Tempo doeloe, ook een mooie tijd

Vernietig het verleden niet door Nederlands-Indië alleen met hedendaags schuldgevoel te bezien, schrijft Kester Freriks.

Sitoebondo, Oranjebal, 1923

Door Kester Freriks

De geschiedenis van het oude Indië is destijds geschreven in witte inkt, op fluweelzacht papier. Het is de inkt van de woorden die mensen op de zwarte bladzijden van hun fotoalbums schreven. Onderschriften bij tochten door de bergen, naar de theeplantages van de Preanger, naar de sterrenwacht van Lembang bij Bandoeng. Foto’s van de mannen op plantages en ondernemingen, op kantoor. Van vrouwen en kinderen op de veranda’s.

Nu zijn de witte handgeschreven letters die een eens gelukkige tijd oproepen veranderd in zwarte. De euforie is vervangen door aanklacht, de gelukkige herinnering is verjaagd door een schuldigverklaring.

De tijdsspanne die tempo doeloe heet, duidde ooit op een mooie goede tijd die voor velen duurde vanaf halverwege de negentiende eeuw tot aan het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Azië. Maar het begrip is belast en beladen, het klinkt als een verwijt. Alsof de geschiedenis heeft gelogen. Wás die tijd zo verderfelijk?

Wat vaak vergeten wordt is hoe belangrijk de Nederlandse koloniale tijd in Oost-Indië óók was voor de mensen die destijds inlanders heetten of inheemsen, de koloniale bevolking. Voor tal van Indonesiërs is de Nederlandse periode wezenlijk geweest. Die heeft een stempel gedrukt op hun leven, en zeker niet alleen in ongunstige betekenis. Dat moet eens gezegd worden .

Er moet een verdediging of verweerschrift komen van en voor het koloniale verleden. Geen verheerlijking, wel rechtvaardiging. Niet langer het eenzijdige perspectief van geweld, oorlog en uitbuiting, maar een hernieuwde afweging en beoordeling, geen veroordeling. Dat Indië„Ik heb geen haatgevoelens tegenover de Nederlanders, omdat ik weet dat alles wat hier gebeurde bij het kolonialisme hoorde. Het Nederlands was voor ons behalve omgangstaal ook de sleutel tot onze entree in de maatschappij.”

Nu staat kolonialisme gelijk aan roofzucht, slavernij en geweld om de westerse heerschappij te bestendigen. In ons huidige denken over het vroegere Nederlands-Indië is afgerekend met Indië als ‘paradijs van weleer’, als een wereld van ‘jasmijn en maanlicht’. Het is intussen verboden om te zeggen dat een leven doorgebracht in de archipel een gelukkige tijd was, misschien de gelukkigste die men min of meer heeft gekend.

Onze veranderde omgang met het koloniale verleden heeft tot gevolg dat alles wat samenhangt met de aanwezigheid van de Nederlanders in het vooroorlogse Indië verdacht is. Nederlands-Indië wordt gestigmatiseerd, met terugwerkende kracht. Nederland in Indonesië: dat was fout. Is kolonialisme fout, of is de manier waarop een koloniale mogendheid als Nederland invulling eraan gaf fout? Kolonialisme was door de eeuwen heen het op onrechtmatige wijze winnen van rijkdommen in den vreemde, met inzet van dwang.

Vele honderdduizenden Nederlanders ontlenen hun identiteit aan hun geboorte en jeugd in Indië, hun verblijf daar, een binding met ouders en voorouders ginds. Als je het koloniale verleden in het licht van hedendaags schuldgevoel beziet, dan vernietig je dat verleden. Dan draag je bij aan identiteitsverlies. Tal van Nederlanders en Indische Nederlanders is het tropenland dierbaar. De ‘obsessie’ voor het eilandenrijk van vroeger valt daaruit te verklaren. We zouden eerst de opvattingen van toen moeten doorgronden, daarna volgt het oordeel. Pas dan brengen we het verleden op een ander plan.

Indië en tempo doeloe vallen nu ten prooi aan een moreel oordeel, schuldbekentenis en boetedoening, en hoe verder Indië achter de horizon verdwijnt, des te hardvochtiger wordt die beschuldiging.

Zullen we het gevaarlijke boek dat Indië heet dan maar dichtdoen? Nee. Als we het nu sluiten en op het omslag in zwarte letters woorden als ‘uitbuiting ’, ‘geweld’ en ‘roofzucht ’ schrijven, dan ontnemen we mensen hun tijd aldaar. We beroven hen van de idealen en verwachtingen waarmee ze destijds naarde tropen gingen of er leefden. De geschiedenis kunnen we niet terugdraaien, we kunnen wel vooroordelen laten varen en proberen te begrijpen en te beseffen wat ‘Indië’ betekent en te ontkomen aan de slagschaduw van geweld en schuld.

Voor velen is Indië een aanwezigheid in het heden. Indië-kenner John Jansen van Galen schetst in Het Parool (22 oktober 2015) een geschakeerd beeld van de geschiedenis van Nederlands-Indië: „Kolonialisme is gewelddadige verovering en uitbuiting, maar óók avontuurzin en ondernemingslust. Paternalisme maar ook idealisme. Neerzien op inheemse cultuur maar die ook ophemelen.”

Nederland is bij lange na niet in het reine met het gindse verleden, nu de brandende kampongs van generaal Spoor de heren van de thee hebben verjaagd. De emotionele aanvaarding van het definitieve afscheid van Indië valt velen zwaar, nog steeds. Het dwingt mensen ertoe hun paradijselijke én nachtmerrieachtige herinneringen opnieuw te ijken.

 

Dit artikel verscheen eerder in het NRC, 8 oktober 2018.

Deze week verscheen eveneens van Freriks: ‘Tempo Doeloe, een omhelzing’, bij uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep.

Dit bericht werd geplaatst in 9. Java Post. Bookmark de permalink .

239 reacties op Tempo doeloe, ook een mooie tijd

  1. H.A. Naberman zegt:

    Het plaatje past volgens mij niet bij de tekst…..

  2. F.Hubers van Assenraad zegt:

    Voor diegene wiens nageboorte in Indie(thans Indonesie) begraven ligt,maakt het niets uit. Zij blijven van Indie(Indonesie) houden.Het lijkt op een moeder-kind verhouding.

    • Ronny Geenen zegt:

      @Zij blijven van Indie(Indonesie) houden.Het lijkt op een moeder-kind verhouding.@

      Is dat wel zo?

    • Arthur Olive zegt:

      Alhoewel de nageboorte veel betekenis heeft voor de Indonesier(het bloed dat door de aarde vloeit) hebben ze ons toch nog het land uitgeschopt.
      Wat betreft moeder-kind verhouding, ik hou van het Indie van mijn moeder. met Indonesia heb ik totaal geen emotionele verhouding.

      • Paul Vermaes zegt:

        Er uit geschopt is niet de juiste benaming voor de repatriëring van Nederlanders uit Indonesië. De Indonesiërs bleven beleefd en gemanierd. Na de soevereiniteitsoverdracht eind 1949, maakten de Nederlanders massaal gebruik van zogenaamd recuperatie verlof.
        Toen de verlofgangers, (hun verlofsalarissen werden netjes betaald door Indonesië volgens de garantiewet) na de verlofperiode terug wilden keren kregen ze van de Indonesische Immigratiedienst geen re-entry permit. Zo netjes ging dat, zonder geschop. De garantiewet garandeerde ook de alle opgebouwde pensioenrechten van de repatrianten. Liever die hoge kosten dan dat de Nederlanders terug zouden komen. Dus van Mook en de weduwe van Generaal Spoor en die vele vele residenten, assistent-residenten, controleurs, officieren van het KNIL kregen hun pensioenen allen van Indonesië. Netter en hoffelijker kun je niet zijn.

      • Ronny Geenen zegt:

        @Dus van Mook en de weduwe van Generaal Spoor en die vele vele residenten, assistent-residenten, controleurs, officieren van het KNIL kregen hun pensioenen allen van Indonesië. Netter en hoffelijker kun je niet zijn.@
        Daar zegt u nu wat.
        En de gewone mens? Ik heb andere bewijzen.

      • Paul Vermaes zegt:

        Geachte Ronny Geenen, De Indische Pensioenbond bestaat nog steeds. De Indische pensioenen zijn zgn. staatspensioenen, niet zoals gewone pensioenen. Staatspensioenen vormen een vaste post op de begroting van een regering.
        De verplichtingen van het Nederlands-Indisch Gouvernement werden bij de soevereiniteitsoverdracht door de RIS (later RI) overgenomen. Dus ook de schulden die de N-I. Gouvernement in oorlogstijd en in de Merdekatijd hebben gemaakt. Alle kosten van de koloniale oorlog zijn door de Indonesiërs zelf betaald!

      • Ronny Geenen zegt:

        Beste Paul Vermaes: In de eerste plaats dank voor de info. Het helpt mij en geeft meer duidelijkheid aan de papieren bundel. die ik net toegezonden heb gekregen uit Nederland. Ik ben nu alles op volgorde aan het zetten. Heb wel ontdekt dat ondanks de vele betrokken instanties en ook de vele brieven, de zaken na de oorlog via Indonesie vlotter verliepen dan in Nederland. In Nederland moest mijn moeder herhaaldelijk in hoger beroep gaan. Kruideniers uit de polder!

      • Indisch4ever zegt:

        Jawel Paul Vermaes,
        50,000 Nederlanders werden in december 1957 door Indonesië eruitgeschopt
        https://www.anderetijden.nl/aflevering/335/Zwarte-Sinterklaas

        10 jaar eerder vertrokken veel mensen uit angst voor het extremistisch geweld.
        Dat geweld was ook bedoeld als ‘belanda’s eruitschoppen’

      • Jan A, Somers zegt:

        “kregen hun pensioenen allen van Indonesië.” Nee. De pensioenpremies van ambtenaren werden naar Nederland overgemaakt waar ze bij het ABP terecht kwamen. En de latere pensioenuitbetalingen via de SAIP. Na de soevereiniteitsoverdracht werden de salarissen uiteraard door de RIS betaald, en de premies werden als vanouds naar Nederland overgemaakt. Zoals het hoort door de rechtsopvolger van Ned. Indië, de nieuwe werkgever..

      • Jan A, Somers zegt:

        “Er uit geschopt is niet de juiste benaming” Dat is ook voor mij zo. Ik zag het niet meer zitten, en ging mijn toekomst verder vieren in Nederland. Mijn ouders ook niet. Op vakantie in Indonesië ben ik altijd vriendelijk bejegend, vooral, als ik op plekken kwam waar ik actief was geweest. En informerend over wat en wanneer. En de Indonesiërs die ik in Nederland ben tegengekomen, zoals op mijn werk, idem dito.
        “van de Indonesische Immigratiedienst geen re-entry permit” Collega’s van mijn vader hebben dit niet meegemaakt. Na verlof weer aan het werk. Mijn vader niet, die is tijdens recuperatieverlof definitief afgekeurd.
        “De garantiewet garandeerde ook de alle opgebouwde pensioenrechten van de repatrianten.” Opgebouwde pensioenrechten hoefden niet te worden gegarandeerd, noch door Nederland, noch door de RIS. Die premies zaten achter hangslot bij het ABP. Over opgebouwd pensioen beslist het pensioenfonds, daar heeft de (voormalige) werkgever niets over te vertellen. Dat geld is als uitgesteld loon al eigendom van de toekomstige gepensioneerde. Wel is het zo dat doorbetaling van de premies in de garantie was betrokken, als onderdeel van de garantie voor salaris of plaatsvervangende uitkering..

    • Jan A, Somers zegt:

      Bij mijn eerst bezoek aan Surabaya zat ik met mijn vrouw in een taxi van het vliegveld naar mijn hotel. Onderweg wees ik mijn vrouw, die hier voor het eerst was, alle punten uit mijn geschiedenis. De taxichauffeur luisterde geïnteresseerd; U bent hier geboren? Ja, in het CBZ. Jammer, dat ziekenhuis waar u bent geboren is afgebroken. Maar uw hotel waar ik u naar toe breng staat nu op die plek. In mijn hersens hoorde ik baboe Soep: je zult eens terugkeren naar de plek waar je nageboorte ligt begraven. Vandaar de stelling bij mijn proefschrift: Ik geloof er niet in, maar houd er wel rekening mee.

    • Soedibyo zegt:

      Geachte heer Hubers van Assenraad,

      In 1980 kende ik een heer Hubers van Assenraad werkzaam bij de ABN in Spui den Haag. Later ben ik erg bevriend met de familie, De heer en mevrouw Hubers kwamen uit Semarang en ze waren in Banjoebiroe geinterneerd. Ik heb het eer mevrouw en de heer Hubers naar Indonesia uit te nodigen, en ze gingen toen naar Jakarta, Semarang, Surabaya en Bali. Na het overleden van de Hubers was mevrouw Hubers in haar reis naar Australie Jakarta aangekeerd en bij mij gelogeerd. In Jakarta was mevrouw begeleid door twee Indische dames (van mijn vrienden kring) van haar leeftijd. Daarna hoorde ik niets meer van mevrouw Hubers. Ben u een familie?

      Wens u het allerbeste en met vriendelijke groeten,

      Soedibyo

      Ps: mijn email adres is bij de redactie/moderator bekend.

      • F.Hubers van Assenraad zegt:

        Geachte heer Soedibyo,leuk dat te vernemen. Alle Hubers van Assenraad zijn familie alleen ken ik ze niet daar de familie zeeer uitgebreid is.De naam is in het verleden ontstaan omdat ene Hubers trouwde met mejvr van Assenraad.Gezegd wordt dat de naam samen gevoegd werd ter kapitaal bescherming.In nederland zijn er ook enkele HvA’s van de oude garde maar ik ken ze niet persoonlijk.Bedankt voor uw reactie en ik wens u een prettig verblijf.

  3. Rifka Melkman zegt:

    Ik zit niet te wachten op een rechtvaardiging van kolonialisme door een witte man uit een totokfamilie. In plaats van woorden als ‘idealisme’ en ‘tempo doeloe’ comfortabel neer te pennen, maak liever eens een stapje terug om vervolgens uw oren te spitsen en te gaan luisteren naar de verhalen van mensen die vroeger tijdens uw tempo doeloe (die overigens aldaar slechts tot uw derde levensjaar heeft geduurd) tweede- en derderangs burgers waren in nota bene hun eigen land hun eigen voorouders vandaan kwamen. Uw koloniaal pamflet en opiniestuk gaat voorbij gaat aan die verhalen die menigeen nú juist probeert te vertellen. En dat terwijl hun geschiedenis door gemiddeld Nederland nog steeds niet wordt gekend, laat staan erkend.

    • Indisch4ever zegt:

      Rifka,
      Kester Frederiks omschrijft tempo doeloe als de periode 1850-1940 en stelt de vraag
      “Wás die tijd zo verderfelijk? ” Met kennelijk het impliciete antwoord NEE.
      Mij lijkt die tijd voor de gewone Indonesiërs in het algemeen ook niet zo vreselijk ellendig.
      Zeker,. cultuurstelsel, veldslagen oa Atjeh en Lombok. ….
      Maar was het dagelijks leven globaal genomen voor de meeste Indonesiërs door toedoen van Nederlandse machthebbers zo verderfelijk/ellendig ?
      Mij lijkt van niet. Ben ik nou koloniaal met deze mening ?
      Net als Freriks verwerp ik kolonialisme. Foute bezigheid, dus hoezo is die vraag met NEEN beanwoorden dan een koloniale dictatuur een goede zaak vinden. ?

      Overigens Ben Janssen, een meerderheid van de Nederlanders zaten niet in de jappenkampen.

      • Ronny Geenen zegt:

        @Overigens Ben Janssen, een meerderheid van de Nederlanders zaten niet in de jappenkampen.@
        Ja, misschien op Java. Bv op Sumatra zaten zeker 90% in het jap gevang. Ook alle families met de naam Geenen

      • Ben Janssen zegt:

        @Indisch4ever: ik heb er de Atlas van de Japanse kampen even bij gehaald. Op blz. 14 linkerkolom lees ik dat er sprake was van 76.000 ‘Europese’ geïnterneerden op Java, van wie ten minste 10.000 van Indo-Europese komaf. Volgens De Jong ( (11b, II, 2e helft, 734) zijn dat voor heel Indië 96.300 Nederlandse en Indisch-Nederlandse burgers geweest, waarbij hij zich baseert op cijfers van dr. Van der Velden. Diezelfde De Jong (11a, Deel 1, blz 102) becijfert het aantal ‘totoks’ in 1940 op circa 80.000 in geheel Indië. Dan lijkt mij de stelling gerechtvaardigd dat een (grote) meerderheid van deze laatste groep toch echt geïnterneerd is geweest in Japanse kampen. Overigens heb ik het aantal ‘totoks’ als krijgsgevangene nog niet meegeteld.
        Een andere benadering is trouwens ook mogelijk: waar zou de meerderheid van die 80.000 ‘totoks’ in de oorlog anders zijn gebleven dan in het kamp? Een massale exodus heeft immers niet plaatsgevonden, en onderduiken was, zeldzame gevallen daargelaten, niet mogelijk.

      • Indisch4ever zegt:

        Ben Janssen,
        De meeste totoks waren geïnterneerd, maar niet de meeste indo-europeanen.
        En die groep was veelal Nederlands , qua nationaliteit dan wel Nederlands georiënteerd.
        Deel 11b van Lou de Jong kent meerdere versies die verschillen .
        In mijn eerste versie stond dit. (digitaal kwijtgeraakt) Wat nu staat op pagina 868 in een andere versie die ik kon downloaden

        De Jong komt tot een inschatting van 280.000 Indische Nederlanders en dat is zijn omschrijving van indo-europeanen.

        Buiten Java werden ook indo-europeanen met Europese afkomsten direct geïnterneerd.
        Misschien moet een historicus dit nog eens goed onderzoeken wbt aantallen indo-europeanen in de kampen. Mijn nattevingerwerk als leek leidt tot 25.000 á 30.000 indo-europese burgers en 25.000 tot 30.000 indo-europese krijgsgevangen.

        Zie ook: http://www.indischhistorisch.nl/tweede/oorlog-en-bersiap/oorlog-en-bersiap-buitenkampers-genegeerde-en-niet-vertelde-geschiedenissen/

      • Ronny Geenen zegt:

        De heer H van den Bos, die in 3 boeken de diverse kampen op west Sumatra heeft geschreven, kwam met vrij precise aantallen. Bij de bevrijding op 22 augustus 1945 zaten er in Bangkinang 976 mannen gevangen en in het vrouwen/kinderen kamp 2219.
        Daarnaast kan ik ook vermelden dat in het vrouwenkamp het aantal blanda 847 waren en de Indo Blanda 1203. Ook werden de aantallen van Indo-Engels, Indo-Duits, Indo-Belgisch en Indo-Zwitser vermeld
        De volgende statistiek mag ook genoemd worden:
        Aantal doden onder de Nederlandse krijgsgevangen na 5 jaar in nazi-Duitsland was 3.0%
        Aantal doden onder de Nederlandse krijgsgevangenen tijdens de Japanse bezetting was 19.4%
        Totaal omgekomen Europese gevangen in jappenkampen 25%
        Europese krijgsgevangenen omgekomen bij de Birma Siam spoorweg 26.5%
        Europese krijgsgevangenen omgekomen bij de Pakan Baru spoor 35%
        Omgekomen Europese krijgsgevangenen tijdens de aanleg van vliegvelden in de Molukken en Flores 26.5%
        Omgekomen Europese krijgsgevangenen tijdens Japanse transporten overzee 10%
        Omgekomen Nederlandse burger-geïnterneerden in jappenkampen over heel Nederlands-Indie, meer dan 13%

      • Rifka Melkman zegt:

        Het is toch echt meer gepast om de vraag “Wás die tijd zo verderfelijk?” vooral te laten beantwoorden door hen die het daadwerkelijk (be)treft, de door U aangehaalde ‘gewone Indonesiërs’. Om vervolgens de terreur van “Zeker,. cultuurstelsel, veldslagen oa Atjeh en Lombok. ….” gemakshalve te beknotten is in mijn beleving voor hen die het (be)trof buitengewoon repulsief.

      • Indisch4ever zegt:

        @ Rifka Melkman
        De meeste gewone Indonesiërs uit het tijdperk 1850-1940, wat Freriks afbakende, zijn overleden . En in het kader van dit topic is het ondoenlijk zij die nog leven te vragen naar hun jeugdherinneringen. Dat kan een prima project zijn van professionele onderzoekers met een budget. En dat is natuurlijk beter dan onze bespiegelingen zo in dit topic.

        Als men specifiek vraagt naar vervelende ervaringen met belanda’s dan krijgt men niet een goed beeld over hun dagelijks leven . Terwijl Freriks zich afzet tegen de ongenuanceerde beweringen dat het hele dagelijkse leven van Indonesiërs verderfelijk was of zoals onlangs gesuggereerd werd : gruwelijk.
        https://www.nrc.nl/nieuws/2018/10/13/tempo-doeloe-een-gruwelijke-bezetting-a2456213

        Je kunt veel verderfelijke tot gruwelijke momenten noemen van de Nederlandse dictatuur, maar dit was niet het dagelijkse leven van Indonesiërs in het algemeen.
        Idd… je moet die momenten beknotten tot het moment zelf en niet het verderfelijke ervan algemeen geldend te verklaren tot het dagelijks leven van alle Indonesiërs in alle jaren 1850-1940 of de jaren 1600-1950 .

  4. Frank Bikker zegt:

    Kolonialisme is een systeem en daarvan moeten de negatieve en soms ook positieve kanten belicht van worden. Daarom totaal eens met Rifka , want de stem van de “inlander” wordt te weinig gehoord in de geschiedenis van dit systeem.

  5. Constant Coolsma zegt:

    Jaren geleden heb ik een reis over Java mogen maken. Ik ontmoette een paar maal uiterst vriendelijke Indonesiërs die de Nederlandse koloniale tijd hadden meegemaakt. Eenmaal zei iemand: de Nederlanders hebben Indonesië ook goede dingen gegeven. Ik herinner me mijn antwoord: ú mag dat zeggen, ík niet.
    Ik denk er nog steeds precies zo over. Mensen met een oud-koloniaal verleden kunnen daar nooit vergoelijkend over spreken. Wat zij er aan positiefs over hebben beleefd is altijd ten koste gegaan van gekoloniseerden.

