“Verboden voor inlanders en honden”

“Op zondagen hingen we rond bij het Tjikini-zwembad, met zijn beruchte opschrift: ‘Verboden toegang voor inlanders en honden’ en probeerden conflicten uit te lokken met Hollandse jongens van onze leeftijd. Maar die gingen daar meestal niet op in, ze hadden geen zin in een bloedneus, terwijl wij juist trots waren op een blauw oog of een gezwollen lip: ‘gewond in de strijd voor een vrij Indonesia’ noemden we dat. Futiel en kinderachtig misschien, maar het vervulde een psychologische behoefte.”
Mochtar Lubis (1922-2004)

Zweefduik

Zweefduik

Hoeveel is er al niet gezegd en geschreven over dat opschrift Verboden voor inlanders en honden? Of, zoals sommigen zeggen: Verboden voor honden en inlanders? Een korte zoektocht op het internet levert al snel tientallen verwijzingen op. In verschillende Indonesische blogs wordt schande gesproken van deze tekst, echter ook in Nederlandse bronnen blijft hij niet onvermeld. In 2007 werd in examenmateriaal voor het VMBO een foto getoond van het zwembad Tjikini in Batavia, met als onderschrift dat hier in 1936 een dergelijke tekst heeft gehangen; de website van de schooltelevisie maakt melding van bovenstaande herinneringen van de Indonesische schrijver Mochtar Lubis. Met andere woorden: zowel in Indonesië als in Nederland wordt de tekst gezien als schoolvoorbeeld van koloniale onverdraagzaamheid.

Afbeeldingen van de tekst of het bordje zijn echter niet bewaard gebleven, en de getuigenissen zijn even spaarzaam als onderling contradictief. Om te beginnen is al niet duidelijk waar een dergelijke tekst zou hebben gehangen. De bronnen spreken van de sociëteiten Concordia (Bandoeng) en Simpang (Soerabaja) en van het zwembad Tjikini in Batavia, maar ook van andere plaatsen. Evenmin is duidelijk wanneer, of in welke taal. De omvang van de verontwaardiging lijkt omgekeerd evenredig aan het aantal concrete meldingen. Moeten we hier slechts spreken van post-koloniaal politiek correct denken, gebaseerd op verdraaingen of verzinsels? Of zijn de meldingen naar waarheid? En indien zo, is de publieke verontwaardiging dan ook terecht?
Om deze vragen te kunnen beantwoorden volgen we hier de geschiedenis van het zwembad Tjikini in Batavia, één van de drie genoemde ‘boosdoeners’ . Had Mochtar Lubis gelijk toen hij sprak over een opschrift op Tjikini van ‘Verboden voor inlanders en honden’?   

Voor dames en kinderen

Het eerste zwembad van Batavia, zo schreef het Bataviaasch Nieuwsblad op 31 maart 1916, was een complex van drie baden, samen goed voor 200 m2, in het Deca-park. Het zou de volgende morgen worden geopend. De entreeprijs bedroeg slechts 10 cent, “zwembroek en handdoek niet inbegrepen”. Het publiek werd opgeroepen in ruime getale naar het bad te komen. Enkele nummers later meldde het blad dat het een aprilgrap was geweest. Op de ochtend van die 1ste april was een dertigtal zwemlustigen komen opdraven.

Bijna tien jaar later kwam het eerste zwembad er écht. Het initiatief werd genomen door het bestuur van de gemeentelijke dierentuin, dat, door een deel van het Tjikini-terrein af te staan aan een nieuwe uitbater, meer inkomsten hoopte te genereren door zowel nieuwe huurinkomsten als een grotere publiekstoeloop. Plannen werden gemaakt voor een zwembadcomplex met drie baden: één van 50 x 20 meter met een diepte van 1.40 m. tot 2.80 m. “voor de geoefenden”, één van 10 x 13 meter met een diepte van 0.90 tot 1.30 m. “voor de ongeoefenden”, en een derde van 23.40 x 12.50 M met een diepte van 0.45 tot 1.30 m. “voor dames en kinderen”. De plaatselijke pers sprak met lovende woorden over “Weltevreden-les-Bains”. Met het nieuwe zwemcomplex zou het niet meer noodzakelijk zijn voor een bad af te reizen naar Buitenzorg of Sindanglaja. Wel rezen enige twijfels over het morele karakter van een zwemgelegenheid an sich. De dames zouden immers – bij afwezigheid van hun echtgenoten – verleid kunnen worden tot contacten met andere heren. Dit laatste werd opgelost door in principe weliswaar bain-mixtes in te stellen, maar daarnaast ook enkele vaste uren voor de dames die principiële dan wel andere bezwaren hiertegen mochten hebben.

Zwembad Tjikini

Zwembad Tjikini

Over de toelatingseisen schreef het Nieuws van den Dag voor Nederlands-Indië: “Het zwembad Batavia wordt een besloten vereniging, waarbij een ballotage-commissie van zeven Bataviasche ingezetenen beslist, wie er tot het lidmaatschap zullen worden toegelaten. Aspirant-leden zullen – alvorens in het grote bassin te worden toegelaten – eerst proeven van bekwaamheid moeten afleggen dat zij zich een methode hebben eigen gemaakt om boven water te blijven en niet te zinken.”
Personen van buiten Batavia konden een dagkaart kopen, waarmee zij dan voor één dag lid werden van de vereniging. Het toelatingsbeleid was in dat geval in handen van het dagelijks bestuur. De contributie was f 7,50 per maand, een dagkaart kostte f 1,-. Met deze regels en tarieven had het bad, onnnodig dit te benadrukken, een elitair karakter. Het Nieuws van den Dag schreef nog: “Het lidmaatschap staat open voor iedere ingezetene van Batavia, mits van goed gedrag, dus ongeacht stand of klasse”. In de praktijk zou echter blijken dat, wilde men een koele duik nemen, toch op zijn minst tot de gegoede klasse diende te behoren.

Het zwembad werd met allerlei feestelijkheden geopend op 30 april 1925, de verjaardag van prinses Juliana. Een dag eerder kwam de Gouverneur-Generaal al een kijkje nemen, en werd een en ander gerepeteert. De pers moest later smalend lachen om een stevige reprimande van de bestuursvoorzitter. De fotografen werden verplicht hun films in te leveren omdat zij foto´s hadden gemaakt van de Gouverneur-Generaal terwijl deze de hand schudde van schoonspringster Hannelore von Velden – in badpak. Dergelijke foto´s zouden gevaarlijk zijn “in Indië”, aldus de voorzitter, waarschijnlijk doelend op de mogelijke afbreuk van het natuurlijk gezag van de GG. Op de dag zelf werden allerlei wedstrijden georganiseerd in snelzwemmen, schoonspringen, bordjesduiken, waterpolo en “waterpantomime” (?).

Al korte tijd later kondigden zich problemen aan die zwaar op de bedrijfsvoering zouden drukken. Het bedrijfsplan was gebaseerd op het gebruik van goedkoop bronwater. Al na enkele weken bleek echter dat dit water troebel werd, en niet kon worden verschoond dan door toevoeging van warmer water. Dit nu jaagde het publiek weer weg, omdat met in het zwembad juist verfrissing zocht. De enige oplossing lag in een omschakeling naar (duur) leidingwater.

De essence van het Bataviasche gezelschapsleven

In sportief opzicht was het bad een succes. Naast de voor het bestuur opgerichte Bataviaasche Zwem- en Poloclub werden nog twee andere verenigingen opgericht: Triton en De Watergeuzen. Beide verenigingen zouden het Tjikinibad (ook wel genaamd zwembad “Batavia”) de komende decennia gebruiken als thuisbasis.
Ook in sociaal opzicht was het zwembad een aanwinst, niet alleen door het bad zélf, maar ook door het bijbehorende restaurant en terras waar parties werden georganiseerd. In 1927 schreef De Indische Courant:

“Het is merkwaardig, welk een geweldige ommekeer het zwembad op Tjikini in het Bataviasche societyleven heeft gebracht, althans in het beste, meest ondernemende en sportiefst aangelegde deel ervan. De dierbare wederhelften van onze vooraanstaande ambtenaren en zakenlieden bespreken er ´s morgens tusschen half negen en elf uur, hangende in min of meer elegante houdingen aan de rand van het bassin, de cronique scandaleuse van de upper ten van de hoofdstad: het faillissement van makelaar X, de strafzaak van importeur V., of de gerechtelijke vervolging van hoofdambtenaar Z., om van de veel interessanter liefdeshistories maar niet te spreken. Bezoeken worden haast niet meer afgelegd, men ‘ontvangt’ in het zwembad. Men maakt nieuwe kennissen, flirt, en leert er de nieuwste dansen. Men beklinkt er huwelijken en bereidt er scheidingen voor. In één woord: het zwembad is het centrum, de essence, de ware kern van het Bataviasche gezelschapsleven.”

Het blad vervolgde:

“Er gaat van dit alles een frisse bekoring uit, waaraan zelfs de hoogsten in den lande zich niet hebben kunnen onttrekken. Zo gaat er haast geen dag voorbij of tusschen 12 en 2 uur ’s middags ligt zowat de hele Indische regering — in de meest letterlijke zin van het woord — in het water. Overigens ziet men er op zekere uren van den dag — als de ongelukkige particulier-sadja nog een uur of zes zwoegen voor de boeg heeft — directeuren van departementen en edeleeren, ontdaan van alle decorum, rondplassen, zwemmen en…. zwammen. Het laatste vooral! Wij maken ons sterk, dat daar zeer voorname regeringszaken in het water worden bedisseld en beslist.”

“Helaas”, vervolgde het blad, ontbrak Gouverneur-Generaal De Graeff. De man hield niet misschien van zwemmen, of was meer gesteld op decorum.

Toelatingsbeleid

In 1929 werd voor het eerst openlijk geklaagd over het toelatingsbeleid. Enkele militairen uit het nabijgelegen XI Bataljon waren aan de poort geweigerd omdat zij hun militaire kleding droegen. Het badende publiek zou de aanwezigheid van militairen als onaangenaam ervaren, aldus de uitbater. Dit nu, schreef een lezer van de Indische Courant, was discriminerend. Miliciens mochten niet in burger over straat, onderofficieren daarentegen wél. De eersten werd zo de mogelijkheid ontnomen te gaan baden.

