Overleven tussen doodskisten

De Japanse commandant had een prijs van honderd gulden gezet op het hoofd van KNIL-sergeant Klinkhamer. Nohoe en Rantinadja in Peleroe, Sulawesi, aarzelen geen moment om de tocht naar zijn schuilplaats te ondernemen. Een sentimental journey besluit de reconstructie van de slotakte van een kleine guerrilla op Midden-Celebes in de zomer van 1942.

Rantinadja tussen de kisten van haar voorouders

Door Michiel Hegener

Jan Klinkhamer, de enige Nederlander die het verhaal over de guerrilla kan navertellen, had me een lijst meegegeven met de namen van degenen die hem de oorlog doorhielpen, allemaal leden en aangetrouwde leden van één familie in Bente — en die lijst laat ik zien aan het kamponghoofd van Peleroe, vijftien kilometer van het inmiddels opgeheven Bente. Het treft: drie vrouwen en een man van de lijst wonen in Peleroe, en even later zijn de drie oude vrouwen gehaald. Seti, Rantinadja en Waedja bekijken foto’s van Klinkhamer en nemen druk commentariërend de lijst door. Nohoe komt wat later, want hij werkt op zijn rijstakker, een uur lopen van het dorp. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 26 reacties

Een drempel in Kolonodale

Met A-1 getuige Tumimomor, die in juni 1942 de Japanners op het spoor van het onverzettelijke KNIL-legertje op Midden-Celebes had moeten zetten, wordt de speurtocht naar een slecht gedocumenteerd stukje oorlogsverleden voortgezet. Hoe kon het gebeuren dat tientallen Japanse soldaten ondanks hun superieure bewapening de dood tegemoet gingen?

De Baai van Kolonodale

Door Michiel Hegener

De KNIL-groep had zich al ver in het binnenland teruggetrokken, toen de Japanners Poso verlieten. De eerste 150 kilometer konden ze ongehinderd doorrijden — en wij nu ook. Na Poso slingert de weg zich door zwaar geaccidenteerd terrein dat vrijwel geheel is bedekt met regenwoud — het kenmerkende landschap van Sulawesi. Na zestig kilometer wijken de groene bergen uiteen en glinstert daartussen hemelsblauw het Posomeer. In de Italiaanse Alpen hadden er 500 campings omheen gelegen, nu alleen een half dozijn voordelige hotels.

Tumimomor, die tussen Poso en Tentena Hollandse liedjes heeft zitten zingen, heeft hier nog niet veel te vertellen, want de Japanse colonne was van Tentena zo snel mogelijk verder gereden, richting Kolonodale. Door snel te zijn, hoopten ze berichten over hun komst voor te blijven en de KNIL-groep te kunnen verrassen. Maar ze gingen toch niet snel genoeg. In het begin van de middag van 23 juni 1942 arriveerde luitenant Van Daalen met vijf man een paar kilometer voor het dorpje Topakoe, op de plek waar Tumimomor nu aan chauffeur Dolf vraagt te stoppen. De weg is nauwelijks een vrachtauto breed, en wordt bermloos begrensd door een berghelling en een klein, steil rivierdal. Op de meter nauwkeurig wijst Tumimomor waar het groepje van Van Daalen een groot gat in het wegdek hakte: aan de rivierzijde natuurlijk, er kon geen auto meer langs. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 3 reacties

Tranen om een dapper man

Drie maanden nadat Nederlands-Indië zich overgaf aan Japan, bleek uit een radiobericht dat het KNIL-legertje van luitenant De Jong op Midden-Celebes de strijd niet wilde opgeven. Waar de archieven over deze guerrilla geen duidelijke taal spreken, moet de vorser de ontbrekende stukken van de puzzel op Sulawesi zoeken. Wat zal hij in Poso te weten komen?

