Een Indisch drama in Bilthoven

Talrijk zijn de momenten waarop Nederlanders zich moeten hebben afgevraagd hoe om te gaan met de culturele ´eigenaardigheden´ van de Indonesiërs. Voor degenen die in Nederlands-Indië woonden was dit misschien een alledaagse vraag, – ook in het vaderland kreeg men er zo af en toe mee te maken. Zelden echter zullen die cultuurverschillen zó zeer gespreksonderwerp zijn geweest als in het geval van het ´Indisch drama van Bilthoven´.

Een keurige witte villa...

Op vrijdag 30 januari 1931 berichtten de persbureaus van een ´afschuwelijk drama´ en een ´vreeselijke moord´ in een buitenwijk van de Nederlandse gemeente Bilthoven. Daar, in een keurige witte villa, woonde de Indonesische familie Soeparwi.
De heer Soeparwi (38), voorheen regeringsambtenaar in Pati op Java, was samen met zijn jonge vrouw, hun beide kleine kinderen en een Indonesische huisbediende, in 1928 naar Nederland gekomen. Uit veertig kandidaten was hij ´op grond van zijn buitengewoon intellectuele aanleg´ gekozen om in aanmerking te komen voor regeringssteun bij een studie diergeneeskunde. Aanvankelijk woonde het gezin in Utrecht, een jaar later verhuisde het naar Bilthoven.  

´Een geval van geweldpleging´

Op die bewuste dag – hij was die dag in Utrecht geweest om de uitslag van een examen op te halen – kwam de heer Soeparwi ´s middags om een uur of drie thuis. Hij was in een opperbeste stemming, want de uitslag van zijn examen was boven verwachting. Zijn studie was bijna afgerond.
Toen hij de sleutel in het slot van de voordeur stak, merkte hij dat de deur nog op het nachtslot zat. Omgelopen merkte hij aan de achterzijde van het huis een sterke gaslucht. Ongerust over wat gebeurd zou kunnen zijn, opende hij nu de keukendeur.
De volgende momenten laten zich slecht omschrijven. Voor Soeparwi waren ze beslissend voor de rest van zijn leven. Op de grond van de keuken lag de 24-jarige bediende Sono bewusteloos op de grond met een gasslang naast hem. Soeparwi liep de trap op naar de slaapkamer en trof daar de deur op slot. Vertwijfeld wegens de vele bloedsporen die hij zag, rende hij nu naar een buurman om diens hulp in te roepen. Enkele minuten later trapten ze de deur open en vonden in de slaapkamer, in een bloedplas, niet alleen het lijk van mevrouw Soeparwi, geboren Soeminah raden Roro (25), maar ook dat van de beide zoontjes Soebagio (4) en Soebroto (3). Uit alles bleek dat een heftige worsteling had plaatsgevonden. Het behang zat onder het bloed.

´Van sommige zijden wordt vermoed, dat het hier een geval van geweldpleging betreft´, berichtte het Nieuwsblad van het Noorden de dag daarna nog wel érg voorzichtig. ´Voor de echtgenoot, die bij buren voorlopig een gastvrij onderdak heeft gevonden, is de toestand ontzettend. Zelf heeft hij om bewaking verzocht, omdat hij niet voor zijn eigen daden durft in te staan nu hij eensklaps van zijn hele gezin is beroofd. Op zijn verzoek heeft men de Minister van Koloniën met het gebeurde in kennis gesteld.´

De bediende Sono werd bij bewustzijn gebracht, en een dag later kon de pers al melden dat de man een volledige bekentenis had afgelegd. Als motief voor zijn handelen gaf hij op dat hij zich de laatste tijd gegriefd voelde, omdat de familie minder vriendelijk tegen hem was dan vroeger. In een opwelling had hij eerst mevrouw Soeparwi en de kinderen met messteken gedood, en vervolgens geprobeerd zichzelf van kant te maken.

Een bijzondere begrafenis

Algemene begraafplaats

Woensdagmiddag 4 februari 1931 werden mevrouw Soeparwi en haar beide zoontjes begraven op de Algemene Begraafplaats te Bilthoven. ´Voor de gelegenheid waren de graven langs het pad gemaakt en wel zóó, dat de ontslapenen met het aangezicht naar het Zuid-Oosten gewend kwamen te liggen, een usance, waaraan Oostersche volkeren zéér gehecht zijn.´
Om de drie door Justitie verzegelde baren, bedekt met sarongs en bloemen, verzamelden zich in het koepelgebouw van de begraafplaats een groot aantal Indonesische studenten van universiteiten uit het hele land, vrienden, bekenden en enkele hoogwaardigheidsbekleders. Na een toespraak van de burgemeester van De Bilt droegen de studenten de baren naar hun rustplaats. ´Buiten, op het kerkhof, waar de eerste witte sneeuw tussen de sparren en dennen dwarrelde, alwaar de Noordenwind ze had losgelaten, stonden honderden belangstellenden in de lanen geschaard om de ontslapenen een laatste groet te brengen.´
Soeparwi, hevig geëmotioneerd, sprak een afscheidswoord waarin hij liet weten dat hij later – wanneer Justitie hiervoor toestemming zou verlenen – zijn vrouw en kinderen naar Indië wilde laten overbrengen, ´naar de aarde die hun zo lief is, en waar de palmen ruisen.´ Na toespraken van vertegenwoordigers van de universiteit, waarvan één, van professor Pryohotoma, in het Javaans, werd de bijeenkomst beëindigd met ´Mohammedaansch-Arabisch´gezang en gebed.

