De sporen van mijn opa

Door Sabina de Rozario

C.W. de Rozario (1907-1962)

C.W. de Rozario (1907-1963)

Mijn oma vertelde mij al op vroege leeftijd dat mijn opa als krijgsgevangenene tijdens de Tweede Wereld Oorlog aan de Birma spoorlijn heeft gewerkt. Ik was nog te jong om deze kennis met me mee te dragen, maar ik had geen keuze, het werd me gewoon verteld. Mijn oma zelf heeft in een interneringskamp gezeten samen met haar zus en diens kinderen. Toen haar zus ziek werd, zorgde mijn oma voor het kroost, zelf had zij nog geen kinderen. Omdat ik mijn opa nooit heb gekend, bleven zijn gruwelijke ervaringen op een bepaalde afstand van mijn gevoel.

Jaren later vertelde oma, zonder aanleiding, dat opa vroeger ook naar Japan is gezonden om in de mijnen te werken. Ik hoorde dit verhaal aan, maar dacht dat het misschien niet waar kon zijn. Oma was al oud, wellicht vergiste zij zich. Ik kon me nauwelijks voorstellen dat krijgsgevangenen die Thailand hebben overleefd ook nog eens naar Japan werden gestuurd. Zo denken mensen die de oorlog niet hebben meegemaakt, waarvan ik als derde generatie Indische er een van ben.  De oorlog voelt voor buitenstaanders als een film waarin erge dingen gebeuren, maar echt vreselijke wreedheden niet voorkomen, want dat zou te erg zijn. Voor mij was het verhaal over de Birma Spoorlijn al erg genoeg, daar paste niet nog eens een interneringskamp in Japan bij.   

Interneringskaart

Ongeveer een week geleden ben ik begonnen met het lezen van de site Javapost.nl. De verhalen over de Tweede Wereld Oorlog grepen me enorm aan, ik kon gewoon niet stoppen met lezen. Dagen achtereen  nam ik alle artikelen uit het archief dat in 2010 begon, gretig tot me.  Een artikel over het Nationaal Archief vertelde me dat interneringskaarten digitaal zijn op te zoeken via de site gahetna.nl. Twee jaar lang hebben ze over dit klusje gedaan, waardoor nu meer dan 28.700 kaarten in de database zijn op te zoeken.

Met een klik op de link zat ik op de zoekfunctie van de site waar de gevens van Marine en KNIL-ers zorgvuldig zijn vereeuwigd. Ik bedacht me dat mijn opa geen KNIL-er was, hij werkte immers bij de KPM en zou hij niet zijn te vinden in dit systeem. Toch maar eens proberen, nieuwsgierig als ik ben. Na het intikken van de familienaam verschenen er prompt drie zoekresultaten. Mijn hart ging voelbaar sneller kloppen en ik klikte op de weergegeven naam van mijn opa met zijn geboortedatum.

Registratiekaart C.W. de Rozario

Registratiekaart C.W. de Rozario

Ik nam een slok van mijn koffie en voordat ik mijn kopje kon neergezetten, verscheen de interneringskaart van mijn opa al op mijn scherm. Op de voorkant van de kaart stond informatie in het Japans en Engels, op de achterkant alleen in het Japans. Mijn ademhaling stokte bij het zien van zijn gegevens, ik vond dat enorm confronterend. Dit betekende dat mijn opa echt in een interneringskamp heeft gezeten. Natuurlijk heb ik nooit getwijfeld aan dit verhaal, maar het zien van het bewijs zeventig jaar na dato maakte het echt. Het maakte het leed, waarover ik had gehoord, emotioneler. Wat voor me lag was leed op een stukje papier.  De kaarten zijn altijd opvraagbaar geweest bij het Nationaal Archief, zo las ik op de website. Gelukkig is door internet de stap naar het verleden makkelijk gemaakt,  anders had ik misschien nooit dit document opgevraagd.

Mijn ‘ontdekking’ verstuurde ik dezelfde dag per mail aan mijn vader en vroeg hem meteen waarom opa in dit bestand stond. Opa maakte na mijn weten geen deel uit van het KNIL, de aanwezigheid in dit bestand verwarde me. Mijn vader antwoordde per omgaande dat opa voor en tijdens de oorlog wel degelijk als militair heeft gediend. Hij voegde er aan toe dat opa ook in kampen in Japan en Manilla heeft verbleven. Ook nog in Manilla in de Filipijnen? Ik begon te begrijpen dat de Japanners aardig hebben ‘gezeuld’ met hun krijgsgevangenen.

