Duizend helden

Pesing_1946

Nederlandse militairen en Indonesische gevangenen in Pesing, 1946

Bookmark de permalink.

101 reacties op Pesing_1946

  1. Rens Jansen zegt:

    Zijn er mogelijk nog meer foto’s rond deze gebeurtenis? Deze foto lijkt uit een album te komen.

  2. R.L. Mertens zegt:

    @Pesing affaire 1946; Toen Nederlandse troepen, die via Malaka toestemming kregen om op Java te landen. In strijd met de instructies van de Britten, die op dat moment het opper bevel voerden, het dorp Peing(W-Java) op 15/4-’46 bezetten en ca 80 Indonesische gevangenen(!) vermoorden. Het betreft hier een KL(!) eenheid. Historicus Romijn, die over de affaire schreef; de mentaliteit van deze oorlogsvrijwilligers(!) van de KL,zie foto-, die betrokken zijn bij deze oorlogsmisdaad!

    • Jan A. Somers zegt:

      ” die via Malaka toestemming kregen om op Java te landen.” Die toestemming kwam van SEAC (= Britten!). Net als de mariniersbrigade in Soerabaja. Na het vertrek van de Britten (=SEAC) kwam ook het gezag bij de Indische regering terug.

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘oorlogsmisdaad etc.’- Dit eigenmachtig optreden wekte de ergernis van de Britten. Er verscheen in Semarangs blad de Baanbreker een fel artikel hierover van schrijfster Bep Vuyk. Ook de 2e kamer debatteerde over deze zaak. Generaal Spoor wees de aanrijgingen resoluut af. Hij was meteen ter plekke geweest en; ‘niets had gezien, dat wees op extreem geweld’. Een naderhand door hem ingestelde onderzoek commissie gaf als resultaat, dat ‘slechts 2 gevangenen waren vermoord’! – De Britten ergerden zich vooral omdat de lokale Nederlandse commandanten de felle gevechten in hun rapporten hebben verzwegen! Generaal Spoor weigerde, zoals door de Britten is voorgesteld, om met de Republiek tot een gesprek te komen; ‘omdat de onbetrouwbare Republiek geen respect toonde ‘!

  3. J.A. Somers zegt:

    “Generaal Spoor weigerde” Uiteraard. Gesprekken met de RI dienen niet door militairen te worden gevoerd, maar door politici. Militairen zijn alleen maar tegen, zowel TNI als KL en KM.

    • RLMertens zegt:

      @JAsomers; ‘maar door politici etc.’- In de 2e kamer werd op 6/5’46 de Pesing affaire besproken; Afgevaardigde Palar(PvdA) citeerde een brief nav. Bep Vuck’s artikel; het op beestachtige wijze afmaken van alle gevangenen, waarna de lijken in de kali werden gesmeten. Het plegen van diverse gruwel daden en in brand steken van diverse desa woningen. De minister van Overzeese Gebiedsdelen(!) antwoord op 7/5 in de 2e kamer, dat hem niets(!) bekend is van wreedheden, en is bereid een onpartijdig onderzoek te doen instellen. Generaal Spoor, aan wie de telegram van de minister ter kennis is gebracht, licht de gg.van Mook toe; na bezoek ter plekke; persoonlijk zich van de toestand van gevangenen op de hoogte gesteld en geen(!) verbrande woningen aangetroffen, het gehele verhaal van de heer Palar niets anders is als Republikeinse propaganda, opgeblazen samenstel van leugens. De commissie Enthoven is blijkens haar verslag, na getuigen verklaringen tot conclusie gekomen ; dat door de militaire actie geen wreedheden zijn gepleegd! Wat betreft de verbrande huizen; 2 tot 3 huizen, buiten (!) 2 km. van de desa zijn inderdaad verbrand; ter verruiming van het schootsveld! Veelzeggend is wel de brief van pastoor P.Seegers, waarin hij schrijft dat hij getuige is geweest hoe inspecteur van politie P.van der Plank in Pesing diverse gevangenen met zijn pistool neer legde. Diverse graven van de slachtoffers liggen op nog geen 30 m. van zijn huis, aldus de pater. De directeur van Justitie kwam in zijn brief 17/8 aan gen.Spoor tot de conclusie, dat de commissie zich wel wat gemakkelijk had afgemaakt. Het volgende onderzoek van de commissie Paardekoper, van Rij en Stam zijn veel kritischer van toon en brengen details aan het licht, die tot dusver verzwegen zijn bv. het politie geweld oa de bekentenis van de inspecteur van politie P van der Plank; ik heb inderdaad standrecht toegepast. Ik had machtiging(!) van kaptein Westerling(?) In een brief van Van Mook aan de minister van 28/11’46 oordeelt de landvoogd de instelling van straf vervolging ongewenst; tevens is daarbij uitdrukkelijk door generaal Spoor toegezegd(!); waar mogelijk tegen excessen gestreng wordt opgetreden! _ Zo ging het indertijd de politiek te werk! Toetoepen! .

      • Jan A. Somers zegt:

        Politici zijn uw representanten, dus door u aanspreekbaar. Militairen zin uitvoerders. Alleen door hun opdrachtgevers aanspreekbaar. Heeft u de door u genoemde politici al aangesproken? Waarom niet?

      • Peter van den Broek zegt:

        @ Geachte Heer Mertens

        Er zijn enkele vragen bij de Pesing-affaire
        1) Hoe zijn politici en bestuurders bij de Pesing-affaire erin slaagden politiek buiten schot te blijven en konden ze voorkomen dat het wangedrag van de troepen werkelijk werd aangepakt.
        2) Hoe was het mogelijk dat Nederlandse politici ondanks de publiciteit over deze grootschalige ontsporingen maar heel beperkt verantwoording hebben afgelegd. en
        3) hoe konden op alle niveaus verantwoordelijke figuren de relevante informatiestormen sturen.

        Bij het begrip “informatie-stromen” gaan bij mij de lichten branden, want informatiestromen (in ondernemingen ) is mijn pakkie-an (uit het maleis bagian), als Financial Controller hield ik me in het verleden ermee bezig. Dezelfde methodieken in het bedrijfsleven heb ik bij mijn onderzoek naar de Bersiap toegepast en nu komt dezelfde methodiek bij de “Excessen” terug.

        Het gaat dan om de rol van de massamedia en de manipulatie van de berichtgeving daarin, de informatievoorziening over de oorlogvoering in relatie tot het afleggen van verantwoording op alle niveaus van de ambtelijke en militaire hiërarchie en controle in de politieke sfeer. Het gaat om HOE het ‘Schandaalmanagement’ (Romijn) in enkele in het oog springende zaken zoals de Pesing-affaire heeft gewerkt. De verantwoordelijke politici en bestuurders hebben zichzelf in dit proces buiten schot gehouden en dat zij mede hierdoor het militaire geweld, alsook de toepassing van andere dwangmaatregelen, minder hebben afgeremd, m.a.w. stilzwijgend hebben bevorderden HOE, tot aan de Westerling-affaire toe.

        Natuurlijk zijn militairen aanspreekbaar. Ook nazi-misdadigers hebben een beroep gedaan op Befehl-Ist-Befehl principe, maar dat werd al in de Neurenberger Processen juridisch afgehamerd, militairen hebben nog altijd hun eigen verantwoordelijkheid (zie officierseed) alhoewel dit tot voor kort voor Nederlandse militairen in Nederlands-Indie in den lande onbekend was. De Rawagederechtzaken hebben aan deze onbekendheid een bitter einde gemaakt.
        Toch vervelendus die verwijzing naar de Nazi’s, maar dat is bij Oorlogsmisdaden eenmaal het toetsingkader . Kan ik ook niks aan doen.

        Wat informatiestromen in de Pesing-affaire betreft gaat het om de brief van Pastoor P. Seegers. Hij heeft zich beklaagd bij de burgelijke autoriteiten maar m.i waren het de lokale militairen van het 2-14 R.I. (het tweede bataljon van het veertiende Regiment Infanterie, het Zeeland-bataljon) die zich ermee bemoeiden. Trouwens de Militaire Politie, de vermeende daders, bevonden zich in hun Gezagsgebied. Er wordt rapport opgemaakt door de bevoegde militaire instantie, tevens ook door de militair-tuchtrechterlijke instanties en dan gaat dit bericht door de militaire hierarchie, in het bericht is precies aangegeven wie het rapport krijgen, zodat de traceerbaarheid en betrokkenheid duidelijk gesteld is . Uiteindelijk komt het bericht bij de Legercommandant Spoor, dwz bij zijn staf Politieke Zaken. Die maakt een rapport voor de Legercommandant. Na zijn goedkeuring gaat het rapport niet alleen naar het kabinet van de ltnt-GG , maar ook naar het bueau van de Procureur-generaal. In geeigende gevallen krijgt het Hfd van RVD in Batavia een afschrift. Uiteindelijk komt het eindrapport bij de Min.van Kolonien. Aangezien de RVD onder de Minister-President resorteert krijgt hij ter kennisname ook het bericht, al dan niet voorzien opmerkingen. Het komt erop neer dat het de procedure is die in het Wetboek van Militaire Strafvordering is beschreven.

        .

      • RLMertens zegt:

        @PetervandenBroek;’hoe kon/zijn politici etc.’ _ Omdat alles wat in het ‘openbaar kon komen strikt in handen was de regerings- propaganda machine; er waren slechts een zeer beperkt aantal; kritische journalisten oa van Heuven Goedhart, H.M.van Randwijk ea. die een andere geluid brachten, maar die nauwelijks de geschoolde(!)massa bereikten. En de het Indische gouvernement en al haar vazallen ontkenden categorisch wat niet naar hun was; zie maar wat in de Excessen nota is opgetekend nav misdaden/misstanden etc. bv.Rawahgedeh 1947; ‘de majoor , die bij de actie de leiding had en voor de executie van de – in totaal ongeveer(???) 20- gevangenen verantwoordelijk was, is na overleg tussen de leger commandant en procureur generaal uit overwegingen van opportuniteit(!!) niet vervolgd! – Opmerkelijk is ook dat in de nota nergens de namen van de daders, gezagdragers wordt genoemd. In opdracht van de toenmalige premier (oud duikboot commandant) P. deJong? Limpach uit zijn studie opgedaan in het Koninklijk Instituut voor Militaire historie(!) noemt ze allemaal; de majoor = Fons Wijnen, gen.Spoor, ltg.gg.van Mook etc. – Als 15jarige in Soerabaja 1945-1949 werden wij eveneens ( zelfs op school) geïndoctrineerd met anti Republikeinse gedoe; allemaal rampokkers, extremisten; Hollands vlag je bent mijn glorie, en wat doen we met Soekarno etc. De Engelsen hebben ons in de steek gelaten; zij waren altijd al jaloers op ons Indië etc. En dat…. terwijl toen: de hele wereld opinie tegen ons gekeerd was. Maar dat werd ons toen (ook de kranten!) onthouden!
        De ontknoping kwam in 1949 toen duidelijk werd, dat wij moesten ….vertrekken! Uit ‘ons Indië’! Ontgoocheld kwamen wij als 1e groep ‘repatrianten’, in jan 1950 in Holland aan. In een grauw, koud, guur vaderland! Gezwegen werd er toen ….als het graf!
        note; in de jaren ’80 heb ik diverse video banden gevuld met tv. doc. over Indië. Ben ze in deze corona periode aan het terug kijken; Tabé Toean 1986; met veteranen die terug gingen naar de plekken waar misdaden werden gepleegd! Ook in gesprek met hun Indonesische opponenten. -Ik heb de première indertijd meegemaakt in bioscoop Rialto, Amsterdam waar voor- en tegenstanders waren. Vooral tegenstanders die de vertoning van deze doc. wilden verhinderen. Het zijn nu vooral jonge historici die de ‘ Indië beerput’ opengooien! – Het werd tijd! ( een beetje zelfkennis kan mi. geen kwaad; jezelf verbeteren)

      • Jan A. Somers zegt:

        Het was allemaal kennelijk openbaar bekend. In Soerabaja toentertijd gewoon onderwerp van gesprek aan de bar. Waarom hebben u of uw ouders er toen niets aan gedaan? Bij onze omzwervingen in Republikeins gebied kwam dit niet aan de orde. Zie Javapost Onder de vlag van het Rode Kruis
        Geplaatst op 2 mei 2012

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘u en uw ouders niets aangedaan etc.’- Waaraan? In die periode van ; Hollands vlag , jij bent mijn glorie…? En u toen 1946 hier in Holland? Uw omzwervingen in Republikeins gebied…..u vertrok toch al begin jan.1946? Wat valt dan nog…. te zwerven?

      • Jan A. Somers zegt:

        “begin jan.1946?” Beter lezen! juni 1946. “Wat valt dan nog…. te zwerven?” Beter lezen in Javapost.

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘allemaal kennelijk openbaar bekend etc.’- Her keek tv.doc, Nederland na mei 1945 met beelden uit Nederland. Uitgezonden in 2009 met commentaar van journalist/presentator Rob Trib; bijltjes dag in Holland; moffen meiden, koffie/suiker op de bon, Mussert voor het vuur peloton en; ‘we moeten Indië bevrijden; OVW’ers melden zich etc. Dan 15/8’45 Japan capituleert;
        een OVW ‘er wil zich terug trekken. Echter op straffe van ontduiking/gevangenis moet hij toch naar Indië; voor orde en rust! Terwijl de Grondwet; voor uitzending nog moet worden aangepast. En in Amsterdam duizenden tegen de uitzending protesteren, waarbij zelfs een dode is gevallen. Zetten uiteindelijk frisse stoere Hollandse jongens uit alle provinciën voet aan wal op Priok. ‘Om die ontzaggelijke moeilijke taak te volbrengen. Rust en orde, recht(!) en veiligheid voor die zo zwaar beproefde Indonesische bevolking (!) Generaal SH.Spoor; welkom mannen; opdat wij later terug in Holland, met gerechtvaardigde trots en overtuiging kunnen zeggen; toen Nederland een kritieke tijd doorworstelde, oefenden wij de belangrijke taak uit van soldaat in Indië’ (!)- Dan filmbeelden uit Indië met optimistische/ geruststellende snorrende commentaren; soldaten op patrouille, ontmoetingen/vriendelijk toegejuicht met/door kampong bewoners; tanks rollende de kampongs voorbij; een kip vliegt kakelend over de weg, de kampong bewoners met de duim omhoog naar onze lachende jongens! Eindigend met een samenzang met gitaar en aapje op de schouder; ik hou van Holland, landje aan de Zuiderzee….-Dan filmbeelden over het vlagincident in Soerabaja; een ooggetuige(!) vertelt over de opsluiting in de Simpang club; een voormalig koloniaal bolwerk waar toen honden en inlanders niet werden toegelaten; de gevangen Belanda;s die afgeranseld, moeten spitsroeden naar de ingang en en met 6 man in oa. een wc worden opgesloten. Het geschreeuw door martelingen is tot op de straat te horen! Een vernedering van jewelste,- Heeft u dat niet meegemaakt meneer Somers? Wel aangehoord aan de bar? Bar van het Oranje hotel?

