Over deze Nederlandse slavernijgeschiedenis hebben we het nooit

Het is bekend dat Nederland slaven maakte en verhandelde. Maar daarbij gaat het altijd over Suriname en de Antillen – en nooit over Nederlands-Indië. Reggie Baaij betoogt dat ook dát in de geschiedenisboeken moet komen.

I Loeh Sari, slavin van de radja van Boeleleng, 1865. Foto: I. van Kinsbergen / Leiden University Library

Door Reggie Baaij

Nederland staat meer stil bij de slavernij. Sinds enkele jaren maakt het eigen slavernijverleden deel uit van het primair en voortgezet onderwijs. En als je tijdens de jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij op 1 juli het nieuws kijkt, en politici invoelend acte de présence ziet geven, dan zou je bijna denken dat er in dit land sprake is van een diepgaand historisch besef als het gaat om het Nederlandse slavernijverleden.

Niets is minder waar. Afgezien van het feit dat het onderwerp op de scholen veelal beschamend oppervlakkig wordt behandeld (en niet zelden door docenten wordt vermeden), is dat wat wordt onderwezen en herdacht ook nog maar een deel van de Nederlandse slavernijgeschiedenis. Het deel namelijk dat zich afspeelde in onze voormalige koloniën in de West: Suriname en de Antillen.

Dat ons land ook een meerdere eeuwen omspannend slavernijverleden heeft in het vroegere Nederlands-Indië, dáár wordt tot op heden volledig aan voorbijgegaan. Dit deel van het Nederlandse slavernijverleden ontbreekt geheel in ons collectieve geheugen, in onze nationale geschiedenis, in ons onderwijs en bij onze nationale herdenking.

Hoe kan dat? En waarom mogen we dit deel van onze slavernijgeschiedenis nooit meer negeren? 

Nederland deed óók aan slavenhandel in Indië

Het is opmerkelijk dat de roemruchte Vereenigde Oost-Indische Compagnie in ons land vooral wordt gezien als een toonbeeld van daadkracht en ondernemingszin. Dat de VOC-handel gepaard ging met genocide, uitbuiting, oplichting en roof wordt nog te weinig benadrukt. In nogal wat lesboeken geschiedenis wordt die kwalijke rol van de VOC bijvoorbeeld nog steeds niet of nauwelijks belicht.

Nog minder bekend, is dat de VOC zich in Azië ook altijd én op grote schaal heeft beziggehouden met slavenhandel en slavernij.

Voor het bouwen, onderhouden, uitbreiden en verdedigen van haar vestigingen, handelsposten en forten, maar ook voor het uitvoeren van al haar handelsactiviteiten kocht, gebruikte en verkocht de VOC vanaf begin 1600 slaafgemaakten. Alleen al in de eerste decennia van haar vestiging in de Indische archipel heeft de VOC enkele tienduizenden slaafgemaakte personen naar haar handelsposten en vestigingen in de Indonesische archipel verscheept.

De VOC haalde de slaafgemaakten voornamelijk uit Azië. Met name uit gebieden in het huidige India, Sri Lanka, Maleisië, de Filipijnen en de Indonesische eilanden Bali, Sulawesi en Sumatra. Maar zij kocht bijvoorbeeld ook slaafgemaakten op de slavenmarkten in Oost-Afrika.

Op die slavenmarkten in Azië en Afrika was de VOC een van de klanten. Maar de compagnie kocht ook krijgsgevangenen op in conflictgebieden in de Aziatische regio. De tegen een lage prijs ingekochte slaafgemaakten verkocht de Compagnie vervolgens elders met een flinke winstmarge. Ook maakte de VOC zelf slaven. Op haar veroveringstochten werden krijgsgevangenen dan simpelweg tot slaafgemaakten verklaard en vervolgens verkocht of ten eigen bate gebruikt.

Uit onderzoek blijkt dat de Vereenigde Oost-Indische Compagnie tijdens haar bestaan naar schatting tussen de zeshonderdduizend en meer dan een miljoen slaafgemaakten heeft verscheept, tewerkgesteld en verhandeld.  Ter vergelijking: de totale Nederlandse slavenhandel in de West wordt geschat tussen de vijfhonderdduizend en zeshonderdduizend personen.

Een van de grote verschillen tussen de Nederlandse kolonisatie in de West en de Oost betreft de aard van de kolonisatie. Suriname en de Antillen waren zogenaamde plantagekolonies, Oost-Indië was een handelskolonie. De West had met haar plantages grote behoefte aan slaafgemaakten die het zware plantagewerk moesten verrichten, in de Oost, waar de begeerde gewassen al werden verbouwd met inzet van de lokale vorsten en grootgrondbezitters, bestond die behoefte niet.

In de Oost werden slaafgemaakten dus ingezet voor de opbouw, instandhouding én uitbreiding van het VOC-imperium in de regio. Dit betrof vooral het bouwen en herstellen van forten en nederzettingen. Daarnaast werden ze op grote schaal door particulieren gekocht, verkocht en ingezet voor ‘diensten’ in de breedste zin, zoals het dienen in huis, maar ook voor werk op de plantage.

De VOC profiteerde dus optimaal van de goedkope arbeid van en de handel in slaafgemaakten. Maar er waren nog andere manieren waarop zij voordeel trok van de ongelukkigen.

Boelelengse lijfeigene (sepangan), 1865. Foto: I. van Kinsbergen / Leiden University Library

En verdiende daar op verschillende manieren geld aan

Al vanaf het begin van de VOC-activiteiten in Azië werd door compagniedienaren zelf smokkelhandel bedreven. Dat gebeurde ook met de handel in slaafgemaakten. In plaats van in te grijpen, maakten de bewindvoerders van de Compagnie van de nood een deugd en lieten deze illegale slavenhandel van hun personeel toe. Hij werd beschouwd als een nuttige ‘arbeidsvoorwaarde.’ Smokkelaars mochten zelfs gebruikmaken van de VOC-schepen.

Daarnaast waren er nog de inkomsten uit de zogenoemde slavenbelasting. De VOC had het monopolie op de slavenhandel in de Indonesische archipel. Vanuit die positie hief zij belasting op elke slaaf die door anderen werd verhandeld. Naast Europese particulieren waren dat vooral Aziatische en Arabische slavenhandelaren.

Op deze wijze heeft de Compagnie in de jaren van haar bestaan nog eens vele miljoenen extra in de kas laten vloeien. Zonder overdrijving kunnen we stellen dat de slavenhandel en slavernij in de Oost een grote, onbekende pijler is waarop het destijds imposante VOC-imperium mede was gebouwd.

