen volgen. Vandaar dat nationalisten hun eigen particuliere scholen oprichtten. * Haatzaai artikelen- nb. na het ethisch reveille in werking gesteld! G.Termorshuizen; de Nederlandse pers heeft een niet onbelangrijke mate bijgedragen aan die groeiende wrok tegen de Nederlanders. Uitgesproken racistisch was hun taalgebruik; Soerabaiasch Handelsblad; ‘men zou wensen met een lange zweep dat volkje(!) te kunnen afranselen om orde en tucht te leeren’. Verreweg werden de Indonesische redacteuren bij hun reacties steevast zwaarder gestraft dan hun Europese collega’s. Het werd breed en met verbittering uitgemeten in de Inlandse pers. Die Haatzaai artikelen waren juist een wapen om nationalisten te provoceren en hen
        daarna de mond te snoeren. Wat heeft eigenlijk die ‘ethische koers’ de Inheemsen gebracht? * Verwaande kwasten; De Nederlanders/jeugd in Nederland geeft een totaal ander beeld dan die verwaande hooghartige kwasten in Indië. Zich steeds beroepen op hun; ‘wij Nederlanders etc’…. alsof elke aangesprokene een Inlander is. En er waren natuurlijk Indo’s( veelal in Holland geweest) die zich in deze groep ophielden en de air overnamen. Veelal altijd druk gebarend en met geaffecteerd ABN sprekend; ‘ach zeg; wat is het hier toch warm….(alsof ze nimmer in Indië zijn geweest)
        Benadrukkend; daar komt mijn verstand vandaan!

  15. Paul Vermaes zegt:

    Geachte JA Somers,
    Met in waardering voor de kanttekeningen van Hr. RLMertens, dank ik u voor het goed gedocumenteerde verhaal over het onderwijs in Nederlands-Indië. Erg verhelderend voor mij.
    Paul Vermaes

  16. Peter van den Broek zegt:

    Ik vervolg mijn verhaal: Koloniaal beleid na 1914

    De koloniale ordehandhaving was na 1914 in de eerste plaats een taak voor een beschaafd, modern koloniaal politiekorps, met daaraan toegevoegd in 1916 een politieke inlichtingendienst, PID. Deze machtsinstrumenten pasten beter dan het KNIL bij de opbouw van een moderne koloniale staat zoals Nederland zich als “ethisch” doel stelde.

    Dat het koloniale beleid na 1914 anders werd, valt te betwijfelen gezien de reactie van de koloniale overheid op de communistische opstanden in West-Java en West- Sumatra eind 1926, begin 1927. De koloniale regering zag dit als een regelrechte aanval op haar gezag, hoewel ze daarvoor nauwelijks een bedreiging vormden, maar gezichtsverlies betekende het wel.

    Machtsvertoon, repressie en strafmaatregelen, vormde een onderdeel van het koloniale militaire beleid. Daarbij liet de overheid het overigens niet: 13.000 personen werden veelal willekeurig gearresteerd, van wie uiteindelijk 4.500 veroordeeld en 3 geëxecuteerd. 1.300 personen werden zonder vorm van proces (ex-territoriale bevoegdheden van de Gouveneur-Generaal) geïnterneerd op Nieuw- Guinea, Boven-Digoel.

    Met deze ongekende repressie maakte de koloniale overheid duidelijk dat de grenzen van het Ethische beleid waren bereikt als zij de kolonie in gevaar achtte. Dan greep zij weer terug op afschrikwekkend politioneel-militair machtsvertoon en regeerde de angst.

    Het verhaal van honderd jaar koloniale geschiedenis leert dat deze een belangrijke psychologische component kende: geweld werd welbewust gebruikt om de bevolking angst aan te jagen en als strategisch wapen ingezet in de Java- oorlog tot de Atjeh-oorlog. De afschrikwekkende reputatie van het koloniale leger, KNIL, was een wapen dat ook grote invloed had op de militaire ethiek. Hard optreden tegen de bevolking werd gerechtvaardigd met het argument dat alleen zo de vereiste angst of het benodigde ontzag kon worden ingeboezemd. Typisch koloniaal waren de verwijzingen naar wrede inheemse oorlogspraktijken en in het algemeen de ‘onbeschaafdheid’ van de inheemse tegenstanders als rechtvaardiging voor het harde Nederlandse optreden.

    Die afschrikwekkende reputatie kan bijvoorbeeld verklaren waarom het relatief kleine koloniale leger, ongeveer 40.000 man (?) , samen met een bescheiden politiekorps, na 1914 een betrekkelijke rust kon handhaven in de archipel. Dat vergde echter wel dat het KNIL bij een veronderstelde serieuze aantasting van het koloniale gezag, direct zijn afschrikwekkende macht toonde, zoals in 1926-1927 gebeurde. De koloniale regering kon niet zonder het ontzag en de angst die het inboezemde. Toen de Japanners in 1941-1942 binnen een luttel aantal dagen op Java het koloniale leger onder de voet liep en daardoor een einde maakten aan die vreeswekkende reputatie van het koloniale leger, het KNIL, sloegen zij het koloniale gezag dan ook één van zijn belangrijkste wapens voorgoed uit handen.