    • Indisch4ever zegt:

      Beste Constant Coolsma,
      Je denkt zwart-wit.
      Mijn ouders zijn geboren en getogen daar voor 1940. Ze hebben goede en minder goede dingen meegemaakt. De meeste positieve dagelijkse dingen zijn niet ten koste gegaan van de gekoloniseerden, wat zij uiteraard ook waren.
      De goede dagelijkse dingen gebeuren in interactie met andere mensen. Gewone mensen .
      En toen ze nog leefden hadden ze zeker wel het normale spreekrecht om de goede dingen van Nederlandse dictatuur te benoemen.
      Nogal onzin om dat morele recht wel aan Indonesiërs te geven en niet aan hen.omdat ze geen indonesiërs waren.

  6. Ben Janssen zegt:

    1. Ik begrijp, denk ik, wat Rifka bedoelt en wie vanuit de tegenwoordige tijd redeneert, zal haar gelijk geven. Wat het debat over kolonialisme altijd wat moeizaam maakt, is dat we praten over een periode in de geschiedenis toen een geheel ander waarde-oordeel van toepassing was. Dat kunnen wij ons nu eigenlijk niet meer goed voorstellen, met onze eigentijdse waarden anno 2018. Kijk eens naar de wereldkaart van 1927 met bijv. India, Indochina, Belgisch Kongo en Frans West Afrika. Kolonialisme was vroeger normaal, ‘business as usual’. Daar kan je anno 2018 zeer negatief over zijn, maar dat lijkt mij net zo zinvol als heel negatief zijn over Nederland anno 1900, toen hier nog kinderarbeid voorkwam en vrouwen en veel mannen nog geen kiesrecht hadden. Ook in Nederland waren er toen tweederangs burgers, die hun zeer mager loon moesten verdienen in de fabriek of in de bediening van rijke families. Natuurlijk zou het raar zijn om die periode te gaan verheerlijken (dat doet trouwens niemand) maar bezie het vooral in de tijdgeest.
    Laat ons blij zijn dat die tijd achter ons ligt, dat wij mensen kennelijk in staat zijn geweest een stap vooruit te zetten als het gaat om gelijkheid.
    2. Afgelopen zaterdag was er tijdens het Geschiedenis Festival in Haarlem een panel over Indie, dat fel negatief was over de koloniale tijd, en waarbij het panel oa de vergelijking maakte met Zuid-Afrika. De paneldiscussie paste precies bij wat de heer Freriks hierboven schrijft over ‘aanklacht’ en ‘schuldigverklaring’ van het koloniale Indie. Eén panellid (die met zijn non-fictie boek is genomineerd voor de Libris Geschiedenis Prijs) had het doorlopend over Indonesië (ipv Nederlands-Indie) en verklaarde desgevraagd dat hij geen aanleiding zag om het land Nederlands-Indie te noemen in de periode vóór 1945: het land was in het verleden ook wel bestuurd geweest door Fransen, Engelsen en Japanners. Hij voegde daar nog een beetje schamper (in mijn beleving) aan toe dat het toch raar zou zijn te spreken over NEDERLANDS-Indie want toen de Japanners aanvielen vluchtten ‘al die Nederlanders’ naar Australië – aldus dit panellid voor een volle zaal. Dat het merendeel van die Nederlanders in het kamp was gestopt, vertelde hij niet. Daar schrok ik toch wel van: dat anno 2018 de koloniale geschiedenis op deze wijze wordt overgedragen.
    3. Ik zou hopen dat we anno 2018 in staat zijn om met meer historisch inzicht en begrip te kijken naar wat er toen in het koloniale Indie gebeurde, zowel naar de goede dingen (oa de ethische politiek, ingezet vanaf 1901) als de slechte dingen (oa de barre werkomstandigheden van de koelies in oa Deli). En dan niet meteen gaan oordelen vanuit onze huidige waarden – anders kan je de gehele geschiedenis wel als ‘fout’ gaan wegzetten.
    Daarbij merk ik op dat het soms lijkt dat, als het over mensenrechten in deze archipel gaat, de critici ophouden bij 1942. Van wat er nadien onder Soekarno en Soeharto gebeurde op dat vlak lijkt niet meer van belang.

    • Rifka Melkman zegt:

      Ja hoor, daar gaan we weer. Want Freriks heeft het hier toch echt niet over India, Indochina, Belgisch Kongo of Frans West-Afrika. Net zo min over kinderarbeid in Nederland anno 1900, noch het ontbreken van kiesrecht in Europa of wat er later onder Sukarno of Suharto blijkt te zijn gebeurd. De gemakzucht van het verwijzen naar (vileine) anderen dan wel ‘de tijdgeest’ blijft een stroperige dooddoener om elk appèl aan betamelijkheid ter zake te verstoren, eender welke (een zo mogelijk schampere) (te)naam(stelling) daaraan wordt verbonden. Het appèl blijft tijdloos. Immers, de gehele geschiedenis is sinds mensenheugenis als ‘business as usual’ veelvuldig ‘fout’ geweest. Welbeschouwd ligt die tijd nog lang niet achter ons.

      • Ben Janssen zegt:

        Het ‘appèl aan betamelijkheid’, zoals jij dat noemt, is nu juist niet tijdloos – dat is precies wat ik probeer uit te leggen. Wat vroeger betamelijk was, is dat tegenwoordig niet meer – en omgekeerd. Dat is geen dooddoener, maar een onmisbare gids voor wie een geschiedenisboek wil openslaan. Hoe wil jij anders kijken naar het Oude Griekenland, het Oude Rome, de Middeleeuwen, de Italiaanse Renaissance?

        En natuurlijk is het niet de bedoeling om weg te kijken van eigen verantwoordelijkheid van gemaakte fouten in Indie. Dat laat onverlet dat als ik in een uitgebreid artikel in De Groene Amsterdammer van 21.02.18 ( ‘Oligarchie en islamisme in Indonesie’) lees hoe het er aan toe ging onder bijv. Soeharto, met oa het afslachten van ca 0,5 tot 1 miljoen politieke tegenstanders bij zijn machtsgreep in 1965-66, en zijn ongekende corruptie (schatting van Us$ 35 miljard (!) achterovergedrukt vermogen, ik daar niet vrolijk van word.

      • Ronny Geenen zegt:

        @) lees hoe het er aan toe ging onder bijv. Soeharto, met oa het afslachten van ca 0,5 tot 1 miljoen politieke tegenstanders bij zijn machtsgreep in 1965-66, en zijn ongekende corruptie (schatting van Us$ 35 miljard (!) achterovergedrukt vermogen, ik daar niet vrolijk van word.@

        Zijn zoon Tommy en 5 andere familie vrienden hebben in the gated community of Beverly Hills Two grond gekocht tussen 2.5 acres and the 5 acres. Een stuk land van 1.1 acre koste $1,000,000. Intussen hebben ze daar 500 tot ruim 600 m2 oppervlak mansions op neer gezet.
        Als makelaar ben ik daar eens op uitnodiging van een broker heen geweest. Die vroeg mij toen letterlijk waar deze mensen het geld vandaan halen.

    • RLMertens zegt:

      @BenJansen; ‘wat toen in het koloniale Indië gebeurde etc.’- Wat toen aan verkeerde zaken gebeurde werd verdoezeld, verzwegen etc. Het was één al grootse zaken die wij daar hebben verricht en gaan volbrengen. De propaganda werkte op volle toeren. Verkeerde/misdadige zaken werden met eufemistische aanduidingen gemarkeerd cq. in de geschiedenis vastgelegd; ethische oproep; de inlander verheffen, expedities; onder het bestuur brengen; door bloedige oorlogen te voeren, politionele acties; voor orde en rust etc.etc. PS.Gerbrandy 1951; ‘Naast economische vooruitgang bracht Nederland in de ganse archipel de onschatbare zegen van een rechtsstaat'(!). Zaken als; Haatzaai wetsartikelen; welke uitsluitend bedoelt voor de Inlandse oppositie; verbanningen, een concentratie kamp; Boven Digoel etc. komen in onze geschiedenis/verhalen niet voor. Indië werd geregeerd als een politie staat. Zelfs fascistisch te noemen. Als Europese gemeenschap was alleen maar over veel goeds uit de Oost te melden. De Inheemsen waren het decor van onze handelingen. Hun slachtofferschap kwam niet aan de orde. Nu de negatieve kanten van onze Oost in het openbaar komen spreekt u over ‘verschillende waarde’ oordelen. Die andere(!) waarde oordeel was er toen ook! Echter zij die deze misstanden toen openbaarden werden veelal weggehoond cq. tot zwijgen gebracht.
      PS.Gerbrandy ;-Art.45 der Indische Staatsregeling, als het ware de historische neerslag van de beschermingsgedachte(!), die richtsnoer vormt voor dit gezag. Het artikel legt aan de GG als eerste de verplichting op de inheemse bevolking te beschermen tegen onderdrukking door wie ook! Amen.

      • Jan A, Somers zegt:

        “uitsluitend bedoelt voor de Inlandse oppositie; verbanningen, een concentratie kamp;” U moet wel de tekst volledig lezen. Er wordt verschil gemaakt tussen personen die wel, of niet, in Nederlandsch-Indië zijn geboren. Met als verschil of hij/zij al dan niet Indië kan worden uitgezet, en verschil in administratieve procedure. En het begrip oppositie komt daar niet in voor. De oppositie in de Volksraad liep ook vrij rond.
        Die haatzaaiartikelen kennen we in Nederland nog steeds hoor.

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘haatzaai artikelen etc’- Niet de tekst, maar de toepassing is maatgevend! Ene Karel Wybrands van De dag voor Nederlands Indië; die zijn lezers dagelijks wees op de gevaren van die ‘ziekelijke ethiek’. Nationalistische leiders noemde hij onguur geboefte. En mochten zij praatjes hebben tegen het gezag, men passe de methode van generaal Dyer in Brits Indië toe; met 100 betrouwbare(inlandse) soldaten en 20.000 patronen is er geen kans op revolutie in Insulinde. Alleen…men moet ze durven gebruiken! Een aderlating kost bloed…! Vanzelfsprekend reageerde de Inlandse pers getergd op die racistische krenkende bejegening. Waren die artikelen bedoeld om het zaaien van haat tegen te gaan, door de willekeurige manier waarop zij werden toegepast wekten zij juist haat op (!). Er werd met 2 maten gemeten; de meeste aanklachten betroffen Indonesische redacteuren, die steevast zwaar werden gestraft, terwijl de Europese collega’s om veel ergere zaken werden vrij gesproken of er met een geringe boete vanaf kwamen. -En dan vragen velen zich nu af waar die bersiap haat explosie van dan komt.
        note; generaal Dyer werd na proces(!) in Brits Indië uit het Engelse leger ontslagen.

      • Jan A, Somers zegt:

        “maar de toepassing is maatgevend!” Ik weet de naam niet meer en ook niet de datum. Maar leiders van Provo zijn veroordeeld voor opruiing/haatzaaing. Ik dacht jaren 50. Rust en orde werden toen weer hersteld door de Marechaussee, een legeronderdeel in een politionele actie! Zo eenvoudig zit de geschiedenis in elkaar.
        Exorbitante rechten; uit de dissertatie van Jongmans 1921: Van de uitzettingen tot 1854 behandelt Jongmans slechts twee gevallen: Van Vliet, procureur bij de Raad van Justitie te Soerabaja, en Mgr. J. Grooff, bisschop van Batavia. Voor de periode tussen 1854 en 1921 komt Jongmans, de archieven napluizend, tot ca. 1150 gevallen. De motieven zijn legio, Jongmans komt tot een globale indeling naar: verzet tegen het Nederlands oppergezag, te vrezen rustverstoringen, verzet tegen Inlandse vorsten en hoofden, godsdienstige aspecten, verregaand ongepast gedrag, kritiek op het regeringsbeleid, rustverstoringen, verboden verenigingen, ambtsmisdrijven, moord en doodslag, roverij en diefstal, slavenhandel, opiumsmokkel, valse bankbiljetten, brandstichting, bevrijding van gevangenen, nalaten kennisgeving van misdrijf en gevaarlijk geacht voor de openbare orde en rust.
        Opvallend is het in de door Jongmans onderzochte periode relatief geringe aantal verbanningen of uitzettingen op grond van zuiver politieke motieven: Tussen 1900 en 1921 gaat het om elf Nederlanders en twee Indonesiërs. Politieke motieven komen pas goed aan de orde na 1925, mede als gevolg van het zich ontwikkelende Indonesische nationalisme: de communistische opstand (o.m. internering in Digoel) en de ballingschap van Indonesische nationalistische leiders zoals Soekarno, Sjahrir en Hatta.

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘haatzaai atikelen etc’.- Dat deze artikelen in 1914 in het Indisch Wetboek van Strafrecht werd ingevoerd was natuurlijk niet zo maar willekeurig. Na DD’s Indische partij; Indië los van Holland(!) was het gouvernement beducht dat het nationalisme, nog krachtiger als voorheen zal oprijzen. Hatta in Nederland 1927; ‘zal elk overheerst volk zijn vrijheid hernemen, dat is de ijzeren wet der wereldgeschiedenis’. Soekarno 1930; ‘Indonesië klaagt aan!’ De gg.de Jonge 1936; ‘300 jaar zijn wij hier, er nog wel eens 300 jaar bijkomen voordat dit land rijp zou(!)zijn etc.’ De pers Nieuws van de Dag; Wijbrands;
        ’50 galgen op het Koningsplein en op andere aloon- aloons; ten aanschouwe van de bevolking, hebben voor 50 jaren een heilzaam effect’. Dat juist de Nederlandse pers de Indonesiërs tot rassen(!)haat brachten werd niet onderkend. Slechts ene A.Weeber van een marginale krant, die het brute optreden tegen het nationalisme in het algemeen onderkende en als fataal beschouwde. De contouren van het einde van Indië werden gezet! Want de nationalisten kozen voor een ‘non-coöperatie opstelling! Deze periode met een provo beweging van de jaren ’60 lijkt mij ridicuul!

      • Jan A, Somers zegt:

        “welke uitsluitend bedoelt voor de Inlandse oppositie;” Ik reageerde op uw woorden, uitsluitend bedoeld. Het wetboek geldt voor iedereen! En dat wetboek was gekopieerd van het wetboek in Nederland.

  7. Wal Suparmo zegt:

    Nu werkelijk objctief zijn:
    Kolonialme was zeker erg possitief voor Holland want Holland is groot geworden en opgebouwd door gelden van het kolonialsm waar ze erg trots op zijn. Die veel ellende heeft veroorzaakt aan een klein land met een dom volk en Holland hebben hun al 350 jaren onder de knie en zullen daar nog 100 jaren blijven(aldus GG JONGE).Maar Holland heeft Indonesie ook een IDENTITEIT gegeven als een mislukte Federale Staat(RIS).Maar wel een LINGGAFRANKA dat geadoPteerd en geaccepteerd was door de PEMOEDA’S ,dat is van het Maleis naar de BAHASA INDONESIA.Niet zo als de Spanjaarden en Portugesen die gedeeltelijk volk uitgeroeid hadden en ook hun taal en goddienst laten verdweinen.Door het in het Spaans/Portugees en Christen goddients ververanderen.

  8. RLMertens zegt:

    ‘Kolonie’= een nederzetting in den vreemde, een handelspost, ook bv. Nederlandse boeren in Argentinië, die landbouw beoefenen etc. Indië een kolonie? Nederland in nazi tijd ook een kolonie van Duitsland? Indië was gewoon geannexeerd/bezet gebied. Al meer dan 3 eeuwen lang waren wij daar de bezetters van land en volk. Als bezetters en hun nazaten hadden wij daar een zorgeloos leven. Met djogossen, baboe’s en katjongs, die alles deden wat wij hen vroegen/opdroegen. Naar school gebracht in dokkar, bejak etc. Als kind werd mij een eigen(!) baboe toegewezen. Zij verzorgde mij tot ; een toean/njonja moedah. Tijdens de Japanse bezetting kwam de omkeer. Ik was plotseling katjong en had niets in te brengen. Moest mij timide opstellen in een Inlandse omgeving, die mij af en toe vijandig toeblafte; belanda tai!. Bij de bevrijding(!) dachten ik/wij dat die tempo doeloe uiteraard weer terug was. En….het liep verkeerd af. Als 14 jarige kwam ik in Holland (jan.1950) terecht. Toen ik jaren later met vakantie was in Indonesië, vroeg ik aan iets oudere Indonesiër( ingenieur); hoe hij zich tempo doeloe ( jeman Belanda) herinnerde. Hij keek mij eerst peinzend aan en vroeg mij wat ik eigenlijk bedoelde/wilde weten? En vertelde, na mijn aandringen; een anekdote; Batavia had indertijd tram verkeer. Elke tram was voorzien van een 1e,2e en 3e klas rijtuig. De 3e was uiteraard(!) voor de inlanders bestemd. De 1e en 2e klas veelal(!) voor Europeanen en….hen(!) die het zich konden permitteren daar plaats te nemen. Ik was leerling van HIS(Holl.Inlandse school) en liep als gebruikelijk op sandalen. Wanneer de vooral Hollandse en Indo jongeren, altijd op schoenen(en kousen!) mij zittend zagen, dan liepen zij ‘opzettelijk’ met hun schoenen op mijn tenen. Keken mij dan spottend aan en zeiden geen woord….

    • Rifka Melkman zegt:

      Luidens bovenvermelde Ben Janssen waren de moedwillige (mis)handelingen met zwijgende spot van “de vooral Hollandse en Indo jongeren, altijd op schoenen(en kousen!)” in zijn geheel niet onbetamelijk. De tutoyerende Janssen blijft daarin volharden(d).

  9. Rifka Melkman zegt:

    Luidens bovenvermelde Ben Janssen waren de moedwillige (mis)handelingen met zwijgende spot van “de vooral Hollandse en Indo jongeren, altijd op schoenen(en kousen!)” in zijn geheel niet onbetamelijk. De tutoyerende Janssen blijft daarin volharden(d).

    • Ben Janssen zegt:

      @ Rifka Melkman: Natuurlijk is dergelijk gedrag onbetamelijk. Waar haalt u vandaan dat ik dat niet zou vinden? Mag ik voorstellen dat we de discussie aub zuiver houden? Bij voorbaat dank.

      • Rifka Melkman zegt:

        Dat destilleer ik eenvoudigerwijs uit uw opmerking: “Wat vroeger betamelijk was, is dat tegenwoordig niet meer – en omgekeerd.” Elke middelbare scholier met enige beheersing van tekstverklaring zou dit kunnen valideren, teneinde uw uitstekende voorstel de ‘discussie aub zuiver te houden’ door eenieder te bezigen.

  10. Walter zegt:

    Indonesie blijft voor mij altijd mijn moederland. Zou ik daar willen wonen? Nee. alle kinderen wonen hier in Florida, daar is mijn hart. Alle ervaringen na de oorlog met Indonesiers met een uitzondering waren positief. special the nieuwe generatie.

  11. Paul Vermaes zegt:

    Geachte Kester Freriks,
    De negatieve kritiek op ons Nederlands beleid in Nederlands-Indië was er al in de 19de eeuw. Zeker niet minder fel dan tegenwoordig.
    Hieronder wat voorbeelden:
    De laatste dag der Hollanders op Java
    (door Sentot,alias S.E.W. Roorda van Eysinga)

    Zult gy nog langer ons vertrappen,
    Uw hart vereelten door het geld,
    En, doof voor de eisch van recht en rede,
    De zachtheid tergen tot geweld?

    Dan zy de buffel ons ten voorbeeld,
    Die sarrens moê, de hoornen wet,
    Den wreeden dryver in de lucht werpt
    En met zyn lompen poot verplet.

    Dan schroeie de oorlogsvlam uw velden,
    Dan roll’ de wraak langs berg en dal,
    Dan styg’ de rook uit uw paleizen,
    Dan trill’ de lucht van ’t moordgeschal.

    Dan zullen wy onze ooren streelen
    Aan uwer vrouwen klaaggeschrei,
    En staan, als juichende getuigen,
    Om ’t doodsbed van uw dwinglandy.

    Dan zullen wy uw kindren slachten
    En de onzen drenken met hun bloed
    Opdat der eeuwen schuld met rente,
    Met woekerwinste word’ vergoed.

    En als de zon in ’t Westen neerdaalt,
    Beneveld door den damp van ’t bloed,
    Ontvangt zy in het doodsgerochel
    De laatste Hollandsche afscheidsgroet.

    En als de nachtelyke sluier
    De rookende aard heeft overdekt,
    De jakhals de nog lauwe lyken
    Dooreenwoelt, afknaagt, knabbelt, lekt…

    Dan voeren wy uw dochters henen,
    En elke maagd wordt ons een boel,
    Dan rusten we aan haar blanke boezems
    Van moordgetier en krygsgewoel.

    En als haar schand zal zyn voltrokken,
    Als wy ons hebben moê gekust,
    Als elk tot walgens toe verzadigd,
    Het hart van wraak, het lyf van lust…

    Dan tygen wy aan ’t banketteeren,
    En de eerste toast is: “’t Batig Slot!”
    De tweede toast: “aan Jezus Christus!”
    De laatste dronk: “aan Neêrlands God!”

    En als de zon in ’t Oosten opdaagt,
    Knielt elk Javaan voor Mahomed,
    Wyl hy het zachtste volk der aarde
    Van Christenhonden heeft gered.’

    Voor wien ’t niet weet, hier de mededeeling dat de pseudoniem Sentot niet byzonder ongepast de herinnering in ’t leven roept aan den javaschen oorlog. Sentot namelyk was in zeer letterlyken zin de nom de guerre van Alibassa Prawiro Dirdjo, ’t uitstekendst legerhoofd van de ‘muitelingen’ zooals de party van Diepo Negoro in chauvinistisch hollandsch genoemd werd, een vertalingsfout waaraan zich ook de Spanjaarden schuldig maakten jegens de Nederlanders, toen dezen zich van indelikate vreemdelingen trachtten te ontslaan. De meer of mindere juistheid van zoodanige uitdrukkingen hangt dikwyls af van geografische ligging, dagteekening, huidskleur, geloof, en behoefte aan batige saldo’s.