Ook belangrijk: dit hield niet op toen de VOC failliet ging

En de slavenhandel en slavernij hielden niet op toen de VOC eind achttiende eeuw ter ziele ging. Onder het bestuur van de Nederlandse staat bleven die tot in de negentiende eeuw gehandhaafd en in de diezelfde staat de inkomsten ervan. Dit deed hij onder meer door de verkoop van slaafgemaakten en middels inning van de eerder genoemde slavenbelasting.

Terwijl andere koloniale mogendheden als Engeland en Frankrijk overgingen tot afschaffing van de slavernij in respectievelijk 1833 en 1848, duurde het tot halverwege de negentiende eeuw voordat in het Nederlandse parlement na veel geharrewar werd besloten tot afschaffing van de slavernij in Nederlands-Indië. ‘Uiterlijk op den 1sten Januarij 1860 is de slavernij in geheel Nederlandsch-Indië afgeschaft,’ zo werd beslist. Er zijn dus eigenlijk twee afschaffingsdata: 1 januari 1860 en 1 juli 1863.

Wie verwacht dat hiermee een einde kwam aan de slavernij in de kolonie Nederlands-Indië, komt bedrogen uit. Met de afschaffing op 1 januari 1860 werd slechts een klein deel van de slaven in de archipel vrijgekocht, om precies te zijn werd er slechts voor 4.739 personen een vrijkoopsom betaald. Het overgrote deel, dat wil zeggen de vele duizenden slaafgemaakten die veelal in bezit waren van slavenhouders buiten Java, bleef gewoon in slavernij.

Vrees voor politieke onrust onder de lokale vorsten en grootgrondbezitters, maar vooral de wetenschap dat het vrijkopen van deze slaafgemaakten geld zou kosten én inkomen zou schelen, weerhielden de achtereenvolgende Nederlandse regeringen ervan daadwerkelijk een einde te maken aan de slavernij in deze kolonie.

Het zorgt voor het onthutsende feit dat onder het Nederlandse koloniale bewind de slavernij in Nederlands-Indië, ondanks de formele afschaffing in 1860, tot in de eerste decennia van de twintigste eeuw gewoon bleef voortbestaan!

Versterkte woning van een slavenhouder te Kalosi, Celebes, 1905. Foto: A.C. Kruijt / Leiden University Library

Waarom hebben we het hier niet over?

Het is opmerkelijk dat deze oudste en langste Nederlandse koloniale slavernijgeschiedenis geheel vergeten is; geen plaats heeft in ons collectief geheugen, niet terug te vinden is in onze nationale geschiedenis, geen plaats heeft in ons onderwijs en niet eens een voetnoot waard is tijdens de nationale herdenking slavernijverleden.

Nu is het natuurlijk zo dat wij in dit land altijd al een moeizame relatie hebben gehad met de schaduwkanten van de nationale geschiedenis. Die moeizame relatie betreft niet in de laatste plaats het verleden in de voormalige koloniën. Het feit dat er nu, na lang aandringen, pas zicht is op en (enige) openheid komt over het structurele geweld dat door het Nederlandse leger is gebruikt tijdens de dekolonisatie-oorlog in Indonesië is daar een illustratie van.

Dat het Nederlandse slavernijverleden in de West wél een plaats heeft in ons collectieve geheugen, in onze nationale geschiedenis en inmiddels jaarlijks wordt herdacht, is dan ook zeker niet te danken aan een grootse houding om ons falen uit het verleden vrijwillig onder ogen te willen zien, maar is vooral het gevolg van de bewonderenswaardige en niet-aflatende strijd van Surinaamse en Antilliaanse nazaten in eendrachtige samenwerking met zowel witte als zwarte historici voor erkenning van hun slavernijgeschiedenis.

Als het gaat om het Nederlandse slavernijverleden in de Oost is er nooit een vasthoudende groep van nazaten opgestaan die erkenning van haar geschiedenis heeft geëist. En het valt ook niet te verwachten dat zo’n groep zal opstaan, simpelweg omdat verreweg de meeste nazaten van de slaafgemaakten in de Oost zich niet bewust zijn van hun eigen geschiedenis van slavernij.

Moeten we dan maar doorgaan met nalaten ook dit belangrijke deel van ons slavernijverleden te erkennen en te herdenken? Dat lijkt mij niet. Om met het herdenken te beginnen: dat is niet alleen een zaak waarmee respect wordt betoond aan slachtoffers en (bewuste) nazaten, maar is natuurlijk óók bedoeld om ‘niet te vergeten’; om ons bewust te worden van ons handelen in het verleden, om daar kritisch naar te (blijven) kijken en daarvan te leren voor de toekomst.

En is het niet hypocriet dat in ons geschiedenisonderwijs quasi manmoedig ‘de slavernij in de voormalige koloniën’ (let op het meervoud!) is opgenomen, maar dat dat alleen de slavernij in Suriname en de Antillen betreft, en dat Nederlandse slavernijgeschiedenis in de Oost volledig ontbreekt? Is dit niet, nu onderzoek dit onweerlegbaar heeft aangetoond en het totale Nederlandse aandeel in deze donkere episode uit de wereldgeschiedenis dus veel groter blijkt te zijn dan tot nu toe werd aangenomen, een abject staaltje van geschiedvervalsing?

Drie slavinnen (sepangan) van de radja van Boeleleng, 1865. Foto: I. van Kinsbergen / Leiden University Library

Bovendien is het een misvatting te denken dat als wij het maar blijven ontkennen en negeren, de rest van de wereld het nooit te weten komt. Precies een jaar geleden mocht ik op de Gadjah Mada-universiteit in Yogyakarta een vol auditorium toespreken tijdens een symposium over… het Nederlandse slavernijverleden in de Indonesische archipel! Tsja, in Indonesië hebben ze inmiddels aardig wat ervaring met de Nederlandse verzwijging en verdraaiing als het gaat om de gezamenlijke geschiedenis.

Het is inmiddels bijna drie jaar geleden dat het boek is uitgekomen waarin ik dit ‘vergeten’ deel van de Nederlandse slavernijgeschiedenis uitvoerig beschrijf, maar nog steeds heerst in dit land wat dit betreft een oorverdovende stilte. Dat stemt weinig hoopvol. Ook bij de slavernijtentoonstelling in het Tropenmuseum die net geopend is, is er amper aandacht voor de slavernij in de oost.

