Ingewikkeld Indië

Tentoonstelling en boek Dossier Indië van Thom Hoffman waren een groot succes. Maar er was ook kritiek, zo blijkt. Na een klacht van een bezoeker stelden externe deskundigen allerlei onjuistheden vast. Het duurde een jaar voor die allemaal waren hersteld.

Het Wereldmuseum in Rotterdam, aan de Maas

Door Gertjan van Schoonhoven

Wie sprak er niet die dag, in de statige Balzaal van het Wereldmuseum in Rotterdam? De gastconservator zelf: acteur, fotograaf, journalist en Indië-kenner Thom Hoffman (63). Stijn Schoonderwoerd (54), directeur van het Wereldmuseum, en van diens samenwerkingspartner, het Nationaal Museum van Wereldculturen. En, tot slot, de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zelf, Ingrid van Engelshoven (D66).

Zij en een zaal vol genodigden woonden op dinsdag 1 oktober 2019 in de voormalige sociëteit van de Koninklijke Yachtvereniging (1851) de opening bij van Hoffmans historische fototentoonstelling Dossier Indië. Voor alle drie een belangrijk moment. Voor Hoffman in de eerste plaats. Hoewel geen historicus, houdt hij zich al meer dan twintig jaar bezig met Nederlands-Indië. Dit was de kroon op zijn werk. Voor de tentoonstelling en zijn fotoboek Een verborgen geschiedenis. Anders kijken naar Nederlands-Indië had hij mogen schatgraven in talloze belangrijke fotocollecties. Niet alleen wilde Dossier Indië het eerste overzicht in beeld zijn van 150 jaar koloniale geschiedenis. Hoffman wilde bezoekers en lezers ook ‘anders’ naar die geschiedenis laten kijken. Geen tempo doeloe-blik, maar kritisch. Vanuit een hedendaags, postkoloniaal perspectief, met de nadruk op de ‘grimmige’ realiteit van het kolonialisme.

Heel anders dus dan de nostalgische fotoboeken over ‘Indië’ van Rob Nieuwenhuys (1908-1999). Die zei er eerlijk bij dat zijn foto’s ‘veel verhullen’, maar deed geen poging om het verhulde te laten zien. Hoffman wel. De driehonderd foto’s die hij selecteerde, zijn even indrukwekkend als onthutsend. Weinig tempo doeloe, veel lijfstraffen, executies, strafexpedities en angstig kijkende Indonesiërs. Maar van een ‘aanklacht’ wilde hij niet spreken, zei hij in een interview. ‘Het is een feitelijke weergave – wat er in beelden gevonden kon worden – van de gebeurtenissen tussen 1814 en 1949.’ In 1814 krijgt Nederland ‘Indië’ terug van de Britten. In 1949 werd Indonesië onafhankelijk.

Ook voor Stijn Schoonderwoerd – vanaf 1 februari de nieuwe directeur van de Nationale Opera & Ballet in Amsterdam – moet het een spannende opening zijn geweest. Het Wereldmuseum was net heropend door koningin Máxima. Daaraan was sinds 2017 een ingrijpende verbouwing voorafgegaan, en ook een heroriëntatie op de rol van het museum in Rotterdam.

Na veel rumoer en zowat een faillissement onder de vorige directeur had het Wereldmuseum weinig krediet meer bij de lokale politiek. De Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur zou op korte termijn beslissen over een subsidie van 5,2 miljoen euro. Het museum moest zijn relevantie bewijzen – en snel ook. Een tentoonstelling naar Schoonderwoerds hart was Dossier Indië waarschijnlijk wel. Onder Schoonderwoerd en Wayne Modest, hoofd onderzoek en sinds 1 januari de nieuwe inhoudelijk directeur, zijn het Wereldmuseum en het Nationaal Museum van Wereldculturen (het Tropenmuseum in Amsterdam, het Rijksmuseum Volkenkunde in Leiden en het Afrika Museum in Berg en Dal) een kritischer koers gaan varen. De musea, eens de pronkkamers van de koloniale tijd, moeten niet alleen minder stoffig worden, ze moeten ook ‘dekoloniseren’. Dat wil zeggen: zichzelf als het ware hersenspoelen om af te kicken van het koloniale verhaal. Er moet veel meer ruimte komen voor het kritische perspectief van de nazaten van de gekoloniseerden van toen. ‘Inclusiever’ worden, is het devies.

Minister Van Engelshoven, ten slotte, had kort voor de opening opzien gebaard met haar verzoek om meer ‘schaduwkanten’ van de geschiedenis in de Historische Canon. Nu ging ze daar op in. Ze wil, zei ze, ‘de complete geschiedenis’. ‘Alle hoofdstukken. Donker en licht, goed en kwaad.’ ‘Een evenwichtige geschiedenis hoort bij een volwassen natie. Een nationaal archief is geen Instagramaccount.’ Ze bedankte Hoffman en het museum voor hun zorgvuldigheid.

Zowel de tentoonstelling als het boek werd een groot succes. De recensies waren van NRC tot De Telegraaf lovend, de bezoekersaantallen en de waarderingscijfers hoog. Hoffmans boek – niet door het museum gemaakt, maar door uitgeverij WBooks – is herdrukt en kreeg van de Vereniging Geschiedenisdocenten Nederland de prijs voor het beste geschiedenisboek van 2020.

Maar hoe ‘zorgvuldig’ en ‘evenwichtig’ is Dossier Indië eigenlijk? Die vraag – zo blijkt uit een reconstructie – moet intern al snel na de opening aan de orde zijn geweest. Op 8 november 2019, vijf weken na de opening, krijgt directeur Schoonderwoerd een mail van een Rotterdamse Museumjaarkaarthouder. De man heeft – als geïnteresseerde – de tentoonstelling meteen bezocht. Maar evenwichtig vindt hij Dossier Indië niet. En er zitten volgens hem in de teksten tal van feitelijke onjuistheden.

De klager – oud-advocaat B. Janssen – is geen man die graag wordt afgescheept. Als hij niet snel genoeg antwoord krijgt op zijn eerste mail, mailt hij meteen de raad van toezicht. In zijn eerste bericht aan klager, op 19 november, komt Schoonderwoerd dan ook wat korzelig over. Wat klager Janssen dan weer niet begrijpt, mailt deze op 20 november terug. ‘Elke expositiedag die voorbijgaat leidt tot bezoekers die met verkeerde informatie naar huis gaan.’ Juist musea zouden ‘in deze tijden van nepnieuws een baken van feitelijkheid moeten zijn’. Verwijzend naar Van Engelshoven: ‘Het Wereldmuseum is geen Facebook.’

Begin december krijgt hij uitvoeriger antwoord van Schoonderwoerd. Twee onjuistheden worden aangepast, en er komt een ‘aanvullende controle op alle in deze tentoonstelling gebruikte feiten en cijfers’. En inderdaad: in de loop van december vraagt Wayne Modest, in opdracht van Schoonderwoerd, twee externe deskundigen om alle teksten te controleren op feitelijke onjuistheden.