    Wat overigens die Sentot betreft, men heeft hem na afloop van den Javaschen oorlog te vriend gehouden. Hy heeft z’n laatste levensjaren gesleten als gepensionneerde van den nederlandschen Staat, en z’n krygslieden werden by ’t ned. ind. leger ingelyfd, doch niet en corps… wat zyn goede reden had. Nog in myn (Multatuli) tyd – die wat Indie aangaat, een aanvang nam in Januari 1839 – onderscheidden zich de uit Sentot’s Barissan (geregelde troepen) afkomstige soldaten door goed gedrag, tucht en militaire houding. Het was niet zeldzaam, by inspektien of parades, een hoofdofficier, by ’t wyzen op ’n flinken kerel, te hooren zeggen:Ienie apa lagie orangnja Sentot! ‘Dat is nog een man van Sentot!’

    Nu, oktober 2018 kunnen we de vervulling van bovenstaand gedicht tot en met de voorlaatste strofe bevestigd zien. Zal de toekomst ook de vervulling van de laatste strofe te zien geven?

    Sicco Ernst Willem Roorda van Eysinga (Batavia, 8 augustus 1825 – Clarens (Zwitserland), 23 oktober 1887) was een Nederlandse publicist en vrijdenker. Hij was naast Multatuli een van de eerste Nederlanders die zich kritisch uitlieten over de uitbuiting van de Javanen in Nederlands-Indië.
    Levensloop
    Roorda van Eysinga werd geboren in Batavia als zoon van de predikant Sytze Roorda van Eysinga en zijn vrouw Geertruida Catharina Dibbetz. Van 1840 tot 1844 volgde hij een opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda. In 1844 keerde hij terug naar Nederlands-Indië als officier van de Genie. In 1855 nam hij ontslag en trad hij in dienst als ingenieur bij de spoorwegen en waterstaat. In 1860 was hij betrokken bij de aanleg van een kanaal. Hierbij werd hij zich bewust van de slechte leefsituatie van de meeste ‘inlanders’. Toen er sprake was van een dreigende hongersnood, waarschuwde Roorda hiervoor in een ingezonden stuk in het Bataviaasch Nieuwsblad. Daarnaast schreef hij onder pseudoniem Sentot het gedicht ‘Vloekzang, de laatste dag der Hollanders op Java’. In 1864 werd hij uit Indië verbannen en vestigde zich in Nederland. Hier begon hij een strijd om eerherstel en behoud van zijn pensioen. Toen dit niet lukte vestigde hij zich in Brussel, waar het leven goedkoper was. Om in zijn levensonderhoud te voorzien schreef hij voor diverse Nederlandse kranten en tijdschriften. Hierin probeerde hij de situatie van de ‘Javanen’ verder onder de aandacht te brengen, maar hij schreef ook over sociaal-economische kwesties. Om die reden wordt hij ook wel gezien als een van de pioniers van de Arbeidersbeweging. Roorda van Eysinga’s naam is ook verbonden aan het schotschrift Uit het leven van Koning Gorilla, een in 1887 anoniem verschenen brochure waarin de minder fraaie kanten van de Nederlandse koning Willem III naar voren werden gehaald. Het auteurschap lag waarschijnlijk niet alleen bij hem, maar onder andere ook bij de redactie van het tijdschrift Recht voor Allen. Roorda van Eysinga vestigde zich in 1872 in Zwitserland, waar hij in 1887 overleed.
    In 1907 werd zijn briefwisseling met Multatuli uitgegeven onder de titel ‘Briefwisseling tusschen Multatuli en S.E.W. Roorda van Eysinga’. Het boek bevat brieven die geschreven zijn tussen 12 december 1870 en 22 augustus 1886.
    Roorda van Eysinga was de vader van Henri Roorda (1870-1925), die opgroeide aan het Meer van Genève tijdens de vrijwillige ballingschap van zijn vader, en er wortel schoot. Henri Roorda, Frans-Zwitserse schrijver van Nederlandse origine, auteur van Mijn zelfmoord, is wel omschreven als de ‘grootste humorist’ van Franstalig Zwitserland.

    ********************************************************************************************************************

    Sentot Prawirodirdjo (1807 – Bengkulu, 17 April 1855) yang juga di kenal sebagai Sentot Ali Pasha, atau orang-orang mengenalnya sebagai Sentot Ali Basha. Adalah seorang panglima perang pada masa Perang Diponegoro. Ia adalah putra dari Ronggo Prawirodirjo, ipar Sultan Hamengku Buwono IV. Ayahnya dianggap pemberontak karena melawan Belanda dan terbunuh oleh Belanda yang saat itu dipimpin oleh Daendels. Dengan kematian ayahnya, Sentot Prawirodirdjo merasa dendam kepada Belanda sehingga akhirnya bergabung dengan Pangeran Diponegoro.
    Gelar Ali Pasha yang juga berarti Panglima Tinggi didapatkan Sentot Prawirodirjo oleh kerajaan Turki saat dia belajar ilmu kemiliteran dan perang di turki.
    Dalam perjuangannya melawan penindasan kerajaan Belanda di tanah jawa Sentot Prawirodirdjo akhirnya dibujuk Belanda untuk meletakkan senjata pada tanggal 1829 dan dikirim ke Sumatera Barat untuk melawan pemberontakan para ulama dalam Perang Padri. Namun itu semua tidak lain merupakan strategi yang monumental dari Sentot dalam upaya mendapatkan persenjataan dari kerajaan Belanda, untuk digunakan dalam membantu perjuangan Tuanku Imam Bonjol melawan penjajahan Belanda dan Kaum Adat dipimpinan oleh Yang Dipertuan Pagaruyung waktu itu Sultan Alam Bagagarsyah dalam Perang Padri.
    Sentot Prawirodirjo wafat dalam usia 48 tahun dalam pembuangannya oleh Belanda di Bengkulu.

    • robertmacare zegt:

      Paul Vermaes,
      “Nu, oktober 2018 kunnen we de vervulling van bovenstaand gedicht tot en met de voorlaatste strofe bevestigd zien. Zal de toekomst ook de vervulling van de laatste strofe te zien geven?”

      Volgens de Christen Bijbel ben ik bang dat zij voor een grote verassing komen te staan wanneer het einde komt!

      • Ronny Geenen zegt:

        @Volgens de Christen Bijbel ben ik bang dat zij voor een grote verassing komen te staan wanneer het einde komt!@
        Of het nu volgens de koran of de bijbel is, maakt mij totaal niets uit. Ik kan alleen maar het volgende over vermelden. Gedurende de japbezetting op Sumatra, werden 30 Nederlanders (Indo) door de jap meegenomen, zak over het hoofd en in trucks geslagen. Vervolgens naar een ander gebouw in Padang gereden, waar ook de kempeitai haar leger had. Deze mannen werden binnengebracht in het katholieke Mariahuis. Ja, het Mariahuis, want daar stond o.a. een groot beeltenis van de moeder van god ( voor hen die geloven). I dit RK Mariahuis werden deze 30 mannen door de nips (geloof?) met de hulp van javanen (moslims) maanden lang gemarteld. Na de oorlog waren er nog een paar over. Mijn vader was een van de slachtoffers. Hij stierf op 15 aug 1948 in het Carolus ziekenhuis aan zijn verwondingen. Toen de geallieerden op weg waren naar west Sumatra, waren de Indonesiers verdwenen. De nips zijn ter dood veroordeeld.

    • RLMertens zegt:

      @PaulVermaes; ‘het hart van wraak etc.’ – Een profetie, die ca. 60 jaar later een gruwelijke werkelijkheid werd nl. de bersiap!

  12. Peter van den Broek zegt:

    Mijn reactie is hier onder het juiste topic

    Ik had van Kester Freriks wel een groter denkraam verwacht, (zie Olivier B. Bommel), gezien zijn vorige boek “Echo’s van Indie”(2015) waarin hij “met Indonesische ogen” naar het verleden kijkt.
    Helaas, hij laat zich wel van zijn meest eenzijdige, Neerlandocentrisch en provinciale kant zien. Hij neemt niet voor niets Tempo Doeloe als boektitel en tijdspanne. Daardoor veegt hij gemakshalve of is het vergeetachtigheid van een revisionist wel een belangrijk deel van de gemeenschappelijke Indonesische en Nederlandse Geschiedenis onder het voetkleed, waardoor hij toch het predikaat opgespeld krijgt als “Witte” post-koloniaal Ned.-Indisch verleden goed te praten

    De door hem “vergeten” geschiedenis gaat vooral over de gewelddadige periode van de Java-oorlog (1825- 1830) en de Atjeh-oorlog (1873-1896). Beide waren dan ook volksoorlogen waarin de tegenstanders, de inlandse bevolking een guerrilla voerden. Dergelijke oorlogen probeerde Nederland zoveel mogelijk te voorkomen door een ‘imponeerstrategie’ toe te passen. Met veel machtsvertoon trok het koloniale leger KNIL dan
op naar een vermoedelijk machtscentrum zoals een vorstelijk paleis of hoofdstad, dat het strategisch aangrijpingspunt vormde. Had dit gezagscentrum werkelijk betekenis, dan was deze strategie vaak succesvol. Ware dit niet het geval dan kwam het vaak tot een guerrilla. In deze contraguerrilla-strategieën waren in theorie de ‘verzetsstrijders’ het doelwit. Maar omdat zij niet van de bevolking te scheiden waren, was in de praktijk ook de bevolking het ‘strategisch aangrijpingspunt’.

    Voor de volledigheid geef ik mijn tijdlijn in concreto aan:

    1825-1830
    de Javaoorlog, waaraan de naam Dipodenegro onlosmakelijk verbonden is, was een volks- en guerrilla oorlog. Naar schatting 200.000 Javanen stierven door geweld, door honger en ziekte veroorzaakt door de oorlog. Aan Nederlandse zijde sneuvelden 8.000 Europese en 7.000 inheemse militairen.

    1830-1873 Expedities: periode van Imponeren en Expanderen
    3 Bali-expedities (1846,1848 en 1849),
    twee expedities naar Zuid-Celebes (1859-1860),
    een expeditie op Borneo (1850-1854)
    een expeditie tegen het sultanaat Banjermasin (1859-1863)

    1873-1896
    Atjeh-oorlog waaraan de namen verbonden zijn van de onwaarschijnlijke gelegenheidsduo de orientalist Christiaan Snouck Hurgronje en de troepenofficier Johannes van Heutsz. De “HUMANE” militaire aanpak die Van Heutsz voorstond, leidde in Nederland zelfs tot een theoretische exercitie om de koloniale militaire ethiek in lijn te brengen met het internationale oorlogsrecht dat op de vredesconferenties in Den Haag (1899 en 1907) vorm had gekregen. Op deze conferenties was uitdrukkelijk bepaald dat het internationale oorlogsrecht geen betrekking had op oorlogen met ‘onbeschaafden’ dwz de inlanders in de koloniën.
    In Atjeh werd ook de bevolking hard geraakt. Van 1899 tot 1909, de jaren dat Van Heutsz eerst de scepter zwaaide over Atjeh en vervolgens vanaf 1904 als gouverneur- generaal over heel Nederlands-Indië, werden volgens de officiële Nederlandse gegevens in totaal 21.685 Atjehers (inclusief vrouwen en kinderen) gedood.

    1904-1914
    Van Heutsz begon in 1904 met de daadwerkelijke vestiging van het Nederlandse gezag in de rest van de buitengewesten. Hiervoor beschikte hij over een koloniaal leger van inmiddels 38.000 man, van wie driekwart inheemse militairen.
    Na Jambi (1901) volgden vanaf 1904 Zuidoost-Borneo (1904-1906), Zuid- en Midden-Celebes (1905- 1907), Seram (1905), Bali (1906), Sumba (1906- 1907), Sumbawa (1908) en Flores (1907-1911).

    1906 Bali werd berucht om de puputan (rituele zelfdood) als antwoord op het machtsvertoon van zware houwitsers en verdragend zwaar scheepsgeschut. Naar schatting 1.100 Balinezen vonden de dood.

    De Atjeh- en Java-oorlog uitgezonderd lieten meer dan 50.000 Indonesiers het leven.

    Daarbij vergeleken was Tempo Doeloe best een mooie tijd.

    Citaat: ……….Het ‘appèl aan betamelijkheid’, …….is nu juist niet tijdloos ………Wat vroeger betamelijk was, is dat tegenwoordig niet meer en omgekeerd. Dat is geen dooddoener, maar een onmisbare gids voor wie een geschiedenisboek wil openslaan………
    Met zo’n gids (betamelijkheid!!!!) die door het bos niet de bomen ziet, zou ik ook de weg kwijtraken in de geschiedenis. Laat dhr Ben Janssen eens van Denkraam veranderen, geeft een heel brede en diepgaande kijk op de geschiedenis.

    Wordt vervolgd

    • Paul Vermaes zegt:

      Interessant, dit overzicht. Mag ik dit copiëren en bij mijn verzameling over Nederlands-Indië voegen?
      Hartelijk dank,
      Paul Vermaes

    • Paul Vermaes zegt:

      Geachte Peter van den Broek,
      Mag ik bij het aantal gesneuvelden omwille van de tempo doeloe mensen voegen de doden van de Jappanse militairen, de Engelse militairen, Brits-Indische militairen en de Nederlandse militairen bij de verdediging van de burgergevangenen in Bandoeng, Ambarawa, Magelang en Soerabaya. Misschien ook nog de vele gedode pemoeda’s die daarbij gemaakt zijn door genoemde militairen?,
      Paul Vermaes

    • Peter van den Broek zegt:

      Ik denk dat dhr Paul Vermaes mij niet goed begrijpt althans een andere d.w.z. negatieve betekenis geeft aan het oog om oog-principe. Als hij de uitdrukking leest in Leviticus 24:19-20 , dan staat er:
      ……..Als iemand zijn naaste letsel toebrengt, moet hem hetzelfde aangedaan worden wat hij gedaan heeft: breuk voor breuk, oog voor oog, tand voor tand. Zoals hij de ander letsel heeft toegebracht, moet hem hetzelfde toegebracht worden…..

      In de Christelijke en Joodse traditie wordt het “oog om oog-principe” als een Schadevergoedingsplicht uitgelegd. Het is eigenlijk heel simpel: als je iemand een oog uitslaat, moet je dat financieel vergoeden met iets dat een vergelijkbare waarde heeft als het oog. Dat is dus heel wat anders, of zelfs het tegenovergestelde, dan Wraak nemen door bij de ander dezelfde schade toe te brengen m.a.w. negatieve reciprociteit.

      Ik heb het tot nu toe over het Nederlands koloniaal overheidsingrijpen tot 1916. Moet ik volgens dhr Paul Vermaes het beginsel zo opvatten dat de Bersiapgebeurtenissen van een kleine 30 jaar later een wraakneming was van de Indonesische overheid? Volgens de redenering van vele Nederlanders was het niet de niet-bestaande Indonesische overheid maar die wraakzuchtige en bloeddorstige pemoeda’s, opgezweept door de Japanse propaganda die die Bersiap-moorden op hun geweten hebben.
      Dus de “boekhoudkundige” vergelijking (Nederlandse overheid t.o. pemoeda’s) gaat mank of de Indonesische overheid en niet pemoeda’s was verantwoordelijk voor die Bersiapmoorden. Interessant gegeve, alhoewel hoe maak ik dat laatste aannemelijk?

      Maar eerst de feiten over het Nederlands koloniaal beleid na 1914.

      • Paul Vermaes zegt:

        Geachte Peter van den Broek,
        Als katholiek mag ik de bijbel pas lezen als ik voldoende verstand had om die in de Vulgaat (Latijnse vertaling van de originele teksten) te lezen. Zoveel verstand heb ik niet en daarom zijn de teksten van Leviticus mij vreemd. Als katholiek mag ik geen kwaad met kwaad vergelden en keur het gedrag van de pemoeda’ s in de Bersiaptijd niet goed. Ik konstateer alleen het feit dat het gedicht uit ca 1850 uitgekomen is.
        Overigens wil u toch opmerkzaam maken op de fout van ons tempo doeloe mensen, die menen dat de Nederlanderhaat door de Japanners werd onderwezen. Hoe stelt u zich dat voor: een Japanse soldaat, die geen Bahasa Indonesia kent voor de klas van een lagere school?
        Ik moest evenals andere buitenkamp-kinderen in 1944 naar een Indonesische school, anders kreeg mijn moeder geen beras koepon (rijst van de distributie). Ik heb op die school nooit een Japanner gezien. Wel heb ik daar allerlei liederen moeten leren zingen maar geen één tegen de Nederlanders wel één tegen Amerikanen en Engelsen (Awaslah Inggris dan Amerika, musuh seluru Asia….).
        De haat tegen de Nederlanders was er altijd: in ca 1910 bijvoorbeeld verklaarde Boedie Oetomo, de oprichter van de Islambeweging van zijn naam: “ Als alle Indonesiërs tegelijkertijd zouden spugen, zou er voldoende zijn om alle Nederlanders het land uit te spugen…”
        Dus beschuldig de Japanners niet van haatzaaien tegen Nederlanders, dat was niet nodig.
        Paul Vermaes

      • Jan A, Somers zegt:

        “een andere d.w.z. negatieve betekenis geeft aan het oog om oog-principe.” Toch wel leuk dat je de Bijbel, en Thora en Koran altijd kunt gebruiken als het je goed uitkomt. Van alle markten thuis. Hoef je jezelf niet meer te bewijzen, of in Exel te zoeken. En zint het verhaal je niet, ga je gewoon shoppen naar een andere druk. Of je zoekt alle exegesen na.

      • Jan A. Somers zegt:

        “opgezweept door de Japanse propaganda ” Grote vraagtekens van mij. De enige Japanners van betekenis die ik ben tegengekomen waren de lui bij de Kenpeitai en hier en daar een schildwacht. En patrouilles langs het gedek in het kamp waar mijn zus zat. School was er niet, wel hard werken. Bij het afleveren van melk bij de Japanse melkcentrale roofden we eten van de Japanse vrachtauto’s die daar foerageerden. Dat ging wel eens fout>>klappen. Dat is all in the game! Japanse propaganda?

      • Arthur Olive zegt:

        @Als katholiek mag ik de bijbel pas lezen als ik voldoende verstand had om die in de Vulgaat (Latijnse vertaling van de originele teksten) te lezen.@
        Dat hebben ze mij ook verteld vroeger op de katholieke school. Nu mag je de vertaling in je eigen taal wel lezen (zonder verstand) want ze hebben ontdekt dat de meesten het toch niet doen.
        Waarom zou ik het behouden van mijn ziel aan een ander over laten dacht ik, het testament is aan mij en ik ben gaan lezen en tot de ontdekking gekomen dat ze mij voor de gek hebben gehouden.

  13. Soedibyo zegt:

    Tempo doeloe, ook een mooie tijd. Tempo sekarang (nu) is ook een mooie tijd. De vraag is alleen maar voor wie en hoe wordt het tempo doeloe belicht. Voor onze gedachten wisseling beoordelen met de waarden van tegenwoordig? Volgens mij niet fair.
    Ik heb voor de merdeka van Indonesia (het verbeelde natie) gevochten, en Indonesia is nu voor 73 jaar merdeka, een staat geworden. Tempo sekarang , is ook een mooie tijd. Voor wie, voor mij zeker, maar niet voor iedereen.En is de tegenwoordige Indonesia conform met mijn verbeelding toen als pemoeda (jeugd), nee.
    Voor mij het kolonialisme is slecht maar ook het Indonesische feodalisme, misschien slechter. je moet fair zijn als je vrede met jezelf wil hebben.
    De Jappnse bezetting is erg hard, maar de pemoedas werden door Japanners getraind om moreel en physiek gehard te zijn voor het vechten van je vrijheid. Volgens mij, nogmaals naar mijn mening zonder de Jappanse training en opleiding zijn wij mentaal niet voldoende gehard om tot een overwinning (in de betekenis dat Nederland zijn doel niet kan bereiken) te komen. Maar merdeka is made in Indonesia, niet op aandringen van de Japanners. De pemoedas moesten Soekarno en Hatta naar Rangkasdengklok ontvoeren om hun te overtuigen te brengen dat merdeka geproklameerd moet worden. Soekarno en Hatta was bang dat de Japanners zullen ingrijpen als merdeka wordt uitgeroepen. De pemoedas zei “tiadk perduli” (don’t care). Na de proklamasi de imagained nation wordt werkelijkheid en wij Indonesiers hebben een identiteit. En daarmee een identiteits politiek in de praktijk, met al zijn gevolgen.
    Ben in September 2017 in Nederland geweest voor de reunie van mijn Infanterie klas KMA Promotie 1956 gehouden in de museum Bronbeek. De reunie commisie (de zoon van laatste gouverneur van Borneo, Haga) ter ere van mijn aanwezigheid en mijn vrouw (die geen Nederlands spreekt) deed.zijn toespraak in correct bahasa Indonesia. In Nederland als een Indonesise tourist is ook een mooie tijd.

    • Paul Vermaes zegt:

      Geachte Heer Soedibyo,
      Die naam doet aangename herinneringen op bij iemand die in een Indonesische beschermingskamp heeft gezeten: Soedibyo was de man die er voor zorgde, dat de RABWI-gevangenen werden geëvacueerd naar Britse enclaves. Begin december 1945 besloot de Indonesische Regering van Yogyakarta, dat het voor de veiligheid van de Nederlandse vrouwen en kinderen beter is ze te verplaatsen naar een 7-tal beschermingskampen ver van de stad. Ons kamp Sewugalor werd gevormd in een dependance van het Petronella ziekenhuis, in Brosot; genaamd “Tegal Buret”. Wij werden beschermd door 19 wachtposten bemand met Laskars. Tot onze evacuatie waren we veilig ofschoon er geregeld werd geëxerceerd door geordende groepen pemuda’s met toembaks onder het roepen van “hancurkanlah, hancurkanlah….”

      Wat onze geschiedschrijving verzuimt, is dat we werkelijk gehaat werden door de Indonesiërs: om een voorbeeld te noemen. Toen in 1941, vóór de Japanse inval in 1942, het KNIL zich ging voorbereiden op hun komst en dus niet meer met de verdediging van de veiligheid van de Nederlanders zich kon onledighouden, maakten pemuda’s, onder andere van de Hisbolah, jacht op Nederlanders in de wat minder grote steden. Ik herinner me een vluchtverhaal van Mw. Broos die vanuit Japara met haar zonen vermomd als Indonesiërs naar Yogyakarta ging.
      Toen de Japanners binnen vielen werd er overal gerampokt…. Ik kan me voorstellen dat de Japanners terwille van de openbare orde, gezien de algemene haat van de bevolking tegen de Nederlanders, het beter achtten ze in kampen te beschermen tegen de volkswoede.

