Batavia seint ´Berlijn´

Het lot van de Duitsers in Nederlands-Indië

Na de Duitse inval in Nederland, op 10 mei 1940, werden in Nederlands-Indië enkele duizenden Duitsers en ongeveer vijfhonderd NSB-ers opgepakt en geïnterneerd. Niet dat ze iets fout hadden gedaan, maar meer voor het geval dát.
Velen van hen moeten gedacht hebben dat het allemaal op een misverstand berustte, en dat ze wel weer snel vrij zouden komen. Niets was echter minder waar. Het zou allemaal heel anders lopen.

Direct na die 10 mei werden door het Nederlands-Indische gezag 18 Duitse schepen die in een Indische haven voor anker lagen in beslaggenomen. De bemanning werd geïnterneerd. In de gehele archipel kregen ambtenaren via de code ´Berlijn´ de opdracht iedereen die vermoed werd Duits te zijn te arresteren. Eén van die ambtenaren, Cornelis van Heekeren,  schreef later:

Het Vaderland, 11 mei 1940

“Het is verbazingwekkend dat op (…) de 10e mei 1940, in de gehele archipel, met zijn continentale afstanden, de b.b.-ambtenaren en de politie de Duitsers en andere ‘vijandelijke onderdanen’ arresteerden. Onder die ‘vijandelijke onderdanen’ waren ook Duitse joden, politieke vluchtelingen uit de Duitse gebieden, Tsjechen, Hongaren, Denen, Joegoslaven, Belgen, Polen en Nederlandse NSB’ers. Het besluit hiervoor was (…) genomen op grond van artikel 20 van de regeling Staat van Oorlog en Beleg. Men ging bij de uitvoering van het principe uit dat het beter was in die eerste tijd allen te arresteren, om daarna uit te zoeken wie weer kon worden vrijgelaten. Wat men niet had voorzien, was, dat de reactie van het publiek op de berichten uit Europa zo fel zou zijn, dat het terugzenden van eenmaal geïnterneerden vrijwel onmogelijk was, omdat ze in de kleine blanke toplaag van de koloniale maatschappij niet meer werden geaccepteerd.” [i]   

“Er waren altijd veel vreemdelingen in overheidsdienst geweest in Nederlands-Indië, vooral in het leger en bij de politie. Uit een mededeling in de Volksraad in 1939 blijkt dat dit er toen ongeveer 200 waren, waarvan tien bij de politie. Voor zover zij vijandelijk onderdaan waren, werden zij op 10 mei 1940 op staande voet ontslagen en geïnterneerd.”[ii]

Het ´waarom´ van de internering

Over de reden van de internering werd na de oorlog aan de Enquêtecommissie gemeld:

“Gouverneur-Generaal Tjarda Van Starkenborgh Stachouwer verklaart in de eerste plaats, dat hij er voortdurend prijs op heeft gesteld de internering van de Duitsers, zoals trouwens ook die van de NSB’ers, te zien als een veiligheidsmaatregel en niet anders. (…)
Een onderzoek van de procureur-generaal, nadat de interneringen hadden plaatsgehad, heeft niets aan het licht gebracht over een of ander complot, dat de Duitsers bezig zouden zijn geweest te ontwikkelen. De interneringen waren dus zuiver geschied om te voorkomen, dat deze personen vanwege hun nationaliteit, voor zover het Duitsers waren, of vanwege hun ideologische verwantschap, voor zover het NSB’ers waren, zich zouden laten verleiden tot verraderlijke daden. Ook moest in aanmerking worden genomen de stemming in de Indische maatschappij, die buitengewoon fel was, en die het eveneens onwenselijk maakte de Duitsers en NSB’ers vrij rond te laten lopen.”[iii]

In totaal werden bijna 2800 ‘Duitsers’ opgepakt, onder hen ongeveer 900 zeelieden en verder 200 gepensioneerden die in gouvernementsdienst waren geweest, talrijke gouvernementsartsen, 60 zendelingen en meer dan 40 missionarissen.[iv]
Via het eiland Onrust boven Batavia werden de geïnterneerden overgebracht naar de Alasvallei op Noord- Sumatra, naar het kamp Lawesegalagala. Hier werden enkelen vrijgelaten (oud, ziek, aantoonbaar niet-Duits); genaturaliseerden werden naar Ambarawa of Ngawi gezonden.[v] In deze laatste plaats werden ook de meeste NSB-ers ondergebracht.

“Felle Nazi’s bleken er onder de geïnterneerden (te Lawesegalagala) maar weinig te zijn: een man of dertig, die in een aparte bewaakte barak werden ondergebracht. Had men de overigen dan niet kunnen vrijlaten? Van Starkenborgh meende gedecideerd dat zulks niet verantwoord zou zijn: de stemming onder de overige Europeanen was zo fel anti-Duits dat menigeen van de Duitsers, keerde hij in de samenleving terug, daar het mikpunt zou worden van tegen hem gerichte acties.”[vi]

De Duitse vrouwen en kinderen

Eén van de kampen voor Duitse vrouwen en kinderen: Grand Hotel Sindanglaja.

Omstreeks achthonderd van de geïnterneerde Duitsers waren met Duitse vrouwen gehuwd. Op Java werden ongeveer honderdvijftig van die vrouwen die als nationaal-socialisten genoteerd stonden en van wie men niet anders verwachtte dan dat zij als spionnen zouden gaan optreden, na enige tijd met hun kinderen opgepakt en in een kazerne in Banjoebiroe opgesloten. Vrouwelijke leden van het Leger des Heils traden hier op als bewaaksters.[vii]
De vrouwen die op vrije voeten bleven kregen het steeds moeilijker. Sommige werden uit hun woningen gezet door huiseigenaren. Allen kwamen in financiële moeilijkheden omdat de bezittingen van hun mannen in beslag waren genomen. Het gouvernement besloot nu een aantal hotels als beschermingskampen in te richten. Uiteindelijk kwamen er vier van dit soort kampjes op Java en twee op Sumatra. Ze waren over het algemeen goed. In augustus 1940 bevonden zich hier ongeveer 200 vrouwen en kinderen, later nog meer.

Nadat de Duitsers in Nederland de zogenaamde Indische gijzelaars hadden opgepakt, werd tussen beide landen onderhandeld. Uiteindelijk werd door de Nederlandse overheid bepaald de Duitse mannen wél vast te houden, maar de vrouwen vrij te laten op voorwaarde dat ze naar het buitenland zouden vertrekken. In 1941 werden ongeveer vijfhonderd vrouwen en ongeveer vierhonderddertig kinderen verscheept naar Bangkok, Manila, Shanghai en Japan. Enkele honderden Duitse vrouwen en kinderen bleven in Indië achter. Een deel van die vrouwen kwam in interneringskampen terecht of bleef daar, tot zij in 1942 door de Japanners in vrijheid werden gesteld.

