Krankzinnigenzorg in Nederlands-Indië

Door Patrick Bek

Op een oktoberdag in 1931 voelden de Sumatraanse broers Amatredjo en Amatardjo zich na het omhakken van een grote oude boom in de jungle plots ‘bingung’ (verward). Nadat hun familie de politie had gewaarschuwd, volgde een medische controle. Een lokale arts achtte de broers krankzinnig, want, zo luidde het rapport, ze schreeuwden, waren wild en maakten hun cel vies.

Gemeenschappelijke maaltijd in arbeidtherapeutische kolonie Lenteng Agung (Geneeskundig Tijdschrift voor Nederlands-Indië 1935)

Gemeenschappelijke maaltijd in arbeidtherapeutische kolonie Lenteng Agung (Geneeskundig Tijdschrift voor Nederlands-Indië 1935)

x

Hoewel de broers zich na twee dagen beter voelden, had de Landraad inmiddels al een machtiging gegeven voor gestichtsopname. Vijf maanden wachtten de broers onder erbarmelijke omstandigheden in voorlopige hechtenis. Eenmaal aangekomen in een gesticht op Java werd vastgesteld dat ze niet krankzinnig waren en dat hun tijdelijke verwardheid waarschijnlijk was veroorzaakt door een infectieziekte die inmiddels alweer was genezen. Ze werden na enkele dagen ontslagen, maar het was de vraag of zij na hun traumatische gevangenisverblijf nog konden terugkeren naar hun kampong.  

Deze casus, aangehaald professor dr. P.M. van Wulfften Palthe in het Geneeskundig Tijdschrift voor Nederlands-Indië (1933), was geen zeldzaamheid in Nederlands-Indië en roept verschillende vragen op. Wie bepaalde of je krankzinnig was? Wat betekende dit oordeel voor een inlandse patiënt? En hoe gaf het koloniale bestuur vorm aan de zorg voor deze groep krankzinnigen?

Sociale indicatie

De krankzinnigenzorg in Nederlands-Indië maakte een aanzienlijke groei door in de eerste decennia van de twintigste eeuw. Formeel begon de koloniale krankzinnigenzorg in 1896 met de opening van het eerste gesticht in Buitenzorg, waar Europeanen, inlanders en ‘Vreemde Oosterlingen’ op verschillende afdelingen werden behandeld. Al snel werden andere inrichtingen en kleinere doorgangshuizen geopend in de archipel.

Het Reglement op het krankzinnigenwezen in Nederlands-Indië schreef voor dat de Landraden gemachtigd waren iemand te laten opnemen. Dit gebeurde op basis van een zogenaamde ‘sociale indicatie’. De persoon in kwestie werd sociaal gevaarlijk geacht, meestal nadat familieleden of dorpsbewoners aan de bel hadden getrokken. Bij gestichtsopname werd de patiënt gediagnosticeerd, ontving hij medicatie en indien nodig psychotherapie, arbeidstherapie en in de jaren dertig soms ook schoktherapie. Althans dit was de richtlijn. Zoals de casus van Amatredjo en Amatardjo laat zien, kon het voor inlanders soms wel maanden duren voordat zij een gesticht bereikten. Dit had twee oorzaken, namelijk: ruimtegebrek in de krankzinnigengestichten en het ontbreken van degelijke diagnostische instrumenten.

Schaalvergroting krankzinnigenzorg

Het aantal opnames groeide aanzienlijk in de eerste drie decennia van de twintigste eeuw. Statistische gegevens zijn schaars en vaak onvolledig, toch geven ze een idee van de omvang en groei van de krankzinnigenzorg. In een jubileumuitgave (1936) van het Geneeskundig Tijdschrift voor Nederlands-Indië schreef dr. R.K. Prins, directeur van het gesticht in Magelang, dat het aantal bedden in de periode 1896-1936 toenam van enkele honderden tot een kleine 10.000 op heel Java. Het aantal bedden nam in de eerste jaren evenredig toe met de vraag naar accommodatie, maar zou spoedig achterblijven.