      Blij, dat u in dit forum wil deelnemen als oud-pemuda en dat u aan ons, de Tempo Doeloe mensen, toont dat u wèl perfect Nederlands beheerst en wij geen Bahasa Indonesia.

      Paul Vermaes.

      • Soedibyo zegt:

        Geachte heer Vermaes,

        Generaal majoor Soedibyo is een naamgenoot. Hij was ex KNIL officier met KMA op;eiding vvdo (van voor de oorlog). Het bezorgde mij tijdens mijn tijd op de KMA (1953-1956), wat benarde situaties. Tijdens mijn detachering bij de Garde Regiment Jagers in Vucht, toevallig de regiment commandant een tijdgenoot van genaraal Soedibyo. Ik kreeg de eer om in de offieciers-mess aan de tafel van de regiments commandant te eten, ik kreeg de laatste beurt tijdens het eten en ik mag niet spreken als ik niet aangesproken wordt, omdat ik de jongste en de laagste in rang. Mijn collegas cadetten zaten bij een speciale tafel voor cadetten. Na een dag verontschuldig ik en vroeg of ik bijn mijn collegas cadetten mag eten. Ik kreeg mijn toestemming. Bij de Infanterie School in Hardewijk tijdens mijn curses voor infra-rood schieten, midden in de nacht ging de Commandant mij opzoeken om te vertellen dat hij een tijdgenoot is van generaal Soedibyo, en zei tegen mij: “Goed zo Soedibyo, de traditie handhaven”.
        Ya de KMA tijd ook een mooie tijd.
        Dank u heer Vermaes voor uw reactie. Ik wens u het allerbeste,
        Soedibyo

      • Ælle zegt:

        Geachte heer Soedibyo,
        Er wordt hier op een site een zekere Soedibyo genoemd. Mijn vraag is of u hiermee bedoeld wordt.

        “Soedibyo is een van de vrijheidsstrijders van het eerste uur, een overtuigd nationalist en tegenstander van de Nederlandse overheersing.”

        Dank u,
        Ælle

    • RLMertens zegt:

      @Soedibyo; ‘tidak perdoeli etc.’- Inderdaad; de proklamasi een meesterzet! Niet meer omkeerbaar. Elke stap daarna van Nederland was altijd te laat. In plaats van overleg, conform de Britse wens, koos men voor confrontatie. Het gehele Nederlandse volk werd misleid met slogans als: Indië bevrijden, daarna orde en rust etc. Ons beleid trachtte zelfs een wereld forum/VN te misleiden. De pogingen van De Progressieve Groepen, Batavia 1946 olv. publicist DMG.Koch met oa.WF.Wertheim, JdeKadt ea. ‘om dusdoende de eeuwige vriendschap te verwerven en juist nu de jonge Republiek in deze fase bij te staan, werd met hoon weggewuifd. Oud Indië KL.militair, socioloog JAAvanDoorn; ‘de acties, die duizenden slachtoffers eisten, bleken zinloos te zijn geweest. Roemloos en gefrustreerd werd het einde van Indië in december 1949 bezegeld; daar werd niets groots verricht!’ Pas 60 jaar na de proklamasi kwam bij onze regering ‘in zelfstandigheid’ de inkeer; ‘wij stonden aan de verkeerde kant van de geschiedenis’!
      De moeilijke weg naar democratie, is er een met vallen opstaan. Die elk volk gedoemd(!) is te moeten afleggen. De enige remedie hiervoor is; onderwijs, onderwijs en nogmaals onderwijs! En dat is mijn wens voor Indonesië, mijn geboorteland!

      • Paul Vermaes zegt:

        Geachte RLMertens,
        @Onderwijs, onderwijs en nogmaals onderwijs….
        Dat is precies wat Indonesië heeft gedaan. In mijn geboortestad Yogyakarta zijn er 85 universiteiten sinds 1946. Als u zich realiseert hoe de Indonesiërs hun Bahasa Indonesia tot een volwaardige wetenschappelijke taal hebben ontwikkeld: elke maand een aanvullende woordenlijst van nieuwe Bahasa-equivalenten voor bijvoorbeeld chemische, technische, etc. nomenclatuur.
        Ik gun Indonesië zijn Merdeka en heb er helemaal vrede mee dat ik daar niet thuis hoor als koloniale Nederlander (37ste aangifte in het geboorteregister 1939 voor Europeanen van Yogyakarta) ofschoon ik een rasechte halfbloed ben.
        Paul Vermaes.

      • Ronny Geenen zegt:

        @ofschoon ik een rasechte halfbloed ben.
        Paul Vermaes.@

        Deze Amerindo is een volbloed Indische met net zoveel bloed als ieder ander mens.

      • RLMertens zegt:

        @PaulVermaes; ‘onderwijs, onderwijs etc.’- En dan bedoel ik; verplicht onderwijs vanaf 6 jr. voor iedereen, en… dat (hoger)onderwijs leidt(!) naar kritisch denken(!) etc. En dan niet@JASomers; die zgn van Heutz desa scholen; waar alleen; lezen en schrijven wordt onderwezen. Om hen te leren ‘luisteren en bevelen’ op te volgen van de toeans/meerderen! Sprak onlangs hier een Indonesische studente, die helemaal niet senang is, wat de (Arab) Islam nu daar teweeg brengt; oa. slamatan moet afgeschaft worden. Zij was voorstander en was besloten hun eigen traditionele Islam te behouden.
        Las ook dat men daar de Panca Sila dag wilde instellen nl. handhaving van de 5 geboden; oa. vrije godsdienst! etc. Ik vergelijk ook zaken met de jr.50 hier; toen oa de Godsdienst hier ook zo permanent de maatschappij bepaalde; niet trouwen met een ander geloof etc.; -mijn RK zwager mocht, bij zijn huwelijk 1957 (!)de kerk hoofdingang betreden en mijn schoonzus Prot. de zij- ingang! ( en ik ook!) Na een paar maanden kreeg zij van de pastoor bezoek ….of er niet kleine RK tjes in aantocht waren!
        @RonnyGeenen ‘volbloed etc.- En halfbloed(!)’vooral gebezigd door Vaderlandse Club adepten. Lees PJ.Drooglever; de Vaderlandse Club en vooral oude Indische kranten!
        Een mooie halbloed meisje was hier in Holland jr.50 ook gewoon ingeburgerd. Vooral door ex.KL’ers en K.Marine personeel! .

      • Soedibyo zegt:

        Geachte heer Mertens,

        Er waren momenten om tot een tegemoetkoming te komen, maar de intervensie van de regering in Nederland werd het vinden van uitkomst moeilijk. Indonesia is een groot land, zo groot als Europa met verschillende rassen, gewoonten en waarden. Ondanks de moeilijkheden hebben wij gepresteerd om het te overkomen en maakt Indonesia zo als het nu is. Daarom zijn wij niet zo geinteresseerd op het verleden maar meer geconcentreerd op de toekomst. Democratie is geen gemakkelijk sijsteem voor regeren, maar dat is het enige oplossing denk ik.
        U heb gelijk de remedie is opleiding, kwalitatief en kwantitatief. Daarom hebben wij relatief veel op het gebied van onderwijs geinvesteerd. Op Java haast in iedere kabupaten (ditsrict) heb je een universiteit (particulier) of een akademie. Maar dat veroorzaak ook een probleem, werkloze intelectuelen.

        Ik was in September 2017 in Nederland, ik was in Amersfoort, Utrecht, Breda en Amsterdam. Er is veel veranderd in vergelijking met de jaren vijftiger en laat zeventiger en bigin tachtiger. Veel betere welvaart, vriendelijker en behulpzaam. Ik en mijn familie genieten van de gastvrijheid.

        Geachte heer Mertens, dank u voor Uw reactie en wensen, ik wens u het allerbeste.

        Soedibyo

      • Soedibyo zegt:

        Geachte Mw Aele,

        Uw vraag kan ik niet met zekerheid beantwoorden of het voor mij bedoeld wordt. Ik vind mijzelf een normaal persoon die van zijn land houd. Ik heb voor de vrijheid van Indonesia gevochten, kan dat omgevormd worden tot een tegenstaander van Nederlandse overheersing. In principe ben ik tegen iedere vorm van overheersing zonder legimitatie, ook van Indonesier. Ik begin mijn carriere als TNI officier met KMA opleiding en ik verdiend maar net te veel om ervan dood te gaan, te weinig om er van te leven of men zegt te groot voor een servette te klein voor een tafellaken. Maar ik geniet ervan er zit wat romantiek in. Als ik bij de BPM of Shell werk verdiend ik veel meer en om het drie jaar buitenlands verlof met betaling. maar dat noemen mijn collegas officiren landsdveraad.
        Volgens mij die beschrijving past niet bij mij.

        Wens u het allerbeste.
        Soedibyo

    • RLMertens zegt:

      @Soediboyo; ‘tempo doeloe ook een mooie tijd etc.’- U heeft die tijd, naar ik begrijp meegemaakt, vertel ons zonder schroom(!) wat is het mooie ervan en wat is het slechte?Wat u heeft ervaren; als Inlandse jongen? Als opkomende man? Hoe keek u toen(!) tegen al die (Indische)Nederlanders. Hun levenswijze, clubs etc. Dus geen algemeenheden aub. Voor ons, eens en voor altijd, toch goed en terecht te weten, wat nou die tempo doeloe u, de Indonesiër heeft gebracht/gevormd! En nogmaals schroom u niet!

      • Soedibyo zegt:

        Geachte heer Mertens,

        Mijn vader was Javaansche sergeant 1e klas der marechaussee, en hij was een van de beste meerdaagse (40 dagen) pratouille commandant van zijn tijd. Zijn hobby is jagen. Hij verstaat, maar spreek geen Nederlands. Ik ben niet blootgesteld aan discriminatie enz. Mijn vader had een uitgebreide vrienden-kring bestaande uit verschillende rassen, totoks, indos, haast alle inlandse groepen. Mijn vader was op zijn manier een nationalist (Javaans georienteerd), maar hij is “trouw” aan de Nederlandse autoriteit. Hij abboneert op Indonesische kranten, in die tijd verboden. In mijn omgeving, in de koloniale tijd het was wat redelijk. Ik heb afkeer aan de feodalisten (Inlands Bestuur en de prijajies) en Chinezen (toen). De Jappanse bezetting was erg verschrikkelijk. Door de proklamasi ben je bewust
        van je eigen waarde, en veranderd de verhoudingen. Niet direct. Dat is het heer Mertens. Je vecht voor je vrijheid, zonder haat. Tenminste dat is mijn gevoel. Daardoor heb ik geen problemen of syndroomen met het verleden, ik schroom niet, geen reden.

        Wens u het allerbeste,
        Soedibyo

  14. RLMertens zegt:

    ‘Tempoe doeloe, ook een mooie tijd, zegt Kester Freriks’- Gerbrandy over Indië; ‘een voorbeeld was van de wijze waarop alle tropische gebieden behoren te worden bestuurd en waarop eenvoudige volkeren in die gebieden dienen te worden geregeerd!’ Inderdaad voor de Nederlanders, die in aparte, uitsluitend blanke wijken leven en wonen. Met hun eigen scholen, tennisbanen, zwembaden; verboden voor honden en Inlanders en jachtclubs Met jachtpartijen, baden onder de waterval, paard rijden in de heuvels, etc.. Ongenaakbaar voor jan en alleman. Altijd met voorkomendheid bejegend. Altijd op afstand voor andere bewoners van dit tropenland. Die mentaliteit begon al op de schoolbanken. De blanke schoolbanken, wel te verstaan. Zoals de directeur van Hollands-Indische Kweekschool schreef; de Nederlandse jeugd ‘zorgvuldig van Indië verwijderd hield’! Stichtse instituten waarschuwden de ouders vooral hun kinderen niet te laten verindischen! Die Indische kinderen waren nl. vroeg rijp! -Nou, toen ik (14 jr.) in 1950 in Nederland aankwam constateerde juist dat de meisjes hier, rijper waren dan in Indië. Zelfs rijper dan mijn overrijpe manga in Soerabaja!

    • Paul Vermaes zegt:

      Geachte RLMertens,
      Kort en krachtig een beschrijving van het Nederlandse exclusivisme in de kolonie.
      Hartelijke dank,
      Paul Vermaes

    • Jan A. Somers zegt:

      “Met hun eigen scholen,” Precies zoals in Nederland, nu nog steeds. Onderwijs is in beginsel geen overheidstaak, alleen een faciliterende en aanvullende. In Vlissingen bijvoorbeeld, pas nadat de gemeente of andere particuliere/religieuze organen geen HBS wilden stichten, kwam er de RHBS.
      Onderwijs als motor achter het nationalisme:
      Binnen het kader van de ethische politiek werd veel aandacht geschonken aan het onderwijs. Naast het Europees onderwijs was de etnische verscheidenheid aanleiding tot een gedifferentieerde onderwijsstructuur, aangepast aan de behoeften van de verschillende bevolkingsgroepen. Klassebewustzijn leidde voorts tot onderwijs op gescheiden niveaus; het ‘hogere’ inheems onderwijs in Europese stijl en in de Nederlandse taal werd gericht op het kweken van een Indonesische elite met een westers karakter die een groot deel van het Nederlandse bestuur zou kunnen overnemen. Het ‘lagere’ inheems onderwijs was direct gericht op verbetering van het welzijn en de welvaart.
      Op de kweekscholen voor de opleiding van inheemse onderwijzers werd Nederlands eerst als vak geïntroduceerd waarna Nederlands voertaal werd. In 1900 werden de drie ‘hoofdenscholen’ gereorganiseerd tot de OSVIA (Opleidingsschool voor Inlandsche ambtenaren), een vijfjarige Nederlandstalige cursus na de Europese lagere school, voor de opleiding van bestuursfunctionarissen. Tevens werd de Dokter Djawa -school gereorganiseerd tot de STOVIA (School tot opleiding van Inlandsche artsen) in Batavia en de NIAS (Nederlandsch-Indische artsenschool) in Soerabaja. De inheemse ‘1e klas’ lagere school, oorspronkelijk bedoeld voor gegoede Inlandse burgers, werd Nederlandstalig en in 1914 omgezet in de Hollandsch-Inlandsche School (HIS), en de Hollandsch-Chineesche School. Samen met de Europese lagere scholen boden deze inheemse scholen nu onbeperkt en ongescheiden toegang tot het Europees middelbaar onderwijs (MULO, AMS, HBS, Lyceum, Gymnasium) en vervolgens tot het Europees universitair onderwijs. Naast de genoemde opleidingen ontstond ook een heel scala aan scholen voor beroepsonderwijs, zoals ambachtsscholen, technische scholen, handelsscholen, landbouwscholen, geneeskundige scholen, zeevaartscholen en huishoudscholen, zowel voor de inheemse als Europese bevolkingsgroepen, en deels gemengd. Het middelbaar en hoger onderwijs was beperkt tot Java en delen van Sumatra. De op Java schoolgaande kinderen uit de buitengewesten raakten daardoor vervreemd van hun oorspronkelijke cultuur maar anderzijds was er op kostscholen en in (Nederlandse) kostgezinnen sprake van wederzijdse kennismaking tussen de in de archipel naast elkaar levende etnische groeperingen.
      In 1907 nam Van Heutsz het initiatief tot driejarige desascholen of volksscholen, bekostigd uit schoolgeld aangevuld met overheidssubsidies. In de dorpen bestond weinig belangstelling voor dit onderwijs, mede vanwege het schoolgeld, maar het bestuur wist met zachte druk, perintah haloes, de dorpsbesturen toch over de streep te trekken. In 1915 kwam er een vervolg met de Inlandsche Vervolgscholen.
      Was voorheen (westers) onderwijs nog voorbehouden aan de kinderen van vooraanstaande Javaanse edelen waar ook het inheemse bestuur, de priyayi, uit werd gerekruteerd, het nieuwe onderwijssysteem schiep een nieuwe klasse bestuurders, en daarmee ook een nieuwe klasse leiders. Het bracht een nieuwe cultuur, los van de mystiek en de islam waar de oudere priyayi hun gezag aan ontleenden. Sommige hervormers zagen in de westerse opleiding tevens de mogelijkheid de oude Javaanse cultuur, geïnspireerd door het hindoeïstisch/boeddhistisch verleden, maar vervallen bij de komst van de islam, te herstellen. Het is begrijpelijk dat oudere bestuurders niet enthousiast waren voor deze ontwikkelingen waarbij hun gezag werd ondergraven.
      Het westerse onderwijs is cruciaal gebleken voor de emancipatie van de inheemse bevolking. Bij de aardrijkskundeles zag men op de wandkaarten voor het eerst de kolonie als een geheel, men zag ook dat Nederland maar een klein landje was in verhouding tot Nederlands-Indië. Bij de geschiedenisles leerde men over de opstand tegen Spanje en de Nederlandse onafhankelijkheidsstrijd, over de Franse revolutie en de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog. Men leerde goed Nederlands en meerdere vreemde talen waardoor men zowel boeken, als ook de krant kon lezen en de vele in Indië uitkomende periodieken. Ook de beoordeling van de leerlingen op grond van vaardigheden en prestaties was van belang in een inheemse samenleving met rang- en standsverschillen en beoordeling op grond van afkomst en functie. Door de Nederlandse opzet was het onderwijs zwaar voor de inheemse leerlingen; zij die de opleiding voltooiden waren dan ook intelligente doorzetters.
      De emancipatiebeweging bracht een grote vraag naar (openbaar) onderwijs op gang waar het bestuur aanvankelijk niet aan kon voldoen. In het begin van de 20e eeuw hadden de Chinezen de eerste moderne niet-gouvernementsscholen gesticht; door E.F.E. Douwes Dekker werd in 1922 in Bandoeng een onderwijsorganisatie, Ksatrian, gesticht met een aantal lagere scholen en beroepsopleidingen. De meeste ‘wilde’ scholen kwamen binnen de inheemse bevolkingsgroepen tot stand in de jaren ’20 en ’30. Moehammadyah spiegelde zich aan de activiteiten van missie en zending waarbij naast ziekenhuizen en weeshuizen ook scholen werden opgericht. Daarnaast werden vele scholen opgericht met een antikoloniale indoctrinatie. Tan Malaka had in 1921 een school gesticht binnen een marxistische afdeling van Sarekat Islam. In 1925 bestonden er al enkele tientallen van dit soort scholen. Meer succes hadden de door Soewardi Soerdjaningrat vanaf 1922 gestichtte Taman Siswa-scholen. Ook deze scholen werden gewantrouwd door het gouvernement vanwege hun antikoloniale sentimenten, maar hun kwaliteit werd wel gewaardeerd. Dewantoro huldigde aanvankelijk het non-coöperatiebeginsel, maar aanvaardde naderhand wel gouvernementssubsidie. Ondanks klachten over het anti-Nederlandse karakter van het onderwijs, hebben al deze scholen toch subsidie genoten.

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘met hun eigen scholen etc’ – Net als hier? Uitsluitend opgericht(!) voor blanken? Zelfs in Soerabaja 1946, toen plots alle totoks naar hun ‘eigen school’ gingen.
        Verwaande kwasten, op zondags; met witte kuitkousen aan, zich in hun eigen groep zelfbewust waanden, boven alle andere medemensen verheven. In Holland; waren mijn mede leerlingen, spontaner, vriendelijker etc. Ik had meteen contact en maakte vrienden; voetbal etc. Tot nu toe! -Ooit zo’n kwast uit Indië tegen gekomen;’ zo, voor jou is het afgelopen met dat herenleventje hè, gewoon aanpoten als iedereen! -Tegen over onze straat in Soerabaja, Perak, met tussen in 2x trambaan strook, werd bewoond door uitsluitend totoks oa K.Marine; als de heren op hun platje waren, met echtgenote, stonden de heren altijd met de handen in de zij, de omgeving te bekijken; zoiets; ‘hier zijn wij etc.’ Mijn vader ergerde zich altijd aan die ‘koloniale houding’ !De Hollanders hier waren veel vriendelijker. Spraken je over ditjes en datjes aan. Ik hier, bij aankomst, een heel ander mening over de Hollanders! – ‘alle scholen subsidie genoten’- Zeker niet, de zgn, door nationalisten opgerichte,privé- ‘wilde- scholen’! Zie J.Dupisto; Buiten het Gareel; met een voorwoord van du Perron! Deze scholen konden met moeite (geldgebrek; omdat vele leerlingen niet konden bijdragen etc.) draaiende gehouden worden. Constant belaagd door het PID en Onderwijs Inspectie! Hen stom houden was het devies! Aan de ene kant de juiste tactiek; anders waren misschien eerder uit tempo doeloe geschopt!

      • Jan A, Somers zegt:

        “Verwaande kwasten,” Tja, en dan die Indo’s hier in ‘Holland’ (in Zeeland ben ik zulke niet tegengekomen). Van elke naam die hier in de Indische gemeenschap wordt genoemd wordt tot in de eeuwen der eeuwen terug nagelopen of die hier en daar misschien nog een spatje licht getint heeft. Pas dan mag hij/zij zijn/haar mond open doen.
        “Constant belaagd door het PID en Onderwijs Inspectie!” Ja, de PID bestaat hier niet, maar het lijkt me wel nuttig dat de AIVD Islamschooltjes in de gaten houdt. En de Onderwijsinspectie ook, of de overheidssubsidies (ons belastinggeld!) wel rechtmatig/doelmatig wordt gebruikt. Daar zijn ze voor, ook toen in Indië. Maar ook in Nederland: citaat: Onderwijs is in beginsel geen overheidstaak, alleen een faciliterende en aanvullende. Als de dorpsgemeenschap of de Christengemeenschap een school niet nodig vindt, komt er geen school. Dan komt misschien de gemeente (als tweede partij) of het rijk met een overheidsschool, zoals bij mij de RHBS in Vlissingen. En als die dorpsgemeenschap wel een school sticht, met de normen die er voor zijn, dan komt er overheidssubsidie. Zo was het ook in Indië.

      • Ronny Geenen zegt:

        En alles wat volgens het Nederlands beleid werd uitgevoerd was goed en de verwaande Indo moest zijn bek houden. Was dat niet volgens u zo meneer Somers?

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘onderwijs geen overheidstaak etc.’- Ik heb niet over hier, maar over toen…daar!

