Licht in de duisternis

De geschiedenis van vuurtoren ‘Zwaantjesdroogte’

De foto van vuurtoren Zwaantjesdroogte met op de achtergrond het stoomschip de Orion vind ik een van de mooiste foto’s van Nederlands-Indië. We zien hier een tropische, bijna windstille dag in Straat Madoera. Het schip ligt zo te zien voor anker om enkele mannen van boord te laten gaan voor een bezoek aan de vuurtoren. Misschien – ik geef het toe – laat ik me in mijn oordeel te veel leiden door die prachtige naam Zwaantjesdroogte: het klinkt bijna poetisch, alsof er geen schoner plaats denkbaar is dan deze. Natuurlijk, net als alle andere plaatsen, heeft  echter ook dit stukje Nederlands-Indië zo zijn eigen geschiedenis.

Zwaantjesdroogte en stoomschip Orion (1903)

Gietijzer

In ‘Geschiedenis van de techniek’, onder redactie van H.W. Lintsen, lezen we van het eerste gebruik van gietijzer in Nederland: “De mogelijkheden om een sterke en toch open, lichte constructie te maken, waren benut in het Apenhuis van Artis (1852) en in de veranda van het landgoed Bronbeek bij Arnhem, een creatie van Rose (1855). Beduidend robuuster was de geheel gietijzeren vuurtoren die de Marine in 1856 had laten bouwen in Renesse. Daarbij hadden bouwkundigen van het loodswezen de recente Engelse voorbeelden nagevolgd, die zij op hun dienstreizen hadden leren kennen. Een eerste, met tekeningen uitgewerkt voorstel van een Nederlander om een ijzeren vuurtoren op te richten, was overigens al in 1849 gelanceerd, maar nooit uitgevoerd. Na de toren van Renesse volgde in 1862 een soortgelijk kustlicht in Ouddorp, en tussen 1856 en 1899 zouden Nederlandse gieterijen 11 grote gietijzeren vuurtorens langs de Nederlandse kust plaatsen – daarnaast bestelde de overheid nog 22 ijzeren torens voor Oost-Indië.”

Maar liefst 22 vuurtorens werden dus in de tweede helft van de 19e eeuw in Nederland gefabriceerd en daarna in losse delen naar Nederlands-Indië vervoerd. We spreken hier van een typisch voorbeeld van geïmporteerde technologie. Ter plaatse werden de vuurtorens als een bouwpakket in elkaar gezet, onder toezicht van een uit Nederland meegereisde monteur. Eén van deze torens was die van de Zwaantjesdroogte, een rif in Straat Madoera (07º28.0´S, 113º7.0´E).  

Eene ijzeren bolbaak

Eerder, zo lezen we in de Java Bode, had op deze plaats al een ander baken gestaan. Op 20 september 1855 zond Schout-bij-Nacht J.F.D. Bouricius het volgende ‘berigt’ aan de zeevarenden:

“Berigt aan zeevarenden. De Schout-bij-nacht, kommandant van Z.M. zeemagt in Oost-Indië en Inspecteur der Marine, geeft bij deze bekendmaking den zeevarenden kennis: dat op de Zwaantjesdroogte of Karang Koko, in Straat Madura, eene ijzeren bolbaak op schroefpalen (volgens het systeem van Mitchell) is opgerigt. Haar top 12,5 el boven hoogwaterstand verheven zijnde, is deze baak voor het oog 4 el boven den waterspiegel geplaatst, te zien op eenen afstand van ruim 2,5 mijlen, zoodat men, bij het uitzeilen van het Soerabaijasche Jansen-vaarwater de uiterton van dit zeegat uit het oog verliezende, bij goed weer deze bolbaak in het gezigt zal krijgen.
Deze bolbaak staat op het droogste zandplaatje van het koraalrif, dat slechts bij springtijen een halve voet onderstroomt.”