De ramp met de ´Van Imhoff´

In verband met de verwachte landingen van de Japanners werd in december 1941 in Lawesegalagala besloten de Duitse mannen af te voeren naar Brits-Indië. Op dat moment bevonden zich in het kamp nog ongeveer 2450 geïnterneerden. Ze werden ingedeeld in vier groepen: een kleine groep van 75 mannen die te oud waren of te ziek om te reizen, en drie grote groepen (respectievelijk 975, 938 en 473) om te worden verscheept. Onder de eerste te verschepen groep de hierboven genoemde ´felle Nazi’s´.
De eerste twee transporten (vertrek 28/29 december 1941 en 3 januari 1942) kwamen veilig in Bombay aan.

s.s. Van Imhoff

Op 18 januari 1942 werd de derde groep ingescheept aan boord van het s.s. Van Imhoff. Tot deze groep behoorden onder meer verschillende Duitse Joden die al in 1938 of 1939 van hun staatsburgerschap vervallen waren verklaard, een groep anti-nationaal-socialistische niet-Joodse Duitsers, alle oudere geïnterneerden, bijna tachtig zeelieden, eenentwintig zendelingen en veertien priesters.
Enkele dagen later werd het schip gebombardeerd door een Japans vliegtuig. De weinige sloepen aan boord werden gebruikt voor de bemanning en het bewakingsdetachement. De geïnterneerden werden aan hun lot overgelaten; de meesten (ongeveer 400) verdronken. Zesenzestig personen overleefden de ramp; met een achtergebleven sloep bereikten ze het eiland Nias. Hier werden ze weer gevangen gezet. Na de KNIL-capitulatie in maart 1942 namen ze er echter ´de macht´ over, – voor de Nederlanders later een bewijs van hun onbetrouwbaarheid.

Acht jaar internering

De gevangenen die inmiddels in Brits-Indië waren gearriveerd bleven daar, samen met vergelijkbare groepen uit Z.O.-Azie, tot na de oorlog geïnterneerd in de kampen Deoli en Dehra Dun.
Na de Japanse capitulatie werd hun de mogelijkheid geboden om naar Duitsland te reizen. Een overgrote meerderheid, teleurgesteld in de houding van de Nederlandse overheid, wilde niets liever dan weer helemaal opnieuw beginnen en ging dankbaar op het aanbod in. Ook al hadden ze Duitsland misschien nog nooit gezien en kenden ze de taal niet eens. Voor een kleine minderheid die wél naar Nederlands-Indië terug wilde werd pas eind 1947 transport geregeld. Medio januari 1948 voeren ze met het s.s. Plancius naar Batavia. Daar,  in het ´Chasseekamp´, werd hun op 2 februari 1948, bijna acht jaar na hun arrestatie, voor het eerst verteld dat ze vrij waren.

 

Lees het vervolg op dit artikel: ´Potentieel staatsgevaarlijk´ 

x

[i]   Heekeren, C. van, Batavia seint: Berlijn. Bert Bakker, Den Haag, 1967. (herdruk in 1986), p. 34.
[ii]  Heekeren, C. van, a.w. p. 36.
[iii] EnquêtecommissieRegeringsbeleid 1940-1945, 2AB, p. 246. Dit laatste argument, zoals hier naar voren gebracht, lijkt achteraf bedacht om de internering te vergoelijken. De meeste ‘Duitsers’ woonden al zo lang in Nederlands-Indië dat het onwaarschijnlijk lijkt dat de omgeving sterk vijandig zou reageren. Inrichting van enkele kleine beschermingskampen voor recente immigranten in de grote steden op Java (zoals later geschiedde voor de Duitse vrouwen) was in dit geval logischer geweest.
[iv] Jong, dr. L. de, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 11, p. 532.
[v]  Zo verging het de heer O. Coerper, chef bij de politie te Soekaboemi. Hij was genaturaliseerd tot Nederlander in 1929. In mei 1940 kreeg hij de opdracht personen van Duitse afkomst te interneren. Nadat hij dit had gedaan werd hem verteld dat hij zich bij de geïnterneerden kon voegen. Vanaf Onrust werd hij naar Ngawi gezonden, en daar geïnterneerd met de NSB’ers. In 1942 werd hij door de Japanners ‘bevrijd’.
[vi]   Jong, dr. L. de, a.w. p. 534.
[vii]  Jong, dr. L. de, a.w. p. 534.

Dit bericht werd geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

59 reacties op Batavia seint ´Berlijn´

  1. Ja ik heb dit jaren geleden gelezen en schaam mij voor wat er toen met deze veelal onschuldige mensen is gebeurd. Velen waren eigelijk alleen maar één van ons.

  2. Jan A. Somers zegt:

    Indië stond pal! Na deze interneringsgolf begon de peptalk over de radio, steevast afgesloten met:”liever staande sterven dan knielend leven”. Deze voorlichtingsambtenaar schijnt overigens tijdig naar Australië te zijn uitgeweken.

  3. Het is een droevig verhaal , maar de eenigste troost is, als je het tenminste troost kan noemen, dat dergelijke waanzin een algemeen menselijke verschijnsel is en altijd is geweest. Het is hier destijds evenzo gegaan met de jappanners die in Amerika en Canada woonden. Je zou trouwens de vooroorlogse situatie in Duitsland in verband met de Joden ook zo kunnen beschouwen.

    • Gerrie Eberhardt zegt:

      Het is een heel droevigetijd geweest, en het blijft mijn man nog steeds dwars zitten na al die jaren. Toen zijn Duitse vader eindelijk thuis kwam in Jakarta bij zijn vrouw en kinderen in 1948 kon hij nergens werk krijgen. (Voor de oorlog werkte hij 23 jaar als hoofd van de gevangenis) na lang zoeken voor een baan kon hij een baan krijgen als nacht portier.
      Nooit een vergoeding of pensioen gekregen. Hier in Amerika waren de japanse mensen vergoed $50,000 each en een apology van de United States regering.

  4. Jan A. Somers zegt:

    De hetze tegen Duitsers en NSB’ers werd aangevoerd door de kranten. Een paar krantenkoppen: “Landverraders naar Hun Kampen.”, “Nu Mogen Zij, Die Ons Wilden Verkoopen aan de Hunnen, Met de Armen Over Elkaar Zitten.”, “Zijn er nog zulken? Zij dienen den vijand”, “Ziedaar de Duitsche geest Zooals die in Indië rondsloop”, “Gezagsvijandige elementen”, “Het gevaar van een 5de colonne mag niet te licht worden gesteld”, “Grondige zuivering”.
    Verder nieuws van de oorlog in Nederland: “Duitschers op den Terugtocht”. (!!!)
    De euforie was groot. Zo werd een fonds ingesteld (de naam ben ik vergeten) waaruit Spitfires zouden worden gekocht. Er werden enorme bedragen ingelegd. Er werden ook vrijwilligerskorpsen opgericht waar grote belangstelling voor bestond: de LBD (Bescherming der Burgerbevolking tegen Luchtaanvallen), de COVIM (Commissie tot Organisatie van Vrouwenarbeid in Mobilisatietijd), de VAC (Vrouwen Auto Corps). Weliswaar waren dit burgerorganisaties, maar door hun organisatie en uniformen hadden zij uiterlijk een militair voorkomen. Volgens mij was dit niet ongevaarlijk, de Japanners maakten korte metten met francs-tireurs. Zo was de Gouvernements-Marine aan het begin van de oorlog gemilitariseerd, en in het kader van de capitulatie weer gedemilitariseerd. De Japanse commandanten waren hiervan op de hoogte gebracht, maar dit bericht kwam bij enkele collega’s van mijn vader te laat aan. Volgens hun eerdere orders vernielden zij hun schepen en landinstallaties, en werden hiervoor ter dood gebracht. Ik denk dat de leden van de burgerkorpsen tegen de tijd van de capitulatie van de schrik hun werk waren gestaakt en zo de dans zijn ontsprongen.