    De Japanners maakten in de bezetting van Nederlands-Indie van hetzelfde psychologisch component gebruikt: excessief geweld werd welbewust gebruikt om de bevolking angst aan te jagen. Alhoewel de Japanners met een groot invasieleger (meer dan 60.000 man) Nederlands Indie in 1942 binnenvielen, was b.v.b. in 1944 het aantal Japanse militairen op het hoofdeiland Java geslonken tot iets minder dan 10.000 man. Het ander deel van de militairen was nodig om het door Japan bezette grondgebied tegen geallieerde aanvallen te verdedigen. Door haar brute en gewelddadige reputatie compenseerde de hard slaande Kempeitai meer dan volledig het gebrek aan militaire en burgerlijke mankracht aan Japanse zijde.

    • Paul Vermaes zegt:

      Geachte Peter van den Broek,
      @Door haar brute en gewelddadige reputatie compenseerde de hard slaande Kempeitai meer dan volledig het gebrek aan militaire en burgerlijke mankracht aan Japanse zijde.@
      Allereerst dank voor dit hele vervolg. Nu een vraagje: heeft de Kempeitai veel moeten optreden tegen de inheemse “ opstandelingen”? Dat de Kempeitai hard optrad tegen de landstormmers (Reservisten van het KNIL, die bij de mobilisatie werden opgeroepen in de leeftijd van 22 tot en met 35 jaar. Dezen kregen de opdracht van het KNIL om uniformen en wapens te verbergen en weer op te gaan in hun normale burgerfunctie. Als zij werden ingerekend dan was de Kempeitai niet mals.) Ook trad de Kempeitai hard op tegen de Nederlandse jongeren, die in het begin van de inval nog te jong waren voor internering, maar in 1944 16, 17 en 18 waren. Als deze jongeren door de indonesiërs werden aangegeven als spionnen voor de geallieerden dan werden ze ook hard gestraft.
      In mijn beperkte visie was de Kempeitai voornamelijk op de Nederlanders gefocust. Vandaar mijn vraag.

      Paul Vermaes

      • Peter van den Broek zegt:

        Geachte Heer Paul Maes

        Ik lees toevallig net een boek over de Kempeitai op Java en Sumatra, het boek is in het Amerikaans vertaald. Opmerkelijk en verbazingwekkend is dat de Amerikaanse vertalers de Indo-Europeanen (Eurasians) in het boek aanmerken als Half-breed (Half-ras). Dat kon kennelijk in de 60er jaren van de vorige eeuw.

        De Japanners hadden weinig te duchten van de Indonesische bevolking, die meer dan welwillend tegenover hen stond . Daar komt nog bij dat de Kempeitai, die verantwoordelijk was voor Orde, Gezag en Interne veiligheid al snel de Indonesische leden van de Nederlands-Indische PID in hun gelederen integreerden, zodat ze effectief controle hadden over de Indonesische bevolking.

        De Kempeitai trad soms wel en hard tegen Indonesiers op: Er is een geval bekend dat bij Romusha’s een tetanus- of pokkenepidemie uitbraak, kennelijk experimenteerden de Japanners met biologische oorlogsvoering, net zoals het regiment 731 in Noord-Oost-China (Manchuko). Ene Indonesische Dr. Muchtar stelde een onderzoek in en het bleek dat Japanse onderzoekers onvoorzicht waren geweest bij het zoeken naar een anti-vaccin. Om de japanners voor gezichtverlies te bewaren arresteerden de Kempeitai de Indonesische Dr. Muchtar, die later werd geexecuteerd en zijn lijk op de vuilnisbelt gegooid (let U op het detail).

        De Kempeitai bespioneerde weliswaar Indonesiers, maar hun uiteindelijk doel was toch de Nederlandse bevolking m.n. de Indo-Europeanen. De Japanners gingen in hun paranoia en schizofrenie ervan uit dat het Nederlands gouvernement voor de oorlog een wijd verbreid inlichtingennet had opgebouwd, dat in de Japanse bezetting als Vijfde kolonne zou fungeren. Bijvoorbeeld: de Japanners vonden opmerkelijk dat hun bevoorradingsschepen, vertrokken uit Soerabaja, veelal door geallieerde onderzeeboten werden getorpedeerd. Zij veronderstelden een inlichtingennetwerk in Soerabaja. Ondanks de inzet van een groot aantal radiopeilwagens hebben de Japanners dat netwerk nooit ontdekt, dat kon ook niet want het bestond gewoonweg niet (let op het detail). Vergelijk deze paranoïde en maniakale acties met de Dampit-affaire in Malang (niet toevallig in de periode dat de moeder van dhr Macare werd geïnterneerd) en Glodok-affaire in Batavia.

        Het boek over de Kempeitai vermeldt vele onbekende verzetsdaden van Indo-Europeanen, die niet geinterneerd waren.