Het feit dat de bolbaak alleen bij goed weer zichtbaar was, zal er ongetwijfeld toe hebben bijgedragen dat snel aan vervanging werd gedacht. Met regelmaat was sprake van schipbreuken. Zo meldde de eigenaar van een op 6 februari 1864 op de Zwaantjesdroogte verongelukte prauw dat de lading, bestaande uit 6695 stuks wit katoen, was gered, doch met het vaartuig verloren waren gegaan vijfhonderd gulden aan zilver, zomede de bagage der opvarenden ter waarde van f. 2000. Zes personen werden vermist.

Zwaantjesdroogte bij laag water

In 1871 was het dan zover. De Vice-Admiraal, Adjudant des Konings in buitengewone dienst, Kommandant der Zeemagt en Chef van het Departement der Marine in Nederlands-Indië, bracht ter kennis dat een ijzeren lichttoren zou worden opgericht, waarop een wit licht ‘der 4e orde’ zou worden ontstoken. “De kleur van de toren is wit, en de lichtbron 16,5 meter boven volzee verheven, zodat men met het oog 8 meters boven den waterspiegel zijnde, het vast licht op 3, en de schittering op 3,5 D.G. (12 en 14 Engelsche mijlen) afstand zal kunnen zien.”
Het licht op de nieuwe vuurtoren werd uiteindelijk op 26 oktober 1871 voor het eerst ontstoken.

Soortgelijke kustlichten

Model vuurtoren Diamantpunt, N.-Sumatra

In dezelfde periode werden nog enkele andere vuurtorens van het zelfde type in gebruik genomen. Volgens de bijschriften van de bewaard gebleven foto’s bestonden in Nederlands-Indië nog tenminste drie andere vuurtorens van hetzelfde type: de Meinderts Droogte (Karang Mas) ten noord-oosten van Banjoewangi, de Discovery Oost Bank (Gosong Mampango) in Straat Karimata tussen de Riouw-Archipel en Borneo, en Den Bril (Karang Takarewataya) voor Makassar. Van het eerstgenoemde kustlicht is echter geen foto bewaard gebleven, wel daarentegen van het gelijksoortige model van de vuurtoren Diamantpunt (Noord-Sumatra), gebouwd in 1905. In al deze gevallen betreft het een achtkantige vuurtoren met een drie- of vier verdieping hoge opbouw. De constructie was zo ontworpen dat het onderste gedeelte onder water kon staan. De hoogte van het lichtpunt varieerde van 13 meter (Discovery Oostbank) tot 27 meter (Den Bril).
Mogelijk is hetzelfde bouwpakket ook op het land gebruikt. Op het Duiveneiland (Poelau Taboean) in Straat Bali stond een vergelijkbaar model (gebouwd in hetzelfde jaar als de Zwaantjesdroogte!), maar dan zonder de opbouw.

Isolement

Op de vier in zee gebouwde vuurtorens werkten doorgaans een of twee vuurtorenwachters. Uit de annalen weten we dat op de Zwaantjesdroogte de eerste jaren de volgende mannen dienst hebben gedaan:

1871 (jaar indiensttreding): F. Legel, lichtopzichter tweede klasse;
1874 : J.C.van Leeuwen, lichtopzichter derde klasse;
1876 : S.L. van der Scheer, lichtopzichter derde klasse;
1878 : L.J. Temperman, lichtopzichter derde klasse;
1880 : G.J. de Groot, lichtopzichter vierde klasse;
1887 : Van Viegen;
1887 : J.P. van der Werff, lichtopzichter derde klasse;
1888 : J. van der Steichel;
1890 : jhr. M.H.F. Goldman; lichtopzichter derde klasse.

Ook al werkten deze mannen vaak samen, en werden land- en zeedienst afgewisseld, het lijkt erop dat de meesten van hen het na enkele jaren voor gezien moeten hebben gehouden. Het isolement – slechts een enkele maal doorbroken door langsvarend bevoorradingsschip – was natuurlijk groot. In 1876 meldde de pers in het nabijgelegen Pasoeroean dat de de bevoorrading van drinkwater was toegewezen aan een zekere Van Oppen tegen de inschrijvingsprijs van f.1,20 per 100 Nederlandse kannen, “onder nadere goedkeuring van het Marinedepartement”.