Zwembad Tjikini

Zwembad Tjikini

Van zwaarwegender karakter was de discussie in de Bataviasche gemeenteraadsvergadering van 22 september 1930. Het college van B & W diende een voorstel in voor verlenging van de waterlevering aan het zwembad tegen een gunstig grootverbruikstarief. De niet-Europese leden van de raad, onder aanvoering van de heer Thamrin, hadden moeite met het feit dat het hier een regeling betrof voor een privé-vereniging, waar de niet-leden, lees: de lokale bevolking, de vruchten niet van kon plukken. Zou het geen tijd worden voor de bouw van een openbare badgelegenheid? “Wordt overwogen”, zei de voorzitter, en daar moesten de leden het dan maar mee doen. Het argument dat de gemeente de inkomsten goed kon gebruiken kon in ieder geval wél de Europese leden overtuigen. Het voorstel werd dan ook aangenomen, met alle dertien Europese “stemmen” vóór, en de elf niet-Europese stemmen tegen.
Het Bataviaasch Nieuwsblad commentarieerde: “De mensen op de publieke tribune moeten den indruk gekregen hebben dat het hier ging om een zuiver Europees vermaak, waarbij de andere bevolkingsgroepen uitgesloten werden. Maar dat is helemaal niet het geval. Onder de leden van het zwembad Tjikini zijn tal van niet-Europeanen”. Later zou blijken dat deze conclusie onjuist was.

Plannen voor een nieuw, openbaar zwembad zouden in ieder geval niet afkomstig zijn van het gemeentebestuur. Onverwacht kwam dit initiatief echter wel van de nieuwe uitbater van Tjikini, de heer Rode. Hij zag mogelijkheden voor een commercieel haalbaar project, uitgaande van de bouw van een zwembad op het Koningsplein. Het gemeentebestuur liet blijken niet overtuigd te zijn van de noodzaak, en al helemal niet op het Koningsplein. Het zou het plein zeer zeker niet verfraaien, en dat juist op een moment dat gedacht werd aan een nieuw ontwerp voor een parkachtige opzet van deze omgeving. Voorstanders van het zwembad wezen erop dat het gemeentebestuur een jaar eerder nog had toegestemd in de bouw van een fabrieksloods aan de oostkant van het plein, – alsof dát de zaak wél had verfraaid! B & W konden niet worden vermurwd, en uiteindelijk kregen zij ook de meerderheid van de raad aan hun zijde.

Rascriterium 

De discussie over het privé-karakter van Tjikini bleef terugkomen. Toen dan ook in 1934 opnieuw moest worden gesproken over een nieuw watertarief, was het opnieuw raadslid Thamrin die liet blijken tegenstander te zijn van het verstrekken van een niet-commercieel tarief aan een privé-instelling die bij toelating het “rascriterium” voerde. Het Bataviaasch Nieuwsblad over deze affaire:

“De heren van de Inheemse fractie kunnen het nog altijd niet verkroppen dat aan Tjikini een zwembad staat dat voornamelijk door Europese ingezetenen wordt bezocht. Dat zwembad mag vooral geen goedkoop water hebben zo lang er niet iedereen toegelaten wordt. Dit is voor de Inheemse fractie een kwestie van principe.
Dat het ze hoog moet zitten blijkt des te duidelijker als men nagaat dat de Inheemse gemeente natuurlijk helemaal niet zou willen zwemmen in Tjikini, evenmin als de Chinese, welker vertegenwoordigers de Inlandse leden steunden. Hoezeer wij ook allen broeders zijn, een zwembad is nog een van de weinige dingen, waarin East East en West West blijft.
Wij zien, zelfs als het zogenaamde „groepscriterium” wordt opgeheven, nog geen Chinese en Inheemse dames naar het zwembad gaan. De zwemsport, onverschillig of die om gezondheidsredenen, vermaak of zuivere sport begonnen is, blijft voorloopig nog een Westerse liefhebberij. Er is dan ook geen dringende behoefte aan een zwembad onder de Inheemse en de Chinese bevolking en elke poging om er voor deze groepen een op te richten, is tot dusver gestrand op de geringe belangstelling. Een zwembad voor alle landaarden is bijvoorbeeld te Semarang onmogelijk gebleken. Het bestuur van die gemeente heeft enige tijd geleden een poging in die richting gewaagd, maar het resultaat ervan was dat men het zwembad voor elke bevolkingsgroep op afzonderlijke dagen moest openstellen, zodat eigenlijk niemand bevredigd is.”

Waaruit bestond dit “rascriterium” nu precies? Zoals we eerder lazen: het zwembad was oorspronkelijk bedoeld voor alle ingezetenen van Batavia, mits van goed gedrag. Rang en stand zouden niet van belang mogen zijn bij de toelating. In de praktijk zijn deze uitgangspunten waarschijnlijk gaan schuiven. “Er was een tijd dat men in Tjikini ook vooraanstaande figuren uit de Chinese en Inheemsche wereld zag. Klaarblijkelijk heeft dit geleid tot naar de mening der geregelde bezoekers (de ‘leden’) ongewenste toestanden. Men heeft toen resoluut een einde gemaakt aan de toelating van personen van niet-Europese landaard.”
Ook het voorbeeld van de niet-toegelate miliciens geeft aan dat het bestaande publiek een factor van betekenis is geweest bij dit soort kwesties. De sociale cohesie was zó groot dat anderszijnden zo veel mogelijk werden geweerd. In de praktijk sprak men steeds meer van een zwembad uitsluitend voor Europeanen, dat wil zeggen personen die zich volgens de toenmalige wetgeving tot de Europese doelgroep mochten rekenen. Indo-Europeanen behoorden wél tot deze groep, Chinezen niet.

Op 24 september 1934 haalde raadslid Thamrin een overwinning. Een door hem ingediende en mede door raadsleden Fernandus, Tan In Hok, Beets en Tissing ondertekende motie, waarin betreurd werd dat Zwembad Tjikini nog altijd het rascriterium handhaafde, werd met 11 tegen 6 stemmen aanvaard.
Het college van B & W informeerde de raad een maand later:

“Volgens art. 4 van het Reglement van het zwembad Batavia, vastgesteld door de Commissie van Toezicht en den pachter, moeten leden van dat zwembad van Europese landaard zijn.
Voor zover bekend, is hiervan slechts afgeweken voor een zoon van Dr. Apituley. Redenen hiervan zijn niet bekend, omdat alleen de Commissie van Toezicht omtrent eventuele toelating van leden beslist; de eigenaren van het zwembad kunnen daarop ingevolge het thans van kracht zijnde contract, geen invloed uitoefenen.
Voorts is ongeveer twee jaar geleden op verzoek van de toenmalige wethouder Van Dijk de proef genomen met de toelating van leerlingen van de Koning Willem III school des middags tegen een zeer laag tarief doch deze proef is gestopt, omdat niet alleen te veel moeilijkheden werden ondervonden, doch ook omdat door tal van leden daartegen bezwaren werd gemaakt.
Evenwel is aan den pachter verzocht om met de bedoelde commissie te overleggen of er wellicht een modus te vinden zou zijn om het rassenverschil in deze uit te schakelen. Zodra terzake nader bericht zal zijn ontvangen, zal op deze aangelegenheid worden terug gekomen.”

Het college heeft dus aan de pachter, de heer Rode, gevraagd of hij samen met de Commissie van Toezicht een oplossing wilde zoeken. Bijzonder aan dit bericht, is dat het B & W eerder klaarblijkelijk niet bekend was dat de vereniging een officiële richtlijn kende ten aanzien van de “landaard” der leden. Het lijkt erop dat deze richtlijn is ingevoerd na de opening van het bad, en mogelijk op voorstel van de Commissie van Toezicht.

Andere zwembaden

Inmiddels was aan de zwemliefhebbers in Batavia niet ontgaan dat nauwelijks een kilometer verderop, even over de gemeentegrens met Meester Cornelis, in maart 1934 een nieuw zwembad was geopend: Manggarai. Evenals Tjikini had het hoofdbad een afmeting van 50×20 meter, een restaurant en “dance hall” en een parkeerterrein voor 100 auto´s. Het bad was een privé initiatief van enkele ondernemers en kreeg – bijzonder genoeg – dezelfde bedrijfsstructuur als Tjikini. “De ondernemers zullen het bad exploiteren door middel van een vereniging, een vorm, welke zeker de voorkeur verdient boven elke andere, omdat daardoor het beginsel van ballotage kan worden toegepast.” Het restaurant werd opengesteld ook voor niet-leden. De zwemvereniging kreeg de wat zakelijke naam Zwemvereniging Manggarai (ZVM).

Wat de vereniging van Tjikini moet hebben gestoken, was dat het bad Manggarai wel precies aan de internationale standaardafmetingen voldeed en Tjikini niet. Bij de bouw van het eigen bad, in 1924, was namelijk niet goed gemeten en was de maat “ongeveer” 20×50 meter geworden. Om nu niet de riséé van Nederlands-Indië te worden (Batavia geen internationale wedstrijden en Meester Cornelis wél), moest het bad worden verbouwd. In 1935 werd het nieuwe aangepaste bad gepresenteerd tijdens het tienjarig jubileum. Niet alleen waren de maten nu perfect, er was ook een toeschouwerstribune neergezet.

Chinees zwembad Chung Hwa, Batavia.

Chinees zwembad Chung Hwa, Batavia.

