Een land met toekomst

De landbouwkolonisatie Metro in Lampong

De bevolkingsdruk op Java, in combinatie met een algehele economische malaise, noodzaakte het gouvernement een kolonisatieprogramma op te zetten. Ingezet aan het eind van de jaren ’20, werd het programma verder uitgebouwd in de jaren ’30. De grootste kolonisatietransporten vertrokken naar de nabijgelegen Lampongse Districten op de zuidpunt van Sumatra.

Douane in Oosthaven

De belangrijkste kolonisaties in het Lampongsche vonden plaats onder het bestuur van twee residenten: F.J. Junius (1930-1933) en H.R. Rookmaker (1933-1937). Beiden werden daarvoor uiteindelijk bij hun afscheid door de lokale bevolking bedankt met een stoffelijk aandenken. Junius kreeg een naar hem genoemde bank in Telokbetong, Rookmaker een herdenkingszuil in de kolonisatie Metro.

Overbodig te vermelden dat niet zíj degenen waren die de spade in de grond staken en het oerbos voor bewoning gereedmaakten, maar toch: hun rol was verre van onbelangrijk. Zij waren degenen die een wat slaperig gewest nieuw leven inbliezen door de kolonistentransporten te organiseren, voorbereidingen te treffen voor de werkzaamheden van landmeters en waterstaatsingenieurs, richtlijnen verstrekten voor de houtkap, nieuwe wegen openden, Javaanse ambtenaren verwelkomden om hen te wijzen op de voordelen van de projecten etc. etc.. Meer dan een dagtaak, en het succes van hun arbeid was van levensbelang voor het welslagen van kolonisatieprojecten elders.

Onder het bestuur van resident Junius was Gedong Tataän, de eerste grote kolonie, tot stand gekomen. In deze kolonie ten noordwesten van Telokbetong zou uiteindelijk een 40 duizend nieuwe bewoners hun toekomst vinden. In 1932 werd geconcludeerd dat de grenzen van de groei in zicht waren. 

Het Nieuws van den Dag: ‘Het is bekend, dat de bevolking van de Javaanse landbouwkolonie bij Gedong Tataän in de Lampongsche Districten gedurende de laatste maanden sterk toenam als gevolg van de krachtige propaganda, welke ambtenaren van de Agrarische Inspectie speciaal in de overbevolkte streken van Midden-Java voor de emigratie naar Sumatra hebben gevoerd, en waarvan het effect natuurlijk niet weinig werd gestimuleerd door de economische nood van de desa bevolking.
Het terrein van Gedong Tataän, dat slechts een oppervlakte heeft van 17.000 bouw sawah (een bouw is 7096 m2-JP), biedt echter geen plaats meer aan nieuwe emigranten. (…) Men heeft nu een nieuw kolonisatieterrein ontdekt in de Afdeling Soekadana, dat zonder uitvoering van kostbare irrigatiewerken niet minder dan 40.000 bouw sawah kan opleveren.
Het oerbos, waarmede dit uitgestrekte gebied bedekt is, werd op enkele plaatsen reeds open gekapt, en met de ontginning van de maagdelijke grond werd intussen reeds een begin gemaakt. (…) Naar wij vernemen, wil men het grondbezit hier in ruimer mate toekennen dan tot heden gebruikelijk was. Elke kolonist krijgt, behalve zijn woonerf, twee bouw sawah; een oppervlak, dat te groot is om alleen door het gezin van de landbouwer te worden bewerkt. De uitgifte van percelen wordt opzettelijk zo ruim genomen om de kolonist voor de noodzakelijkheid te plaatsen tot het aanvragen van hulpkrachten, want op deze wijze wordt de landbouwkolonisatie vrijwel automatisch gestimuleerd.’

Het oerbos wordt gekapt

Kosten

De kosten waren gering. Eerdere kolonisatieprojecten op Sumatra waren kostbaar gebleken, die van Soekadana vielen daarbij in het niet. Omdat hier sprake was van niet op naam gesteld oerbos, kon de overheid het land wegschenken zonder enige consequenties voor de eigen financiën. Wél diende uiteindelijk een irrigatie-netwerk te worden aangelegd dat (bij veel zelfwerkzaamheid van de kolonisten) ongeveer een half miljoen gulden zou kosten, maar dan nóg bleef het alles goedkoop. De boodschap aan de kolonisten in spé luidde: ‘de overheid betaalt het transport en schenkt de grond; het overige regelen jullie zelf.’

Zó eenduidig was het echter nu ook weer niet. De kolonisten kwamen berooid aan, en moesten hard aan het werk vóór ze de konden oogsten. Om ze de eerste jaren door te laten komen, gaf de overheid op verschillende zaken steun: ‘Tot hij kan oogsten, krijgt de kolonist de bawon, het padi-loon. Van belasting is hij drie jaar vrijgesteld, de desalasten gaan onmiddellijk in. Van wat hij het eerste jaar verdient, betaalt hij de kleine voorschotten terug: voor bijl, golok en prioek. De honderd stuks atap voor dakbedekking van zijn eerste huisje zijn hem geschonken en het andere materiaal voor de bouw kapt hij zelf. Als schuld resteren dan de uitzendkosten van f. 12,50 die in drie jaar worden voldaan. Daarna is de kolonist, die mager en ondervoed zich een nieuw vaderland zoekt, een landbouwer met ruim voldoende grond voor zijn onderhoud, vrij van schulden en met de goudgele padi opgetast in zijn schuur.’

De aankomst

Als we naar de foto´s kijken die cameraman Jan van der Kolk maakte tijdens het filmen van Tanah Sabrang, in 1938, dan zien we aan boord van het transportschip Van Riebeeck bezorgde, bijna angstige gezichten. Bij de ontscheping in Oosthaven kan er echter alweer worden gelachten. Wat opvalt is dat alle kolonisten, zonder uitzondering, op blote voeten lopen, en dat het gezag dat hen verwelkomt, lokale ambtenaren en KNIL-ers, goed geschoeid is. Er wordt een enorme hoeveelheid barang meegenomen; bijna iedereen draagt kippen.

