Ook de rechters waren koloniaal

Sanne Ravensbergen onderzocht de rol van Javaanse rechters in Nederlands-Indië. ‘We moeten wel een beetje naar ze luisteren, verzuchten de Nederlanders.’

De landraad te Pati, 1865 (KITLV)

Door Vincent Bongers

‘Het is echt een zoekplaatje.’ Sanne Ravensbergen wijst naar de foto op de cover van haar proefschrift ‘Courtrooms of Conflict’ dat ze op 27 februari in Leiden verdedigt. Het gaat om een landraad in Nederlands-Indië, een zitting van de rechtbank voor de lokale bevolking die rond 1865 plaatsvond in Pati, een regentschap op Java.

‘Je komt steeds weer nieuwe dingen tegen. Wat me pas heel laat opviel: rechts achter de tafel is een deel van een hoofd te zien. Het is de parasoldrager die op de grond zit, de ingeklapte parasol staat naast hem.’ 

Ravensbergen dekt met haar handen de zijkanten van de afbeelding af. Alleen de verdachte die op de grond zit en de Nederlandse voorzitter van de landraad achter de tafel zijn nog zichtbaar. Aan beide kanten van de voorzitter zit echter een reeks Javaanse mannen die deel uitmaakten van de rechtbank. ‘Als ik boeken las over de rechtspraak in Nederlands-Indië kwamen deze personen niet of nauwelijks aan bod.

En in de koloniale bronnen worden ze heel stereotiep neergezet. Dan lees je dat de wedono, het districtshoofd, altijd in slaap valt tijdens een zitting. Of er staat dat de penghulu, de islamitische adviseur, alleen maar vindt dat de hand van de verdachte moet worden afgehakt. En de jaksa, de Javaanse aanklager, was sowieso niet vertrouwen. Ik wilde erachter komen wat in werkelijkheid de rol van de Javaanse rechters en adviseurs in de rechtszaal was.’

Ravensbergen zocht uit hoe in de praktijk de strafrechtsspraak in de negentiende eeuw functioneerde op Java. ‘Er was een gesegregeerd rechtssysteem’, legt ze uit. ‘Met rechtbanken voor mensen die gezien werden als Europeaan. Dat konden overigens ook Indische mensen zijn. Als hun Europese vaders hen erkenden althans, anders waren het “inlanders”. De landraad was voor Javanen.’

Lang waren de Nederlandse voorzitters van de landraad helemaal geen jurist. Pas in 1869 veranderde dat. ‘Rond juristen hangt de mythe van objectiviteit. Ik vond het belangrijk om daar doorheen te prikken. Liberale rechters spraken over gerechtigheid, maar ook zij waren in de praktijk koloniaal. Ze voelden zich verantwoordelijk voor het in stand houden van de koloniale staat. De juristen brachten eigenlijk nauwelijks verbetering. Dat was bijna een teleurstelling.’

Het lijkt erop dat de invloed van de Javanen in de landraad steeds meer werd gemarginaliseerd. Zeker toen de jaksa’s van de Nederlanders niet langer zelf de aanklachten mochten schrijven. ‘Het was best lastig om bronnen te vinden over wat hun rol in de praktijk precies was’, vertelt Ravensbergen. ‘Er zijn helaas geen juridische archieven van de landraad bewaard gebleven, maar ik heb in de bestuursarchieven toch “verdwaalde” processtukken van strafzaken gevonden.

Ik heb ook gekeken naar het carrièreverloop van jaksa’s. Uit mijn materiaal bleek dat de jaksa’s deel uitmaakten van de lokale Javaanse elite en uiteindelijk er invloed op konden uitoefenen of een verdachte in de rechtszaal belandde.’ De Javaans aanklagers beschikten over enorm veel lokale kennis. ‘Ze hadden hun eigen spionnennetwerk. Ze wisten veel meer dan de Nederlanders. Dat zorgde weer voor wantrouwen.’

Ravensbergen stelt ook vast dat er een bepaalde mate van onzekerheid zat in de rechtspraak. ‘Het was soms ook in het voordeel van de koloniale staat om dingen niet vast te leggen. Dan kon er in de rechtszaal een beetje onderhandeld worden over de uitspraak.’ De adellijke Javaanse families waren immers nodig om de rust te bewaren in de residentie. ‘Er zijn brieven van Nederlanders waarin ze mopperen over de Javaanse rechters. We moeten wel een beetje naar ze luisteren, verzuchten ze dan.’

Uiteindelijk kwamen er wel koloniale reglementen die leken op het Nederlandse wetboek. Maar er waren wel verschillen, bijvoorbeeld in straffen. ‘Europeanen kregen gevangenisstraf. Javanen niet. De “inlanders” zouden het wel prima vinden om in de gevangenis te zitten, was het idee. Ze zouden lui zijn.

Een Javaan kon veroordeeld worden tot kettingarbeid. Die straf bestond niet voor Europeanen. Een wit iemand die geketend was en aan een weg moest werken, dat was ondenkbaar. De Javaanse dwangarbeiders waren daarentegen belangrijke werkkrachten voor de koloniale staat.’