  4. Peter van den Broek zegt:

    Over de Pesing-affaire is een discussie aan de gang tussen prof. dr. Romijn en Drs. Cees Somers + kol b.d. drs. Anne Tjepkema of de Militaire Politie al dan niet in samenwerking met de KL, 2-14 R.I. (het tweede bataljon van het veertiende Regiment Infanterie, het Zeeland-bataljon) zich schuldig hebben gemaakt aan oorlogsmisdaden, in het verleden wel Excessen genoemd.

    Voor mij is interessant het woordgebruik van historici als het over geweld gaat in het voormalig Nederlands-Indie, dat voor mij die de inburgeringscursus niet heeft gevolgd wel problemen oplevert.

    De volgende links heb ik geraadpleegd (google sleutelwoorden “Pesing 1946 Romijn”)

    1) https://carre.nederlandseofficierenvereniging.nl/5-2020/pesing/

    2) https://carre.nederlandseofficierenvereniging.nl/nr-7-2020/carreactie-2/

    3)https://www.academia.edu/19680439/Learning_on_the_job_Dutch_war_volunteers_entering_the_Indonesian_war_of_independence_1945_46

    Klik ik bij het Googlemenu op “afbeeldingen”, dan verschijnen ook duidelijke foto’s van de Pesing-affaire

    Er wordt natuurlijk weer gesteggeld over het Aantal doden, maar uit de Rawagede-rechtzaak wordt duidelijk dat niet het aantal doden doorslaggevend is, maar dat de Nederlandse overheid verantwoordelijk was voor de (oorlogs)-misdaden van haar militairen. Oorlogsmisdaden verjaren niet, ook niet voor Nederlandse militairen.

    • RLMertens zegt:

      @PetervandenBroek; ‘Nederlandse excessen etc.’- Beoordeelt door Nederlandse officieren? Zelfs hun opper bevelhebber indertijd; generaal Spoor was al het spoor bijster!

      • Peter van den Broek zegt:

        @dhr Mertens
        Ik wil specifiek ingaan op de affaire Pesing omdat die zoals prof. Romijn een voorbeeld is voor het militair geweld in Nederlands-Indie , eufemistisch “Excessen” en het afdekken van misdaden door het Militair gezag en de politieke leiding. Vooral de behandeling van getuigenverklaringen, die niet stroken met het gebruikelijke verhaal van Nederlandse militairen.

        Dhr Mertens heeft het op een gegeven moment over een “pastoor P.Seegers”, maar in de documenten komt ik de naam van de aalmoezenier van Van de Vrande van het desbetreffende regiment tegen. .Deze heeft een verklaring over de gebeurtenissen afgegeven. Ik kom meer verklaringen tegen van religieusen over misdaden in Nederlands-Indie van na de oorlog, zowel mbt Bersiap tegen Nederlanders maar ook in de oorlog tegen Indonesiers (zie Rechtzaken aangaande Zuid-Celebes). Anders dan die zaken wordt bij de Pesing-affaire de almoezenier gedesauvoueerd.

        De onderzoekscommissie meende namelijk dat de 2 belastende verklaringen over de in de rug geschoten Indonesiër en de doodgeschoten Indonesische gevangenen die handboeien droegen niet betrouwbaar zijn.
        De argumenten die de commissie hiervoor aanvoerde zijn echter zeer zwak. De belastende getuigenis dat een militair een jonge Indonesiër in de rug schoot, vond de commissie onaannemelijk omdat de getuige, de aalmoezenier, niet de Maleisische taal sprak!!!! Maar of de predikant nu wel of niet de taal beheerste: voor een dergelijke daad hoef je de taal niet te spreken om te begrijpen dat de militairen een ongewapend persoon in de rug schieten.
        De commissie meende daarnaast dat de belastende getuigenis over de doodgeschoten Indonesiërs niet strookte met de werkelijkheid, omdat een kapitein verklaarde dat zij hun gevangenen nooit handboeien omdoen.!!!!

        De Britten stellen zelf een onderzoek in, het rapport daarover wordt niet aangeduid, maar wel enkele opmerkingen gedaan door de betrokken officieren uit een niet-gedateerd rapport, dus van horen-zeggen.

  5. Peter van den Broek zegt:

    Drs. Cees Somers + kol b.d. drs. Anne Tjepkema van de Officierenvereniging richten hun felle kritiek op de wijze waarop prof. Romijn de Pesing-affaire in de publiciteit brengt m.n. over de vermeende oorlogsmisdaden van Nederlandse militairen de zgn oorlogsvrijwilligers.

    Ik ben weliswaar geen historicus, maar vraag mij af hoe zij aan hun beweringen komen. Zij geven op het eerste gezicht een met argumenten onderbouwde zienswijze, maar iets klopte er niet, er zijn teveel onlogische redeneringen (aanpassen van de demarcatielijnen aan de patrouillegang) en afzonderlijke feiten worden aanelkaar geplakt om tot een rechtvaardiging van de gebeurtenissen te komen. Dat laatste is wat anders als een historische verklaring. Graaf ik dieper dan val ik van de éne in de andere verbazing.

    Volgens Somers en Tjepkema draait de actie-Pesing om het vaststellen van een nieuwe, meer westwaarts van Batavia gelegen demarcatielijn die de patrouillegang van de Nederlanders moest vergemakkelijken. citaat”….De U-brigade had last van voortdurende hit-and-run acties vanuit Pesing, een dorp aan de noord-zuid stromende kali Angke tussen Batavia en Tangerang. De spoorlijn naar Tangerang kruist daar de rivier. Commandant 2-14 R.I. (het tweede bataljon van het veertiende Regiment Infanterie, het Zeeland-bataljon) had als opdracht om het dorp op 15 april 1946 te zuiveren. ……….. … Het Britse statement onderschreef de operationele autonomie van de regionale commandanten om ter wille van de patrouillegang de demarcatielijnen aan te passen en besloot met: ‘It is pointed out that had the TRI agreed to the terms laid down by the Commander of the Battalion, this incident would never have occurred. Up to date the TRI has ignored the allied proposals and have made no further effort to contact the battalion commander’ [9]. Het gevechtsrapport gaf een chronologische opsomming van de het verloop van de actie…..

    Zij gebruiken o.a. als bron R. McMillan in zijn gezaghebbend boek “The British occupation of Indonesia 1945-1946”.. Aangezien ik het boek ken, het is on-line te raadplegen, was ik benieuwd wat McMillan precies te zeggen had op de door Somers & Tjepkema aangegeven blz 90 van zijn boek. Wat schetste mijn verbazing dat zij een eigen interpretatie geven van het gebeuren in het boek          . Hun verhaal is weliswaar niet correct, maar wel goed verzonnen, zouden Italianen zeggen

    • Jan A. Somers zegt:

      ” onlogische redeneringen (aanpassen van de demarcatielijnen aan de patrouillegang) “Ik weet natuurlijk geen details, maar waarom zou dit onlogisch zijn geweest? Een demarcatielijn wordt in onderling overleg vastgesteld. Als er praktische problemen zijn, praat je daar gewoon over tot een beter resultaat. Voor onze mobiele poliklinische zorg konden wij zonder problemen de demarcatielijn passeren. Wel onder hoofdschudden van de daar geposteerde mariniers. Zie Javapost, Onder de vlag van het Rode Kruis
      Geplaatst op 2 mei 2012 Na de eerste politionele actie wilde mijn zus vanuit Soerabaja naar Poedjon om de situatie rond ons huis te bekijken. Maar de demarcatielijn liep vlak vóór het dorp, en ze mocht niet verder. Maar volgens de Indonesische militairen had dat bezoek ook geen zijn, alles was platgebrand.

    • cees somers zegt:

      Geachte heer Van den Broek. Pak de bronnen erbij. Alle Britse controle rapporten gaven aan dat de gevangenen de dag erna gewoon werden bezocht. Geen sprake van tientallen vermoordde gevangenen. Daar zijn tientallen bronnen voor. Het verhaal van Romijn is gebaseerd op twee geruchten waarvan één, de journalist Veenstra, bij de VARA-uitzendingen van 1969 toegaf dat het geheel Indonesische propaganda was. Vrij oppervlakkig naast beledigend wat u schrijft. Pak de bronnen. Tientallen!

      • Pierre de la Croix zegt:

        Er zat dus een luchtje aan het verhaal …… “pesing” zo gezegd!

      • Peter van den Broek zegt:

        @dhr Cees Somers
        Vrij opvlakkig en beledigend? Kian best zijn, ik heb mijn dienstplicht niet bij de Landmacht maar Marine vervuld. Daarom mijn oppervlakkige naar domheid neigende vragen aan dhr Cees Somers.

        Nederlandse militairen gaan op patrouille , bepakt en bezakt met mortieren en ander wapentuig. Toch opmerkelijk dat mortieren bij patrouillelopen worden gebruikt, maar Nederlands-Indie was geen normaal land tussen 1945 en 1949. Het wapentuig werd blijkbaar tijdens de patrouille ook gebruikt.
        1.) Hoeveel mortiergranaten werden er afgeschoten en hoeveel en wat voor ammunitie werd er verbruikt? Wat staat daarover precies in het dagrapport van de commanderende officier (overste Sluyter) van deze Pesing-patrouille ?
        2.) Uit hoeveel man bestond de Pesing-patrouille met de sterkte van een bataljon?
        3.) Wat waren de verliezen, doden en gewonden, aan Nederlandse zijde van dit onschuldige patrouillelopen? Wie waren de drie Nederlandse militrairen die bij het patrouillelopen sneuvelden?

        4.) Hoe werden volgens tientallen bronnen demarcatielijnen tussen Indonesische en onder Britse bevel staande Nederlandse troepen aangepast in de dekolonisatieperiode 1945-1949?
        Blijkens de Nederlandse rapportage kon een Nederlandse officier (overste Sluyter) dat op eigen houtje en met mortieren besluiten!
        5.) Van welke Nederlandse officier dwz kolonel had overste Sluyter die bevoegdheid gekregen? Van welke Brtitse officier had deze officier die autoriteit gekregen? Dat moet toch ergens vermeld staan in die tientallen bronnen?

        Er waren niet alleen Britse controlle rapporten (sic),
        6.) Welke controlle rapporten waren dat en waar kan ik die in de Britse archieven terugvinden?
        7.) De Engelsen hebben bezwaar gemaakt op hoog niveau : wat zeggen de tientallen bronnen van dhr Cees Somers hierover?

        Zie bevoorbeeld:
        – War Office WO 203/6375, telegram van Mountbatten Supreme Allied Commander SEAC aan zijn regering en opperbevel in London over de Pesing-incident
        – War Office WO 203/2466, rapport genaamd ,Pesing Incident’, gestuurd van Head Quarter Allied Forces Netherlands East Indies (ltnt-gen. Stopford) HQ AFNEI aan Head Quarter Allied Forces South East Asia (Mountbatten) ALFSEA, ‘Notes on the Pesing Incident by G2(I Pol), Paragraph 11 of 161st Indian Infantry Brigade Operational Order No. 11, 17 March 1946. (brigadier Weston)
        – War Office WO 203/2466, bericht van brigadier Weston aan overste Sluyter, 18 April 1946, bericht van overste Sluyter aan brigadier. Weston, 19 April 1946.

        8.) Moet ik voor de duidelijkheid uit de briefwisselking tussen brigadier Weston en overste Sluyter citeren?

  6. Peter van den Broek zegt:

    Ik onderschrijf de redenering van dhr Somers dat het logisch is dat een demarcatielijn in Onderling overleg en op het juiste Niveau wordt vastgesteld. Dat isnlogisch en gebruikelijk, maar dat gebeurt bij Pesing niet want wat schrijven de onderzoekers Somers en Tjepkema:…..Het Britse statement ONDERSCHREEF de OPERATIONELE AUTONOMIE van de REGIONALE commandanten om ter wille van de PATROUILLEGANG de demarcatielijnen AAN TE PASSEN.

    Hier was totaal geen sprake van “onderling overleg” maar Autonomie van Regionale Commandanten, dat ook nog eens door een Brits statement zou zijn Onderschreven. Dan gaan bij mij de alarmbellen wel rinkelen. De (ON)logica en woordgebruik van de auteirs duiden er op dat zij de feiten naar Nederlandse hand pogen te zetten. De auteurs gebruiken zelfs als bronvermelding R. McMillan “The British Occupation of Indonesia” en die geeft op blz 90 toch een andere en geloofwaardige lezing van de gebeurtenissen gebaseerd op primaire bronnen daarbijaangevend dat de Nederlanders wel heel creatief hun gelijk halen. Hun verhaal was weliswaar niet correct maar wel goed verzonnen.

    • Jan A. Somers zegt:

      Nogmaals, ik ken totaal geen details en ben ook niet erg geïnteresseerd (je kunt niet alles doen). Ook regionale Indonesische commandanten? Ik heb zo’n idee dat het bij die Indonesiërs niet erg duidelijk is wie er aan hun kant verantwoordelijk was voor de demarcatielijn, en of dat door andere strijdgroepen en loslopende macho’s werd geaccepteerd.
      “wel heel creatief hun gelijk halen”, “naar Nederlandse hand pogen te zetten.” Dat is toch normaal bij onderhandelingen? Kan je ook bij de Indonesiërs verwachten. U hoeft niet verder hierop te reageren hoor, wellis niettis. Heb daar geen zin in. Het ging mij alleen om de directe aanleiding tot het doodschieten. Actie > reactie?

  7. Arthur Olive zegt:

    Ik vraag me af waarom dat dorp “Pesing” (Urine) wordt genoemd.

    • Pierre de la Croix zegt:

      Voor zover ik weet heeft niemand deze vraag beantwoord, te druk met oorlogsverhalen. Met “pesing” wordt volgens mij urine lucht bedoeld. Urine zelf is “air kentjing” (“kentjing” = “pissen”) of “air seni”.

      Waarom die kampong of desa “Pesing” heette laat zich raden. Ik kwam als jongen wel eens op bezoek bij een Javaans vriendje in de kampong bij ons huis, waar het altijd naar pis stonk, oftewel “baoe pesing”.