  5. Eppeson Marawasin zegt:

    Dit leerzame stuk breng ik mijn puberdochter onder ogen. Zelf ben ik namelijk heel éénzijdig opgevoed (geloof,politiek) en wil mijn dochter leren dat er minstens twee kanten aan een verhaal zitten. Uitleggen waarom de song Cortez the Killer van de Canadese zanger Neil Young jarenlang verboden was in Spanje en, nog in haar basisschooltijd waarom ze in Spanje heel anders aankijken tegen de vaderlandse zeeheld Piet Hein.

    Maar ook voor mij geldt, dat Java Post mij leert genuanceerd naar het verleden te kijken. Toch valt het niet mee om je oude manier van denken in te wisselen voor een nieuwe wijze van kijken. Ik leer van de artikelen en ik leer ook van de reacties.

    Als ik de context van meneer Van Oort in mijn eigen woorden mag vangen, dan zal er misschien inderdaad altijd oorlog zijn, maar dat mag de lezers van Java Post er niet van weerhouden om naar vrede te blijven streven. En dat het moeilijk is kan ik als bezitter van het Alifoer-DNA weten.

  6. Ed Vos zegt:

    Overigens, in het boek, die ik niet in mijn bezit heb, was er ook sprake van een interneringskamp in Salatiga voor Duitse vrouwen. Het betrof, voorzover ik me de passage kan herinneren, een groot huis met een tuin. Navraag her en der heeft mij niet verder gebracht.

    Mij lijkt het dat men, mensen uit indie, niet geinteresseerd is in Duitsers en zeker niet in interneringskampen voor Duitsters. Maar hoe dan ook, ik vermoed dat het gebouw het gebouw van Djoen Eng is, maar tot nader bericht, zeker weten doe ik het niet.

  7. buitenzorg zegt:

    Ed, het was even zoeken, maar ik denk dat je hier het antwoord vindt:
    http://www.dhm.de/lemo/forum/kollektives_gedaechtnis/734/index.html
    Helemaal duidelijk is de begintekst mij niet, maar ik begrijp hier dat deze Duitse familie eerst in Banjoebiroe was gehuisvest, en vanaf maart 1941 in Salatiga.
    Gelet op de beschrijving van het gebouw – maar jij kunt dit beter beoordelen dan ik – lijkt mij dat dit het huis van Djoen Eng moet zijn geweest.
    Bijzonder aan dit verhaal is ook dat de kinderen aanvankelijk alleen Nederlands spraken, maar door hun internering ´verduitsten´.

    Een gedeelte van de desbetreffende tekst in ´Batavia seint Berlijn´ van Van Heekeren (tweede druk 1983, p. 55):
    Over het kamp Salatiga: ´Kurort in Midden-Java, 40 kilometer ten zuiden van Semarang, 585 meter hoog, gezond bergklimaat, 43 vrouwen en 51 kinderen in een particuliere villa met bijgebouwen in een mooi, groot park ondergebracht. Het park is met prikkeldraad afgezet.´

  8. Ed Vos zegt:

    Mijn dank is zeer groot Bert, gelukkig kan ik Duits lezen, ik kom niets voor niets uit Limburg 😉
    Ik had al zo het idee dat ik op een Duitse site moest zijn. Zo wordt weer een stukje geschiedenis ontsluierd.

    ” palastartige Gebäude standen nun den deutschen Frauen und Kindern zur Verfügung, eingebettet in einem riesengroßen gepflegten Gartenpark. Es sei mal der Besitz eines steinreichen Chinesen gewesen. Weiß gekalkte Häuser, mit Arkaden und Tür- und Fensterbögen. ”

    Dat is de beschrijving van het paleis van de Chinees Djoen Eng

  9. Ed Vos zegt:

    Overigens Bert, tot mijn grote schaamte, op mijn site kon je het verhaal al lezen. Dat is in het stukje van Eddy van der Wal.
    Ik weet bij god niet meer wat er allemaal op die site staat.

  10. Ed Vos zegt:

    “De tekst over het gebouw van Djoen Eng is waarschijnlijk niet helemaal correct.”

    Ja, dat las ik ook. Maar Eddy Van der Wal die deze tekst schreef, was 84(?) in 2010 en hij deed het allemaal uit zijn herinnering.

    Maar dat is nu wetenschap, feitjes (en verhaaltjes) moet je stukje bij beetje controleren op hun waarheidsgehalte. Maar dat is nu het leuke van wetenschappelijk onderzoek, een avontuur. Zonder zelf wetenschapper te zijn beleef ik daaraan veel plezier, en ontdek ik daarnaast (ongezocht) ook andere dingen – serendipiteit.

  11. Jan A. Somers zegt:

    Een buurman/vrouw van serendipiteit: de dertiende stelling bij mijn proefschrift: 12a. ‘Ik geloof er niet in maar houd er wel rekening mee’ is de opvatting van de Indische Nederlander over in Indië gangbare paranormale en occulte verschijnselen, maar moet ook de grondslag zijn voor een correcte (natuur)-wetenschappelijke attitude. Het aantal stellingen bij dit proefschrift zou dan ook als ongepast moeten worden beschouwd.

  12. Eppeson Marawasin zegt:

    Mijn vader zou zeggen ‘dokanena seh!’ Want ik heb na de hierbovenstaande gepaste bijdrage van meneer Somers zoiets van ‘hangt het leven dan toch van toevalligheden aan elkaar’. Ga ik op zoek naar info over negorij Aboroe, loop bij Java Post binnen, voel me een genode gast en direct thuis. Word bij de immer lezenswaardige artikelen geconfronteerd met reacties van medelezers. Dus:

    Toen meneer Somers op de HBS zat, ging ik -ambonees jongetje uit het kamp West-Souburg- als lager scholiertje naar de Marnixschool. En mijn vader, die inmiddels was omgeschoold tot kraandrijver op scheepswerf De Schelde, moet aan de boot hebben meegebouwd sponsored by de HBS van meneer Somers.

    Maar waarom ik nu reageer; bijna bezweken onder de opgelegde leerprestatiedruk van huisuit heb ik toch een liefde ontwikkeld voor stellingen van promovendi. Het Vrije Volk en later Het Algemeen Dagblad hadden daar speciale hoekjes voor gereserveerd. Die traditie is niet meer. Ik heb ‘Science?Fiction!’ een verzameling ludieke stellingen van wetenschappers in spe. Bijzonder toch, dat ik er nu één in Java Post aantref. Of toch toeval! Waar moet ik rekening mee houden?

    Ik woon nu in het midden van het land, maar de drang om terug te keren naar het voormalig eiland Walcheren, ja…..ah dat van het wuivend goud geel graan is sterker dan de drive back to my roots op Haroekoe.

    • Eppeson Marawasin zegt:

      Per Excuus,

      Ik heb onder het artikel Met ‘HMS Princess Beatrix’ naar Batavia mijn excuus gemaakt voor mijn chronologische deceniumvergissing in mijn reactie hiervoor. Hopelijk voorkom ik hiermee vandaag de groet prettige hemelvaart van de ware historici voor mijn omissie.