 

Dit artikel verscheen eerder in Leids Universitair Weekblad Mare, 22 februari 2018.

Dit bericht werd geplaatst in 9. Java Post. Bookmark de permalink .

12 reacties op Ook de rechters waren koloniaal

  1. Wal Suparmo zegt:

    Ze waren eerder dan VERWOERD, Want de juridische klassen discriminatie was:1) EU
    ROPEANEN incl.Japanners,2) VREEMDE OOSTERLINGEN, en de laagste klasse zijn de INLANDERS ,Maar de Inlandse Christenen hadden de HOCI( Huwelijk Ordonnante voor Christen Inlanders).

  2. HES zegt:

    De “OUDE TIJD” met moderne berippen bekrietiseren, bovine scatology !

    • R.L. Mertens zegt:

      @HES;’de oude tijd met moderne begrippen etc.’- Goed-slecht; zijn het moderne begrippen? Mi. al in Bijbelse tijden een begrip!

      • Jan A. Somers zegt:

        Moet je wel beginnen met de wettelijke indeling van de bevolking naar de voor hun geldende rechtsregels. Bijvoorbeeld adatrecht/gewoonterecht/priesterrecht wel voor de Inlanders, maar niet voor de ‘Europeanen’. Adoptierecht wel voor de Vreemde Oosterlingen, maar niet voor de Nederlanders. Maar moord is moord voor alle bevolkingsgroepen. In de dissertatie van C.P. Briët, Het Hooggerechtshof van Nederlands-Indië 1819-1848 (24-09-2015) is nogal wat te vinden over de verhoudingen tussen die rechtsplegingen. Maar in de formaties is er daarna natuirlijk veel veranderd. Zie ook IS:
        ZEVENDE HOOFDSTUK.
        Van de Justitie.

        Art.130. Overal waar de Inlandsche bevolking niet is gelaten in het genot harer eigene rechtspleging, wordt in Nederlandsch-Indië recht gesproken in naam des Konings.

        Art.131. (…)
        (2). In de ordonnanties regelende het burgelijk- en handelsrecht worden:
        a. voor de Europeanen de in Nederland geldende wetten gevolgd, van welke wetten echter mag worden afgeweken zoowel wegens de bijzondere toestanden in Nederlandsch-Indië, als om hen met een of meer der overige bevolkingsgroepen of onderdeelen daarvan aan dezelfde voorschriften te kunnen onderwerpen;
        b. de Inlanders, de Vreemde Oosterlingen (…) voor zooverre de bij hen gebleken maatschappelijke behoeften dit eischen, hetzij aan de voor Europeanen geldende bepalingen, voor zooveel noodig gewijzigd, hetzij met de Europeanen aan gemeenschappelijke voorschriften onderworpen, terwijl overigens de onder hen geldende, met hunne godsdiensten en gewoonten samenhangende rechtsregelen worden geëerbiedigd, waarvan echter mag worden afgeweken, wanneer het algemeen belang of de bij hen gebleken maatschappelijke behoeften zulks vorderen.
        (3). In de ordonnanties regelende het strafrecht, de burgerlijke rechtsvordering en de strafvordering worden, wanneer zij uitsluitend op Europeanen toepasselijk zijn, de in Nederland geldende wetten gevolgd, echter met die wijzigingen welke wegens de bijzondere toestanden in Nederlandsch-Indië noodig zijn; gelden zij, tengevolge van toepasselijkverklaring of van onderwerping aan gemeenschappelijke voorschriften, ook voor andere bevolkingsgroepen (…) dan worden die wetten slechts in zooverre gevolgd als met deze omstandigheid vereenigbaar is.
        (4). Inlanders en Vreemde Oosterlingen zijn bevoegd om, voor zooverre zij niet reeds met de Europeanen aan gemeenschappelijke voorschriften zijn onderworpen, zich in het algemeen of voor eene bepaalde rechtshandeling te onderwerpen aan niet op hen toepasselijke voorschriften van het burgerlijk en handelsrecht der Europeanen. (…)
        (5). De op dit artikel berustende ordonnanties zijn in die gedeelten van Nederlandsch-Indië, waar de Inlandsche bevolking gelaten is in het genot van hare eigene rechtspleging, in zooverre toepasselijk als hiermede bestaanbaar is.

        Art.134. Alle twistgedingen over eigendom of daaruit voortspruitende rechten, over schuldvorderingen of andere burgerlijke rechten, behooren bij uitsluiting tot de kennis van de rechterlijke macht.
        (2) Evenwel staan de burgerlijke rechtzaken tusschen Mohammedanen, indien hun adatrecht dat medebrengt, ter kennisneming van den godsdienstigen rechter, voorzoover niet bij ordonnantie anders is bepaald.

        Art.135. De rechterlijke macht wordt alleen uitgeoefend door rechters, bij algemeene verordeningen aangewezen.

        Art.136. Niemand kan tegen zijn wil worden afgetrokken van den rechter, dien algemeene verordeningen hem toekennen.

        Art.137. Alle tusschenkomst van de Regeering in zaken van justitie, niet bij deze wet toegestaan, is verboden.