Marinegeschut expeditie Van Heutz, 1901

Remco Raben (58), bijzonder hoogleraar koloniale en postkoloniale literatuur en cultuurgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, is één van hen, bevestigt hij tegen Elsevier’s Weekblad (EW). Bijna per kerende post, op 10 januari 2020, geeft hij in een mail aan het museum ‘zijn ongezouten commentaar’, zoals hij dat tegen EW omschrijft. Raben wil die mail niet integraal met EW delen, maar spreekt van ‘tientallen fouten of foutieve formuleringen’ en geeft daarvan meerdere voorbeelden.

Zo meldt de tentoonstellingstekst dat de Japanners na hun invasie 70.000 westerse burgers interneerden, Raben vindt dat dit ‘142.000 burgers en militairen’ moet zijn. Het aantal omgekomen romusha’s – Javaanse dwangarbeiders van de Japanners – is nooit met zekerheid vastgesteld, maar het waren er geen ‘tienduizenden’, zoals Hoffman schrijft, maar honderdduizenden. Beide kanttekeningen had ook klager Janssen gemaakt.

Raben vindt dat de onjuistheden die hij vond ‘blijk geven van grote slordigheid van betrokkenen’, zegt hij. ‘Hoffman heeft in zijn voorbereiding steken laten vallen en het museum in de begeleiding van Hoffman ook.’ In een twee uur durend, geëmotioneerd en strijdbaar telefoongesprek met EW en daarna in een lange mail, bestrijdt Hoffman dat de gesignaleerde onjuistheden onjuist zijn en laat hij zien op grond van welke bronnen hij tot zijn keuzes kwam.

Raben heeft ook inhoudelijk kritiek. Hoffman zou zijn pretenties niet waarmaken. Anders kijken? ‘We bezien Indië door de lens van Europese fotografen. Hoffman heeft geen enkele moeite gedaan om het werk van Indonesische fotografen op te zoeken. De gekozen perspectieven zijn zelden of nooit die van Indonesiërs. Hoe kan een beeld dan “anders” zijn?’ Raben verwijt hem ook ‘oriëntalistische frases’, die ‘dicht tegen ouderwets koloniaal taalgebruik aanschurken’. Eenvoudige Javanen. Het wonder van Deli. Onlusten.

Kortom: geen echt ‘postkoloniale’ benadering. Jaarkaarthouder Janssen vindt Hoffman juist te ‘postkoloniaal’. ‘Ik meen,’ schrijft hij Schoonderwoerd, ‘een patroon te zien. Als het over “dader Nederland” gaat, pakt Hoffman uit met heel hoge getallen en veel informatie. Als Nederland niet als dader wordt opgevoerd, noemt hij ofwel geen, ofwel opvallend lage getallen, en komt het onderwerp niet of nauwelijks aan bod.’

De romusha-kwestie is een voorbeeld van die ‘opvallend lage getallen’. En er is wel aandacht voor een hongersnood uit 1845, maar niet voor het leed van de Javaanse bevolking tijdens de Japanse bezetting, met een hongersnood die aan 2,5 miljoen mensen het leven kostte.

Zo ingewikkeld is het krachtenveld rond ‘Indië’. Wat volgens de een te ‘postkoloniaal’ is, is volgens de ander niet ‘postkoloniaal’ genoeg. Hoffman heeft daarbij in de perceptie het nadeel dat hij geen historicus is, en een bekende Nederlander. De Rotterdamse jaarkaarthouder begint er in zijn mails aan Schoonderwoerd over (‘Willen we dit eigenlijk wel, een BN’er als gastcurator over een dergelijk onderwerp’). Raben zegt: ‘Met alle respect, maar geschiedenis is een vak. Hoffman heeft andere talenten.’

Niet dat Raben vindt dat niet-historici van Indonesië moeten afblijven. ‘Ik leer veel waardevolle dingen over de geschiedenis van niet-academici. We moeten ook niet doen alsof Dossier Indië waardeloos is. Tentoonstelling en boek vervullen een functie in het informeren van het grote publiek over de geschiedenis van de Nederlandse bezetting van Indonesië – of hoe je het ook wilt noemen. Maar feitelijke precisie is wel een vereiste.’

Het lijkt er in januari 2020 op dat het museum aan de slag gaat. Raben krijgt bericht dat het museum zich gaat beraden. Schoonderwoerd had Janssen op 4 december al bedankt. ‘Uw interventie leidt ertoe dat we bepaalde interne controlemechanismes verder verbeteren.’ Hij kondigt twee correcties aan. De tekst over de romusha’s zal worden aangepast, de omschrijving van Jacob Haafner als ‘VOC dienaar, 1808’ ook. De VOC is in 1800 opgeheven.

Voorbeeldig gereageerd. In de museumwereld geldt: fout is fout. Heeft een klager gelijk, dan pas je het aan. Eind februari, als ook de tweede factchecker heeft gerapporteerd, past het museum inderdaad twee passages aan: de tekst over de romusha’s en de tekst over het aantal geïnterneerden.

Het museum had zich voorgenomen, zegt directeur Schoonderwoerd, om meteen ook andere wijzigingen door te voeren als de twee factcheckers daarmee zouden komen. Maar toen de rapporten er lagen, ‘bleek wel dat daar meer tijd voor nodig was’. Het museum wilde ze eerst goed beoordelen en ‘eventuele wijzigingen in een tweede ronde meenemen’.

Studioportret van een Indo-Europese familie te Manado

Maar dat gebeurt pas een jaar na de opening, begin oktober 2020. Het museum voegt dan onder meer een extra ‘verantwoording’ toe, waarin de kritiek van Raben naklinkt. ‘Als Wereldmuseum realiseren wij ons dat we met Dossier Indië een beperkt beeld van de koloniale tijd geven. Immers, we gebruiken alleen fotocollecties uit Nederlandse instituten en daardoor kijken we vanuit een eenzijdig perspectief. Ook de lens van de curator speelt een rol bij de keuze van de foto’s, onderwerpen en interpretaties.’

De oorspronkelijke verantwoording hangt ernaast. ‘Dossier Indië vertelt in foto en film het verhaal van de geschiedenis van Indonesië van de laatste eeuw van de koloniale periode.’ De pretenties zijn dus stevig bijgesteld. Van: ‘complete geschiedenis’ naar ‘beperkt beeld’.

Een van de passages die zijn veranderd, is een tekst over de Japanse interneringskampen voor Europeanen. Die gaf geallieerde blokkades de schuld van de enorme hongersnood in de Indonesische archipel tot 1945. In de aangepaste tekst is die zin verwijderd. Ook is Jacob Haafner eindelijk ‘VOC dienaar’ af in een jaar dat de VOC niet meer bestond.

Nam het museum zelf het initiatief? Daar lijkt het niet op. Janssen – de vasthoudendheid zelf – heeft van de raad van toezicht tot de Museumvereniging bot gevangen en licht op 11 september de Rotterdamse wethouder van Onderwijs en Cultuur Said Kasmi (D66) in. Op 29 september bericht deze Janssen dat hij contact heeft gehad met de museumdirectie en dat de teksten ‘uiterlijk begin oktober’ zijn aangepast. En zo geschiedt.

Kasmi wil EW zijn brief niet mondeling toelichten. Hij laat het bij een schriftelijke reactie, die weer een kopie is van zijn brief aan Janssen. Zijn woordvoerder bestrijdt dat er sprake is van ‘ingrijpen’. De wedervraag hoe de wethouder het dan wil noemen, blijft onbeantwoord.

