De kloof was te groot

Foto zoekt familie: Evaluatie van een innovatief mediaproject

Er werd met veel lof over geschreven. Het project ‘Foto zoekt familie’ van het Tropenmuseum/KIT kreeg vanaf zijn geboorte een enorme media-aandacht. ‘Sympathiek’, ‘vernieuwend’, ‘warm en menselijk’, waren veel gebruikte termen. Langzaam maar zeker werd het echter stil rond het project, en hoorden we niets meer. De officiële afloop, een verantwoording naar de subsidieverstrekkers, kwam niet meer in de pers. Werden de erfgenamen van de foto´s gevonden, en was het project geslaagd? Of niet? Java Post evalueert.

Door Bert Immerzeel

De eerste aanzet tot het project werd gegeven in 2011. In een korte notitie werd door het Tropenmuseum en KIT Library Services uiteengezet welke de achtergrond van de foto-albums was, hoe gedacht werd deze met behulp van moderne media onder aandacht van een groot publiek te brengen, en wat daarmee werd beoogd. Het doel van het project was drieledig:
–   Teruggave van familiealbums aan de rechtmatige eigenaren of erfgenamen.
–   Vastleggen van herinneringen – door interviews – van de erfgenamen.
–   Het door de digitalisering van de familiealbums een beeld geven van het dagelijks leven in Nederland-Indië.

`Vertrek uit Semarang´, een foto uit album 1125 van het project Foto zoekt familie.

`Vertrek uit Semarang´, een foto uit album 1125 van het project Foto zoekt familie.

x

Het was vooral de methode die tot de verbeelding sprak. Een halve eeuw geleden werd al eerder getracht foto-albums terug te geven aan hun rechtmatige eigenaren, maar dat gebeurde via zogenaamde kijkdagen. Dít keer kreeg het begrip kijkdag een moderne facelift: er zou gebruik worden gemaakt van een intercommunicatieve website, en een applicatie voor smartphones en tablets. De sociale media zouden de boodschap binnen en buiten Nederland zo vér dragen dat tempo doeloe overal herkenbaar in beeld zou komen. Dat móest wel leiden tot herkenning en succes. 

Een groot vertrouwen

Mijn eigen eerste kennismaking met het team dateert van 2012. Kennis genomen van de plannen nodigde ik mezelf uit bij het Tropenmuseum. Misschien zou de Java Post kunnen helpen? De uitleg maakte me argwanend. Het klonk allemaal té positief. Wát als het niet zou lukken, en foto´s niet herkend zouden worden? Het antwoord, en dat werd later nog vele malen herhaald, was steeds hetzelfde: het móest lukken.
– `Zijn er ook cijfermatige doelstellingen? Wanneer vinden jullie het project geslaagd?’, vroeg ik.
– `Uitgaande van 320 albums denk ik dat het moet lukken om een kwart daarvan, dus 80, terug te geven’, aldus de projectleider.
– `En als dat niet haalbaar blijkt, is er een plan B? Bijvoorbeeld de inzet van gespecialiseerde onderzoekers?´
– `Nee, dat is er niet, maar dat lijkt ons op dit moment ook niet nodig. We hebben het volste vertrouwen dat het zonder ook wel lukt. Medewerkers van het Tropenmuseum zullen zelf ook onderzoek verrichten, en we doen een groot beroep op vrijwilligers.’

Foto zoekt familie: de website

Foto zoekt familie: de website

Ik bood aan om met behulp van de Java Post voorafgaand aan de officiële start van het project alvast een aantal albums voor te leggen aan het publiek. De volgende maanden kreeg ik van het Tropenmuseum hiervoor enkele tientallen albums op schijf. De inhoudelijke kwaliteit viel me tegen. Een deel van de albums was eigenlijk al onbruikbaar omdat het familiekiekjes uit Nederland betrof. Het zou een hels karwei worden de albums terug te brengen naar de bijbehorende families. In de periode september 2012 – maart 2013 publiceerde ik van een achttal albums een selectie van wat mij de belangrijkste foto´s leken, met toelichting, in de Java Post, met de vraag aan mijn lezers of zij iets bekends zagen.[i]  Van slechts één album werd, mede op aangeven van een Java Post-lezer, een mogelijke eigenaar getraceerd.[ii]