Dat kan ook anders. Onlangs maakte Unesco bekend dat de enkele jaren geleden ontdekte resten van Cais do Valongo, de vroegere slavenhaven van Brazilië, op de werelderfgoedlijst worden geplaatst. ‘Zodat we ons aspecten van de menselijke geschiedenis herinneren die niet vergeten mogen worden,’

Welnu, hier in Nederland is sprake van nota bene een complete en enkele eeuwen omspannende slavernijgeschiedenis die is toegedekt en verborgen voor het nageslacht! Het wordt dus hoog tijd dat niet alleen ons onderwijs over het slavernijverleden verbetert, maar dat ook de slavernij en slavenhandel in de Oost daarin een plaats krijgt. Dat het ook deel wordt van onze nationale geschiedenis en op z’n minst herinnerd wordt tijdens de nationale herdenking. Onwetendheid over het werkelijke, volledige slavernijverleden van dit land en het verkeerde nationale zelfbeeld dat daarvan het gevolg is, kunnen immers aan de basis staan van intolerantie, racisme en vreemdelingenhaat.

Een natie die daarin geen verandering wil brengen en dus kennelijk een van haar donkerste schaduwkanten uit het verleden negeert en verborgen houdt, is niet alleen ongeloofwaardig en dwingt geen enkel respect of moreel gezag af, maar oogst en verdient, niet in de laatste plaats internationaal, slechts huizenhoge irritatie en overvloedige hoon.

x
Dit artikel verscheen eerder in De Correspondent, 18 september 2017

Dit bericht werd geplaatst in 9. Java Post. Bookmark de permalink .

53 reacties op Over deze Nederlandse slavernijgeschiedenis hebben we het nooit

  1. Wendy Saleh zegt:

    Interessant artikel. Graag duidelijk vermelden dat ook de lokale adel slaven hield, informeel tot ver in de 20ste eeuw.
    Wendy Saleh

  2. Ch.F. van Fraassen zegt:

    Opvallend dat alle foto’s betrekking hebben op slavernij binnen de inheemse samenleving. Waren er door Reggie Baaij geen illustraties, in de vorm van tekeningen e.d., te vinden die betrekking hebben op slaven van de VOC of van Europese particulieren?

  3. Arie Bos zegt:

    Klopt allemaal en was in ieder geval bij mij wel bekend. Ik heb het boek (nog) niet gelezen, maar uit bovenstaand artikel blijkt niet duidelijk dat het destijds in heel Azië heel gewoon was om slaven te jagen, kopen, houden en verkopen. Daarmee wil ik het handelen in deze van de VOC niet goed praten, dat zou onzin zijn, maar de VOC is niet de aanstichter van al die ellende. De VOC nam deel aan iets wat destijds in Azië heel gewoon was. En ja, met de kijk op en de wetenschap van nu is er in het verleden op de hele wereld door Jan-en-alleman allerlei verschrikkelijks uitgespookt, allemaal zaken die men destijds normaal vond.
    Overigens, hetzelfde gold voor de WEC, die heeft destijds de slavenhandel op de West niet gestart, maar is ‘ingestapt’ in een al heel lang bestaande handel. Voor hun was het letterlijk ‘handel’. De Portugezen kochten en verhandelden als sinds begin 16e eeuw vanuit West-Afrika al slaven naar de West. Nog zo’n voorbeeld was de Middelburgse Commercie Compagnie, die in de 18e eeuw tienduizenden slaven kocht en ruilde in West-Afrika, om ze vervolgens in de West te verkopen en/of voor goederen te ruilen.
    Ook in West-Europa was er slavenhandel. De Engelse haven Bristol was een spin in de slavenhandel. Al in het begin van de 17e eeuw werden daar slaven verhandeld. Bronnen suggereren zelfs dat die praktijk al aan het einde van de Middeleeuwen bestond.
    Overigens schijnt er in Afrika vandaag-de-dag nog steeds slavenhandel voor te komen. Ik herinner mij van jaren terug een reportage over slavenkaravanen vanuit Centraal-Afrika door de Soedan naar Saudi-Arabië.
    Maar het is volkomen terecht dat er aandacht wordt besteed aan dat stuk van onze historie. Maar het wordt naar mijn smaak teveel voorgesteld alsof ‘wij’ de bedenkers van de slavenhandel zijn, en dat vind ik onzin. En als we het over excuses hebben, dan kan de hele wereld wel excuses aan elkaar maken want slavenhandel was een wijdverbreid gebeuren over de hele wereld.

  4. buitenzorg zegt:

    Niet onbelangrijk te vermelden dat de Nederlands-Indische wetgeving beperkt was in zijn reikwijdte. De wet die afschaffing van de slavernij regelde per 1 januari 1860 stelde expliciet (artikel 20:2) dat deze einddatum slechts gold voor het rechtstreeks bestuurd gebied.
    Nadien bleek echter dat ook in rechtstreeks bestuurd gebied nog slavernij voorkwam.

    De Geillustreerde Encyclopedie van Nederlandsch-Indië (1934) zegt hierover: “Dientengevolge werd overgegaan tot het nemen van verschillende maatregelen om hieraan een einde te maken, maatregelen welke men, waar reeds mogelijk, ook in indirect bestuurd gebied deed nemen.”
    Deze encyclopedie, verderop: “Men mag aannemen dat thans in Nederlands-Indië geen slavernij meer voorkomt.” Dat was dus in 1934.

    In de Beknopte Encyclopedie van Nederlandsch-Indië uit 1921 stond nog vermeld: “In het algemeen kan worden gezegd, dat slavernij thans beperkt is tot de binnenlanden der nog onvoldoende aan ons gezag onderworpen streken.”
    M.a.w. de slavernij werd op dat moment toegeschreven aan de bestaande inlandse cultuur. Over de voor-Europese situatie: “Slavernij kwam bij verscheidene van volken onze archipel voor, en was vóór de inwerkingtreding van Europese wetgeving en cultuur sterk onder hen verbreid. (…) De rechtstoestand der slaven moeten wij ons niet te ongunstig denken. (…) Wat de feitelijke positie betrof, wordt ons in verreweg de meeste gevallen bericht, dat zij goed behandeld werden. Uitzonderingen ontbreken echter niet.”

    Méér kennis van deze materie is altijd welkom.

    • Jan A. Somers zegt:

      Het bestuur in Indië kon wel de slavenhandel verbieden (zie bijvoorbeeld IS Art. 170 en 172), maar niet de slavernij bij de vorsten in het indirecte bestuur. Maar door het handelsverbod in IS art 170 (2) nam de slavernij ‘vanzelf’ af.