      • Jan A, Somers zegt:

        “niet over hier, maar over toen…daar!” Daar was het precies zoals hier. Net als de door u zo verfoeide ‘haatzaaiartikelen’ en de PID. In Indië deden ze niet aan bijzondere dingen verzinnen. Gewoon het moederland kopiëren. Katholieke en Christelijke scholen begonnen, aangevuld met overheidsscholen, Katholieke, Christelijke, en Leger des Heils ziekenhuizen begonnen, aangevuld met overheidsziekenhuizen. En wat denkt u van artikel 172a Gemeentewet?

      • Jan A, Somers zegt:

        “Was dat niet volgens u zo meneer Somers?” Nee hoor, maar ik heb het ook niet over ‘goed’. Ik heb het over onderwijs dat gewoon gekopieerd was van Nederland. Begon met Katholieke/Christelijke scholen, aangevuld met overheidsscholen. Net als bij de ziekenhuizen, begonnen met Katholieke/Christelijke/Leger des Heils ziekenhuizen, gevolgd door overheidsziekenhuizen. Het beginsel ‘concordant’ is toch bekend? Dat heeft niets met verwaande Ino’s te maken. Ik heb hooguit met wat djago’s te maken gehad. Als we in de trein naar Vlissingen zitten komen we voorbij het grote klooster in Oudenbosch, daar kwamen de leerkrachten in Soerabaja vandaan, waar ik bij op school ben geweest. Dat waren orden die op de Brabantse boerendorpsschooltjes het puikjebest uitzochten voor verdere studie. Mijn Zeeuws meisje moet dan lachen op mijn herhaalde opmerking: daar komt mijn verstand vandaan. Bij mijn latere bezoeken in Surabaya aan die school werd ik steeds hartelijk welkom geheten. Ik was daar eens in de maand juni, ik moest toen heel zachtjes praten, de eindexamens waren aan de gang. Nog steeds in dezelfde tijd als in Nederland! Dat is toch geen verwaandheid?. Gewoon herkenning! Van iets moois uit tempo doeloe.

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘precies zoals hier etc.’- U zegt; onderwijs geen overheidstaak. En die dessa scholen van Van Heutz. Maar men slechts lezen en schrijven leerde. Om de bevelen van toeans te kunnen volgen. Vandaar dat nationalisten hun eigen particuliere scholen oprichtten. * Haatzaai artikelen- nb. na het ethisch reveille in werking gesteld! G.Termorshuizen; de Nederlandse pers heeft een niet onbelangrijke mate bijgedragen aan die groeiende wrok tegen de Nederlanders. Uitgesproken racistisch was hun taalgebruik; Soerabaiasch Handelsblad; ‘men zou wensen met een lange zweep dat volkje(!) te kunnen afranselen om orde en tucht te leeren’. Verreweg werden de Indonesische redacteuren bij hun reacties steevast zwaarder gestraft dan hun Europese collega’s. Het werd breed en met verbittering uitgemeten in de Inlandse pers. Die Haatzaai artikelen waren juist een wapen om nationalisten te provoceren en hen
        daarna de mond te snoeren. Wat heeft eigenlijk die ‘ethische koers’ de Inheemsen gebracht? * Verwaande kwasten; De Nederlanders/jeugd in Nederland geeft een totaal ander beeld dan die verwaande hooghartige kwasten in Indië. Zich steeds beroepen op hun; ‘wij Nederlanders etc’…. alsof elke aangesprokene een Inlander is. En er waren natuurlijk Indo’s( veelal in Holland geweest) die zich in deze groep ophielden en de air overnamen. Veelal altijd druk gebarend en met geaffecteerd ABN sprekend; ‘ach zeg; wat is het hier toch warm….(alsof ze nimmer in Indië zijn geweest)
        Benadrukkend; daar komt mijn verstand vandaan!

  15. Paul Vermaes zegt:

    Geachte JA Somers,
    Met in waardering voor de kanttekeningen van Hr. RLMertens, dank ik u voor het goed gedocumenteerde verhaal over het onderwijs in Nederlands-Indië. Erg verhelderend voor mij.
    Paul Vermaes

  16. Peter van den Broek zegt:

    Ik vervolg mijn verhaal: Koloniaal beleid na 1914

    De koloniale ordehandhaving was na 1914 in de eerste plaats een taak voor een beschaafd, modern koloniaal politiekorps, met daaraan toegevoegd in 1916 een politieke inlichtingendienst, PID. Deze machtsinstrumenten pasten beter dan het KNIL bij de opbouw van een moderne koloniale staat zoals Nederland zich als “ethisch” doel stelde.

    Dat het koloniale beleid na 1914 anders werd, valt te betwijfelen gezien de reactie van de koloniale overheid op de communistische opstanden in West-Java en West- Sumatra eind 1926, begin 1927. De koloniale regering zag dit als een regelrechte aanval op haar gezag, hoewel ze daarvoor nauwelijks een bedreiging vormden, maar gezichtsverlies betekende het wel.

    Machtsvertoon, repressie en strafmaatregelen, vormde een onderdeel van het koloniale militaire beleid. Daarbij liet de overheid het overigens niet: 13.000 personen werden veelal willekeurig gearresteerd, van wie uiteindelijk 4.500 veroordeeld en 3 geëxecuteerd. 1.300 personen werden zonder vorm van proces (ex-territoriale bevoegdheden van de Gouveneur-Generaal) geïnterneerd op Nieuw- Guinea, Boven-Digoel.

    Met deze ongekende repressie maakte de koloniale overheid duidelijk dat de grenzen van het Ethische beleid waren bereikt als zij de kolonie in gevaar achtte. Dan greep zij weer terug op afschrikwekkend politioneel-militair machtsvertoon en regeerde de angst.

    Het verhaal van honderd jaar koloniale geschiedenis leert dat deze een belangrijke psychologische component kende: geweld werd welbewust gebruikt om de bevolking angst aan te jagen en als strategisch wapen ingezet in de Java- oorlog tot de Atjeh-oorlog. De afschrikwekkende reputatie van het koloniale leger, KNIL, was een wapen dat ook grote invloed had op de militaire ethiek. Hard optreden tegen de bevolking werd gerechtvaardigd met het argument dat alleen zo de vereiste angst of het benodigde ontzag kon worden ingeboezemd. Typisch koloniaal waren de verwijzingen naar wrede inheemse oorlogspraktijken en in het algemeen de ‘onbeschaafdheid’ van de inheemse tegenstanders als rechtvaardiging voor het harde Nederlandse optreden.

    Die afschrikwekkende reputatie kan bijvoorbeeld verklaren waarom het relatief kleine koloniale leger, ongeveer 40.000 man (?) , samen met een bescheiden politiekorps, na 1914 een betrekkelijke rust kon handhaven in de archipel. Dat vergde echter wel dat het KNIL bij een veronderstelde serieuze aantasting van het koloniale gezag, direct zijn afschrikwekkende macht toonde, zoals in 1926-1927 gebeurde. De koloniale regering kon niet zonder het ontzag en de angst die het inboezemde. Toen de Japanners in 1941-1942 binnen een luttel aantal dagen op Java het koloniale leger onder de voet liep en daardoor een einde maakten aan die vreeswekkende reputatie van het koloniale leger, het KNIL, sloegen zij het koloniale gezag dan ook één van zijn belangrijkste wapens voorgoed uit handen.

    De Japanners maakten in de bezetting van Nederlands-Indie van hetzelfde psychologisch component gebruikt: excessief geweld werd welbewust gebruikt om de bevolking angst aan te jagen. Alhoewel de Japanners met een groot invasieleger (meer dan 60.000 man) Nederlands Indie in 1942 binnenvielen, was b.v.b. in 1944 het aantal Japanse militairen op het hoofdeiland Java geslonken tot iets minder dan 10.000 man. Het ander deel van de militairen was nodig om het door Japan bezette grondgebied tegen geallieerde aanvallen te verdedigen. Door haar brute en gewelddadige reputatie compenseerde de hard slaande Kempeitai meer dan volledig het gebrek aan militaire en burgerlijke mankracht aan Japanse zijde.

    • Paul Vermaes zegt:

      Geachte Peter van den Broek,
      @Door haar brute en gewelddadige reputatie compenseerde de hard slaande Kempeitai meer dan volledig het gebrek aan militaire en burgerlijke mankracht aan Japanse zijde.@
      Allereerst dank voor dit hele vervolg. Nu een vraagje: heeft de Kempeitai veel moeten optreden tegen de inheemse “ opstandelingen”? Dat de Kempeitai hard optrad tegen de landstormmers (Reservisten van het KNIL, die bij de mobilisatie werden opgeroepen in de leeftijd van 22 tot en met 35 jaar. Dezen kregen de opdracht van het KNIL om uniformen en wapens te verbergen en weer op te gaan in hun normale burgerfunctie. Als zij werden ingerekend dan was de Kempeitai niet mals.) Ook trad de Kempeitai hard op tegen de Nederlandse jongeren, die in het begin van de inval nog te jong waren voor internering, maar in 1944 16, 17 en 18 waren. Als deze jongeren door de indonesiërs werden aangegeven als spionnen voor de geallieerden dan werden ze ook hard gestraft.
      In mijn beperkte visie was de Kempeitai voornamelijk op de Nederlanders gefocust. Vandaar mijn vraag.

      Paul Vermaes

      • Peter van den Broek zegt:

        Geachte Heer Paul Maes

        Ik lees toevallig net een boek over de Kempeitai op Java en Sumatra, het boek is in het Amerikaans vertaald. Opmerkelijk en verbazingwekkend is dat de Amerikaanse vertalers de Indo-Europeanen (Eurasians) in het boek aanmerken als Half-breed (Half-ras). Dat kon kennelijk in de 60er jaren van de vorige eeuw.

        De Japanners hadden weinig te duchten van de Indonesische bevolking, die meer dan welwillend tegenover hen stond . Daar komt nog bij dat de Kempeitai, die verantwoordelijk was voor Orde, Gezag en Interne veiligheid al snel de Indonesische leden van de Nederlands-Indische PID in hun gelederen integreerden, zodat ze effectief controle hadden over de Indonesische bevolking.

        De Kempeitai trad soms wel en hard tegen Indonesiers op: Er is een geval bekend dat bij Romusha’s een tetanus- of pokkenepidemie uitbraak, kennelijk experimenteerden de Japanners met biologische oorlogsvoering, net zoals het regiment 731 in Noord-Oost-China (Manchuko). Ene Indonesische Dr. Muchtar stelde een onderzoek in en het bleek dat Japanse onderzoekers onvoorzicht waren geweest bij het zoeken naar een anti-vaccin. Om de japanners voor gezichtverlies te bewaren arresteerden de Kempeitai de Indonesische Dr. Muchtar, die later werd geexecuteerd en zijn lijk op de vuilnisbelt gegooid (let U op het detail).

        De Kempeitai bespioneerde weliswaar Indonesiers, maar hun uiteindelijk doel was toch de Nederlandse bevolking m.n. de Indo-Europeanen. De Japanners gingen in hun paranoia en schizofrenie ervan uit dat het Nederlands gouvernement voor de oorlog een wijd verbreid inlichtingennet had opgebouwd, dat in de Japanse bezetting als Vijfde kolonne zou fungeren. Bijvoorbeeld: de Japanners vonden opmerkelijk dat hun bevoorradingsschepen, vertrokken uit Soerabaja, veelal door geallieerde onderzeeboten werden getorpedeerd. Zij veronderstelden een inlichtingennetwerk in Soerabaja. Ondanks de inzet van een groot aantal radiopeilwagens hebben de Japanners dat netwerk nooit ontdekt, dat kon ook niet want het bestond gewoonweg niet (let op het detail). Vergelijk deze paranoïde en maniakale acties met de Dampit-affaire in Malang (niet toevallig in de periode dat de moeder van dhr Macare werd geïnterneerd) en Glodok-affaire in Batavia.

        Het boek over de Kempeitai vermeldt vele onbekende verzetsdaden van Indo-Europeanen, die niet geinterneerd waren.

        De Kempeitai arresteerde tijdens de bezetting ongeveer 15.000 personen – Indo-Europeanen, Indonesiërs en Chinezen – van wie 5.000 werden geëxecuteerd en 7.000 in gevangenschap stierven. Slachtoffers van de Kempeitai zijn o.a. te vinden op de begraafplaats Ancol in het huidige Jakarta.

      • Paul Vermaes zegt:

        Geachte Peter van den Broek,
        Dank voor uw antwoord op mijn vraag.
        Paul Vermaes

      • Peter van den Broek zegt:

        Ik heb door problemen met mijn mobieltje een direct antwoord op dhr Maes vraag niet kunnen plaatsen

        Er zijn wel door Indonesiërs geleide anti-Japanse opstanden zoals die in Tasikmalaya op Java in 1944.
        De moslimleider Zainal Mustafa met zijn meer dan 3.000 volgelingen hield toen een anti-Japanse manifestatie, gericht op de oprichting van een islamitisch Koninkrijk , waarbij in eerste instantie 2 Kempeitai onderofficieren werden omgebracht. Het Japanse leger greep in en meer dan 100 Indonesiers kwamen om. Mustafa en 23 medestanders zijn geëxecuteerd. Anderen werden in militaire hechtenis genomen Het is de enige opstand met een religieuze achtergrond in de Japanse bezettingstijd. Mustafa werd in 1972 geëerd met de titel van Nationale held van Indonesië.

        Nochtans wens ik dhr Somers veel beterschap.

    • Jan A, Somers zegt:

      “en politieke inlichtingendienst, PID. Deze machtsinstrumenten pasten beter” Hoezo? Hier in Nederland hadden we daar de BVD voor, nu AIVD. En de de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Heeft toch ook niets met ethiek te maken? Bij mijn trouwen was mijn Zeeuws meisje al door hun gescreend!
      “het koloniale beleid na 1914 anders werd” De grote ommezwaai van het koloniale beleid vond plaats bij de troonrede van 1901.
      “werden veelal willekeurig gearresteerd, ” Nou, het was wel een behoorlijk administratief gedoe, met volledige openheid, elk geval vindt u terug in de archieven. Zie de betreffende artikelen in de IS.
      “Zij veronderstelden een inlichtingennetwerk in Soerabaja.” Dat was een van de onderwerpen waarover ik bij de Kenpeitai werd verhoord. Een soort complottheorie over de Amerikaanse precisiebombardementen op Braat (zie Javapost), voor de verandering nu geen Indische.
      “(ex-territoriale bevoegdheden van de Gouveneur-Generaal)” Als u al niet gewoon kunt lezen en overschrijven, wat moet ik dan bij u denken aan begrijpend lezen? Nog los van de inhoud en uitvoering van die rechten. Plus de bestaande dissertatie daarover, alhoewel wat verouderd. Zowel in het Nederlandse parlement als in de Volksraad is dat nooit aan de orde geweest. De Indonesiërs hadden daar waarschijnlijk geen moeite mee, die rechten zijn gewoon gebleven in het Indonesische staatsrecht. Met meer doden dan ooit.
      Ik zal het hierbij laten, ik heb leukere dingen te doen. Maar ook minder leuke dingen zoals mijn hartproblemen waarvoor ik afgelopen weekend weer in het ziekenhuis ben geweest, met vervolg. Toch wel spannend wat ze allemaal met je uitspoken. Interessanter dan die PID, die overigens harder mepten dan de Japanners.
      “een regelrechte aanval op haar gezag, hoewel ze daarvoor nauwelijks een bedreiging vormden,” Nu een kopiëren in andere richting: Provo en kabouterrepubliek, en provoceren (hagelslagkorrels uitdelen aan de ME!) werden door de marechaussee bestreden, de gemeentepolitie kon het niet meer aan.

      • Peter van den Broek zegt:

        Heer Somers , de BVD werd pas in 1949 opgericht, maar dat is maar één detail. Daarvòòr bestond er zoiets als GSIII, een militaire inlichtigendienst, maar dat is iets voor fijnproevers. PID was toch een nette en repressieve vorm om de kritische Indonesiers monddood te maken? Wel even het tijdvak in de gaten houden voordat dhr Somers weer bizarre irrelevante vergelijkingen maakt met Nederland van na de bezetting of hadden we in Nederland ook de Ethische politiek,
        Provo? een vegelijking erger dan Gezwets, gekker kan het niet.

        Dhr Somers kan wel ongemotiveerd beweren dat de grote ommezwaai kwam na de troonrede van 1901, maar dan veegt hij onder het vloerkleed het brute koloniale militaire optreden na 1901 : ik herhaal mijn redering:
        …….Na Jambi (1901) volgden vanaf 1904 Zuidoost-Borneo (1904-1906), Zuid- en Midden-Celebes (1905- 1907), Seram (1905), Bali (1906), Sumba (1906- 1907), Sumbawa (1908) en Flores (1907-1911).
        1906 Bali werd berucht om de puputan (rituele zelfdood) als antwoord op het machtsvertoon van zware houwitsers en verdragend zwaar scheepsgeschut. Naar schatting 1.100 Balinezen vonden de dood……..

        En voor de rest, exorbitante rechten van de Gouveneur-generaal, dat is de juiste term, waar ik naar zocht.

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘de grote omzwaai etc.’- Uit Gedenkboek voor Nederlandsch-Indië tgv. het regeringsjubileum van HM.de koninging Wilhelmina 1898-1923: Na Lombok werd Atjeh krachtig aangepakt, waardoor een richting werd ingeslagen die tot algehele onderwerping zou voeren. Opmerkelijk viel deze nieuwe richting samen met het tijdstip waarop onze koningin het bewind heeft aanvaard, zodat de eerste de eerste stap tot het bereiken van een volledige pacificatie(= vrede brengen) van Atjeh onder hare regering tot stand kwam. De volledige onderwerping van; de Bataklanden, Nias, Midden Sumatra, Djambi en Korintji, de Chinese(!) districten van W.Borneo, het binnenland van ZO Borneo, Z.Celebes en Midden Celebes, Menado,Ternate, Halmaheira, Nw.Guinea(!), Boeroe, Ceram en de Tenimber eilanden; Amboina(!), Timor, Flores, Soemba, Soembawa en Z.Bali. Het schijngezag van vroeger heeft plaats gemaakt voor een toestand van orde en rust(!), waardoor handel en scheepvaart zich rustig kunnen ontwikkelen, ten gevolge waaraan de bevolking onder de zegeningen van een beschaafd bestuur gestadig in welvaart kan toenemen.In tot voor kort volkomen onafhankelijke streken, waar geen Europeaan het behoefde te bestaan binnen te komen, reist thans iedereen zonder eenige dekking(!)

      • Jan A, Somers zegt:

        “Uit Gedenkboek voor Nederlandsch-Indië ” Waarom nou weer zo’n gedenkboek. Gewoon die troonrede van 1901 beluisteren, dat is geen gedenking, maar een programma. En lees eens de dissertatie van Mw. Locher-Scholten: “beleid gericht op het onder reëel Nederlands gezag brengen van de gehele Indonesische archipel èn op de ontwikkeling van land en volk van dit gebied in de richting van zelfbestuur onder Nederlandse leiding en naar westers model.” Andersom geredeneerd: Je kunt alleen ontwikkelingsbeleid uitvoeren op plaatsen waar je gezag hebt. En dat was in doe tijd op de meeste plaatsen nog niet het geval. Het begrip ‘ethisch’ kreeg na 1920 een vooral negatieve betekenis: sentimentaliteit, welgezindheid ten opzichte van het nationalisme, een streven naar los-van-Holland, uitmondend in landverraad. Waarschijnlijk is deze wending een antwoord geweest op het groeiende Indonesische nationalisme en de ontwikkelingen na de eerste wereldoorlog. Ontwikkelingen die inderdaad waren gefundeerd in de ethische politiek.

      • Jan A, Somers zegt:

        “maar dat is maar één detail.” Even maar uw riedeltje nalopen:
        Exorbitante rechten: Na een dissertatie kwam geen protest. In de Kamer geen opmerkingen. In de Volksraad geen opmerkingen. Ook in het Indonesische parlement geen opmerkingen, zelfs niet nadat dat presidentieel decreet in één keer veel meer slachtoffers heeft gemaakt dan in de hele bestaansperiode van die rechten van de GG. Kennelijk had niemand problemen. Alleen een opmerking vanuit wetenschappelijke hoek [Somers]: Kleintjes gaat op de materie in vanuit een zuiver juridisch en bestuurlijk perspectief. Wel stelt hij dat “Al mogen deze maatregelen rechtskundig geen strafoplegging bevatten, de tenuitvoerlegging daarvan wordt door den getroffene wegens de vernietiging zijner bestaansmiddelen en de verwijdering uit zijn omgeving wel degelijk als een straf, en vaak als een zeer zware straf, gevoeld.” Waarbij nog komt dat een rechtmatige straf eindig is in de tijd, een maatregel als deze echter in beginsel niet.
        “de BVD werd pas in 1949 opgericht” Ik noemde de BVD aangezien mijn meisje daar is doorgelicht. Ik had natuurlijk de voorganger, de Centrale Inlichtingen Dienst (C>>P) moeten noemen, opgericht in 1919. Van 1913 tot 1919 was er een eerste inlichtingendienst die bekendstond als Generale Staf, sectie III en daarna, tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in 1940, als Centrale Inlichtingendienst (CI). In die vooroorlogse periode was de dienst gecombineerd met de militaire inlichtingendienst. (in mijn eigen diensttijd was ik van een afdeling veldartillerie S(ectie)3, maar dat betrof toen operatiën, inlichtingen was toen S2). De archieven van die dienst en de daarin opgenomen militaire dienst, werden in mei 1940 vernietigd! Ik ben er misschien een beetje naast, maar mijn inleidende cursus bij de SMID in Harderwijk is al zo erg lang geleden. De PID betrof alle ingezetenen van Indië, niet alleen kritische Indonesiërs, maar bijvoorbeeld ook lastige (Nederlandse) journalisten en vakbondsbestuurders.
        “Provo? een vegelijking erger dan Gezwets,” Nou nee. een andere reageerder had het over haatzaai-artikelen. Een prachtig woord, dat je overigens nergens in het strafrecht vindt. Zoeken onder Openbare Orde of Opruiing. Die regelgeving werd door hem in Nederland ook geplaatst in een latere datum, zoals u deed met de Inlichtingendiensten. Maar die Nederlandse wetgeving dateert uit (dacht ik) 1861. Provo-activiteiten in Nederland vielen onder dezelfde wetsartikelen als in Indië. De leiders werden gelijkluidend vervolgd als opruiing in Indië. Maar ja, rechtsvergelijking is een beetje obscuur vakgebied. Volgens uw onwetendheid “Gezwets, gekker kan het niet.” Die Provo-ontwikkeling is van grote betekenis geweest voor de opvattingen over binnenlands bestuur in Nederland, en de ontwikkeling van dat bestuur.
        “maar dan veegt hij onder het vloerkleed het brute koloniale militaire optreden na 1901” Hoezo? Heeft u de dissertatie van Mw. Locher-Scholte hierover gelezen? Kijk even hieronder mijn reactie op de heer Mertens. Het is altijd het ene doen en het andere niet laten. Dingen die aan elkaar vastzitten.