Nog méér vragen

De scan van de interneringskaart liet zien dat mijn opa is opgepakt in zijn woonplaats Makassar, Celebes. Als correspondentieadres stond de naam van een vrouw genoteerd die ik niet kon plaatsen. Ik schrok eigenlijk bij het lezen ervan, want zo ver ik wist, was mijn opa ongehuwd tijdens de oorlog. Zou de naam zijn eerste vrouw vertegenwoordigen? Zo ja, had hij hier dan ook kinderen bij? Het verhaal dat mijn oma mij jaren geleden had verteld, begon voor mijn gevoel nu te rammelen. En dat allemaal na een eenvoudige zoektocht naar een document op internet. Mijn vader hielp mij gelukkig snel uit de brand over de vrouwelijke naam, het bleek de zus van opa. Eerlijk gezegd was ik hier blij om, er was geen sprake van een eerder huwelijk en mogelijke nakomelingen hieruit. Mijn vragen naar aanleiding van de genoemde vrouw kon ik wegstrepen.

Hoe meer ik naar de kaart keek, des te meer vragen er rezen, ik werd er onrustig van. Het vertalen van  de Japanse tekst zou mij meer inzicht geven in de reis die mijn opa heeft afgelegd en wat er onder het geheimzinnige kopje ‘other information’ zou staan. Een vriendin kon de tekst vertalen, al had ze moeite met sommige verouderde tekens die erop stonden. De eerste regel van de kaart las zij hardop voor: 1942 oktober 24 kamp in Nagasaki. Ik dacht: dit is een slecht begin. Nagasaki was zeker niet de plek waar je moest zijn gezien de atoombom die er jaren later zou gaan vallen. Ik vroeg nog of het klopte, maar het kon niet missen dat er Nagasaki stond.

Onder het kopje Beroep stond manager en dat klopte niet met wat ik eerder van mijn vader had gehoord. Mijn opa was dus geen KNIL-er voor het uitbreken van de oorlog volgens dit document. De datum van gevangenneming stond genoteerd 3 maart 1942. Mijn vader had onlangs gezegd dat zijn vader in 1940 al ter werk zou zijn gesteld aan de Birma Spoorlijn. Ik wist uit de geschiedenisboeken dat de bezetting pas in 1942 in Indie was. Daarbij leerde een snelle online ‘search’ dat de bouw van de Birma spoorlijn in dat zelfde jaar is begonnen en niet eerder. Wat betreft het jaar 1940 liep ik vast. Ik ging opzoek naar een lijst van gevangenen in Thailand.

De informatie op de achterkant van de interneringskaart meldde een verplaatsing naar  een nieuw kamp op 21 juni 1945, dit maal Fukuoka 2. Achter de notitie stond na een spatie het getal 17, wat kon duiden op een eenheid binnen dit kamp of wellicht een later transfer naar kamp 17? Door onderzoek kwam ik te weten dat in kamp Fukuoka 2 ook gevangenen zaten die eerder in Thailand waren geweest. Het was dus toch mogelijk, veel mensen is niets bespaard gebleven tijdens deze oorlog bedacht ik me. Ook verkondigde een site dat ‘slechts’ 10 procent van de gevangenen niet meer levend terugkeerden naar het land van herkomst. De overledenen, meestal door ziekte en honger, werden na de crematie bij een boedistische tempel bewaard.

Mijn gevoel wat ik had bij het begin van het ontcijferen van de kaart, bleek gegrond. Nog geen twee maanden nadat mijn opa in kamp Fukuoka aankwam, viel enkele kilometers verder op in Nagasaki de atoombom. Hij was daar dus, op de meest slechte plek waar men op dat moment maar zijn kon. Dit feit vond ik de ergste ontdekking. Het maakte de oorlog erger dan erg en eindelijk kwam het verhaal tot me.

Het raadsel over een transfer naar een kamp in Manilla loste tijdens het lezen op verschillende websites vanzelf op. De geallieerden vervoerden na de bevrijding de voormalige krjigsgevangenen via de Filipijnen naar het land van herkomst. Helaas brak niet de tijd aan om bij te komen. De mannen moesten de wapens weer oppakken, want de voormalige kolonie was nog lang niet veilig.