        De Kempeitai arresteerde tijdens de bezetting ongeveer 15.000 personen – Indo-Europeanen, Indonesiërs en Chinezen – van wie 5.000 werden geëxecuteerd en 7.000 in gevangenschap stierven. Slachtoffers van de Kempeitai zijn o.a. te vinden op de begraafplaats Ancol in het huidige Jakarta.

      • Paul Vermaes zegt:

        Geachte Peter van den Broek,
        Dank voor uw antwoord op mijn vraag.
        Paul Vermaes

      • Peter van den Broek zegt:

        Ik heb door problemen met mijn mobieltje een direct antwoord op dhr Maes vraag niet kunnen plaatsen

        Er zijn wel door Indonesiërs geleide anti-Japanse opstanden zoals die in Tasikmalaya op Java in 1944.
        De moslimleider Zainal Mustafa met zijn meer dan 3.000 volgelingen hield toen een anti-Japanse manifestatie, gericht op de oprichting van een islamitisch Koninkrijk , waarbij in eerste instantie 2 Kempeitai onderofficieren werden omgebracht. Het Japanse leger greep in en meer dan 100 Indonesiers kwamen om. Mustafa en 23 medestanders zijn geëxecuteerd. Anderen werden in militaire hechtenis genomen Het is de enige opstand met een religieuze achtergrond in de Japanse bezettingstijd. Mustafa werd in 1972 geëerd met de titel van Nationale held van Indonesië.

        Nochtans wens ik dhr Somers veel beterschap.

    • Jan A, Somers zegt:

      “en politieke inlichtingendienst, PID. Deze machtsinstrumenten pasten beter” Hoezo? Hier in Nederland hadden we daar de BVD voor, nu AIVD. En de de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Heeft toch ook niets met ethiek te maken? Bij mijn trouwen was mijn Zeeuws meisje al door hun gescreend!
      “het koloniale beleid na 1914 anders werd” De grote ommezwaai van het koloniale beleid vond plaats bij de troonrede van 1901.
      “werden veelal willekeurig gearresteerd, ” Nou, het was wel een behoorlijk administratief gedoe, met volledige openheid, elk geval vindt u terug in de archieven. Zie de betreffende artikelen in de IS.
      “Zij veronderstelden een inlichtingennetwerk in Soerabaja.” Dat was een van de onderwerpen waarover ik bij de Kenpeitai werd verhoord. Een soort complottheorie over de Amerikaanse precisiebombardementen op Braat (zie Javapost), voor de verandering nu geen Indische.
      “(ex-territoriale bevoegdheden van de Gouveneur-Generaal)” Als u al niet gewoon kunt lezen en overschrijven, wat moet ik dan bij u denken aan begrijpend lezen? Nog los van de inhoud en uitvoering van die rechten. Plus de bestaande dissertatie daarover, alhoewel wat verouderd. Zowel in het Nederlandse parlement als in de Volksraad is dat nooit aan de orde geweest. De Indonesiërs hadden daar waarschijnlijk geen moeite mee, die rechten zijn gewoon gebleven in het Indonesische staatsrecht. Met meer doden dan ooit.
      Ik zal het hierbij laten, ik heb leukere dingen te doen. Maar ook minder leuke dingen zoals mijn hartproblemen waarvoor ik afgelopen weekend weer in het ziekenhuis ben geweest, met vervolg. Toch wel spannend wat ze allemaal met je uitspoken. Interessanter dan die PID, die overigens harder mepten dan de Japanners.
      “een regelrechte aanval op haar gezag, hoewel ze daarvoor nauwelijks een bedreiging vormden,” Nu een kopiëren in andere richting: Provo en kabouterrepubliek, en provoceren (hagelslagkorrels uitdelen aan de ME!) werden door de marechaussee bestreden, de gemeentepolitie kon het niet meer aan.

      • Peter van den Broek zegt:

        Heer Somers , de BVD werd pas in 1949 opgericht, maar dat is maar één detail. Daarvòòr bestond er zoiets als GSIII, een militaire inlichtigendienst, maar dat is iets voor fijnproevers. PID was toch een nette en repressieve vorm om de kritische Indonesiers monddood te maken? Wel even het tijdvak in de gaten houden voordat dhr Somers weer bizarre irrelevante vergelijkingen maakt met Nederland van na de bezetting of hadden we in Nederland ook de Ethische politiek,
        Provo? een vegelijking erger dan Gezwets, gekker kan het niet.

        Dhr Somers kan wel ongemotiveerd beweren dat de grote ommezwaai kwam na de troonrede van 1901, maar dan veegt hij onder het vloerkleed het brute koloniale militaire optreden na 1901 : ik herhaal mijn redering:
        …….Na Jambi (1901) volgden vanaf 1904 Zuidoost-Borneo (1904-1906), Zuid- en Midden-Celebes (1905- 1907), Seram (1905), Bali (1906), Sumba (1906- 1907), Sumbawa (1908) en Flores (1907-1911).
        1906 Bali werd berucht om de puputan (rituele zelfdood) als antwoord op het machtsvertoon van zware houwitsers en verdragend zwaar scheepsgeschut. Naar schatting 1.100 Balinezen vonden de dood……..