De rechtzaak

Begrafenis mw. Soeparwi en haar kinderen

Twee maanden later diende in de Utrechtse rechtbank de zaak tegen ´den inlandsche bediende´ Sono. De publieke tribune zat vol.
Getuige-deskundige dr. Schouten van het ´psychopaten-asiel´ te Leiden verklaarde dat de verdachte weliswaar toerekeningsvatbaar moest worden geacht, maar in mindere mate ´op grond van het feit dat het hier een inlander betreft.´ Volgens deze deskundige waren gepleegde misdaden ´typisch inlands´. ´Een inlander´, zei hij, ´reageert heel anders dan een Europeaan; de inlander is wreed van nature.´ Wél was het zo dat een inlander zijn meester normaal gesproken niet doodt, echter, omdat het hier een vrouw betrof, en ook nog een vrouw die heel vriendelijk voor hem was, was hier geen sprake geweest van een gebruikelijke situatie.

Soeparwo verklaarde dat zijn vrouw aan Sono beloofd had om deze Nederlands te leren. Of het wáár was dat zij niet altijd aan deze belofte gevolg gaf – hetgeen Sono boos zou hebben gemaakt – daarover kon hij niets zeggen. Hij had ze in ieder geval meerdere keren onderling Nederlands horen spreken.
Een meubelmaker uit Bilthoven meldde dat hij met Sono bevriend was, en dat ze samen voetbalden. Sono was in ieder geval niet verstoken van sociale contacten in het dorp.
Een boterhandelaar verklaarde dat hij ´s morgens nog om half tien aan de deur was geweest bij het huis van de familie S., maar dat niemand daar had opengedaan. Een andere getuige, de visboer, was om een uur of elf hetzelfde overkomen.

Het verhoor van verdachte

De president, mr. Van der Meulen, begon daarop met het verhoor van de verdachte. Op een vraag of mevrouw Soeparwi hem de dag van de moord onvriendelijk had geantwoord, zei Sono dat dit het geval was geweest. Verdachte had gevraagd Nederlands met hem te spreken, hetgeen was geweigerd. Toen was hem de gedachte opgekomen haar te doden. Toen hij met een mes op haar instak, kwamen de kinderen in de kamer.
President: ´Hebt u toen ook de kinderen gestoken?´
Verdachte: ´Ja, meneer de president. Ik was aan het steken, maar niet met de bedoeling te doden. Ik was mijn verstand kwijt.´
Sono vervolgde door te zeggen dat hij al drie dagen niet op zijn gemak was door de uitbarsting van de Merapi. Hij kon niet rustig meer werken en verlangde naar zijn familie. ´En toen kreeg ik óók nog standjes´ aldus verdachte, ´omdat ik een fout had gemaakt bij het leggen van een traploper.´  Uit het verdere verhoor bleek dat ook nog sprake was geweest van verwijten over een gebroken glas, enkele dagen tevoren.
De officier van justitie had op dit moment wel genoeg gehoord en eiste 20 jaar gevangenisstraf. Er was dan misschien niet duidelijk sprake van moord met voorbedachte rade, toch op zijn minst van drie maal doodslag.

Merapi, december 1930

Vervolgens was het woord aan mr. Van der Bruggen, Sono´s advocaat. Hij schilderde met verve de moeilijke situatie van verdachte:
´Men moet zich de positie van de inlander in Holland indenken om dit drama te begrijpen. Een inlander is fijnbesnaard, en al kon verdachte Nederlands spreken, toch kon hij met zijn moeilijkheden niet bij Europeanen terecht. Als een inlander naar zijn gevoelen onrechtmatig wordt behandeld, neemt hij ontslag. Maar Sono wilde vóór alles Nederlands leren. In Indië had hij al een betrekking van dorpsschrijver moeten laten lopen omdat hij geen Nederlands kende. Mevrouw Soeparwi kwam hem niet tegemoet in zijn verlangen om onze taal te leren en meneer Soeparwi sprak altijd Javaans met hem.´
Het laatste woord was aan verdachte zélf. Deze liet hierop weten liever ter dood te worden veroordeeld dan een gevangenisstraf te krijgen.