Waarom duurde het zo lang voor de tweede ronde wijzigingen werd doorgevoerd? De wethouder schrijft dat ‘de impact van de coronacrisis het museum parten heeft gespeeld’. Schoonderwoerd noemt een andere reden. ‘Het is helaas blijven liggen.’ Om ‘Rotterdam ervan te overtuigen dat het Wereldmuseum de moeite waard is om te redden’ waren er nog twee grote tentoonstellingen in de maak. ‘Het was alle hens aan dek.’

Toen de wethouder zijn ambtenaren navraag liet doen, ontdekte Schoonderwoerd dat die tweede ronde nooit was doorgevoerd en heeft hij intern met de vuist op tafel geslagen. ‘Potverdorie, zijn die teksten nu nóg niet aangepast? Ik dacht dat dat al lang was gebeurd.’ Ook hij spreekt tegen dat het een interventie van de wethouder was. ‘Daar gaat de wethouder helemaal niet over!’

Een complicatie was dat de tweede deskundige – wiens naam de directeur niet wil noemen – deels weer andere opmerkingen had dan Raben. ‘Wat de ene deskundige fout vindt, hoeft de andere nog niet fout te vinden. Het is heel lastig om te zeggen: zo zit het precies. In veel gevallen ging het om een bepaald perspectief van de deskundige op de geschiedenis. Dat moesten wij punt voor punt zorgvuldig wegen, en dat kost ook tijd.’

Hoewel Schoonderwoerd dat tegenspreekt (‘dan had ik wel een stagiair gevraagd om het uit te zoeken’), heeft meegespeeld dat het museum zijn gastconservator niet in verlegenheid wilde brengen. Janssen zegt dat persoonlijk te hebben vernomen van Schoonderwoerd bij een gezamenlijk ‘kopje koffie’.

Ook Raben zegt dat ‘van verschillende kanten’ te hebben gehoord. ‘Ik begreep dat het moeilijk was een balans te vinden tussen het aanbrengen van wijzigingen en het respecteren van de toon en de opzet van Hoffman.’ Enig begrip kan hij wel opbrengen. ‘Als je zo groots hebt uitgepakt, kan ik me wel voorstellen dat het een dilemma is, ja. Het museum heeft geprobeerd het probleem mede te ondervangen door discussiebijeenkomsten. Dat vond ik wel een elegante oplossing.’

Feit is dat Thom Hoffman nooit is ingelicht over de correcties. Die hoort het van EW. Erg vindt hij dat niet. ‘Het is hun verantwoordelijkheid. Ik ben blij dat ze me er niet mee hebben lastiggevallen.’

Gastconservator Thom Hoffman (63) vindt dat de kritiek op Dossier Indië – en alle aandacht die EW eraan besteedt – onrecht doet aan de goede ontvangst en hoge waardering. Van de vele buitenlandse bezoekers tot de Vereniging Geschiedenisdocenten Nederland, die het boek Een verborgen geschiedenis uitriep tot geschiedenisboek van het jaar. Ook, zegt Hoffman, doet het onrecht aan de ‘werkelijk unieke collectie fotografische en historische objecten die hier voor het eerst museaal zijn samengebracht door het Wereldmuseum, nog 15 nationale instituten en door mij. Om uren naar te kijken.’ Dat er foutjes in zitten, sluit hij niet uit. ‘De tentoonstelling bestaat uit duizenden kleine units aan informatie. Daarin kunnen, hoe er ook gestreefd is naar perfectie en doublecheck, altijd vergissingen optreden. Maar voor mij is de strekking het belangrijkste. Het verhaal, hoe gaan we als land om met deze geschiedenis?’

EW legt Hoffman in een twee uur durend gesprek een aantal ‘fouten of foutieve formuleringen’ voor die hoogleraar Remco Raben vond. Bij het eerste voorbeeld lijkt Raben zich te hebben vergist. Volgens hem dateert Hoffman Multatuli’s Max Havelaar in 1862, en moet dat 1860 zijn. Volgens Hoffman verwijst hij in die passage naar Over vrijen arbeid in Nederlandsch Indië en dat is uit 1862. Verder laat Hoffman Frankrijk Nederland in 1795 ‘inlijven’. Dat moet volgens Raben 1810 zijn. Formeel juist, maar Hoffman verdedigt zijn woordkeuze. De Franse inval was in 1795 en gouverneur-generaal H.W. Daendels was in 1807 door Napoleon benoemd. Andere onjuistheden weerspreekt Hoffman met een verwijzing naar zijn bronnen. In complexe kwesties als het aantal omgekomen romusha’s maakte hij eigen keuzes. ‘Er is geen sluitende all-over boekhouding.’ Rabens lezing van de annexatie van de Molukken bestrijdt hij ook. ‘Raben heeft dus geen sterke zaak.’

Daar staat tegenover dat het museum meerdere teksten corrigeerde in de geest van Raben en de jaarkaarthouder. Raben vindt dat Hoffman expliciet naar Vrijen arbeid had moet verwijzen en blijft erbij dat Hoffman slordig is met cijfers en formuleringen. Hij noemt het dubieus dat Hoffman vasthoudt aan zijn romusha- en geïnterneerdencijfers, terwijl de wetenschappelijke cijfers gewoon op de site van het NIOD staan. ‘Die spreken boekdelen.’

Dossier Indië zou na 19 januari 2021 verhuizen naar Leiden. Omdat corona het hele tentoonstellingsschema in de war heeft geschopt, gaat dat niet meer door.

 

Dit artikel verscheen eerder in Elsevier´s Weekblad (EW), 30 januari 2021

Dit bericht werd geplaatst in 9. Java Post. Bookmark de permalink .

48 reacties op Ingewikkeld Indië

  1. Jan A. Somers zegt:

    Nooit geweten dat ik lid ben van zo’n ingewikkelde familie. Maar dat schijnt bij de meeste erfgenamen voor te komen. Aangetrouwde familie!

  2. Jean-Louis zegt:

    Geschiedenis transparant te beschrijven schijnt ontzettend moeilijk te zijn. Recent over Westerling . .Ook ik ben wel eens “onbewuste” foute verklaringen tegengekomen bij een tentoonstelling. Verantwoordelijke erop gewezen . Voor wat betreft de hongersnoden ligt in feit toen de Amerikanen de vlootbasis Truk vernietigde en Saipan innam. Het leger kreeg geen voorraden meer en stal van de bevolking. Geschiedenis is een mooi vak. Ik ben er gek op en ga zeke4 deze tentoonstelling bezoeken.

    • RLMertens zegt:

      @Jean-Louis; ‘onbewuste foute verklaringen etc.’- Wat heeft die Museum jaarkaart houder nou eigenlijk voor foute feiten/verklaringen geconstateerd? – Raben heeft het over feitelijke precisie; alsof menige historicus zich daaraan houdt. Het weglaten(!) van historische feiten waaraan velen zich schuldig maken; bv. De ondertekening door Nederland van het Atlantisch Handvest, sept. 1941; elk volk heeft het zelfbeschikkingsrecht! De oorlogsmisdaden van Colijn etc. etc.