  5. Fred Labaar zegt:

    Eindig bestaande slavernij en andere mensonterende praktijken, inplaats van zich druk te maken over het verleden. De slaven drijvers leven onder ons: Moslims, Socialisten en Communisten.

    • Maud Lebert zegt:

      U heeft volkomen gelijk Mijnheer Labaar. ‘De slaven drijvers leven onder ons’. Tegenwoordig noemt men dat ‘Menschenhandel’. Ik was jarenlang bij een organisatie werkzaam, waar ik zulke gevallen van Menschenhandel heb kunnen nawijzen en voor het
      gerecht heb kunnen brengen. Ik wist precies welke routes ze namen om hun waar aan de man te brengen. Maar, pardon, er was nooit een ‘Moslim’ bij betrokken. ‘socialist’ wie weet? ‘Communist’? die zijn niet meer à jour. En die ‘slaven drijvers’, resp. Menschenhändler’ waren, neemt u mij niet kwalijk, allen Christen! Het gaat, ter informatie, niet om een geloof of een levensinstelling, Maar om geld.
      Beste groeten ML

    • Indisch4ever zegt:

      Fred,
      Onder ons? In Nederland? Wie en waar ?
      Bedoel je ergens ter wereld?
      Zat mensen nog in 2017 van allerlei etnische of levensbeschouwelijke afkomst.
      Ook christenen en atheisten. Niet specifiek socialisten of communisten.
      Slavendrijvers doen het voor het geld, niet vanuit een ideaal ofzo.

  6. Klaas van der Tempel zegt:

    ReggIe Baaij vergeet te melden dat VOC officieren prive (en eigenlijk illegaal)slaven meenamen op hun VOC schepen voor de verkoop op de Kaap de Goede Hoop. Vandaar de Kaap Maleiers in Zuid- Afrika. Een waarschijnlijk geplande muiterij door slaven op het vice-admiraalsschip in 1784 leidde tot de afslachting van die slaven- lees het boek van J.R. Bruijn, Muiterij op de VOC. Dat is al gepubliceerd in 1981- dus zo totaal onbekend is dat slavenverleden van de VOC ook weer niet.
    Deze slavenhandel en slavernij was wel minder bekend dan zijn transatlantische tegenhanger. Maar zij was natuurlijk niet de enige laat staan de belangrijkste “handelswaar” of bron van inkomsten van de VOC, en dat is een groot verschil met de WIC en de Atlantische slavenhandel. En dit moet mij van het hart: hoewel al die slavenhandel niet fraai was, was het echt niet de basis van de enorme groei en bloei van de Nederlandse economie in de 17e eeuw. De grootste inkomsten van de Republiek der Nederlanden kwamen uit de handel op de Oostzee en Scandinavie, daarom ook wel de “moedernegotie genoemd”.

    • Arie Bos zegt:

      Inderdaad, de “moedernegotie” van met name graan uit de Baltische staten. Amsterdam fungeerde als spil in de graanhandel. k heb de cijfers zo niet bij de hand, maar de registers van de Sont-tol laten heel duidelijk zien hoeveel Nederlandse schepen erbij betrokken waren.

      • R.L. Mertens zegt:

        @ArieBos; ‘graan uit de Baltische staten etc.’ – Meer profijt dan van de slavenhandel? Dus zij, die de Atlantische oceanen trotseerden om dat menselijke vee van ene continent naar het andere te vervoeren om ze verhandelen, handen minder profijt? En dat gedurende over 200 jaar?

      • Arie Bos zegt:

        @R.L. Mertens: Jazeker, Amsterdam was DE grootste graanmarkt van heel West-Europa en daar werd gigantisch veel mee verdiend. Overigens ook met scheepshout wat weer uit de Scandinavische landen kwam. Je hoeft mij niet te geloven hoor, dat boeit mij totaal niet. Google maar eens op Moedernegotie, dat gaat je het nodige leren. Zomaar een citaat: “In 1636 werd een raming gemaakt van de Europese invoer in Amsterdam. Hieruit bleek dat meer dan de helft van de in Amsterdam aangevoerde producten afkomstig was uit de Oostzee-regio.” Overigens was er nog een hele belangrijke connectie met de Oostzee, in dit geval Zweden. Een Nederlandse koopman is daar een kanonnen-gieterij begonnen die uiteindelijk de grootse leverancier van Europa zou worden.
        Er is een heel dik boek over de boekhouding van de VOC. Als je dat eens zou doornemen dan zul je zien dat in het begin de winsten gigantisch waren, maar daarna liep dat door allerlei oorzaken zoals o.a. corruptie en verliezen van schepen enorm terug. De slavenhandel van de VOC viel qua aantallen en opbrengsten best mee. Dat even los van het feit dat slavenhandel tegenwoordig terecht als verwerpelijk wordt gezien.
        Zo, dat was de Oost, dan nu jouw “…zij, die de Atlantische oceanen trotseerden…” Dat is dus de West, en heeft niet met het onderwerp van het artikel te maken, maar goed. De eerste Westindische Compagnie (WIC) verdiende het grote geld met de goudhandel, slechts 13% werd verdiend met de slavenhandel. De WIC was in eerste instantie opgericht om de Spaanse en Portugese scheepvaart in de Atlantische Oceaan te verstoren en handel in te pikken. Ook de WIC werd geteisterd oor corruptie, waardoor de verdiensten terug liepen en zij uiteindelijk failliet ging. De tweede WIC richtte zich vrijwel uitsluitend op slavenhandel. Op enig moment mochten ook anderen zich met de slavenhandel bezig houden, denk hierbij o.a aan de Middelburgse Commercie Compagnie (MCC), en dat betekende de doodsteek van de tweede WIC. Een van de MCC-schippers was Willem Kaas, die met zijn fregat De Indiaan (what’s in a name) meerdere tochten heeft gemaakt, eerst naar de Goudkust, daar werden de slaven gekocht en ingescheept, daarna naar de West waar de slaven al dan niet aan tussenhandelaren werden verkocht, en tot slot met voornamelijk suiker weer retour naar patria.
        Nogmaals, er zijn dus feitelijk twee verschillende ‘systemen’ van slavenhandel. De tweede WIC en o.a. de Middelburgse Commercie Compagnie (MCC) die als hoofddoel de slavenhandel hadden enerzijds, en de eerste WIC en de VOC anderzijds die de slavenhandel als onderdeel van een veel uitgebreider handelssysteem erbij deden. In beide gevallen werd er niet veel aan de slavenhandel verdiend. Begrijp mij niet verkeerd, slavenhandel was met de kennis van nu uiteraard verderfelijk, Maar ook de behandeling van de slaven aan boord van de schepen viel best mee. Immers, iedere slaaf die tijdens de overtocht ziek zou worden, invalide of overlijden betekende ‘verlies’ voor de schipper en zijn opdrachtgever. Ook hier moet je met de ogen van toen kijken, het waren zeker geen ‘reisjes langs de Rijn’, en tegenwoordig zouden we zo’n behandeling en wijze van transport vanzelfsprekend niet accepteren.

