Selamat Sjabbat

Joods Historisch Museum toont het onbekende verhaal van joden in Nederlands-Indië

Selamat Sjabbat

Selamat Sjabbat

Het Joods Historisch Museum presenteert van 13 oktober 2014 tot en met 8 maart 2015 de tentoonstelling Selamat Sjabbat. De onbekende geschiedenis van joden in Nederlands-Indië. De expositie neemt de bezoeker mee naar het einde van de negentiende eeuw, de koloniale tijd, de oorlog in de Pacific en de naoorlogse situatie. Unieke historische objecten, foto’s en interviews onthullen ontroerende verhalen. Het hedendaagse joodse leven in Indonesië is begin 2014 gefotografeerd door Pauline Prior.

Het is voor het eerst dat er in een tentoonstelling aandacht wordt besteed aan het joodse leven in Nederlands-Indië en Indonesië, een relatief onbekend deel van de Nederlandse en joodse geschiedenis. Na de oorlog werden de Indische herinneringen overschaduwd door de Sjoa. De afgelopen decennia neemt de belangstelling voor de Tweede Wereldoorlog in de Pacific toe.  

Het aantal joden in de voormalige kolonie Nederlands-Indië is altijd beperkt gebleven. De joden kwamen uit verschillende landen. De Nederlandse joden, de grootste groep, woonden verspreid over de hele Indische archipel, met name op Java, Sumatra en Celebes (Sulawesi). Joden afkomstig uit Irak, ook wel ‘Bagdad-joden’ genoemd, woonden vooral in Soerabaja en vormden daar een hechte gemeenschap. Ook joden uit Midden- en Oost-Europa vestigden zich in Indië. Later kwamen daar enkele honderden vluchtelingen bij, uit o.a. Duitsland, Oostenrijk en Palestina. De reden om naar Indië te gaan was voor zowel joden als niet-joden vaak dezelfde: de carrièremogelijkheden die de kolonie bood in een tijd dat de banen in Europa schaars waren.

In Selamat Sjabbat (Maleis-Hebreeuws voor de wens ‘vredige sjabbat’) is aandacht voor onderwerpen als het familie- en religieuze leven, de Japanse overheersing en de interneringskampen. Verschillende memorabilia uit de Japanse interneringskampen, waaronder een geborduurd boek waarin een moeder het dagelijkse leven in het kamp voor haar zoontje vastlegde, zijn te zien. Ook de Bersiap-periode (het begin van de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd) en joodse dienstplichtigen die na de oorlog naar Indië werden gestuurd komen aan bod.

Vandaag de dag is het jodendom geen erkende godsdienst in het overwegend islamitische Indonesië. Er zijn dan ook maar weinig joden die hun godsdienst openlijk kunnen belijden. Fotograaf Pauline Prior, die al vaker foto’s in opdracht van het Joods Historisch Museum maakte, is het gelukt om begin 2014 beelden te maken van het joodse leven in Indonesië anno nu.

De tentoonstelling zal vanaf de opening ook online te zien zijn via een aparte website. Ter gelegenheid van de tentoonstelling brengt het tijdschrift Misjpoge een themanummer uit over joden in Nederlands-Indië. De uitgave is gemaakt in samenwerking met het JHM en het Menasseh ben Israel Instituut.

x

Joods Historisch Museum
Nieuwe Amstelstraat 1
1011 PL AMSTERDAM
http://www.jhm.nl

Openingstijden
Maandag 13 oktober 2014 t/m zondag 8 maart 2015 ma-zo: 11:00 – 17:00 uur.

x

Dit bericht werd geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

10 reacties op Selamat Sjabbat

  1. M.F.Bus zegt:

    In het japanse vrouweninterneringskamp Tangerang herinner ik mij een grote slaapzaal met uitsluitend Armeense joden. Zij hadden allen oudtestamentische achternamen als Abraham, Izaak etc. en hadden veel kinderen. Toen de jappencommandant het kamp op een zeker moment voorzag van stinkend slachtafval wisten deze vrouwen er wel raad mee om daar iets eetbaars van te produceren na eindeloos wassen en schrobben en daarna te verwerken in de gaarkeuken. Het was niet veel, maar we hadden honger en waren blij mee.
    Waarschijnlijk worden daarmee de zogenaamde Bagdad-joden bedoeld, die inderdaad ook uit Soerabaja kwamen.