Crowdfunding

Het Tropenmuseum richtte zich inmiddels op crowdfunding. Het project dat begroting had van ongeveer € 150.000, zou voor het grootste deel worden gefinancierd door het VFonds en de Stichting Doen. Om aan voldoende eigen middelen te komen, en tevens het publiek alvast warm te maken voor het project, werd voor de crowdfunding een doel gesteld van € 10.000. De media verleenden hun volle medewerking. Vertegenwoordigers van het museum kregen ruime zendtijd om de doelstellingen van het project toe te lichten. Bijzonder hierbij was wel dat steeds werd voorgesteld alsof het gehele project zou worden betaald enkel door de bijdragen van het grote publiek. Bijzonder was óók, dat geen enkele interviewer ooit een vraag stelde naar de cijfermatige doelstellingen. Het doel van de funding werd dan ook eenvoudig gehaald, en mede dankzij de zo ontvangen € 13.000 kon het project officieel beginnen.

Directeur Han Go van Go Tan

Directeur Han Go van Go Tan

In april 2013 stonden alle albums gedigitaliseerd op de website www.fotozoektfamilie.nl. Het waren er 335 op dat moment, uiteindelijk werden het er 342.  De start van het project ging gepaard met hernieuwe aandacht in de media, zowel op landelijk als regionaal niveau. Een bijzondere reden hiervoor was tevens de samenwerking tussen het museum en het bedrijf Go Tan, een Indische producent van exotische levensmiddelen en snacks. Het bedrijf liet op 80.000 zakken emping een foto plaatsen met daarbij de vraag: “Is dit jouw oma?”, hierbij van uitgaande dat de herkenning moest komen van de derde generatie. Het was een verrassende en vernieuwende marketingmethode, die door de Indische gemeenschap positief werd gewaardeerd. Bewust werd Go Tan steeds aangeduid als een ‘Indisch familiebedrijf’.

Onderzoek

Mijn eigen bijdrage in deze periode bestond uit het verrichten van onderzoek naar de herkomst van de albums. Misschien – ik zal het niet ontkennen – vanuit de hoop dat ik nog een keer door het Tropenmuseum zou worden ingehuurd, maar niet minder omdat ik het een enorme uitdaging vond de mogelijke erfgenamen op te sporen.

Het plaatsen van enkele becommentarieerde foto´s in de Java Post was niet voldoende, dat bleek al snel. Alleen grondig onderzoek zou tot succes kunnen leiden. Hoe? Door de albums te bestuderen, gebruik te maken van literatuur en databases, en in de eindfase de telefoon te gebruiken. Wanneer ik wist dat ik een familielid (doorgaans kind of kleinkind van oorspronkelijke eigenaar) had opgespoord, gaf ik ter verdere afwikkeling de relatie en persoonsgegevens door aan het Tropenmuseum. Op deze manier heb ik een achttal erfgenamen opgespoord.[iii] Ik ben met mijn onderzoek gestopt omdat het me te veel tijd kostte. Mogelijk had ik enkele tientallen andere albums ‘thuis’ kunnen brengen.

Daarnaast publiceerde ik in de Java Post artikelen over individuele foto´s of albums uit deze collectie, daar waar de erfgenamen klaarblijkelijk niet konden worden getraceerd, maar waar deze foto´s of albums ieder op zich het toch waard waren om over te schrijven. Naar aanleiding van één van deze artikelen werd een door het Tropenmuseum gehonoreerde claim ingediend.[iv]  De meeste van deze artikelen werden ook overgenomen door de website van het Tropenmuseum zelf.

Interview met Willem Plink

Interview met Willem Plink

In de loop van 2013 verschenen meerdere nieuwsbrieven van het Tropenmuseum, waarin aandacht werd geschonken aan de overhandiging van albums aan erfgenamen. Door de door het museum gegenereerde media-aandacht kon uiteindelijk een twaalftal albums worden teruggegeven. Om te voldoen aan één van de andere doelstellingen van het project, werd bij zeven ontvangers een interview afgenomen. Ook deze (gefilmde) interviews werden gepubliceerd op de website van het project.