      Eppeson

  13. Jan A. Somers zegt:

    Eppeson: correctie en excuus begrepen!
    Zelf heb ik ook (een beetje) op De Schelde gewerkt. Na betaling van schoolkosten bleef er weinig over voor zakgheld. Heb ik aangevuld met werken in de vakanties op De Schelde: dakplaten sjouwen, nageljongen, ketelbikken. Niet altijd gezond, maar het betaalde goed. Afgewisseld met werken in de haven, liefst in de nachtploeg, dat betaalde ook goed. Ik ga elk jaar even naar Vlissingen. o.a. op de begraafplaats even hormat brengen aan mijn roots uit Nederland.
    De proefvaart met de Prinses Beatrix, een van de mooiste schepen die in Vlissingen zijn gebouwd, heb ik genoemd als herinnering aan de evacuatie uit Soerabaja. De meeste reisgenoten uit Soerabaja zullen nu wel dood zijn.
    In Delft had ik een Molukse studiegenoot, Peter Ririassa. Hij had het Onze Vader in het Maleis achter zijn bed hangen. Vreemd dat in het rommeltje van je geheugen zoiets naar boven komt drijven.

  14. Ed Vos zegt:

    Ik heb de heer Muller van de bewuste pagina een mailtje geschreven, en over toeval gesproken:

    Wir – meine Mutter und ihre 4 Kinder – waren zuerst mit anderen Frauen und Kindern in Banjoe Biroe interniert, dann – Ende 1940 bis Anfang 1941 – in Salatiga. Wir kammen dann nach Japan (nicht Australien).
    Mein Vater arbeitete seit 1923 bei de Koloniaale Bank in Soerabaia (Soerabaja, Soerabaya) als Agricultural Adviser.
    In Salatiga war ich gerade 8 Jahre alt.

  15. Walter Schwager zegt:

    Mijn vader, Duits geboren, werkte vele jaren voor de KNIL en bereikte de rang van adjudant-onderofficier. In mei 1940 wed hij opgepakt, naar Onrust gestuurd, het pensioen werd stopgezet en alle bezittingen (behalve het familie-huis) in beslag genomen als vijandelijk bezit. Een briefkaart met mij baby-foto die naar Onrust werd gestuurd werd teruggestuurd – te gevaarlijk? Daarna werd hij naar Sumatra gestuurd waar hij nog was toen de Japanners arriveerden. Als (voormalige) Duitser werd hij door de Japanners beter behandeld dan de burger- en krijgsgevangenen, maar hij mocht niet reizen. De rest van de oorlog heeft hij in het Swiss Hotel in Prapat aan het Toba-meer doorgebracht. In october 1945 probeerde hij met een klein groepje naar Java te reizen. In Bantam werden zij voor hun veiligheid door de Japanners in een gevangenis opgesloten, maar de Indonesische gevangenen kwamen in opstand en maakten alle Europeanen af. Tot 1947 was zijn lot ons onbekend gebleven. De Indische regering stuurde ons in 1947 een rekening voor het onderhoud van sommige van onze bezittingen, inmiddels afgebrand.

    • Jan A. Somers zegt:

      Sorry, iets vergeten. Bij de oorlogsgravenstichting vond ik onderstaande gegevens, is dit je vader? Zo ja, dan is hij tenminste in goede handen:

      Schwager
      Voornamen
      Ernst Emil
      Voorletters
      E.E.
      Rang
      Gep.AOO.
      Mil. onderdeel
      KNIL.
      Geboorteplaats
      Domsen
      Geboortedatum
      15-02-1887
      Overlijdensplaats
      Serang
      Overlijdensdatum
      13-10-1945
      Begraafplaats
      Nederlands ereveld Menteng Pulo te Jakarta (meer informatie)
      Gemeente
      Jakarta
      Land
      Indonesië
      Vak
      II
      Nummer
      111

  16. Jan A. Somers zegt:

    Die ambtenaar is misschien niet eens overijverig geweest, gewoon het riedeltje van de dag behandeld, het stapeltje van boven naar beneden afgewerkt. Straks naar huis, lekker eten. Vandaag aan de dag zou hij waarschijnlijk een bonus hebben gekregen voor oplettend gedrag. Ik vind het nog erger dat je vader zo aan zijn einde is gekomen. Hij is ook op een verkeerde datum overleden, ná 15 augustus 1945. Op 15 augustus a.s. wordt hij in Den Haag dan ook niet herdacht. Op zo’n moment probeer ik zelf aan de slachtoffers van ná 15 augu8stus 1945 te denken.

  17. Max Bahrfeldt zegt:

    Theo Bahrfeldt was zeven jaar oud toen in Mei 1940 zijn vader Bruno Bahrfeldt (officieel een Duitser, maar in Nederlands Indie sinds 1900) door the Nederlanders gevangen genomen werd in Sumatra. Theo beef geheel alleen achter en heeft zijn vader nooit meer terug gezien. Theo Bahrfeldt is nu 78 jaar oud, woont in Jakarta en vraagt zich nog steeds af waarom hij nooit meer iets van zijn vader gehoord heeft. Theo Bahrfeldt is mijn oom. Bruno Bahrfeldt is mijn grootvader. Hoe kan ik uitvinden of mijn grootvader naar the Alasvallei op Noord-Sumatra gestuurd is? Kan iemand helpen? Max Bahrfeldt, Hobart, Tasmania, Australia

    • buitenzorg zegt:

      Gelet op de Duitse herkomst van Bruno Bahrfeldt mogen we wel aannemen dat hij gevangen heeft gezeten in de Alasvallei. Als zijn zoon nooit meer van hem heeft gehoord, dan duidt dat erop dat hij waarschijnlijk tijdens de oorlogsjaren is overleden. Ofwel tijdens de ramp met de Van Imhoff, ofwel tijdens zijn gevangenschap op Sumatra of in Brits Indië. De namenlijsten van de geinterneerden bevinden zich in het Nationaal Archief in Den Haag.
      Het Archief kan gevraagd worden onderzoek te doen: http://www.nationaalarchief.nl/organisatie/tarieven-producten-diensten. Hiervoor wordt een tarief in rekening gebracht van ca.€65/uur. Als ze goed weten te zoeken dan zijn ze met een uurtje klaar. Het kan natuurlijk ook langer duren.
      Succes is niet verzekerd, maar ik schat de kans heel groot in dat Bruno Bahrfeldt hier wordt gevonden.

  18. Werner Stauder zegt:

    In het kader van het researchwerk voor mijn boek over de ondergang van de “Van Imhoff”, waarin ik ook ruimschoots aandacht zal besteden aan de daaraan voorafgaande internering van de Duitsers en de Duitse Joden in o.a. Fort Ngawi, het eiland Onrust en de Alasvallei zou ik graag in contact willen komen met mensen die daar meer van afweten, bijvoorbeelden kinderen of kleinkinderen van geinterneerden en/of bewakers. In zie eventuele reacties met belangstelling tegemoet.

    • Hans Kusters zegt:

      Er is over dit onderwerp vanuit verschillende gezichtspunten al het nodige onderzocht en geschreven door bijvoorbeeld De Jong, Van Heekeren, Bezemer, Gottlob Weiler, Der Spiegel, Gerrit Grobben en anderen. Ik ben benieuwd wat de nieuwe c.q. aanvullende insteek van uw researchwerk precies inhoud?