Privé-initiatief lag ook aan de basis van de bouw van het eerste “volkszwembad” en tweede zwembad van Batavia. Mogelijk getergd door de uitspraken van B & W en de plaatselijke pers dat Inheemsen en Chinezen geen behoefte hadden aan een zwembad omdat het niet bij hun cultuur zou passen, presenteerde de Chinese ondernemer Tan Hin Hie zich in 1938 als initiatiefnemer en geldschieter van het eerste “particuliere volkszwembad” op het perceel Prinsenlaan 61, in de buurt van Glodok. De omvang van het bad was gelijk aan die van Tjikini en Manggarai. Naast de zwemgelegenheid was – ook hier – veel plaats ingeruimd voor ander vertier. Als architect werd aangetrokken de inheemse Abikoesno.
De opening vond plaats op 31 maart 1939, “aangekondigd met een drietal stukken vuurwerk die een hartelijk applaus ontlokten. Na het eerste stuk ontplooide zich hoog in de lucht de Nederlandse driekleur, die, gedragen door een zacht windje, statig omlaag daalde. De twee andere stukken brachten de Chinese vlag en die van het Huis van Oranje in de lucht”. Tan Hin Hie droeg klaarblijkelijk geen haatgevoelens, in tegendeel.
´s Avonds werd de dansvloer ingewijd. Duizenden mensen “vooral uit de Chinese gemeenschap” bewogen zich langs de verschillende restaurants en vermakelijkheden op het terrein. “De heer Tan Hin Hie, die zich een uitstekend en royaal gastheer toonde, heeft de opbrengst van deze avond ter beschikking gesteld aan het fonds voor steun aan China. Talloos waren de bloemstukken, die hem met de beste wensen voor succes werden aangeboden. Dat succes bleek om 10 uur ´s avonds. Niet minder dan 25 duizend betalende bezoekers waren toen al de controle gepasseerd!”
De fijne kneepjes van het zwemmétier, hoe kon het ook anders, moesten de nieuwe zwembeoefenaars nog worden bijgeleerd. “Tjikini” en “Manggarai” werden kort daarop uitgenodigd voor het verzorgen van demonstraties.

Openbare karakter

Welke waren inmiddels de uitkomsten geweest van de besprekingen tussen het gemeentebestuur en Tjikini? Werden daar inmiddels ook niet-Europeanen toegelaten? Het lijkt er op dat weinig was veranderd. In 1940 was de kwestie wederom onderwerp van gesprek in de gemeenteraad. Geconstateerd werd dat alleen “Prinsenpark” iedereen toeliet, en dat in Tjikini nog steeds sprake was van ballotage. Het probleem lag echter dáárin, dat de tekst van de desbetreffende gemeentelijke verordening het toeliet Tjikini als een niet-openbaar zwembad te zien, met alle gevolgen van dien.
En wéér werd de vraag gesteld of de gemeente dan speciale tarieven voor de waterleverantie in rekening mocht brengen. Het antwoord luidde: als alle zwembaden op gelijke manier worden behandeld, dan moet dat mogelijk zijn.
Het Tjikini-bestuur erkende inmiddels tot een oplossing te willen komen. Voortaan zou alleen nog het welstandsprincipe gelden. Het vertelde erbij dat dit de afgelopen jaren sowieso al gold, maar waarnemers meldden dat gevallen bekend waren waar toch degelijk het rasprincipe een rol had gespeeld. Bijkomend probleem was verder, dat voor een besloten vereniging een echt lidmaatschap nodig was, en de verkoop van dagkaarten onmogelijk was. Ofwel de dagkaartenverkoop moesten worden stopgezet, ofwel Tjikini kreeg het predikaat “openbaar”.
Het gemeentebestuur nam een verordening aan waarin het openbare instellingen werd verboden bij toelating een rascriterium te hanteren. “De vraag is nu maar”, commentarieerde het Bataviaasch Nieuwsblad, “in hoeverre Tjikini, tegen welk zwembad de bezwaren in hoofdzaak gericht waren, als een openbaar zwembad zal vallen aan te merken.” Het blad veronderstelde verder dat het zwembad de verkoop van losse dagkaarten zou laten vervallen om aan de verordening tegemoet te kunnen komen: “Daar Tjikini aan de raad heeft meegedeeld dat in de geschiedenis van het zwembad nooit het rascriterium heeft gegolden – al stond dan ook tot voor kort nog op de kaarten gedrukt ‘alleen toegankelijk voor Europeanen’ – lijkt het zeer onwaarschijnlijk dat de directie zich thans aan de bepalingen van de verordening zou willen onttrekken”.

De verantwoordelijkheid

Chinees zembad Chung Hwa, Batavia.

Chinees zembad Chung Hwa, Batavia.

Dit laatste citaat is van april 1941, minder dan een jaar voor Nederlands-Indië capituleerde en andere regels zouden gaan gelden. Batavia was – ondanks alle raadsdiscussies – op dat moment nog niet verder gekomen dan het semi-privé zwembad Tjikini en een openbaar zwembad, dank zij Tan Hin Hie, aan de Prinsenlaan. Laten we wel zijn: als deze Chinese ondernemer er niet was geweest, zou er voor de inheemse bevolking geen andere zwemgelegenheid zijn geweest dan de kali.
Wat Tjikini betreft: de gemeente verhuurde de grond, een vereniging exploiteerde, en een beheerder beheerde. De bedrijfsformule – met mogelijk tegenstrijdige belangen – geeft op zich al te denken. De gemeente had baat bij het voortbestaan van Tjikini, vanwege de huur en – vooral – vanwege de waterleverantie, en wilde het het bestuur van de exploiterende vereniging niet al te lastig maken.
De eerste beheerder, Vos, voegde zich vooral naar de meningen van het verenigingsbestuur, de tweede, Rode, liet echter door zijn interesse in exploitatie van een nieuw volkszwembad in het Decapark blijken van niet al te principiële standpunten.
Het verenigingsbestuur had baat bij tevredenheid van de meerderheid van het publiek en verwoordde dus slechts dit meerderheidsstandpunt: liever alleen Europeanen.
Als er ergens al een schuldige valt aan te wijzen, dan moet dit het gemeentebestuur zijn geweest. Burgemeester en wethouders hadden eerder en meer oog moeten hebben voor het belang van de stadsbevolking in het algemeen. Met hun standpunt hebben ze zich – duidelijk – te veel gericht op de Europese bevolking alleen. Door de zakelijke betrokkenheid van de gemeente hebben B&W ook nooit een principieel standpunt willen innemen in de discussie rond openbaarheid, waterprijzen en rascriteria.

Heeft het Tjikini-zwembad een opschrift gehad “verboden voor honden en inlanders” of “verboden voor inlanders en honden”? Nee, nooit. Bestudering van de gebeurtenissen laat geen ruimte voor een andere conclusie. Mochtar Lubis heeft dus nooit een dergelijk opschrift kunnen lezen.
Waarom niet? We hebben gezien dat het bad aanvankelijk geen rascriterium hanteerde, maar later – onder druk van het publiek – haar reglementen heeft gewijzigd in die zin dat slechts “Europeanen” welkom waren. Gedurende enige tijd heeft dit hoogstwaarschijnlijk ook op de toegangskaarten gestaan. Van overheidswege werd de vereniging hierop pas zeer laat gecorrigeerd. Belangrijk is ook te weten, is dat de vereniging, in ieder geval vanaf 1930, nauwlettend werd gadegeslagen door de inheemse gemeenteraadsleden. Bordjes met teksten als ‘Verboden voor honden en inlanders’ zouden ongetwijfeld gesignaleerd zijn geweest door de inheemse raadsleden en de lokale pers.
Dat de vereniging het volgende decennia slechts heeft gereageerd door een politiek van pappen-en-nathouden doet aan onze conclusie niet af. De politieke en maatschappelijke omgeving maakte het onmogelijk al te confronterende opschriften te voeren. Het zou de vereniging in een kwaad daglicht stellen, en – misschien niet minder belangrijk – de bedrijfsvoering kunnen schaden. De waterprijzen werden zo ongeveer iedere twee jaar opnieuw vastgesteld door een raad waarin een sterke inheemse fractie zomaar opeens een meerderheid kon behalen, zoals in 1934 toen het rascriterium werd veroordeeld.

We zouden kunnen concluderen dat het zwembad Tjikini een zelfde ontwikkeling heeft meegemaakt als de rest van de Indische samenleving. Een ontwikkeling die leidde van aanvankelijke ontkenning via lichte aanpassingen tot uiteindelijke dwang. Vanuit het standpunt van de vereniging is hierop – gelet op het tijdsbeeld – misschien niet eens zo veel kritiek te leveren. De vereniging had echter veel eerder een dwingende correctie moeten krijgen van het gemeentebestuur. De tekst “Alleen voor Europeanen”, was, au fond, hiervoor al reden genoeg.

x

Bronnen
Schooltv
Examenblad 2007
Bataviaasch Nieuwsblad
De Indische Courant
Nieuws van den Dag voor Nederlands-Indië
Moesson 15 april 1991 (Tjikini), pp. 22-23
Moesson 15 mei 1992 (Manggarai), pp. 16-17
Tong-Tong, 15 januari 1977, p.6.

Dit bericht werd geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië en getagged met , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

57 reacties op “Verboden voor inlanders en honden”

  1. Ed Vos zegt:

    Op je wenken bediend 😉

    Genoemd citaat uit het boek van Mochtar Lubis kwam ik tegen, voordat ik hierover begon in het topic “Batavia in beeld”, in het boek Geschiedenis van Indonesie, Leo Dalhuisen e.a., Walburg Pers, op pagina 85.

    Ook noemde ik een boekje over Salatiga, “Salatiga sketsa kota lama”, waarvan ik de zoveelste druk van de auteur Eddy Supangkat mocht ontvangen. Op pagina 24 staat m.b.t. hotel Kalitaman (dus toch Hotel Kalitaman) het volgende:
    “Pada masa itu (=de Nederlandse tijd) Hotel Kalitaman merupakan “hotel berbintang” yang hanya diperuntukkan bagi orang-orang Eropa.Orang-orang pribumi sama sekali tidak diizinkan masuk.
    Bahkan di hotel itu pernah di pasang sebuah tulisan yang sangat nyelekit Verboden voor honden en inlanders alias anjing dan pribumi dilarang masuk”.

    Niets negatiefs over Eddy Supangkat, een heel aardige man, maar zo eigenwijs als een Indonesier (Ma’af Pak) 😉
    Nog steeds wijst hij het fort Salatiga (de Hersteller) aan op een totaal verkeerde plek.
    Waarschijnlijk weet hij nog niet dat Salatiga een vakantieoord was voor o.a. pribumi als de Soesoehoenan van Solo, die daar als bezoeker zeer gewaardeerd werd en in dat hotel geluncht heeft tijdens een bezoek, zo las ik in de Indische courant van 14/03/1938.

    Uitzonderingen bevestigen de regel dus NIET.