  8. Peter van den Broek zegt:

    Als uit “actie > reactie” volgt, dan was het resultaat van het Nederlandse patrouillelopen waardoor van de tegenstanders ca. veertig man sneuvelden terwijl er 31 krijgsgevangenen werden afgevoerd, onder wie drie gewonden.toch een voortreffelijk resultaat. Veroorzaakt door het goedgelegd mortiervuur-

    Ik heb weinig verstand van pattouillelopen, ik vervulde zelf mijn dienstplicht bij de Marine op een opleidingsinstituut KIM. Ik probeer toch de situatie voor te stellen:
    Een groep Nederlandse militairen gaan patrouill lopen en zijn o.a gewapend met mortieren. Ik ken een mortier alleen maar uit oorlogsfilms. Het is soort artilleriegeschut dat bestaat uit een buis waarin een projectiel wordt geplaatst en is gemonteerd op een flinke metalen plaat die de stoot bij de terugslag opvangt. Ik heb me laten vertellen dat de nauwkeurigheid van de mortier beperkt is doordat de baan van het projectiel moeilijk te berekenen is, daarom wordt er meestal vrij globaal gericht. Afhankelijk van waar de granaten terechtkomen, kan deze vervolgens worden bijgesteld. Dan is het resultaat van het patrouille lopen meer dan uitstekend.

    Voor de onderzoekers van het Pesing affaire, Somers en Tjepkema, zelf Landmachtofficieren dus ervaringsdeskundigen , is het een doodnormale zaak dat een patrouille bewapend is met niet zo gemakkelijk te vervoeren mortier .
    Dat sterkt mijn interesse om ook als leek eens op de zaak in te gaan. Het woordgebruik van de onderzoekers en de wijze waarop ze met de feiten wordt omgaan doet mij sterk denken aan “alternative facts ” of “post-facts”, ik zal het woord deep fake maar niet in de mond nemen.

    Er zijn feiten, de chronologische volgorde van feiten en dan ook de interpreatie ervan. Het verhaal dat de onderzoekers ons willen doen geloven, laat wel te wensen over

    • Jan A. Somers zegt:

      “is het een doodnormale zaak dat een patrouille bewapend is met niet zo gemakkelijk te vervoeren mortier” Dat is nieuw voor mij. Vraag eens aan onze infanterist en kruisridder of hij wel eens patrouille heeft gelopen met een mortier op zijn rug! Jan A. Somers heeft als artillerist in ieder geval geen verstand van mortieren. Alleen maar eens gezien op het artillerieschietkamp Oldenbroek. Volgens mij veel geschreeuw en weinig wol. Maar geschiedschrijvers weten ook niet alles, maken van tien man een peleton. Niet erg hoor, bij mij ging het om een compagnie (dacht ik).

  9. Peter van den Broek zegt:

    De historici Somers en Tjepkama (kol. b.d.) schrijven in het blad van de Nederlandse officierenvereniging (dat is wat anders dan de Donald Duck) over de Pesing-affaire. Mijn aandacht werd getrokken door hun citaat: ….Het Britse statement onderschreef de operationele autonomie van de regionale (Nederlandse) commandanten om ter wille van de patrouillegang de demarcatielijnen aan te passen.

    Het klinkt meer op een wat voorbarigeen niet-onderbouwde conclusie conclusie dwz een alternative fact of postfact, want was het geval.
    Het South East Asean Command SEAC (Lord Mountbatten) voerde toendertijd het gezag over Nederlands-Indie. De commandant over Java was ltnt-gen Stopford. Toen hij op de hoogte was gebracht van wat in Pesing gebeurde, gelastte hij hij een onderzoek over de gang van zake. De Nederlandse aanval op Pesing vond plaats zonder dat de Britse territoriale commandant Brigadier Weston van de 161st Indian Infantry Brigade was ingelicht. Weston had een operationele order uitgevaardigd dat aangaf ” actions out of the ordinary had to be reported to the Brigade Headquarters”. De Nederlandse aanval ging tegen deze order in. Een geval van subordinatie.
    Brigadier Weston vroeg rekeniung en verantwoording aan de ltnt-kol J.W. Sluyter, commandant van het bataljon , welke verantwoordelijk was voor de Pesing actie.

    Dit gegeven vind ik niet in het verhaal van de historici Somers en kol b.d Tjepkema terug. Dat niet alleen, wat verder ontbreekt is een chronologisch beschrijving van de gebeurtenisssen, te beginnen bij de onderhandeling tussen de Britten en het Tangeran Regiment, een eenheid van het officiele Indonesische Republikeinse leger TRI over de aanpassingen van de demarcatielijn bij Pesing.Dit gegeven lijkt mij toch essentieel voor een beter begrip van het verhaal van Somers en kol. b.d. Tjepkema

    • Jan A. Somers zegt:

      ” op 15/4-’46″ Ik weet niet op welke datum in 1946 het gezag door SEAC werd overgedragen aan het Indische bestuur. Ik dacht ergens in maart, maar dat is alleen maar ‘gedacht’.

  10. Peter van den Broek zegt:

    Bij het lezen van 161st Indian Infantry Brigade gaat bij mij een lichtje branden . Dat was toch de brigade die ingezet zou worden bij de slag om Soerabaja op 10 November 1945? Nederlandse schrijvers zoals Meelhuijsen en Bussemaker veronderstelden dat deze brigade in Soerabaja zou worden ingezet, maar dat hadden ze verkeerd gelezen, het lag wat anders.
    Toen deze brigade de haven van Soerabaja naderde, besloot de toenmalige commandant van het Britse leger in Nederlands-indie, gen. Christison dat 3 brigades genoeg waren om Soerabaja te heroveren. De 161ste brigade wendde haar steven en koerste af op Batavia.

    Naar ik begrepen heb, kwam aan het SEAC-autoriteit in Nederlands-Indie pas eind november 1946 een eind. Het hoofdkwartier van het XV Indian Corps, waaronder de Britse divisies reulteerden droeg op 27 November het bevel over aan het Hoofdkwartier van het KNIL en voer op 29 November weg naar India. Op 30 november hield het Southeast Asia Command operationeel op te bestaan.

    • Jan A. Somers zegt:

      Al in september was besloten dat op Java een divisie zou worden ingezet, aan te landen in Soerabaja vanwege de goede havenfaciliteiten. Daartoe was Huyer naar Soerabaja gezonden, kijken hoe of die havens erbij lagen.
      “pas eind november 1946 een eind.” Maar in Soerabaja waren ze al in maart opgevolgd door de mariniersbrigade. Die volgens mij niet onder SEAC resulteerde. Hoe de zaak in elkaar stak weet ik niet. Het gezag van SEAC over de gebieden buiten Java was door SEAC aan de Australiërs toebedeeld. Deze vertrokken nadat KNIL de laatste posities van de Australiërs hadden overgenomen, en het gezag formeel aan SEAC hadden teruggegeven. . Op 13 juli 1946 werd door SEAC in Makassar het gezag over deze gebieden aan de Indische regering (niet de Nederlandse regering!) overgedragen. Die Engelse generaal kon met enige moeite een Brits erepeleton formeren om de vlag te strijken en van Mook had ook maar een handjevol KNIL-ers om de vlag te hijsen.

  11. Peter van den Broek zegt:

    Ik kom terug op de Pesing-affaire. Zoals ik al eerder aangaf vertellen de twee Nederlandse historici, C. Somers en kol. b.d. Tjepkema een eigenaardig verhaal over Pesing. Ze reppen niet over de onderhandelingen tussen het TRI-Regiment Tangerang en de Britten om de demarcatielijn aan te passen ten Westen van Batavia, waar de Nederlands-Indische regering haar zetel had. Het geeft wel de nutteloosheid en onmacht van de Nederlands-Indische regering aan.

    Wat gebeurde erin werkelijkheid, wat was de objectieve realiteit?
    De Britten besloten deze Indonesische eenheid wapens te leveren als zij een “peace keeping” rol zouden vervullen in het gebied. Het regiment zou daarmee instemmen als zij de goedkeuring van het Centrale Indonesische Legercommando in Yogjakarta zou krijgen. kennelijk heerste er discipline in het Indonesisch leger, tenminste er was een militaire hierarchie. Terwijl de Indonesiers op antwoord wachtten, vielen Nederlandse troepen aan en bezetten Pesing, tegen de uitdrukkelijke orders van de Britten in. De Britten liepen zo wel gezichtsverlies op.

    De eigengereide en ongedisciplineerde Nederlandse actie, door C. Somers en kol. b.d. Tjepkema eufemistisch aangeduid als “operationele autonomie van regionale Nederlandse commandanten” laat diepe sporen na op de Brits-Nederlandse verhoudingen. De Nederlandse militaire rapportage geeft in eerste instantie aan dat Pesing onbezet was (sic). In feite was hier geen sprake van eenvoudig patrouillelopen maar een vooropgezette, een van te voren geplande actie ondersteund door mortieren op een door het officiele Indonesisch leger bezet gebied.

    De Indonesiers pakken het wat anders en intelligenter aan, op de zgn kraton-manier. Ze zeggen niet direct wat er gebeurd was, maar laten als een wajangspel de schaduwen spreken. In de middag wordt een stafofficier van het Britse hoofdkwartier gewaarschuwd door de TRI met het verzoek om ambulances te sturen naar Pesing om een groot aantal gewonde Indonesische militairen op te halen!!

    C. Somers en kol. b.d.Tjepkema laten zich daarna weinig kritisch uit over het Nederlands optreden . Ze citeren alleen delen van Britse en Indonesische bronnen om het Nederlands gelijk te rechtvaardigen, het lijkt wel op counter-intsurgency.

  12. Peter van den Broek zegt:

    dhr Cees Somers

    Ik vraag me af of het Pesing-verhaal volledig is. Bij het patrouillelopen in Pesing sneuvelen niet alleen indonesische TRI- maar ook Nederlandse militairen.
    Ik heb in zekere zin wat ervaring met patrouillelopen. In een discussie op Javapost over de Teeken-patrouille, een Marinierseenheid, betrokken bij een VERMEENDE oorlogsmisdaad in Prambon Wetan kom ik in tegenstelling tot Marjon van Pagee, een bekende onderzoeksjournaliste, NIET tot de conclusie dat er sprake was van excessief geweld. Wat het wel was, kunnen de Indonesische bronnen wel duidelijk maken.
    https://javapost.nl/2015/04/04/namen-de-nederlanders-wraak/

    Mijn aandacht richt zich weliswaar op de Bersiap, maar louter uit interesse lees ik soms ook over andere Excessen. Gewapend met de Teeken-patrouille kennis i.c. onderzoeksmethodiek ben ik het Pesing-incident gaan uitdiepen.

    Het 2-14 R.I. (het tweede bataljon van het veertiende Regiment Infanterie) vanwege de regionale samenstelling Zeeland bataljon genoemd, verloor drie man, onder wie een hospik die juist bezig was een TRI-gewonde te behandelen.
    Maar het vreemde is en ik beperk me tot de Nederlandse verliezen, dat:
    1) de gesneuvelde militairen waren niet afkomstig uit Zeeland
    2) de gesneuvelde militairen behoorden niet tot het 2-14 R.I.
    3) er sneuvelden niet 3 militairen, maar meer militairen.

    De actie blijkt toch iets meer dan gewoon patrouillelopen in de buurt van Batavia geweest te zijn, waarbij meerdere Nederlandse regimenten i.c. bataljons betrokken waren.

    Dus mijn gerechtvaardigde vraag is “Wat gebeurde er precies in Pesing?
    Naar analogie van de Teekenpatrouile kan de vraag gesteld worden: Namen de Nederlanders wraak?

  13. Peter van den Broek zegt:

    Wat mij bij de Nederlandse gesneuvelden opvalt dat het merendeels oorlogsvrijwilligers waren OVW. en ook jong. Maar hoe voorbereid gingen zij naar Indie?

    3 hadden de leeftijd van 23 jaar en dat betekende dat ze bij het uitbreken van WO2 in 1940 omstreeks 17 jaar waren, te jong om de dienstplicht te vervullen en tegen de Duitsers te vechten.
    Ik redeneer door. Al deze jongens kwamen van boven de rivieren, dus waren in mei 1945 bevrijd. In september/oktober 1945 meldden zij zich vrijwillig aan voor de militaire opleiding, die ze in Engeland volgen. Vandaar zouden ze per troepentransportschepen naar Indie worden verscheept (tijdsduur 5-6 weken) . Ze konden niet direct op Java landden en werden naar Malakka gestuurd. Pas in maart 1946 liet het Britse militaire opperbevel Nederlandse militairen toe op Java.

    Deze jongens sneuvelden op 20 mei 1946, 7 à 8 maanden na hun aanmelding als militair!!! Ik reken snel uit: aanmelding – militaire opleiding un Engeland – bootreis – verblijf in Malakka – dienst op Java.
    Hoeveel tijd werd er effectief besteed aan militaire training om deze jongens klaar te stomen om te vechten tegen een handjevol pemoeda’s of erger TRI-soldaten, die een guerilla-oorlog voerden?

    Dus gen. Spoor en zijn politiek bazen stuurden zulke soldaten naar Indie! Met hoeveel doden en gewonden zouden zij hebben gerekend om Nederlands-Indie van de Indonesische vrijheidsstrijders te bevrijden? Wat was hun calculated guess?
    Ik breng in herinnering dat bij de Britse bezetting van Java, meer dan 600 Britse militairen sneuvelden , ook van de elite-eenheid Gurkha’s. Dat waren wel door de oorlog geharde soldaten, die niet alleen tegen de Jappen maar ook Duitsers oorlogservaring hadden opgedaan.

    • Pierre de la Croix zegt:

      VdBroek: “Dus gen. Spoor en zijn politiek bazen stuurden zulke soldaten naar Indie! Met hoeveel doden en gewonden zouden zij hebben gerekend om Nederlands-Indie van de Indonesische vrijheidsstrijders te bevrijden? Wat was hun calculated guess?”

      Ik ben van de heer Van den Broek gewend dat hij grondige research pleegt vooraleer hij wat over een bepaald thema in de arena gooit en dat hij anderen de les leest wanneer die uit de losse pols een theorietje over het één of ander debiteren. Er moet toch nogal wat lectuur beschikbaar zijn over werving, opleiding en inzet in Indië van die eerste lichtingen OVW-ers en wellicht zijn er nog oud OVW-ers van het eerste uur in leven om bevraagd te worden. Waarom dan nu ineens op basis van wat losse gedachten en berekeningen de toenmalige NL regering en de legercdt in NOI, de generaal S.H. Spoor, door zijn manier van vraagstelling impliciet te verwijten dat zij in hun besluitvorming t.a.v. de inzet van de mannen lichtvaardig te werk zijn gegaan?

      Ik kwam begin zestiger jaren v.d.v.e. verplicht in militaire dienst. Landmacht. IJs en IJskoude Oorlog, die ieder moment gloeiend heet zou kunnen worden. De Sowjets en hun Warschaupact vrienden, met name de Nationale Volks Armee van de DDR, stonden aan de Oostoevers van de Oder, klaar voor de oversteek naar het westen met veel amfibisch wapentuig. Dus niet bepaald gefocust op verdediging van eigen gebied. De opleiding van dienstplichtigen die het merendeel van de Nederlandse Armee vormden bestond uit een basisopleiding van 6 (zes) weken, waar de burgerjongen van 19 – 20 jaar werd klaar gestoomd tot “geoefend soldaat”. Als de Sowjets en bondgenoten ons op de Noordduitse laagvlakte hadden aangevallen, dan zou ons leger het ook hoofdzakelijk met die dienstplichtige “geoefende soldaten” hebben moeten doen. “Calculated risk”, mag ik aannemen.