    • Jan A. Somers zegt:

      “Moedernegotie” Op basis van de Magnus Intercursus van 1496 tussen Engeland en de Nederlandse gewesten, mochten de Nederlanders de Engelse wateren vrij bevaren en visvangst uitoefenen: de haringvisserij als de grondslag van alle handelsactiviteiten in de noordelijke Nederlanden. Direct aan de visserij gekoppeld was uiteraard de handel in zout, maar er waren veel combinaties mogelijk, gezien de vraag naar retourlading welke weer elders moest worden afgezet. Zo kon in het voorjaar haring worden gebracht naar Zuid-Europa, alwaar zout geladen werd voor Nederland en het Oostzeegebied. Hiervandaan kon voor het invallen van de winter worden vertrokken met graan en hout voor Spanje en Portugal. De op het Iberische schiereiland in het najaar geproduceerde wijn kon dan, samen met zuidvruchten en specerijen, naar Dordrecht en Middelburg worden gebracht waar ook Duitse wijnen werden opgeslagen. Hiervandaan konden de wijnen in het voorjaar verder worden gedistribueerd. In de scheepsbouw en aanverwante bedrijvigheid, zoals het uitrusten en bemannen van schepen, de productie van touw, zeilen, tonnen, en zakken werden activiteiten ontplooid waar velen werk in vonden, die vervolgens als consument op hun beurt weer impulsen gaven aan de economie.
      De Noord-Nederlandse handelsvloot bestond uit eenvoudige, goedkope schepen met een minimale tuigage en een kleine bemanning. Zij konden een grote lading vervoeren tegen lage kosten, waar geen buitenlander mee kon concurreren. Tot circa 1585 waren er nauwelijks belangrijke kooplieden en, hoewel de schepen er van een veel goedkoper type waren, was het uitreden ervan breed gespreid over vele medereders van bescheiden welstand zoals brouwers, molenaars, graan- en houtkopers en haringhandelaren. Maar ook welgestelden hadden hun risico gespreid met participaties in meerdere schepen. Uit deze vervlechting van burgerij, handel en vrachtvaart zou zich een stedelijke regentenklasse ontwikkelen met economische macht en een daarvan afgeleide politieke macht. De financiële kracht en militaire macht van de Republiek steunden zo in belangrijke mate op banden tussen kapitaalverschaffers en stedelijke overheden, die op hun beurt de dienst uitmaakten in het confederale systeem.
      Specerijen: Nadat Antwerpen door de blokkade van de Schelde niet meer in staat was vanuit Portugal de Europese specerijenmarkt te bedienen, dreigde die handel door Hamburg te worden overgenomen. Vanwege Engelse kapers in de zuidelijke Atlantische Oceaan, liep de aanvoer naar Lissabon echter sterk terug, en Venetië kon niet voldoende bijspringen vanwege Portugese blokkades van de Perzische Golf en de Rode Zee. Prijsstijgingen waren het gevolg. In deze marktsituatie leek het dus gunstig de peperaanvoer in eigen hand te nemen. Het begin van de Nederlandse scheepvaart op Azië als onvermijdelijke stap in de ontwikkeling van de economische constellatie in de noordelijke Nederlanden. Het was een ontwikkeling op basis van commerciële initiatieven waar de overheid handig op inspeelde. Dit in tegenstelling tot de Portugese expansie die vanuit vorstelijke hoven was geïnitieerd en waar de handel op inspeelde.

      • R.L. Mertens zegt:

        @ArieBos/JASomers; ‘slaven handel etc.’ _ Het moet u toch ook opgevallen zijn, dat over deze geschiedenis in zijn geheel niets maar ook niets wordt verhaald in het onderwijs etc.. Nu, vanwege aanwezigheid van vooral nazaten hier te lande eea de aandacht krijgt plots reacties komen van/over minder profijt dwz. eerst verzwijgen, dan ontkennen, dan bagatelliseren, dan naar anderen wijzen; de aanstichters etc. Conform onze gehele ‘koloniale geschiedenis’! De witwassers van ons verleden krijgen het druk!
        note; zie de Telegraaf van 21/10 jl ene historicus Piet Emmer die zich ergert aan de
        slavernij tentoonstelling in het Amsterdamse Tropen museum. Het verslag eindigt met het gesprek van Emmer met 2 Ghanese jongetjes; ‘zij zijn zeer tevreden over Nederland en willen nooit meer terug naar Ghana. Wel voor een korte vakantie’! Zo zie je maar; aan alle ellende zit toch een gelukkig slot. Van Emmer krijgt de tentoonstelling slechts 2,5 ster.( Een Michelin ster?)

      • R.L. Mertens zegt:

        @ArieBos/JASomers; ‘slavenhandel profijt etc.’ – Dat overige (nette)handel; graan/haring/hout etc. wellicht veel meer winsten opleverde is mi. niet van importantie bij de kwestie over slavernij. Alsof deze mensonterende handel over die wereld zeeën maar bijzaak was. En daardoor maar in onze geschiedenis verwaarloosd mag worden. Vooral voor onze nageslacht mag zeker de vraag gesteld worden; is daar ginds wel wat groots verricht? In Oost en West, ja overal waar onze voorouders geweest zijn. Of moet het zijn; ‘waar we huis gehouden hebben?’.

      • Jan A. Somers zegt:

        “mi. niet van importantie bij de kwestie over slavernij. ” Sorry, een zekeren heer Bos en heer Mertens hebben dit aangekaart op 20 oktober. Met een aanvulling van mij. Of topic, ja, maar onze kepala kampong is niet boos geworden. Inderdaad, de moedernegotie was economisch gezien belangrijker dan de VOC en de slavenhandel. Die hebben alleen maar fraaie huizen voor de hotemetoten opgeleverd, de moedernegotie was profijtelijk voor de hele bevolking. Overigens waren de Nederlanden (Zeeland) maar kleine spelers in de slavenhandel. Ik dacht zo’n 5%. Een mooie tentoonstelling in Middelburg kreeg nauwelijks bezoekers. Ik weet niet hoeveel boze reageerders daar zijn geweest. En opgeteld over de hele levensduur heeft de VOC verlies geleden. Incl. die slavenhandel.