    • Surya Atmadja zegt:

      Ik heb over eventuele Indonesische ooggetuigen .
      Dat sommige Inlanders ook kunnen komen (al is het soms uitgenodigd) in societeiten en andere Hollandse establishment staat buiten kijf.
      En persoonlijk vind ik jammer dat ik het nooit kunnen vragen aan mijn ouders ofhun oudere broers/zusters.
      Als ik dat gehoord had , dan heb ik hier al lang verteld .

  2. Surya Atmadja zegt:

    Mohamad Hoesni Thamrin , was in feite een Orang ” Indo ” .
    Zijn vader , een wedana van Sawah Besar was de zoon van een Orang Inggris .

    En hoe zit het met het verhaal van Hella Hasse , die het weer van (waarschijnlijk) Nederlandse kennisen of vrienden ?
    Het gaat over Selecta.

    • buitenzorg zegt:

      Nog even voor de duidelijkheid: het verhaal over het zwembad Tjikini mag als exemplarisch worden gezien voor de rest. Ik heb niet de bedoeling ook dergelijke verhalen te gaan schrijven over Concordia, Simpang, Selecta of wat dan ook. Dit verhaal is al tamelijk lang geworden, omdat het lastiger is te bewijzen dat iets er NIET was, dan dat het er WEL was.
      Of er ooit dergelijke bordjes zijn geweest in Indië: ik zou het niet weten. Het is natuurlijk ook onmogelijk aan te tonen dat er nooit ergens zo´n bordje heeft gestaan. Ik ga er echter van uit dat de meeste meldingen berusten op – laten we zeggen – misverstanden. Tjikini mag in ieder geval van de lijst….

    • Jan A. Somers zegt:

      Mijn opmerking over Selecta staat onder Batavia in beeld.

    • bokeller zegt:

      Dat wou ik net zeggen,Pak Surya .Bij de meeste Indo’s (ouderen) is het bekend.[Thamrin} Maar ik heb een vraag aan de kenners ,nl. hoe zagen ze toen het uiterlijk verschil tussen een Indonesiër en een Indo .Hierbij heb ik veel komische situaties gezien,toen voor de oorlog en na de oorlog. Ik ben hier heel erg benieuwd naar?
      Mvg siBo

      • Surya Atmadja zegt:

        Pak Bo,
        zoals wij weten komen de stamvaders van de Indo uit verschillende streken van Europa , zelfs Turken , Chinezen ( Formosa) , Filipijners, Armeniers waren als Europeanen erkend of geregistreerd als Europeanen.
        Vergeet niet de Orang Suriname en Orang Afrika.
        Dus hun turunan/nakomelingen hebben ook verschillende soorten kleuren, van een beetje bule , kuning langsep ( Chinees-Sundanees-Orang Padang etc) t/m donker gekleurden, de huidskleur van orang Jawa , Keling , Arab , Ambon etc.

        Meestal omdat ze vaak langere lichamslengte en groter zijn dan de gemiddelde Inlanders.
        En hun kleding , gedrag etc .
        Dat geldt ook bij Indonesiers met Hollandse opleiding en vorming.
        Naast de “conservatieven” heb je ook de groep die door hun Hollandse gedragingen (op school gekregen ) en asal usul duidelijk verschillen met de gemiddelde “Inlanders” de zgn wong tjilik.
        Voor “insiders” was het ook niet zo moeilijk om je “gelijken” te herkennen.
        Je hebt niet zo veel Indonesiers die uit bepaalde familie (Inlandse B.B ) afkomstig waren ( vanaf Wedana-Patih-Bupathi ) .Dat geldt ook voor de ambtenaren, de komis, hopkomis, jaksa, hop jaksa en leraren etc

      • bokeller zegt:

        Neer ,ini aku tau maar tussen Indo (peranakan) en Indonesiër toen pakweg 1900 _1940

    • Wilma zegt:

      Surya, wat bedoelt u met het verhaal van Hella Haasse?
      met vriendelijke groet,Wilma

  3. Ed Vos zegt:

    Je kunt de totoks wel koloniale onverdraagzaamheid verwijten, maar de Javanen hadden er met hun hindoe-kastensysteem onderling ook een handje van. Wat dat betreft konden zowel totok als Javaan elkaar de hand wel reiken. Het superoriteitsgevoel van de totok in de koloniale tijd was overigens dusdanig dat het ook niet gewenst was dat er ongewenste inlandse invloeden doordrongen tot hun cultuurtje

    In de tijd dat ik nog naar Bali op vakantie ging waren er disco’s die ook niet toegankelijk waren voor inlanders. Maar dat was ter bescherming van de inlander zelf tegen dat opgefokte volk dat die disco frequenteerde. Een Balinees meisje (en zeker niet van kaste) bijvoorbeeld kwam ook niet op bepaalde door de orang bule bezochte plaatsen. Zij stond onder de bewindvoering van haar broer(s), neef en andere. Trouwen beneden je stand, dat kon dus niet, dan was voor zo’n meisje de wereld te klein.

    Ik weet niet hoe het er nu is, het is maar een weet en even terzijde voordat u in een disco een welwillend Indonesisch meisje ontmoet waarmee u iets wilt beginnen. Nette Indonesische meisje komen daar niet en zeker geen moslima, behalve een verdwaalde.

    • Surya Atmadja zegt:

      @ Ronny
      Toen je daar woonde was dat gedeelte van Laan Trivelli vanaf de brug Tjideng dus de de hoofdstraat van Laan Trivelli inclusief de zijstraten met rivier namen ( Tjilamaja bijvoorbeeld) een redelijk Hollands /Indische wijk met ook Indonesiers er in tussen , en zeker als je de tegenovergesteldewijk richting gaat (langs de KNIL Ka\erne) richting Koningsplein.
      Er omheen heb je ook kleine gangetjes waar Indonesiers wonen, en ze zijn allemaal Moslims .
      Bij de Laan Trivelli (in de wijk Tjideng=Kamp Tjideng) heb je ook Indonesiers die daar wonen , ze zijn Moslims , o.a mijn ouders (vanaf 1954) .
      Indonesia( West Java) was van af het einde van de Padjadjaran koninkrijk( Hindu) een Moslim gebied .Dus vanaf omstreeks 1526/1527.
      Op Sumatra waren ze al aanwezig omstreeks de 8ste eeuw(?), Sultanaar Perlak, daarna Samudra Pasai en Atjeh.

    • Surya Atmadja zegt:

      @ Pak Vos
      De Javaanse (? , want je hebt ook nog de Sundanese koninkrijken) Hindu cultuur is sinds de val van Pajajaran omstreeks 1626/1527 en Majapahit( de adel en priesters wijken uit naar eiland Bali) al lang een meer democratische samenleving door de invloed van Islam.
      Waarschijnlijk heb je de invloed van Javaanse/Sundanese feodalisme ( al dan niet gedeeltelijk ) aangezien als Hinduisme .

      De invloed van “den Inlander ” was begonnen toen de Nederlanders de kinderen van Inlandse Hoofden en Grooten hadden toegelaten in de Nederlandse onderwijssysteem ( begonnen met E.L.S). En dat was in 1864 , op grond van een R.R .
      Toen de eerste generatie hun opwachting doen in Nederland (Indische Vereniging-P.I) en Boedi Oetomo in Batavia(1908) kon men de nationalistische ontwikkelingen niet meer onderdrukken.

  4. j.w.hoegen. zegt:

    van de uitgever van “beelden van een stad “,
    j.r.van diessen ,
    hoorde ik dat hij naar lang zoeken , alleen zo’n bordje in zuid-afrika had gevonden .
    volgens hem was het een broodje aap verhaal..
    gewenst politiek correct verhaal.
    jan willem hoegen.

  5. Ed Vos zegt:

    Surya Atmadja zegt: 1 december 2012 om 2:25 pm
    Voor “insiders” was het ook niet zo moeilijk om je “gelijken” te herkennen.

    Dat vind ik een goeie. Het verschil tussen gelijk en gelijkwaardig. Overigens zou ik zelfs in de koloniale tijd al op afstand het verschil tussen een indo en een inlander (al dan niet gestudeerd) zien, en wat indonesiers betreft tussen norak/kampungan en angun.

  6. H.A. Naberman zegt:

    Wat een interessant artikel!!
    Ik woonde er vlak in de buurt (Gondangdia Ketjil) en was er dus vaak te vinden om te zwemmen maar zeker ook om te dansen en cabaretvoorstellingen bij te wonen van NIWIN gezelschappen. We spreken dan 1945/51. Het was een mooie en spannende tijd! Als tiener heb ik er vele straatgevechten gezien tussen ongeregelde Nederlandse militairen en dito Indonesische. Ik herinner me dat in de tuin van het zwembad maanden een wrak van een uitgebrande auto stond. Nationalisten beschoten vanuit hun rijdende auto langs komende KNIL’ers en die gooiden pardoes een handgranaat in de wagen…. De gevechten op de vijfsprong tussen Engelse rode baretten en nationalisten uit Kali Pasir staan me nog levendig voor de geest. Geen Hollywoodfilm kon daar tegen op!!
    Maar goed. Dat verhaal over de ‘verboden voor honden en Inlanders’ heb ik nooit geloofd! Niemand heeft het ooit gezien en eenieder hoorde het verhaal van iemand…
    Maar…dat er een krankzinnig verschil werd gemaakt tussen Nederlanders en anderen behoeft verder geen betoog dunkt me!
    Een zwembad in het Prinsenpark heb ik nooit mogen zien…. Ik kwam er wel eens zowel in de Japanse tijd als daarna.
    Wel gingen we vaak naar het zwembad Polonia in Meester Cornelis.
    Over het Garden Hall complex naast het zwembad Tjikini kan je ook legio verhalen vertellen!!
    Het is goed kennis te nemen van de historie van ons Zwembad Tjikini!
    Bedankt!