Opvallend is dat het aantal opgenomen Europeanen en Vreemde Oosterlingen min of meer gelijk bleef, terwijl het aantal opgenomen inlanders met duizendtallen toenam. In een jaarverslag (1934) verklaarde de Dienst der Volksgezondheid deze toename als het gevolg van “het intensiever contact met de afgelegen oorden der buitengewesten, alsmede de meerdere bekendheid en het grotere vertrouwen in de krankzinnigenverpleging [onder inlanders].”

Hoewel deze verklaring aannemelijk is, plaatsten verschillende psychiaters kanttekeningen. Zo meende dr. P.J. van der Schaar dat de toename te wijten was aan het wanbeleid van de Dienst, dat teveel gericht was opsluiting van krankzinnige inlanders in plaats van behandeling. Van Wulfften Palthe onderschreef Van der Schaar’s kijk en drukte de Dienst op het hart dat niet elke krankzinnige inlander een ‘gevaarlijke gek’ was en dus opgesloten moest worden. Bovendien ontbrak het lokale artsen, politiechefs en gevangenisdirecteuren aan kennis over psychische aandoeningen, waardoor inlanders zoals Amatredjo en Amatardjo onnodig lang werden vastgehouden onder erbarmelijke omstandigheden. Als de Dienst echt iets wilde betekenen voor krankzinnige inlanders diende ze haar opnamebeleid bij te stellen, diagnostische instrumenten te ontwikkelen en andere behandelmogelijkheden te verkennen. Dit was echter geen gemakkelijke opgave, want alleen al het diagnosticeren van inlandse patiënten was erg ingewikkeld.

Diagnose

Nederlandse psychiaters namen hun westerse kennis mee naar Indië en worstelden met de vertaalslag naar de inlander. Om te beginnen was er de taalbarrière die communicatie met inlandse patiënten bemoeilijkte. Dan waren er de stoornissen als schizofrenie die zich bij inlanders op andere manieren uitten dan bij Europeanen. Daarbij kwamen de hardnekkige stereotyperingen over inlanders als zijnde kinderlijk en primitief en ‘wetenschappelijke’ studies die stelden dat de inheemse psyche fundamenteel anders was dan de Europese. Dit alles maakte het trekken van een scheidslijn tussen normaal en abnormaal gedrag bij inlandse patiënten erg lastig.

Om inlandse patiënten toch te kunnen helpen experimenteerden psychiaters met diagnostische instrumenten. Zo poogde dr. C.F. Engelhart zijn patiënten in Surakarta te diagnosticeren door middel van prenten. Maar omdat er enige voorkennis over het afgebeelde nodig was, bleek dit geen geschikt instrument voor inlanders uit afgelegen gebieden. Ook andere psychiaters experimenteerden. Van Wulfften Palthe bijvoorbeeld, werkte bij het stellen van diagnoses nauw samen met inheemse artsen. Hij raadpleegde dukuns (sjamanen) om zijn inlandse patiënten te doorgronden en riep de hulp in van de Javaanse dr. M. Amir bij het onderzoeken van inlanders die amok hadden gemaakt. Deze specialisten spraken Maleis en hadden oog voor de culturele bijzonderheden van de inlandse bevolking, wat de diagnose van inlandse patiënten ten goede kwam.