Het Poso Meer

Door Michiel Hegener

Het gesprek met Junus Moningka (67) vindt plaats bij hem thuis in Manado. Zoals wel vaker in dit land, zijn alle eerste-, tweede- en derdegraads familieleden van de geïnterviewde bij het vraaggesprek aanwezig, en hun respectievelijke buren en vrienden natuurlijk ook. Ze drinken thee en eten kokostaart. Nog voordat ik mijn eerste vraag heb kunnen stellen, krijgt de ex-KNIL-soldaat der eerste klasse het te kwaad. “Ik moet altijd huilen als ik over deze gebeurtenissen praat”, zegt hij snikkend. Als hij zich heeft hersteld, vervolgt hij: “Ik was een van de allereersten die zich opgaven om door te vechten!” Moningka barst opnieuw in tranen uit als ik hem een foto van luitenant De Jong geef. “Orang berani dia — een dapper man.”

Anderhalf uur praat Moningka over hinderlagen, onverwachte aanvallen, geheime bergplaatsen. In welke maand wat gebeurde is hij vergeten, en tussen gebeurtenissen die elkaar voor zover mij bekend snel opvolgden, zaten volgens Moningka twee of nog meer weken – maar de situaties ziet hij haarscherp voor zich. Tijdens het zwaarste gevecht, bij Salenda, kon hij de Japanners recht in hun gezicht kijken, zo dichtbij waren ze. Ze lagen in een veld met hoog gras en hadden zich gecamoufleerd met hetzelfde groen, maar tevergeefs. “Wij zaten achter een rots zo groot als een huis”, vertelt Moningka gepassioneerd nadat hij heeft nagedaan hoe hij zijn laatste handgranaat tussen de Japanners gooide. “Ik riep tegen de anderen: Maak je geen zorgen! Deze steen is zo dik dat hij alles zal tegenhouden wat de Japanners op ons afvuren!” Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 5 reacties

Spoorzoeken op Sulawesi

Waar te zoeken naar ooggetuigen van een guerrilla tegen de Japanners op het toenmalige Midden-Celebes, waarover archiefstukken meer vragen opwerpen dan beantwoorden? Deze reconstructie van de geschiedenis van een KNIL-legertje begint met een radiobericht.

Kolonodale

Door Michiel Hegener

Op 11 juni 1942, drie maanden nadat Nederlands-Indië zich overgaf aan Japan, werd in het noorden van Australië dit radiobericht opgevangen: (…) Under my command in Middle Celebes are 150 soldiers from the Netherlands Indies army who don’t want surrender to the Japanese. We need help because we are in great danger. Please send money and 20 carabine guns with ammunition by aeroplane, which can easily land in bay of Kolonodale. (…) Don’t let me beg for help in vain. At any hour my radio can be destroyed by the Japanese (….).

Als de Nederlands-Indische gemeenschap in Australië kans had gezien binnen een paar dagen inderdaad een watervliegtuig met de gevraagde machinegeweren naar de baai van Kolonodale te sturen, was alles zeker anders gelopen. Maar Nederland betekende op dat moment in Australië niets, en de geallieerden alles. Via een lange reeks militair-bureaucratische schijven bereikte het verzoek het bureau van generaal MacArthur, die er zijn fiat aan gaf, waarna opnieuw veel tijd verloren ging voordat de opdracht terug was op het hiërarchische niveau waar de uitvoering plaats kon vinden. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 18 reacties

What´s in a name?

Politiek correct denken heeft soms ook zijn negatieve kanten. Bert Immerzeel, gezeten op een terras aan de Amsterdamse waterkant, vraagt zich af of mijmeren over tempo doeloe nog wel mág.

Café De Schreierstoren, voorheen VOC-café.

Door Bert Immerzeel

Het zal je maar gebeuren. Denk je net een dagje naar Amsterdam te gaan om daar een bezoek te brengen aan plaatsen met bijzonder koloniaal erfgoed, heb je de eerste schrik al te pakken. Een bezoek aan het VOC-café, op een steenworp van het Centraal Station, bedoeld om eerst een koffie te nemen en de planning van de dag nog een keer door te nemen, loopt meteen al uit op een teleurstelling. Het VOC-café bestaat niet meer, het is omgedoopt tot Café De Schreierstoren. De reden daarvoor werd in verschillende media toegelicht door de eigenaars: sinds enige tijd ontving het café bedreigingen uit de hoek van de ‘linkse basisdemocratische organisatie tegen kapitalisme, patriarchaat en racisme’ Doorbraak. De naam VOC zou verwijzen naar een ‘gewelddadige en oorlogszuchtige’ onderneming die zich verrijkte met slavenhandel, en mocht niet worden gebruikt voor commerciële doeleinden. ‘Geef de slachtoffers van de VOC geen trap na!’ schreef een activist op de Facebook-pagina van het café. En even later schreef iemand daar zelfs: ‘Burn the place down’. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 142 reacties