Ondanks de aanwezigheid van een goede vuurtoren werd af en toe toch nog melding gemaakt van schipbreuken. In 1874 was sprake van het vergaan op de Zwaantjesdroogte van het ijzeren barkschip de Henrique. Een geredde Noorse schipbreukeling vertelde dat het overgrote deel van de bemanning zou zijn verdronken.
In 1883 strandde hier het Engelse stoomschip Madras, met een lading rijst van Saigon bestemd voor Soerabaja, en in 1903 gebeurde hetzelfde met de veerboot Carolina. In dit laatste geval lag de schuld bij “den knappen Boegineesche kapitein, die hardnekkig het licht van Zwaantjesdroogte aanzag voor het toplicht van een schip”. Ook in 1910 (Engelse stoomschip Billebster), 1926 (marinevaartuig Flores), 1937 (KPM-schip Van der Hagen) en 1939 (bebakeningsvaartuig Cator) liepen hier schepen aan de grond.

Zelfde model als Zwaantjesdroogte: Den Bril, ZW van Makassar

Een rapportage

De Zwaantjesdroogte kwam gelukkig ook positief in het nieuws. Ergens in de jaren twintig van de vorige eeuw moet de ondiepte met zijn koraalriffen zijn ontdekt door natuurvorsers. In 1928 kreeg Soerabaja een nieuw aquarium, enkele jaren later Semarang. Om aan de vissen te komen werden expedities ondernomen naar de Zwaantjesdroogte om daar, in het ondiepe, naar kleurrijke exemplaren te zoeken.
In 1932 kwam ook de heer Hompes, beheerder van de dierentuin in Soerabaja, langs om een kijkje te nemen. Toen enkele dagen later ook enkele andere bestuursleden van de dierentuin een lift van een vaartuig hadden gekregen, bleek bij hun aankomst dat Hompes “behalve een aardige collectie vissen, ook al een aantal fraaie koraaldieren had gevangen: zee-anemonen, zeesterren, zee-appels etc.”.

De Oost-Java editie van de Indische Courant vond het tijd om een journalist naar dit beruchte, doch tegelijkertijd zeer exotische oord te sturen. In een uitgebreide rapportage onder de titel ‘Het lichtkasteel op het rif’, werd in november 1933 van het bezoek verslag gedaan. De journalist reed eerst – vergezeld van een assistent – met zijn oude Fiat van Soerabaja naar het vissersplaatsje Lekok, ten oosten van Pasoeroean. Daar huurden ze een zeilprauw met bemanning.

Zwaantjesdroogte, 27 km NO van Pasoeroean

“Even over tienen ’s avonds kregen wij het licht van Zwaantjesdroogte in het zicht. Om twee uur lagen wij gemeerd aan deze wonderlijke en merkwaardige vuurtoren, die het doel was van onze tocht. Schier dreigend lag daar voor onze verbaasde ogen midden in zee het waterkasteel!
Het lijkt uit de verte sterk op een pagode, want drie achtzijdige balustraden boven elkaar geven de toren dit aspect. Het basement, waarop hij gebouwd is, steekt bij normale waterstand twee meter boven de golven uit, op ijzeren steunstukken rijst vervolgens het gebouw omhoog, zodat men er onder door kan zien. Zo komt het, dat uit de verte deze toren schijnt te zweven en zij bij nacht doet denken aan een zeilend schip.
Op de top bevindt zich het licht, dat periodiek vier seconden brandt en zes en twintig seconden gedoofd is. Wij beklommen de uit het water naar de eerste balustrade voerende trap. Een grote achthoek, in het midden waarvan het toren-massief oprijst. De stalen poort bleek gesloten en de ramen óók; in deze toren van het licht was, behalve de vlammende kroon op den top, geen spoor van een lamp te bekennen.
Wij riepen! Geen antwoord. Wij bonsden, doch de holle slagen dreunden vergeefs door het kasteel van Zwaantjesdroogte. De man, die deze vesting bewaakte, liet zich zien nóch horen. Inmiddels sjouwden de Madoerese matrozen onzen barang naar boven, een camera, een kijker, koffertjes, een veldbed, zij schoven het onverschillig bij elkaar, rustten wat uit en verdwenen alras. De prauw zakte snel af en ging achter Zwaantjesdroogte ten anker. Ons restte niets anders dan op het winderig bordes, acht meter boven zee-, het veldbed te spannen en er het hoofd op neder te leggen.”

