Geen leven zonder gevaar

Anak Krakatau

Door Bert Immerzeel

Het was een flink gezelschap dat zich op zaterdag 26 mei 1883 te Batavia inscheepte aan boord van het schip Gouverneur de Loudon. Een honderdtal burgers had zich aangemeld voor een weekendtocht naar de Krakatau, nieuwsgierig om te zien wat wáár was van de jongste berichten. De vulkaan was een week eerder namelijk tot leven gekomen. Op voorbijvarende schepen waren rookwolken en een asregen gezien.

De Nederlands-Indische Stoomvaartmaatschappij meende er goed aan te doen in te spelen op de publieke interesse door een excursie te organiseren. ‘De prijs voor dit uitstapje is zeer billijk gesteld, namelijk op f 25. per persoon eerste en f 15.— tweede klasse, terwijl inlanders in de 4e klasse ƒ 5. – betalen. Onder de prijzen is natuurlijk voeding begrepen.’ De namen van de deelnemende Europeanen en Chinezen verschenen enkele dagen later in de krant; we weten helaas niet of er enige belangstelling was van de kant van de inlanders.

Was het een moedige onderneming? Misschien. De Krakatau, voor het laatst uitgebarsten sinds 1680, stond misschien bekend door zijn ligging in Straat Soendang, maar niet zozeer door zijn activiteiten. Een slapende reus, zou je kunnen zeggen. Verder had Java zó veel vulkanen dat bijna iedereen wel eens een tochtje naar een krater had gemaakt, al was het maar naar de Tangkoeban Prahoe, of Bromo.

Maar tóch, helemaal zonder gevaar was het nu ook weer niet. Al werd dat gevaar door de reizigers nauwelijks gezien. Ze waren allen verrukt door de aanblik van de vuurmond van de krater, bij nacht goed te zien, en de honderden metershoge rookpluim. Zondag rond het middaguur werd een sloep gestreken en een dertigtal meest moedige reizigers ging aan land. Ze zakten er tot hun enkels in de as, en verbranden hun schoeisel. Een korte wandeling maakte duidelijk dat al het bos was verbrand, en dat het ‘geheele eiland met een zwarte, sombere lijkwade van asch en steenen en lava was overtogen.’ Aangemoedigd door de verhalen of door de aanblik van de meegebrachte stenen als souvenirs, liet zich nog een tweede groep overhalen om aan land te gaan. Ook zij overleefden het.

De geschiedenis zou hiermee geëindigd kunnen zijn, ware het niet dat de Krakatau nog niet tot rust was gekomen. De volgende maanden bleef het grommen en rommelen aanhouden, tot – uiteindelijk – op 26 augustus de grote klap zou komen. De uitbarsting was zó groot dat deze tot in Afrika en Australië gehoord kon worden. Een kilometers hoge straal stenen en puin schoot de lucht in en veroorzaakte een asregen die tot duizenden kilometers ver de gewassen deed sterven. Het preciese aantal menselijke slachtoffers is niet bekend. Het Gouvernement kwam tot een telling van 36 duizend, andere schattingen kwamen echter tot meer dan 100 duizend, waarbij werd aangenomen dat de meesten waren omgekomen door de door de uitbarsting veroorzaakte vloedgolf.

De Krakatau, vóór de uitbarsting 820 meter hoog, verdween geheel onder water. Volgens metingen bleef een diepte over van 300 meter onder het zeeoppervlak, een diepte die zich met nieuwe steenerupties nadien geheel heeft opgevuld tot een nieuw eiland verscheen, de Anak Krakatau.  Deze bleef voortdurend semi-actief, tot in 2018, toen een zware uitbarsting het eiland voor de tweede keer aftopte.  

Achteraf kunnen we de excursionisten van mei 1883 wel heel erg gelukkig prijzen. Misschien zagen ze het gevaar, maar wisten ze dat een leven zonder gevaar niet bestaat.  Bij de uitbraak van drie maanden later, heel erg hoor- en merkbaar in Batavia, zullen ze zich hebben afgevraagd of ze het noodlot misschien wel érg hadden getart. Maar goed, ze hadden het overleefd, zíj wel, en dat is wat telt. Het stuk versteende lava op het dressoir zal nog lang aanleiding zijn geweest voor een verhaal.

Dit bericht werd geplaatst in 9. Java Post. Bookmark de permalink .

Plaats een reactie