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘mi niet van importantie etc.’ – Wat is niet van importantie en is door mij aangekaart? U en hr.Bos hebben zaken aangekaart om zgn. aan te bewijzen/suggereren, dat slavernij maar een marginale invloed had op lands inkomsten, conform ook de door mij aangehaalde historicus Van Emmer in de Telegraaf 21/10 jl. Met als opzet dat dan ook de slavernij maar een pietluttigheid/exces is in onze vaderlands verleden. Waarover men niet zo over moet verwonderen, als kleine ‘spelers’ in deze mens onterende handel. Een exces dat gedurende ca 200 jaar heeft bestaan! En nu nog zijn sporen achterlaat!

      • Jan A. Somers zegt:

        Als mensen zich zo intensief bezig houden met slavernij, als zij zich er zo emotioneel bij betrokken voelen, waarom hebben ze niet met veel belangstelling rondgeneusd in goed opgezette tentoonstellingen zoals in Middelburg, het brandpunt van de Nederlandse slavenhandel? Waarom hebben ze niet meegelopen bij de herdenkingen in Amsterdam?

      • Arie Bos zegt:

        @R.L. Mertens: Begrijpend lezen blijft lastig nietwaar? Feit is en blijft dat de slavenhandel economisch bar weinig voorstelde en inderdaad een bijzaak was. Feit is verder dat ik nergens maar dan ook nergens heb aangegeven dat vanwege die financieel kleine rol van de slavenhandel het onderwerp derhalve of om welke andere reden dan ook maar weinig of geen aandacht behoeft. In tegendeel, ik vind het prima! Dus uw conclusie om mij maar op één lijn met die meneer Emmers te plaatsen is dom en slaat helemaal nergens op.

      • Arie Bos zegt:

        @R.L. Mertens: Aanvullend nog, ik heb een paar jaar geleden het Stadsarchief Amsterdam van informatie voorzien over Willem Kaas als slavenkapitein bij de MCC voor een door hun te organiseren tentoonstelling. Dus nogmaals, hoezo vind ik het een onbelangrijk onderwerp?

      • R.L. Mertens zegt:

        @JASomers/ArieBos; ‘over begrijpend lezen etc.’ – U beiden halen feiten(!) aan die moeten suggereren dat slavernij(eveneens een feit!) toch niet zo erg is als wat wordt beweerd oa door Reggie Baay. @ Arie Bos; ‘bar weinig voorstelde, een bijzaak etc.’ – Gedurende 200 jaar de oceanen trotserend, om die arme sloebers geketend, van het ene continent naar het andere te vervoeren voor ‘bar weinig profijt’? Een bijzaak? Je vraagt af waarom men ( onze vooral God vrezende voorouders) zich in het verleden niet volledig gestort heeft op die graan/hout/haring handel.
        @JASomers; ‘intensief bezighouden met slavernij etc.’ – Ik heb gereageerd op uw laatdunkende zienswijze/houding tav. de slavernij. Een zwarte bladzijde in onze geschiedenis. Voor u een niet noemenswaardig? ‘weinig belangstelling etc.’ – Uiteraard.
        Een confrontatie met een beladen/zwart verleden van onze geschiedenis trekt (nu nog) weinig publiek. Echter er is iets gaande/een kentering bij hen die ‘volwassen genoeg zijn/ realist zijn en de waarheid over ons verleden willen weten. En de gang naar het Tropen museum wagen. Wars zijn van al die ‘vaderlandslievende propaganda/indoctrinatie’ retoriek uit het verleden; zie de standbeelden/monumenten discussie. Zoals nu ook blijkt met onze Indië geschiedenis!.

  7. Ælle zegt:

    Van Rossum versus Baay
    Op drie punten legt het boek van Baay de accenten verkeerd, zo stelt Van Rossum. Baay gaat in de eerste plaats nog te veel mee in het beeld dat de slavernij in de Oost ‘wezenlijk verschilde’ van de slavernij in het Atlantische gebied. Verder wekt het boek van Baay de indruk dat al het VOC-werk door slaven werd gedaan, terwijl er ook veel Aziaten en Europeanen op contractbasis bij de VOC in dienst waren. En ten slotte schept Baay volgens Van Rossum verwarring doordat hij stelt dat de VOC lange tijd een van de grootste slavenhandelaars was in de Oost. Het VOC-personeel zélf speelde hierin echter een nog belangrijker rol dan het formele bedrijf de VOC, zo beklemtoont Van Rossum.
    ENNE KOOPS – 5 JUNI 2015 – 10:39 ; Historiek.net
    https://socialhistory.org/nl/nieuws/slavernij-wat-verdiende-nederland-eraan

    • Ælle zegt:

      https://www.rijksmuseum.nl/nl/collectie/SK-A-2350
      Achter het echtpaar Martensen staat een slaaf weergegeven die een zonnescherm, een pajong, boven hun hoofd houdt. In de Javaanse cultuur was dat een teken van status.
      Rijksmuseum noemt de slaaf in het schilderij een Indische jongen.
      Portret van een opperkoopman van de VOC, vermoedelijk Jacob Mathieusen en zijn vrouw; op de achtergrond de retourvloot op de rede van Batavia. Een Indische jongen houdt een parasol boven het paar.

  8. fbikker zegt:

    Deze geschiedenis was al lang bekend, maar is nooit in 1 lijn genoemd met het slavernijverleden in de West.

  9. Wal Suparmo zegt:

    inplaats van het Evangelie teverkondigen, gaan ze de de slavernij uit oefenen, bij arme en domme volkeren.En nu de democratie propageren.

    • e.m. zegt:

      Adoegh Pak, tekort door de bocht toch deze.

      Ik weet zelf niet zoveel over slavernij en slavenhandel en de feodale heerschappij van bijvoorbeeld de Javaanse adel vóór de komst van de Portugezen en de VOC. Maar de uitgebreidere bijdrage van bijvoorbeeld de heer Arie Bos verschaft mij meer inzicht.