Weinig interesse

In al mijn enthousiasme heb ik mijn ‘ontdekking’ met mijn Indische generatiegenoten gedeeld. Gek genoeg, was ik eenzaam in mijn passie die ik had om de interneringskaart op te zoeken en te vertalen. Ik begreep niet waarom mijn vrienden geen interesse hadden in hun grootouders en in de oorlogsgeschiedenis die zo bepalend is geweest voor onze Indische gemeenschap. Voor de generatie die de tweede wereldoorlog niet heeft meegemaakt zijn de verhalen slechts verhalen. Enkele uitzonderingen daar gelaten, want er zijn jongeren die wel interesse hebben. Die wel voelen dat die oorlog ook een deel van hen is. Tuurlijk, het is allemaal al lang geleden, maar de invloed van de oorlog zijn tot op de dag van vandaag voelbaar. Dat je dat als derde generatie ongemerkt voorbij kan laten gaan, kan ik me niet indenken.

Of mijn opa ook is opgeroepen tijdens de politionele acties, heb ik nog niet kunnen achterhalen. Na 1945 is hij met mijn oma getrouwd en zijn zij weer in Makassar gaan wonen. Op dat moment waren de zuiveringsacties van Westerling volop in gang op Sulawesi. In maart 1947, net voor het begin van de eerste officiele politionele actie onder leiding van die inmiddels omstreden Westerling, kwam mijn vader ter wereld.

x

Naschrift van de redactie:
Als de vertaling juist is, dan betekent dit dat C.W. de Rozario al vanaf oktober 1942 in Nagasaki verbleef. Dit correspondeert met deze vermelding, waar sprake is van een transport in oktober 1942 met de Asama Maru van Makassar naar Fukuoka 2B (Nagasaki). Een verslag van de gebeurtenissen in dit kamp t.t.v. de atoombom op Nagasaki stond eerder in de Java Post.
Van Fukuoka 2B is een volledige (?) namenlijst bewaard gebleven. Hier wordt De Rozario echter niet op vermeld. Hij verbleef aan het eind van de oorlog dus mogelijk niet in Fukuoka 2B, en misschien in Fukuoka 26. Volgens de informatie op deze website verbleven in Fukuoka 26 echter slechts enkele Nederlanders, en géén De Rozario. Misschien kan de kaart nog een keer door het Nationaal Archief worden bestudeerd? Ook het SAIP zou nog informatie kunnen hebben.

Dit bericht werd geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

9 reacties op De sporen van mijn opa

  1. Nou dat is ook toevallig! Mijn vader was daar ook als krijgsgevangene! Hij heeft de sporen daarvan zowel geestelijk als lichamelijk nog gehad. Misschien kenden ze elkaar wel!

    • Ed Vos zegt:

      Heel toevallig heb ik samen met Mas Rob op FB een discussie gehad op een indo-FB-forum Real predictor (eunmask). Bent u op kruistocht of wat?
      Een en ander leidde tot uw terugtrekking op dat forum na eerst persoonlijke aanvallen te hebben gericht op mij en Mas Rob.. Ik verweet u Wilderiaanse propaganda en gebrekkige kennis van het leven in Indonesie.
      Heel toevallig zat mijn vader ook in Birma en deed hij na WOII mee aan acties op het eiland Bali. Lichamelijk gelukkig niets daarvan ondervonden, en psychisch ook niet. Een en ander echode niet na in mijn leven. Zij het mijn van hem overgenomen cynisme en mijn verbazing dat er nog steeds (prive)oorlogen worden gevoerd..

      Voor het overige een interessant artikel. Ik kwam ook uit een gezin waar niet over moeiljke dingen werd gesproken waar de kinderen bij aanwezig waren. Het is hetzelfde als het vertonen van een film over de wondere wereld van onze mooie natuur. Over de keerzijde: gifslangen, haaien, kleine roofvissen en dergelijke heb je het niet graag over.
      Behalve dan wat de mens, het grootste gevaar, de natuur aanricht.

      Ook met mijn neven en nichten, Indonesiers voorzien van bahasa Gaul en totaal verschilend van mij, zijn wij – liever, zij – op zoek naar de (Nederlandse) roots. Weer anderen, uit een ander continent doen ook mee op zoek naar hun Indonesische roots.
      Gezellig is het wel: geen gifspuwerij van Belanda dit of Belanda dat, Indonesia begini, Indonesia begitu. Het blijft leuk en gezellig en zo hoort het ook. .