      • Peter van den Broek zegt:

        Over ethische politiek verschil ik mijlen van dhr Somers, toevallig staat de dissertatie van Mevr. Locher-Scholte in mijn. EXCEL-bestand, ik vat haar artikel samen (ligt al kant en klaar:

        Mevr. Locher-Scholten verstaat in eerste instantie onder Ethische politiek: het beleid gericht op het onder reëel Nederlands gezag brengen van de gehele Indonesische archipel en op de ontwikkeling van land en volk van dit gebied in de richting van ZELFBESTUUR onder NEDERLANDSE leiding en naar Westers model m.a.w. Nederland zou Indie moeten opvoeden en ontwikkelen als een VOOGD het hem toevertrouwde kind totdat het op eigen benen kon staan. Deze verregaande vorm van zelfbevrediging ging er bij koloniaal Nederland toentertijd als koek in.

        Onderliggende gedachte bij de Ethische politiek is dat het “bruine ras” niet in staat wordt geacht om voor zichzelf te zorgen, waardoor de NOODZAAK ontstaat dat het “blanke ras” het “bruine ras” opvoedt. Daaruit volgt de RECHTVAARDIGING van de uitsluiting van de inlandse bevolking” in de politieke besluitvormingsprocessen (de Volksraad was en bleef een consultatieve Raad) en de opvoedkundige plicht van de blank leidt tot RECHTVAARDIGING van een autocratisch Nederlands bewind van de koloniën, want dat was uiteindelijk het bewind van een Gouverneur-Generaal. Eigenlijk veranderde er niets , behalve de vlag die de lading dekt.

        Wellicht was de ethische politiek zoals in het begin van mijn reactie beschreven als overkoepelend begrip dat beleid dwz continuïteit uitstraalde maar mevrouw Locher-Scholten geeft ook aan dat de Ethische politiek veranderde in en door haar nieuw begrip: Conservatieve Ethische Politiek, dat na ± 1920 het beleid ging bepalen.

        Einddoel van de Conservatieve Ethische Politiek is ‘HERVORMING in westers-Europese richting, zij het in “geleidelijker tempo” en meer op “Indonesische wortels” geënt’ .
        Tijdstip van de algehele ontvoogding als evolutionair begrip zag men toentertijd heel ver in de toekomst zie, wat er feitelijk gebeurde met de petitie Soetardjo, rede van Koningin Wilhelmina over het Atlantisch handvest etc

        In al haar artikelen, zoals de titel van haar boek ook tot uitdrukking brengt, staat de Nederlander , zijn denken en doen, centraal; niet de Indonesiër.
        Maar dat was ook deze CONSERVATIEVE Ethische politiek, niet als oorzaak van de ontwikkelingen in Ned. indie maar Ethische als reactie op die ontwikkelingen. Opkomend nationalisme in die tijd was niet gefundeerd op een Ethische politiek van de koloniale machten!!!! Hier mag oorzaak en aanleiding wel uit elkaar gehouden worden.

      • Peter van den Broek zegt:

        INLICHTINGENDIENSTEN
        Ik weet niet waar die verhaaltjes van dhr Somers over de Inlichtingendiensten vandaan komen maar de Geschiedenis voor fijnproevers is als volgt:
        De GS III of Generale Staf III werd vòòr WO1 opgericht en bestond uit de volgende onderdelen
        • GS IIIA – inlichtingen over het buitenland
        • GS IIIB – inlichtingen over het binnenland
        • GS IIIC – contraspionage
        De Nederlandse regering besloot in 1919 dat een Binnenlands veiligheidsapparaat als niet-militair onderdeel gewenst was en bracht GS IIIB onder verantwoordelijkheid van de Minister van Binnenlandse Zaken en kreeg de naam van Centrale Inlichtingendienst CID.

        EXORBITANTE RECHTEN voor het VWO:
        Exorbitante Rechten lees ik in begrijpelijke en kundige taal uit mijn Geschiedenisschriftje van de Middelbare school.
        Exorbitante rechten : aanwijzing van een bepaalde verblijfplaats binnen de kolonie of “interne verbanning” of internering was een BESTUURLIJKE maatregel voor FEITELIJKE vrijheidsberoving (terrein van het Strafrecht) waartegen geen beroep mogelijk , het in het strafrecht beschikbare rechtsmiddelen waren hier niet van toepassing. Vandaar het bijvoeglijk naamwoord exorbitant.
        Iemand moet mij maar uitleggen wat de exorbitante rechten toentertijd in Nederland waren!!! Algemeen Kiesrecht voor vrouwen???

        Dat is toch anders dan het wetenschappelijk gezwets van Kleintjes, wie is die man!!!, die gaat op de materie in vanuit een zuiver juridisch en bestuurlijk perspectief. Wel stelt hij dat “Al mogen deze maatregelen rechtskundig geen strafoplegging bevatten, de tenuitvoerlegging daarvan wordt door den getroffene wegens de vernietiging zijner bestaansmiddelen en de verwijdering uit zijn omgeving wel degelijk als een straf, en vaak als een zeer zware straf, gevoeld.” Waarbij nog komt dat een rechtmatige straf eindig is in de tijd, een maatregel als deze echter in beginsel niet.
        Als het geen straf is, wat is het dan? Die maatregel was toch tegen iets gericht? Boven-Digoel was zeker een vakantiekamp in een gezonde omgeving in een zeer rustig en afgelegen gebied. Het gaat hier toch over Geschiedenis, over de feiten en niet het label dat een conservatieven koloniale jurist ophangt aan een maatregel? Volgens mij is hier iemand volledig de weg kwijt in het bos waar geen bomen staan.

      • RLMertens zegt:

        @JASomers;’onder reëel gezag brengen etc.’- Dat werd vertaald in onderwerping van bestaande vorsten dommen, sultanaten etc.. Zij die hieraan ‘meewerkten’/ Nederlands gezag erkenden kwamen op de loonschaal van het gouvernement. De ´kwaadwilligen´werden per straf expeditie tot de orde geroepen! Pacificatie heette het; vrede brengen; orde en rust! Met list en bedrog kwam geheel Indië tot stand. De ‘ere schuld moest worden afgelost, Vanaf dat moment gold ; de inlander te verheffen. Te verheffen van inheemse tot een 3e rangs burger! * ethisch etc.’- Kreeg een negatieve(!) betekenis; toen de inlander zich uitte om verheven te worden tot die zelfstandigheid! * ‘uitmondde in land verraad’ (?)- Van de inlander aan zijn eigen geboortegrond? Een prove van ‘ontwikkelingen’ in het bestuursvorm van Indië! ‘Eerst linksom, daarna desnoods rechtsom! -Wat is er eigenlljk afgelost?

      • Jan A, Somers zegt:

        “bestond er zoiets als GSIII, een militaire inlichtigendienst, maar dat is iets voor fijnproevers.” Ik begrijp dat ‘zoiets’ niet. En een fijnproever hoef je niet te zijn, gewoon lezen.
        “waar die verhaaltjes van dhr Somers over de Inlichtingendiensten vandaan komen” Ergens uit mijn achterhoofd als relikwie van een inleidende cursus SMID Harderwijk, heel verschrikkelijk erg lang geleden. Gelukkig niet zo belangrijk! Ik nam aan dat u alles al wist als officier met historische kennis. Zoals ik hiervoor had geschreven was die GSIII in 1913 gesticht. Gewoon als derde sectie van de Generale Staf, maar ook voor politieke inlichtingen. Die nummering is zoals u weet gebruikelijk bij alle staven in de militaire organisatie, alleen is de nummering veranderd. In mijn tijd had je bij mijn onderdeel
        s1, administratie en bureau van de commandant en plv. commandant (denk aan departement van algemene zaken van de minister president),
        s2, inlichtingen, (was in 1913 III)
        s3, operatiën en vuurregeling, ik was s3 + toegevoegd s3 ineen,
        s4, ondersteunende diensten zoals motortransportafdeling, catering, medisch dienst, foerier enz.
        Heel oude officieren vonden die overgang van Romeinse nummering naar Arabische niet zo goed, het riekte nu naar de ABOHZIS, en daarin was bijvoorbeeld s3 niet zo best. Maar ik had dan als weerwoord dat s met meer dan 1 als kwalificatie in de krijgsmacht niet voorkwam.
        Zoals ik eerder ook al geschreven, dat de politieke inlichtingen bij de sabeldieren werden weggehaald en omgevormd tot Centrale InlichtingenDienst in 1919. (archieven zijn in mei 1940 vernietigd!).
        Niks fijnproevers dus. Sorry dat ik BVD gebruikte in vooroorlogse terminologie. De BVD is de enige dienst die ik ken vanwege bemoeienis met mijn Zeeuws meisje. Maar dat had u kunnen begrijpen aangezien die BVD de opvolger is van de vooroorlogse CID. Het wordt een beetje laat, misschien ga ik een volgende keer met mijn prietpraat verder.

      • Jan A, Somers zegt:

        “Kleintjes, wie is die man!!!” Ik dacht dat u uw bronnen kende. Kijk maar eens in mijn dissertatie.
        “ik herhaal mijn redering:” Klopt! Om ethische politiek te kunnen uitvoeren moest er inderdaad eerst gezag worden gevestigd. U had toch de dissertatie van Mw. Locher-Scholten gelezen?
        “de enige opstand met een religieuze achtergrond ” Er is tijdens de bezetting wel meer aan de hand geweest met de Islam. Zie het desbetreffende RIOD-cahier.
        “Als het geen straf is, wat is het dan?” Wet Bestuurlijke Ophouding bijvoorbeeld. Alleen een rechter kan in een strafvorderingsproces een straf opleggen. Plus strafblad dat consequenties heeft op je maatschappelijk leven. Dat kan een bestuurder niet (wel een sterretje achter je naam, als je bijvoorbeeld bij uitgeverij Pegasus was gesignaleerd).
        “Provo? een vegelijking erger dan Gezwets” U zult wel niet weten dat rechtsvergelijking een belangrijk onderwerp is in de rechtswetenschappen. Aangezien recht altijd een waarden/normensysteem is, dat van land tot land kan verschillen, is vergelijking nuttig. Communistische opstand vs Provo? Beide in beginsel gewoon aantasting van de openbare orde, beide in beginsel opruiing. Dat niveau en afhandeling verschillen maakt rechtsvergelijking nuttig. Denk niet te min over Provo en de kabouterrepubliek. Met ludiek als ongrijpbaar misdrijf. Daar waren politionele acties van de Marechaussee voor nodig. En evacuatiescenario’s voor de Nieuwe Kerk tijdens het huwelijk en inhuldiging van Prinses/koningin Beatrix. Daar kunt u de acties van president Soeharto aan toevoegen. Hij maakte gewoon gebruik van zijn exorbitante rechten (geen straf!!). Tijdens Provo studeerden een dochter en zoon in Amsterdam. Ben af en toe toch even poolshoogte wezen nemen. Mijn zoon hield zich bezig met het bewoonbaar maken van kraakpanden, hij heeft daar naast zijn studie het loodgieterswerk eigen gemaakt. Mijn dochter hield mij op de hoogte. In rechtse keringen wordt er smalend gesproken over Provo, maar die beweging heeft heel veel in beweging gezet.

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘de troonrede 1902 etc.’- Als christelijke mogendheid is Nederland verplicht in de Indische archipel geheel het regeringsbeleid te doordringen van het besef, dat Nederland tegenover de bevolking dezer gewesten een zedelijke roeping heeft te vervullen! -Art. 45 der Indische staatsregeling; verplichting van de GG. als eerste de inheemse bevolking te beschermen tegen onderdrukking(!), door wie dan ook.-Wat een gotspe!

  17. Peter van den Broek zegt:

    Citaat I4E van 17 Okt 2018 …..Maar was het dagelijks leven “globaal genomen” voor de meeste Indonesiërs door toedoen van Nederlandse machthebbers zo “verderfelijk/ellendig” ?

    Verderfelijk of ellendig?

    Neem nou de plantagemaatschappij waar in een wild-west-sfeer de volstrekt rechteloze contractarbeiders werden geknecht en uitgebuit. Reggie Baay schreef in ‘Daar werd wat gruwelijks verricht’ over de slavernij in Nederlands-Indië. Een donkere, nog grotendeels verzwegen bladzijde uit de Nederlandse geschiedenis.

    In het KNIL-leger waren er verschillen tussen Europeanen en “Inlander”s.
    Zoals het verschil in salarissen en promotiekansen tussen het inlandse en Nederlands, Indo-Europese militairen in de rang van onder-officier en manschappen.
    Inlands KNIl-militairen kreeg niet alleen minder soldij dan Nederlands militairen, maar ook in de inlandse groep waren er verschillen Molukkers werden beter betaald dan ander “inheemse” bevolkingsgroepen.

    Maar zie ook bij de gouvernementele organisaties waarbij de inbreng van de Inlandse bevolking v.n.l. beperkt was tot de lagere rangen en met minder salaris voor vergelijkbare functies.

    Daarnaast was enig kritiek op het Gouvernement totaal uitgesloten, zie persbreidel ordonnantie van 1931.

    Dat was het dagelijks leven van de Indonesiërs in de praktijk, dat gevoel van ongelijkheid en inferioriteit, waar de koloniale maatschappij op gebaseerd was.

    • Jan A, Somers zegt:

      “rechteloze contractarbeiders werden geknecht en uitgebuit. Reggie Baay schreef in ‘Daar werd wat gruwelijks verricht’ over de slavernij.” Volgens mij twee verschillende zaken?

      • Peter van den Broek zegt:

        Hoezo, waarom is contractarbeid anders dan slavenarbeid in die tijd. Verklaar U nader?

      • Paul Vermaes zegt:

        Geachte Jan A, Somers,
        @contractarbeid en slavernij twee verschillende zaken…
        Ik voel met u mee, zoals ik onze Surinaamse medeburgers heb mogen leren kennen. Indiërs en Javanen kijken anders tegen hun verleden aan dan Creolen (ik hoop dat ik dit woord nog mag gebruiken) heb ik de indruk.
        Paul Vermaes

      • Peter van den Broek zegt:

        Twee verschillende zaken? Hoezo? Slaven of contractarbeiders in het voormalig Nederlands Indie zijn twee kanten van dezelfde medaille.

        Voor Indië trad de wetgeving op afschaffing van de slavernij in op 1 januari 1860. Tot in 1902 waren er echter nog duizenden officieel geregistreerde slaven op Lombok, Sumatra, Bali en andere eilanden.
        Voorzover het geen slavernij meer werd genoemd kwamen er het “Cultuurstelsel” en de “Koeliecontracten” voor in de plaats die volgens Baay het Indonesisch personeel hetzelfde behandelden, dus in wezen de slavernij continueerden.
        Zogenaamd bevrijde slaven bleven in werkelijkheid voor hun vroegere eigenaars werken om hun ‘schulden’ af te betalen. Toen de kolonie Nederlands-Indië in 1948 ophield te bestaan, bleken duizenden autochtone inwoners nog als schuldslaven te werken in zogeheten ‘pandelingschap’ of in ‘contractarbeid’.
        Pandelingschap houdt in dat iemand die zich voor een schuld persoonlijk verbindt en daarvoor moet werken bij de schuldeiser of bij degen aan wie de schuldeiser het recht heeft overgedaan. Er werd grof misbruik gemaakt waarbij de eiser verwaarloosde het werk in mindering van de schuld te brengen en dat de schuld van de vader op de kinderen overging, zodat hele gezinnen afhankelijk werden van de schuldeiser. Zolang de pandeling of schuldenaar op zijn eigen eiland bleef, was de situatie houdbaar, maar dat veranderde toen het een gewoonte werd de schuldenaar naar andere eilanden te vervoeren.

        De Nederlandse (Indische) regering maakte zich tot diep in de 20ste eeuw nog altijd schuldig maakte aan het toedekken van kwalijke praktijken van slavenhouders.
        Reggy Baay haalt een voorbeeld aan:
         “… aan de vooravond van het vertrek van Nederland als koloniale mogendheid uit Indonesië, op 31 juli 1948, maakt De Locomotief (een lokale krant) melding van het feit dat zojuist de Javaan Mohamad Midjan zijn lijfeigenen Mawar, Anna en Salina, oud 65, 32 en 31 jaren, uit den band der slavernij heeft ontslagen

        Dat was dus Ethische politiek, “Tempo Doeloe,ook een mooie tijd” en voor de Indonesiers de gewone dingen van die dag, die nooit voorbijgaan.

      • Jan A, Somers zegt:

        “trad de wetgeving op afschaffing van de slavernij in op 1 januari 1860.” Volgens mij, maar wie ben ik, is de slavernij toen niet afgeschaft. Wel de import en handel in slaven. Vanwege het enorme slavenbestand bij de Inlandse gegoeden en hoofden was het geen haalbare zaak.
        IS 1925:
        Art.170. De slavenhandel, de invoer en de openbare verkoop van slaven zijn verboden.
        (2) De als slaven van elders aangevoerde personen zijn vrij, zoodra zij zich op het grondgebied van Nederlandsch-Indië bevinden.
        Art.172. Op Java en Madoera blijft het nemen van pandelingen, tot zekerheid van schuld, verboden.
        (2) Dit verbod wordt door den Gouverneur-Generaal toegepast op die gedeelten van de bezittingen buiten Java en Madoera, waar de maatschappelijke toestand het gedoogt.
        (3) De ordonnanties, het pandelingschap regelende, waar het nog niet kan worden afgeschaft, hebben de strekking om die afschaffing te bevorderen.
        Maar ik heb geen complete IS! Als er in die staatsregeling wel een verbod staat hoor ik dat graag. Opmerkelijk is, dat in Nederland gijzeling mogelijk bleef.

      • Paul Vermaes zegt:

        Geachte Jan A Somers en Peter van den Broek,
        Als Indo van de “Generatie Dom” (jongeren die tussen 1941, toen het KNIL de scholen confisqueerde voor de huisvesting van Australische en Engelse troepen, tot 1947 ,toen we na het Bersiapkamp in Batavia weer naar school mochten) wist ik van slavernij in Nederlands-Indië niets. Ik dacht over slavernij alleen aan Suriname…
        Uw discussie over slavernij en contractarbeid was voor mij een openbaring. Dank u beiden.
        Ik hoop dat Bapak Soedibyo deze discussie ook heeft gevolgd en ik zou graag willen weten hoe de Republik Indonesia dit maatschappelijk kwaad heeft genezen.
        Paul Vermaes.

      • Jan A, Somers zegt:

        “Verklaar U nader?” Dat is toch simpel? Een contract ga je aan, voor de afgesproken tijd. Met een vertrekpremie, die veelal werd gebruikt om een eigen toko te beginnen. Slaaf ben je tegen je eigen wil. En geen vertrek! Dat de arbeid van de contractant wel eens slavenarbeid wordt genoemd kan ik ook niet helpen. Daar worden in Bangladesh uw batikshirt’s door gemaakt. Maar dat zijn geen slaven.

  18. Paul Vermaes zegt:

    Geachte Peter van den Broek,
    @In het KNIL-leger..etc.
    Misschien bezijden het onderwerp van de ongelijkheid en inferioriteit, zou ik graag mijn indruk aan u willen voorleggen over de Indo in het KNIL.
    Rechtens was de Indo gewoon een Nederlander net zoals een Belanda Totok. Net als overal ter wereld kreeg een Nederlandse jongen al een dienstplicht oproep op zijn 18de jaar om zich op een zekere dag naar de keuring te gaan. Werd hij goedgekeurd, dan kreeg hij een oproep voor de dienstplicht als hij 19 jaar is. In Nederlands-Indië duurde die eerste militaire training veel korter dan de 18 maanden hier in Nederland in de jaren 50 en 60. Daarna was de Indo (i.c. Nederlander) in Nederlands-Indië oproepbaar als reservist. De Indo had weinig zin om beroeps KNIL-militair te worden. Er waren veel leukere baantjes te krijgen in de burgermaatschappij, machinist bij de spoorwegen of op de vaart, chemiker op suikerfabrieken. Technische functies op fabrieken, functies bij de openbare werken, etc. Net als hier in Nederland: wie wil beroepsmilitair worden?
    Bij de mobilisatie van het KNIL in 1941 werden alle reservisten van 22 tot en met 40 opgeroepen als landstormer. Zij werden ook als krijgsgevangene door de Jappen geïnterneerd als KNIL-militair.
    Toen het KNIL in 1945 zich ging hergroeperen voor de strijd in Indonesië, recruteerden het KNIL de bevrijde krijgsgevangenen in Bangkok en Manilla. Daarom hebben zovele Indo’s in het KNIL meegevochten in de Merdeka-oorlog.
    Klopt deze indruk?
    Paul Vermaes.

    • RLMertens zegt:

      @PAulVErmaes; ‘Knil in 1945 zich hergroeperen etc.’- Zwaar ondervoed, traumatisch, in het ongewisse over hun familie werden ze geconfronteerd met nieuws over de bersiap. Uit DvanderMeulen; Hoort gij de donder niet; De Indische jongens, wier positie de moeilijkste, de meest tragische is. Zij reageerden met heel hun ziel, kwam de eis naar Java gezonden te worden. Een man uit Bandoeng; ‘Zij hebben 5 van mijn familie vermoord, ik wil er 5 koud maken, als het moet met mijn handen’. In deze situatie werden het Knil bewapend en naar Java gezonden. -In Siam waren er ook de zgn.Pagode vergaderingen. Dat waren Indische Nederlanders, die geen vertrouwen meer hadden in Nederland, die daarom tijdig aansluiting wilden bij de rood/wit republiek, zij wilden Indonesiër worden. Zij voorzagen echter niet hoe hinderend(!) de Nederlandse tactiek in de slotfase van het kolonialisme zelfs hun verwachtingen zou dwarsbomen.