Die aankomst in Oosthaven laat zich verder kenmerken door een medisch onderzoek en een gang langs de douane. Ieder gezinshoofd krijgt hier een rond schildje met een transportnummer, dat hij geacht wordt rond zijn nek te dragen. Een trein brengt het hele transport verder naar Telokbetong, waar wordt overgestapt op bussen en vrachtauto´s. Nog dezelfde dag arriveert de groep in Soekadana.

Metro

Als we van de landbouwkolonisatie Soekadana spreken, dan hebben we het in de meeste gevallen over Metro. De kolonisatie in deze hoofdplaats, begonnen in 1932, had al snel ruimtegebrek en betrok daarom rond 1935 nieuwe terreinen meer naar het zuidwesten. Het was een geheel nieuw gebied, nog volledig onontgonnen. Een jaar later, in november 1936, schreef de Sumatra Post: ‘Midden in het ontzaglijke oerbos is thans reeds een centrum gevormd dat ‘Metro’ is gedoopt, met een passangrahan in Zwitserse stijl aan de aloon aloon, die zelf nog midden in het bos ligt. Over een paar maanden zal dit centrum al worden omringd door Javaanse huizen welke momenteel nog maar hutjes zijn een onderdak voor al deze pioniersgezinnen. Geleidelijk kan, wanneer de eerste ruwe grondbewerking achter de rug is, meer aandacht aan de behuizing worden geschonken zodat over een jaar of anderhalf een echt Javaans centrum in dit stukje Sumatra zal ontstaan. Ruimte is er nog voor velen: het beschikbare gebied heeft een capaciteit van ongeveer 100 tot 150.000 zielen, terwijl er thans nog maar 11 à 12.000 zijn.’

Chinese toko´s

Over de naam Metro, die nogal wonderlijk aandoet in deze omgeving, scheef journalist W.A. van Goudoever een jaar later: ‘Over honderd jaar zal er een geleerd ambtenaar met een diepgaande kennis van oud-Javaans en een hobby voor namen opstaan. Hij zal de blik, alsmede een dienstreis, richten op Zuid-Sumatra en bij de achterkleinkinderen van de Soekadana-kolonisten een onderzoek instellen naar de naam Metro, hun hoofdplaats. Hij zal er (…) vermoedelijk patjols en pikhouwelen bijhalen om de grond zijn geheim te ontfutselen, en vele theorieën opstellen die geen archief zal tegenspreken, omdat de rajaps hun werk grondig plegen te verrichten. Dan zal een nazaat van resident Rookmaker er van horen en de geleerde ontnuchteren: het was zomaar een grappige inval van m’n overgrootvader zaliger, en de rapporten en theorieën zullen worden bijgezet in het verzamelgraf van vele andere rapporten en theorieën. De ambtenaar, teleurgesteld en verontwaardigd over zoveel lichtvaardigheid, zal het hoofd schudden, – dat kòn zo maar in 1937!’

Als we dit verhaal mogen geloven (en waarom niet?), was het dus een verzinsel van resident H.R. Rookmaker, die in deze nederzetting een nieuwe Metropolis zag, een aan de Griekse beschaving ontleende ‘oerstad’, van waaruit het nieuwe land werd ontgonnen.

De meest gangbare Indonesische verklaring voor de naam is echter een andere. Het zou een verbastering zijn van het Javaanse woord voor ‘vriend’.

De opbouw 

We kunnen het ons nauwelijks voorstellen hoe hard hier moet zijn gewerkt in die beginjaren. De film Tanah Sabrang en de foto´s gemaakt door Jan van der Kolk in 1938 tonen geen werktuigen als zagen, en ook geen karbouwen om het hout weg te slepen. Werd dit enorme oerbos dan geveld met parangs? En wat gebeurde met al dat hout? Verbrand?

Als we naar de beelden van 1938 kijken, dan zien we dat in twee à drie jaar tijd een heel stadje uit de grond was verrezen, met een keur aan voorzieningen: een markt, winkels, een ziekenhuis, een moskee, een school en postkantoor. Het centrum werd – net als op Java – gevormd door een enorme aloon aloon, en het huis van de assistent-wedono.

Het allerbelangrijkste echter: de grond was rijk, en gaf terug wat het was ontnomen. De eerste oogsten waren overvloedig, en moeten de kolonisten hun twijfels over het verhuizen hebben weggenomen.

Grassnijden met de parang op Aloon-aloon. Op de achtergrond het gedenkteken voor resident Rookmaker.

Gedenktekens

Tijd voor bezinning. Voor de afscheidnemende resident Rookmaker werd hier dus in juni 1937 een gedenkteken opgericht. Het Bataviaasch Nieuwsblad: ‘Woensdag jl. is de gedenkzuil ter herdenking van het succesvolle kolonisatiewerk van de resident Rookmaker plechtig onthuld te Metro; de hoofdplaats en het centrum van de Soekadana-kolonisatie. Het gedenkteken is opgericht door alle bevolkingsgroepen in de Lampongsche Districten. Een comité bestaande uit 22 leden van verschillende landaarden en betrekkingen is er in geslaagd binnen een zeer kort tijdsbestek een zuil van 4 meter hoogte tot stand te brengen met gouden opschrift in marmer gebeiteld aan de voorkant, luidende: Ter herdenking aan het succesvolle kolonisatiewerk van den resident H. R. Rookmaaker, 1933 – 1937, terwijl aan de achterkant hetzelfde opschrift staat te lezen, doch in het Javaans.’

De onthulling, zoals gebruikelijk bij dit soort gelegenheden, had een sterk Nederlands karakter, d.w.z. met tientallen Europese genodigden uit Telokbetong, een KNIL-detachement en het Wilhelmus. Toch waren er ook verschillende toespraken van de inheemse vertegenwoordigers, en werd de bevolking een slametan aangeboden.