  7. Ronny Geenen zegt:

    Met interesse het verhaal gelezen en daardoor heb ik toch een vraag.
    Zoals ik begrepen heb is Indonesie vandaag aan de dag voor meer dan 90%? moslim.
    In Padang voor de oorlog en in Tjideng na de bevrijding heb ik daar nooit iets van gemerkt. Wanneer is Indonesie volledig een moslim staat geworden? Of waren zij dat altijd al, maar hebben dat nooit getoond of mochten ze dat niet tonen?
    Ook konstateer ik dat bijna alle gebeurtenissen tussen de verschillende kulturen plaats vonden op Java en blijkbaar niet op de andere eilanden zoals Sumatra.
    Wat ik wel heb gehoord is dat de Javaanse bevolking en die van Sumatra elkaar niet erg goed liggen en dat tot en met vandaag zo is.
    All the above kreeg ik pas te horen toen ik eenmaal in Nederland woonde, want als kind in het voormalig Indie werden we beschermd en afzijdig gehouden.

  8. RonLMertens zegt:

    Heel opmerkelijk is het, dat het bord met opschrift ‘verboden voor honden en inlanders’ wel is waargenomen door Indonesiërs oa.gen.Nasoetion-(zie het boek van H.C.Beynon) en NIET door Nederlanders! Een mythe? Terugkijken op de periode van; De Vaderlandsche Club, gouv. de Jong; ‘Wij zijn hier 300 jaar….. ‘,de Indische NSB etc. wis en waarachtig heeft het bestaan. Ook wijlen mijn vader, geb.datum 1912 bevestigde mij dit, toen Moesson v/h Tong Tong,jaren geleden hierover schreef. In 1995 werd een TV serie uitgezonden ‘Voorheen Ned.Indië’ waarin Indonesiërs vertellen over discriminatie. Mijn eigen ervaring aangaande de gedachte goed uit het late Indië, bij ons Indo’s. Soerabaja 1946; – ik speelde gatrik (een stokkenspel) met een katjong.Mijn Indische oma zag het uit de huiskamer.Liep naar buiten en riep; ‘Ronny, kom onmiddelijk binnen! Speel niet met die katjong. Denk eraan, je bent een Europese jongen!’

  9. van den Broek zegt:

    Wat dhr Vos als “koloniale onverdraagzaamheid” bestempelt betekent in Normaal Nederlands Rassendiscriminatie en wel institutioneel uitgevoerd en dat is wel different koek

    Ik citeer Couwenberg: Nederland was evenals andere koloniale mogendheden in Europa tot de tweede helft van de twintigste eeuw onmiskenbaar een land met een racistische oriëntatie. Dat wordt meestal niet of onvoldoende onderkend. Generaties van Nederlandse politici koesterden jarenlang niet alleen denkbeelden die nu als racistisch gelden, maar brachten die ook krachtdadig in praktijk, inclusief een apartheidsbeleid.
    In het voormalige Nederlands-Indië, aldus de historicus L.J. Giebels in zijn Beel-biografie, heerste een sfeer die men niet anders omschrijven kan dan als een sfeer van APARTHEID . En die is daar ook de voedingsbodem geworden van het Indonesische nationalisme (L.J. Giebels, 1995, pp. 242-245). Evenals in Zuid-Afrika tijdens de apartheid diende het alomtegenwoordige rassenonderscheid ook in Indië ertoe de illusie in stand te houden van de onkwetsbaarheid en onfeilbaarheid van het blanke bewind.
    Dat Racisme kreeg in Indië ook in juridisch opzicht gestalte in een wettelijk systeem van discriminatie, dat verankerd was in art. 163 van de Indische Staatsregeling en gebaseerd op een scheiding tussen Europeanen, Inlanders en Vreemde Oosterlingen (Arabieren, Chinezen en Indiërs).
    De verschillende wetgeving naar bevolkingsgroep was wel minder rigoureus doorgevoerd dan in Zuid-Afrika, maar in hoofdzaak en in haar motieven daarmee vergelijkbaar. Zij heeft gegolden tot het einde van het Nederlands koloniale bewind.
    De overtuiging van de superioriteit niet alleen van de blanke christelijke beschaving, maar ook van het blanke ras leefde in Nederland tot de Tweede Wereldoorlog in brede kring. Met abstracte begrippen als mensenrechten, zo stelde bijvoorbeeld in 1925 de theoloog H.H. Kuyper – zoon van Abraham Kuyper – kan men in Zuid-Afrika, waar we te maken hebben met wilden die nog op een zeer lage trap van beschaving staan, niets beginnen (G.J. Schutte, 1986, p. 62). Feit is dat het idee van de mensenrechten tot de tweede helft van de 20e eeuw vereenzelvigd is met de rechten van de westerse blanke mens.
    Pas na de Tweede Wereldoorlog is als reactie op de excessen van Hitler-Duitsland iedere discriminatie bij de bescherming van de mensenrechten uitgebannen dankzij de erkenning van het non-discriminatiebeginsel als internationaal rechtsprincipe (zie artt. 2 en 7 UVRM van 1948; art. 14 ECRM van 1950; en artt. 2 lid 1 en 26 BUPO-verdrag van 1966).
    In de literatuur van Nederlandse auteurs (bvb Helle Haasse) die geboren en getogen zijn in voormalig Nederlands Indië, leeft ons koloniale verleden nog voort, doortrokken als die literatuur vaak is van heimwee naar het verloren paradijs van hun jeugd en de onschuld waarmee die auteurs toen de koloniale verhoudingen nog ondergingen. Die werden nimmer ter discussie gesteld.
    “Voor wie uitsluitend Nederlandse historici leest, zal het een totale verrassing zijn. Maar ons koloniale verleden heeft in dat deel van de wereld een abominabele reputatie”, constateerde Rudy Kousbroek, toen hij in 1994 terugkeerde naar het land van zijn jeugd (N. Smals, 2004).
    Onze Nederlandse politici die nauw betrokken waren bij dat koloniale beleid en verleden, zijn daarop nooit aangesproken. Toen in 1987 op de Vrije Universiteit bijvoorbeeld de 150e geboortedag van Abraham Kuyper herdacht werd, werd met geen woord gerept over diens nauwe betrokkenheid bij ons koloniale verleden. Zoals ons slavernijverleden tot voor kort angstvallig verdrongen werd, gebeurt dat nu nog altijd met het racistische karakter van ons koloniale verleden. In zijn afscheidsrede eind 2003 heeft J.M. de Meij nog eens scherp en helder uit de doeken gedaan hoeveel moeite het Nederlanders gekost heeft hun koloniale verleden en het daaraan inherente racisme onder ogen te zien.
    Ook Indische Nederlanders hebben aan den lijve dit racisme ondervonden en ondervinden zoals bekend in het rapport Werner, het christelijk geleuter over de toegang van Indische Nederlanders, dus Nederlands staatsburger in Nederland en bvb de geanimeerde discussie over de tentoonstelling van het Museon e.d.

    Ik vind het nog steeds een grove schande dat elke zichzelf respecterende Nederlandse bewindsman zich wel verontwaardigd uitspreekt over allerlei mensenrechtenmisstanden in de wereld maar dat er met geen woord gerept wordt over de meer dan schofterige en discriminatoire behandeling van de Indische Nederlanders bij hun gang naar Nederland. Er wordt wel wat geleuterd over koude ontvangst in Nederland, maar dat had, denk meer te maken met het weer.

    • Wal Suparmo zegt:

      Volgens mij is het “bericht” over ” verboden voor Inlanders en honden”, geinspireerd is door de Engelse rasdiscriminatie in Hongkong waar voor de ingangan van bepaalde eerste classe hotela een bekendmaking op een bord staat:” Prohibited for Chinese and dogs”

      • Jan van Wezer zegt:

        @Wal Auparmo:
        ‘Stond’ zult U bedoelen, neem ik aan.
        In Sjanghai werd ik op een onfrisse manier geconfronteerd met een verhaal over een bord met ‘Chinese and dogs not admitted’ dat bij het Huangpopark zou hebben gestaan. Ik heb vrij uitgebreid literatuuronderzoek gedaan. Het verhaal berust op een mythe die door de door het naoorlogse stadsbestuur bewust is aangedikt. Zie mijn commentaar van 4 december. Deze aperte leugen wordt nog steeds aan toeristen verteld.
        Ik kom al 45 jaar met enige regelmaat in Hongkong, waarbij ik in het Peninsula en vrijwel alle andere grote hotels heb gelogeerd. Nooit is mij iets gebleken van een dergelijk bord of zelfs maar van een spoor ervan of een verhaal erover. Ik vermoed dan ook dat U refereert aan het mythische bord in Sjanghai.
        Ik ben het met U eens dat dàt bord vermoedelijk aan de oorsprong staat van het al even schimmige verhaal over Tjikini.

  10. buitenzorg zegt:

    Naar aanleiding van de verwijzing naar Moesson van de heer Mertens (dank!), heb ik de desbetreffende nummers van dat blad zojuist (online) bestudeerd. Ik kom tot de conclusie dat degene die destijds (1995) het boek van Beynon besprak in Moesson (Loderichs) twijfelde aan het bestaan van de borden, en dat de reagerende lezers van Moesson deels aangaven dat wel degelijk dergelijke borden hadden bestaan, en deels dat het allemaal bedacht was. Bewijs werd niet geleverd, ondanks het feit dat ook destijds verschillende lezers wisten dat anderen (absoluut zeker!) foto´s van dergelijke borden moesten hebben gehad.

    Mijn mening heb ik hier al naar voren gebracht: ik weet het niet. Echter: het bord hing NIET in één van de meest genoemde locaties, het Tjikini-zwembad. Daarvan ben ik overtuigd. Met mijn artikel heb ik een klein stukje helderheid willen brengen in de discussie. Zo ongeveer alles van wat ik over deze kwestie heb gelezen bestond uit meningen. Ik hoop dat ik met het Tjikini-verhaal in ieder geval een beetje inzicht heb kunnen geven in de overwegingen die destijds golden voor het handhaven/bestrijden van rascriteria. Dat sociale, economische en politieke belangen hierbij alle een rol hebben gespeeld is inmiddels wel duidelijk. Als we de discussie vernauwen tot een voor of tegen racisme, missen we veel mogelijkheden tot een werkelijk begrip van de koloniale samenleving.