      • Jean-Louis zegt:

        Meneer Mertens , ik ga altijd uit van het goede van de mens. Misschien ben ik te naïef. Ik ga ervan uit dat als een openbaar stuk geproduceerd wordt gedegen onderzoek ten grondslag ligt. Schijnbaar wordt het niet gedaan. Nogmaals recentelijk is de film over Westerling het bewijs . Het is toch geen halsmisdaad al je open, eerlijk en transparant feiten over je vaderlandse geschiedenis openbaar maakt. Als ik in een discussie uiteen zet hoe Drees over de indo’s denkt kijken ze me aan of ze water zien branden. Dat is ook geschiedenis, niet relevant ivm politieke motieven.

    • R.L. Mertens zegt:

      @Jean-Louis; ‘evenwichtig vindt hij het dossier niet etc..’- Waarom niet? Is mijn vraag aan die jaarkaart houder? Ging om die aantallen slachtoffers? En die ene VOC dienaar? – Mi. is Hofman er in geslaagd om ook(!) een ander (grimmig) beeld van tempo doeloe te laten zien! – En die opmerking over ‘ feitelijke precisie’ van Raben; het waren juist historici, die de afgelopen ‘koloniale periode van 3,5 eeuw de geschiedenis hebben ‘wit gewassen’! Zelfs nog in de ‘politonele periode’! Geschiedenis transparant beschrijven moeilijk? Gewoon oorzaak en gevolg als feiten aan te houden!

  3. Indisch4ever zegt:

    De meeste gebruikte schatting over het aantal Europese geinterneerde burgers is 100.000.
    Maar nooit is er een lijst van 100.000 namen gemaakt.
    Misschien toch 80.000 of 120.000 ??
    En is in die schatting het aantal niet-Europese burgers meegerekend ?
    Het getal van 70.000 burgers kan kloppen als bedoeld is totoks

    Wbt Raben die 142.000 noemt. Die 42.000 geinterneerde Europese knil-militairen is redelijk goed gedocumenteerd .
    Maar niet is hier inbegrepen de Molukse en Indonesische knilmilitairen.
    Ook niet andere Europese krijgsgevangenen, Amerikanen, Australiers etc, niet horend bij het knil.

    Nog vager zijn de inschattingen over Indonesische doden in de Japanse bezetting. Het meest gebruikt is enkele honderdduizenden romusha-doden naast een paar miljoen Indonesiers, vooral door hongersnoden.

    • Jan A. Somers zegt:

      In Soerabaja waren er twee groepen ‘gerechtigden’ voor de burgerkampen: Belanda totok 1/1) en Belanda kira kira betoel (3/4). Ik wist mijn pendaftaran 3/4 te verliezen en een nieuwe Belanda Indo (1/2) terug te krijgen. Hoefde ik dus niet in het kamp.
      Ik lees steeds over hongersnood. Maar waarom waren er nog steeds levensmiddelen op de pasar te kop. Waar baboe Soep de belandja deed?

  4. Indisch4ever zegt:

    Overigens …. wat is de bron van Hoffman voor 70.000 Europese burgergeïnterneerden.
    Terwijl in de literatuur en op het internet de inschatting van 100.000 het meest genoemd wordt.
    Bijv NIOD: https://www.niod.nl/nl/vraag-en-antwoord/japanse-bezetting-pacific-oorlog-en-indonesische-onafhankelijkheidsstrijd

  5. R Geenen zegt:

    Vraag mij af of zelf de Nl literatuur, (wat weten ze van Indie) er wel rekening mee heeft gehouden dat Indie en de oorlog niet alleen over Java gaat. Op Sumatra bv zat een ieder in een gevangenis of jap concentratie kamp. Op java waren er buitenkampers. Groot verschil.

    • Maud Lebert zegt:

      @ op Sumatra zat ieder in een gevangenis of jap concentratie kamp’. Dat was niet het geval.. De vader van een goede kennis van mij heeft een boek over zijn belevenissen in diens tijd op Sumatra geschreven. Hij en zijn familie waren niet in een kamp en heel wat andere families ook niet. De Jappen hadden de mannen nodig voor de instandhouding van de olie en de plantages. Prettig was hun leven niet, daar niet van.

      • R Geenen zegt:

        Palembang, vanwege de olie, was misschien de uitzonderlijke provincie. Maar waar wij zaten op West Sumatra met o.a. Padang als hoofdstad en het noorden met Medan als hoofdstad, waren alle blanda’s en Indo’s opgepakt en achter de japanse tralies gestopt. Heb zelf 3 1/2 jaar eerst in padang en vervolgens in Bangkinang honger geleden. Al mijn familie leden en aangetrouwden zaten achter se tralies. Mijn vader is met 30 anderen doodgemarteld geworden. En na de oorlog moesten we weer beschermd worden. Nu vanwege de Indonesiers met hun bambu speren. Lees o.a. de Olo moorden in Padang. In noorden moesten de mensen na de oorlog eerst door de jap in de kampen beschermd worden. dat liep bijna fout. Onder andere werd met de hulp van toen nog Luit. Westerling de mensen uit hun kampen gehaald en naar Medan gebracht. Een oom heeft bij hem gediend en ik heb daar een rapport van.

    • Jan A. Somers zegt:

      “wel rekening mee heeft gehouden dat Indie en de oorlog niet alleen over Java gaat. Op Sumatra bv zat een ieder in een gevangenis of jap concentratie kamp. Op java waren er buitenkampers. Groot verschil.” Hoe meer ik over die burgergeïnterneerden lees, des te meer komt de verscheidenheid bovendrijven. Niet alleen bijvoorbeeld verschillen tussen Java en Sumatra, ook op Java zelf. Die registratie werd uitgevoerd door Indonesische gemeenteambtenaren, Die hadden daar overal verschillende ideeën over. En ook willekeur. Vandaar dat ik alleen mijn eigen ervaringen in Soerabaja memoreer. Conform de Nanyo ging het om de bevrijding van het westerse kolonialisme. Maar dat beginsel werd heel divers geïnterpreteerd. Wat ik nog mis is de situatie buiten Java en Sumatra. Het grootste deel van Indië!

  6. Boudewyn van Oort zegt:

    Hierbij mijn opsomming van burger geinterneerden aan het einde van de oorlog
    van Velden Beekhuis deaths
    Sumatra 11,105 11,482 1100
    Java 83,360 71,851 11000
    Borneo 744 592 60
    Celebes 2,455 2,763 182
    Total 97,664 86,688 12,342
    Als je de gestorven meetelt kom je tegen de 100.000 .

    • R Geenen zegt:

      Toch een opmerking plaatsen bij de getallen. Ik heb nogal wat informatie over specifiek Sumatra. Ook boeken speciaal over West Sumatra, de plaatsen Padang en Bangkinang, Padang Pandjang en Fort de Kock. Op de namen lijsten ontbreken er nogal wat. O.a. van mijn familie en mijn eigen persoon. Nu vraag ik mij af of dat ook geld voor de andere kampen op Sumatra. U noemt daar het aantal van Velden Beekhuis. Staan bij uw gegevens ook de namen Eddie Geenen, Claire E Geenen-Chevalier, Ronny Geenen, Billy Geenen, Solita Geenen en Peggy Geenen? Daarnaast Oma Geenen en oma Chevalier. Ik ben onze namen nog niet tegengekomen. Het enige dat werd vermeldt is de geboorte van mijn jongste zus Peggy op 8-10-1943. Dus—!