      Kijkend naar de door de heer VdB uitgezette tijdlijn acht ik het goed mogelijk dat de basisopleiding in Engeland van die eerste OVW-ers ook 6 weken duurde, minstens, maar dan veel zwaarder, want nog geheel gericht op het daadwerkelijk knokken tegen de “battle hardened” troepen van Japan, ook al had dat land op 15 augustus 1945 de wapens neergelegd. Op de boot naar den Oost was er dan nog 4 weken gelegenheid om in ieder geval de theoretische voorbereiding op Indië aan te scherpen en de volgende paar maanden gedwongen wachttijd in Malakka waren in ieder geval nuttig om de OVW-ers te laten wennen aan inspanning onder tropische omstandigheden. Toen deze OVW-ers eindelijk in NOI konden worden ingezet gebeurde dat m.i. niet onverantwoord en niet onvoorbereid. Ze ontbeerden alleen gevechtservaring.

      De VS moesten het bij hun eerste sprong in de “kikvorsoorlog” in de Pacific, naar het eiland Tarawa, ook doen met onervaren mariniers. Wat zat er anders op? Bovendien, zo heb ik altijd begrepen, waren bij iedere OVW-eenheid ervaren KNIL-mannetjes gedetacheerd, ter ondersteuning.

      Al met al zou ik zelfs de vraag niet hebben durven stellen of Spoor en zijn politieke bazen de OVW-ers zo maar voor de leeuwen hebben gegooid. Natuurlijk konden ze eind 1945 begin 1946 niet volledig inschatten wat er werkelijk gaande was in de kolonie, het was chaos. Maar ze hebben n.m.m. die eerste lichtingen OVW-ers niet roekeloos en dus onverantwoord in het diepe gegooid.

      Over “battle hardened” gesproken: Als de geruchten daarover waar zijn, dan zaten er in die OVW-bataljons nogal wat oud SS-ers, die het echte vechten aan het Oostfront hadden geleerd.

      Tot besluit de disclaimer, voordat ik word gelyncht: Het bovenstaande komt helemaal uit mijn blote kepala, natuurlijk wel gevuld met verhalen en literatuur. Maar ik ben geen krijgskundig specialist en pretendeer niet er eentje te zijn.

    • Jan A. Somers zegt:

      “Al deze jongens kwamen van boven de rivieren, dus waren in mei 1945 bevrijd. ” Ik sluit me maar aan bij onze kruisridder: “:van de heer Van den Broek gewend dat hij grondige research pleegt”
      Tijdens de oorlog zijn er zeer veel Engelandvaarders geweest. Niet alleen ‘vaarders’ maar ook via Zwitserland en Spanje. De meesten kozen voor militaire dienst. Hieruit werd in eerste instantie (vanaf 1943) de Mariniersbrigade (1943-1949) gevormd, Opgeleid in Amerika om een bijdrage te leveren aan de geallieerde oorlogsinspanning tegen Japan en meer in het bijzonder aan de bevrijding van Nederlands-Indië. Ook werd in die tijd in Engeland een begin gemaakt met de oprichting van de Prinses Irenebrigade. Met een Canadese divisie gingen ze via Normandië naar het noorden voor de bevrijding van Nederland. Zo werd oktober/november 1944 zuid Nederland bevrijd, Limburg, Noors-Brabant, Zeeland. Dus niet ‘boven de rivieren’ (Daar was wel het CLD.) Die noordelijke opmars kwam tot stilstand aangezien de Canadezen oostwaarts werden gedirigeerd, richting Duitsland. Uit deze provincies kwamen vele ‘oorlogsvrijwilligers waaruit de Eerste Divisie “7 December”. werd gevormd. Aangevuld met vrijwilligers uit heel Nederland, na de bevrijding in mei 1945, oorspronkelijk bedoeld om mee te doen aan de bevrijding van Indië. (moet u wel die naam begrijpend lezen!) Zij kregen hun opleiding in Engeland, En doordat ze in eerste instantie niet werden toegelaten in Indië , een vervolg tropenopleiding in Malakka. Om, net als de Mariniersbrigade in Soerabaja, rond maart 1946 in Indië aan te landen.
      Mijn klassecommandant op de officiersopleiding, (toen nog kapitein) Meines had zo een volledige Engelse officiersopleiding gevolgd. Duidelijk te zien en te hoen aan zijn uiterlijk, en taalgebruik en -intonatie.

    • Jan A. Somers zegt:

      “Al deze jongens kwamen van boven de rivieren, dus waren in mei 1945 bevrijd.” Was mijn reactie methodologisch correct? Of zit ik niet in de juiste benchmark? En beschik ik niet over de causale verklaringen voor historische trends?

  14. Peter van den Broek zegt:

    Dhr de la Croix, wat heeft Uw diensttijd in de 60er jaren te maken met dat van de OVWers? Die laatsten kwamen wel in een lopende oorlog terecht, voor Indischen de Bersiap. Was er soms ook een Bersiap in Duitsland? Dat is echt nieuw voor mij.

    Uw hele verhaal zit met veronderstellingen aan elkaar. Neem nou sprookjes , dat zijn toch ook allemaal veronderstellingen, die het meest te maken hebben met duimzuigen en dat wordt dan vertelt aan duimzuigende kinderen. Uw verhaalis wel erg theoretisch van aard niet gestoeld op enige bronverwijzing die met dekolonisatieperiode te maken heeft?

    Als er vergeleken moet worden dan wel met iets gelijksoortig uit die tijd. In de geschiedsschrijving is er eenheid van tijd, plaats en handeling. Dus waar gaan we mee vergelijken?

    Ik doe het uit mijn hoofd: iets uit die tijd. Hoe lang duurde de opleiding van de Marinierbrigade in de Verenigde Staten in Camp Lejeune, het grote opleidingscentrum van het United States Marine Corps (USMC) in Noord-Carolina. Van daaruit werden veel mariniers doorgezonden naar Camp Davis, nabij Wilmington in dezelfde staat, om opgeleid te worden voor diverse specialismen binnen de brigade. In vergelijking met de opleiding van de Mariniersbrigade, wat kregen de Oorlogsvrijwilligers voor opleiding?

    .

    • Jan A. Somers zegt:

      “Die laatsten kwamen wel in een lopende oorlog terecht, voor Indischen de Bersiap.” In de eerste plaats moet u bersiap niet met oorlog verwarren. En ze kwamen niet in de bersiap terecht, die was eind 1945 voorbij. Hadden de Engelsen voor gezorgd. Tenminste op Java en betreffende delen van Sumatra. Daarbuiten was er geen bersiap. En later ook geen politionele acties, door sommigen die het allemaal niet begrepen ook wel oorlog genoemd. Dan noemden de Indonesiërs dat beter: agressie.
      “wat kregen de Oorlogsvrijwilligers voor opleiding?” Vanaf 1943 in ieder geval tot (Normandië) juni 1944. En na de bevrijding van mei 1945 tot maart 1946.
      “diensttijd in de 60er jaren te maken met dat van de OVWers?” In mijn tijd, jaren 50, duurde de basisopleiding twee maanden. Dan was je geoefend soldaat. Je kon tijgeren, schieten en bevelen begrijpen en uitvoeren. Voldoende voor kanonnenvoer. Ik begrijp best dat u dat niet weet. Voor u was het belangrijk dat de jonkers u conform de reglementen correct groetten, onderweg van klaslokaal naar koffieautomaat (die er dus niet bleek te zijn)..

    • Pierre de la Croix zegt:

      Een bloemlezinkje uit het laatste oeuvre van de Van den Broek van 0355 uur in de namiddag:

      (1) “Dhr de la Croix, wat heeft Uw diensttijd in de 60er jaren te maken met dat van de OVWers?”

      (2) “Uw hele verhaal zit met veronderstellingen aan elkaar. Neem nou sprookjes , dat zijn toch ook allemaal veronderstellingen, die het meest te maken hebben met duimzuigen en dat wordt dan vertelt aan duimzuigende kinderen”.

      In reactie volsta ik met een citaat uit een bijdrage van een vrouw die ik hoog acht wegens haar beschaafde toon en intelligente betogen, vandaag gepost op de aan Java Post verwante site Indisch4Ever:

      “Mijnheer van den Broek, mag ik u eens persoonlijk aanspreken? Ik weet niet hoe u bent in het echte leven maar op dit forum (I4E dus – PdlC) bent u een tamelijk vervelende mens die altijd anderen afkraakt en zijn gelijk wil halen zonder met echte argumenten af te komen”.

      Dan hoort (leest) de heer Van den Broek het eens van een ander. Ik ga over tot de orde van de rest van mijn dag.

  15. Peter van den Broek zegt:

    Al die bovenstaande verhalen zijn best informatief maar zeggen niets over de basis- en verdere opleiding van de militairen, die in Pesing sneuvelden
    .
    Zij dienden bij bataljon Margriet:
    -De militairen waren vnl afkomstig uit het district Sallandt en kregen hun basisopleiding (3 maanden!) in de Margrietkazerne in Harderwijk, vandaar de naam bataljon Margriet, opgericht op     12-07-1945  te Harderwijk                    
    -Vertrek Engeland:17-10-1945  Aldershot/Wokingham   
    In Engeland kregen zij hun noodzakelijke uitrusting !! Hoe zouden zij opgeleid zijn in Harderwijk zonder noodzakelijke uitrusting, met houten geweren?
    -Vertrek Indië:  28-10-1945 a/b “Nieuw Amsterdam” , niet het cruise- maar troepentransportschip        
    -Aankomst Malakka: 20-11-1945  Soengei Patani                
    Ik weet niet precies hoe het hun verging in Soengeu Patani in Malakka, enig inzicht geeft het boek over de W.-brigade:

    1) “Maar desniettegenstaande beschikte het Koninkrijk der Nederlanden eind ’45 slechts over een geoefende mariniersbrigade van 4500 man en voor de rest over weinig geoefende cn matig gedisciplineerde losse bataljons infanterie”.
    2) “Met mondjes- maat werd er voorzien in kleding en schoeisel, zodat na verloop van tijd tenminste niemand zijn dienst meer op pantoffels behoefde te verrichten”
    3) Er werd in hoog tempo gestunt, georganiseerd, versierd, overreed, gepraat en gepacteerd, maar het resultaat was dan ook, zoals onze grootmoeder-van-vaders-kant zou zeggen, dat Jantje in de broek en Klaasje in de rok
    Aankomst Indië:  09-03-1946  Batavia 

    Ik verzin het niet zie https://kennemerbataljon.files.wordpress.com/2017/08/de-w-van-willem-kroniek-van-een-brigade.pdf

    wat zou Jantje in broek en Klaasje in de rok betekenen bij de Koninjklijke Landmacht?

  16. Peter van den Broek zegt:

    Nu weet ik alles over de basisopleiding bij de landmacht in Nederland in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw, maar daarvan word ik niet veel wijzer. Het lijkt mij geen juiste benchmark om de situatie in Nederlands-indie van na WO2 te begrijpen, want het is weinig zinvol, laat staan methodologisch verantwoord de militaire ervaringen van de Heren Somers en de la Croix te vergelijken met het specifieke geval van die infanteristen die bij Pesing sneuvelden, daar gaat het topic tenslotte over.

    Hoe zit hun vergelijkende analyse eruit? De bovengeschetse wijze i.c. de vergelijkende analyse heeft weinig met de theorie van vergelijken en historische analyse te doen.
    Beschrijven de Heren een algemene trend op basis van kwantitatief bronnenmateriaal (sic) waarin de Pesing-affaire past?
    Leveren zij causale verklaringen voor historische trends, verklaringen die de mensen uit die tijd zelf niet begrepen zouden hebben omdat zij zich van die trends vaak niet bewust werden? Laat dhr Mertens dit (oorzaak en gevolg) maar niet horen.

    Wellicht heb ik iets gemist of niet begrijpend gelezen, dat laatste kan ik ook niet. Vaak vind ik hun geschrijf onbegrijpelijk, beauty and insanity is in the eyes of the beholder.

    Ik ga maar verder in het boek van Peter Burke ” Stadscultuur in Italie tussen Renaissance en barok”. Wat was barok ook al weer?

    • Pierre de la Croix zegt:

      VdBroek: “Ik ga maar verder in het boek van Peter Burke ” Stadscultuur in Italie tussen Renaissance en barok”.

      Goed idee!

    • Jan A. Somers zegt:

      “verdere opleiding van de militairen, die in Pesing sneuvelden” Als u nou eens begint met te vertellen uit wat voor militairen zo’n eenheid bestond, kunt u uw vragen over die verschillende opleidingen wellicht bij het ministerie voorleggen. Ik weet toch niet in detail hoe of een radiotelefonist is opgeleid? of een hospik? Of een brenschutter? Ik hoop, dat u als marineofficier weet wat voor marinemensen allemaal aan boord zijn. En wat hun opleidingen zijn? Bovendien ben ik maar een eenvoudige sinjo die niet al uw hoogdravende woorden en zinnen begrijp. Wat moet ik bijvoorbeeld doen met ‘methodologisch verantwoord de militaire ervaringen’; Jantje in broek en Klaasje in de rok zijn toch oude gezegden? U heeft toch goed middelbaar onderwijs genoten? In dat gebouw tegenover ons huis! Juist bij het Christelijk onderwijs hecht men toch aan het verleden? Ik werkte als werkstudent bij de Gistfabriek in Delft. In die tijd begonnen de meisjes van de administratie broeken te dragen. Verbaasde directeur: Dames, broeken aan de kapstok! Was dat een methodologische uitspraak?

  17. Peter van den Broek zegt:

    Methodologisch verantwoord?
    Als er onderzoek wordt gedaan, gaat dat volgens bepaalde regels, althans zo wordt dat in Rotterdam onderwezen. Aangezien ik niet vertrouwd ben met geschiedkundig onderzoek, althans de methodologie, ben ik maar op eigen houtje op zoek.Dat wordt door intelligente en beschaafde mensen aangeduid als spreadsheets met amateuristische analyses en nutteloze statistiekjes. Wat best een gefundeerde uitspraak mag worden genoemd.