De afronding

Met de subsidieverstrekkers was overeengekomen dat het project na een jaar officieel zou worden afgerond, en dat zou worden geëvalueerd.  Dat was voorjaar 2014. Op dat moment waren 17 erfgenamen van albums gevonden.[v] We weten niet welke inhoudelijke informatie naar het VFonds en de Stichting Doen is gestuurd, maar we mogen aannemen dat door het museum met voldoening werd teruggekeken op de enorme media-exposure, en dat in de tekst bij de vaststelling van het aantal teruggegeven albums het woord ‘helaas’ werd gebruikt.

Het Tropenmuseum en KIT Library Services, zoals ze destijds heetten, beleefde in 2014 een zeer zwaar jaar. De intrekking van subsidies door de Nederlandse overheid leidde onder meer tot de volledige ontmanteling van de bibliotheek, en het ontslag van bijna iedereen die bij het project `Foto zoekt familie´ betrokken is geweest. Geen benijdenswaardige omstandigheden om je werk te doen. Echter, juist omdat de omgeving – begaan met het lot van het museum – misschien wel extra vriendelijk wilde zijn jegens de museummedewerkers, kunnen al snel verkeerde conclusies worden getrokken. En ook dát zou pijnlijk zijn. Waarom? Juist omdat het project vanwege zijn innovatieve karakter zo veel meer verdiende, en naar objectieve maatstaven moet worden gemeten.

Binnen en buiten Nederland was het project bekend bij de erfgoedsector. Zo vragen Randi Lorenz Marselis en Laura Maria Schütze, beiden verbonden aan de universiteit van Roskilde in Denemarken, zich in een wetenschappelijk artikel af welke deuren worden geopend door het project van het KIT/Tropenmuseum.[vi] Soortgelijke vragen werden gesteld door Tessa de Keijser, van de Universiteit van Amsterdam. [vii] Interesse bestaat er zelfs – naar aanleiding van de participatie van Go Tan – in de sector van de levensmiddelenhandel.[viii]

Conclusies

Uitgaande van de drie oorspronkelijk doelstellingen: welke zijn de conclusies?

–  Het terugbezorgen van slechts 20 van de 342 albums is teleurstellend. Gemeten naar de begroting van het project is dit tussen de € 5.000 en € 10.000 euro per album.
–  De toegevoegde waarde van het publiceren van zeven interviews is te verwaarlozen. Natuurlijk is dit een afgeleide waarde. Hoe minder erfgenamen gevonden, des te minder interviews.
–  Het attenderen van een groot publiek op een collectie foto´s heeft een vergelijkbare waarde als die van het organiseren van een reguliere tentoonstelling: waardevol, en tegelijkertijd duur. De lezer oordele zelf.

De media-aandacht heeft zich steeds gericht op het hoofddoel: het terugbezorgen van de albums. Daarvan uitgaande, is het project dus niet geslaagd. De redenen die daarvoor kunnen worden aangewezen zijn naar mijn mening:

Ten eerste, ten onrechte werd verondersteld dat de afgebeelde foto´s herkend zouden worden door tweede en/of derde-generatie Indische Nederlanders. De meeste foto´s waren afkomstig uit de jaren ´20 en ´30: voor volgende generaties te vroeg om te kunnen duiden. Projecten als deze kunnen alleen succes opleveren als bij de gebruiker een basiskennis aanwezig is van het afgebeelde. Als bijvoorbeeld meerdere foto´s worden getoond van een familie in de jaren ´30 in Malang, moet ófwel de familie kunnen worden herkend, of – op zijn minst – Malang in de jaren ´30. Van dat laatste was hier – een zeldzame uitzondering daargelaten – geen sprake. Met andere woorden: de kloof was te groot.

Ten tweede, de projectleiding heeft nagelaten na te denken over een plan B, zoals de inzet van deskundigen. Juist het feit dat bij het grote publiek de kennis van het vooroorlogse Indië ontbreekt, had bij het museum tot het besef moeten leiden dat ook andere wegen moesten worden bewandeld. Dit neemt niet weg dat ook in dát geval – door de kwaliteit van de foto´s en geringe informatie – het resultaat onvoldoende geweest zou kunnen zijn.