    • h.dias zegt:

      Hallo Werner Stauder
      Ik ben een kleinzoon van een van de joods duitse geinterneerde.
      Mijn opa dus van moeders kant
      Hij is zover wij weten samen met zijn broer de laatste boot tocht van de van imhoff niet overleeft.
      Wij mijn broers en zuster kunnen nergens een interneerings lijstvinden van de geinternneerde van deze tocht en toch moet hij bestaan volgens mij.
      Der Spiegel heeft midden jaren zestig al over deze oorlogs misdaad van de nederlanders geschreven misschien weet jij waar ik een lijst kan vinden waar zijn naam opstaat .
      ik zou wel der spiegel willen schrijven maar ik ken geen duits .
      Mijn moeder heeft er nooit over kunnen en willen praten het enige wat zij los liet was

      ze hebben mijn vader vermoord
      in afwachting op u antwoord
      vriendelijke groet H.Dias

      • buitenzorg zegt:

        Ik ben zo vrij deze vraag zelf te beantwoorden:
        Bij het Nationaal Archief in Den Haag liggen dozen vol materiaal over de internering van Duitsers en personen die pro-Duits werden beschouwd. Hierin ook vele lijsten met daarop de namen van geinterneerden, hun registratie op Onrust, Noord Sumatra en India, en omgekomen opvarenden van de Van Imhoff.
        Ik raad u aan een dagje (of twee) naar Den Haag te gaan om daar het materiaal te bestuderen.

      • Hans Kusters zegt:

        Ook een aanvulling van mijn zijde:

        Na 20 jaar zoeken en opvragen en bestellen ben ik inmiddels een grote collectie rijker aan documenten over de Van Imhoff ramp. Uit eigen onderzoek van enkele jaren terug in het Nationale Archief in Den Haag weet ik dat het eerste deel van onderstaande beantwoording door “buitenzorg’ met referentie 24 november 2013 om 4:37 pm klopt: “Bij het Nationaal Archief in Den Haag liggen dozen vol materiaal over de internering van Duitsers en personen die pro-Duits werden beschouwd. Hierin ook vele lijsten met daarop de namen van geinterneerden, hun registratie op Onrust, Noord Sumatra en India,”. Echter dit archief is volgens mij niet compleet en het betreft tevens beperkt openbare informatie (d.w.z. je mag er wel uit overschrijven maar er in principe geen foto van maken of een kopie van mee naar huis nemen). Wat ik in het Nationale Archief in Den Haag niet heb aangetroffen zijn de genoemde lijsten van de “omgekomen opvarenden van de Van Imhoff”. Hier ben ik als kleinzoon van een aan boord van de Imhoff omgekomen Oostenrijkse grootvader zelf nog naar op zoek. De heer C. van Heekeren heeft uitgebreid over de Van Imhoff ramp geschreven en zijn nalatenschap, inclusief een alfabetische lijst met omgekomen Duitsers bevind zich bij het NIOD in Amsterdam (zoek via Google op de letterlijke tekst “niod alfabetische lijst met omgekomen duitsers”).

      • buitenzorg zegt:

        Beste Hans,
        Dank voor de aanvulling. Ik deed het uit mijn geheugen, en neem aan dat je gelijk hebt op dit punt. Wat ik echter zeker weet, is dat er zó vele lijsten zijn, dat door deze onderling te vergelijken (bijvoorbeeld de lijsten van interneringen in Indië en die in Dehra Dun in India) dat een redelijk complete lijst van de Van Imhoff-slachtoffers is te maken. Mogelijk is de lijst in bezit van het NIOD gebaseerd op een dergelijke vergelijking.

      • Hans Kusters zegt:

        Reactie op “Buitenzorg”, 24 november 2013 om 5:56 pm

        Dag “Buitenzorg”, het klopt dat het Nationale Archief meerdere lange lijsten in bezit heeft. Het onderling vergelijken van deze lijsten met de lijsten van interneringen in Indië en die in Dehra Dun in India heb ik nooit overwogen en lijkt mij toch zeer tijdrovend.

        Ik kan mij herinneren dat C. van Heekeren wel iets vermeldde in zijn boek “Batavia seint: Berlijn” hoe hij tot het aantal slachtoffers is gekomen.

        Ook weet ik dat er in die dagen, weken en maanden na de ramp communicatie is geweest met zowel het Rode Kruis als tussen de Ambassade van Nederland (Nederlands Indië) en Duitsland via de Zwitserse Ambassade c.q. Consulaat.

        Wij hebben in ieder geval een brief in bezit, gedateerd 20 februari 1942, waarin het Zwitserse Consulaat te Batavia vermeldt dat tijdens de evacuatie van Duitsers naar Brits-Indië, het derde transport per boot, door Japanse vliegtuigen is aangevallen en tot zinken is gebracht en dat mijn Oostenrijkse Grootvader als vermist is opgegeven. Er zijn dus nog meer lijsten.

        Wat echter kan meespelen is dat mijn Oostenrijkse Grootvader al 15 jaar in Nederlands Indië woonde, hij was getrouwd met een Nederlandse vrouw, ze hadden samen kinderen en hij was ingeschreven bij de burgerlijke stand. Dit laatste hoeft wellicht niet voor alle verongelukten te gelden.

      • Werner Stauder zegt:

        Shalom H. Dias,

        ik denk dat ik je inderdaad de informatie over je grootvader kan geven waar je om vraagt, maar dan moet ik wel zijn naam weten, want de naam Dias komt niet voor op de lijst. Je kan ook rechtstreeks per e-mail reageren:
        wernerstauder@hotmail.com

        Met vriendelijke groet en alvast voor morgenavond
        Chag Chanuka sameach!

        Werner Stauder

  19. Werner Stauder zegt:

    Ja, het klopt dat er in het verleden inderdaad al veel onderzoek naar de ondergang van de “Van Imhoff” is geweest en zowel de boeken van o.a. Bezemer en Van Heekeren alsook Lou de Jong heb ik aandachtig bestudeerd, maar toch zijn de beschrijvingen van de exacte toedracht helaas niet volledig en op juiste wijze naar voren gebracht. Ik beschik over informatie die in de genoemde boeken ontbreekt gezien het feit dat ik niet alleen hier in Nederland, maar ook in mijn eigen geboorteland Duitsland alle beschikbare informatie in de diverse archieven heb opgedoken. Bovendien bekijk ik de zaak vanuit een andere invalshoek of beter gezegd vanuit diverse invalshoeken. Door mijn eigen Duitse achtergrond en mijn Joodse afkomst alsook door het feit dat ik met een Indonesische vrouw getrouwd ben en in Nederland woonachtig ben praten we dus over vier verschillende invalshoeken en met name het leed dat talrijke Duitse Joden door hun internering en vervolgens door hun tragische dood op de “Van Imhoff” werd aangedaan enkel om het feit dat ze uit Duitsland c.q. Oostenrijk afkomstig waren, wordt tot dusver totaal onderbelicht. Dat zij juist naar Indië gevlucht waren omdat ze dachten, daar een veilig heenkomen gevonden te hebben, wordt helaas te weinig naar voren gebracht. Ook de impact die de arrestatie en internering van de Duitsers, waarvan velen net als ik met een Indonesische of Indische vrouw getrouwd waren, op de lokale bevolking had, wordt vaak over het hoofd gezien. Ik hoop dus dat ik via javapost.nl meer relevante informatie zou kunnen verkrijgen of zelfs in contact zou kunnen komen met mensen die het uit eerste hand hebben vernomen.

  20. Raoul zegt:

    Het is niet de bedoeling van dit forum, daarvoor op voorhand mijn excuses. Ik ben op zoek naar Eddy van der Wal. Als het goed is kent hij mijn vader, Karel Smit, geboren 15-09-1924. zijn ouders hadden een koffie en rubber plantage. Graag zou ik in contact met u willen komen, de zoon van Karel, Raoul Smit Sibinga. Bij voorbaat dank.