        En voor de rest, exorbitante rechten van de Gouveneur-generaal, dat is de juiste term, waar ik naar zocht.

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘de grote omzwaai etc.’- Uit Gedenkboek voor Nederlandsch-Indië tgv. het regeringsjubileum van HM.de koninging Wilhelmina 1898-1923: Na Lombok werd Atjeh krachtig aangepakt, waardoor een richting werd ingeslagen die tot algehele onderwerping zou voeren. Opmerkelijk viel deze nieuwe richting samen met het tijdstip waarop onze koningin het bewind heeft aanvaard, zodat de eerste de eerste stap tot het bereiken van een volledige pacificatie(= vrede brengen) van Atjeh onder hare regering tot stand kwam. De volledige onderwerping van; de Bataklanden, Nias, Midden Sumatra, Djambi en Korintji, de Chinese(!) districten van W.Borneo, het binnenland van ZO Borneo, Z.Celebes en Midden Celebes, Menado,Ternate, Halmaheira, Nw.Guinea(!), Boeroe, Ceram en de Tenimber eilanden; Amboina(!), Timor, Flores, Soemba, Soembawa en Z.Bali. Het schijngezag van vroeger heeft plaats gemaakt voor een toestand van orde en rust(!), waardoor handel en scheepvaart zich rustig kunnen ontwikkelen, ten gevolge waaraan de bevolking onder de zegeningen van een beschaafd bestuur gestadig in welvaart kan toenemen.In tot voor kort volkomen onafhankelijke streken, waar geen Europeaan het behoefde te bestaan binnen te komen, reist thans iedereen zonder eenige dekking(!)

      • Jan A, Somers zegt:

        “Uit Gedenkboek voor Nederlandsch-Indië ” Waarom nou weer zo’n gedenkboek. Gewoon die troonrede van 1901 beluisteren, dat is geen gedenking, maar een programma. En lees eens de dissertatie van Mw. Locher-Scholten: “beleid gericht op het onder reëel Nederlands gezag brengen van de gehele Indonesische archipel èn op de ontwikkeling van land en volk van dit gebied in de richting van zelfbestuur onder Nederlandse leiding en naar westers model.” Andersom geredeneerd: Je kunt alleen ontwikkelingsbeleid uitvoeren op plaatsen waar je gezag hebt. En dat was in doe tijd op de meeste plaatsen nog niet het geval. Het begrip ‘ethisch’ kreeg na 1920 een vooral negatieve betekenis: sentimentaliteit, welgezindheid ten opzichte van het nationalisme, een streven naar los-van-Holland, uitmondend in landverraad. Waarschijnlijk is deze wending een antwoord geweest op het groeiende Indonesische nationalisme en de ontwikkelingen na de eerste wereldoorlog. Ontwikkelingen die inderdaad waren gefundeerd in de ethische politiek.

      • Jan A, Somers zegt:

        “maar dat is maar één detail.” Even maar uw riedeltje nalopen:
        Exorbitante rechten: Na een dissertatie kwam geen protest. In de Kamer geen opmerkingen. In de Volksraad geen opmerkingen. Ook in het Indonesische parlement geen opmerkingen, zelfs niet nadat dat presidentieel decreet in één keer veel meer slachtoffers heeft gemaakt dan in de hele bestaansperiode van die rechten van de GG. Kennelijk had niemand problemen. Alleen een opmerking vanuit wetenschappelijke hoek [Somers]: Kleintjes gaat op de materie in vanuit een zuiver juridisch en bestuurlijk perspectief. Wel stelt hij dat “Al mogen deze maatregelen rechtskundig geen strafoplegging bevatten, de tenuitvoerlegging daarvan wordt door den getroffene wegens de vernietiging zijner bestaansmiddelen en de verwijdering uit zijn omgeving wel degelijk als een straf, en vaak als een zeer zware straf, gevoeld.” Waarbij nog komt dat een rechtmatige straf eindig is in de tijd, een maatregel als deze echter in beginsel niet.
        “de BVD werd pas in 1949 opgericht” Ik noemde de BVD aangezien mijn meisje daar is doorgelicht. Ik had natuurlijk de voorganger, de Centrale Inlichtingen Dienst (C>>P) moeten noemen, opgericht in 1919. Van 1913 tot 1919 was er een eerste inlichtingendienst die bekendstond als Generale Staf, sectie III en daarna, tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in 1940, als Centrale Inlichtingendienst (CI). In die vooroorlogse periode was de dienst gecombineerd met de militaire inlichtingendienst. (in mijn eigen diensttijd was ik van een afdeling veldartillerie S(ectie)3, maar dat betrof toen operatiën, inlichtingen was toen S2). De archieven van die dienst en de daarin opgenomen militaire dienst, werden in mei 1940 vernietigd! Ik ben er misschien een beetje naast, maar mijn inleidende cursus bij de SMID in Harderwijk is al zo erg lang geleden. De PID betrof alle ingezetenen van Indië, niet alleen kritische Indonesiërs, maar bijvoorbeeld ook lastige (Nederlandse) journalisten en vakbondsbestuurders.
        “Provo? een vegelijking erger dan Gezwets,” Nou nee. een andere reageerder had het over haatzaai-artikelen. Een prachtig woord, dat je overigens nergens in het strafrecht vindt. Zoeken onder Openbare Orde of Opruiing. Die regelgeving werd door hem in Nederland ook geplaatst in een latere datum, zoals u deed met de Inlichtingendiensten. Maar die Nederlandse wetgeving dateert uit (dacht ik) 1861. Provo-activiteiten in Nederland vielen onder dezelfde wetsartikelen als in Indië. De leiders werden gelijkluidend vervolgd als opruiing in Indië. Maar ja, rechtsvergelijking is een beetje obscuur vakgebied. Volgens uw onwetendheid “Gezwets, gekker kan het niet.” Die Provo-ontwikkeling is van grote betekenis geweest voor de opvattingen over binnenlands bestuur in Nederland, en de ontwikkeling van dat bestuur.
        “maar dan veegt hij onder het vloerkleed het brute koloniale militaire optreden na 1901” Hoezo? Heeft u de dissertatie van Mw. Locher-Scholte hierover gelezen? Kijk even hieronder mijn reactie op de heer Mertens. Het is altijd het ene doen en het andere niet laten. Dingen die aan elkaar vastzitten.