  2. Wij zaten in een zaal met veel Hongaarse joden, maar ook Nederlandse, zoals Wertheim, de Jong-Keesing, etc.

  3. Jan A. Somers zegt:

    Ik heb goede herinneringen aan de synagoge op Toendjoengan in Soerabaja. Daar was in de bersiaptijd het informatiecentrum van het Rode Kruis. Directeur was, geloof ik, de heer Keller, Zwitserse consul, die bij het Goebengtransport gewond is geraakt. Het gebouw bestond in 1997 nog, maar was geen synagoge meer. Wat is het huidige gebruik?

    • buitenzorg zegt:

      De naam Keller verwijst naar het affiche van de tentoonstelling. Het jongetje op de foto is Peter Keller. Misschien een kind van de directeur?

      • Jan A. Somers zegt:

        Weet niet. Ik weet ook niet of Keller Sr. (voorletters M.E.?) zelf jood was, of op andere wijze iets met de synagoge te maken had. Ik dacht het niet, maar wie ben ik? De organisatie weet het misschien, of heer Itzig Heine? In ieder geval een bijzonder ‘toeval’.

  4. Peter van den Broek zegt:

    Een treurige geschiedenis is het verhaal van Werner Stauder “Duitse Joden achter Indische Kawat”. Ik kwam dit verhaal tegen toen ik op zoek was naar gegevens over de Staat van Oorlog en Beleg in Ned. Indie”

    Ik citeer uit het begin van zijn verhaal:
    Wat er met de Joden in Nederland gebeurde tijdens de Tweede Wereldoorlog weet vrijwel iedereen. Over het lot van de Duitse en Oostenrijkse Joden in Nederlands-Indië van vóór de Japanse bezetting is hier daarentegen weinig bekend. Zij vormen een vergeten groep oorlogsslachtoffers. Het doel van dit artikel is het eerherstel van deze mensen. Om aan deze anonieme groep een gezicht te geven zal ik het lot van de heer Otto Moszkowicz als voorbeeld naar voren halen.

    Otto Johann Ludwig Moszkowicz, geboren in 1911, was in Nederlands-Indië als ingenieur werkzaam bij de B.P. Maatschappij in Terisi, Djatibarang op West-Java. De heer Moszkowicz was één van de honderden Joden, die in de jaren 30 Duitsland en Oostenrijk waren ontvlucht en zich in Nederlands-Indië hadden gevestigd omdat zij dachten, daar een veilig heenkomen te hebben gevonden onder de Nederlandse bescherming. Zij kwamen van de regen in de drup, want zij ontsnapten weliswaar aan de nazi’s, maar kwamen evengoed in kampen terecht achter het prikkeldraad. Velen van hen hebben het niet overleefd, waaronder ook de heer O.J.L. Moszkowicz. Tijdens de recherches voor mijn boek over de interneringskampen in Indië kwam ik in Duitse en Nederlandse archieven een van de grootste schandalen uit de maritieme geschiedenis van Nederland op het spoor, waarover tot op heden een mysterieuze sluier hangt. Meer dan 70 jaar geleden, op 19 januari 1942, voltrok zich circa 150 zeemijl voor de kust van Sumatra een haast onbeschrijfelijk drama, waarvan de ware toedracht door de desbetreffende autoriteiten decennia lang angstvallig in de doofpot is gehouden. Ik nam daarom het besluit, mij intensief met deze Nederlands-Indische doofpotaffaire bezig te houden om in mijn boek een waarheidsgetrouw beeld te scheppen van alle gebeurtenissen rondom de tragische dood van 411 onschuldige gevangenen, waaronder talrijke Joden, die men op uitdrukkelijk gezag van hoger hand willens en wetens heeft laten verdrinken en aan de bemanning vervolgens het bevel gaf, daarover te zwijgen. Ook Otto Moszkowicz was één van deze verzwegen Joodse oorlogsslachtoffers. Met het onderstaande verhaal wil ik hem en al de anderen uit de anonimiteit halen en postuum eer bewijzen.