Ten derde, de presentatie van de foto´s was onvolkomen. Er werden 80 duizend beelden en bloc aan het publiek gepresenteerd, met de vraag deze te taggen. Hier is sprake van een over kill: de enige tags die er toe doen zijn familienamen en locaties, de rest is nutteloos (`spoorweg in Bandoeng´, `brug over kali´).
Er heeft geen schoning plaatsgevonden op niet-relevante content. Veel albums hebben geen enkele afbeelding van Indië, maar gaan over Nederland, of vakantiereizen in Europa. Dit leidt af van het doel, en maakt het project extra duur door onnodige digitalisering.

Samengevat: een geweldig project, maar vooral om van te leren.

x

[i]    Albums 812, 824, 828, 836, 859, 1032, 1039 en 1061.
[ii]   Album 812.
[iii]  De albums 829, 830, 861, 1016, 1022, 1030, 1076, 1153. In het geval van album 1030 was sprake van twee mogelijke erfgenamen. De uiteindelijke ontvanger werd geattendeerd op het album door een artikel op de website www.indisch4ever.nu.
[iv]  Album 1159.
[v]   Op de website van het project is dit getal inmiddels aangepast naar 20.
[vi]  Randi Lorenz Marselis and Laura Maria Schütze, One way to Holland: migrant heritage and social media. Roskilde, Denemarken, 2013.
[vii] Tessa de Keijser (UvA), Foto zoekt familie: Digital Dutch East Indies. 9 september 2013.
[viii] http://www.levensmiddelenkrant.nl/nieuws/assortiment/go-tan-zoekt-familie-met-zakken-kroepoek

Dit bericht werd geplaatst in 6. Onderzoek en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

14 reacties op De kloof was te groot

  1. Wal Suparmo zegt:

    Meneer Go en Meneer Tan, begonnen in de 1960-ers een bedrijf op ter richten in RHENEN, voor het produceren van Indonesische incredienten die op dt ogenblik Holland niet kon bereiken.De werkers/ster zijn natuurlijk mensen uit Indoneia die bekent zijn met het product.Het bedrijf bestaat nu zo zoetjes aan al meer dan 50 jaar.Ander commentaar?

  2. frits suyderhoud zegt:

    de haven kan niet semarang zijn daar die haven heel klein was en de boten buiten moesten blijven

    • Henk ANTHONIJSZ zegt:

      Kan zeker wel Semarang zijn.
      Kijk bij Google: “De haven van Semarang ” en je krijgt veel informatie. Voorheen heette de haven Prauwenhaven en nu Tanjung Emas. De vuurtoren dateert uit 1884.

  3. palemhijau zegt:

    Natuurlijk weer een klinkend voorbeeld van hoe gesubsidieerde instanties in Nederland hun uiterste best doen om subsidiegelden te krijgen om zelf ( als organisatie / overheadkosten) weer enige tijd het hoofd boven water te kunnen houden. Resultaat is dus niet zo belangrijk. De zg. “consultants” zijn weer even zoet gehouden en hun salaris is weer een tijdje betaald !

    • Jan A. Somers zegt:

      Dat heeft hier toch niets mee te maken? Doen ze hun best om gevonden albums bij de eigenaren terug te krijgen, dan zijn het subsidiejagers. Een soort Indische complottheorie. Wees blij dat een paar eigenaren zijn gevonden, die zijn dolblij. En als jezelf geen belangstelling hebt voor je eigen geschiedenis, verknal het dan niet voor een ander.

      • Willem Plink zegt:

        Mee eens, ik ben heel blij met het album van mijn vader. En het heeft m.i. totaal niets met welke subsidie dan ook te maken.

  4. Indisch4ever zegt:

    ‘Teveel albums gingen helemáál niet over Indië, maar over Nederland, of vakantiereizen door Europa’ schrijft Buitenzorg. Maar dit hing samen dat veel albums werden bijgehouden door iemand uit een Hollandse familie.
    Veelal niet voor generaties geworteld in Indië. Die nazaten of de nazaten van de broers en zusters te Nederland zijn niet opgegroeid in een Indisch miljeu zoals vele Indische families wel, ook na de exodus.
    Dat indiënetwerk heeft men niet en ook veel minder de interesse voor Indië . Men is niet op zoek naar informatie over de familie te Indië .
    Is het na te gaan hoeveel van de hervonden albums naar een (meestal niet indo-europees) niet-gewortelde familie is gegaan?