  2. Else Drost zegt:

    Dear Java Post

    Thank you for ‘DE SPOREN VAN MIJN OPA; Hier is mijn ; mijn ouders,, bij hun huwelijk, hadden goed (20 k.) goud waardoor ze ringen lieten maken. Tijdens de Jappentijd, mijn vader was in het krijgs kamp, om in het leven te blijven, verkocht zijn ring. Kwam terug zonder, wat mijn moeder erg vond. Keuze “een ring zonder man, of een man zonder ring”

    ELSE DROST

  3. glemmens1940 zegt:

    Dag Sabina,

    Ik deel jouw interesse in het leven van je Opa en Oma in het voormalige Nederlands Indie nu Indonesie gedurende de oorlog van 1942 tot Augustus 1945. Ik was wel klein (2 jaar oud in 1942) maar ik heb het helaas ook zelf allemaal meegemaakt en uiteindelijk over mijn vaders leven wat hierop Java post laten verschijnen. Toevallig was hij ook een oud KPM’er. In het algemeen zijn niet veel mensen geinteresseerd maar je doet het ook niet alleen voor anderen maar voor de kinderen en kleinkinderen van je Opa en Oma zodat het niet vergeten wordt.

    Slamat uit East Sussex,

    Gerard

  4. Peter zegt:

    Hai Sabina,

    Ik heb even gekeken op de geweldige site van Henk Beekhuis, http://www.japansekrijgsgevangenkampen.nl, en ik kwam al snel de naam van jouw opa tegen op de ‘Som-naamlijst’. Na wat puzzelwerk kwam ik uit op de volgende route van jouw opa; opgepakt op 3-3-1942 in Makassar. De notatie jaar/maand/dag wordt gebruikt, waarbij het jaartal is uitgedrukt in het aantal jaren dat Hirohito keizer was (sinds 1925). ‘Date of Capture 17.3.3’ betekent dus 3 maart 1942. Vervolgens is hij gevangen gezet in het Infanterie-kampement op Makassar Celebes. Op 14-10-1942 met de Asama Maru 1 verscheept naar Nagasaki waar hij op 23-10-1942 aankwam. Een dag later werd hij gevangen gezet in kamp Fukuoka 2B. Op 23-04-1945 is hij tenslotte eerst met bootjes naar Nagasaki en dan in een geblindeerde trein naar kamp Fukuoka 23B gebracht. Hij staat ook op de naamlijst van dit kamp van het Rode Kruis met de 158 Bevrijde Nederlandse Krijgsgevangenen.

    Alle goeds, Peter

  5. buitenzorg zegt:

    Dank, Peter, voor deze aanvulling. Als deze informatie correct is, dan betekent dat dat De Rozario in ieder geval niet meer in de buurt van Nagasaki was t.t.v. de atoombom.

  6. arthurfrijling zegt:

    Dankzij dit artikel heb ik zojuist de lijst met bevrijdde krijgsgevangenen gevonden waarop ook mijn vader staat (evenals de opa van Sabina). Mijn vader is ook via de scheepswerf Kawanami ofwel Fukuoka 2B naar de kolenmijn Fukuoka 27B vervoerd medio 1945. Kennelijk heeft de bevrijding plaatsgevonden nadat alle krijgsgevangenen eerst naar Fukuoka 22B zijn vervoerd rond 17 augustus. Omtrent de Fukuoka kampen met een nummering hoger dan 20 bestaat enorm veel onduidelijkheid. Ik ben bezig met uitzoeken hoe e.e.a. zat.

  7. Ælle zegt:

    Mooi zo! De Britse Guardian heeft gisteren het verhaal van Jan Bras, geboren en getogen in Nederlands Indië, gepubliceerd. Van Birma tot Nagasaki: de man die door de hel liep.
    Volgens zijn dochter Gina Jennings begon haar Vader 10 jaar geleden pas los te komen met de verhalen die hij had weggestopt. Er bestonden geen woorden om zijn ervaringen eerder over te dragen. Het was haar wens dat die nu openbaar werden gemaakt.
    Hij is dankbaar dat ze (de Japanners) hem toen niet in zijn testikels en maag hebben geschopt. Jan is 93 jaar oud en woont met zijn vrouw (meer dan 57 jaar getrouwd) in hartje Londen.
    http://www.theguardian.com/world/2015/jul/26/nagasaki-man-who-walked-through-hell-jan-bras

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s