Het Tropenmuseum beheert een foto van nog een ander aan deze kolonisatie gerelateerd gedenkteken. Op een wegmarkering, ergens (bij de uitvalweg van Telokbetong naar het noorden?) werd een herdenkingstekst aangebracht: ‘Langs deze weg trokken op 3 april 1935 de eerste Javaansche kolonisten’, met daarboven een pijl en de aanduiding (afstand tot Soekadana?) 51 KM.

Geen van beide gedenktekens heeft het overleefd. Maar ja, past dat niet een beetje bij het karakter van de eerste bewoners?

Het is de toekomst, die telt. Toch?

x

Bronnen
Het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië, 15 april 1932
Sumatra Post, november 1936
Bataviaasch Nieuwsblad, 12 juni 1937
Indische Courant, 15 juni 1937
H.C. Zentgraaff en W.A. van Goudoever, Sumatraantjes. ´s-Gravenhage, 1947.

x

Dit bericht werd geplaatst in 9. Java Post. Bookmark de permalink .

40 reacties op Een land met toekomst

  1. Wal Suparmo zegt:

    Ongeveer 25 miljoen Javaanen en Sundanesen zijn naar Sumatra/Lampung overgeplaats( getransmigreerd) maar ook ongeveer 31 miljoen Sumatranen ziin naar Java gegaan ook voor hun bordje reist.

    • R Geenen zegt:

      @Ongeveer 25 miljoen Javaanen en Sundanesen zijn naar Sumatra/Lampung overgeplaats.@

      Betekend dat onvrijwillig?

      • Bill Zitman zegt:

        Ron, het transmigratie program is altijd vrijwillig geweest….weliswaar met (te) mooie propaganda. Het program is onder Widodo een paar jaar geleden gestopt.

      • R Geenen zegt:

        @Het program is onder Widodo een paar jaar geleden gestopt.@

        Van mijn moeder heb ik vroeger altijd gehoord, dat speciaal de Javaan in de periode voor de oorlog, niet erg populair waren bij het Batak volk en vooral ook niet populair bij de Minangkabau stam op midden Sumatra.

    • Bill Zitman zegt:

      Wal, zit je weer te overdrijven?
      Based on 2010 census figures and ethnic prevalence, roughly 4.3 million transmigrants and their descendants live in North Sumatra, 200 thousand in West Sumatra, 1.4 million in Riau, almost a million in Jambi, 2.2 million in South Sumatra, 0.4 million in Bengkulu, 5.7 million in Lampung, 100 thousand in Bangka-Belitung, almost 400 thousand in Riau Islands, totaling some 15.5 million in Sumatra.
      Andersom (van Sumatra naar Java) is het aantal zo klein dat het niet ‘transmigratie’ genoemd wordt en officiële nummers zijn niet beschikbaar………tenzij je natuurlijk ergens een bron hebt om jouw 31 miljoen te verantwoorden. Laat het ons even weten……

  2. Maud Lebert zegt:

    Wat het aantal (miljoenen) betreft, ben ik nogal wat skeptisch. Bovendien heb ik nooit gehoord, dat zoveel Sumatranen naar Java zijn geëmigreerd. Waar hadden die dan in het al overbevolkte Java plaats gehad. Of waren ze seizoenarbeiders? In ieder geval heb ik bij een van mijn reizen door Sumatra een Javaanse Immigrant leren kennen,,een heel gewone tani, met wie ik over zijn immigratie kon spreken.Van ‘onvrijwilligheid’ was geen sprake. Het waren mensen die de mogelijkheid tot emigratie kregen met het vooruitzicht op een nieuw leven met een eigen stuk land, die dat graag aannamen om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. Zoals mijn zegsman mij vertelde, werd het stuk land dat ze kregen door de inwoners van de regio al beplant en verzorgd. Dat was om de integratie van de emigranten in de regio makkelijker te maken. Ze kregen voordat ze uit Java weggingen informatie over de regio en de mentaliteit van de inwoners. Zo werden ze ‘geintegreerd’. De moeilijkheid was, dat de Javanen aan hun eigen zeden en gewoontes vasthielden, die niet overeen kwamen met die van de bewoners van het land waar ze terecht kwamen. Dat kwam tot relletjes, zoals in Kalimantan ( voormalig Borneo), waar de Madurese immigranten met de lokale bevolking in konflikt kwamen, en zo ook in de Molukken. De schuld was officieel de religie , Maar het ging er vnl. om, dat de immigranten dikwijls door hard te werken een beter leven hadden dan de inwoners. Dat is hier in Europa niet anders.
    Overigens zijn het seizoen arbeiders uit Java die de padis in Bali bewerken,. Ze emigreren niet naar Bali, Maar werken er voor hun levensonderhoud..Zoals ook hier in Europa het geval is!
    Ik zal eens bij mijn kennissen in Java vragen wat ze daarover denken., vooral of ze weten waar zich deze Sumatranen op Java bevinden. Bovendien wààr, resp.uit welke regio, komen deze Sumatranen vandaan, zoals Wal Suparmo beweert. Sumatra is groot. Men kan niet zomaar over ‘Sumatranen’ spreken. Een Batak is anders dan een Minangkabauer,
    Ik hoop dat ik hiermede tot wat meer inzicht in de emigratie van Javanen naar buitengewesten heb geleverd.

  3. Jan A. Somers zegt:

    In Deli konden ze geen personeel uit Java krijgen, was geen belangstelling voor. Er werden toen contractkoelies uit China naar toe gehaald. Na afloop van het contract konden ze terug naar China, of blijven met die terugkosten in het handje. De meesten bleven en begonnen met dat geld een eigen zaakje.