    • Ed Vos zegt:

      Nu we het toch over koloniale verhoudingen hebben en niet of we voor of tegen racisme zijn (ik weet niet naar aanleiding waarvan Bert hierover begint), hier wordt door Van den Broek de groep indo’s genoemd.
      Deze indo’s namen dus een zeer merkwaardige positie in in de koloniale maatschappij.
      Men vertelde mij en ik las dit eveneens dat de Hollanders liever te maken hadden met een Javaan (men had weinig bezwaar dat hun dochter met een Javaan trouwde, liever met zo iemand dan met een indo), en omgekeerd een Javaan met een totok dan zij met indo’s.
      Die Javanen wantrouwden de indo’s en menig Javaan heeft het er nu nog steeds over.
      Niet op mij schieten!

      De Indo-Europeanen werd vooral verweten dat zij in de Japanse tijd zoveel mogelijk hun bloedverwantschap met de Indonesische bevolking hadden gebruikt om buiten de Japanse interneringskampen te blijven.
      Na de Japanse capitulatie haalden zij hun Nederlandse nationaliteit weer naar voren. Net als indertijd de Japanners, probeerden nu de Indonesiërs druk op de Indo-Europeanen uit te oefenen om de zijde van de Republiek te kiezen.

      http://indonesischearchipel.wordpress.com/2011/10/02/bersiap/

      Ergens op dit blog verwees A Nony Mouse naar een artikel met daarin een reactie van een persoon die de indo’s verweet dat zij in Nederland juist de gewoonten en gebruiken overnamen van degenen waarop ze in Indie juist neerkeken – zodat ze voor velen op Indonesiers leken(?).
      Het is genoegzaam bekend dat de Nederlandse regering voor de repatriering zelfs groepen indo’s adviseerde om niet naar Nederland te gaan vanwege het weer, andere culturele gebruiken en dergelijke.

      Ja kijk, dit gezwalk der indo’s (bepaalde moet ik zeggen) is natuurlijk niet bevorderlijk voor hun geloofwaardigheid.
      Reeds in een ander topic wees ik op het feit dat de in Indonesie achtergebleven indo’s (WNI’s) gewantrouwd werden mbt hun loyaliteit aan de nieuwe natie.

      Niet dat ik slapeloze nachten overhou aan deze wetenschap of hoge bloeddruk, want ik behoor ook tot deze zogenaamde categorie indo’s, maar zo lagen de (koloniale) verhoudingen nu eenmaal.

  11. Jan Brakenhoff zegt:

    Geachte redactie,

    Hetzelfde verhaal doet de ronde, maar dan in Hong Kong, indertijd een Britse kroonkolonie. Aan de ingang zou een bord gestaan hebben:”Verboden voor honden en Chinezen.” Maar bij navraag bleek niemand een dergelijk bord gezien te hebben. Het lijkt op een hetze tegen de Europese overheersers.

    janbrakenhoff@ziggo.nl

  12. Surya Atmadja zegt:

    Pak Bo.
    Er is een onderscheid tussen Indonesische prijaji die Europees zijn gekleed (Nederlandse opleiding en vorming) en de nog traditioneel zijn gekleed (ook Nederlands opleiding etc) en de rest ( de grote massa.)
    De rest , de grote massa , de wong cilik( zeg maar meer dan 95 % ) kleden en gedragen zich anders dan de Orang Indo of Londoh.

    De prijaji met Europese kledingdracht ( Italiaanse/europese schoenen, gabardine of tropical wol pantalon plus das en colbert , soms met Europes vilthoed) kan je moeilijker onderscheiden met de Orang Indo.En zeker als ze een kuning langsep huidskleur hebben.Zoals Sundanezen en echte Betawinezen.
    De vrouwen idem dito, ze zijn of “Europees” gekleed ( rok, kapsel -kort) of traditioneel.
    En ze spreken ABN (school Nederlands) met elkaar.

    Ik denk dat voor een buitenstaander of Londoh moeilijk is om op grond alleen van uiterlijke kenmerken die groep Indonesiers / prijaji te onderscheiden van de groep orang Indo .
    (Met dezelfde opleiding en vorming , voorgezet onderwijs ) .
    Als ik de oude zwart wit foto ziet van mijn ouders en hun broers /zusters (geboren vanaf +/- 1905 t/m 1940 ), dan zijn ze moeilijk te onderscheiden van de orang Indo , zelfs zie ik veel orang indo met donkere huidskleur dan hun.
    Alleen de oudste zuster van mijn moeder en beide oma droegen een traditionele kleding (sarung kebaya).
    De rest ,de jongens en meisjes zijn “Europees”gekleed.

    • bokeller zegt:

      Pak Surya,U begrijpt wel ,dat ik er wat anders mee bedoelde nl. hoe was dan de contrôle hierop . Onderling hadden we er al prettige problemen mee,laat staan een buitenstaander.
      Ik heb zelfs gezien,dat een Indo inspecteur vd. Politie de Europese Soos uit werd gedonderd.Door een grap uit te halen om gekleed in sarong-trompa zijn vrouw in de Soos
      op te sporen. LoL
      Mvg siBo

  13. van den Broek zegt:

    Ik vind de uitspraak van dhr Vos meer passen aan de bar vlak voor sluitingstijd… al de zinssnede van “Men vertelde mij en ik las dit ,waarschijnlijk in de Viva of Privé of een ander roddelbladdat …doet wel elke cliché over Indo’s bevestigen. Mijn vraag is natuurlijk hoeveel Javanen trouwden met Hollanders en hoeveel gewantrouwde Indo’s trouwden met Hollanders om zijn uitspraak toch wat vederlicht gewicht te geven.
    En dan de onvergetelijke quote “dit gezwalk der indo’s (bepaalde moet ik zeggen) is natuurlijk niet bevorderlijk voor hun geloofwaardigheid” en dan gaat het over dat bepaalde Indo’s wat opportuun hun bloedverwantschap met de Inlandse bevolking aanhaalde om uit het Binnenkamp te blijven.
    Nou dhr Vos , heeft U misschien niet door dat de keuze een kwestie van leven en overleven was of heeft U de indruk dat het kamp een soort vakantieoord was.

    En kunt U mij verklaren waarom die keuze hun geloofwaardigheid tov wie aantastte. Koningin Wilhelmina vluchtte/deserteerde naar Engeland en dat heeft haar geloofwaardigheid nooit aangetast.

    Mijn inlandse Oma koos het kamp en is er wonder boven wonder levend uitgekomen met 4 kinderen..

    • Ed Vos zegt:

      Hr van den Broek op de eerste plaats bevalt u toontje mij niet, voorts heb ik de indruk dat u zoekende bent naar een richting en identiteit. Wij hebben wel vaker confrontaties met elkaar gehad.
      Maar voor de goede orde, lees eens goed door wat te berde brengt en vooral uw laatste regels.
      Welke keuze u maakt, of u een tweesporenbeleid voert, of opportuun bent uit hoofde van een overlevingsdrift: niet zaniken en vooral niet achteraf. Ik citeer tot slot de filosoof Cruyff : Elk voordeel hep ze nadeel. Ik voeg er maar aan toe: elk nadeel heeft zijn voordeel. Toch?

    • RonLMertens zegt:

      Over Indo’s, die de ‘andere kant’ kozen; Een van de grondleggers van de Indon.revolutie is Ernst Douwes Dekker(1880-1950),achterneef van de bekende Multatuli! Soekarno eerde hem met de titel; ‘vader van de Indon.revolutie’! zie verder ook mijn relaas “Opmerkelijke feiten aangaande Indië/Indonesië” via http://www.Indisch4ever.nu en google. In de jr.’90 heb ik, via mijn neef(ook Republikein geworden) kennis gemaakt met een paar warga Negara Indo’s.Draaien goed mee in de Indonesische mij.Waarom ook niet? Hun devies; wright or wrong, my country is Indonesia! Ook indertijd minister Joop Avé is een Indo. Ik hoop toch eens meer te kunnen vernemen van deze groep,(hr.Vos) die het daar wel hebben gemaakt.

      • Surya Atmadja zegt:

        Velen hebben het redelijk gedaan.
        Hier heb je een bron , al is het wikipedia en men moet even uitzoeken welke namen tot de lijst van de achterbijvers behoren of hun kinderen.
        http://id.wikipedia.org/wiki/Daftar_tokoh_Eropa-Indonesia
        Wie kent bijvoorbeeld Mochammad Idjon Djanbi ( Rokus Bernardus Visser) niet , de 1ste komandant van de Indonesische rode baretten ( ex KST).
        Of de vrouw van Generaal Nasution , dochter van R.P.S Gondokusumo en zijn vrouw Rademaker .
        Of Generaal Benny Moerdani .
        Ook zijn er velen die niet bekend zijn , maar redelijk geslaagd zijn zoals een aangetrouwde oom , de echtgenoot van de jongere zuster van mijn moeder.

        Dus dat verhaal over het stelselmatig lastig vallen, discriminatie ,het leven van Indische Nederlanders ex warga negara per defenitie niet prettig was is n.m.i overdrijving .
        Dat er fouten gemaakt werden zal niemand ontkennen.

      • Ronny Geenen zegt:

        Waarom dan de bittere noodzaak van organisaties als HALIN, waaronder mijn zusje in Born lid van is en ook diverse Amerindos? U noemde in uw schrijven een paar personen met hoge posten. Wie geld heeft kan alles kopen, niet waar? En is dat niet nog steeds zo?

      • Ed Vos zegt:

        Ronny Geenen zegt:
        11 december 2012 om 6:15 pm
        Waarom dan de bittere noodzaak van organisaties als HALIN,

        Beste Ronny toch.
        Zet nou eens een schaker in de woestijn, en ik weet niet hoe snel hij daar een andere schaker vindt.
        Plaats een indo (daarvan zijn meerdere soorten hoor, indo keturunan perancis, jerman en dergelijke) nou maar in indonesie, en ik weet niet hoe snel hij een andere indo vindt, en altijd is daar een gelijkenis mee of een vlekje aan. Tegenover 1 arme indo kan ik 1000 andere arme indonesiers plaatsen die geen indo zijn – hoewe lik soms denk dat alle indonesiers wel eens indo zouden kunnen zijn.