      • Peter van den Broek zegt:

        Over ethische politiek verschil ik mijlen van dhr Somers, toevallig staat de dissertatie van Mevr. Locher-Scholte in mijn. EXCEL-bestand, ik vat haar artikel samen (ligt al kant en klaar:

        Mevr. Locher-Scholten verstaat in eerste instantie onder Ethische politiek: het beleid gericht op het onder reëel Nederlands gezag brengen van de gehele Indonesische archipel en op de ontwikkeling van land en volk van dit gebied in de richting van ZELFBESTUUR onder NEDERLANDSE leiding en naar Westers model m.a.w. Nederland zou Indie moeten opvoeden en ontwikkelen als een VOOGD het hem toevertrouwde kind totdat het op eigen benen kon staan. Deze verregaande vorm van zelfbevrediging ging er bij koloniaal Nederland toentertijd als koek in.

        Onderliggende gedachte bij de Ethische politiek is dat het “bruine ras” niet in staat wordt geacht om voor zichzelf te zorgen, waardoor de NOODZAAK ontstaat dat het “blanke ras” het “bruine ras” opvoedt. Daaruit volgt de RECHTVAARDIGING van de uitsluiting van de inlandse bevolking” in de politieke besluitvormingsprocessen (de Volksraad was en bleef een consultatieve Raad) en de opvoedkundige plicht van de blank leidt tot RECHTVAARDIGING van een autocratisch Nederlands bewind van de koloniën, want dat was uiteindelijk het bewind van een Gouverneur-Generaal. Eigenlijk veranderde er niets , behalve de vlag die de lading dekt.

        Wellicht was de ethische politiek zoals in het begin van mijn reactie beschreven als overkoepelend begrip dat beleid dwz continuïteit uitstraalde maar mevrouw Locher-Scholten geeft ook aan dat de Ethische politiek veranderde in en door haar nieuw begrip: Conservatieve Ethische Politiek, dat na ± 1920 het beleid ging bepalen.

        Einddoel van de Conservatieve Ethische Politiek is ‘HERVORMING in westers-Europese richting, zij het in “geleidelijker tempo” en meer op “Indonesische wortels” geënt’ .
        Tijdstip van de algehele ontvoogding als evolutionair begrip zag men toentertijd heel ver in de toekomst zie, wat er feitelijk gebeurde met de petitie Soetardjo, rede van Koningin Wilhelmina over het Atlantisch handvest etc

        In al haar artikelen, zoals de titel van haar boek ook tot uitdrukking brengt, staat de Nederlander , zijn denken en doen, centraal; niet de Indonesiër.
        Maar dat was ook deze CONSERVATIEVE Ethische politiek, niet als oorzaak van de ontwikkelingen in Ned. indie maar Ethische als reactie op die ontwikkelingen. Opkomend nationalisme in die tijd was niet gefundeerd op een Ethische politiek van de koloniale machten!!!! Hier mag oorzaak en aanleiding wel uit elkaar gehouden worden.

      • Peter van den Broek zegt:

        INLICHTINGENDIENSTEN
        Ik weet niet waar die verhaaltjes van dhr Somers over de Inlichtingendiensten vandaan komen maar de Geschiedenis voor fijnproevers is als volgt:
        De GS III of Generale Staf III werd vòòr WO1 opgericht en bestond uit de volgende onderdelen
        • GS IIIA – inlichtingen over het buitenland
        • GS IIIB – inlichtingen over het binnenland
        • GS IIIC – contraspionage
        De Nederlandse regering besloot in 1919 dat een Binnenlands veiligheidsapparaat als niet-militair onderdeel gewenst was en bracht GS IIIB onder verantwoordelijkheid van de Minister van Binnenlandse Zaken en kreeg de naam van Centrale Inlichtingendienst CID.