    • Arie Bos zegt:

      Hoezo ‘arme en domme’ volkeren? Omdat men (nog) niet in onze versie van het evangelie geloofde? Laat mij niet lachen! Er bestonden in Azië al bloeiende rijken toen wij hier in het Westen bij wijze van spreken nog in berenvellen rondliepen. En we zullen het maar niet hebben over de ellende die op de hele wereld in naam van ons evangelie is aangericht.En hoewel ik zelf nergens in geloof, gun ik iedereen zijn of haar geloofsovertuiging. Maar zodra men die aan anderen wil opdringen als zijnde het ‘ware’ geloof dan haak ik af.

      • robertmacare zegt:

        Dus kan je alleen maar geloven in jezelf…of zelfs dat niet?
        Het is helaas waar dat ieder geloof denkt dat hij het”ware”geloof is en dat is zeker verwarrend voor de mens die zelf geen research does. In mijn geval, weet ik van geen ander “geloof” waar de oprichter van zijn geloof “raised himself from the death” en was door veel mensen gezien na zijn dood, dan het geloof in Jezus Christ en zijn redenen om te sterven voor de mensheid zodat de mens kans heeft om “eternal” leven te kiezen.
        Daar buiten is deze keuze volkomen kostloos want dat is zijn kadootje.

  10. Ælle zegt:

    Hoe vaak hoorde men vroeger in Indië iemand niet zeggen: “Ik ben jouw boedak niet!”

  11. Wim Balijon zegt:

    Mijn grootvader heeft in de Oost en West gevochten en is als invalide uit de dienst ontslagen.
    Je moet wel de moraal van die tijd in acht nemen. Daar wil ik niets mee goed praten, maar men was voor eigen mensen ook, wat men nu noemt, keihard. Zijn broer werd bv., als straf gekielhaald dan mocht je van geluk spreken dat je het er elvend van af had gebracht. Stokslagen als straf was normaal.

  12. Wim Balijon zegt:

    Militaire diensttijd Wilhelmus Baljon

    (Tekening van Heemskerck van Beest, J.E.van d.d. 1-1-1877)
    Terugkeer uit West Indië in Eskaderverband van de ‘Prins Willem Frederik Hendrik, 1847.

    06 juli 1846 trad hij in dienst bij de Kon. Marine als ‘Jongen’ op Wachtschip de Schelde. Het was een harde tijd voor de matrozen.

    11 november 1846 werd hij geplaatst op het Transportschip: ‘Prins Willem Frederik Hendrik’.
    06 februari 1847 tot 23 september 1849 in West-Indië.
    01 februari 1848 bevorderd tot ‘Ligtmatroos’.
    10 december 1849 op eigen verzoek ontslagen.
    Als militie-plichtige voor de lichting 1850 vrijgeloot
    02 juli 1850 in vaste dienst als matroos 2e klas op het Wachtschip de Schelde.
    26 mei 1851 tot 08 juni 1851 in Guinea.
    22 november 1851 tot 19 juli 1852 Middellandse Zee.
    12 september 1852 tot 18 november 1852 Middellandse Zee.
    09 maart 1853 tot 30 september 1854 West Indië.
    01 augustus 1855 tot 12 juli 1859 West Indië.
    10 december 1860 Gepensioneerd op grond van ongeschiktheid wegens lichamelijke gebreken in en door de dienst.
    Bij besluit van 15 maart 1859, no 77, werd hem de Bronzen Medaille toegekend. De Bronzen Medaille werd toegekend wegens 12 jaar trouwe dienst en/of voor deelname aan gevechten.

    Hij heeft gevaren op o.a.:
    Het transportschip ‘Prins Willem Frederik Hendrik’,
    Het transportschip ‘Heldin’,
    Korvet ‘Ajax’,
    Korvet ‘Sumatra’,
    Fregat ‘Doggersbank’
    en dienst gedaan op div. Wachtschepen de ‘Schelde’ de ‘Maas’ en te Willemsoord en Hellevoetsluis.

    Diensttijd van mijn grootvader. Wim Balijon, geb. 1925,

    • Arie Bos zegt:

      Met alle respect, maar lijkt mij sterk dat dit van je grootvader is. Die is volgens jou toch in 1925 geboren, dus kan never nooit al in 1846 bij de Marine in dienst zijn getreden. Dus of deze info hoort bij iemand anders, of het geboortejaar is 1825, maar is het dan soms je overgrootvader?

      • Wim Balijon zegt:

        Nee, Arie, kennelijk ben ik niet duidelijk genoeg. Ik ben van 1925 dus nu 92 jaar. Mijn grootvader was, volgens mijn vader, 16 toen hij als ‘jongen’ in dienst trad. Mijn vader was van 1875 en trouwde toen hij 46 jaar was met een jonge vrouw, mijn moeder en zij kregen vier kinderen. Via mijn vader hoorde ik de verhalen van zijn vader mijn grootvader. Wim.

      • Arie Bos zegt:

        Ik snap ‘m helemaal, verkeerd gelezen door mij.

    • Wim Balijon zegt:

      Zelf ben ik ook, als dpl. soldaat in Indië gewesst:
      http://members.home.nl/w.balijon/index2.html
      Wim.

  13. Ælle zegt:

    Hett schilderij uit 1927, een landschap in Suriname van Frans Simon Baljon was misschien ook van een familieliid. Hij staat in het RKD.nl genoteerd. Geboren in Spaarndam in 1901.
    http://www.kunsthandelbies.nl/en/collectie/baljon-f-s-landscape-in-suriname/
    Let op de blanke man links in uniform en de donkere vrouw in kotomisi gekleed.
    Prachtig!

  14. Wim Balijon zegt:

    Ook wil ik nog opmerken over de gekleurde mens. Mij werd geleerd, dat dit de straf was van Cham, omdat hij de naaktheid van zijn vader had aanschouwd .https://www.trouw.nl/home/en-zo-werd-cham-zwart-gemaakt~a36e18a2/

  15. van den Broek van een andere generatie zegt:

    Wat Reggie Baaij niet noemt is dat Nederland na de officiële afschaffing van de slavernij doorging met het ronselen van arbeiders, deze zgn contractarbeiders werden gehaald uit Java en het huidige India en vaak onder valse voorwendselen naar Suriname verscheept. Deze neo-koloniale vorm van gastarbeiders was niet kortdurend van aard. Ook deze gastarbeiders gingen na hun contract grotendeels niet meer terug naar hun land van Herkomst.