Over de schaal en effecten van dergelijke methoden is weinig bekend. Als men kijkt naar de problemen die ontstonden door de schaalvergroting van de krankzinnigenzorg, is het aannemelijk dat persoonlijke aandacht voor inlandse patiënten op veel plaatsen ontbrak. Inlandse patiënten verdwenen veelal in de marge van de krankzinnigenzorg. In het beste geval werden zij snel behandeld en ontslagen. In het slechtste geval, zoals bij Amatredjo en Amatardjo, wachtten zij gestichtsopname af tussen criminelen en raakten ze na lange, traumatische maanden van gevangenschap volledig ontvreemd van hun familie. Wat dit voor deze groep betekende weten wij alleen uit tweede hand. Hun eigen verhaal is helaas nog niet aan de oppervlakte verschenen in de koloniale archieven.

x

Dit artikel verscheen eerder in Historiek, 2 februari 2014.

x

Patrick Bek is historicus en docent. In 2014 studeerde hij af aan de Universiteit van Leiden, met als Master Thesis: Looking beyond postivist and primitivist assumptions: Prof. Dr. P.M. van Wulfften Palthe’s approaches to psychiatric practice and discourse in the Netherlands Indies between 1925 and 1949.

Dit bericht werd geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

13 reacties op Krankzinnigenzorg in Nederlands-Indië

  1. H.A. Naberman zegt:

    Ja, ik herinner me het gesticht Grogol. De ongelukkigen moesten de hele dag grote kalistenen van de ene kant naar de andere dragen opdat ze maar moe werden en rustig gingen slapen. Mijn oom was in Buitenzorg een leidinggevende bij een krankzinnigengesticht en als kind hoorde ik wel eens nare verhalen over de patienten.

  2. Henk ANTHONIJSZ zegt:

    “Geestesziek in Nederlands Indië”.
    Zie JAVAPOST 2 april 2012. Tehuis GROGOL West Java en PORONG Oost Java.

  3. Wal Suparmo zegt:

    Een geneesmethode in een Gekkenhuis is WERKTERAPHIE. Maar ik heb nog nooit iemand gezien die TOTAAL of WERKELIJK is genezen.Krankzinnigheid is volgens mij ook een TERMINAL DECEASE alhoewel niet levens gevaarlijk als b.v kanker . En is is ook besmetilijk want vele DOKTOREN zijn ook zelf gek geworden.

    • Surya Atmadja zegt:

      de Sumatraanse broers Amatredjo en Amatardjo
      =======================================================
      Waarschijnlijk zijn ze Javaanse transmigranten die tijdelijk door een geest die in de boom woonde in “bezit”werden genomen, het heet kesurupan .
      Ik vraag me af of hun opname gerechtvaardigd is .

      • Wal Suparmo zegt:

        Kesurupan MASSAAL gebeurt haast elkendag speciale bij meisjes scholen.Waabij ulama’s enz bijgehaald worden.Maar de beste medicijn is, voor dien aan de meisjes te zeggen dat , De geesten ( syaithoon ) bang zijn voor naakte meisjes en om hun terverdrijwen, zullen meisjes di kesurupan zijn, dan ook onkleed( ditelanjangi)worden. Deze methode werkt 90% . Behalve bij perverse meisjes die het juist leuk vinden(?).

  4. M.F.Bus zegt:

    Tussen krankzinnigheid en mata gelap of tropenkolder zijnvele variaties te vinden onder de tropenzon, vaak nog aangemoedigd door goena-goena. Wat mij vroeger al opviel en nu waarschijnlijk niet anders is, is dat deze mensen meestal verstoten werden door familie en gemeenschap. Moge de krankzinnigheidszorg niet perfect zijn geweest in Nederlands-Indië, er werd wel gepoogd daar veel aandacht aan te besteden vanuit het gouvernement als ook vanuit stichtingen als Pelita en natuurlijk de kerken.

    • Henk ANTHONIJSZ zegt:

      Pelita?
      Die is opgericht in november 1947.

      • M.F.Bus zegt:

        Inderdaad, ik dacht dat dit een voortzetting was van de Mohammadijah, die ook doorgangshuizen beheerde. De vooroorlogse zorg voor krankzinnigen bij al dit soort instellingen bedroeg ruim 10000 mensen, waarbij steeds geconstateerd moest worden dat het nooi t genoeg was. Zelfs nu nog worden in Indonesië zwakbegaafde, verweesde kinderen opgevongen door de christelijke organisaties.