        EXORBITANTE RECHTEN voor het VWO:
        Exorbitante Rechten lees ik in begrijpelijke en kundige taal uit mijn Geschiedenisschriftje van de Middelbare school.
        Exorbitante rechten : aanwijzing van een bepaalde verblijfplaats binnen de kolonie of “interne verbanning” of internering was een BESTUURLIJKE maatregel voor FEITELIJKE vrijheidsberoving (terrein van het Strafrecht) waartegen geen beroep mogelijk , het in het strafrecht beschikbare rechtsmiddelen waren hier niet van toepassing. Vandaar het bijvoeglijk naamwoord exorbitant.
        Iemand moet mij maar uitleggen wat de exorbitante rechten toentertijd in Nederland waren!!! Algemeen Kiesrecht voor vrouwen???

        Dat is toch anders dan het wetenschappelijk gezwets van Kleintjes, wie is die man!!!, die gaat op de materie in vanuit een zuiver juridisch en bestuurlijk perspectief. Wel stelt hij dat “Al mogen deze maatregelen rechtskundig geen strafoplegging bevatten, de tenuitvoerlegging daarvan wordt door den getroffene wegens de vernietiging zijner bestaansmiddelen en de verwijdering uit zijn omgeving wel degelijk als een straf, en vaak als een zeer zware straf, gevoeld.” Waarbij nog komt dat een rechtmatige straf eindig is in de tijd, een maatregel als deze echter in beginsel niet.
        Als het geen straf is, wat is het dan? Die maatregel was toch tegen iets gericht? Boven-Digoel was zeker een vakantiekamp in een gezonde omgeving in een zeer rustig en afgelegen gebied. Het gaat hier toch over Geschiedenis, over de feiten en niet het label dat een conservatieven koloniale jurist ophangt aan een maatregel? Volgens mij is hier iemand volledig de weg kwijt in het bos waar geen bomen staan.

      • RLMertens zegt:

        @JASomers;’onder reëel gezag brengen etc.’- Dat werd vertaald in onderwerping van bestaande vorsten dommen, sultanaten etc.. Zij die hieraan ‘meewerkten’/ Nederlands gezag erkenden kwamen op de loonschaal van het gouvernement. De ´kwaadwilligen´werden per straf expeditie tot de orde geroepen! Pacificatie heette het; vrede brengen; orde en rust! Met list en bedrog kwam geheel Indië tot stand. De ‘ere schuld moest worden afgelost, Vanaf dat moment gold ; de inlander te verheffen. Te verheffen van inheemse tot een 3e rangs burger! * ethisch etc.’- Kreeg een negatieve(!) betekenis; toen de inlander zich uitte om verheven te worden tot die zelfstandigheid! * ‘uitmondde in land verraad’ (?)- Van de inlander aan zijn eigen geboortegrond? Een prove van ‘ontwikkelingen’ in het bestuursvorm van Indië! ‘Eerst linksom, daarna desnoods rechtsom! -Wat is er eigenlljk afgelost?

      • Jan A, Somers zegt:

        “bestond er zoiets als GSIII, een militaire inlichtigendienst, maar dat is iets voor fijnproevers.” Ik begrijp dat ‘zoiets’ niet. En een fijnproever hoef je niet te zijn, gewoon lezen.
        “waar die verhaaltjes van dhr Somers over de Inlichtingendiensten vandaan komen” Ergens uit mijn achterhoofd als relikwie van een inleidende cursus SMID Harderwijk, heel verschrikkelijk erg lang geleden. Gelukkig niet zo belangrijk! Ik nam aan dat u alles al wist als officier met historische kennis. Zoals ik hiervoor had geschreven was die GSIII in 1913 gesticht. Gewoon als derde sectie van de Generale Staf, maar ook voor politieke inlichtingen. Die nummering is zoals u weet gebruikelijk bij alle staven in de militaire organisatie, alleen is de nummering veranderd. In mijn tijd had je bij mijn onderdeel
        s1, administratie en bureau van de commandant en plv. commandant (denk aan departement van algemene zaken van de minister president),
        s2, inlichtingen, (was in 1913 III)
        s3, operatiën en vuurregeling, ik was s3 + toegevoegd s3 ineen,
        s4, ondersteunende diensten zoals motortransportafdeling, catering, medisch dienst, foerier enz.
        Heel oude officieren vonden die overgang van Romeinse nummering naar Arabische niet zo goed, het riekte nu naar de ABOHZIS, en daarin was bijvoorbeeld s3 niet zo best. Maar ik had dan als weerwoord dat s met meer dan 1 als kwalificatie in de krijgsmacht niet voorkwam.
        Zoals ik eerder ook al geschreven, dat de politieke inlichtingen bij de sabeldieren werden weggehaald en omgevormd tot Centrale InlichtingenDienst in 1919. (archieven zijn in mei 1940 vernietigd!).
        Niks fijnproevers dus. Sorry dat ik BVD gebruikte in vooroorlogse terminologie. De BVD is de enige dienst die ik ken vanwege bemoeienis met mijn Zeeuws meisje. Maar dat had u kunnen begrijpen aangezien die BVD de opvolger is van de vooroorlogse CID. Het wordt een beetje laat, misschien ga ik een volgende keer met mijn prietpraat verder.