  21. Ed Vos zegt:

    Eddy van de Wal is de man(kenner) van Salatiga en de bersiapkampen. Ik heb zijn adres + telefoonnumer wel, maar heb al 2 jaar geen kontakt met hem. Hij heeft een tragische periode doorgemaakt en vaak moeilijk bereikbaar. Hopelijk ontmoet ik hem voorjaar 2013 nog
    Helaas liggen mijn mijn documentatiepapieren ergens in een doos, maar u kunt het proberen via deze sitehouders
    http://www.bersiapkampen.nl/
    http://iloapp.posthuma.se/blog/soazio-aventuro?Home
    en wat deze laatste persoon betreft via facebook:
    http://www.facebook.com/wim.posthuma?fref=ts
    Maar u kunt hem natuurlijk ook proberen te bereiken via een zoekprocedure via Google.
    Doe het snel want hij is niet meer een van de jongsten

  22. Esther Zeelenberg zegt:

    Wat gebeurde er met Nederlandse vrouwen die met een Duitser getrouwd waren toen?? Mijn oma heeft volgens mij in de gevangenis gezeten, maar zeker weten doe ik dat niet…

    Hartelijke groet,

    • Hans Kusters zegt:

      Het korte antwoord: mijn eigen oma is samen met haar kinderen ingetrokken bij haar ouders (die een boerderij runden op midden Java).

      Het uitgebreidere verhaal: mijn oma is in Nederlands Indië geboren en is in 1933 getrouwd met een Duitstalige man, om precies te zijn met een Oostenrijker. Op zich niet ongewoon in die tijd omdat er veel verschillende nationaliteiten in Nederlands Indië woonden. Zo is bijvoorbeeld ook de vader van mijn oma in Duitsland geboren, deze had jaren lang gediend in het NIL (het latere KNIL). Binnen de vriendenkring van mijn oma en haar ouders bevonden zich veel Duitstaligen. Vanuit Oostenrijk kwam mijn eigen opa na enige omzwervingen, via Duitsland en Nederland uiteindelijk terecht in Nederlands Indië. Mijn opa was, in de moeilijke dertiger crisis jaren van de vorige eeuw, op zoek naar werk, was een jonge man die kansen zag en werd gedreven door avontuur.

      Toen de oorlog in 1940 in Nederland uitbrak hadden mijn oma en opa een jong gezin met drie kleine kinderen. Mijn Oostenrijkse opa werd in Nederlands Indië in mei 1940 van het ene op het andere moment door Nederland geïnterneerd. Vanwege de Duitse anschluss c.q. annexatie van Oostenrijk door Duitsland gold deze internering niet alleen voor Duitsers maar helaas ook voor Oostenrijkers. De eigen zaak die mijn opa runde kon niet door mijn oma worden gecontinueerd en niet lang daarna is mijn oma met haar kinderen ingetrokken bij haar ouders die een boerderij hadden op midden Java.

      Alle onzekerheden, gedurende de ruim anderhalf jaar dat mijn opa geïnterneerd is geweest op Sumatra nabij Lawé Sigala-Gala, het uiteindelijke verlies van haar echtgenoot bij de Van Imhoff ramp en ook nog eens het uitbreken van de oorlog in Zuid-Oost Azië zijn een zeer moeilijke periode uit het leven van vooral mijn Oma geweest en hebben haar de rest van haar leven gehard. Het enige “geluk” dat ze in die jaren wellicht heeft gehad gedurende de Japanse bezetting zelf is dat ze niet is geïnterneerd omdat de boerderij moest blijven draaien van de Japanners. De aansluitende Bersiap periode heeft ze wel volledig meegemaakt. Ze is op enig moment, net als velen anderen, naar Nederland “verscheept”. Ze was geboren Nederlander in Nederlands Indië maar was nooit in het moederland geweest en kende de cultuur en gewoontes niet. Ze heeft geknokt, alles moeten leren en opnieuw moeten opbouwen met inmiddels puberende kinderen. Ik benijd mijn oma niet voor het lot dat haar is overkomen en heb dan ook diep respect voor haar.

      Uitvoerig wordt over dit onderwerp o.a. geschreven door: C. van Heekeren in het boek ‘Batavia seint: Berlijn’; L. de Jong in ‘Het Koninkrijk der Nederlanden in de tweede wereldoorlog’, deel 11a + 11b; K.W.L. Bezemer in ‘Geschiedenis van de Nederlandse Koopvaardij in de tweede wereldoorlog’

  23. Hans Kusters zegt:

    Het korte antwoord: mijn eigen oma is samen met haar kinderen ingetrokken bij haar ouders (die een boerderij runden op midden Java).

    Het uitgebreidere verhaal: mijn oma is in Nederlands Indië geboren en is in 1933 getrouwd met een Duitstalige man, om precies te zijn met een Oostenrijker. Op zich niet ongewoon in die tijd omdat er veel verschillende nationaliteiten in Nederlands Indië woonden. Zo is bijvoorbeeld ook de vader van mijn oma in Duitsland geboren, deze had jaren lang gediend in het NIL (het latere KNIL). Binnen de vriendenkring van mijn oma en haar ouders bevonden zich veel Duitstaligen. Vanuit Oostenrijk kwam mijn eigen opa na enige omzwervingen, via Duitsland en Nederland uiteindelijk terecht in Nederlands Indië. Mijn opa was, in de moeilijke dertiger crisis jaren van de vorige eeuw, op zoek naar werk, was een jonge man die kansen zag en werd gedreven door avontuur.

    Toen de oorlog in 1940 in Nederland uitbrak hadden mijn oma en opa een jong gezin met drie kleine kinderen. Mijn Oostenrijkse opa werd in Nederlands Indië in mei 1940 van het ene op het andere moment door Nederland geïnterneerd. Vanwege de Duitse anschluss c.q. annexatie van Oostenrijk door Duitsland gold deze internering niet alleen voor Duitsers maar helaas ook voor Oostenrijkers. De eigen zaak die mijn opa runde kon niet door mijn oma worden gecontinueerd en niet lang daarna is mijn oma met haar kinderen ingetrokken bij haar ouders die een boerderij hadden op midden Java.

    Alle onzekerheden, gedurende de ruim anderhalf jaar dat mijn opa geïnterneerd is geweest op Sumatra nabij Lawé Sigala-Gala, het uiteindelijke verlies van haar echtgenoot bij de Van Imhoff ramp en ook nog eens het uitbreken van de oorlog in Zuid-Oost Azië zijn een zeer moeilijke periode uit het leven van vooral mijn Oma geweest en hebben haar de rest van haar leven gehard. Het enige “geluk” dat ze in die jaren wellicht heeft gehad gedurende de Japanse bezetting zelf is dat ze niet is geïnterneerd omdat de boerderij moest blijven draaien van de Japanners. De aansluitende Bersiap periode heeft ze wel volledig meegemaakt. Ze is op enig moment, net als velen anderen, naar Nederland “verscheept”. Ze was geboren Nederlander in Nederlands Indië maar was nooit in het moederland geweest en kende de cultuur en gewoontes niet. Ze heeft geknokt, alles moeten leren en opnieuw moeten opbouwen met inmiddels puberende kinderen. Ik benijd mijn oma niet voor het lot dat haar is overkomen en heb dan ook diep respect voor haar.