    Ik heb wat afgekeken van mijn zoon, die iets doet met digital strategy, U weet wel, U zoekt op Google wat op over Nederlandse militairen in Duitsland en een paar dagen later verschijnen bvb reclames over vakantiehuisjes op de Lünerburgerheide op het beeldscherm van Uw PC. Dan wordt het echt tijd Uw cookies voorkeuren aan te passen.
    .
    Als ik dezelfde methodologie op die gesneuvelde infanteristen in Pesing toepast, krijg ik best interessante dingen. Die werden na de opleiding in Harderwijk, instructie op het troepentransport schip en in Malakka met 30 (dertig) man op patrouille gestuurd, zwaar gewapend met die kennis over tijgeren, schieten, marcheren etc. Hopelijk hadden ze gehoord van de ” Voorschrift voor de Uitoefening van de Politiek-Politionele Taak van het Leger” (VPTL). Daarin kwam zoiets voor als ‘Wenken voor Patrouilles bij het Optreden tegen een Inlandschen Vijand”. Zoiets werd toegepast op Atjeh aan het begin van die eeuw. Zouden deze infanteristen uit Salland als voldoende geoefend en gedisciplineerd kunnen worden genoemd in het leger van die tijd? Wat er toen gebeurde is in m ilitaire bronnen onduidelijk beschreven. Ik hoop dat het dekolonisatieproject daarover uitsluisel kan geven.

    Laat ik de statistiek erbij halen
    Van hun W-brigade sneuvelden er in 56 (1946) + 54 (1947) + 46 (1948) en 155 (1949) = 311 in de dekolonisatie periode. Het aantal gewonden kan ik rustig met een factor 3 vermenigvuldigen. Toch best veel gesneuvelden rekening houden dat 1949 toch een rustig jaar was, de politionele acties met een mooi woord agressi miltar waren al voorbij en de vrede pardon souvereiniteitsovedracht kwam er aan.

    Wat mijn dienstplicht bij het Koninklijk Instituut voor de Marine KIM in dit verband te maken heeft, kan dhr Somers, zoon van een marine-officer het beste uitleggen.

    • Jan A. Somers zegt:

      “Hopelijk hadden ze gehoord van” Goh, heb ik wat gemist bij de 108 Afdeling Artillerie van het 1e legerkorps? Nuttig voor de gevraagde ondersteuning van een patrouille door onze 8” houwitsers?
      “vanwege de regionale samenstelling Zeeland bataljon genoemd, (…) dat:1) de gesneuvelde militairen waren niet afkomstig uit Zeeland” Waarom zouden die uit Zeeland moeten komen? Kunt u met een beetje begrijpend lezen ook voorspellen hoe of twee andere van die legereenheden genoemd waren? Zouden de manschappen van het Regiment van Heutsz ook nog van die ouwe knakkers uit die tijd zijn?
      “dat 1949 toch een rustig jaar was,” Ik zou, als ik u was, toch maar een beetje bijlezen. Het jaar van veel Indonesische guerrilla-activiteiten. Het jaar waarbij door de Veiligheidsraad partijen werd gevraagd de strijd te staken. Het jaar van het akkoord tussen de delegatieleiders Van Roijen en Roem, waarin Van Roem verklaarde dat er een bevel zou uitgaan tot het staken van de guerrilla-oorlog!
      “dhr Somers, zoon van een marine-officer” Wat een eer zeg! Laat mijn vader het maar niet horen. Dat was een eenvoudig mens. Gezaghebber GM vond hij hoog genoeg.

  18. Peter van den Broek zegt:

    In het artikel van de 2 historici Somers en Tjepkema wordt alleen het 2-14 R.I. genoemd dwz het tweede bataljon van het veertiende Regiment Infanterie, het Zeeland-bataljon. Bataljons waren vanwege hun achtergrond n.l. de Binnenlandse Strijdkrachten in die periode per district /egionaal samengesteld, zoals Zeeland bataljon, Kennemer bataljon, Haags bataljong “de Valken”, Amsterdams of “zingende bataljon” etc. Ik dacht dat dat wel in die tijd in Nederland bekend was.

    1) Het artikel vermeldt een onjuiste aantal doden, het waren er niet 3 maar 6 militairen die sneuvelden,Die 6 namen zie ik tenminste op de foto van de graven bij de eerste begrafenis.
    2) De soldaten kwamen. niet uit Zeeland . De meerderheid van de soldaten kwam uit Salland en allen waren geplaats in het 1-11 RI
    Terwijl er in het artikel maar 1 bataljon sprake was, was er tenminste één ander bataljon I-14 RI betrokken bij de Pesing-affaire. Dat wordt ook door militaire bronnen bevestigd. Het bijgeleverde overzichtskaartje gwwft wwbnn verwarringscheppend beeld van de situatie.
    3) Er blijken nu verschillende versies over het sneuvelen van die 6 militairen bestaan, waarvan èèn zo bizar op het defaitische af.

    Als mijn verhaal door de Heren als wat losse gedachten en berekeningen anders dan gedegen research wordt gebrandmerkt dan stel ik de vervelende vraag wat hun verhaal betekent? Wellicht heb ik me begrijpend uitgedrukt.

    Apropos, gezaghebber GM was toch ook een marine-officier?

  19. Jan A. Somers zegt:

    Marineofficier? Nou nee, Indisch ambtenaar.

  20. Jan A. Somers zegt:

    “Wat hun verhaal betekent” niet zo geïnteresseerd.

  21. Peter van den Broek zegt:

    Ik laat me afleiden. Zolals een intelligent iemand op een ander blog al aanduidde: In mijn EXCEL- “spreadsheets met amateuristische analyses en nutteloze statistiekjes” lees ik wat opmerkelijks

    Eén van de slachtoffers die bij Pesing op 20 Mei 1946 sneuvelde was Johan Theunis van den Brink, Soldaat en OorlogsVrijwilliger OVW van het eerste bataljon van het 11de Regiment Infanterie 1-11 RI van de Koninklijke Landmacht KL . Op het eerste gezicht is daar niks mis mee.
    Maar als ik begrijpelijk lees, dan was deze jongeman 19 jaar oud en werd toch al als Oorlogsvrijwilliger aangemerkt? Toch wel erg jonge OVW-er!

    De verwondering stijgt ten top als ik lees dat hij in Tanah Radjah geboren was. Ik begreep dat de soldaten van het 1-11 R.I. uit de regio Salland kwamen, tenminste dat maak ik op uit hun geboorteplaats. Er lijkt  wat meer aan de hand te zijn.

    Ik weet dat ouders in Nederlands-indie hun kinderen hun opleiding lieten voltooien in Nederland, tenminste degenen (Totoks) die het konden betalen en dat waren er heel veel in Nederlands-Indie. Veelal gingen de ouders met Europees verlof en brachten hun kinderen vaak in Nederland bij familie in de kost.
    Het kan zijn dat dat bij Johan Teunis van den Brink ook het geval was. Als dat zo was is dan is het toch opmerkelijk dat iemand van 19 jaar, in de dienstplichtige leeftijd naar Nederlands-Indie werd gestuurd, want volgens de geldende  Grondwet konden dienstplichtigen niet buiten Nederlands grondgebied naar elders gestuurd worden.Dat gebeurde danook, in 1946 werd de Grondwet veranderd om dienstplichtigen naar Nederlands-Indie te sturen. 

    De ander mogelijkheid weas dat Johan Teunis van den Brink toentertijd in Nederlands-Indie verbleef en toen het 11de Regiment in maart 1946 In Nederlands-indie voet aan wal zette, hij zich aanmeldde voor de dienst. Dat houdt in dat hij “training on the job” kreeg en na luttele weken sneuvelde. Wel erg sneu. 

    Het zijn wat dhr. de la Croix zo treffend zegt wat losse gedachten en berekeningen, maar vooral analyses van een amateur zoals een mevrouw mij noemt , die zelf haar eindexamen in Belgie heeft gedaan en daarna in Leuven heeft gestudeerd. ik noem mijzelf dilettant op gebied van Geschiedenis

    Wie heeft informatie over deze Johan Teunis van den Brink, geboren op 31/05/26 te Tanah Radja en gesneuveld op 20/05/46 te Pesing.

    • Jan A. Somers zegt:

      Tja, als je alleen maar de reglementen en computermodellen volgt, kom je niet zo ver. U had hier toch al lang over zo’n situatie kunnen lezen? En gezien op de tentoonstelling bij het IHC?
      “Toch wel erg jonge OVW-er!” Hoezo? Militaire dienst is vanaf 17 jaar.
      U weet toch dat er zeer veel studenten uit Indië in Nederland studeerden? U weet toch dat er onder de Engelandvaarders zeer veel studenten waren, ook Indonesiërs? U had de tentoonstelling bij het IHC gezien, bij het begrijpend kijken had u kunnen weten dat velen van hen oorlogsvrijwilliger werden? Net als de oorlogsvrijwilligers uit de drie zuidelijke, in oktober 1944 bevrijde provincies? En als zodanig, en later ook nog met de 7 december divisie naar Indië werden uitgezonden? Vrijwilligers! geen dienstplichtigen. Inderdaad konden formeel geen dienstplichtigen naar buiten Nederland worden uitgezonden. Maar in een uitzonderingstoestand is veel mogelijk, bovendien is de grondwet gewijzigd.
      Ik lees bij u steeds hoogdravende (moet ik mijn woordenboek raadplegen) woorden/methodieken voor onderzoek Daarbij verwijst u ook naar Rotterdam. Zelf heb ik bij mijn Delfts afstuderen een jaar onderzoek gepleegd. In mijn vele TNO-jaren onderzoek gepleegd. Bij mijn Rotterdams afstuderen een jaar onderzoek gepleegd. Als Rotterdamse promovendus vijf jaar onderzoek. Zonder computer! Met als belangrijkste methodiek: sneeuwbaleffect. Geeft ook volop ruimte aan het belangrijkste onderdeel van onderzoek: serendipiteit: Vind u niet op de computer, met welke methode dan ook. Ik herinner u nog maar even aan mijn Stelling 11, Wetenschap is het omgaan met het niet weten. Met uw digitale arbeid komt u niet verder dan hapklare brokken. Jammer genoeg is dat ook doorgedrongen bij universitaire studies.

      • Peter van den Broek zegt:

        De laatste 2 reacties zijn louter theoretische beschouwingen van het duo de la Croix en Somers? Maar ik stel een vraag over een specifiek geval n.l. Johan Teunis van den Brink, geboren op 31/05/26 te Tanah Radja en gesneuveld op 20/05/46 te Pesing. Ik krijg geen concreet antwoord. Maar dat is ook logisch want zij gaan om met het niet-weten en tot nu toe weet ik nog steeds niets nieuws over J.T. van den Brink

        Tevens zijn het loze beweringen en ik illustreer dat met hetvolgende: “Maar in een uitzonderingstoestand is veel mogelijk, bovendien is de grondwet gewijzigd”. Die bewering kan ik heel snel ad random toetsen en toevallig krijg ik als resultaat: Marinus de Bruijne, soldaat bij 2-14 R.I., geboren op 20/05/2 en gestorven op 15/04/46 (2-14 R.I.) in Nederlands-Indie , leeftijd 19 jaar. Dus het lijkt mij niet zo’n uitzondering dat zulke jongemannen naar Nederlands.Indie werden gestuurd, al dan niet OVW:

        Als ik elke keer antwoorden krijg op niet gestelde vraagen, dan is dat wel “serendipiteit”, wat dat ook betekenen mag. Trouwens Ik heb door mijn gezoek wel de causale verbinding gevonden tussen legerverslagen en Bersiapmoorden.Deze moorden vonden wel plaats in de periode 1946 en later. Zonder deugelijke argumentatie beschouwen velen deze doden als niet tot de Bersiap behorend. Als deze duizenden slachtoffers waaronder Nederlanders, Indo-Europeanen en hun sympathisanten geen Bersiapslachtoffers waren, wat waren het dan?

      • Jan A. Somers zegt:

        Tja, als u het niet weet, dan verzint u zo maar iets. Een OVWer is een vrijwilliger zoals u begrijpend kon lezen. Die kon het Koninkrijk naar overzeese gebiedsdelen sturen. (niet “al dan niet OVW” dus). Dienstplichtige is een ander vak zoals u misschien weet. Kwestie die je oplost met de wettelijke uitzonderingstoestand voor de bepalingen in de grondwet, gehoord de Tweede Kamer. En je kunt dan ook de grondwet wijzigen. Zoals u weet duurt dat even, maar gezien de uitzonderingstoestand kunt u daar op vooruit lopen. Heeft u vast wel op het CLD geleerd. Ik op de Vissingse HBS in ieder geval. En opnieuw in Delft. En opnieuw in militaire dienst. En in Rotterdam.

      • Pierre de la Croix zegt:

        Van den Broek over Johan Teunis van den Brink:

        (1) “Maar als ik begrijpelijk lees, dan was deze jongeman 19 jaar oud en werd toch al als Oorlogsvrijwilliger aangemerkt?”
        (2) “De verwondering stijgt ten top als ik lees ………..”
        (3) “Het kan zijn dat dat bij Johan Teunis van den Brink ook het geval was”.
        (4) “De ander mogelijkheid weas dat Johan Teunis van den Brink toentertijd in Nederlands-Indie verbleef”

        Twee gedienstige lezertjes denken de heer Van den Broek te hulp te kunnen schieten in zijn zoektocht naar de jonge mens achter OVW-er Johan Teunis van den Brink. Tja …. als hij geen “educated guesswork” kan gebruiken, dan moet hij zijn vraag niet in eerste aanleg deponeren bij een Indisch gerelateerd forum waar van alles rondscharrelt, maar niet per se deskundigen in militaire historie. Dan moet hij gericht op zoek naar familie en vrienden van Johan Teunis, tijdgenoten of iets jongere personen, die nog in leven zouden kunnen zijn. Desnoods ook op “Indisch gerelateerde sites”, maar dan met een korte gerichte vraag: “Wie kende …… (naam) geboren te ……. (plaats) op …… (datum) die in ……. (plaats) op 19 jarige leeftijd dienst nam als OVW-er, en op ……. (datum) bij een actie sneuvelde in Pesing, ……. (nadere aanduiding van de plaats (welk eiland, bij welke grotere plaats). Beter nog, hij zou gericht moeten zoeken in militaire archieven. Als geoefend wetenschapper zou hij best moeten weten hoe zo’n onderzoek aan te pakken.

        Hij kiest evenwel voor een lang omslachtig verhaal waarin hij ampele ruimte biedt voor “louter theoretische beschouwingen” van een paar amateurtjes en is verontwaardigd wanneer hij die ook krijgt.

        Tja …. “garbage in, garbage out” zegt men in de computerwereld. Verkeerde vraagstelling, aan het verkeerde adres. Niet slim.

      • Peter van den Broek zegt:

        Ik denk dat dhr de la Croix niet vertrouwd is met tekstanalyse, waarbij gebruik wordt gemaakt van de beschikbare kwantitatieve en kwalitatieve informatie (digitale feitenanalyse) op een geordende wijze te rangschikken alvorens men hypotheses gaan maken, want die hypothesis of veronderstellingen moeten toch ergens gebaseerd zijn dan op de dikke duim. Dan kan door het Duo wel teruggegegrepen worden op de eigen diensttijd in Duitsland of hun jeugd in Semarang/Soerabaja maar dat zijn ervaringen van het DUO en niet degene die onderwerp van studie is. Het DUO schept door hun benaderingswijze hun eigen “bias”met daaruitvolgend bizarre resultaten, hoe goed ook bedoeld.