      • Paul Vermaes zegt:

        Geachte RLMertens, Dank voor uw schets van de mannen die net uit gevangenschap kwamen in de verzamelplaatsen in Siam en de Filipijnen. Dank vooral voor het item “Pagode Vergaderingen”. Ik dacht dat allen gebrand waren om hun dierbaren te helpen en daarom zich makkelijk lieten herindelen in het KNIL. De meeste landstormers werden nl als “private” (soldaat) geregistreerd in hun respectievelijke kampkaarten. Na hergroepering zaten ze in een rangen overeenkomstig hun burgerlijk beroep. Mijn vader, zaliger, zat in Manilla, waar het KNIL geen wapens van de Amerikanen kregen. In het Japanse Kamp was hij private, maar in Manilla, bij de Genie was hij Sergeant Majoor. Daar moesten ze wachten tot maart 1946 aleer naar Nederlands-Indië te mogen terugkeren. In die tussentijd werden ze door de Amerikanen goed verwend met snoepreisjes naar Hongkong.
        Een andere groep Indo’s die in KNIL gelederen werden opgenomen waren de jongens van de “Generatie Dom” in 1942 nog te jong voor indernering maar in 1945 in de leeftijd van 16-18 jaar (overeenkomend in leeftijd met de jongens van de Hitler Jugend). Zij werden door de Engelsen gerecruteerd in zgn. VCB-groepen te Batavia en Bandoeng. Deze jongens waren ook welkom in het KNIL.
        Ik zocht naar een verklaring voor zovele Indo’s in het KNIL, terwijl ik dacht dat 2/3 van het KNIL bestond uit Inheemse troepen.
        Paul Vermaes.

      • Arthur Olive zegt:

        Mijn vader zat als landstormer bij het KNIL. Hij was een week-end soldaat denk ik.
        Wie weet of zulke soldaten die eigenlijk gewone burgers waren zich vrijwillig opgaven voor het KNIL of dat ze gedwongen waren?

      • Ron Geenen zegt:

        Beiden waren mogelijk

      • Arthur Olive zegt:

        @Beiden waren mogelijk@
        Heeft dat te betekenen dat als men zich niet vrijwilig opgeeft dat men gedwongen werd of had men een keus in die tijd.
        De reden waarom ik dit vraag is omdat mijn vader al in1940 soldaat werd. Als hij zich vrijwillig als landstormer had opgegeven dan blijkt dus wel dat hij een goede reden had om te geloven dat Ned. Indie zich zou kunnen verdedigen tegen Japan.
        Als hij dat niet geloofde dan zou hij moeten weten dat als soldaat hij krijgsgevangene zou worden.

      • Ron Geenen zegt:

        Mijn vader was al als dienstplichtige opgeroepen toen hij net getrouwd was in 1935 en ingedeeld bij een sabotage groep. Vlak na de oorlog toen mijn vader in Batavia werd verpleegd vanwege de martelingen, werd hij officieel als KNIL ingedeeld als Landstormer. Toen hij overleed werd hij o.a. als Landstormer erkent en kreeg mijn moeder vanuit Bandung daarvoor een uitkering.
        Daarentegen heb ik op mijn site ook het verhaal van de Landstormers staan die in noord Sumatra als vrijwilligers een brug verdedigden.

      • RLMertens zegt:

        @PaulVermaes; ‘verklaring zoveel Indo’s in het Knil etc.’- Ooit hierover met wijlen mijn vader gesproken. In de jr.’20/’30 was, idem bij het gouvernement, een gelegenheid om in die raciale( Europeanen- Inlanders!) maatschappij, je maatschappelijke positie te verbeteren/bereiken via zo’n functie. Als je daarbij een rang haalde, was dat je basis/zijn van het bestaan bv. als sergeant was je rang dat het bepaalde; je wat te zeggen/verordenen had tegenover een lagere bv.korporaal, soldaat. Ook als hij een totok/blanke is! In militaire dienst was je uitmonstering; je rang dat je bestaan bepaalde.
        Er zijn gevallen, waar de Indo’s tot de hoogste regionen zijn door gedrongen- zie hierboven PetervandenBroek; Berenschot ea. Mijn vader; Mulo diploma 1929; was in het Knil terechtgekomen, doordat hij als 16 jr. ontslagen werd omdat een totok neef(!) van de directeur van het bedrijf, net uit Holland gearriveerd, zijn plaats innam. De banen waren toen niet voor het oprapen! Hij melde zich toen maar bij de marechaussee. Nou is het ook niet zo, dat in het Knil geen racisme bestond; zie de beloning schalen van Europese, Inlandse militairen. Toen hij als jong sergeant de Kaderschool verliet en zich bij de troep melde. Moest hij van de totok commandant ter plekke zijn behaalde strepen inleveren. Hij kreeg het pas terug, toen hij door deze commandant(!) maanden later geschikt werd verklaard! Over willekeur gesproken. Hij vertelde mij ook een anekdote uit die tijd. Er werd natuurlijk ook wachtdienst gedraaid. Vooral de nachtwacht was zwaar. Daar was ook een fanatieke totok officier, die de manie had om de wacht nachts te besluipen/controleren/te testen etc. Hij was berucht, vooral bij de Inlandse groep. Een Ambonees kpl. verwedde dat hij die ltn. eens en voor voor altijd de les zal leren. Toen de ltn. hem van achter besloop, deed hij alsof hij slapende was, bij de benadering tot zowat een 1 m afstand, ‘ontwaakte’ de wacht en sloeg/sneed met één omhaal, flitsend zijn klewang uit de schede trekkend, de oor van het hoofd af van de ltn.!

      • Arthur Olive zegt:

        Ik heb het article “Backpay en Burgerdienstplichtverordining van 22 dec. 2017 over het hoofd gezien.
        Daarin lees ik dat de dienstplichtverordening een plicht was die tussen mei 1940 en maart 1942 van kracht was. Mijn vader had dus geen keus en dat was dan ook de reden waarom hij krijgsgevangene werd om later in het kamp te overlijden.

      • Jan A, Somers zegt:

        “Beiden waren mogelijk” Dienstplichtigen werden na uitroepen van de staat van beleg/staat van oorlog opgeroepen. Dat waren dus reguliere militairen, die ook in krijgsgevangenschap kwamen (maar dat gebeurde vaak ook niet, een beetje rommelig). Daarnaast werden mensen uit diverse organen gemilitariseerd, zoals mijn vader van de Gouvernements Marine. Die werden daar dan ook militair. Die werden bij de capitulatie van het KNIL wel gedemilitariseerd, maar dat snapten de Japanners niet altijd, waardoor mijn vader toch in krijgsgevangenschap belandde. En zijn er ook executies als franc-tireur voorgevallen. Daarnaast waren er ook burgerkorpsen zoals het Vrouwen Auto Corps en de Luchtbeschermingsdienst. Die waren geuniformeerd, maar geen militair, een beetje griezelige situatie. Ik heb bij hen overigens nooit gehoord van problemen bij de capitulatie.
        “ingedeeld bij een sabotage groep.” Dat waren groepen waar hier en daar problemen mee zijn geweest. Bij bijvoorbeeld de oliemaatschappijen waren medewerkers die de echte (militaire) sabotagegroepen moesten instrueren. Die waren tijdelijk ook militair gemaakt, maar daar prikten de Japanners hier en daar wel doorheen, dat het toch eigenlijk burgers waren > executie. Daarbij de echte sabotagegroepen die na de capitulatie doorgingen mer hun ‘sabotage’. Hetzelfde ondervonden mensen van de Gouvernements Marine die te laat of helemaal niet op de hoogte van hun demilitarisatie waren gesteld. En hun schip alsnog tot,zinken brachten.

  19. Peter van den Broek zegt:

    Geachte Paul Maas,

    Indo in het KNIL!!!! Uw vraag benader ik vanuit een andere dan gebruikelijk Indo- perspectief. Het zijn wat veronderstellingen, die ik nog niet uitputtend heb getoetst

    Vaak wordt beweerd dat Indo’s in Nederlands Indie niet in de hogere rangen en standen voorkomen. Dat was niet het geval en dan komt men met het voorbeeld van Luitenant-Generaal Berenschot, bevelhebber-KNIL, die vòòr de oorlog bij een vliegtuigongeluk om het leven kwam. Hij was weliswaar Indo, maar zijn vader was wel een KNIL-luitenant-kolonel, èèn van de weinige hoofdofficieren bij de KNIL. Net zoals bij “Katjongs in Colditz” (tentoonstelling in Bronbeek) , cadetten van de KMA , uit Nederlands waarvan een aanmerkelijk deel Indo was. Ik heb at random de achtergrond van wat van die Indo-cadetten nagetrokken en het is opvallend dat de meesten uit een Officiersmilieu komen. Maar dat kwam niet alleen bij het KNIL voor. Neem H.J. van Mook of Admiraal Helfrich, beiden geboren in Indie. H.J. van Mooks’ vader was inspecteur van het onderwijs en wethouder van Soerabaja. Helfrichs’ vader was officier van gezondheid en hoofd van een ziekenhuis in Batavia.

    Anderen spreken van Grote en Kleine Boeng. De kleine Boeng had in die maatschappij veel minder mogelijkheden en sociale vaardigheden. Het KNIL was voor de Indo, de kleine Boeng ,naast het Gouvernement één van de beperkte mogelijkheden om vooral in de lagere rangen op te klimmen.
    Dat was het dagelijks leven in de praktijk van de kleine Boeng, de Indo dat gevoel van ongelijkheid en inferioriteit, waar de koloniale maatschappij op gebaseerd was.

    Ik trek daaruit de voorlopige conclusie dat het Indo-zijn niet bepalend is, maar meer uit de Rang & Stand in Nederlands Indie. De sociale mobiliteit in Nederlands Indie was gering tot nihil, iemand die voor een dubbeltje was geboren, wordt nooit een kwartje Nederlands-Indie was om met Van der Doel te spreken een door en door gesegregeerde maatschappij.

    NIOD-onderzoeker Herman Keppy , die de tentoonstelling “Katjang in Colditz” heeft voorbereid, geeft aan dat de cadetten uit “normale” Indische families komen. Hij hecht geen aandacht aan de context d.w.z. de Rangen & Standen o zo kenmerkend voor de Indische koloniale maatschappij, dat is wel een ernstig gemis voor een historicus van zijn niveau. Maar hetzelfde kan ik ook van Kester Freriks zeggen

    • Paul Vermaes zegt:

      Geachte Peter van den Broek,
      Dank voor uw toelichting. Ik kan wel zeggen dat u van de gesegregeerde maatschappij in Nederlands-Indië veel weet. De grote Boeng en de kleine Boeng, had ik in deze context nog niet gezien.
      Hartelijke dank nogmaals.
      Paul Vermaes.

      • RLMertens zegt:

        @PaulVermaes; ‘indo’s in het Knil etc’- Tegen hen werd altijd voor gehouden, dat wanneer de Republiek niet verslagen wordt, dit het einde betekende voor de Indo’s! Vandaar hun fanatisme zich achter de driekleur te(blijven) scharen. Toch waren er ook, die een eventuele einde van Indië aanzagen komen. In jr.’47/48 Na interesse/hoop in/op Nw.Guinea was er ook interesse in Brazilië( de mensen waren daar ook bruin etc) Groot was dan ook de desillusie/ongeloof dat Nederland het veld moest ruimen.. Paniek/wanhoop; wat nu? Mijn vader, had zich toen ingeschreven voor;(zijn rechten als adj.Knil) nl. Europees verlof. Dus naar Holland. Ik weet nog hoe al die Indische buren zich zorgen maakten over hun toekomst. Het was bij hen paniek; dan maar Nw.Guinea( na het debacle in 1962 kwamen ook zij, ten leste, in Holland) Die paniek sfeer in die tijd was niet te beschrijven; Nederland uit Indië.Wie heeft dat ooit geloofd? De Inlanders, die nu toch baas in eigen huis werden! Vandaar mi. dat er nog steeds ‘koloniale adepten’ zijn, die de tempo doeloe façade;( uit de Kolonie niets dan goeds!), in ere willen houden!
        -Ik lees nu dat Reggie Baay’s hier over heeft geschreven; Het kind met de Japanse ogen(zie Moesson oct.’18); ‘het feit dat discriminatie alom aanwezig was en Molukse en Indisch militairen zijn behandeld als oud vuil(!), terwijl zij zwaar getraumatiseerd de oorlog in werden gestuurd om het Nederlandse economisch belang te dienen!.

      • Jan A. Somers zegt:

        Bij de soevereiniteitsoverdracht konden Indisch ambtenaren (dus ook KNILlers) in hun dienstverband blijven bij hun nieuwe werkgever, de RIS. Bij de Gouvernements Marine bleven de meesten varen op dezelfde schepen, met nieuwe naam en nieuwe vlag. Onder de nieuwe directeur Mas Pardi, die een oud-collega was. Het heeft wel problemen opgeleverd toen die schepen (burgerschepen!) werden ingezet voor oorlogstaken tegen de RMS. Met een boze brief van de minister van defensie van de RMS. Daar heb ik hier ergens al over geschreven. De grootste problemen waren met de gezinnen die leefden in straten (vooral in Surabaya) waar ze niet meer zo welkom waren. Maar ook met sommige jonge Indonesische (ALRI)officieren die dachten aan boord de baas te zijn. Vandaar dat mensen met Europees verlof probeerden in Nederland aan de bak te komen en te blijven. Maar de oudjes konden dat uiteraard niet en verlieten Indonesië pas bij hun pensionering. Mijn vader, met recuperatieverlof in Nederland, werd definitief afgekeurd, zijn (invaliditeits)pensioen werd tot zijn pensionering door de RIS betaald. Daarna gewoon pensioen via SAIP.

  20. Paul Vermaes zegt:

    Geachte RLMertens,
    Dank voor uw beschrijving van de verwarring die onder Indo’ s heerste bij de soevereiniteitsoverdracht. Als ik de verwarring goed begrijp konden de Indo’ s, vooral die fanatiek in het KNIL hadden gevochten, of weggaan uit Indonesië of met de moed der wanhoop blijven vechten tegen wat komen zou: enkele KNIL-militairen liepen naar Westerling zijn APRA-beweging.
    Met goed fatsoen in Indonesië blijven en hopen dat de Indonesiërs ons zouden vertrouwen als brave staatsburgers konden wij moeilijk riskeren. Dus massaal gebruik maken van recuperatieverlof naar Nederland en in dat uitstel kijken wat de toekomst zou bieden…
    Paul Vermaes

  21. Paul Vermaes zegt:

    Geachte Jan A. Somers,
    @Bij de soevereiniteitsoverdracht konden Indisch ambtenaren (dus ook KNILlers) in hun dienstverband blijven bij hun nieuwe werkgever, de RIS.@
    Weer een interessant verhaal, mijn dank.
    Wat ik u vragen wilde heeft te maken met een gesprek tussen mijn jonge buurman, een Wachtmeester, die vertelde dat nu de pensioenen van militairen via maandelijkse stortingen in het ABP geschiedt, terwijl er een tijd was dat de pensioenen van Nederlandse militairen elk jaar op de begroting van de Minister van Defensie (vroeger Oorlog) kwamen. In vroegere tijden betaalden de militairen geen pensioenpremies die afgetrokken werd van hun soldij. Toen geen moeilijke CAO-onderhandelingen …
    Was dat zo?
    Paul Vermaes

    • Jan A. Somers zegt:

      Ik heb daar niet zoveel verstand van. Wat ik weet is dat In Indië Nederlandse overheidsdienaren pensioengerechtigd waren, net als ambtenaren (en dus ook militairen) in Nederland. Maar dat pensioen komt niet vanzelf, daar wordt premie voor betaald aan het pensioenfonds, toen ABP. Mogelijk was het ‘toen’ anders dan nu waar de premies nu gezamenlijk door werknemer en werkgever worden betaald: uitgesteld loon! Dat een ministerie pensioen betaalt is natuurlijk foute boel, een ministerie is werkgever. En het doel van een pensioenfonds is nou juist dat de premies worden veilig gesteld van graaien, door het fonds een zelfstandige status te geven, gezamenlijk bestuurd door werkgevers, werknemers en kroonleden. Die stellen dan met vaste criteria jaarlijks de pensioenen vast. Die heb je dan uit het heetst van de CAO-onderhandelingen gehaald, het is een rekensommetje geworden. met de dekkingsgraad als basis: verwachte verplichtingen. Makkelijk, je kunt er niet meer uithalen dan erin zit. En voor oud-Indisch ambtenaren uitkering via SAIP. Het is dus duidelijk dat dit helemaal buiten het ‘Indisch verdriet’ valt. Dat het huidige gekrakeel over pensioenhervormingen zo lang duurt en voorlopig zonder overeenstemming , stelt mij gerust. Ons huidige pensioenstelsel is niet zo slecht. Overigens soldij hoort bij dienstplichtigen, die hebben soldij, geen salaris, en dus geen pensioen!

      • Paul Vermaes zegt:

        Geachte Jan A. Somers,
        Heel duidelijk, dank u wel.
        De gesprekken over militaire pensioenen met mijn buurman, zal ik voortaan als praatjes bij de haard benaderen.
        Het verschil tussen soldij en salaris is mij nu ook duidelijk.
        Paul Vermaes

  22. Paul Vermaes zegt:

    Geachte Heer Soedibyo,
    Dank voor uw reactie voor RLMertens. Mooi verhaal over uw vader, zaliger, en uw eigen houding tijdens de vrijheidstrijd.
    @Ik heb afkeer aan de feodalisten (Inlands Bestuur en de prijajies) en Chinezen (toen). Soedibyo 25 okt18@ Graag reageer ik op voorgaande zin.
    Sinds de proclamatie was Indonesië een Republiek en Republikeinen zijn tegen iedere vorm van adel en feodalisme. De VS is ook een republiek en geen enkele overheidsambtenaar zal het in zijn hoofd halen een adelijke titeln of onderscheiding te accepteren op straffe van ontslag.
    Wat heeft Indonesië gedaan met de feodalen? Over dezen heb ik het één en andere gelezen in Multatuli’ s Max Havelaar.
    Hoogachtend,
    Paul Vermaes

  23. Peter van den Broek zegt:

    Ik wil nog wat kwijt over de militaire dienstplicht ingevoerd in 1916 in Nederlands Indie. De gedachten over dienstplicht is wel kenmerkend hoe in een gesegregeerde maatschappij zoals Nederlands Indie over dienstplicht m.b.t. de veiligheid in de kolonie in Tempo Doeloe werd gedacht

    Nederlands-Indië begon aan het begin van de 20ste Eeuw zich zorgen te maken over bedreigingen van buiten af. Japan was als overwinnaar uit de Russich-Japanse oorlog gekomen en de Japanse aanwezigheid in Indie werd steeds meer zichbaar. Maar ook was er een wapenwedloop aan de gang tussen de koloniale grootmachten Engeland, Frankrijk, Duitsland etc.

    Het idee was een militia van dienstplichtigen in Nederlands Indie te vormen, gold niet alleen voor Europeanen maar men dacht ook aan Inlanders, de vormingen inlandse militie
    Voordeel was dat inheemse militairen lichamelijk en qua kennis van en verbondenheid met de lokale omstandigheden beter dan Europeanen in staat zouden zijn zo’n strijd te voeren . De Indonesiers zouden zich dan, sterk en beschermd voelen tegenover een buitenlandse indringer. De inheemse militie had de voordelen snel over veel militairen te kunnen beschikken en het was relatief goedkoop op te bouwen.

    Gouveneur-generaal Van Limburg Stirum was voorstander van een versterking van de landstrijdkrachten en de invoering van een inheemse militie. Hierin werd hij gesteund door generaal b.d. van Heutsz, die fungeerde als een adviseur voor de Indische defensie.
    Ondanks dat veranderde er niets aan het officiële uitgangspunt van de Nederlandse Regering in Den Haag dat de defensie van de kolonie tegen gevaren van buiten, primair een marinetaak was. Hier blijkt wel dat Nederlands Indie niet zo’n Zelfstandig Rechtspersoon was. Wél voerde de Regering de dienstplicht in voor Europeanen. Het einde van WO1 verminderde de urgentie bij het bestuur om een grotere militaire macht in Indië te realiseren

    In de nationalistische beweging waren de meningen verdeeld. Boedi Oetomo aarzelde maar verklaarde zich op het congres in 1916 vóór een inlandse militie. De Sarekat Islam was minder eensgezind. De plannen voor grote inzet van inheemse mannen voor een militie werd niet gecompenseerd door meer invloed en medezeggenschap in het landsbestuur. Het afblazen van het plan van een inlandse militia zorgde er tevens voor dat de Indonesische nationalistische beweging veranderde van een met de kolonisator meewerkende beweging in de non-coöperatieve en non-associatieve partijen van de jaren twintig.

    Door de dreiging van een nieuwe Wereldoorlog stelde de nationalistisch beweging eind dertiger jaren weer het plan van een inlandse militia voor, maar dat werd door het Indisch Gouvernement afgewezen. Daarbij werd niet alleen getwijfeld aan de loyaliteit van de Indonesiërs , maar het “witte” KNIL zelf vond dat een inlandse militia niet opgewassen was tegen een professioneel leger.

    De Indonesiers zaten in Maart 1942 aan de kantlijn en waren getuige hoe er oorlog werd gevoerd waar zij part noch deel aan hadden. Zij zagen lijdzaam en niet geheel onwelwillend toe hoe een Japanse militaire macht welhaast op fietsen in een paar dagen het professionele KNIL-Leger volledig onder de voet wegfietste.

    Het is toch opmerkelijk dat andere koloniale mogendheden wel kans zagen hun Inlanders in het leger te laten functioneren. B.v.b. Duizenden Marokkanen en Algerijnen vochten voor Frankrijk in WO2. De Britten hadden zelfs een British Indian Army, waarbij een groot Indiërs als vrijwilligers in de oorlog hen bijstonden.

    Het KNIL met haar professioneel geoefende vrijwilligers in haar witte onozelheid keek neer en deed laatdunkend over de Philipijnse militia. Dit leger van dienstplichtigen heeft wel meer dan een maand heldhaftig en dapper stand gehouden tegen het professionele en door oorlogen geharde Japanse militairen en zette later de oorlog voort in een heuse guerrilla. Het verslagen en vernederde KNIL bleef met een gigantische frustratie achter.