        Art.139. Geschillen over bevoegdheid tusschen den wereldlijken en den godsdienstigen rechter, als ook tusschen den burgerlijken en militairen rechter, worden (…) door den Gouverneur-Generaal beslist.

        Art.141. Buiten de gevallen, bij de artt.33, 35 en 37 voorzien, mag niemand in hechtenis worden genomen dan op bevel van het daartoe, ingevolge de ordonnanties op de strafvordering, bevoegd gezag en op den voet en de wijze daarbij omschreven.

        Art.142. Het geheim der aan de post of andere instelling van vervoer toevertrouwde brieven is onschendbaar, behalve op last des rechters, in de gevallen bij ordonnantie omschreven.

        Art.143. Niemand mag tot straf vervolgd of daartoe veroordeeld worden dan op de wijze en in de gevallen bij algemeene verordening voorzien.

        Art.144. Geenerlei straf heeft den burgerlijken dood of het verlies van alle burgerlijke rechten ten gevolge.

  3. Bill Zitman zegt:

    @”Uiteindelijk kwamen er wel koloniale reglementen die leken op het Nederlandse wetboek. Maar er waren wel verschillen, etc.”
    Volgens mij was de Nederlands-Indische wet ten volle gebaseerd op de Nederlandse wet en na de overdracht grotendeels overgenomen bij Indonesië. De Javaanse rechters stonden toen op hunzelf en hadden meteen moeilijke zaken te beslissen. Ik kan de rechtszaken van Jungschlager en Schmidt nog goed herinneren – de lokale kranten stonden er iedere dag vol van.
    Tot nu toe wordt de Nederlandse wet nog steeds geraadpleegd.

    • Jan A. Somers zegt:

      ” ten volle gebaseerd” IS: (…) van welke wetten echter mag worden afgeweken zoowel wegens de bijzondere toestanden in Nederlandsch-Indië, (…). (…) de in Nederland geldende wetten gevolgd, echter met die wijzigingen welke wegens de bijzondere toestanden in Nederlandsch-Indië noodig zijn; (…). Dat was al in de VOC-tijd:
      Artikel 8 uit de instructie van Both: “Aengaande hoe ghij u in alle andere saecken de regieringe, (…), zult hebben te gedragen, daerop kunnen wij u geen vaste ordre stellen”. Wel was er sprake van een concordantiebeginsel: de Heeren-XVII verzochten “om die rechten en wetten te doen observeren, die in Hollant geobserveert zijn” , maar in 1625 deed Carpentier dit “zoveel eenigszins praktikabel zy”. Het ging hier dus niet om nieuwe wetgeving, maar om het toepassen van in Holland vigerende wetgeving. Zo stuurden Heeren-XVII bij missive van 4 maart 1621 afschriften van ordonnanties (terzake van desolate boedels, preferente schulden, erfenissen) van enkele steden uit Holland en West-Friesland, uit 1580, 1594 en 1599, en “ordonneeren ende belasten over sulx, bij desen wel expresselijk, dat alle de bovengemelte Instructiën, ordonnantiën, verklaringen ende placaten in ’t generael bij de wethouders ende officieren van de Justitie, in dese republijcque van Batavia ende alomme in desen coninkrijcke van Jacatra , van nu voortaen naergekomen, achtervolgt, ende geobserveert sullen worden”. De concordantie werd in Batavia vastgelegd in het Plakaat van 16 juni 1625.
      Ook moesten de rechters “observeren de gemeene civile regten, soo als die in de Vereenigde Nederlanden werden gepractiseert”, voor de gevallen, waarin niet voorzien was bij de genoemde stukken, noch bij de Indische plakaten of andere regelgeving die door de Gouverneur-Generaal waren uitgevaardigd.
      ” na de overdracht grotendeels overgenomen bij Indonesië.” Zelfs IS, art. 35 t/m 38, de zogenaamde exorbitante rechten. Daar is door President Suharto dankbaar gebruik van gemaakt. op een nog nooit vertonde manier.
      ” en hadden meteen moeilijke zaken te beslissen.” Er waren al volop Indonesische juristen die in Nederland en Batavia waren opgeleid.

  4. HES zegt:

    A quote applicable to “ALL”;

    “A country that forget its history has no future.”
    Winston Churchill.

  5. HES zegt:

    Mea maxima culpa. The quote should read, should have double checked, bad boy !

    “A nation that forgets its past has no future.”
    Winston Churchill.

  6. HES zegt:

    Like this one better; (double checked this one) sorry Mr. Churchill.
    “A nation that forgets its past can function no better then an individual with amnesia.”
    David C. McCullough.

    • Bill Zitman zegt:

      Try this one
      “A nation that LIVES in its past and therefore votes BREXIT to get back to it can function no better than an individual without its limbs.”
      Bill Zitman.

    • Jan A. Somers zegt:

      Ook Churchill: Als je onder de 30 jaar niet socialistisch stemt, heb je geen hart. Als je boven de 30 jaar nog socialistisch stemt, heb je geen verstand. (zeer vrije vertaling uit mijn oude geheugen).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s