Twee weken later volgde de uitspraak. De rechtbank veroordeelde Sono tot 12 jaar gevangenisstraf, overwegende dat niet was bewezen dat sprake was van voorbedachte rade, echter ook dat verdachte toerekeningsvatbaar moest worden geacht en dat hij drie maal doodslag had gepleegd. Bij de strafmaat werd wel rekening gehouden met het feit dat sprake was geweest van een ´afzondering in een vreemd land, ver van zijn familie, die een gemoedstoestand hadden doen ontstaan die impulsief handelen bevorderde.´ Tevens was rekening gehouden met de jeugdige leeftijd van verdachte, zijn blanco strafregister en het feit dat degenen die hem kenden vol lof over hem spraken.
Toen het vonnis middels een tolk aan Sono kenbaar was gemaakt liet deze weten in hoger beroep te zullen gaan.

Het hoger beroep

De herbeoordeling vond plaats een maand later, door het Amsterdams gerechtshof. Een van de voornaamste redenen voor dit beroep, zo lezen we in de pers, was het feit dat een ervaren psychiater – bedoeld werd dr. Schouten – had verklaard dat de man op het moment van zijn daad niet volkomen toerekeningsvatbaar moest worden geacht. Ook de officier van justitie was in hoger beroep gegaan.   
´Het Vaderland´ doet hier bericht voor ons: ´de belangstelling van de zijde van het publiek was weer groot, hoewel wij, in tegenstelling tot de zitting in Utrecht, geen dames op de tribune zagen.´
Verdachte werd omschreven als een ´klein, lichtgebruind type met een jong niet onvriendelijk gezicht´. De eerste vragen beantwoordde hij in het Nederlands; vervolgd werd door tussenkomst van een tolk. Als motief gaf Sono op dat mevrouw Soeparwi hem beloofd had Nederlands te zullen leren, en dat zij haar belofte niet had gehouden.
De president merkte op, dat verdachte toch Nederlands kende; hij had zojuist behoorlijk antwoord gegeven in die taal. Verdachte liet weten echter méér te willen leren.

Knipsel uitslag hoger beroep

Ook dr. Schouten werd opnieuw gehoord. Hij liet weten een tijd in Indië te zijn geweest en daarom van het een en ander af te weten. Het was zéér goed mogelijk dat dat verdachte een reeks van verschrikkelijke moorden had begaan om een kleinigheid. Sono zich te kort voelde gedaan; ook de ramp van de Merapi – verdachte kwam uit die buurt – trok hij zich zeer aan. Alles was slechts het gevolg van een depressietoestand.
Gehoord de getuigen en alle ´nieuwe´ informatie in overweging genomen, vernietigde het Gerechtshof hierop het Utrechtse vonnis en veroordeelde Sono tot een gevangenisstraf van tien jaren.

Nawoord

Wie de dagbladpers over deze zaak bestudeert, kan niet anders dan tot de conclusie komen dat het publiek moeite moet hebben gehad met het wel zeer milde vonnis en de overwegingen. Het begrip ´ontoerekeningsvatbaar´ was bekend en werd met regelmaat gebruikt in de Nederlandse rechtspleging. Híer echter werd voortdurend verwezen naar iets wat onbekend was of – op zijn minst – niet werd begrepen. Voor de gemiddelde krantenlezer waren verwijten over een gebroken glas, een slecht neergelegde traploper en een niet-gegeven Nederlandse les natuurlijk onvoldoende om te kunnen vatten waarom de man drie moorden had gepleegd. De juridische uitleg, vol van verwijzingen naar sociaal isolement, adat en de Merapi, zal dan ook verbazing hebben gewekt.

Van de hoofdrolspelers in dit drama is ons weinig meer bekend. Soeparwi vertrok een jaar na het gebeurde naar Nederlands-Indië, met medeneming van de stoffelijke resten van zijn echtgenote en kinderen.
Sono zou op basis van de hem opgelegde straf, en rekening houdende met eventueel een strafvermindering op basis van goed gedrag, in detentie moeten hebben verbleven tot 1938, 1939. We zijn zijn naam echter niet meer tegengekomen op passagierslijsten van boten die naar Indië voeren, en weten dus niet óf en wanneer hij naar zijn land is teruggekeerd.      
De bevolking van Bilthoven, tenslotte, had nog jarenlang gespreksstof.

x

Dit bericht werd geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Een Indisch drama in Bilthoven

  1. Surya Atmadja zegt:

    Dan werd aan dhr Soeparwi onrecht gedaan door de Nederlandse Justitie.
    Men had te weinig rekening gehouden aan de Hukum Adat van de Indonesiers .

    Het kan zijn dat de pleger een “tijdelijke” verstandsverbijstering had gekregen dat hij doorsloeg ( mata gelap).
    Hij kiesde zelf voor de doodstraf. Dus hij erkende ook zijn misdaad .
    Ik vraag me af of een Nederlandse rechter in Nederlands Indie zo’n milde straf had gegeven .

    De zogenaamde getuige deskundige kende de adat niet.
    Als mevrouw beloofd had om haar bediende Nederlands te leren wil dat nog niet zeggen dat de bediende zijn meesteres ook met Nederlands mag aanspreken .
    De reden is duidelijk , de bediende-meesteres/meester verhouding .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s