  4. Maud Lebert zegt:

    Mhr. Somers, de discussie gaat hier over transmigratie en niet over contractkoelies. Bij transmigratie gaat de hele familie mee, contractkoelies gingen naar het buitenland om geld voor hun familie thuis te verdienen. Dat de Javaan destijds zich weigerde om een contractkoelie te zijn is te begrijpen omdat de condities zo slecht waren. Ze hadden het thuis al slecht genoeg.
    ‘de meesten bleven’, inderdaad, Maar dan alleen hun gebeente. Bent u ooit in Banten geweest? Daar staat, zoals men mij daar zei, de oudste chinese tempel op Java..De begraafplaats is iets heel bijzonders, want er liggen zoveel gebeentes van chinese koelies begraven, dat de kisten steeds dieper in de aarde zakken, omdat daar steeds meer kisten met gebeentes opgezet worden.Men kon de lijken niet verbranden, omdat men niet wist waar men de as heen moest sturen. De beenderen werden naar China uitgericht, opdat deze hun familie in China informaties en groeten konden toesturen. Want botten houden informaties in.
    ‘Na afloop van het contract’. De koelies waren meermaals gedwongen hun contract te verlengen, omdat ze voor hun levensonderhoud op de plantage schulden moesten maken,. Zo zaten ze er jaren vast. De ondernemers wisten wat ze deden., voor weinig geld kregen ze veel werk gedaan.
    ‘begonnen met dat geld een eigen zaakje’. Wer es glaubt, wird selig!

    • Jan A. Somers zegt:

      “de discussie gaat hier over transmigrati” Dat had ik al begrepen. Waar ik op inging is dat met al die inspanningen en kosten voor die transmigratie de ondernemingen in Deli toch niet aan arbeiders konden komen. Zij moesten Chinezen inhuren omdat er vanuit de mensen uit Java geen belangstelling was. Zo’n aanvulling is toch geen schande?

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘uit Java geen belangstelling was’ – Uit de Miljoenen uit Deli; mr.J.van den Brand: Deli Courant 1902; advertentie van Emigratie-, Verkoop- Commissiekantoor: Telegram adres Esas, Soerabaja ~Leveren: Flink, jong en gezond werkvolk. Zowel Madurezen, Javanen en Soendanezen als Chinezen voor Land- en Mijnbouw ondernemingen. Risico van desertie van boord voor onze rekening.~ Wij hebben met onze koeliezendingen het meeste succes en zijn bereid copie tevredenheidsbetuigingen te inzage op te zenden.

      • Jan A. Somers zegt:

        Dit is een reclame van een uitzendbureau(mensenhandelaren). Niet de werkelijke gebeurtenissen. Dat inhuren van Chinezen rechtstreeks uit China was niet zomaar een gril.

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘niet de werkelijke gebeurtenissen’ – Uit de Deli Courant 1-3-1899; ~Weggelopen.Een Javaan, genaamd Kassan met 1 vrouw en 2 kleine kinderen. Ouderdom 35 jaren, Lengte 161 cm. Kenteekenen; linkeroog blind.
        ~Om inlichting verzoeken A.Siemssen & Co., Post; Tebing Tinggi-Deli
        Waarom zou hij weggelopen zijn?

      • Jan A. Somers zegt:

        1899 was er nog geen transmigratie. Over mensen uit Java in Deli In de jaren dertig weet ik niet veel, maar de Chinezen in Deli liepen niet weg. Na afloop van hun contract konden ze overal in Indië een eigen toko beginnen met het geld dat oorspronkelijk voor hun terugreis naar China was bedoeld.

      • RLMertens zegt:

        JASomers; ‘Chinezen liepen niet weg’ – In Deli waren lijfstraffen, opsluiting en dwangarbeid aan de orde van de dag. Zoals opsluiting zonder voedsel en water, spitsroeden lopen, vastbinden in allerlei standen, twee weken(!) in de zon staan, onder water dompelen, met gebonden handen achter een paard voort treken, slaan met jeuk veroorzakende bladeren, bamboepennen onder de nagels slaan, het inwrijven van vrouwelijke geslachtsdelen met fijngewreven peper, ophanging van Chinese(!) koelies aan hun haar(staarten) tot doodknuppelen.

      • Jan A. Somers zegt:

        Gelukkig zijn de meeste Chinese koelies gewoon aan hun eigen toko ergens in Indië kunnen beginnen. Of een restaurant in Nederland. Net als de grootouders van onze kleinschoonzoon. Waarom zijn die Chinese koelies blijven komen? Wat de krant haalt is niet gewoon. Ook in Nederland is het veel leuker dan wat in de krant staat.

  5. Rene Donk zegt:

    De bevolking van het voormalige Nederlands Oost Indie waren tribal. Net als in Amerika onder de Indianen vele tribes zijn. Alhoewel de bevolking van streek naar streek verplaatsden ze bleven en blijven zichzelf naar hun geboorte tribal noemen. bv. de Oma van mijn ega kwam uit Bandoeng (Soenda) en tot haar dood bleef ze Soendanees en sprak Soendanees (met familie en huis genoten) terwijl ze toch ook heel goed Nederlands sprak with de Nederlandse bevolking. Neem ons zelf maar (en hier spreek ik in het algemeen). In Nederlands Oost Indie geboren. Ouders van gemengd ras. (Duits-Engels) krijgt al bij de geboorte te horen dat je Nederlander bent. Nu komt er een naam verandering in het land ter sprake het wordt herdoopt in Indonesie. Je krijgt een keus je wordt Indonesier of je moet het land uit. Zo de gemeente gaat het land uit (excodus 1949) naar zogenaamd “je moederland” (niet te vergissen met geboorte land). In Nederland aangekomen alhoewel blank van kleur (maar niet blond van haar en blauw van oog) wordt je vreemd aangekeken en opzij geschoven naar klas kambing. Ook al goed dan, deze persoon or personen na een tijdje alles aangezien te hebben in Nederland (yet still not senang) pakken hun rommeltje op en verhuizen naar Amerika. In Amerika vinden ze hun draai en zetten zich daar voorgoed. Nu wordt deze groep gequalificeerd als zijnde “Amerikanen”. Is that reality? Alleen in naam, maar in hart en gedachten blijven ze zichzelf “Indo” noemen. Sluiten zichzelf aan bij andere Indo groepen. Nu vraagt men zich af, is het alleen voor indentification om ergens thuis te horen? Zo denk ik dat het ook zo gaat met de tribal movement in Indonesie. Een Dajaker blijft een dajaker zo is het ook voor de Boeginezen, Timorezen, Ambonesen, Soendanezen Javanezen etc. Is er nu nog enig verschil in je geboorteplaats.Vaak hoor je het in gesprekken. Ben jij een Padanger or Bataviaan, Soerabayan, Malanger, Makasarees, Palembanger enzovoorts. Als je dat allemaal in een potje gooit ga je wel afvragen “Wie zijn wij eigenlijk” Waar worden wij in de Historie eigenlijk ingedeelt ? Anders dan je bent een INDO ROEWET. of een BLANDA KEPLESSET. Dat zou ik nu graag even willen weten.