Een eeuw vrede onder de koppensnellers

Eind vorige eeuw stuurde Nederland twee bestuurders naar het hart van Kalimantan om de koppensnellerij en mensenroof te bestrijden. Dat deden ze niet met geweld, maar door recht te spreken volgens de adat van de Dajaks zelf. Herdenking in het oerwoud van een goedaardig staaltje kolonialisme.

Kahayan Rivier

Door Dirk Vlasblom

Luttele minuten nadat de helikopter is opgestegen van het vliegveld van Palangkaraya, in Midden-Kalimantan, is de wereld nog slechts grijs en groen. Beneden een tapijt van boomkruinen, met af en toe een glimp van de door regens gezwollen, modderbruine Kahayan, die zich kronkelend een weg zoekt door de moerassige laagvlakte van dit deel van Borneo. Vóór ons een grauw wolkendek dat met de minuut dichter en dreigender wordt. De piloot doet een dappere poging koers te houden zonder visueel houvast beneden.

Aan boord bevinden zich twaalf mensen: drie bemanningsleden, de Javaanse gouverneur van Midden-Kalimantan drs. Warsito Rasman, diens vrouw, twee voormalige gouverneurs – beiden Dajaks – en een notabele uit Palangkaraya met echtgenote. Tenslotte drie Nederlanders: de tweede secretaris van de ambassade in Jakarta Roel van der Veen, zijn vrouw Margreet en ikzelf. Het provinciebestuur in Palangkaraya heeft kosten noch moeite gespaard. Een week eerder zijn de kwartiermakers ons vooruitgegaan; zij maakten de reis naar het binnenland per speedboot en het laatste stuk, stroomopwaarts, per prauw.

De bestemming is Tumbang Anoi, een Dajakdorpje aan de bovenloop van de Kahayan, waar honderd jaar geleden twee Nederlandse bestuursambtenaren een diplomatiek succes behaalden dat in het Indonesië van nu nog altijd wordt gewaardeerd. In het voorjaar van 1894 leidden zij in deze afgelegen kampong in de binnenlanden van Borneo een vergadering van zo’n duizend inheemse notabelen. Twee maanden lang werd volgens het traditionele gewoonterecht van de Dajaks, de adat, recht gesproken in ruim tweehonderd gevallen van koppensnellerij en mensenroof. Na afloop van dit vredesberaad zwoeren de aanwezige hoofden de ‘snel-moord’ af als rechtsmiddel.

Op aandringen van de sterke Dajakse lobby in Midden-Kalimantan besloot de gouverneur het eeuwfeest niet alleen te vieren, maar om dat te doen in hetzelfde, nog immer geïsoleerde dorpje in het binnenland: Tumbang Anoi. En wel in gezelschap van een Nederlandse diplomaat, want honderd jaar na dato beschouwen zowel de Indonesische autoriteiten als de Dayaks zelf het beraad van Tumbang Anoi als een vreedzaam wapenfeit van de toenmalige machthebbers. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 54 reacties

De pillboxen van Ambon

Het zouden toeristische bezienswaardigheden kunnen zijn, de KNIL-pillboxen op Ambon. Maar de generatie die de oorlog heeft meegemaakt, en er uit eerste hand over kan vertellen, is bijna weg. De bunkertjes die nog resten, liggen her en der vergeten en veronachtzaamd op het eiland.