    Het begon allemaal op 10 mei 1940. Onmiddellijk nadat Tjarda van Starkenborgh, de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië, te Batavia op de hoogte was gebracht van de Duitse inval in Nederland, werden in de gehele Indische archipel alle burgers van Duitse afkomst gearresteerd en in interneringskampen opgesloten, in totaal ruim 2.800 mannen en vrouwen, waarbij geen onderscheid gemaakt werd tussen ‘arische’ Duitsers, Indo’s met een Duitse achternaam en uit Duitstalige landen afkomstige Joden. Dat ook deze Joden, die juist voor de nazi’s gevlucht waren en zich in Indië veilig waanden, werden gearresteerd en opgesloten – en dan ook nog op vrijdagavond bij het begin van de sabbat – is onbegrijpelijk. Te meer als men bedenkt, dat zij reeds voor de oorlog door de nazi’s van hun burgerrechten werden beroofd en dus stateloos waren. Op deze bewuste Erev Sjabbat van de 3e Ijar 5700, die om 18:11 uur plaatselijke tijd begon, werd de Parasja Emor gelezen.

    Duitse en Oosterijkse Joden kwamen uiteindelijk terecht op de “Van Imhoff” met veelal dodelijke gevolgen

    • George zegt:

      Wat betreft Indos met een Duitse achternaam; Ik kwam in November 1949 vanuit Surabaya in Amsterdam aan; ik was 12 jaar oud en ik had de Duitse nationaliteit, omdat mijn vader een Duitser was, die in 1933 in Surabaya arriveerde, na de overname van de macht door Adolf Hitler in Duitsland. Ik had een deportatie order op mijn zak in 1949, en werd voorgeleid voor de chef van de Vreemdelingen Politie in Amsterdam, die gelukkig nog op zijn kantoor was toen ik daar aankwam. De chef belde een hoge ambtenaar op in Den Haag, die de order gaf mij niet te deporteren naar Duitsland, omdat de oorlog voorbij was en(West) Europa nu een Gemeenschap was, niet een sexuele gemeenschap, maar de Kolen en Staal Gemeenschap. Zo ontsprong ik een deportatie order, als 12-jarige, naar Duitsland. Gelukkig zijn er nog goede zielen in deze wrede en onmenselijke wereld.

  5. N.I. van Hal-van Wiligen zegt:

    Een paar jaar geleden heb ik aan de Stichting Herdenking 15 augustus 1945 schriftelijk gevraagd of nu eens speciale aandacht kon worden geschonken aan de Joden in de kampen. Er waren in verschillende kampen op Java immers voor deze categorie aparte barakken en in sommige kampen werden ze ook als zodanig beschouwd en behandeld.
    Na enige tijd werd afwijzend gereageerd op dit verzoek. Toen was de reden, dat ze al een spreker hadden en dat die vrij was om al of niet aandacht te besteden aan deze groepering.
    Ik weet, dat er van verschillende zijden ook dergelijke verzoeken zijn gedaan., waaraan kennelijk ook geen gehoor is gegeven.
    Voor mij volstrekt onbegrijpelijk.
    Mijn moeder en ik hebben niet in zo’n afdeling gezeten. Mijn moeder heeft ervoor gekozen om erover te zwijgen, dat ze een Joodse was. Bovendien waren er in de kampen waar wij in hebben gezeten geen aparte barakken voor Joden.

  6. Ælle zegt:

    U kunt meeluisteren bij het aflezen van de laatste namen van in totaal 102.000 personen, jong en oud die vermoord werden in Westerbork.
    De letter T is nu aan de beurt. http://nos.nl/livestream/2014554-westerbork-leest-de-namen-van-102-000-nederlandse-holocaust-slachtoffers.html

  7. Ælle zegt:

    Vandaag, 27 januari 2015, heeft de mensheid iets belangrijks uit de geschiedenis van de MENS te herdenken/to commemorate:
    http://www.theguardian.com/world/video/2015/jan/27/what-happened-auschwitz-70th-anniversary-video

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s