        Er zijn zoveel doelstellingen alle met hun eigen urgentie die je je maar kunt bedenken, ook in Nederland.
        Neen ik ben geen gabber van Richard Lauw. :-O

  14. van den Broek zegt:

    Dhr Vos toch, U heeft toch eigenhandig geschreven ” Ja kijk, dit GEZWALK der indo’s (BEPAALDE moet ik zeggen) is natuurlijk niet bevorderlijk voor hun GELOOFWAARDIGHEID.” .

    Misschien heeft U het niet begrepen of wil het niet begrijpen maar deze dubieuze woorden irriteren mij in onbescheiden mate gezien de positie die Indische Nederlanders, waaronder mijn familie innamen in de Japanse bezettingstijd. Ik heb deze iritatie met plausibile redenen omkleed.

    Ik heb enig uitleg Uwerzijds gevraagd in het verlengde van geloofwaardigheid der indischen wat ik wel begrijpelijk en gerechtvaardigd vind.

    Dat deze toon U niet bevalt verwondert mij niet want ik vind U opmerking niet alleen pijnlijk maar ook beledigend voor Indische Nederlanders en deswegen kleed ik mijn vraag in deze indringende toon.
    Ik vind het kenmerkend van U (het is niet de eerste keer ) dat er geen antwoord komt op mijn vraag, wel is altijd Uw hevig verontwaardigde reactie bovenmatig aanwezig omdat ik ueberhaupt een vraagteken zet en niet allen dat, achter Uw volzinnen.

    Mij gaat het hier niet om Uw geloofwaardigheid maar om de geloofwaardigheid Uwer argumenten. ik denk dat er gegronde redenen zijn deze ter discussie te stellen gezien U verwijzing naar dhr Cruyff . Mijn toon moet gezien worden in het verlengde van de dialectiek volgens dhr. Cruyff.

    Gezien Uw scrabeuze woordkeus wilt U niet begrijpen dat zij een belediging zijn voor de zalige nagedachtenis van mijn familieleden, die onder de oorlog geleden hebben. Het lijkt mij daarom volslagen zinloos enige discussie in welke vorm danook met U voort te zetten. Ik verzoek U tevens mij in de toekomst verschoond te laten van Uw opmerking met of zonder pseudoniem,

    Dit betekend hoegenaamd niet dat ik bovengenoemde soort kritiek heb op deze blog, die ik altijd met veel interesse en genoegen lees.

    namens mijn familie wens ik U allen, ook de Heer Vos, een prettige Kerstdagen en de beste wensen voor een gezond en voorspoedig Nieuwjaar gewenst.

    Peter van den Broek

  15. Ed Vos zegt:

    Ik zie dat ik niet voor u hoeft op te komen, u bent in staat om u zelf te verdedigen.
    Desondanks ongevraagd en ongewild wil ik de eerste alinea van mijn bijdrage aldus verwoorden:

    Het waren vooral de Indo-Europeanen die na 1945 het doelwit van het geweld en wantrouwen vormden, omdat zij een bedreigend politiek alternatief vertegenwoordigden voor de kersverse Indonesische Republiek.
    Dat alternatief hield geen terugkeer naar het kolonialisme in, maar een gedekoloniseerd Indie waarin Indo-Europeanen een permanent en prominent onderdeel van het sociale landschap zouden vormen.

    Het was dus uitgesloten dat de Indo-euripeanen in de Republiek een grote rol van betekenis zouden spelen. Hun rol was uitgespeeld.
    Het was voor hen kiezen of delen, maar vooral slikken of stikken.

    Ik denk niet dat ik hiermede iets verkeerds heb geschreven, althans eea kunt u terugvinden in het boekje Van Indie tot Indonesie onder redactie van Els Bogaerts en Remco Raben.

    Het vergt een lang proces van wellevendheid (vooral van uw verbitterde zijde) om de klassieke dichotomie van indisch-indonesisch op te heffen.
    Amien

  16. Ed Vos zegt:

    post scriptum:
    Over dat gezwalk

    http://indonesischearchipel.wordpress.com/2011/10/02/bersiap/

    De Indo-Europeanen werd vooral verweten dat zij in de Japanse tijd zoveel mogelijk hun bloedverwantschap met de Indonesische bevolking hadden gebruikt om buiten de Japanse interneringskampen te blijven.
    Na de Japanse capitulatie haalden zij hun Nederlandse nationaliteit weer naar voren.

    • Ronny Geenen zegt:

      Ed Vos: De Indo-Europeanen werd vooral verweten dat zij in de Japanse tijd zoveel mogelijk hun bloedverwantschap met de Indonesische bevolking hadden gebruikt om buiten de Japanse interneringskampen te blijven.
      Na de Japanse capitulatie haalden zij hun Nederlandse nationaliteit weer naar voren.

      Is het niet zo dat bovenstaande alleen geld voor de indos op java, mr.Vos?

      • Ed Vos zegt:

        Ronny van Geenen, ik heb het voornamelijk over de situatie op Java. Wat mij bijzonder irriteert is, dat de ervaringen van hen (van bepaalde om het maar weer zo te zeggen), voor de hele groep indo’s zou gelden. De groep uit Nederlands-Nieuw Guinea bvb is ook weer anders, of die paar uit Bali en Lombok.

        Niet elke indo is hetzelfde of heeft hetzelfde meegemaakt. Afwijkende meningen en ideeen worden door deze groep echter als verraad beschouwd. Deze groep schrijft op internet en doet alsof zij de stem van de indo vertegenwoordigt, of de gehele indische gemeenschap, maar volgens mij behoren zij slechts tot een handjevol schrijvende personen. Anderen weten niet eens waarover wij het hebben of zijn met totaal andere zaken bezig

        Het is makkelijk zeggen “u beledigt de gehele indische gemeenschap” of te praten over DE indische gemeenschap. Maar waaruit bestaat die gemeenschap dan?

        Vergeet niet dat dit soort taal en truukjes ooit al eerder werden toegepast tijdens discussies in de jaren ’80. Het is altijd weer hetzelfde liedje .

        Wij zijn niet als 1 volk het land uitgegaan, wij zijn ook geen volk van bedelaars.

        Maar op een gegeven moment zie je neigingen om als zodanig te denken.

      • Ronny Geenen zegt:

        Ik ben het in grote lijnen met U eens. Ook ik heb gekonstateerd dat er grote verschillen zijn tussen indos. Vermoedelijk komt het: Op welk eiland ze zijn geboren en in wat voor omgeving en ook waarvan zijn ze de afstammeling.
        Ik kan nog een paar redenen opnoemen, maar dan raak ik een paar gevoelige tenen.

  17. Ed Vos zegt:

    Heer van den Broek , op deze voor Amsterdam ongezellige avond, wijl elders op dit blog toch gezellig over sarongs en baadjes wordt geschreven, hoe komt u erbij om te zeggen dat Onze Koningin Wilhelmia was GEDESERTEERD? .

    Voorts moet u niet met zielige verhaaltjes aankomen over de Japanse tijd – die heeft mijn familie toch ook ervaren, en met (mijn) beledigingen tav de indische gemeenschap. Op die manier slaat u een aardige discussie volledig dood. SVP doet u dat NOOIT, NOOIT meer, want u bevestigt weer het imago van de zielige indo met de lange tenen met wiens gevoelens iedereen rekening moet houden, en dat wilt u toch niet?

    • Jan A. Somers zegt:

      Het vertrek van de koningin en het kabinet was een regeringsbeslissing. Het Koninkrijk bestond immers uit meer dan alleen maar Nederland. Het was geen desertie, maar de mogelijkheid tot voortzetting van de oorlog (van het koninkrijk!). Bovendien werd de koningin in Londen het icoon voor het verzet.;

  18. Jan van Wezer zegt:

    Het Tjikiniverhaal vertoont enkele opvallende overeenkomsten met de mythe over het Huangpopark in het Sjanghai van voor 1928. Bij de ingang zou een bord hebben gestaan met ‘Chinese And Dogs Not admitted’.
    Het park ligt in een wijk (de ‘Concessie’) waarvoor de Chinese overheid aan buitenlanders extraterritorialiteit had toegezegd opdat zij niet zouden vallen onder China’s strafrecht. Dat was in die tijd voor Europese begrippen ongemeen streng en wreed.
    Het park was aangelegd in 1868, op kosten van Europeanen die het als privéterrein beschouwden en vanaf het begin probeerden de toegang te beperken. Aanvankelijk werden Chinezen toegelaten als zij naar het oordeel van de politie “respectable and well-dressed” waren, wat van toepassing werd geacht op baboes en mensen in overheidsdienst.
    De extraterritorialiteit maakte de Concessie niet alleen voor Europeanen aantrekkelijk maar ook voor talrijke Chinezen wier aantal in de jaren ’80 fors toenam. Er kwam een pasjessysteem dat niet goed werkte zodat de regels geleidelijk aan strenger werden. In 1894 stond er: No Chinese shall be admitted except servants of the various Clubs using the same, or members belonging to such Clubs. In 1890 werd er aan de overzijde van de Soochowrivier een Chinese Public Garden aangelegd om tegemoet te komen aan de wensen van minder gefortuneerde Chinezen (en de zeldzame Europeanen die geen lid waren van de Clubs).
    In 1917 hing er bij het Huangpopark een lijst van tien regels waarvan er acht niets te maken hadden met de kwestie. Nr. 1 luidde: The Gardens are reserved for the foreign community, en nr. 4: Dogs and bicycles are not admitted.
    In 1928 werd Huangpo tegen betaling opengesteld voor iedereen. Kort samengevat was het park, tussen 1868 en 1940 eigendom van particulieren, gedurende 11 jaar gesloten (1917-1928) voor Chinezen. Het bestaan van een bond met ‘Chinese and Dogs’ is nooit aangetoond, noch heeft ooit een regel van het reglement honden en Chinezen in een en dezelfde zin of artikel genoemd.
    To zover loopt de geschiedenis van het verhaal van Sjanghai min of meer parallel met dat van Tjikini. Maar anders dan dit laatste gaat het na de oorlog verder.
    Ondanks het ontbreken van enig bewijs wordt het verhaal deel van het officiële curriculum in onderwijsinstellingen op het Chinese vasteland. In de tachtiger jaren van de vorige eeuw wordt de authenticiteit voorzichtig betwist door enkele historici in Sjanghai. Uitgebreide artikelen in de staatsmedia verzetten zich tegen dit revisionisme en proberen de waarheid van de officiële versie aan te tonen. Ze herhalen onbewezen beweringen uit voorgaande decennia, zonder foto of ander overtuigend bewijs.
    Lynn Pan, is schrijfster en auteur van ‘The Encyclopedia of the Overseas Chinese’. Bij onderzoek voor een publicatie over oude foto’s stuitte zij op een opslagplaats in de kelder van het Sjanghaais Museum. Er lag een niet nader aangeduid aantal ‘No Dogs or Chinese’ –borden, aangemaakt door partijfunctionarissen voor een demonstratie. Haar conclusie: People swear until they are blue in the face that they saw it on the Gardens, but it was never there. Het fictieve bord werd (en wordt) door het communistische stadsbestuur van de stad gebruikt om Westerlingen in een verkeerd daglicht te stellen.
    Het lijkt onwaarschijnlijk dat de overeenkomsten tussen beide verhalen toeval zijn. De legende over Sjanghai duikt voor het eerst op net voor de eerste wereldoorlog. Wellicht is het Tjikiniverhaal een navolging van het andere. We weten inmidels dat ons geheugen beïnvloedbaar en daarom niet altijd betrouwbaar is. Tot er een bord met ‘Verboden toegang voor inlanders en honden’ wordt gevonden waarvan vast staat dat het niet door Indonesische nationalisten is gefabriceerd neem ik aan dat het een urban legend oftewel een politiek-correct verzinsel is.