Pillbox op de berg Serimau bij Soya di Atas (foto Herman Keppy)

 

Door Herman Keppy

Het past in het beeld van een sterk moderniserend Ambon. De tantes in kain en kabaja zijn vrijwel verdwenen uit de straten van de stad. In de negeri’s worden de laatste ingetogen traditionele huisjes van gaba gaba met atapdak vervangen door fel beschilderde en betegelde woningen. De oude kerken en moskeeën zijn al dan niet uit noodzaak verwisseld voor nieuwe, vaak megalomaan lelijke gebouwen. En net zoals overal ter wereld staren de mensen veel op hun telefoon en naar de televisie. Verhalen van vroeger worden niet meer doorgegeven. Dus waarom je bekommeren om pillboxen? Wat zijn dat eigenlijk? Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 15 reacties

Verleden, heden en toekomst

Ondanks het feit dat het nationaal onderzoek naar de periode 1945-1950 in Indonesië al halverwege is, is nog steeds sprake van kritiek op de uitgangspunten. Een bijeenkomst tussen onderzoekers en activisten lijkt de kou niet uit de lucht te hebben genomen.

Door Bert Immerzeel

Nederlanders, zo stelt het Sociaal Cultureel Planbureau, hebben het gevoel dat de polarisatie toeneemt. Volgens velen staan bevolkingsgroepen steeds sterker tegenover elkaar. De nuance gaat verloren.

Vooral de nieuwe media krijgen de schuld. Terwijl vroeger alleen werd nagedacht door politici en dominees, wordt tegenwoordig aan iedereen overal een mening over gevraagd. En vinden we dus van alles van alles, ook al hebben we er niet over nagedacht. En noemen we het indelen van de wereld in likes en dislikes een nieuwe vorm democratie.

Bijeenkomst in NIOD-gebouw, Amsterdam, 31 januari 2019. Aanwezig, onder anderen, v.l.n.r., Michael van Zeijl, Peter Romijn, Ben Schoenmaker, Frank van Vree, Mariëtte Wolff, Gert Oostindie, Patty Gomes. (foto: Histori Bersama)

Dislikes

Dit proces treft ook onze geschiedenis, en dus ook de geschiedenis van ‘ons Indië’. Zo hebben we de afgelopen jaren al heel wat publieke discussies voorbij zien komen. Eerst was er de kwestie van het Van Heutszmonument, daarna die van het Coenmonument en -tunnel. Vervolgens de Zwarte Piet-affaire, ergernis over de gouden koets, en de koloniale omschrijvingen en mogelijke teruggave van kunstwerken in nationale musea. De laatste maanden kwam hier ook nog bij – overgewaaid uit de VS – het protest tegen het gebruik van de blackface in de kunst. Dit allemaal nog los van de discussies rond het onderzoek van NIOD, KITLV en NIMH naar de periode 1945-1950. Het debat werd vooral bepaald door veel veel dislikes: actievoerders haalden veelvuldig de media, en bepaalden het debat. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 57 reacties

Het vuur van de bersiap

Het nationaal onderzoek naar de gebeurtenissen in de jaren ’40 is inmiddels halverwege. Omdat we nog een jaar of twee moeten wachten voor we een antwoord krijgen op onze vele prangende vragen, alvast (nogmaals) enkele gedachten over het aantal bersiapslachtoffers.

Het Ursulinenklooster in Noord-Bandoeng, gebruikt voor de opvang van vluchtelingen. (TM)

Door Bert Immerzeel

Stel, dat een historicus nu opeens concludeert dat het bombardement op Rotterdam in 1943 geen 500 maar 5 duizend doden heeft gekost, of dat de Watersnoodramp in 1953 geen 2 duizend maar 20 duizend slachtoffers telde, dan zouden we ze toch voor gek verklaren? Waar zijn al die slachtoffers dan gebleven? Toch was dít wat gebeurde met betrekking tot het aantal bersiapslachtoffers, en (bijna) niemand zei er iets van. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 322 reacties

Postume onderscheiding voor KNIL-militairen

Op het militair ereveld in Loenen hebben zeven geëxecuteerde KNIL-militairen postuum het Mobilisatie Oorlogskruis gekregen. Ze hoorden bij een groep van 215 militairen van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger die op 19 januari 1942 voor de kust van het Indonesische eiland Tarakan door Japanners werden geëxecuteerd.

De militairen bevolkten twee kustbatterijen op het eiland en wisten niet dat hun eenheid zich had overgegeven. Ze vochten daarom door en boorden twee Japanse mijnenvegers de grond in. De Japanners executeerden hen uit wraak, op de plek waar de mijnenvegers tot zinken waren gebracht. Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | 72 reacties