De tijd stond stil

De volgende morgen bleek de vuurtorenwachter toch aanwezig te zijn geweest. De man had gedacht dat  alleen Madoerese prauwenvaarders op de toren waren geklommen, en had geen zin gehad om ze te ontmoetten. Misschien niet onbegrijpelijk, er waren ook zeerovers in dit gebied. Hij nodigde de journalisten nu uit om binnen te komen.

Zelfde model als Zwaantjesdroogte: Discovery Oostbank, tussen Riouw-archipel en Borneo.

“Smalle, ijzeren trappen voeren naar de eerste en tweede etage, waar twee gezellige, veelhoekige ouderwetse kamers eens waren ingericht. De toren, welks lichaam van ijzer is, werd van binnen met houten beschotten bekleed, waarin panelen en ijzeren ramen zijn aangebracht. Die vertrekken doen, door de rechte stand van de ramen in de hellende wanden, sterk aan de roef van ouderwetse schepen denken. De bovenste étage is een slaapkamer, de eerste dient als werkkamer. De meubels zijn oud en solide, het geheel draagt de sporen van vaderlandse degelijkheid, het stempel van een verleden. Geen enkele versiering aan de wand, maar alles glimmend van de verf, grijs en zwart en bruin, door een paar geslachten hier gestreken, op de voorgeschreven tijd. In het hoogst gelegen vertrek, óók achtkantig, en evenals het daaronder liggende, voorzien van een rondom lopend balkon, stond een bed. Het was in vele jaren niet beslapen. Muskieten zijn er niet, dus was er ook geen klamboe. Een kast, waarin de medicijnen, een kijker aan een paar haken, en een scheepsklok vielen het eerst op. Daarop ontdekten wij een rond geweerrek waarop drie Beaumontgeweren met lange sabelbajonetten. Zij blonken ons tegemoet. Het zag er alles wel vertrouwd en veilig uit. De tijd had hier zeventig jaar stil gestaan. Diep beneden klotste de zee tegen het voetstuk van onze toren. Wanneer werden deze kamers gebruikt? Zonder twijfel zijn zij sedert jaren niet meer bewoond. Destijds was hier een Europese lichtwachter met zijn helpers. Maar al heel lang wordt het werk gedaan door een Inlandse lichtwachter. Toch gaven de kamers blijk, elke dag te worden geveegd en gestoft.”

Later op deze morgen arriveerden nog enkele andere gasten, de heren Koch en Molenkamp:

“De ganse dag ploeteren zij in zee om onder koralen en karang siervisjes te vangen voor hun aquaria te Tandjong-Perak. Ook een paar bedienden van de Dierentuin zijn hier met een fuik. De heren zijn onvermoeid! De hele dag waden zij tot de hals door het water, gewapend met hunne waterkijkers. Achter elk stuk karang, in elk bloeiend en levend koraal wordt gezocht. Nu eens zwemmen zij onder water, schijnen zij duikers, dan weer spannen zij netten. Wij, van onzen toren, zien diep beneden ons deze vreemde jacht van grote mannen op centimeters kleine visschen.”