    Uitvoerig wordt over dit onderwerp o.a. geschreven door: C. van Heekeren in het boek ‘Batavia seint: Berlijn’; L. de Jong in ‘Het Koninkrijk der Nederlanden in de tweede wereldoorlog’, deel 11a + 11b; K.W.L. Bezemer in ‘Geschiedenis van de Nederlandse Koopvaardij in de tweede wereldoorlog’

  24. Hans Kusters zegt:

    Ik ben na ruim 2 jaar erg benieuwd of Werner Stauder verder is gekomen met zijn onderzoek?

  25. Hans zegt:

    Misschien toch geen gesloten discussie: op de zondagen 10, 17 en 24 december 2017 om 20.15 uur, bij de BNN-VARA op NPO 2, wordt wederom, en dit keer uitvoerig in een documentaire-drieluik, aandacht besteed aan ‘De Ondergang van de Van Imhoff’. Deze gruwelijke Nederlandse scheepsramp uit 1942, mondde uit in één van de grootste doofpotaffaires van na de Tweede Wereldoorlog. Uit de trialer volgt dat zowel een overlevende van deze ramp als een achterkleinkind van kapitein Hoeksema aan het woord komen en samen bezoeken ze Indonesië.

    • R Geenen zegt:

      Vraag mij af, waarom alleen deze gruwelijke Nederlandse scheepsramp te belichten. Immers daartegenover staan de vele doden, o.a. vermoorde POW’s, door de Nips veroorzaakt. Zie hier beneden hoeveel doden die hebben opgeleverd. In plaats van een drieluik, kunnen ze een heel jaar ermee de tv vullen. De Junyo Maru heeft meer dan 3 maal doden opgeleverd dan de Titanic.
      http://www.mansell.com/pow_resources/hell_ship_losses.html

    • R.L. Mertens zegt:

      @Hans; ‘van Imhof’ – Duitse overlevende Gottlob Weiler 1952; Toen de hele Hollandse bemanning met reddingsboten vertrok slaagden wij er toch in om en overgebleven reddingsboot te bemachtigen en in zee te werpen. Echter, de Hollanders hadden de roeispanen meegenomen. Met meer dan 50 personen in de boot, volgens aanwijzing voor max. 40 personen ‘roeiden wij met handen en voeten’. Zo snel mogelijk van het zinkende schip vandaan. Langzaam gingen wij voorwaarts. En de zon zonk dieper in het westen. Plotseling riep iemand; kijk het schip. De van Imhoff zonk loodrecht in het water en verdween in het diepe met vele van onze kameraden. We hielden een moment van stilte ter nagedachtenis aan de doden. De nacht volgde. Uit angst voor alles doofden wij alle bootlichten. De volgende dag om ca 10.oo uur naderde een Nederlandse schip de Bulugan in volle vaart op ons af. De kapitein riep ons via zijn scheepsomroep toe; zijn er nog Hollanders onder jullie? Neen, riepen wij terug. En het schip voer verder…..

      • Ælle zegt:

        Kippenvel.
        En daarom lieve mensen:

        Waarom Nederland een scheepsramp 75 jaar geheim hield

        ‘De Ondergang van de Van Imhoff’ is een documentaire-drieluik over een gruwelijke Nederlandse scheepsramp uit 1942, die uitmondde in één van de grootste doofpotaffaires van na de Tweede Wereldoorlog. De documentaireserie is te zien op de zondagen 10, 17 en 24 december om 20.15 uur bij BNNVARA op NPO 2.

      • Ælle zegt:

        De Trailer: De Ondergang van de Van Imhoff.
        Doet ’t bij mij niet. Verdorie!

        https://programma.bnnvara.nl/imhoff

      • Ælle zegt:

        Aha, uit een verklaring van Kapitein H.J. Hoeksema, zijn chef ingenieur Van der Ploeg, en zijn vierde stuurman reeds op 4 februari afgegeven aan de havenmeester van Batavia :
        “- – – dat de – – – geinterneerden geprobeerd hebben zich zwemmend naar de reddingsboten begaven, maar dat deze vol waren..”
        De eerste 4 bommen raakten het schip niet. De vijfde bom op 20 CM na. en explodeerde in het water en versnipperde de bakboordzijde van het voordek. uiteindelijk zonk het stoomschip bijna vertikaal pas zes uren later de zee in. Genoeg tijd om iedereen te redden?
        Een KNIL -soldaat zei verbaasd: “Ik dacht altijd dat de kapitein de laatste was die het schip zou verlaten.” Kapitein Hoeksema kon zich later niets herinneren.
        De laatste die vertrok was een KNIL sergeant. Hij had eerder de sleutels aan de 367 gekooide Duitsers overhandigd. Die moesten in groepen van 30 in prikkeldraad- kooien hurken van onder een meter hoogte.
        Het verhaal is erger dan ik vermoedde.

        Straks verder, want ik verga van de kou hier met de verwarming aan,

      • R Geenen zegt:

        @Straks verder, want ik verga van de kou hier met de verwarming aan,@

        Ik krijg het zelf koud bij het lezen van uw woorden.

      • Ælle zegt:

        De eerste bom vloog 100M te ver weg van het vrachtschip, de tweede 20M evenals ook de derde en vierde bom in de Indische Oceaan terecht kwamen. Bijziende piloot? Of een engel in de cockpit.
        Ik kan mijn Pa niet meer vragen of hij als KPM employé hiervan op de hoogte was geweest, omdat hij toen zelf als reservist naar Tjilatjap werd gestuurd waar een bom voor zijn ogen het schip raakte dat hem ergens heen zou varen. Hij en zijn maten kwamen in elk geval heelhuids thuis en hij begroef zijn militaire plunje etc, op de helm, pistool en veldfles na onderin het kippenhok van zijn schoonouders.
        Wat de Van Imhoff betrof , het kwam erop neer dat de Hollanders de Duitsers in januari 1942 met opzet en zonder dringende redenin de Oceaan hebben laten verzuipen. (Ik vertaal slechts uit ’t Duits)
        Voor bijelkaar genomen 588 mensen aan reddingsmateriaal waren er 6 grote boten, waaronder één met motoraandrijving (Max. voor 50 personen) , een zgn. werkboot voor hooguit 14 man, zes vlotten van bamboepalen en wel 650 zwemvesten.
        KNIL-soldaat Jan van de Ende, één van de bewakers meende dat het reddingsmateriaal totaal onvoldoende was.De bamboevlotten waren ook niet bevoorraad met proviand en drinkwater.
        Dan is er nog het verhaal met het zusterschip de Boelongan onder Kapitein M.L. Berveling uit Rotterdam.

        Tot straks.