    • RLMertens zegt:

      @ReneDonk; ‘ een Indo roewet’ – Waarom roewet? Een Zeeuw/Brabander/Drentenaar etc. zijn Nederlanders. Een Indo is een persoon uit (voormalig) Indië, maar is ook een Nederlander. En die Indo kan afkomstig zijn uit West Java, Madoera, Atjeh etc. Die Indo’s (uit welke streek dan ook), die in Indonesië zijn gebleven zijn Indonesiër geworden.
      Aanbevolen om te lezen/weten; Jean Gelman Taylor; The social world of Batavia; Eurasians(!) in Dutch Asia- The University of Wisconsin Press 1983-
      biblioreg.reg.ISBN 90-01-85200-9. In Nederland; Smeltkroes Batavia; Europeanen en Euroaziaten(!) in de Nederlandse vestigingen in Azië. uitg 1988. Emile Henssen/Wolters-Noordhoff, Groningen.
      Ooit in de jr.’88 op een Pasar Besar lezing, Den Haag door auteur Joop van den Berg (fotoboek Zo was Indië 1850-1950) besproken! -Nb. Een Australische/Amerikaanse die de Indo geschiedenis beschreef (!) en wiens boek op een pasar malam werd geïntroduceerd.

  6. Maud Lebert zegt:

    Bijlessen voor de hr. Somers. al ben ik mij ervan bewust dat het paarlen voor de zwijnen werpen is.
    .21.03. ”waar ik op inging is dat met al die inspanningen en kosten voor die transmigratie…”
    23.03. ” 1899 was er nog geen transmigratie”
    Transmigratie had niets met de contractkoelies te maken. Bovendien begon de transmigratie naar Sumatra al in de jaren 20 en 30. Lees de inleiding van het bovenstaand artikel.
    Maar de contractkoelies waren niet alleen in Indië Maar overal in Azie waar goedkope arbeid gevraagd werd. Chinese coelies waren goedkoop. Maar zij moesten de reis aan de onderneming waar zij hun eerste contract maakten terug betalen. Na beeindiging van het contract stond het iedere contractant vrij om ander werk te doen. Het moest niet bepaald een toko zijn. De Javaanse contractanden gingen niet terug naar Java, want ze waren gekomen om geld te verdienen,(zoals alle contractkoelies) Maar gingen van de ene onderneming naar de andere. De Chinesen hadden daar grote moeite mee, want hun vrije tijd brachten ze met dobbelen door. Zo ontstonden hoge speelschulden, vooral omdat ze steeds van de onderneming voorschot op hun loon vroegen. die moesten ze ‘afwerken’.
    In 1880 werd de Poenale Sanctie vastgelegd in de zogeheten ‘Koelie-ordonnantie’. Deze ordonanntie gaf de planters in de buitengewesten het recht om op te treden als politie en rechter bij ‘luiheid, belediging of het weglopen van de plantage’. (zie de beschrijving van de bestraffingen van de Hr. Mertens). Bij weglopen werden de Chinesen doodgeschoten. (zie Sumatra Post 14.10 1902) Dat behoorde tot de ‘vrijheden’ van de Poenale Sanctie.
    Waarom denkt u, dat in het door u zo geheten PR papier van de Deli courant 1902 (zie 21.03 Hr. Mertens) ‘Risico van desertie van boord voor onze rekening’ is?
    In 1902 schreef de Nederlander Henri van Kol een bericht over de toestand van chinese koelies op Sumatra, o.a.”they filled the hospitals, and the mortality among them was high. Some of them had to be deported because of ‘bestial situations’.”
    25.3 “waarom zijn de chinese koelies blijiven komen?”
    Even nadenken mhr. Somers. Kunt u zich voorstellen dat er op deze wereld mensen waren (en zijn), die hun land moesten verlaten, omdat ze thuis geen geld konden verdienen en dus niet in hun levensonderhoud en van hun familie konden voorzien? De chinees nam elk baantje aan dat geld kon opbrengen. Chinesen waren er daarom overal. Ook in Nederland. Men heeft hen uitgenut.
    Prachtig verhaaltje over uw familie. Maar ook hier moet ik opmerken, dat u schijnt het niet weet, dat er chinese ‘traders’ waren (waartoe genoemde familie waarschijnlijk behoort) en de ‘contractkoelies, die niet zoals u schrijft:
    ‘Gelukkig zijn de meeste chinese koelies gewoon aan hun eigen tokos ergens in Indië kunnen beginnen’.
    Heeft U niet gelezen, wat ik op 21.03 geschreven heb? Ik herhaal. Ik was in Banten op de oudste chinese begraafplaats, heb met eigen ogen de honderden kistjes met gebeentes van- zoals men mij zei- de anonyme contractkoelies gezien. Dààr mhr. Somers lagen al die Somerse Chinese tokohouders.
    Neemt u mij niet kwalijk dat ik u ongevraagd een raad geef. Verzint u aub geen verhaaltjes als u er niets van af weet alleen maar om iets op dit blog te kunnen schrijven. Bedankt!