Karyo en Tarmin

De vuurtorenwachter Karyo, “een pezige oude knaap met bronzen trekken, wiens ogen gewoon zijn over het water te staren en in wiens ziel geen hakende drang naar het leven bestaat” , blijkt hier al zestien jaar te werken. Telkens twee maanden dienst en een maand te Soerabaia. Wanneer hij zijn maand aan wal heeft, gaat-ie vaak stiekem naar Perak en staart er over de zee.
Zijn werk is beperkt. Een paar keer per dag beklimt hij alle trappen om zich te overtuigen, dat alles in orde is, “wat niet in wanorde kan komen”. Alleen het licht is zijn grote zorg en zijn grote liefde. “Zijn ziel en de vlam, die 4 seconden schittert en 26 seconden gedoofd is, zijn één.”

De vier verdiepingen van Zwaantjesdroogte

“Trots legt hij me in moeilijk verstaanbaar Maleis de inrichting uit. Acetyleengas, dat constant brandt uit een pijpje en daaronder drie acetyleenbranders, waaruit automatisch vier seconden gas stroomt, dat door het vlammetje daarboven wordt aangestoken. Wanneer de druk te klein wordt, of wanneer er iets hapert, komt de electriciteit er aan te pas en automatisch wordt de man van het licht door de lamp daar heel boven geroepen. Een vernuftige verklikker zorgt er voor. De vlam brandt in een prachtige, kristalheldere holle ronde lens. De lichtkoepel is met glas gesloten. Ongeveer 20 kilometer straalt de toren van Zwaantjesdroogte zijn gezegend licht uit, houdt den zeeman van het rif af, wijst hem den weg.
Karyo, de lichtwachter eerste klasse, was blij, dat hij klaar was met zijn uitlegging; hij nam den secondenteller in de hand en beproefde het licht, vier seconden, het was in orde.”

Op dit moment werd het vraaggesprek onderbroken.

“Karyo kwam van het licht naar beneden. De zon neigde ter kimme en verdween als een rode, vlammende schijf, achter de zee. Wij zagen de oude man knielen met het gelaat naar de heilige stad, en zó diep was de buiging van deze devote man, dat zijn voorhoofd de planken raakte.
‘Zijt gij senang hier?’ — vroegen wij hem, toen het duister van de avond een praatje begunstigde.
Karyo scheen de banaliteit van de vraag te begrijpen, want hij gaf er geen antwoord op. Hij is waarschijnlijk niet senang, maar gelukkig, hij kent de last van het leven eerst, wanneer hij te Soerabaja komt.
Mijn tweede vraag, of hij zich niet verveelde, begreep hij echter zo veel te beter, want er kwam een eerlijke verbazing in zijn ogen. „Nee, hoe zou hij zich kunnen vervelen?” en hij wees met een breed gebaar naar de toren omhoog en naar den wijden kring van de horizon.
Ja, hij moest wel gelukkig zijn. Hier geen telefoon, geen lastige menschen, geen stof der wegen, geen geluid, behalve het ruisen van de zee.
Met ruim veertig gulden beloont het gouvernement zijn diensten. Op de toren heeft hij alles vrij, aan wal moet-ie voor zich zelf zorgen.”

Karyo bleek niet de enige wachter. De dienst werd steeds door twee man gedaan. De hele dienst vereiste drie wachters in verband met de aflossingen.
Zijn collega Tarmin was minder van het leven afgestorven. Hij had op de vuurtoren een vrouw.

“Ja, waarlijk… en er was nooit ruzie van gekomen! De wettig gehuwde mag zijn eega meenemen naar de eenzaamheid van de toren. Zij bakte voor ons en voor Karyo en voor de bedienden van den Dierentuin met dezelfde opgewektheid vis en bemoeide zich verder met niemand. Vis is hier altijd genoeg. Men kan ze hengelen en scheppen, en men kan ze kopen, wanneer een prauw langskomt.”