      • Maud Lebert zegt:

        @informatie over specifiek Sumatra. Ik weet niets over Sumatra, behalve de ervaringen van een schoolvriendin van mij die daar in een vrouwenkamp zat en hoofzakelijk over de belevenissen van de vader van een kennis van mij, die zijn belevenissen in een boek beschreef: Hans Meyer: ‘Fremde Sonne über Sumatra.Erlebnisbericht eines Schweizer Geologen.’ Daarin beschreef hij hoe hij en zjin familie van Noord Sumatra naar ZUid Sumatra (Palembang) moest gaan(ook via Padang, Fort de Kock en Loeboeklingga) en toen weer naar Medan. Een tijdlang was zijn familie in gevangenschap maar hij niet, want men had hem nodig. Hij beschrijft uitvoerig, hoe de bloeiende plantages door het onvermogen der Japaners naar de maan gingen.
        Toen ik een tjid geleden met mijn schoolvriendin naar het vrouwenkamp op Sumatra zocht, waar zij met haar moeder en zusters geinterneerd was, kwamen wij een man met een klewang tegen, die indringend wilde weten hoe zij heette. Ik vertrouwde die kerel niet en zei tegen haar: zèg hoe je heet. Het scheen alsof haar blauwe ogen en blonde haren zijn argwaan wekten. Toen ze eindelijk haar naam zei, was hij gerustgesteld en voerde ons naar het voormalig concentratiekamp. Onderweg kreeg ik van de kulie, die op mijn wens, ons begeleidde, de informatie, dat daar 5 Nederlanders ondergedoken waren met behulp van de bevolking, totdat iemand hen verraadde en ze geëxecuteerd werden. Hun eigendom werd geplunderd.Er kwamen nl veel nakomelingen, die de erfenis van hun (groot)ouders terug wilden hebben. Daar was deze kerel dus ook bang voor. Maar goed,ik heb een video van hem gemaakt, met zijn prachtig verhaal, hoe hij de geinterneerde vrouwen en kinderen met eten heeft verzorgd.
        Er zijn twee kanten van de medaille.Namen worden niet genoemd.Waarom ook. Wie bekommert het in een oorlog, wie daarin omkomt. Voor de familie een tragisch gebeurtenis, maar voor de uitgang van het gebeuren is dat niet van belang.
        Wat doet het er vandaag de dag toe, dat 2 generaties van mijn familie in de Japanse bezetting omgekomen zijn? IK leef en met mij mijn kinderen en kleinkinderen. No use crying over spilt milk. Klingt misschien hart, maaar is de realiteit.

      • R Geenen zegt:

        @@Wat doet het er vandaag de dag toe, dat 2 generaties van mijn familie in de Japanse bezetting omgekomen zijn? IK leef en met mij mijn kinderen en kleinkinderen. No use crying over spilt milk. Klingt misschien hart, maaar is de realiteit.@@
        Dank voor uw antwoord en schrijven. Ja zo hebben wij allemaal onze ervaringen. Maar velen van ons op onze oude dag leven helaas wel met een trauma over die zelfde periode die u op uw manier weg kan wegzetten. Ik maak het o.a. dagelijks nog mee. Mijn vrouw met meisjes naam Sylvia Weise-Lavalette heeft daar helaas wel problemen mee. Over de jaren dat ik artikelen ben gaan schrijven en deze artikelen/verhalen op mijn website ben gaan plaatsen, ben ik wel te weten gekomen, dat een zeer groot gedeelte van de Indische gemeenschap op oudere leeftijd er onder lijden.

      • Boudewyn van Oort zegt:

        Ik heb precies het zelfde gezien. Mijn kampjaren hebben mijn jaren als volwassene man behoorlijk verpest, Ik was nota bene vijftig toen het eindelijk begon door te schemeren dat ik door een soort draak achtervolgd werd. Hertrouwde, en “stadig maar seker”, ging het beter. Dankzij correspondentie met lezers van mijn boek, kreeg ik in de gaten, meestal indirekt via familie leden, voor hoeveel lui van mijn leeftijds groep ( geboren tussen 1939 en 1927, het zelfde gold. Deze observatie was beperkt tot de kampers ( niet de buiten kampers) en dan ook uilsluitend , mannen ( jongens). Het heeft mijn familie- mijn kinderen- natuurlijk ook aangetroffen. Voor hun die in de kampen stierven hield de oorlog op. De overlevenden bleven er mee zitten .

        Arigato Sonei San

      • Jan A. Somers zegt:

        “IK leef en met mij mijn kinderen en kleinkinderen. No use crying over spilt milk. Klingt misschien hart, maar is de realiteit.” Ja, ik ook. Met 7 achterkleinkinderen!
        U heeft gedetailleerd gezocht! Geen namen. Toen ik in het plat gebrande Poedjon rondzwierf op de plek waar eens ons huis stond, noemde ik ook de namen van vroegere buurtgenoten en buren. Voornamelijk Indonesiërs. Zoals mijn Indonesische grootmoeder die daar had gewoond, en nooit teruggevonden. Geen reacties! Ik kon er niet achter komen of ze niets wisten of niets wilden zeggen. Heel anders dan bij het gesprek van mijn vrouw met een paar vrouwen en hun kinderen. Maar ja, dat is alledaags over zieke kinderen enzo, ongevaarlijk.
        Heel verschillend met de gesprekken die ik in Soerabaja heb gehad, Ziekenhuis, kerk, school, huidige bewoners van ons huis. Daar leerde ik mijn inlogcode: Ik ben hier geboren. Dan gingen alle deuren open!

      • R Geenen zegt:

        Onderhand ken ik uw verhalen wel. Maar mijn echtgenote Sylvia Weise Lavalette werd geboren in Malang een maand later dan haar vader Juliaan Morris Lavalette die eerder werd vermoord door Indonesiers. En als haar moeder Hetty Weise-Lavalette dan ook nog binnen de twee jaren stierf, haar tante vlak erna het ook niet meer zag zitten en haar oom als KNIL man het niet overleefde, ja dan bleef alleen haar oma over. Endie zag na al die ellende het niet meer zitten en werd opgenomen. Sylvia, toen 2 jaren oud, werd uiteindelijk in Lawang in een nonnen katholiek meisjes weeshuis opgenomen. Verbleef daar van haar 2 tot 12de jaar in een gebouw achter muren. Het echte Indische eten en ook vruchten heeft ze van mij leren eten. Want in Indie kreeg ze slechts een hapje rijst met wat er op. Ik denk dat U meer geluk had dan mijn wederhelft.