        In de tussentijd vond ik in het Nationaal Archief NA informatie over J.T. van den Brink, maar verwijzingen naar familieleden ontbreken. Ik weet dat hij in Tanah Radjah op Sumatra geboren was, waarbij gedacht kan worden aan tabaksplantages, die zich in Tanah Radja bevonden waar zijn vader als totok een vooraanstaande functie had, maar gegevens on-line ontbreken. Stamboomonderzoek heeft niet tot een bevredigend resultaat geleid.
        Daarnaast keek ik ook naar zijn militaire loopbaan, met name wat zijn legereenheid 1-14 RI heeft gedaan.van het tijdstip in Nederland (Harderwijk) tot aan zijn sneuvelen bij Pesing. Op die manier bouw ik een profiel op van de persoon met alternatieve levenslopen, die geverifieerd kunnen worden op hun realiteitsgehalte. Dat is natuurlijk een andere benaderingswijze als die van het DUO, die uitgaan van het niet-weten, dus veronderstellen en daaruit hun theorama creeren, wat natuurlijk anders is als reconstrueren. In dez ebenadering kan ik. moeilijk iets verzinnen zoals dhr Soimers beweert. Een gegeven moet toch ergens op de werkelijkheid gebaseerd zijn?

        Ik maak gebruik on-line van verschillend zoekmachines, die ik vul met sleutelzoekwoorden, probleem is dat ik woorden van mijn tijd gebruik, terwijl archiefmateriaal in woorden van die tijd 1940-1950 zijn vastgelegd. Voordat een match plaatsvindt, kan er best wat tijd overheen gaan. Daarnaast gebruikt een zoekmachine ook algoritmen om het zoeken te vergemakkelijken. Het blijkt dan dat ik zoekresultaten op mijn PC vindt die anders zijn dan op mijn mobieltje.

        Maar soms is het wel vertederend hoe het Duo hun fantasie de vrije lop laten tot wel conclusies die geen enkele overeenkomsten met de werkelijkheid vertonen. En zo behandel ik hun “feiten”-kennis.

      • Pierre de la Croix zegt:

        Peter van den Broek 8 maart 2021 om 10:34: “Maar soms is het wel vertederend hoe het Duo hun fantasie de vrije lop laten tot wel conclusies die geen enkele overeenkomsten met de werkelijkheid vertonen. En zo behandel ik hun “feiten”-kennis”.

        Ik volsta met een herhaling van wat een beschaafde, erudiete dame recentelijk schreef aan de heer Van den Broek op de site I4E:

        “Mijnheer van den Broek, mag ik u eens persoonlijk aanspreken? Ik weet niet hoe u bent in het echte leven maar op dit forum (I4E dus – PdlC) bent u een tamelijk vervelende mens die altijd anderen afkraakt en zijn gelijk wil halen zonder met echte argumenten af te komen”.

        “Een tamelijk vervelende mens”. Wat mij betreft zou zij het “tamelijk” hebben mogen weglaten, maar ik laat het er bij.

        Tijd voor bantal en balé-balé.

        Selamat tidoer y’all.

      • Peter van den Broek zegt:

        @Heer de la Croix maar het geldt ook voor die andere Heer

        Ik vind aandoenlijk hoe U Uw gelijk haalt door ongevraagd een totaal wildvreemde dame er bij te halen, het wordt nog erger door niet haar naam te noemen, bronvermedling mag toch? . Ik heb enige tijd geleden die beschaafde mevrouw met opleiding in Belgie om argumenten gevraagd. Tot nu toe heb ik geen antwoord gekregen, ze is zeker nog op zoek..

        Mijn woordgebruik heb ik tot nu toe gekuist, geen onvertogen woord. Vroeger vertelde mijn moeder sprookjes voor het naar bed gaan. Dat is nu niet meer nodig.
        Ik werk nog even aan wat mails aan mijn klanten in Zuid-Oost Azie. Als die wakker worden kunnen ze gelijk de mails lezen van die lastige maar behulpzame Heer uit Italie.

        Mijn artikel betreft een reactie op het artikel van dhr. Peter Romijn over de Pesing-affaire.
        Hij zegt zelf: heikel punt in de inzet van de Oorlogsvrijwilligers (OVW’ers) in Nederlands Indië/Indonesië: de summiere voorbereiding van de manschappen. De aanname van de legerleiding was dat de na de Japanse capitulatie weer geformeerde eenheden van het koloniale leger, het KNIL, hen na aankomst in Nederlands-Indië zouden inwijden in de toe te passen strijdmethoden. Dat deze samenloop een potentieel van ernstig normoverschrijdend gedrag met zich meebracht bleek onder meer uit de gang van zaken rond de aanval die het Zeeuwse Bataljon OVW’ers en een eenheid militaire politie (MP) van het KNIL in april 1946 uitvoerden op het door Indonesische troepen bezette dorp Pesing, ten westen van Batavia/Jakarta.

        https://carre.nederlandseofficierenvereniging.nl/nr-7-2020/carreactie-2/

      • Pierre de la Croix zegt:

        Ach meneer Van den Broek, ik heb u al zo vaak zelfingenomen, arrogant, bot en denigrerend jegens anderen genoemd. Ik hoopte dat u het misschien zou geloven en in de spiegel zou gaan kijken als ik u zou wijzen op de mening van een ander over u, niet de eerste de beste als het gaat om voorkomend en sympathiek gedrag, een dame met een grote “D” die het betuigen van “hormat” aan anderen in haar bloed heeft zitten. Het wil heel wat zeggen dat zij zich geroepen voelde die kritiek op u te uiten. Door juist haar te citeren wilde ik benadrukken hoe mis het eigenlijk met u is.

        Overigens schreef zij haar kritiek op u op open forum. Niets geheimzinnigs aan dus, ik had haar naam kunnen noemen maar vond het niet nodig. U blijkt haar immers ook goed te kennen, zelfs te weten waar ze heeft gestudeerd. Haar uitspraak op open forum overnemen zonder toestemming leek mij ook geen zonde. U hebt mij regelmatig geciteerd zonder mijn fiat.

        U schrijft over deze dame: “Ik heb enige tijd geleden die beschaafde mevrouw met opleiding in Belgie om argumenten gevraagd. Tot nu toe heb ik geen antwoord gekregen, ze is zeker nog op zoek”. Tja … dat laatste is een veronderstelling die u van anderen zelden kunt velen. Hard bewijs moet er zijn, niet zo maar iets uit de losse pols of blote kepala beweren. Indien u verder zou zijn gegaan met veronderstellen, dan zou u ook op de mogelijkheid zijn gekomen dat uw toon haar niet aanstond en dat zij daarom besloot de discussie met u te staken. Maar ja, om op die mogelijkheid te komen is zelfreflectie nodig, een eigenschap die u ontbeert.

        De polemiek waar u kennelijk altijd op uit bent om uw ego te strelen zou ik nog wel kunnen voortzetten, maar ik ben te gast op Java Post en wil gastheer en andere gasten van de site niet verder opzadelen met gekift. Full stop dus, wat mij betreft.

    • Pierre de la Croix zegt:

      Peter van den Broek zegt 7 maart 2021 om 6:24 pm: “Het zijn wat dhr. de la Croix zo treffend zegt wat losse gedachten en berekeningen ….”.

      Ik heb dus iets treffends gezegd, c.q. geschreven. Eindelijk dan de erkenning van de heer Van den Broek waarop ik al zo lang wacht. Aldus aangemoedigd moge ik in de zaak van de jeugdige OVW-er Johan Theunis van den Brink, nog net geen 20 toen hij bij Pesing sneuvelde, nog iets toevoegen aan het vertoog van de heer Somers (overigens: wat een plaats om te sterven; ik heb eerder uitgelegd wat “pesing” betekent: de stank zoals in menig pissoir van een druk bezocht café buiten Coronatijd).

      1. Er is een aantal redenen te bedenken van JT’s drieste besluit om te tekenen voor vorst en vaderland. Een selectie: (a) Zucht naar avontuur (b) Vaderlandsliefde na 5 jaar Duitse bezetting (c) Had in Nederland de bevrijders zien binnenmarcheren en droomde van zo’n heldenontvangst in Indië (d) zijn vader was pacifist (e) hij wilde indruk maken op een meisje (f) hij had een vriendje dat al getekend had en met een mooi uniform de blits in de buurt maakte (g) was gezakt voor een eind examen en had de pest in (of schaamde zich rot).

      2. Dat een in Tanah Radja geboren jongeman in een Sallands regiment terecht kwam is niet zo verwonderlijk. Er werd in het leger wel meer gemixt om een legeronderdeel (bataljon, regiment) op “organieke sterkte” te brengen. In het onderhavige geval: Geen Sallanders genoeg, dan even omzien naar loslopende zwerfkatten die zich hadden gemeld. Speciaal voor Johan Theunis kon men zeer waarschijnlijk geen heel regiment van jonge lieden uit Tanah Radja optuigen.

      3. Dat Johan Theunis zich in Indië als OVW-er meldde en zich aansloot bij de Sallanders nadat dezen waren gearriveerd acht ik vrijwel uitgesloten, óf hij had zich al als vrijwilliger gemeld bij een KNIL onderdeel en werd van daaruit gedetacheerd bij de Sallanders. Nogmaals, ik acht dit scenario vrijwel uitgesloten. Je was per definitie “OVW-er” wanneer je je in NL of in ieder geval buiten Indië als zodanig had gemeld. Ik heb wel in mijn diensttijd Nederlandse OVW-ers gekend, die om de een of andere reden bij een KNIL onderdeel waren geplaatst. Deze droegen met trots – als ik mij goed herinner – op hun rechtermouw een badge met “KNIL” op zwart veld.

      Nou ….. dat zijn dan mijn veronderstellingen in aanvulling op die van de heer Somers.

      Just my gobangs. Zoals een iegelijk weet, begint iedere wetenschap en serieus onderzoek met een hypothese.

      • Peter van den Broek zegt:

        In een onderzoek worden hypothesen gesteld en in en serieus onderzoek worden de hypothesen ook nog eens geverifieerd. Als het duo de la Croix en Somers denken dat het hier nog een rangen- en standenmaatschappij is zoals in het voormalig Nederlands-Indie en dat zij dat verificatiewerk overkunnen laten aan een koelie zoals mijn persoon, dan zijn ze aan het verkeerde adres en in de verkeerde tijdzone. Ze kunnen hun eigen verzinsels toch zelf gaan toetsen. Trouwens ik kom tot ontdekking dat ik niet alleen hoger was in militaire rang maar ook van een hoger militair onderdeel. Dus Heren, ingerukt mars.

        Staatsrecht gebruikt als normatieve wetenschap een bepaalde methoden van onderzoek. (methodologie). Als iemand, die weliswaar onderzoek gedaan heeft op het gebied van Staatsrecht , deze methodologie gaat toepassen in geschiedkundig onderzoek, dan is het niet alleen denkbeeldig dat er wel iets fout gaan en dt jarenlang door, zoals zo duidelijk geillustreerd wordt met het voorbeeld over OorlogsVrijWilliger-Dienstplichte. Vooruitlopend op iets zonder dat daarvoor een wettelijke grondslag bestaat kan best in een bananenrepubliek maar in Nederland wordt dat wel anders geregeld. In uitzonderingstoestand worden uitzonderlijke maatregelen genomen, maar dat moet wel in de wet geregeld worden. Anders heet dat de Wet maar ook de geest van de wet naar zijn hand zetten. Let wel bij Marinus de Bruijn stond niet achter zijn naam OVW en in andere stukken was ook geen sprake van Oorlogsvrijwilliger. Ik reken even terug, deze jongeman kwam in het najaar van 1945 in de basisopleiding. . Vooruitlopend op een grondwetswijziging werd hij al opgeroepen? Waar staat dit, waar kan ik dat verifieren of mag ik dat verzinnen zoals in een sprookje van Assepoester om het verhaal JURIDISCH (sic) kloppend te maken?

      • Jan A. Somers zegt:

        “dat ik niet alleen hoger was in militaire rang maar ook van een hoger militair onderdeel.” Opererend tussen klaslokaal en messroom. Sorry, longroom. Geef acht! Presenteer geweer! Mij allemaal welbekend na het stukje carrière van mijn vader bij de KM. Die van reglementen, rangen en standen in elkaar zit. Duidelijk herkenbaar op de feestjes in Modderlust. Terwijl een onbewapende GMmer de Indische oceaan op moest om een Duitse slagkruiser op te sporen. En dan te beschieten met artillerie! GMmers die bij de demilitarisatie door de KM waren vergeten, aan hun lot overgelaten. Konden hun schip tot zinken brengen. Geëxecuteerd!

      • Jan A. Somers zegt:

        Meneer Pierre de la Croix een beetje oppassen hoor. Als u de heer van de Broek eens tegenkomt in de gang tussen leslokaal en longroom meteen presenteer geweer (of iets anders). En salueren. Anders moet u tuchtrechtelijk in de klas een half uur saluerend in de klas staan. ter leringe ende vermaak van de jonkers. (sorry, Jonkers).

      • Jan A. Somers zegt:

        “stond niet achter zijn naam OVW en in andere stukken was ook geen sprake van Oorlogsvrijwilliger.” Ik hoop voor u niet dat u lang bent blijven zoeken. Had u nooit gevonden, ook niet met uw methodologische zoekmachines.

      • Pierre de la Croix zegt:

        Jan A. Somers zegt 9 maart 2021 om 4:51 pm: “Meneer Pierre de la Croix een beetje oppassen hoor. Als u de heer van de Broek eens tegenkomt in de gang ……”.

        Oppassen? Nou …. valt wel mee hoor. Ik weet wat mij te doen staat wanneer ik een meerdere tegenkom in de gang: Halt en front maken en hakjes tegen de plint. Blik op oneindig, kin omhoog, borst vooruit, handen tegen de naad van de broek, grijns van mijn smoel …… Wie doet me wat!

      • Peter van den Broek zegt:

        citaat “stond niet achter zijn naam OVW en in andere stukken was ook geen sprake van Oorlogsvrijwilliger.” Ik hoop voor u niet dat u lang bent blijven zoeken. Had u nooit gevonden, ook niet met uw methodologische zoekmachines”.