      • Ælle zegt:

        In de boten hadden maximaal 50% van de mannen een plaats gevonden.
        Duitse schipbreukelingen , zo luidde de instructie, dienen niet gered te worden.
        Volgens het logboek voer de V I met 9 knopen zigzaggend zijn koers toen de uitkijk in de mast op 19 januari om 9:52 een “VLIEGTUIG’meldde.
        De bommenwerper vloog 600 M hoog en dook tot 150 M neer op de onbewapende Hollander en belaagde hem met bommen en MG-vuur..De bemanning zocht dekking op het dek. Missionaris Gottlieb Weiler opgesloten in in kooi preekte tot zijn medegevangenen : “Stel God geen voorwaarden, doch houdt aan hem vast door dik en dun”.
        De luchtaanval duurde een half uur. Het vorste laadruim liep vol. Het tussenschot brak en meer zeewater stroomde in de machineruimte. De boten werden gereed gemaakt, waarvan de vijfde klem ging zitten. Ze werden minimaal bemand met 22 personen ipv 50.
        Een laatste waarschuwing aan de Duitsers was: Wie in de boot springt wordt neergeschoten.
        Stephan Walkowial sprong toch. Zijn hand werd geraakt maar hij werd toch uiteindelij de boot in getrokkenZe bereikte de volgende dag het eiland bij Sumatra, Pulau Sibu ( in de Duitse tekst staat Pulu Simu). Verwarrend!
        Toen Kapitein Berveling door de megafoon riep of er Hollanders in de boot zaten antwoordden de schipbreukelingen , Nee, wij zijn Duits waarna hij zijn schip liet omdraaien .
        Piano bouwer Wilhelm Schweikert schreef later dat hun verzoek om voedsel en water de
        gentleman volkomen koud liet.
        Toch hoopten ze dat het schip hen op de terugweg zou meenemen. De Boelonan kwam nooit terug.

        Toen Berveling ook in de werkboot en de vlotten geen langenoten vond liet hij de Jacobsladder die de stuurman Cornelis Tjebbes reeds had neergehaald weer inhalen en stoomde met de Boelongan er vandoor.
        Later verklaarde hij dat hij de bevelen van de Marine Commandant in Sibolga om geen Duitsers te redden opvolgde.
        Zo, nu weten wij dat ook!
        Moordenaars van de vader van Willy Magener. RIP, Louis Wilhelm Magener.RIP

      • R.L. Mertens zegt:

        @Aelle/RGeenen; ‘van Imhoff etc/’- Over nazi methodes gesproken. Onder elk volk(dus ook de onze!)huizen lieden/mensen; wo misdadigers, verkrachters etc. Vooral als deze misdadigers voorzien worden/in staat gesteld worden om een uniform(!) aan te trekken! Kweten zij hun ‘taak’ met duivelse krachten. En worden dan daarna nog geëerd met eretekens. Zelfs tot nationale helden verklaard; zie Limpach; de Brandende Kampongs van Generaal Spoor!
        Dus……..

      • Ælle zegt:

        Dus … Hun namen en daden of omgekeerd mogen toch onder de loupe worden genomen? Tegenwoordig worden namen aangeduid met initialen, zoals vandaag
        was ’t mevrouw S. A.-T. Intussen weet ik ’t al.
        Ik vind ’t fijn als ik kan typen Kapitein Hoeksema of Kapitein Berveling, in plaats van H. of B. En waarom altijd maar vergelijkingen trekken? Dat zei Erdogan ook al tegen Merkel.
        “Du benutzt gerade Nazi-Methoden”. Het is geen wiskunde.
        Ik zou meer willen weten wat Ton Schilling te weten is gekomen over Spoor en niet Limpach.

  26. George zegt:

    WAR IS ALL HELL!

  27. Ælle zegt:

    De voorgeschiedenis in 1911 van Van Imhoff is als volgt:
    Op reis van Tandjong Priok naar de kleine Soenda-Eilanden vertrok de VAN IMHOFF op 27 januari 1911 van Bima (Eiland Soembawa). In Straat Sapé (tussen Soembawa en Flores) gekomen, voelde men in de nacht van 27 op 28 januari 1911 te 0.15 uur een zware schok en de VAN IMHOFF zat vast op de rotsen. Men kon het schip niet meer vlot krijgen en toen het ochtend werd, zag men, dat men vlak bij het eilandje Barsatoenda (of ook genoemd Pulu Sapé), ongeveer 10 mijl oost van Soembawa. De passagiers en zeven leden van de bemanning gingen aan land, en men peilde intussen 25 voet water in het schip. Omstreeks 10.00 uur die ochtend kwam een sterke stroom opzetten en men bracht zware trossen uit om het zwaar lekke schip op de strandingplaats te houden. Om 11.30 uur werd de toestand kritiek en ook de overige opvarenden verlieten het schip.

    1911-01-29: Final Fate: Het verlaten schip raakte ’s nachts om 01.30 uur op 29 januari 1911 plotseling vlot doordat de trossen braken en dreef af naar straat Sapé, waar zij om 03.30 uur in de ochtend van 29 januari 1911 in diep water wegzonk en verloren was. Alle opvarenden waren gered door het ss. ‘Van Oudshoorn’.

    • Ælle zegt:

      De Van Imhoff II (2) werd te water gelaten of ‘van stapel laten lopen’ op 20 juni 1914. Drie maanden later opgeleverd. Ze had twee masten en haar romp was van staal.
      Type motor/machine was een drievoudige expansiestoommachine
      De rest is geschiedenis.

      Final Fate: Op reis van Padang via Sibolga naar Colombo met 478 geïnterneerde Duitsers en een bewakingsdetachement werd de VAN IMHOFF op 19 januari 1942 in de Indische Oceaan ten westen van Nias, ongeveer 180 mijl van Padang, in positie 00-10 ZB en 97-10 OL te 10.00 uur ’s morgens door een Japans vliegtuig met bommen en door beschieting aangevallen. De VAN IMHOFF werd zwaar beschadigd en begon water te maken. Men besloot om 13.00 uur die dag het schip te verlaten. Alle 110 bemanningsleden en militairen konden veilig de kust bereiken maar door het ontbreken van voldoende reddingsmiddelen moesten de bevrijde geïnterneerden zien zich te redden. Van de 478 Duitsers kwamen er 413 bij de ramp om het leven. De VAN IMHOFF zonk en ging verloren.
      Bron: SMHD

      • Jan A. Somers zegt:

        Zo onbekend was het allemaal dus niet. Dat het niet gelezen wordt is wat anders.

      • Ælle zegt:

        Wij leven wel in een tijd dat we alle details willen weten of liefst het naadje van de kous.
        Marie Louise de la Ramé aka Ouida vond dat ‘oppervlakkige kennis’ de vloek was van haar tijd en nog lang erna.

      • Jan A. Somers zegt:

        “alle details willen weten” Lukt niet binnen je leven. Moet je ook niet altijd willen. Meten is weten, veel weten is veel verdriet. Alleen al van dat kleine stukje Kenpeitai en bersiap uit mijn leven weet ik niet alles. geeft niet toch? Ben in leven en tevreden, en ik heb wel wat (veel) anders te doen, dat leuker is. Zonder stress. Die Marie Louise de la Ramé aka Ouida weet toch ook lang niet alles? Zal ze mee moeten leren leven.

      • R Geenen zegt:

        @“alle details willen weten” Lukt niet binnen je leven. @

        Alleen maar het naatje van de kous!

      • Ælle zegt:

        Doordat de computer plotseling voor een tweede keer uitviel ben ik mijn tekst kwijtgeraakt en probeer ik toch nog uit te leggen hoeveel verdriet en pijn de Indo- zoon heeft gehad toen zijn Duitse Vader nooit meer was thuisgekomen, en de kleinkinderen op hun beurt dat verdriet van hun Vader hebben geerfd. Ja, verdriet en pijn zijn via genen erfelijk.
        Ik kijk daarom as Zondag uit naar de volgende aflevering van de Ondergang van de Van Imhoff om het verdriet met de overlevenden te delen.
        Gedeelde smart is halve smart toch? In Brabant zeggen ze: Ge kunt meej tweeje meer èèrmoej lije as allêeneg. Zo is dat!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s