      • Boudewyn van Oort zegt:

        Ik heb getracht om al de overgebleven namenlisten in een plek bijelkaar te voegen , in een data base oftewel bestand. Ik ging dus twee stapjes verder met het werk van Henk van Beenen. Klierewerk. Ten eerst hebben al die namen lijsten andere samenstellingen. Ten tweede zijn er herhalingen – in Banjoe Biroe bijvoorbeeld. Ik wou aandacht vestigen op de overlevende die de oorlog doorgemaakt hadden als kinderen, en heb een stel verhalen daarover gepubiceerd in de “Krant”. Hierbij een uittreksel:
        Hoe veel mensen in de kampen stierven is onbekend. Het allergeringste bewijs dat een persoon toen bestond en die ellende meemaakte was het vermelden van dat persoon in een kampnamenlijst, maar de overgebleven naamlijsten noemen maar 32,937 namen van mannen, vrouwen en kinderen. Voor 37,000 overlevenden bestaat geen enkel bewijs dat zij voor September 1945 deel maakten van een samenleving. Slechts hun geheugens kwamen uit het kamp. ”
        Ik wil best mijn “Kampnummer” verhalen (zes in totaal) met anderen delen.
        Bouvanoort@gmail.com

      • R Geenen zegt:

        @@Ten tweede zijn er herhalingen – in Banjoe Biroe bijvoorbeeld.@@
        Kom de naam van de 87 jarige Rudolf (Rudy) Goutier op de lijst van Banjoe Biroe voor? Hij is een vriend van mij, die nu in Altadena, SoCal woont. Wat uw 6 verhalen betreft, ik ben geïnteresseerd. Ik zal u privé schrijven.

      • Jan A. Somers zegt:

        “Onderhand ken ik uw verhalen wel” En ik de uwe. U heeft niet alleen andere dingen meegemaakt als ik, maar ook uw perceptie is anders. Niet bijzonder toch? Ieder mens is anders. Zo erger ik me niet (zoals u doet) aan uw verhalen. Voor mij bent u gewoon iemand met een ander verleden als ik. En die er anders mee omgaat als ik. Dat is voor mij normaal, en daarom heb ik geen moeite met uw verhalen.

      • R Geenen zegt:

        @@U schrijft ook: Zo erger ik me niet (zoals u doet) aan uw verhalen. Voor mij bent u gewoon iemand met een ander verleden als ik. En die er anders mee omgaat als ik.@@
        Daar heb ik toch wel iets duidelijk tegenover te stellen. Misschien weet U het nog niet, maar ik reageer vaak niet voor mij alleen. Via mijn weblog en een poos terug ook via het blad “De Indo” hielp ik vele oudere Indo’s uit alle delen van de weren. Vooral met aanvragen, hoe in aanmerking te komen voor WUV/WUBO. Heb diversen in de US en Australië kunnen helpen aan 5 tot 8 jaren AOW. Diversen kunnen helpen aan WUV. Heb voor een Advocate in Ned. een getuige kunnen opsporen voor een Indo in Ned. die in Meester Cornelis/ 10de BAT zat en de NED instantie het niet wilde geloven. In Australie een dame geholpen, die 3 mensen wilde helpen. Heb zelf via mijn website vragen gekregen van Indische uit NED. Daarnaast kan de heer Jacq Brijl ook altijd bij terecht. Soms lukt het mij iemand voor hem op te sporen. Ik kom dus niet alleen voor mij maar ook voor vele anderen. En als een eenling op een voor mij verkeerde manier op reageert, ja, dan erger ik mij daar wel eens aan. Het positieve resultaat is voor mij altijd belangrijk.

      • Jan A. Somers zegt:

        Dat is toch geweldig wat u allemaal doet. Maar daar heb ik toch nooit minachtend over gereageerd? Maar dat ikzelf er goed doorheen ben gerold, (zelfs bij de Kenpeitai!) (vaak daarvoor ook initiatief getoond) wordt niet gewaardeerd. En daarvoor ook hard voor moeten werken. En in mijn kennissenkring hetzelfde. Mijn zus heeft het ook moeilijk gehad in het vrouwenkamp, maar dat was van die vrouwen haat en nijd onderling. Mijn broer en vader zijn er ook goed doorheen gerold, alleen was mijn vader mede door ondervoeding invalide geworden. Mijn broer eindexamen Gymnasium in het kamp!
        Zij vonden zichzelf nooit zielig, waren in leven gebleven en gingen net als ik een volgende toekomst tegemoet. Maar zoiets schrijven wordt niet gewaardeerd!

      • R Geenen zegt:

        @@Maar zoiets schrijven wordt niet gewaardeerd!@@ Maar een ieder die wel bepaalde ervaringen in het voormalig Indie hebben opgedaan, weten wel beter. Heel in het begin heb ik zelf geschreven, dat ik van uit SoCal deel nam op Indische forums in NL om voornamelijk meer gegevens. Gegevens zowel van Indische mensen, liefs uit Sumatra, te krijgen.
        Het is mij dan ook over de jaren aardig gelukt. Mij is echter ook door diverse Amerindo’s gewaarschuwd voor negatieve opmerkingen van de Bl Indo. Daar heb ik ook mee leren leven. Wat ik allemaal, na de ellendige jonge jaren, heb bereikt, heeft van mij toch een happy camper in SoCal gemaakt.

      • Pierre de la Croix zegt:

        Somers: “Zij vonden zichzelf nooit zielig, waren in leven gebleven en gingen net als ik een volgende toekomst tegemoet. Maar zoiets schrijven wordt niet gewaardeerd!”

        Wel door mij. Laat u het tegen geluid maar horen wanneer dat zo te pas komt, ook al kunt u als excuus niet aanvoeren dat u steun en toeverlaat bent voor vele nooddruftige Indo’s over de hele wereld.

      • Jan A. Somers zegt:

        ” gewaarschuwd voor negatieve opmerkingen van de Bl Indo” Had ik negatieve opmerkingen? Ik dacht alleen maar over mezelf te zeuren over de Kenpeitai? Kunt u dat ook?

      • R Geenen zegt:

        U als zijnde een ik persoon, zal het blijkbaar niet willen begrijpen, dat er vele Indische Ned. door de Nl staat negatief zijn behandeld. Ik probeer juist deze mensen te helpen. Maar U steun de Nl staat waardoor uw positieve houding jegens den Haag een negatieve uitwerking kan hebben voor de ander. Ik denk dat de Indo’s hier het meer waarderen als u minder opkomt en hoe goed u en uw familie zijn behandeld in Ned. Van je eigen landgenoten moet je het maar hebben.

      • Pierre de la Croix zegt:

        Dus als ik het goed begrijp, mag alleen het geweeklaag tot in lengte van dagen worden gehoord, niet de positieve geluiden, niet de succesverhalen.

        Tja …… proud to be Indo.

      • R Geenen zegt:

        Mijn schrijven was gericht aan de heer Somers. Maar van u had ik niet anders verwacht. U zou zelf vermoedelijk een stap verder zijn gegaan. Trouwens de hulp die ik hier geef, heeft niets te maken met geklaag. Eerder met gebrek aan kennis van o.a. de SVB en menselijke rechten/regels. Veelal ook weinig kennis van de Ned. taal. Ik meen dat een ieder die een aantal jaren in Ned. heeft gewoond, ook nog bepaalde rechten heeft. Zeker de Indische mens.

      • Jan A. Somers zegt:

        Het gaat mij niet om mijzelf! Het gaat mij om heel veel mensen die het in Nederland wel hebben gemaakt. Niet komen aanwaaien. Maar hard voor gewerkt. Maar die zal je niet horen! Dat wordt hun niet in dank afgenomen. Een Indo hoort het in Nederland slecht te hebben. Van u horen we alleen maar akelige dingen.