  17. Peter van den Broek zegt:

    Citaat I4E van 17 Okt 2018 …..Maar was het dagelijks leven “globaal genomen” voor de meeste Indonesiërs door toedoen van Nederlandse machthebbers zo “verderfelijk/ellendig” ?

    Verderfelijk of ellendig?

    Neem nou de plantagemaatschappij waar in een wild-west-sfeer de volstrekt rechteloze contractarbeiders werden geknecht en uitgebuit. Reggie Baay schreef in ‘Daar werd wat gruwelijks verricht’ over de slavernij in Nederlands-Indië. Een donkere, nog grotendeels verzwegen bladzijde uit de Nederlandse geschiedenis.

    In het KNIL-leger waren er verschillen tussen Europeanen en “Inlander”s.
    Zoals het verschil in salarissen en promotiekansen tussen het inlandse en Nederlands, Indo-Europese militairen in de rang van onder-officier en manschappen.
    Inlands KNIl-militairen kreeg niet alleen minder soldij dan Nederlands militairen, maar ook in de inlandse groep waren er verschillen Molukkers werden beter betaald dan ander “inheemse” bevolkingsgroepen.

    Maar zie ook bij de gouvernementele organisaties waarbij de inbreng van de Inlandse bevolking v.n.l. beperkt was tot de lagere rangen en met minder salaris voor vergelijkbare functies.

    Daarnaast was enig kritiek op het Gouvernement totaal uitgesloten, zie persbreidel ordonnantie van 1931.

    Dat was het dagelijks leven van de Indonesiërs in de praktijk, dat gevoel van ongelijkheid en inferioriteit, waar de koloniale maatschappij op gebaseerd was.

    • Jan A, Somers zegt:

      “rechteloze contractarbeiders werden geknecht en uitgebuit. Reggie Baay schreef in ‘Daar werd wat gruwelijks verricht’ over de slavernij.” Volgens mij twee verschillende zaken?

      • Peter van den Broek zegt:

        Hoezo, waarom is contractarbeid anders dan slavenarbeid in die tijd. Verklaar U nader?

      • Paul Vermaes zegt:

        Geachte Jan A, Somers,
        @contractarbeid en slavernij twee verschillende zaken…
        Ik voel met u mee, zoals ik onze Surinaamse medeburgers heb mogen leren kennen. Indiërs en Javanen kijken anders tegen hun verleden aan dan Creolen (ik hoop dat ik dit woord nog mag gebruiken) heb ik de indruk.
        Paul Vermaes

      • Peter van den Broek zegt:

        Twee verschillende zaken? Hoezo? Slaven of contractarbeiders in het voormalig Nederlands Indie zijn twee kanten van dezelfde medaille.

        Voor Indië trad de wetgeving op afschaffing van de slavernij in op 1 januari 1860. Tot in 1902 waren er echter nog duizenden officieel geregistreerde slaven op Lombok, Sumatra, Bali en andere eilanden.
        Voorzover het geen slavernij meer werd genoemd kwamen er het “Cultuurstelsel” en de “Koeliecontracten” voor in de plaats die volgens Baay het Indonesisch personeel hetzelfde behandelden, dus in wezen de slavernij continueerden.
        Zogenaamd bevrijde slaven bleven in werkelijkheid voor hun vroegere eigenaars werken om hun ‘schulden’ af te betalen. Toen de kolonie Nederlands-Indië in 1948 ophield te bestaan, bleken duizenden autochtone inwoners nog als schuldslaven te werken in zogeheten ‘pandelingschap’ of in ‘contractarbeid’.
        Pandelingschap houdt in dat iemand die zich voor een schuld persoonlijk verbindt en daarvoor moet werken bij de schuldeiser of bij degen aan wie de schuldeiser het recht heeft overgedaan. Er werd grof misbruik gemaakt waarbij de eiser verwaarloosde het werk in mindering van de schuld te brengen en dat de schuld van de vader op de kinderen overging, zodat hele gezinnen afhankelijk werden van de schuldeiser. Zolang de pandeling of schuldenaar op zijn eigen eiland bleef, was de situatie houdbaar, maar dat veranderde toen het een gewoonte werd de schuldenaar naar andere eilanden te vervoeren.