    Maar goed te horen dat het album Pesch-van Lingen mr 1030 toch naar een directe nazaat is gegaan.
    Indisch4ever.nu gebruikt de volendamfoto uit deze album in de header.
    http://indisch4ever.nu/2014/02/20/foto-zoekt-familie-pesch-van-lingen/

    • buitenzorg zegt:

      Is het na te gaan hoeveel van de hervonden albums naar een (meestal niet indo-europees) niet-gewortelde familie is gegaan?

      Ik zou het niet weten. Ken zelf ook niet alle namen van door Tropenmuseum gevonden erfgenamen. Het zegt ook niet zo veel, want we moeten bij de beoordeling van het bestand niet uitgaan van dit overgebleven bestand, maar van het oorspronkelijke bestand. En dát waren er wel duizend. De eenvoudig te traceren albums werden 50 jaar geleden al teruggegeven. Voor dit project resteerden nog slechts de ‘moeilijke’ albums.

  5. Ælle zegt:

    Triest! Het verlaten wachtershuisje in een ondergelopen parkeerplaats van Tanjung Mas Haven vorig jaar.

  6. Jan A. Somers zegt:

    Het maakt toch niet uit of die albums van Totok’s zijn, van Indo’s, of van wie dan ook. Ze zijn gevonden in Indië. en zijn dus aan mensen uit Indië gerelateerd. Dat is een stuk van je geschiedenis. Daar kunnen best foto’s bijzitten uit Nederland, Zwitserland, of waar dan ook, plekken waar men ook is geweest. Net zo belangrijk als de plekken in Indië. In onze albums zaten ook foto’s gemaakt in Nederland en tussen Nederland en Indië. Alles is weg, ik denk dat de bersiappers het leuk vonden naar die plaatjes te kijken. Ik heb nog zes foto’s uit Indië, die mijn ouders vroeger naar hun familie in Nederland hebben gestuurd. Zij hebben indertijd heel veel foto’s naar Nederland gestuurd, maar die zijn allemaal in de Vlissingse vlammenzee verdwenen. Wat zou ik blij zijn geweest met die albums.

  7. Ik vermoed dat de generatie die de fotos kon herkennen twee problemen had; enorme verspreid heid over de wereld en niet happig op computer techniek. Destijds heb ik van alles geprobeerd om via e-mailen de internet mijn boek “Tjideng Reunion ” te verkopen- vooral in Amerika en met hulp van het tijd schriftje de indo. Dat leverde haast niets op ondanks het feit dat het boek veel meer beschrijft dan Tjideng. De Indo werd gelezen door Indische zowel als totok mensen, van wegens de aardige verhaaltjes en de omloop was indrukwekkend en groeide, maar computer lilterate waren zij niet. Mijn website kreeg geen enkel contact met die mensen.
    Kort geleden heb ik een boek verkocht aan iemand in SanFrancisco. Hoe die van het boek hoorde weet ik niet , maar hier stuitte ik op onverwachte betalings problemen. Ik kan geld ontvangen via PayPal of dollar cheques , maar dat ging niet bij deze mensen. Ik kreeg betaling op een zeer ouderwetse ( en duure) wijze.
    Het was duidelijk uit mijn correspondentie dat hun gebruik van computers heel primitief was, en de man was nota bene een jaar jonger dan ik , dus verliet indie als kampkind of zo iets. Zijn ouders waren al lang dood. De jongere generatie spreekt en schirijft haast geen Nederlandsch in deze landen .
    De foto initiatief was een onbegonne zaak.

  8. hanskwaster zegt:

    Mijn Indische roots zijn maar zeer dun, maar omdat mijn opa en oma in een jappenkamp hebben gezeten (opa is daar op achtenzeventigjarige leeftijd overleden), was ik toch heel benieuwd naar de foto-albums. Ik heb meermalen ze zorgvuldig bekeken. Soms was er hoop iets van mijn grootouders of hun familie te ontdekken, maar vaak de ontroering door het besef dat zoveel mensen heen en weer zijn geslingerd door afstanden en cultuurverschillen. De foto’s helpen om het een heel klein beetje te begrijpen. Gelukkig zijn er ook andere wegen. Deze website is daar een van. Maar hoe duur het project ook was, voor mij is het geslaagd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s