      • R Geenen zegt:

        @@Een Indo hoort het in Nederland slecht te hebben. Van u horen we alleen maar akelige dingen.@@ Dat is vrij logisch. In de eerste plaats was ik slechts kort in Nederland. Ten tweede werden de Geenen familie in een gebied van Nederland gepoot, die ons niet erg vriendelijk gezind waren. Ik heb begrepen dat vooral de eerste Indische mens, die in kontakt met het achterland van Nederland kwamen, ook de slechte ervaringen hebben opgedaan. Wat dat betreft denk ik dan nog steeds aan mijn moeder. En na mijn pensionering ben ik mij gaan richten op onze geschiedenis.
        Kwam ik contact met vele Indo’s, die mij hun verhalen en ervaringen wilden vertellen. Kwam er achter dat de meesten hier, eenmaal gesetteld, niet op de hoogte waren van hun nog steeds geldende rechten. Ben daar mij mee gaan bemoeien. Ik ben ervan overtuigd dat de Indische die in Nl bleef het ook wel zou maken. Anders bleef je toch daar niet hangen.
        Ja, uiteindelijk ben ik een Indo die niet het eeuwige zwijgen op na houd. Mag toch ook.
        Spreken is zilver, en zwijgen is fout!

      • Pierre de la Croix zegt:

        R Geenen zegt 23 februari 2021 om 8:02 pm: “Mijn schrijven was gericht aan de heer Somers. Maar van u had ik niet anders verwacht”.

        Ach meneer Geenen, als u uw boodschap exclusief wilt verkondigen aan één persoon, dan moet u dat niet doen op open forum, de virtuele huiskamer waar iedereen meekijkt en meeluistert en zich in het discours mag mengen.

        Op grond van jarenlange observatie (het betere spionnenwerk, u weet wel) denk ik dat u zélf graag van open fora gebruik maakt om uw eigen geluid zo ver en zo luid mogelijk uit te dragen. Alsdan moet u niet verongelijkt reageren wanneer u commentaar krijgt dat u niet welgevallig is.

        Er zijn mensen als u die in hun boodschap voortdurend de nadruk willen leggen op onrecht en leed, er zijn mensen die positief zijn ingesteld en van geluk en succes willen getuigen, ondanks het verschrikkelijke dat ook zij en hun dierbaren hebben moeten doormaken. Accepteer dat eens een keertje.

      • Pierre de la Croix zegt:

        Ja, typisch meneer Geenen. U mag zichzelf met uw boodschap wel eindelos herhalen, maar een ander mag dat met zijn boodschap niet van u.

      • Jan A. Somers zegt:

        “Maar U steun de Nl staat” Zo zie ik het niet hoor. De Nederlandse regering voert de wetten uit die door onze volksvertegenwoordiging zijn gemaakt. Gekozen door ons allen. En zijn we het niet eens met die uitvoering, dan kunt u altijd uw mond opendoen. Ik steun die staat niet maar volgens afspraak moet die regering die wetten uitvoeren. In Nederland is dat moeilijk hoor. Onze democratie bestaat niet uit slechts twee partijen, we kunnen, heel democratisch vrijuit kiezen. Partijen waaruit een regeringscoalitie wordt gevormd, die dus meer mensen aanspreekt dan als je slechts uit twee kon kiezen. Geven en nemen! Volgens onze waterschapstraditie noemen we dat polderen.

  7. P van Geldere zegt:

    Mijn naam ,Paulus van Geldere,kind van Nederlandse ouders.Vader zat bij de bergartillerie in Tjimahi.Veel verhalen lees ik nu met de gedachten ,zijn de op sommingen gebasseerd op werkelijkheid of ? Als kind van bijna 8 jr.was ik mijn vader al kwijt Van Tjimahi naar Bandung ,hier bleef mijn broer achter.Mijn moeder en ik naar Semarang (Lamparsarie)hier werd ik tien jaar en moest Ambarawa.Volgens mij zijn een heleboel vertelsels gebasseerd op schattingen.
    Toen wij,mijn moeder ,broer en ik in Holland ,juni 1946 ,kwamen werden onze vertelsel niet geloofd .De Nederlandse regering heb ik nog steeds geen goed vertrouwen in .

    • Pierre de la Croix zegt:

      P. van Geldere: “De Nederlandse regering heb ik nog steeds geen goed vertrouwen in”.

      Ach … het zijn nu andere tijden, andere mensen, andere “issues”. Vermeende Indofoben als Drees al lang bij God in den Hemel. Regeren blijft moeilijk, zeker in steeds wisselende coalities. Wat je als partij belooft, kan je na de verkiezingen in een coalitie niet waar maken. Er zal in iedere regering ook wel een smeerlap (m/v), of een paar smeerlappen (m/v) zitten. De grootste kwaal lijkt mij het gebrek aan staatsmanschap bij onze regeerders. Allemaal middenmoters met kruideniersmentaliteit. Een mooi track record als ambtenaar, advocaat of wetenschapper, maar geen charisma, geen lange termijn visie, geen grote roerganger. Komt misschien ook door onze egalitaire volkscultuur. Wie z’n kop boven het maaiveld durft uit te steken, wordt onthoofd. De middelmaat op handen gedragen. En “Indië” blijft natuurlijk gevoelig. Men stuift weg in alle richtingen bij het horen van het woord alleen al. “Indië”. Oeps …… kolonialisme, uitbuiting, slavernij, Atjeh, excessen. Dan hebben “wij” uit “Indië” onze belangen natuurlijk ook niet fel verdedigd. Boter op onze kepala dus. “Wij” (althans velen van “ons”, ik niet) voelen “ons” verongelijkt, genaaid door de opeenvolgende overheden in diverse samenstellingen. Maar verder dan weeklagen op allerlei fora zijn “we” niet gekomen. In al die jaren nooit een effectief front gevormd, nooit een effectieve lobby op touw gezet en een achterban gemobiliseerd die eensgezind is. Een Indisch Platform dat kennelijk braaf “ja nirrrr, nee nirrrr, adoeh …. niet so nou, nirrrr” tegen de regering zegt. Eigen schuld, dikke bult toch? Ik zit vanaf mijn 14de in dit goede land. Bijna 69 jaar dus. Gewoon meegedraaid met de blanken, met de “inboorlingen”. Hard gewerkt. Kansen gekregen. Wel eens in een diep gat gevallen. Weer opgekrabbeld. Geen tijd en energie verloren met achterom kijken. Nu genietend van een onverwacht mooie lentedag.

  8. j.w.hoegen zegt:

    Bij een ” previeuw ” in Amsterdam , wees ik op fouten .
    Echter de samensteller stond niet open voor kritiek .

  9. Peter van den Broek zegt:

    Bij de foto staat: Marinegeschut expeditie Van Heutz, 1901! Toch een opzienbarende tekst waarbij de aandacht gericht wordt op het Marinegeschut van 10,5 cm.

    Dit geschut bevond zich normaliter op lichte kruisers en torpedobootjagers. Het KNIL in eendrachtige samenwerking met de KM zette dit zwaar geschut in tegen opstandelingen in Atjeh. Hier was sprake van asymetrische oorlogsvoering dwz met een kanon op een mug schieten, de uitwerking was letterlijk en figuurlijk moordend. Wondelijk dat dat niet vermeld wordt bij de foto’s. Ook zijn soldaten van het Korps Marechausee te zien, onvergelijkbaar met de Koninklijke Marechaussee in Nederland. dwz niet alleen in hun bloedig en moorddadig optreden.