        De Nederlandse (Indische) regering maakte zich tot diep in de 20ste eeuw nog altijd schuldig maakte aan het toedekken van kwalijke praktijken van slavenhouders.
        Reggy Baay haalt een voorbeeld aan:
         “… aan de vooravond van het vertrek van Nederland als koloniale mogendheid uit Indonesië, op 31 juli 1948, maakt De Locomotief (een lokale krant) melding van het feit dat zojuist de Javaan Mohamad Midjan zijn lijfeigenen Mawar, Anna en Salina, oud 65, 32 en 31 jaren, uit den band der slavernij heeft ontslagen

        Dat was dus Ethische politiek, “Tempo Doeloe,ook een mooie tijd” en voor de Indonesiers de gewone dingen van die dag, die nooit voorbijgaan.

  18. Paul Vermaes zegt:

    Geachte Peter van den Broek,
    @In het KNIL-leger..etc.
    Misschien bezijden het onderwerp van de ongelijkheid en inferioriteit, zou ik graag mijn indruk aan u willen voorleggen over de Indo in het KNIL.
    Rechtens was de Indo gewoon een Nederlander net zoals een Belanda Totok. Net als overal ter wereld kreeg een Nederlandse jongen al een dienstplicht oproep op zijn 18de jaar om zich op een zekere dag naar de keuring te gaan. Werd hij goedgekeurd, dan kreeg hij een oproep voor de dienstplicht als hij 19 jaar is. In Nederlands-Indië duurde die eerste militaire training veel korter dan de 18 maanden hier in Nederland in de jaren 50 en 60. Daarna was de Indo (i.c. Nederlander) in Nederlands-Indië oproepbaar als reservist. De Indo had weinig zin om beroeps KNIL-militair te worden. Er waren veel leukere baantjes te krijgen in de burgermaatschappij, machinist bij de spoorwegen of op de vaart, chemiker op suikerfabrieken. Technische functies op fabrieken, functies bij de openbare werken, etc. Net als hier in Nederland: wie wil beroepsmilitair worden?
    Bij de mobilisatie van het KNIL in 1941 werden alle reservisten van 22 tot en met 40 opgeroepen als landstormer. Zij werden ook als krijgsgevangene door de Jappen geïnterneerd als KNIL-militair.
    Toen het KNIL in 1945 zich ging hergroeperen voor de strijd in Indonesië, recruteerden het KNIL de bevrijde krijgsgevangenen in Bangkok en Manilla. Daarom hebben zovele Indo’s in het KNIL meegevochten in de Merdeka-oorlog.
    Klopt deze indruk?
    Paul Vermaes.

  19. Peter van den Broek zegt:

    Geachte Paul Maas,

    Indo in het KNIL!!!! Uw vraag benader ik vanuit een andere dan gebruikelijk Indo- perspectief. Het zijn wat veronderstellingen, die ik nog niet uitputtend heb getoetst

    Vaak wordt beweerd dat Indo’s in Nederlands Indie niet in de hogere rangen en standen voorkomen. Dat was niet het geval en dan komt men met het voorbeeld van Luitenant-Generaal Berenschot, bevelhebber-KNIL, die vòòr de oorlog bij een vliegtuigongeluk om het leven kwam. Hij was weliswaar Indo, maar zijn vader was wel een KNIL-luitenant-kolonel, èèn van de weinige hoofdofficieren bij de KNIL. Net zoals bij “Katjongs in Colditz” (tentoonstelling in Bronbeek) , cadetten van de KMA , uit Nederlands waarvan een aanmerkelijk deel Indo was. Ik heb at random de achtergrond van wat van die Indo-cadetten nagetrokken en het is opvallend dat de meesten uit een Officiersmilieu komen. Maar dat kwam niet alleen bij het KNIL voor. Neem H.J. van Mook of Admiraal Helfrich, beiden geboren in Indie. H.J. van Mooks’ vader was inspecteur van het onderwijs en wethouder van Soerabaja. Helfrichs’ vader was officier van gezondheid en hoofd van een ziekenhuis in Batavia.

    Anderen spreken van Grote en Kleine Boeng. De kleine Boeng had in die maatschappij veel minder mogelijkheden en sociale vaardigheden. Het KNIL was voor de Indo, de kleine Boeng ,naast het Gouvernement één van de beperkte mogelijkheden om vooral in de lagere rangen op te klimmen.
    Dat was het dagelijks leven in de praktijk van de kleine Boeng, de Indo dat gevoel van ongelijkheid en inferioriteit, waar de koloniale maatschappij op gebaseerd was.

    Ik trek daaruit de voorlopige conclusie dat het Indo-zijn niet bepalend is, maar meer uit de Rang & Stand in Nederlands Indie. De sociale mobiliteit in Nederlands Indie was gering tot nihil, iemand die voor een dubbeltje was geboren, wordt nooit een kwartje Nederlands-Indie was om met Van der Doel te spreken een door en door gesegregeerde maatschappij.

    NIOD-onderzoeker Herman Keppy , die de tentoonstelling “Katjang in Colditz” heeft voorbereid, geeft aan dat de cadetten uit “normale” Indische families komen. Hij hecht geen aandacht aan de context d.w.z. de Rangen & Standen o zo kenmerkend voor de Indische koloniale maatschappij, dat is wel een ernstig gemis voor een historicus van zijn niveau. Maar hetzelfde kan ik ook van Kester Freriks zeggen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s