Met eerbiedig opzien

De volgende dag was het bezoek afgelopen, en liftten de mannen van de Indische Courant met de Aletta van de gouvernementsmarine mee terug naar Perak. De boot zorgde tevens voor de aflossing van de vuurtorenwacht.

“Een man, die twee maanden op de toren zat, werd afgehaald, een ander, die twee maanden blijven zou, werd er gebracht, met zoveel kilogram rijst en gedroogde vis en katjung idjoe en Java-suiker en eendeneieren en cement en verf en anderhalve kilogram kwikzilver (dit voor de instrumenten) en weet ik veel wat.”

De verslaggever eindigt hier zijn verhaal met een oproep aan het publiek:

“De heren van het aquarium op Perak en de vissers van de Dierentuin brachten de wonderen van de oceaan naar de Aletta, waar zij tonnen hadden staan en kunstige instrumenten installeerden opdat de vissen levend achter de glazen schijven zou komen, waar ieder de kleuren kan gaan zien, niet bestemd voor de blik van den mens, die niet vermag, met eerbiedig opzien deze wonderen te aanschouwen.
Wanneer gij, natuurliefhebbers, voor de ruit van een zee-aquarium staat, kunt gij thans weten, hoeveel ongelofelijke moeilijkheden moeten worden overwonnen om dit exotisch schouwspel mogelijk te maken.”

Karang Koko

In de verslaggeving werd het daarna stil rondom de Zwaantjesdroogte. We weten dat hier in de buurt op 20 februari 1942 de Hr. Ms. Tromp door Japanse bommenwerpers werd aangevallen, maar dat is dan ook alles. Van de Zwaantjesdroogte daarna geen enkel bericht meer gevonden. Alsof het licht is uitgegaan.
Dat laatste is overigens niet juist. In de huidige indexen van vuurtorens wordt nog steeds melding gemaakt van een vuurtoren op de Zwaantjesdroogte, zij het dat de tegenwoordige naam Karang Koko is.
In de Lighthouse Directory van de Amerikaanse wiskundige Russ Rowlett wordt de vuurtoren als volgt vermeld: “Date unknown (station established 1871). Active; focal plane 18 m (59 ft); three white flashes every 13 s. 16 m (52 ft) iron tower, mounted on a round pier. Lighthouse painted white. No photo available.”
Elders in deze lijst kunnen we lezen dat van de oorspronkelijke vier gelijke torens alleen “Den Bril/Karang Takarewataya” nog bestaat, de andere drie, en dus ook de Zwaantjesdroogte, zijn afgebroken en vervangen door andere bouwsels. En dus mogen we “iron tower, mounted on a round pier” niet lezen alsof de oorspronkelijke toren nog bestaat. De Zwaantjesdroogte is niet meer, helaas.

x

Bronnen
H.W. Lintsen (red.), Geschiedenis van de techniek in Nederland. De wording van een moderne samenleving 1800-1890. Deel III. Textiel. Gas, licht en elektriciteit. Bouw. Walburg Pers, Zutphen 1993.
Indische Courant, Oost-Java editie, 8-9-10 november 1933.
Lighthouse directory – Russ Rowlett, University of North Carolina:  http://www.unc.edu/~rowlett/lighthouse/

x

Dit bericht werd geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

16 reacties op Licht in de duisternis

  1. Wat een mooie toelichting bij deze vuurtoren op Zwaantjesdroogte in Straat Madoera.
    Op 20.2.1942 kwam Hr. Ms. Tromp inderdaad in gevecht met Japanse oorlogsschepen in het noordelijk deel Straat Badoeng / Straat Lombok.

    • Jan A. Somers zegt:

      De Tromp is toen als enig schip van het eskader zwaar beschadigd, en naar Soerabaja gegaan voor reparatie, en is zo de Slag in de Javazee misgelopen. Het schip kon ongehinderd uitwijken naar Australië. Volgens sommige verhalen vond die slag in Straat Bali plaats, ik geloof dat Straat Bali ook wordt genoemd op de kruisen op het ereveld Kembang Kuning. Volgens mij was het inderdaad Straat Badoeng.