  16. Arie Bos zegt:

    @R.L. Mertens:U blijft beweren dat het economisch géén bijzaak was, de boekhouding van VOC, WIC en MCC toont het tegendeel aan maar ja, die zullen volgens u dus wel niet kloppen.
    Het zou u sieren eens kennis te nemen van de economische geschiedenis van die door u blijkbaar verfoeide roemruchte Republiek alvorens maar wat te roepen. De Republiek handelde over de hele wereld in alles wat maar los en vast zat, of het nou veel of weinig opbracht, als handelaar hetzij als tussenhandelaar. Nogmaals, economisch stelde het niet veel voor, qua leed de slaven aangedaan uiteraard wel.
    Uw opmerking over Tropenmuseum (en zullen we het internationaal beroemde Museum Volkenkunde te Leiden dan ook maar doen?) raakt eveneens kant nog wal. Hele generaties zijn daar op schoolreis geweest en velen, waaronder ik, kwamen daar ook later in hun leven nog wel. Maar als je de collecties en de wijze van presenteren niet aanpast gebeurt er niets. Het Rijksmuseum daarentegen is leidend in de wereld van aan de moderne tijd aangepaste beschrijving van objecten (zie ook het artikel wat hierboven rechts ‘schaamte is mijn kompas…’).
    Dat het hele geschiedenisonderwijs qua inhoud (inclusief Indië) nodig op de schop moet ben ik volledig met u eens.

    • RLMertens zegt:

      @ArieBos; ‘boekhouding …wel niet kloppen etc.’- Dat is helemaal niet mijn insteek/bewering. Wel, zoals nu ook door u zelf is bevestigd; slaven leed! Die zwarte bladzijde uit ons verleden waarover nu (eindelijk) aandacht voor is. Dat leed gebagatelliseerd (vanwege profijt) is mi. een prove van geschied vervalsing. En vooral het leed wat in Indië is geschied. Wat daar, na de slavernij afschaffing, in Deli is gebeurd!

  17. van den Broek van een andere generatie zegt:

    Om wat van VOC, WIC MCC te begrijpen, dien je niet alleen naar hun boekhouding te kijken, die wordt wel kloppend gemaakt. Deze ondernemingen waren in wezen multinationale bedrijven en daar werd multinationaal geboekhoud, de winst of toegevoegde waarde wordt daar gecreëerd, waar het meest voordelig is, ook boekhoudkundig. Dat gaat met het systeem van transfer pricing en fiscale paradijsen.

    Neem nou een Iphone, er staat wel Made in China op, daar waar het eenvoudige handwerk , de assemblage werd gedaan, maar er staat ook Designed by Apple op dwz het concept en leuke dingen zijn wel in het hoofdkwartier bedacht dat meer dan 5 miljard heeft gekost in Cupertino CA. En de winst wordt wel ergens in Ierland gecreerd.

    Dat hele systeem heeft niks met Fair Trade te maken, maar ook WIC of VOC hadden niks met Fair maar wel met Trade te maken, alhoewel sommigen het tegendeel willen doen geloven. Ook hier geldt How to Lie with Statistics or Bookkeeping.

    • Arie Bos zegt:

      Helemaal mee eens! Dat er met de boekhouding van VOC, WIC en MCC weinig mis was zal zeker komen door creatief boekhouden. En datzelfde creatief boekhouden was er ook de oorzaak van dat er een aantal factorijen zijn gesloten toen de waarheid aan het licht kwam. Maar zelfs met dat creatief boekhouden blijft het een feit dat die slavenhandel ‘bijzaak’ was. Een gruwelijke bijzaak, dat dan weer wel.
      En zoals al gezegd, de Republiek en haar handelsmaatschappijen handelden is alles wat los of vast zat, zo lang als ze er maar aan verdienden. Er is zelfs een geval bekend waarbij een veldtocht van Prins Maurits moest worden uitgesteld, omdat er eerst nog het nodige geschut aan de vijand (!) geleverd moest worden. Wat dat betreft is er vandaag de dag niets veranderd, zolang ‘we’ er aan kunnen verdienen zullen ‘we’ het niet laten.

      • Jan A. Somers zegt:

        “creatief boekhouden ” Hoe weet u dat? Heeft u ook de km archief (alleen al in het NA) die nog niemand heeft bestudeerd nog door gepluisd? De VOC was berucht voor het verantwoorden tot op de laatste cent. Vandaar dat er plaatselijke onregelmatigheden konden worden opgespoord en gerepareerd. Zie bijvoorbeeld de dissertatie (of de publieksuitgave) van Els Jacobs, Koopman in Azië. Van de WIC en de Middelburgse compagnie weet ik niets, kunt u bestuderen in het Zeeuws Archief. Ik heb zo’n idee dat u met open armen wordt ontvangen. Maar ja, napraten is natuurlijk makkelijker.
        ” een veldtocht van Prins Maurits moest worden uitgesteld” Heeft niets met VOC en WIC te maken, laat staan met slavernij. Het was oorlog, waar ook aan moest worden verdiend. Zo werd meteen afbreuk gedaan aan de oorlogscapaciteit van de vijand. Zonder bloedvergieten. Dat was ook de bedoeling van de oprichting van de VOC. Normaal toch? In de laatste wereldoorlog hebben de grote bedrijven handen vol geld verdiend. Dat was ook de reden tot oprichten van de EGKS op 23 juli 1952.

  18. van den Broek van een andere generatie zegt:

    Uit mijn voorbeeld wordt het werk (assembleren van iPhone-onderdelen) naar de mensen in China gebracht. Bij de slavenarbeid van de VOC/WIC gebeurde het omgekeerde, de mensen werden over duizenden kilometer afstand en onder erbarmelijke omstandigheden gedeporteerd naar de werkplek, de koloniën. Blijkbaar had dat een economische oorzaak of had het toch te maken met de vergoeding van de productiefactoren, arbeid, kapitaal en nu ook technologie?

    Slavenhandel als Bijzaak en uitgedrukt in wat? Dhr Bos dient voor de duidelijkheid in de discusssie wel aan te geven in welke maatstaf hij de slavenhandel wil uitdrukken en wat daarbij de hoofdzaak van de bijzaak is. Heel banaal gaat boekhouden over nominale waarden, maar er dient voor het begrijpen bij koloniale geschiedenis ook naar de reële waarden gekeken te worden. Daarbij wordt wel de hele waardescheppende keten in beschouwing genomen. Ook slavenhandel was onderdeel, een essentieel onderdeel van het koloniale systeem.
    Dan wil ik best met hem een discussie over economische Geschiedenis in samenhang met slavenarbeid voeren. De nullen hebben daarbij wel een andere betekenis.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s