        Ik beetje raar antwoord dat ik het nooit vind, is dat soms het omgaan met het Niet-weten? . Het gaat er maar om waar gezocht wordt, want neem nou het fenomeen “Oorlogsvrijwilliger OVW “. Daarover heeft alweer een zekere Somers, maar dan de goede en geinteresseerde Xander Somers toch een aardige bachelorscriptie (2018) over geschreven met als titel “Oorlogsvrijwilliger in een periode van dekolonisatie. Een case study naar vrijwilligers van het 1ste bataljon Jagers die ervoor kozen om als oorlogsvrijwilliger te gaan strijden in een dekoloniserend Nederlands-Indië”.
        https://theses.ubn.ru.nl/bitstream/handle/123456789/7335/Somers%2C_Xander_L.V._1.pdf?sequence=1

        Ik kan wel veronderstellingen over Nederlands-Indie verzinnen maar als die geen aanknopingspunten hebben in de Geschiedenis van datzelfde Nederlands-Indie. waar zijn we dan mee bezig? Dat is toch wel ee gerechtvaardigde vraag aan het Duo de la Croix en Somers: Waar bent U mee bezig?

      • Jan A. Somers zegt:

        U moet eens goed lezen, Begrijpend is hier niet eens nodig als u daar problemen mee zou hebben.. U schreef “naar Nederlands.Indie werden gestuurd, al dan niet OVW:” Al dan niet, net of dat geen verschil van uitzending gaf. Oorlogsvrijwilliger of dienstplichtige. Misschien dat u het niet weet, maar dat zijn principieel twee verschillende categorieën..

      • Jan A. Somers zegt:

        “Waar bent U mee bezig?” Met u! Heb ik nog niet in een zoekmachine gevonden. Maar daar heb ik dan ook niet gezocht, niet interessant genoeg voor mijn onderwerpen. Alleen als bezigheidstherapie.

      • Peter van den Broek zegt:

        @dhr Somers
        Dat er Oorlogsvrijwilliger en Dienstplichtige bestaan en in twee verschillende categorien behoren, had ik begrijpend lezend ook door. Maar waarom werden eerst “Oorlogsvrijwillegers” naar Nederlands-indie gestuurd en later Diensplichtigen? Dat er vooruitlopend op een Grondswetwijziging Dienstplichtigen naar Nederlands-indie werden gestuurd lijkt mij iets dat niet met de realiteit van 1945 overeenstemt. Onwaar, maar wel goed verzonnen

      • Pierre de la Croix zegt:

        Van den Broek, 10 mrt 1046 am: “Dat is toch wel ee gerechtvaardigde vraag aan het Duo de la Croix en Somers: Waar bent U mee bezig?”

        Zie De la Croix, 9 mrt 2.04 p.m, laatste alinea: Ik, zijnde de helft van het aangesproken duo, ben opgehouden te reageren op postings van de heer Van den Broek. Voor de onderbouwing zie de volledige tekst van mijn inbreng op die datum/tijd en als dat niet voldoende is, zie mijn voorgaande posting (De la Croix, 8 mrt 1150 pm). Wie meer onderbouwing zoekt, die raadplege het gehele oeuvre van de heer Van den Broek op Indisch4Ever en Java Post en de reacties daarop uit diverse hoek.

      • Peter van den Broek zegt:

        Ik wil dhr. de la Croix hartelijke bedanken voor zijn inbreng. Ik ga verder met de Pesing-affaire.

      • Jan A. Somers zegt:

        “werden eerst “Oorlogsvrijwillegers” naar Nederlands-indie gestuurd en later Diensplichtigen? ” U snapt er toch wel de ballen van. Oorlogsvrijwilligers in Engeland waren er vanaf rond 1943. Dienstplichtigen in Nederland vanaf 1945, zeg maar begin 1946. En een grondwetswijziging was pas mogelijk na herstel van de Staten-Generaal. U weet toch dat een grondwetsherziening in twee keren moet gebeuren, met verkiezingen daartussen? En een gekwalificeerde meerderheid. Dat is tegenwoordig makkelijker. Allemaal NAVO.

      • Peter van den Broek zegt:

        De juridische reactie van dhr Somers is theoretisch juist, kan zo uit een boekje “inleiding in het staatrecht voor dummies ” gecopieerd worden. Maar Studeerboekenwijsheid is niet voldoende om de realiteit na de bevrijding in Nederland te bevatten. Ik bekijk het van een geschiedkundig oogpunt, hoe was de echte werkelijkheid na de bevrijding?

        Het kabinet Gerbrandy had na de oorlog een uitvoeringsprobleem. Zij had met enkele kunstgrepen wel jongeren voor hun dienstplicht voortijdig, dwz vòòr de Grondwetswijziging, kunnen oproepen maar daarvoor had zij het bevolkingsregister nodig. Zoals iedereen weet had Napoleon het bevolkingsregister niet alleen opgesteld om Belasting te heffen maar ook de dienstplicht uit te voeren. Dat kan alleen met een nauwkeurige registratie van burgers. Maar het bevolkingsregister was tijdens de Duitse bezetting gedeeltelijk vernietigd en de registratie gemanipuleerd om mannen te behoeden voor Arbeitseinsatz of voor andere redenen om de Duitse bezetter op een dwaalspoor te brengen.
        Na de oorlog moest het Bevolkingsregister op orde gemaakt worden en dat duurde wel een tijdje. De overheid had intussen toch soldaten nodig om die naar Nederlands-Indie te sturen, U weet wel de Gezagsbataljons, en ontwikkelde een campagne om Vrijwilligers te werven, vandaar de Oorlogsvrijwilligers.

        Voor de echte in geschiedenis geinteresseerden is er de scriptie van Xander Somers:
        “Oorlogsvrijwilliger in een periode van dekolonisatie. Een case study naar vrijwilligers van het 1ste bataljon Jagers die ervoor kozen om als oorlogsvrijwilliger te gaan strijden in een dekoloniserend Nederlands-Indië”.
        https://theses.ubn.ru.nl/bitstream/handle/123456789/7335/Somers%2C_Xander_L.V._1.pdf?sequence=1

      • Jan A. Somers zegt:

        U vergeet dat er voor een grondwetswijziging wel een parlement moet zijn. Dus eerst de eerste verkiezingen na de oorlog. Dan de behandeling in eerste instantie van de wijziging in het nieuwe parlement. Dan nieuwe verkiezingen. Dan behandeling van de wijziging in tweede instantie, met gekwalificeerde meerderheid. Dan handtekening van de koningin. Ben je een jaar of langer bezig. Meteen tijd om de basisadministratie op orde te krijgen.

      • Jan A. Somers zegt:

        “Een case study naar vrijwilligers van het 1ste bataljon Jagers die ervoor kozen om als oorlogsvrijwilliger te gaan strijden” De eerste oorlogsvrijwilligers werden niet als zodanig genoemd. Die kregen niet de naam. dat waren de mariniers.. Vanaf 1943!

      • Pierre de la Croix zegt:

        Raymond Paul Pierre Westerling was n.m.m. ook zo’n vroege oorlogsvrijwilliger. Kwam helemaal uit Istanboel naar Engeland om een handje te helpen en kreeg in Schotland een zware commando training om tegen de Japanner te worden ingezet.

      • Jan A. Somers zegt:

        ” intussen toch soldaten nodig om die naar Nederlands-Indie te sturen,” U slaat wel veel over. Mariniersbrigade, De Prinses Irenebrigade in 1945! Gezagbataljons? De 7 decemberdivisie!
        ” zonder dat daarvoor een wettelijke grondslag bestaat kan best in een bananenrepubliek maar in Nederland wordt dat wel anders geregeld. In uitzonderingstoestand worden uitzonderlijke maatregelen genomen, maar dat moet wel in de wet geregeld worden.” Moet u gewoon eens de opeenvolgende grondwetten lezen. Het woord ‘uitzonderingstoestand’ was toen nog niet in gebruik, maar wel verschillende bijzondere toestanden (ook in de I.S.!). En dan lezen wat daarbij de plaats van het parlement is. Besturen is nog wat meer dan wettisch denken. Denk in Nederland bijvoorbeeld aan bestuurlijke ophouding (mag zelfs door een burgemeester!). En de rechterlijke uitspraak dat de Nederlandse vrijheidsbeperkende coronamaatregelen OK zijn. Bananen zijn mij bekend uit boodschappen doen , €119 per kilo. En daarbij heb ik van Zeeuws meisje enige inspraak, die je in uw republiek niet hebt.

  22. Peter van den Broek zegt:

    Het geweeklaag van het Duo houdt niet op, maar laat ik even teruggaan naar de gesneuvelde militair Johan Teunis van den Brink.

    Ik vroeg aan mijn zoon, werkend met digital strategy wat predictive analysis is en of ik dat bij Geschiedenisonderzoek kan gebruiken. Hij zei dat het daarvoor niet bedoeld was, maar ik dacht bij mezelf, ik rotzooi zoals Karel Appel (Cobra) maar wat aan. De tekst- en meer de predictive analyse zegt mij de geboorteplaats van Van den Brink te analyseren: Tanah Radja, in de buurt van Medan op Noord-Sumatra. De ouders van van den Brink woonden daar toen hij geboren werd, rekening houdend dat de mobiliteit van Europese werknemers nul was, werden zij op Sumatra zoals alle Europeanen en met hun gelijkgestelden tijdens de Japanse bezetting geinterneerd. Ik kijk op http://www.japanseburgerkampen.nl en vind bij Noord-Sumatra een rij van interneringskampen. Bij veel kampen is een namenlijst beschikbaar, vaak niet alfabetisch. Ik copieer de namenlijsten in Excel, vul in de zoekfunctie de naam Van den Brink in en klaar is Kees. De rest laat ik aan de Heren over. Op deze manier kunnen zij hun eigen veronderstellingen toetsen.

    Voor de geinteresseerden onder ons:
    op een kaart over Johan Teunis van den Brink staat vrij vertaald: tijdens het genoeglijk patrouillelopen vielen in een hinderlaag en er brak een vuurgevecht uit, 9 man werden afgescheiden van de groep. Ze werden door hun commandant en 20 man in de steek gelaten, desertie?. De verminkte stoffeijke overschotten werden later teruggevonden, w.o die van Johan van den Brink.

    • R.L. Mertens zegt:

      PetervandenBroek; ‘de verminkte stoffelijke resten etc.’- Hoe verminkt? Met een afgesneden penis in de mond, zoals steeds beweerd wordt door veteranen?

      • Peter van den Broek zegt:

        Nu ik erover nadenk. Toch wel vreemd dat AL vroeg in de dekolonisatieoorlog, in 1946 Nederlandse soldaten gedood en verminkt werden. Het doden van militairen is in een oorlog gebruikelijk, maar als deze ook nog eens verminkt worden is dat weinig respectvol tegenover doden, in wat voor Javaanse traditie past dat?
        Ik herinner me dat verminking ook bij Bersiapslachtoffers gebeurde, die werden meestal met slag- en steekwapens omgebracht. Het leek wel of zij ritueel vermoord werden.

        Ik lees wel dat het voor Nederlandse soldaten Aanleiding (iets anders als oorzaak) was om excessief geweld tegen Inbdonesische nationalisten te gebruiken, later geframed of gecoined als oorlogsmisdaden.

    • Jan A. Somers zegt:

      Ik ben dan wel geen veteraan maar bij het bergen van lijken moesten we soms wel innovatief zijn. We probeerde altijd complete lichamen samen te stellen. Dat de armen of benen misschien niet bij die romp hoorden was minder belangrijk. Ze zouden toch naamloos worden begraven.

  23. Peter van den Broek zegt:

    Bij de verslagen wordt niet vermeld, hoe de soldaten verminkt waren. Blijkbaar waren de stoffelijke overschotten zodanig heel, dat afzonderlijke graven werden gemaakt.

    Ik sta er versteld van dat na een aantal jaren de stoffelijke resten werden opgegraven en het toch mogelijk was het slachtoffer te identificeren. Ik denk toch dat een lijkschouwingsrapport werd gemaakt, hoe anders kan je lijken registreren en later de identiteit ervan bepalen?
    Ik doe het uit mijn hoofd maar het aantal onidentificeerbare lijken dat ik registreerde bedraagt minder dan 20 op een aantal van meer dan 1500 geregistreerde lijken. Daarom ben ik verbaast, dat dhr. Somers alleen lijken opgroef die voor hem onbekend waren, maar er waren zeker lijken die later bij lijkenschjouwing alsnog werden geidentificeerd, of zie ik dat verkeerd? Ik zal het oorlogsgravenregister voor Soerabaja inkijken en bestuderen hoe de lijkenidentificatie plaatsvond.

    • Jan A. Somers zegt:

      “dat dhr. Somers alleen lijken opgroef ” Weer niet goed gelezen! dhr. Somers groef niet maar onze Rode Kruisclub werkte geplunderde woonwijken af. In een huis/tuin, in de slokan, op straat, in een park enz.Werd een briefje opgelegd met straat en dichtstbijzijnd huisnummer. Afgeleverd in het Katholieke ziekenhuis, Reiniersboulevard. op een tafel in de snijzaal. Daar was niemand anders. Bij de volgende aflevering was de vorige al verdwenen.
      “maar er waren zeker lijken die later bij lijkenschjouwing alsnog werden geidentificeerd” Heeft u op Kembang Kuning dan al die graven niet gezien zonder naam? Zoiets als ’84 onbekenden’? Met een vinddatum. En in het vak Pujon,, op eentje na, alle graven naamloos. Misschien mijn grootmoeder daarbij?

    • Peter van den Broek zegt:

      Nou, Nou Heer Somers, zo kan het wel weer. Ik had voor Het bergen van lijken als activiteit een andere voorstelling. Ik wist niet dat Het bergen van lijken direct na de Brits beleg van Soerabaja in november 1945 gedaan wordt zoals dhr Somers uit ervaring beschrijft. Ik ken Het bergen van lijken van foto’s maar die hebben meer te maken met exhumatie, dat later dan November 45 plaatsvond. Exhumatie had toen niet alleen te maken met Het bergen van lijken maar ook bergen van lijken.

      Of ik het niet goed las, waag ik te betwijfelen. Het aantal van 84 onbekenden is te lezen op degrafzerk van een verzamelgraf op Kembang Kuning waarin opmerkelijk ook de 2 jonge meisjes Francken begraven liggen. De datum van 28/10/1945 geeftt aan dat Zij slachtoffers waren van het transport van Goebeng naar Darmo (zie beschrijving Goebengtransport van dhr. Itzig Heine) Toch een prestatie op zich van de lijkenschouwer en de OpsporingsDienst Oorlogsslachtoffers O.D.O. dat Zij die twee meisjes uit de berg van lijken onderscheiden konden. Men hoeft Kembang Kuning niet bezocht te hebben om de slachtoffers te herinneren en te eren.