      • L.S.,

        Inderdaad stond tot enkele jaren terug op een gedenkkruis Straat Bali vermeld. Elders werd ook Straat Bandoeng genoemd. Uiteraard moet dan Badoeng zijn.

        De kruisers De Ruyter en Java waren al heel snel uit het gezicht verdwenen.
        De torpedobootjager Piet Hein werd tot zinken gebracht.

        Daarna werd de van Zuid naar Noord varende Tromp opgevangen door de Jap.

  2. f.Abbas zegt:

    Bedankt , een interessant verhaal en benijdenswaardig om daar 2 maanden te mogen verblijven , echter niet langer !

  3. Aelle zegt:

    Ik vraag me af wat de verschillen waren tussen vuurtorenwachter of de toen geheten lichtopzichter, eerste klasse tot en met vierde klasse, behalve het salaris.
    Wat jammer dat er van onze oude gespierde bronzen Karyo geen vergeelde foto beschikbaar is gesteld. Arme man, om hem na elkaar te vragen of hij senang was en of hij zich verveelde wat hem hem zeker verwarde. Als men senang is dan verveelt men zich toch niet? Zeker niet op zo’n geweldige plek als een waterkasteel.
    Plus veertig gulden en de rest op de toren alles vrij.
    Ik vind ’t een hele prestatie om dag en nacht vier seconden licht en zesentwintig seconden met een secondenteller duisternis te produceren.
    Ook zal de katjung idjo eerder katjang idjo moeten zijn geweest.
    Bedankt voor dit prachtige verhaal van ‘toen vroeger’.

  4. Edwin zegt:

    Mijn voorvader Martinus van Milt was in 1882 ook Lichtopzigter der derde klasse. Daarna zie ik hem niet meer in de Regerings almanak. Heeft de vuurtoren ook geleden onder de uitbarsting van de Krakatau? Kan het zijn dat hij op die vuurtoren in 1882 is overleden, bv. door hevige golven?

  5. A nony mouse zegt:

    http://www.houwie.net/krakatau0.html
    Alles over de uitbarsting van de vulkaan Krakatau die de wereld op zijn kop zette.
    Er wordt zelfs beweerd dat ‘De Schreeuw” van Edvard Munch op het avondrood door hem gezien in de winter van 1883-84 na de uitbarsting gebaseerd is.

  6. van den Broek zegt:

    Dat Edvard Munch het avondrood in 1883-1884 heeft gezien wordt door vele bronnen betwijfeld.

    I (Munch) was walking along the road with two friends—then the Sun set—all at once the sky became blood red—and I felt overcome with melancholy. I stood still and leaned against the railing, dead tired—clouds like blood and tongues of fire hung above the blue-black fjord and the city. My friends went on, and I stood alone, trembling with anxiety. I felt a great, unending scream piercing through nature

    Aware that one of Munch’s prose accounts about the red sky was written on January 22, 1892, art historians judged that the original experience was an autumn sunset that occurred shortly before, in the fall of 1891. This explanation did not seem adequate to us, because Munch attached such great importance to what seemed to be a unique event.

    We began by searching astronomical and meteorological records from the years just prior to January 22, 1892, looking (without success) for an impressive event, perhaps an aurora or a volcanic twilight, that could have so dramatically affected Munch. [We later learned that Alan Robock (Rutgers) had been the first to suggest that The Scream showed a volcanic sunset. But Robock identified the Awu eruption of June 7, 1892, which falls after Munch’s written account.]
    As we learned more about Munch, we realized that the twilight experience could have been much earlier than 1892. Many paintings created in the 1890s for The Frieze of Life were inspired by events from years before.

    We found support for this idea in a book by art historian Arne Eggum, who prefers the summer of 1886 as the date for Munch’s walk along the mountain road.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s