    • buitenzorg zegt:

      Bijzonder interessant, en ja, zeer vergelijkbaar. Mijn indruk van de Indonesische variant is dezelfde: men lás misschien enige tijd bij privé-clubs “Entree slechts voor Europeanen” en “Honden niet toegestaan”, en onthield dat als “Geen toegang voor honden en inlanders”. Ik weet niet wanneer het Tjikini-verhaal voor het eerst de ronde deed.

  19. H.A. Naberman zegt:

    Ach ach, ik vergat zwembad Manggarai te noemen!
    Daar gingen we met de gymnastiekleraar naar toe om te leren goed te zwemmen en……op zaterdag en zondag werd er overdag gedanst!!! Met de Siamese Swingers!!
    Wat een mooie tijd!
    Wat een mooie meisjes!

  20. Ed Vos zegt:

    Surya Atmadja zegt:
    11 december 2012 om 9:35 am

    “Dus dat verhaal over het stelselmatig lastig vallen, discriminatie ,het leven van Indische Nederlanders ex warga negara per defenitie niet prettig was is n.m.i overdrijving .
    Dat er fouten gemaakt werden zal niemand ontkennen.”

    Nadat u deze overdrijving ons al herhaalde malen onder onze neus heeft gewreven, luidt de vraag: Wat is volgens u de reden voor deze stelselmatige overdrijving(en)?

    • Surya Atmadja zegt:

      Ed Vos zegt:
      11 december 2012 om 11:42 am
      Nadat u deze overdrijving ons al herhaalde malen onder onze neus heeft gewreven, luidt de vraag: Wat is volgens u de reden voor deze stelselmatige overdrijving(en)?
      ——————————————————————————————————-
      Herhaalde malen , ja zeker.
      Kijk maar naar die Pia films , zelfs bekende Indo’s kunnen ook lekker overdrijven.
      Zoals je weet ben ik vootlopig een v.d weinige Indonesiers die omong kosong verhalen schreef in diverse Indische site’s.
      Om de andere kant verhaal of medaille te laten zien.
      Zeg maar een roepende in de polderland .

      Waarom ze gaan overdrijven ?
      Tya , dat moet je of jullie aan die personen vragen .

    • van Beek zegt:

      Ed Vos heb wat Indo’s ontmoet die wara negra zijn geworden. Ik vroeg of ze ook gediscrimineerd werden, want vele indo’s beweren dat al die indo’s daar gediscrimineerd werden/worden. Hun antwoord was ach gewoon Nederlandse propoganda! Mijn Indische familie daar heeft het zeker niet slecht daar. Dus kan me vinden in de reactie van pak Surya.

      • Ed Vos zegt:

        OK.duidelijk Van Beek en Pak Surya. Nu we toch bezig zijn, mijn vraag luidt nu: waarom beweert men nog steeds dat de indo’s toen gediscrimineerd werden en nu (in Indonesie) nog steeds worden?
        Uw mening svp – nou niet als antwoord geven dat ik dat aan die personen moet vragen (Pak Surya)

      • van Beek zegt:

        Ed vos: een aantal indo’s word gediscrimineerd. In elke samenleving zijn er (gekke) mensen die minderheden discrimineren, dus ook in indonesie waar een aantal chinezen, indo’s, christenen word gediscrimineerd. Om dezelfde redenen dat hier ook een aantal homos, allochtonen etc word gediscrimineerd. Er is vaak geen reden daarvoor.

  21. Ed Vos zegt:

    van Beek zegt:
    11 december 2012 om 6:49 pm
    Ed vos: een aantal indo’s word gediscrimineerd.

    — ja kijk, “een aantal indo’s” is uiteraard heel wat anders dan “indos worden gediscrimineerd”.
    Indo’s werden uiteraard niet achterna gezet omdat ze even bruin waren als hun achtervolgers, maar omdat ze er andere ideeen erop na hielden over hoe het in Indonesie na 15 augustus 1945 eruit moest zien.

    Dat er nu indo’s (van indische afkomst) graag naar Nederland willen, lijkt me nog al wiedes. Half indonesie wil naar het buitenland om er te werken en te studeren ;-).

  22. Surya Atmadja zegt:

    Tya , Pak Vos .
    Ik zal je eigen ervaringen buiten beschouwing laten.
    Mijn antwoord is kort , niet alle Indo’s (al dan niet ex warga negara en Blandas ) werden na 1949 werden gedisccrimineerd .
    Ik speel mijn Londho en Indo kinderen ( buren) in Laan Trivelli (D)jakrta, heb ook in SR GIKI Tjilamaja gezeten, met veel Indo kinderen .
    Daarnaast heb je ook een GIKI ( ex IEV) school in Kebon Sirih (?)
    Heb zelfs Indo vrienden in mijn SMP en SMA tijd, geef toe met een hand te tellen want de meesten uit Giki tijd waren meestal alsnog naar Nederland gegaan , als spijtoptant.
    Ik ken persoonlijk 2 families in mijn straat , dochters van regenten(bupathi) die getrouwd zijn met een londho . Dus men moet in Ollanda geen sterke verhalen vertellen dat de Nederlanders/Indo gehaat werden na 1949.
    Er kwam zelf een nieuwe migratiegolf uit Nederland richting Indonesia ( na 1950) , zie het boek van Ube Bolsma( ?) .Titel ben ik vergeten.

    • buitenzorg zegt:

      Waarschijnlijk De geschiedenis van Indische Nederlanders van Ulbe Bosma, Remco Raben en Wim Willems (Bakker, Amsterdam, 2008)

    • Ed Vos zegt:

      Duidelijk. Wanneer dit nu niet de zoveelste pro-Indonesie propaganda is van uw Indonesische kant 😉 werd ons dan wat de discriminatie betreft van indo’s jarenlang een groot rad voor ogen gedraaid. Overigens signaleer ik een grote hang van veel oudere indo’s om zich weer in Indonesie te vestigen (6 maanden hier, 6 maanden daar) en dat zullen ze niet doen omdat er in indonesie rote apartheid heerst. Wanneer je geld hebt is dat makkelijk te doen.

      • Ed Vos zegt:

        grote apartheid.

      • Ronny Geenen zegt:

        Een grote hang van veel oudere indos———–

        Ik was vorige week aan het lunchen en zat te midden van ongeveer 20 oude indos en tussen deze mensen waren er twee vrijgezellen, die inderdaad 6 maanden in indonesie zijn en 6 maanden in California. Echter de reden was dat zij daar een jong vrouwtje hebben leren kennen om de liefde te bedrijven. Dit jonge vrouwtje krijgt geen visum naar de states en deze oude active indos kunnen daar maximaal 6 maanden blijven. Ze nemen tijdens deze reis altijd de beroemde blauwe pil mee.
        Hoe ik dit weet? Ze hebben het ons bij de lunch verteld.

  23. Ed Vos zegt:

    Konden ze het weer niet laten 😉

    Dat heb je nou wanneer je je teveel bezig houdt met je jeugd in indie. Dan denk je aan de tijd dat je als jongeman nog in volle oorlogssterkte bent. Kijk je rond tijdens de koempoelan dan zie je vrouwen die ouder zijn dan die je in gedachten hebt voorgesteld en je zinnen nauwelijks prikkelen
    Kan ik me best voorstellen dat ze dan afreizen met de blauwe pil naar Sarina in de dessa. Wie ben ik om hen daarvoor te veroordelen?

  24. appie b. broek zegt:

    Begon deze discussie niet met dat ‘verhaal’ over een bord bij een zwembad in Indië? Toevallig heb ik ditzelfde verhaal ook wel eens gehoord m.b.t. het voormalige Brits-Indië! Interessant zou zijn om eens uit te zoeken hoe dergelijke verhalen in de ‘geschiedenisboeken’ terecht komen.
    Misschien een idee voor die instituten die zitten te smachten naar overheidsgeld om het militair optreden in Indië weer eens onder de loep te kunnen nemen.

    • appie b. broek zegt:

      Trouwens, van vroeg in de jaren zestig kan ik mij herinneren in de Amsterdamse Binnen Bantammerstraat een bord gezien te hebben met ‘Alleen toegang voor Chinezen’. Ook binnen ik wel eens, geheel per ongeluk en ‘vrouwenboekhandel’ binnengestapt waarbij men mij dringend verzocht het pand onmiddelijk te verlaten aangezien mijn aanwezigheid tot ‘onrust’ bij zowel klanten als personeel zou kunnen leiden. Uiteraard voldeed ik aan dit verzoek en begrijp ik nu ook beter wat ‘discriminatie’ voor een mens betekent. Ik moet bekennen dat ik er best begrip voor heb, maar dat de ‘politiek’ het ‘aangrijpt’ om weer eens goed uit te pakken, terwijl men nu juist in de politiek het ‘discrimineren’ tot een ware kunst verheven heeft.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s