    Maar ook de tekst bij de andere foto baart opzien: “Studioportret van een Indo-Europese familie te Manado”. De man rechts op de foto en met horlogeketting als symbool van zijn waardigheid, zijn rang en stand is toch het vermelden waard? Mijn moeder, een kenner bij uitstek zegt dat die man weinig Indo-Europese, meer Europese trekken heeft. Het verschil tussen links (zeg maar het Indo-Europese) en rechts (zegt maar het Europese) is wel tekenend/fotograferend.

    Ik heb zelf de tentoonstelling bezocht. Als ik al mijn opmerkingen had opgeschreven, dan zat ik vandaag nog in het Museum.

    • Peter van den Broek zegt:

      Citaat: “Het blijft mij altijd verwonderen hoe Europeanen met een handjevol mensen landen en immense gebieden hebben kunnen koloniseren”.

      Eenvoudige verklaring, zie boven: een 10,5 cm scheepskanon werd ingezet tegen met messen en speren zwaarbewapende opstandelingen.

      Wat zei Mao -Tse-Tung ook al weer: “De politieke macht komt uit de loop van een geweer”. In Nederlands-Indie kwam dat uit de loop van een 10,5 cm kanon. Die worden normaliter gebruikt om andere oorlogsschepen tot zinken te brengen. In Nederlands-Indie niet.

      Ik kan me nog herinneren een verhaal over generaal Rost van Tonningen van het wapen artillerie, U weet wel de vader van Meinoud en schoonvader van de zwarte weduwe. Hoe hij de opstanden op Bali neersloeg is een apart verhaal. Scheepsgeschut, wellicht kaliber 10,5 cm werd ingezet tegen Balinezen terwijl Rost van Tonningen op het dek gerust toekeek. het was afgrijselijk, niet om aan te zien hoe granaten insloegen in de kraton.

      U ziet eenheid van tijd (begin 1900), eenheid van plaats (/Nederlands-Indie: Bali-Atjeh) en eenheid van handeling (excessief geweld). Indie was helemaal niet ingewikkeld. die geschiedenis wordt ingewikkeld gemaakt.

      In de tussentijd (eenheid van tijd: begin 1900) pleegden de Duitsers in hun kolonie Zuid-West Afrika (het huidige Namibië) de eerste Genocide van de moderne tijd, tegen de Herrero’s.
      Hoe zouden wij nu het excessief geweld tegen Balinezen en Atjehers kunnen benoemen, wel met gelijke maatstaven meten?

      • Jan A. Somers zegt:

        Met een 10,5 cm scheepskanon bereik je niet veel op een slagveld. Een paar dode mensen en kapotte gebouwen, geen zege. Zie Soerabaja 10 november 1945.

  10. H.A. Naberman zegt:

    Het houdt maar niet op…….

  11. Peter van den Broek zegt:

    Hoezo bereik je met een 10,5 cm scheepskanon niet veel op een slagveld? Vooral als er gebruik gemaakt wordt van kartetsen: Kartetsen bestaan uit een houder, meestal een blik, waarin kogels schroot e.d. verwerkt zit. Door het afvuren zal de houder verscheuren en de schrootlading zal als een grof soort hagelschot op de tegenstander zijn uitwerking hebben. Vooral zeer effectief tegen inlandse strijders gewapend met dolken, speren etc.

    In Bali was het geen slagveld maar een slachtveld, een essentieel, verschil. Ik citeer mvr. Petra Groen verbonden aan het Nederlands Insituut voor Militaire Historie NIMH, al eerder aangehaal door dhr. Dirk van den Bergh, zij wordt door hem vertrouwelijk Groen genoemd.
    “Het ongekende machtsvertoon van zware houwitsers en vérdragend zwaar scheepsgeschut (10,5 cm ?) deed de Balinese vorst besluiten tot een puputan (rituele dood ). Zij, de Balinezen, inclusief vrouwen en kinderen, liepen regelrecht in het geweer- en granaatvuur van de optrekkende koloniale troepen.” Gen. Rost van Tonningen, keek goedkeurend toe vanaf zijn gerieflijke stoel op het dek van een pantserschip. Ik val aan, volg mij, of heeft iemand anders dat gezegd?

    Het KNIL paste later de zgn imponeer- of Atjehstrategie toe. Dat het oorlogsrecht-in-wording tot dan toe inderdaad slechts bargesprekstof was voor en tussen ‘beschaafde’ staten, sanctioneerde volgens de hardliners, van Tonningen, van Heutz in samenwerking met de oriëntalist Christiaan Snouck Hurgronje, de indo Frits van Daalen etc. dat in de koloniale oorlogvoering andere normen werden gehanteerd. Later bleek de  methode-Westerling de kroon op het werk van de KNIL-strategie.

    De Atjeh-doctrine bestoond uit een aanval op een gebied en begon meestal vrij conventioneel. Zo mogelijk voorafgegaan door een (scheeps)-bombardement (weer die 10,5 cm kanonnen) op een centrum van verzet, trokken één of meer grote mobiele colonnes, een soort Mobiele Eenheid het gebied binnen, bezetten enkele hoofdplaatsen en richtten tijdelijke bivaks in van waaruit verder kon worden geopereerd. Omdat de coöperatie van de bevolking van essentieel belang was (zie studies Snouck Hurgronje)  mocht zij niet door bruut, nodeloos geweld in het harnas worden gejaagd. “Excessief geweld” later politionele acties genoemd mocht en  was noodzakelijk.

    Het ging er om als een chirurg geweld toe te passen:, de ‘kwaadwillenden’ uit te schakelen en de ‘goedwillenden’ te sparen, toch een humane benadering. Dit laatste was de essentie van de leer van het functionele of ‘chirurgische geweld’ zoals Van Heutsz’ contra-guerrillamethodiek een eeuw later werd gekarakteriseerd, sterk beinvloed door de wetenschappelijke studies van een onschuldige wetenschapper  als Snouck Hurgronje, deze laatste waste zijn handen in onschuld en werd later Professor aan de universiteit van Leiden, laten we maar zeggen een onbedoeld uitvloeisel van de Ethische politiek.
    Voor het ‘rusteloze achtervolgen’ van de verzetsstrijders viel Van Heutsz meer en meer terug op het in 1890 in Atjeh opgerichte Korps Marechaussee dat vanaf 1895 speciaal bestemd werd voor de contraguerrilla. Op die taak was de personele samenstelling en de bewapening, weer die 10,5 cm kanonnen, mortiervuur etc. afgestemd. Alleen de leiding van dit Korps was Europees; de lagere rangen bestonden uit inheemse militairen (inboorlingen), die veel beter geschikt waren voor het langdurige optreden in de jungle. zo hoorde het  in de koloniale maatschappij.

    De Atjeh-oorlog zou uiteindelijk veertig jaar duren en het leven kosten aan naar schatting 75.000 Atjehers, 12.500 koloniale militairen (vnl geveld door tropische ziekten) en 25.000 koelies in dienst van het leger. toch een aardig slachtveld of niet soms?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s