      • Jan A. Somers zegt:

        “bergen van lijken van foto’s maar die hebben meer te maken met exhumatie, dat later dan November 45 plaatsvond.” Het ging hier niet om het bergen, maar om het herbegraven op Kembang Koening van lijken uit noodgraven. Die waren dus al geborgen.
        “uit de berg van lijken onderscheiden konden” Hoezo berg van lijken? Waar dan? Bij het bergen van de lijken uit die straat waren twee personen herkend, de andere waren stukjes en beetjes, goed geprobeerd tot complete lichamen bij elkaar te leggen. In het genoemde geval zouden we vindplaats en naam op een papiertje hebben geschreven en op dat lijk gelegd. En in ieder geval het aantal gevonden hoofden tot aantal personen te herleiden. Heeft toch niets met bergen (Zwitserland?) te maken? En ook niet met O.D.O. U snapt het nog steeds niet. Gelukkig voor u, heeft u een onbezorgde jeugd gehad.

  24. Peter van den Broek zegt:

    Als ik begrijpend lees, schrijft dhr. Somers eerst “bergen van lijken” en dat houdt in het reconstrueren van lijken, ongeacht of de delen bijelkaar hoorden , ze zouden toch naamloos begraven worden en “een briefje bij het lijk leggen met straat en huisnummer” voor eventuele identificatie. Zo kan ik ook Chaos en Wanorde scheppen. dat is de invulling van de wetenschap van het Niet-weten.

    Mijn voorlopige conclusie is dat ik geïdentificeerde lijken naar locatie kan codificeren. Dat is wel belangrijk bij Soerabaja. Pemoeda’s, Indonesische nationalisten gingen gewapend met namenlijsten de huizen langs om mannen en jongeren op te pakken. Een 1600 gingen via de Simpang Societeit naar de Werfstraatgevangenis. Een deel van de achtergeblevenen werd al dan niet afgeslacht. Ik heb de locatie van Bersiapslachtoffers nodig wanter zijn aanwijzingen dat NIET-willekeurige maar POLITIEK-geinspireerde en georganiseerde groepjes pemoeda’s, ook militair getraind, straat voor straat en wijk voor wijk afwerkten. Dat heeft weinig te maken van de stereotiepe aanduiding van opgehitste kampongbevolking zoals Goedgelovigen in aanbidding hun mantra opdreunen. Ik ga mijn spread-sheet maar bijwerken en kijken wat voor verrasing er nu weer uitrolt.

    • Jan A. Somers zegt:

      Als marineofficier weet toch wat bergen bekend?

      • Pierre de la Croix zegt:

        “Berg” ( mvd “Bergen”) – Pan Dale: “Min of meer op zichzelf staande sterke verheffing van de aardoppervlakte”.
        “Bergen van lijken” = “Heel veel opgestapelde lijken, zodat die op een berg lijken”.

        Weten die gemarineerde haringen veel.

      • Jan A. Somers zegt:

        Niet DE berg of DE bergen, maar HET bergen. In veiligheid brengen, binnen brengen, of zoiets.

      • Pierre de la Croix zegt:

        Ach ja …. ik ben ook altijd in de war met die lidwoorden.

    • Jan A. Somers zegt:

      “Wanorde”? In ons amateurisme wilden we graag complete mensen afleveren. U denkt alleen maar van achter de schrijftafel. Denk toch eens aan jongetjes van 15-17 jaar. In een akelige situatie. Waar je totaal mee onbekend was. Je werd gewaarschuwd voor boobytraps, zonder te weten wat dat was, en wat je moest doen of laten. Met de kans op terugkerende plunderende bersiappers. Hoe of je een ontrafeld lichaam op een brancard = plank krijgt zonder dat het uiteen valt! Met een Indonesische ploegbaas, die ook van niets wist. Alleen ons herinderde: dooien zijn ook mensen. Deze dagen zullen mij altijd bij blijven. Begrijpt u dat dan niet?

  25. Jan A. Somers zegt:

    Als een marineofficier niet weet wat het bergen inhoudt, geef ik maar een voorbeeld op het land (tenslotte ben ik een landmachtofficier, weliswaar met een lage rang, maar wel militair actief). Enkele auto’s zijn op elkaar geknald. Na de brandweer, ambulances en het politieonderzoek arriveert een bergingsbedrijf. Dat trekt de auto’s uit elkaar om afzonderlijke eenheden te hebben. Dan scharrelen ze de losliggende stukken bij elkaar en doen die, voor zover mogelijk, bij de casco’s. Dan begint het bergen. Die wrakken moeten toch ergens heen? De garage of de sloperij.
    Wij hebben eens met een ander jacht een gezonken jachtje opgevist. Tussen ons in mee naar de jachthaven gevaren waar een hijskraan het van ons overnam. In scheepvaart/marinetermen heet zoiets toch bergen? Heeft mijn vader gewoon op de zeevaartschool geleerd. En bij de GM ook toegepast. Daar hadden ze zeelichters voor.
    “weinig te maken van de stereotiepe aanduiding van opgehitste kampongbevolking ” Daar heb ik toch al over geschreven? In Soerabaja waren er zo’n 30 groeperingen , zoals o.a. PRI en BKR (pemoeda’s!), die je kunt classificeren als vrijheidsstrijders. voormalige leden van PETA, Seinendan, Barisan Pemoeda, Daerah, Keibodan, Heiho enz. Min of meer gedisciplineerd, maar wel los van elkaar opererend, en ook wel elkaar bestrijdend. Samen met de Kenpeitai wisten ze lange tijd orde en rust te handhaven. Staan los van de opgefokte bersiappers! Maar waarom heeft u de locatie van bersiapslachtofers nodig voor die georganiseerde acties? Daar vielen in beginsel toch geen bersiapslachtoffers bij? Zelf heb ik nooit een lijst gezien? Waarom zou zo’n simpele sinjo op een ;lijst van staatsgevaarlijken voorkomen? Ze gingen gewoon huis na huis. Wie thuis was had pech. Ik was net thuis douchen, tussen melkerij en bezorgen.
    “1600 gingen via de Simpang Societeit naar de Werfstraatgevangenis”. Dat waren er wel meer hoor. Ook gingen er mensen vanuit de Simpangclub weer naar huis.

    • Pierre de la Croix zegt:

      Jan A. Somers zegt 13 maart 2021 om 12:05 pm: “Als een marineofficier niet weet wat het bergen inhoudt …”.

      Ach ja meneer Somers, niet iedere marine officier is tevens zeeman. Je hebt bij voorbeeld de “tarissen”, de administratief geschoolde officieren, herkenbaar aan hun zilveren (i.p.v. “goud”) uitmonstering. Zo zullen er officieren KMR zijn, die uitsluitend als leraar in niet nautische vakken op het KIM hun tijd uitdienden. Een marinevriendje (KtZ b.d.) vertelde me dat in zijn tijd aan boord de diverse specialismen in de longroom groepjes vormden, dat van de zeedienst, de techneuten van de machinekamers, de artillerie officieren en later de jongens die in Amerika met het nieuwste speelgoedje hadden leren omgaan, de geleide wapens, het rakettenspul. Op de “Doorman” vormden de vliegers een kliek, die zich hoog verheven voelde boven de rest. Ook marine officieren, maar dan met “wings”. Volgens mijn vriendje waren het schip en de hele bemanning er uitsluitend om hen, de vliegers, te dienen. Ook als er eentje van het dek viel. Dan moest er snel geborgen worden.

      Overigens lijkt mij het maritieme bergen in de betekenis van “schepen binnenbrengen die door gezagvoerder of schipper en bemanning zijn verlaten” (Pan Dale) ook geen core business voor de marine. Wel voor de zeesleepvaart, waar ik zo’n anderhalf jaar op gevaren heb, waarvan 16 maanden aan één stuk (dus zonder tussentijdse aflossing) op een bootje met 15 man bezetting, de halve wereld rond. Varen met een grote “V”.

      Het oude KNIL had een afdeling “bergartillerie”, maar die had weer niets met “bergen” te maken als u begrijpt wat ik bedoel.

      Tja …. dan had je inderdaad het bergen van lijken, om te voorkomen dat er bergen van lijken ontstonden, want dan kon je je wel bergen. “Baoe pesing” zou er niets bij zijn.

      • Jan A. Somers zegt:

        Het woord (lijken) ‘bergen’ vind ik eigenlijk niet zo passend. maar ik weet niet anders. Heb ook wel eens gehoord ‘ruimen’, maar dat klinkt nog slechter. Bergen zie ik als het brengen naar een plek waar ze thuis horen in afwachting van verdere acties. Leuke verhalen voor de zondagochtend.

      • A. Olive zegt:

        In Amerika zeggen we “Storage of corpses” of “Storage of dead bodies”. Zou dat vertaald kunnen worden met “Opslag van lijken” inplaats van “Bergen van lijken”?

      • Pierre de la Croix zegt:

        Jan A. Somers zegt 14 maart 2021 om 12:12 pm: “Het woord (lijken) ‘bergen’ vind ik eigenlijk niet zo passend. maar ik weet niet anders”.

        Een geruststelling vóór het slapen gaan, geplukt uit een artikeltje van “NOS nieuws” met als kop: “Hulpverleners Mosul bergen 150 lijken per dag, nu ook van IS-strijders”.

        “Hulpverleners van Nineveh Civil Defence, Baghdad Civil Defence en Nineveh Health Department hebben nu de handen ineengeslagen. Het wordt hen nog moeilijker gemaakt door de gevaarlijke omstandigheden waaronder ze de lichamen moeten bergen”.

        Hoe naar ook, het juiste werkwoord voor het opruimen van her en der liggende dode lichamen in een stad, op het slagveld, etc. lijkt mij toch “bergen”. Wanneer de geborgen lichamen niet direct begraven worden ze ergens opgeslagen, komen ze in de “opslag” of “storage”.

  26. Peter van den Broek zegt:

    correcties bij Oorlogsvrijwilligers e.d.
    Mariniers die in 1943 het kernkader van De Mariniersbrigade in de VS vormden waren geen Vrijwilligers maar 175?beroepsmilitairen, o. a uit de Nederlandse Antillen.

    De eerste burgers die zich aanmelden als Vrijwilliger, konden zich echt aanmerken als Oorlogsvrijwilliger. Na de Japanse capitulatie was er geen sprake meer van Oorlog, dus ook niet meer van Oorlogsvrijwilliger. Dat de naam weliswaar in het spraakgebruik gehandhaaft bleef, geeft alleen maar aan hoe de strijd in Nederlands-Indie werd ondervonden. Oorlog ondanks het gebruik van termen zoals politionele acties.

    Wellicht kunnen de Heren zich bezighouden met duidelijke begripsdefiniëring anders wordt hun Chaos en wanorde nog groter.

    In mijn tijd waren adelborsten en Marine-officieren van de Administratie herkenbaar aan de zilveren ankers op hun kraagpatjes. Hun strepen (o.a. galons) waren net zoals de andere diensten van goud. Ik heb wel eens iemand met zilveren galons gezien, maar dat was dacht ik van een officier van de havenpolitie o.i.d.

    • Jan A. Somers zegt:

      “geen Vrijwilligers maar 175?beroepsmilitairen, o. a uit de Nederlandse Antillen.” En die 4800 – 175 = 4625 ???? Een aantal leden van de kernkadergroep deed oorlogservaring op tijdens een detachering bij de Prinses Irene Brigade, die na de invasie in Normandië werd ingezet op het vasteland van Europa, waaronder het Zuiden van Nederland. De Mariniersbrigade werd na de bevrijding (1944) van Limburg, Noord-Brabant en Zeeland (nog steeds oorlog!) aangevuld met oorlogsvrijwilligers uit die bevrijde provincies! U heeft totaal geen idee van de samenstelling van de naoorlogse parate legermacht. Een handje vol beroepsmilitairen, aangevuld met kortverbanders, maar voor het grootste deel met niet- beroepsmilitairen, in mijn tijd dus dienstplichtigen zoals ik. Ik wacht maar weer wat leuks van u af, u heeft het er maar druk mee! Leuk, iemand die, afgezien van Zeeuws meisje, voortdurend grote belangstelling voor mij heeft.

    • Jan A. Somers zegt:

      “geeft alleen maar aan hoe de strijd in Nederlands-Indie werd ondervonden. Oorlog ondanks het gebruik van termen zoals politionele acties.” Een beetje dom zou koningin Maxima zeggen. Die mariniersbrigade was helemaal niet voor Indië bestemd, zou samen met de Amerikanen naar Japan oprukken. Daardoor kreeg die brigade een ondersteuning door de Commandant USMC bij
      de militaire top van de Verenigde Staten. En dat was al ver vóór 15 augustus 1945! Maar dat had u toch al eerder bij mij gelezen? Stond dat niet in Excel? Over “Chaos en wanorde ” gesproken!

  27. Peter van den Broek zegt:

    correcties om in de chaos enige orde te scheppen: gecopieerd uit mijn EXCEL-sheet
    .
    Uit de geschiedenis van de Mariniersbrigade Marbrig.
    De Marbrig in Nederlands-Indië (1943-1949) was een zelfstandig opererende eenheid ter sterkte van ongeveer 5.000 man. De Marbrig werd opgericht in 1943 door de Nederlandse regering in ballingschap in Londen, met de bedoeling een bijdrage te leveren aan de oorlog tegen Japan EN de bevrijding van Nederlands-Indië. De brigade is ingezet tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd en werd opgeheven op 7 juni 1949.

    De opleiding van de Mariniers in de VS bestond uit de volgende onderdelen: rekrutenopleiding (12 weken) – gevechtstraining – Unit-training, opereren in gevechtsverband. Schijnbaar had een elite-eenheid als de mareiniers meer tijd voor training nodig dan de oorlogsvrijwilligers bij de Landmacht. Na de Japanse capitulatie was het Korps Mariniers niet meer welkom in de VS en de troepen werden met 2 troepentransportschepen (ms. Noordam en Bloemfontein) en 3 vrachtschepen met uitrusting (tanks, jeeps, vrachtwagen etc). via een omweg over de Middellandse Zee naar Nederlands-Indie getransporteerd.

    Zonder toestemming van het Britse SEAC-Command. besloot de Nederlandse politieke leiding de Marinebrigade aan wal (Nederlands-Indie) te laten gaan, het gebeurde niet voor niets op 30 december 1945, de Britten zaten al aan de nieuwjaarsmaaltijd. Het bataljon van het schip Noordam kon aan land worden gebracht maar de Britten verhinderde dat het tweede bataljon van het schip “Bloemfontein” kon landen, dit bataljon werd met de 3 bevoorradingsschepen doorgestuurd naar Malakka. Het bataljon van de Noordam was weliswaar aan land gebracht bij Tandjong Perak maar zonder uitrusting en vervoersmiddelen. De Nederlanders top (van Mook, Helfrich en Van Ooijen) zagen het nutteloze van hun operatie in, haalden bakzeil en het bataljon scheepte zich weer in op de Noordam en voer achter de Bloemfontein richting Malakka, met als excuus de mariniersopleiding in Malakka te voltooien, zoals training in de jungle.
    https://www.dekolonisatie.com/mariniersbrigade/index.html

Laat een reactie achter op Jan A. Somers Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s