    • Jan A. Somers zegt:

      “Moge de krankzinnigheidszorg niet perfect zijn geweest in Nederlands-Indië, ” Dat gold ook voor de situatie in Nederland! Let op het jaartal waarin dit verhaal zich afspeelt.

  5. Ælle zegt:

    Kesurupan (of kemasukan) is bezetenheid (door demonen). Dit gebeurt over heel de wereld.
    http://fspp.net/warn%20poss.htm

    In het evangelie van Mattheus (hoofdstuk 15) staat een voorval beschreven over een Phoenicisische vrouw wiens dochter was bezeten, en ze smeekte Jezus die daar was om hulp. Er staat in de Indonesische vertaling het volgende: (vers 22) Dan, lihat! seorang wanita Fenisia dari wilayah itu keluar dan berseru dengan keras, ”Kasihanilah aku, Tuan, Putra Daud. Putriku ‘dirasuki hantu’ dengan hebat.” Een andere oudere vertaling spreekt van ‘dirasuk setan’ (door een demon bezeten). Natuurlijk genas Jezus het arme kind door het geloof van de moeder, want hij gaf ten antwoord na een opmerkelijke dialoog: “O, vrouw, groot is uw geloof; u geschiede gelijk gij wenst.” Markus schrijft: Zij dan ging weg naar haar huis en trof het jonge kind op bed aan en bevond dat de demon (van haar) was uitgegaan.
    Er staan veel meer gevallen van kesurupans of rasuki hantu in de bijbel, maar ook hoe die werden uitgeworpen door Jezus en later ook door de twaalf apostelen en de uitgezonden zeventig. – Mt 8:3, 32; 7:26-30; Lu 8:2; 13:32; Mt 10:8; Mr 3:14, 15; 6:13; Lu 9:1; 10:17

    Tegenwoordig maken we gebruik van een MRI scan. Wilt u snel een MRI scan in een patiëntvriendelijke en servicegerichte omgeving? Op aanvraag van uw arts (specialist, huisarts, bedrijfsarts) maken wij binnen één week een MRI scan in een van onze vestigingen in Amsterdam, Rotterdam, Breda, Den Bosch of Groningen of op één van onze standplaatsen voor onze mobiele MRI (Den Haag/Rijswijk, Eindhoven, Koudekerke, Utrecht).

  6. Ælle zegt:

    Wat alleen personen die in een Aziatisch land wonen of hebben gewoond kennen het begrip LATAH. Toch beschrijft het tijdschrift voor psychiatrie ( 1991) door J.A. Jenner, het geval van “Een Nederlandse patiente met LATAH”, Heel interessant om te lezen.
    http://www.tijdschriftvoorpsychiatrie.nl/assets/articles/articles_1207pdf.pdf

    • Wal Suparmo zegt:

      Alhoewel LATAH in de hele wereld en speciaal in Azie bekent is, maar in Japan en India is het zeker erg onbekent. Zelf bij andere stammen( sukus) in Indoneia is het alleen maar bekend op Java( incl. Sunda en Madura). Nu .een ander eigenaardige gewoonte is dat niets met LATAHHEID temaken heeft maar FRAPPANT is ,is NYIDAM. Wat in de medische wereld andere landen ook niet bekent is.

      • Ælle zegt:

        Ik wil uw reactie niet afkraken, maar in japan kennen ze latah wel degelijk, weliswaar onder een andere benaming. In het boek Illness and Healing among the Sakhalin Ainu (Japan) worden gevallen van latah met het woord Imu aangeduid. Onder andere in het boek Oxford handbook of psychiatry wordt het in Siberische contreien, in India, Somali en Jemen Miryachit (Myriachit) genoemd. De Canadese benaming is het leukst: Jumping Frenchmen (of Maine). Ik heb in Indonesië werkelijk een Latah patient gekend en ben dankbaar dat ik nu weet dat het een zeldzame ziekte is.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s