    • Jan A. Somers zegt:

      “het paarlen voor de zwijnen werpen is.” Ik houd het maar op valse paarlen voor echte zwijnen (zoals ik).
      “Transmigratie had niets met de contractkoelies te maken. Bovendien begon de transmigratie naar Sumatra al in de jaren 20 en 30.” Dat had ik al geschreven: 1899 was er nog geen transmigratie.
      “Maar de contractkoelies waren niet alleen in Indië” Dat klopt, de contractkoelies in Deli werden oorspronkelijk ‘van de Maleise overwal’, Malakka, gehaald.
      “Het moest niet bepaald een toko zijn.” U bent al lang weg uit Nederland. In het spraakgebruik wordt met toko niet alleen een winkel geduid. Bij afwezigheid van mijn baas bij TNO paste ik op de toko, een onderzoekafdeling. Dat het niet altijd een winkel zou moeten zijn was gewone praktijk. Die Chinese bedrijven kunt u onder de noemer midden- en kleinbedrijf rangschikken. Naast detailhandel ook andere eenmans bedrijven zoals timmerman, loodgieter, metselaar, kleinlandbouw. Onze kapper in Soerabaja was een Chinees met grootouders uit Deli.
      “voorschot op hun loon vroegen. die moesten ze ‘afwerken’.” De gevluchte koelies vonden elkaar in gok- en smokkelsyndicaten welke door het gebrek aan gezag ook uitgroeiden tot eigen gewelddadige vrijstaatjes. Deli werd voor deze groepen ook te klein, velen verhuisden naar de kongsies Oost-Borneo. De Chinezen weigerden belasting te betalen en onderdrukten de inlandse bevolking; een groot aantal mijnwerkers had zich verenigd tot kleine republieken, kongsies, die werden beheerd door hoofden die zij zelf kozen. De kongsihuizen waren in staat van verdediging gebracht en werden langzamerhand geduchte versterkingen. Ze waren voortdurend met elkaar in oorlog geweest en hun macht nam dermate toe dat een botsing met de Nederlandse autoriteiten niet meer uit kon blijven. Het KNIL had er de handen vol aan. Maar ook in de Chinese wijk in Soerabaja waren sommige straten no-go-areas. Tijdens het Britse bewind hadden de Sikh-chauffeurs van onze ambulances altijd hun sten bij zich. Daarna kregen we bij onze ritten enkele keren politiebegeleiding. Niet altijd leuk, werd soms als provocerend ervaren.
      “werd de Poenale Sanctie vastgelegd in de zogeheten ‘Koelie-ordonnantie’.” Die rechtsregel had een bijzondere oorzaak. Het begon ermee dat door de vorsten gronden werden verhuurd die hen niet toebehoorden. Dit leidde in 1871 tot verzet van de Karo-Bataks die tabaksschuren in brand staken en aanplanten vernielden. Ook waren er geregeld invallen vanuit Atjeh. De snelle immigratie van grote aantallen buitenlanders in een gebied waar nauwelijks Nederlands bestuur aanwezig was, en waar de vorsten niet in staat waren of daartoe uitgerust waren om de orde te handhaven onder de nieuwkomers, dwong tot andere oplossingen. Deze werd gevonden in de Poenale Sanctie waarbij de planters strafbevoegdheid kregen. Op werkweigering en desertie stond straf. Vanwege het gebrek aan rechtelijke en politionele instanties werd het de planters toegestaan lijf- en geldstraffen toe te passen wanneer het contract niet werd nageleefd. Terugkijkend is dat natuurlijk duidelijk een niet rechtstatelijke oplossing van het gezagsvacuüm in de handen van planters, cowboys in een WildWestsetting waaronder overigens ook de Europese assistenten onder leden. Verre van een doofpot, behoorlijk beschreven. Er gebeurt zoveel narigheid in onze mensenwereld, gelukkig doen de meeste mensen normaal, en kunnen we het hebben over excessen.
      Bij een regeringsonderzoek in 1903 kwamen die misstanden aan het licht. De Chinezen werden geleidelijk aan vervangen door Javaanse migranten. In 1932 werd de Poenal Sanctie afgeschaft.
      Natuurlijk heb ik uw verhaal over die kistjes met gebeenten gelezen. Dat zouden best lichamelijke resten van contractkoelies kunnen zijn geweest. Die moesten na overlijden toch worden begraven? Maar dat zegt toch niets over slachtofferschap? Van de bersiapslachtoffers die ik heb mogen ruimen staan in het rapport van Itzig heine ook de foto’s van de opgravingen en herbegrafenis. Maar hier was ik wel getuige van slachtofferschap, maar schrijf er niet over. Dat was ook een akelige geschiedenis.
      “Verzint u aub geen verhaaltjes” Net zoals de meesten van ons, ook u, hebben we deze kennis niet van ons zelf. Zelf ben ik te rade gegaan bij o.m. Van Goor. Ik heb niet zo’n grote fantasie voor verzinsels. Maar dat wordt dan saai gevonden.

      • Maud Lebert zegt:

        Beste mhr. Somers.
        Mijn verontschuldigingen voor de eerste zin van mijn betoog van 25 maart.
        U had wel begrepen dat het hier over transmigratie gaat, maar wilde toch even uw verhaaltje kwijt. Dus is het tweede thema – door uw toedoen- ook nog contractarbeid geworden. Maar niet genoeg. Nu begint u over kongsies, syndicaten en nog meer. Mhr. Somers, het gaat niet over de geschiedenis van de Chinesen in Indië. Dat is een ander verhaal.
        U hoeft het (wan) gedrag van de Nederlandse planters heus niet te verdedigen. De poenale sanctie heeft alleen vastgelegd, wat in de praktijk al lang de regel was.. Het gedrag tegenover de koelies werd als ‘ruw’ beschreven en de contractarbeid mit slavernij gelijkgesteld.
        Ter herinnering, u was het, die beweerde dat Chinese contractkoelies een toko in Indië konden opzetten. Iets waarover ik niets weet maar ten zeerste betwijfel. De tijd van de contractkoelies is voltooid verleden tijd. Hoe komt u er plotseling bij van het thema Chinese tokos in Indië tot winkels in NL over te gaan? Was dat alleen maar opdat u weer een verhaaltje over uzelf kunt vertellen? In de verleden tijd noemde men winkels in NL die specerijen, tabak, koffie, suiker, etc. verkochten “kruidenierswinkels”. Dit mbt het spraakgebrjuik.
        U schrijft: ” u bent al lang weg uit Nederland”. Wat heeft dat hier te maken en bovendien gaat het u niets aan.
        U schrijft: ” Na de Chinesen kwam de Javaanse migratie.”
        U schijnt het nog steeds niet begrepen te hebben dat Chinese contractarbeid niets met Javaanse migratie te maken heeft.
        De transmigratie in de jaren 20 en 30 was niet zoals in latere jaren vrijwillig, Maar werd door de regering met geweld (!) doorgezet. Duizenden Javaanse tanis werden gedwongen naar Sumatra overgeplaatst. Dit door het feit dat in die tijd het nationalisme in het overbevolkte Java op goeden bodem viel. Deze migratie werd doorgevoerd,om verdere opstanden te voorkomen, die overigens door de NL bloedig waren neergeslagen.
        U schrijft: ” Net zoals de meesten van ons, ook u, hebben we deze kennis niet van onszelf”
        Heb ik ooit het tegendeel beweerd? Ik zeg mijn mening waar ik het belangrijk vind.
        U schrijft over de lichamelijke resten van de Chinese contractkoelies “Maar dat zegt niets over slachtofferschap”. Oh neen? Heeft u niet gelesen wat dhr. Mertens over de behandeling van de Chinese contractkoelies heeft geschreven? Of ontkent u het slachtofferschap van deze mensen, omdat ze alleen maar Chinesen zijn? Die waren n.l. in het spraakgebruik in NL “Chinesen en ander Asiatisch ongedierte”.
        Aangezien ongedierte geen slachtofferstatus kan hebben, dus Chinesen ook niet? Heeft u dat bedoeld?
        Ik hoop voor u mhr. Somers, dat laat ons zeggen over een jaar of honderd of tweehonderd, niet iemand op een blog schrijft, ‘ dat wat de hr. Somers destijds heeft meegemaakt, niets over slachtofferschap zegt.’
        U vreest dat wat u te zeggen heeft “saai” zou zijn? Heus waar?
        Iemand, die in staat is midden in een gespreksthema terloops andere onderwerpen in te brengen en dan zogenaamd niets meer weet over wat hij gezegd of geschreven heeft, bezit een buitengewone gave die in de politiek zeer gewaardeerd wordt; die weet hoe hij om aandacht te krijgen, zich voortdurend in het middelpunt kan zetten, begeleid van een flinke scheut ijdelheid en eigendunk. en dat tegelijkertijd met een tot tranen roerende ontboezeming over zijn bescheidenheid.
        Zo iemand is niet saai. Integendeel, zo iemand is geniaal!!
        Ik kan me vergissen mhr. Somers, maar bent u niet al lang weg uit Indonesie? Daar heeft men voor zo’n geniaal gedrag een bepaalde uitdrukking in het spraakgebruik.
        Mijn beste wensen mhr. Somers!

      • Jan A. Somers zegt:

        Dank u!

      • Peter van den Broek zegt:

        Geachte mevrouw Lebert.

        U heeft er toch geen bezwaar tegen als ik in het vervolg uw citaat gebruikt, ik wil geen plagiaat plegen. Het betreffende citaat is het volgende:

        …..Iemand, die in staat is midden in een gespreksthema terloops andere onderwerpen in te brengen en dan zogenaamd niets meer weet over wat hij gezegd of geschreven heeft, bezit een buitengewone gave die in de politiek zeer gewaardeerd wordt; die weet hoe hij om aandacht te krijgen, zich voortdurend in het middelpunt kan zetten, begeleid van een flinke scheut ijdelheid en eigendunk. en dat tegelijkertijd met een tot tranen roerende ontboezeming over zijn bescheidenheid…….

        Zoals U het onder woorden brengt, laat nogmaals zien dat langjarig verblijf in het buitenland geen schade veroorzaakt aan het gebruik van de Nederlands taal, alhoewel iemand uit d buurt van Rijswijk daar anders over denkt.

      • Jan A. Somers zegt:

        “dat wat de hr. Somers destijds heeft meegemaakt, niets over slachtofferschap zegt.’” Mag best hoor. Ik voel me niet zielig, en maak geen heisa over mijn situatie toentertijd. Dat een redacteur van de Volkskrant mij een keer als slachtoffer heeft geportretteerd is haar zaak. Die krant moet toch worden verkocht? Dat lukt niet met een saai betoog van een saaie vent. Die saai op de bank zat.

  7. robertmacare zegt:

    Wij moeten allemaal lesjes nemen van het SVB want die weten van alles en hun standpunt word altijd als juist beschouwd door het gerechtshof als je in hoger beroep gaat voor een aanspraak.
    Never mind dat de gegevens die ze gebruiken gebaseerd zijn op verhaaltjes van mensen die verhaaltjes gehoord hadden van mensen die…….enz.

    • R Geenen zegt:

      @Never mind dat de gegevens die ze gebruiken gebaseerd zijn op verhaaltjes van mensen die verhaaltjes gehoord hadden van mensen die…….enz.@

      Ja Robert en de SVB maakt geen fouten. Het maakt niets uit wie bij die organisatie het rapport opstelt. Hier in CA was er eens een jongere dame aangesteld, die ook een Indo WUV aanvrager ging beoordelen en wat bleek. In haar rapport had ze het niet over een Indische Nederlander, maar de Indonesier. Als de desbetreffende persoon, zijnde in het bezit vaneen NL paspoort, na afgewezen te zijn, om een copy van het rapport had gevraagd, had hij het nooit geweten. De wetten zijn prachtig, maar als het uitvoerend personeel ook uit kneusjes bestaat, ben je wel het slachtoffer.

      • ROBBERT Macare zegt:

        Ik ben bijna klaar met mijn brief voor de WUV waarin ik weer ga vragen om OBJECTIEVE gegevens (m.a.w verhaal van iemand die daar in het kamp was toen wij daar zaten …) over het kamp De Wijk, Malang die ze mij nooit gegeven hebben, ik neem aan omdat ze die niet hadden. Daar ze nu zeggen tegen mensen die in hoger beroep gingen, “wij konden geen OBJECTIEVE gegevens finden om U verhaal te bevestigen…”, zal ik hun zelfde taktiek gebruiken. Ben beniewd hoe ze daarop zullen reageren…hun kennende zullen ze weer een smoesje finden om mij niet de waarheid te vertellen.
        Ook zal ik hun dan vragen of de verklaring van mijn moeder, met wie ik in dit kamp zat, of haar verklaring niet Objectief genoeg is !?

      • R Geenen zegt:

        Ik wens je sterkte en succes toe. Hopelijk hebben ze die dag dat ze je brief doornemen, ook een goede bui. Toch benieuwd of er iemand op deze site iemand kent, die in het kamp de Wijk in Malang heeft doorgebracht. Zo iemand zou je kunnen helpen.

    • Jan A. Somers zegt:

      “lesjes nemen van het SVB ” De SVB is wet noch parlement noch minister noch rechter. Gewoon een uitvoeringsorgaan dat moet werken volgens instructie met data die ze aangeleverd krijgen. En als ze hun werk normaal/goed hebben gedaan, kan de rechter er uiteraard verder ook niets mee. Van SVB noch rechter wordt verwacht dat ze zelf iets leuks verzinnen. Gelukkig maar.

      • R Geenen zegt:

        @Gewoon een uitvoeringsorgaan dat moet werken volgens instructie met data die ze aangeleverd krijgen@

        Dat kan alleen onder ideale omstandigheden, maar dat bestaat nergens. Ieder persoon die daar werkt vertaald de regels en instructies wel eens anders. Ook de gegevens die bij hun binnenkomen, zijn opgemaakt door een persoon. En de aanvrager is afhankelijk van de beoordeling van dat personage. Het is gewoon een kwestie van plussen en minnen. En als je aan de verkeerde kant van het oordeel valt, ben je veroordeelt. Maw je bent het l–!

      • robertmacare zegt:

        @Van SVB noch rechter wordt verwacht dat ze zelf iets leuks verzinnen. Gelukkig maar.

        Ik neem aan dat U nooit een aanspraak heeft gemaakt voor de WUV of Wubo gebaseerd op U kommentaar. Dan is U kommentaar wel juist bedoeld…helaas is de waarheid een beetje anders maar dat zal ik U wel uitleggen op het Java Cafe’ want dit gesprek heeft niets te maken met transmigratie of contract koelis…daar ben ik fout gegaan.

  8. robertmacare zegt:

    De genen die ik gevonden heb waren niet in dit kamp meer toen wij daar geinterneerd waren…helaas.

  9. Maud Lebert zegt:

    Wat fijn mhr. Somers dat u nu weer een gelegenheid gevonden heeft nog eens een verhaaltje over uzelf te publiceren, en dat met de bekende bescheidenheid die u eigen is. Werkelijk geniaal!!

    • Jan A. Somers zegt:

      Ik ben helemaal niet bescheiden! Dat hoeft ook niet. Ik hoef niets te verzinnen. Ik schrijf op wat ik overhoud van het bestuderen van boeken, en wat eigen ervaringen en die van mijn ouders. Gerangschikt met wat ik over heb gehouden van studie. Bij opruimen (opdracht van mijn kinderen) ben ik veel tegen gekomen van mijn tijd in Zwitserland. EAWG in Dübendorf en de UNECE in Genève. Met logeren bij mijn jongste dochter, eerst in Küsnacht (Zürich), nu in Spiez. Of bij mijn vroegere buurmeisjes uit Soerabaja. Heeft allemaal niets met uw problemen met mij te maken, maar ik ben dan ook niet bescheiden.

      • Maud Lebert zegt:

        Beste Mijnheer Somers
        Ik denk dat het nu tijd is een punt achter deze discussie te zetten, want het leidt tot niets.
        Waar u was, wanneer, hoe lang, om welke reden en evenzo hoe u aan uw kennis bent gekomen, heeft niets met het thema transmigratie en/of contractarbeid te maken, waar het oorspronkelijk over gaat.
        Ik heb absoluut geen probleem met u en zeker niet in het meervoud. Ik heb alleen geprobeerd- en dat tevergeefs- u erop attent te maken dat u de gewoonte heeft te pas en te onpas midden in een thema over uzelf te vertellen, Dit gedrag heb ik ter sprake gebracht. Ik heb er begrip voor, dat dat wat u over uzelf schrijft deel van uw levensgeschiedenis en dus van belang voor u is. Men kan van mening verschillen, maar
        of dat in elke discussie over welk thema dan ook ter sprake gebracht moet worden?
        Mijnheer Somers, het is niet mijn bedoeling u te kwetsen of u te veroordelen. Ik hoop dat
        U het mij niet kwalijk neemt voor wat ik nu schrijf. Maar ik denk dat u onverwerkte problemen met uzelf heeft. Elk gedrag heeft een reden. Om dit op te werken is dit forum niet geschikt, daar heeft u andere hulp voor nodig.
        Ik hoop van harte – en dat meen ik werkelijk- dat het u in der jaren die u nog blijven, goed gaat.
        Mijn beste groeten.

      • Jan A. Somers zegt:

        Insgelijks.

  10. Maud Lebert zegt:

    Maar vanzelfsprekend mhr. van den Broek, kunt u mij citeren. Mijn dank voor uw waardering van mijn kennis van de Nederlandse taal, ook buiten Nederland. Dat is voor mij vanzelfsprekend.
    Ik vermoed dat degene aan wie mijn relaas gericht was, niet eens begrepen heeft waarover het gaat.
    Nogmaals dank en vriendelijke groeten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s