    Ook dit was tempo doeloe

    • Jan A. Somers zegt:

      “dat de defensie van de kolonie tegen gevaren van buiten, primair een marinetaak was. Hier blijkt wel dat Nederlands Indie niet zo’n Zelfstandig Rechtspersoon was.” Heeft niets met elkaar te maken. Defensie van de gebiedsdelen van het koninkrijk naar buiten was een koninkrijksaangelegenheid en had daar in Indië de KM voor aangewezen. Doelstelling van het KNIL (geen koninkrijksaangelegenheid!) was geen defensie naar buiten, maar: “zal de aanwezige weermacht met de voorhanden middelen zich zoo goed mogelijk tegen elke bezetting van ons grondgebied verzetten, in afwachting van den steun, die ons mocht worden verleend.” Een begrijpelijke opvatting. Een zo groot eilandenrijk is niet met een landmacht te verdedigen. Vergelijking met de veel kleinere Filippijnen gaat dan ook mank. Vergelijk dit met de zeven verenigde (souvereine!) gewesten die in de Unie van Utrecht buitenlandse zaken en defensie hadden overgedragen aan de Staten-Generaal. Maar ze bleven wel soeverein (nog erger dan “Zelfstandig Rechtspersoon”). Niet gebieden zoals Brabant, Limburg en Zeeuws-Vlaanderen, dat waren onderworpen koloniën, onder direct (volledig) bestuur van de Staten-Generaal.

      • Peter van den Broek zegt:

        Het fabeltje vn de Zelfstandige Rechtspersoon.

        Aha, dhr Somers haalt de zgn Defensiegrondslagen van 1927 aan. De Nederlandse regering formuleerde daarin, zonder raadpleging van de Indische Volksraad, de uitgangspunten voor de Indische defensie. Weer een duidelijk oorbeeld dat Nederlands Indie geen zelfstandige Rechtspersoonlijkheid was. Alles werd in Den Haag bedisseld.

        De veelbejubelde Defensiegrondslagen werden al heel snel door de feiten achterhaald en na enkele jaren weer ter discussie gesteld. Ik kan toch niet van een wereldvreemde op de Lüneburgerheide verwachten dat hij iets afweet van de militaire Krijgskunde in Nederlands Indie.

        De “krijgskundige” feiten en de Geschiedenis spreken voor zich.
        In een uitstekende verhandeling is Prof. Dr. Teitler voormalig docent krijgsgeschiedenis aan het KIM, een ex-collega zo gezegd ingegaan op de politieke manoeuvres tussen KNIL, Koninklijke Marine en de departementen van Koloniën en Defensie over de controle op een offensief optredende Indische Luchtmacht in die tijd. In de eerste helft van de jaren ’30 werd de mogelijkheid afgetast om te komen tot de oprichting van een Luchtmachtwapen in Nederlands Indie.

        Zowel de KNIL-legerleiding als de Koninklijke Marine eisten versterking van het eigen wapen ten koste van de andere.
        De defensie van het eilandenrijk was in de ogen van de Commandant Zeemacht in Indië in hoofdzaak een maritieme aangelegenheid en het vliegtuigwapen behoorde alleen voor de verdediging van de vlootbasis in Soerabaja te worden ingezet. Het KNIL was daarentegen overtuigd van het nut van een sterke strategische macht in de lucht die de hele Nederlands-Indische Archipel, dus niet alleen Java maar ook de omliggende wateren kon bestrijken Het meningsverschil liep zó hoog op, dat de effectiviteit van het Indische defensiebestel gevaar begon te lopen.

        
In december 1936 hakte de voorzitter van de Ministerraad, tevens minister van koloniën en minister van defensie ad interim, dr. H. Colijn de knoop door ten gunste van het KNIL. Volgens Colijn was het beste middel om Nederlands-lndië tegen mogelijke oorlogsagressie te beschermen door een „luchtmacht” van — in vergelijking met de door de marine gewenste dure slagschepen – aanmerkelijk goedkopere strategische bommenwerpers. Het was een wezen een portemonnaie kwestie, wel begrijpelijk in de crisisjaren. Het is weer een duidelijk voorbeeld dat Nederlands Indie als het erop aankwam niks in de melk te brokkelen had, om van van Zelfstandige Rechtspersoonlijkheid maar te zwijgen.

        Het KNIL, bekwaam gerepresenteerd door zijn bevelhebber, luitenant-generaal M. Boerstra, won dus die slag in 1936. Het belang van deze „slagluchtmacht” was voor het KNIL dat ermee kon worden opgetreden tegen de vijand in de hele archipel, en ze niet langer beperkt bleef tot het eiland Java.

        Voor degenen die hun geschiedkundige en krijgskundige kennis over Nederlands Indie willen opfrissen.
        G. Teitler – Het KNIL en de Indische defensie, in: De val van Nederlands-Indië. Dieren (1982)42-58
        H. L. Zwitzer — Verdediging en val van Neder- lands-Indië. Toetsing van een trauma. Int. Spect. 26(1982)(5)276.

  24. Peter van den Broek zegt:

    Vergelijking met de veel kleinere Filippijnen gaat dan ook mank???

    Hangt natuurlijk van af wat wordt vergeleken. Ik heb in mijn redenering steeds over de “INLANDSE militie”. De Filippijnen hadden i.t.t. Nederlands Indie wel een inlandse militie, die heeft meer dan een maand tegenstand geboden tegen de Japanners i.t.t. het KNIL. Daar komt nog bij dat ze daarna een guerrilla oorlog voerde en dan is steun van de plaatselijke bevolking onontbeerlijk. Dat miste de Nederlanders in Indie en daar kwam een guerrilla, georganiseerd verzet tegen de Japanners in het algemeen om die reden nooit van de grond., daargelaten dat de Filippijnen bestaat uit meer dan 7.000 eilanden.

    Om dan een vergelijking met de Unie van Utrecht te maken (1579 of was het de Unie van Atrecht?) en dan nog te spreken over Brabant, Limburg, Zeeuws-Vlaanderen (bestond dat toen eigenlijk? was er geen sprake van Staats-Brabant, Staats-Zeeland en Opper-Gelre? what’s in a name) lijkt mij toch meer een ANACHRONISME. Zulke feitjes worden toch standaard bij Vaderlandse Geschiedenis geleerd, tenminste op het Christelijk Lyceum in Delft CLD !!!!

    Maar om terug te komen op de ZELFSTANDIGE Rechtseenheid Nederlands Indie, als operationele eenheid. Bestond Nederlands Indie politiek gesproken na 9 Maart 1942 ??? het Gouvernement mocht wat inkopen doen in het buitenland of salarissen (excl. backpay) uitkeren, maar die hele handel werd wel voorgefinancierd door de Nederlandse staat, als ik de economisch huishouding bekijk. Staatkundig hield Indie op 9 Maart 1942 op te bestaan. Volkenrechterlijk heeft het nooit bestaan.

    • Peter van den Broek zegt:

      een kleine aanvulling voor een goed begrip……….. i.t.t. het KNIL op Java.

    • Jan A, Somers zegt:

      ” sprake van Staats-Brabant, Staats-Zeeland en Opper-Gelre? ” Staats-Brabant, Staats-Vlaanderen, Westerwolde en Wedde, Staats-Overmaas ,Staats-Opper-Gelre. He he, gelukkig dat u eindelijk wat snapt. Staats!! Generaliteitslanden, rechtstreeks bestuurd door de Staten-Generaal van de Republiek der Zeven (eigenlijk acht) Verenigde Gewesten (Waar die koloniën dus niet toe behoorden).. Soevereine gewesten die buitenlandse zaken en defensie hadden gebundeld in de Staten-Generaal. Rechtspersonen aangezien zij ook rechtshandelingen moesten verrichten, tevens zelfstandig(!) maar daar kom ik later nog wel op terug. Het CLD zal u dat niet hebben verteld.

    • Jan A, Somers zegt:

      ” het Gouvernement mocht wat inkopen doen in het buitenland of salarissen (excl. backpay) uitkeren, maar die hele handel werd wel voorgefinancierd door de Nederlandse staat,” Dat waren heel wat financiële zaken! Salarissen van de (vele) ambtenaren en militairen in Australië, de toenemende militaire activiteiten in o.a. Oost-Indonesië, alles zelf betaald, in Nederland was het armoe. Maar ook veel materieel zoals vliegtuigen. In 1946 kwamen de tijdens de oorlog in Amerika bestelde Higginsboten erbij, in te zetten voor politietaken, door Indië betaald!. Van de Amerikaanse marine werden series landingsvaartuigen verworven, door Indië betaald! . Drie van de acht gekochte Australische korvetten werden aan de GM toegewezen en door Indië betaald, alsmede drie zeelichters. Daarmee kon een groot aantal civiele taken op vrijwel dezelfde wijze als vóór de oorlog worden uitgevoerd. De Indische regering in Australië beschikte over een ruime kas, en een grote goudschat. Er kon nogal wat contant worden betaald, maar Indië was ook een betrouwbare en solvabele debiteur. Ik heb na de oorlog bij mijn vader die Indische staatsobligaties gezien, ik weet het niet meer zeker, maar ik dacht zo’n 3%. En volgens mij ook door de RIS afgelost.
      “Staatkundig hield Indie op 9 Maart 1942 op te bestaan. Volkenrechterlijk heeft het nooit bestaan.” Ik heb zo’n idee dat uw geschiedenisleraar zich maar bij de geschiedenis had moeten houden. Indië was geen staat en kon dus niet als zodanig ophouden te bestaan. Indië heeft volkenrechtelijk nooit bestaan. De gebiedsdelen van het koninkrijk hadden niets met volkenrecht van doen, het waren Nederlandse staatsrechtelijke constructies. Gelukkig was op de RHBS in Vlissingen de leraar Staatshuishoudkunde een advocaat en procureur, zonder kennis over de geldbeurs van het koninkrijk. Binnen zijn discretionaire bevoegdheid gaf hij les in Staatsrecht, Provinciaal recht en Waterstaatsrecht. Dezelfde vakken volgde ik ook bij civiele techniek in Delft. Op de EUR studeerde ik staatkundig af en promoveren deed ik op een volkenrechtelijk onderwerp. “Staatkundig hield Indie op 9 Maart 1942 op te bestaan.” Sinds wanneer houdt een staatskundige (staatsrechtelijke) entiteit op te bestaan bij capitulatie van de krijgsmacht? In mei 1940 Nederland, België, Frankrijk enz.? In 1945 Italië, Duitsland en Japan? Conquest bestaat al heel verschrikkelijk lang niet meer hoor! Indië deed na 9 maart 1942 nog over de hele wereld bestellingen onder eigen zelfstandige rechtspersoonlijkheid. MacArthur beschouwde NICA als een passend orgaan voor civiele aangelegenheden, de Civil Affairs Agreement. Op 15 augustus 1945 deed Japan afstand van alle bezette gebieden en daarmee ook van het zichzelf toegeëigende recht wijzigingen aan te brengen in de staatkundige verhoudingen.

      • Peter van den Broek zegt:

        Ik weet niet waar Heer Somers die gegevens vandaan heeft, maar ik weet zeker dat zijn vindingrijkheid en vooral fantasie ongelimiteerd is. .

        Lees ik de Indische begrotingen van 1942-1945 op na : inkomsten waren nul of inden de Japanners in Indie plaatsvervangend de belastingen van de Nederlanders en Inlanders? Als dat zo is, dan heeft de Indie nog wat te goed van de Japanners: give me my Pay-Back.

        Het goud e.d. was naar de VS en gedeeltelijk naar Engeland verscheept. Als dhr Somers kijkt hoeveel goud in Kilogrammen naar de VS en Engeland verscheept werd en na de oorlog weer terugkwam, dan is er nauwelijks verschil (niet naar de waarde kijken want de gulden was t.o. de dollar in waarde gedaald, de koers van het goud was in guldens gestegen, dus het goud was meer waard ), maar de salarissen van de militairen in Australië e.d. werden wel betaald!!!! in wat ???guldens die toch niks waard waren of in Australische dollars? Dus waar haalde Van Mook die Australische dollars vandaan? Volgens Griselde Molemans lag het goud in de VS en Engeland. Kijk even naar de boekhouding van Nederlands-Indie in Australië en dan hebben we het antwoord . Dat heeft die leraar Staathuishoudkunde in Vlissingen toch wel uitgelegd.

        Kijken we naar de weekstaten 1946-1949 van de Javaasche Bank, de circulatie of Centrale bank van Nederlands indie, dan had Indie na de oorlog geen inkomsten, ze waren toch in oorlog, van wie moesten ze de belastingen innen? Staat keurig vermeld in het commentaar bij die jaarrekeningen. commentaren.
        De Nederlandse Staat stelde zich garant voor de schulden die Nederlands Indie maakte voor het kopen van militair materieel, maar zij financierde ook de Nederlands militairen, die in de periode 1945-1949 naar indie werden gestuurd Als dat niet zo was, waar staat dat in de weekstaat van de Javaasche bank, dat Indie die militairen betaalde? en met wat? Lees dat maar bij Lieftinck, de toenmalige Nederlandse Minister van Financiën.
        https://www.google.it/url?sa=t&rct=j&q=&esrc=s&source=web&cd=1&ved=2ahUKEwjJ-rTCz67eAhUpyYUKHbvuDocQFjAAegQICRAC&url=https%3A%2F%2Fwww.ru.nl%2Fpublish%2Fpages%2F660907%2F1990bogaart.pdf&usg=AOvVaw0xEdvGx0m05TC2r6fKIABR
        Zelfs met mijn boekhouddiploma SPD begrijp ik die verhalen.

        Op een gegeven moment moest Mr. Lieftinkc langs bij het International Monetair Fund, IMF of Wereldbank voor wéér een lening, dat gaf bij die Amerikanen wel wat problemen en dat was natuurlijk de oorlog in Nederlands Indie. Ik weet niet of het ene met het andere te maken heeft maar het is wel toevallig dat Lieftinck de lening kreeg en de oorlog in Indie in no time afgelopen was , Nederland liet haar eis van een overgangsperiode in de Indonesische kwestie zonder tegenprestatie vallen en we kregen gelijk de soevereiniteitsoverdracht. Financieel was Nederlands-Indie tenminste na 1942 met huid en haar van Nederland afhankelijk, dus wat blijft er over van een zelfstandige Rechtspersoonlijkheid?

        Wat was er na 1942 van Nederlands Indie over? Wat kon Nederlands Indie staatskundig doen bij een vijandige bezetting, waar was dat in de Indische Staatsinrichting geregeld?
        Werd Nederlands Indie bij Koninklijk Besluit geregeerd dus vanuit Londen? En na de oorlog, waar was die Volksraad gebleven en hoe regeerde de luitenant-GG van Mook, bij ordonnantie?
        Was de luitenant-GG vertegenwoordigd bij al die overeenkomsten 1946-1949 tussen Nederland en Indonesië? Waar staat dat? Dat akkoord tussen van Rooijen-Roem heette toch niet van. Mook-Roem?
        En na van Mook, wie kwam er dan,? een Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon HVK , Beel en Lovink toch? waren die de vertegenwoordiger van Nederlands Indie, de naam zegt het toch al?

        Dhr Somers zegt zelf dat de koloniën een staatsrechtelijke constructie was , maar was dat ook een zelfstandige rechtspersoon? waar staat dat in de Indische Staatsinrichting of Nederlands wet?

        Als Indie geen staat was en volkenrechtelijk niet bestond , wat werd Indonesië dan in 1945/1949* (doorhalen wat verwenst wordt) ? In wat volgde de staat Indonesie VSI Nederlands-Indie dan op, wat kreeg zij van Indie wat ze al niet had, behalve die schulden?

        En die vergelijking tussen Nederlands Indie en België, Frankrijk e.d. gaat natuurlijk niet op. Waren deze landen koloniën? Het zijn weer van die loze vergelijkingen. Laat dhr Somers maar gaan studeren hoe andere koloniale landen hun koloniën zelfstandig maakten en hoe dat later internationaal geregeld was., dan komt hij zeker tot andere gedachten, tenminste tot andere en gebruikelijke inzichten.

        Bij het vonnis 1953 van de Haagse Rechtbank over de eis van de weduwe Nasoetion-van der Have werd het verweer van de Nederlandse Staat over de zelfstandige Rechtspersoon van Nederlands-Indië verworpen en de Nederlandse Staat aansprakelijk gesteld voor de moord op haar man. Dus Indie was niet zo zelfstandig.
        Een advocaat bij een Backpay-zaak, kantoorcollega van Prof. mr.dr. Liesbeth Zegveld stelde dat een zaak over de niet-zo-Zelfstandige Rechtspersoonlijkheid Nederlands-Indie waarbij de Nederlandse Staat uiteindelijk aansprakelijk is voor de Back-pay best kans maakt bij ook een Internationaal Gerechtshof.

      • Jan A, Somers zegt:

        “maar zij financierde ook de Nederlands militairen, die in de periode 1945-1949 naar indie werden gestuurd ” Dat klopt helemaal. Het koninkrijk was de werkgever van de KL en als zodanig ook aanspreekbaar. Dat geldt toch ook vor de KM, zoals u als marineofficier toch weet?
        “De Nederlandse Staat stelde zich garant voor de schulden die Nederlands Indie maakte ” Dat is binnen het koninkrijk heel normaal. Het toezicht op de lagere overheden is marginaal. Dat betekent dat het koninkrijk verantwoordelijk is voor het hele koninkrijk, en pas in actie komt als door die lagere overheid het koninkrijk in de problemen kan komen. Zie ook de gemeentewet e.d. Italië is toch ook op zijn vingers getikt vanwege de laatste begroting? En dreigt zich daar niets van aan te treken. Wat gebeurt er dan met de afspraken die Italië met de EMU heeft genaakt? Italië, de wieg van het Romeins recht! Pacta servanda sunt.

      • Peter van den Broek zegt:

        Of dat toezicht marginaal is en de Nederlands Staat pas in actie komt als er problemen zijn, is niet van toepassing op Nederlands Indie.

        De geldende staatsregeling voor Nederlands-Indië (1925) bepaalt het Opperbestuur van de Kroon over de algemene geldmiddelen in de Oost, zodat de minister van Financiën RECHTENS een zelfstandige positie tot Indië toekwam NAAST die van de minister van Overzeese Gebiedsdelen.

        Op 18 april 1947 krijgt premier Beel van zijn minister van financiën Lieftinck een brandbrief: de deviezenpositie van het land is ‘zeer kritiek’, de positie van Nederlands Indië is ‘nog veel erger’. Als de regering zou besluiten de helft van de goudvoorraad te verkopen, kan ze het nog 2,5 maand uitzingen. Een bankroet van het Koninkrijk der Nederlanden staat voor de deur.

        Lieftinck suggereert om geen troepen in Indonesië meer af te lossen, en uitermate zuinig met de middelen om te springen. Bovendien vindt hij dat Van Mook, die volgens hem toch nergens naar luistert en veel te veel geld uitgeeft, ontslagen moet worden, binnenskamers sprak Lieftinck weliswaar van geldsmijterij maar Van Mook was in die periode nog onmisbaar. Als het kabinet hem niet volgt in zijn opvattingen, zo dreigt Lieftinck, dan kan hij de (ministeriële) verantwoordelijkheid niet langer dragen Daarmee brengt Lieftinck de militaire optie dichterbij.
        Het is niet verwonderlijk dat het resultaat de eerste “politionele actie” is met de welsprekend naam “operatie Product” , de grondstoffenproductie in Nederlands-indie moest tegen elke prijs op gang komen om weer aan deviezen te komen.

        Zo is de naoorlogse situatie. Dus wat is de “Zelfstandige Rechtspersoon” Nederlands-Indie anders dan een onder curatele gestelde nooit volwassen geworden kind?

        Volgens Kester Freriks is Tempo Doeloe ook een mooie tijd, afgezien van wat onbeduidende geldzorgen, waarbij ook de Backpay in past.

      • Jan A, Somers zegt:

        “NAAST die van de minister van Overzeese Gebiedsdelen.” Bestond dat ministerie al in 1925?
        “De geldende staatsregeling voor Nederlands-Indië (1925) bepaalt het Opperbestuur van de Kroon over de algemene geldmiddelen in de Oost, zodat de minister van Financiën RECHTENS een zelfstandige positie tot Indië toekwam” Ik heb niet de complete IS 1925, maar er staat volgens mij geen tekst over het opperbestuur van de kroon in. Uitoefening van bestuur staat in art. 1: EERSTE HOOFDSTUK.
        Van den Gouverneur-Generaal en den Raad van Nederlandsch-Indië.
        Art. 1. De uitoefening, in naam des Konings, van het bij het tweede lid van art.60 der Grondwet aan den Gouverneur-Generaal opgedragen algemeen bestuur van Nederlandsch-Indië geschiedt overeenkomstig de in deze wet gestelde regelen en met inachtneming van ’s Konings aanwijzingen.
        U zult hiervoor toch naar de grondwet van 1922 moeten: Art.60. De Koning heeft het opperbestuur over Nederlandsch-Indië, Suriname en Curaçao.
        Voor zooveel niet bij de Grondwet of bij de wet bepaalde bevoegdheden aan den Koning zijn voorbehouden, wordt het algemeen bestuur in naam des Konings uitgeoefend in Nederlandsch-Indië door den Gouverneur-Generaal en in Suriname en Curaçao door de Gouverneurs, op de wijze door de wet te regelen.
        De Koning doet jaarlijks aan de Staten-Generaal een omstandig verslag geven van bestuur en staat van Nederlandsch-Indië, Suriname en Curaçao. Wat betreft de inhoud van dat opperbestuur kunt u het best terecht bij de Handelingen. Daarin kunt u vinden dat dat opperbestuur terughoudend is, in latere verhandelingen gaat het over marginale toepassing. Als het bestaan van het koninkrijk in geding is. Interessant dat rond de eeuwwisseling werd aanbevolen dat dat bestuur gelijksoortig zou zijn aan de situatie m.b.t. de Nederlandse gemeenten (er werd dus niets nieuws uitgevonden).
        Sorry dat ik stop, deze maanden ben ik druk bezig in het ziekenhuis, maar ik kom er nog wel op terug.

      • Jan A. Somers zegt:

        “de deviezenpositie van het land is ‘zeer kritiek’, ” Niet zo vreemd. Het koninkrijk draagt als werkgever en hoeder van het koninkrijk de kosten voor de KL en de KM in Indië, dat was behoorlijk meer dan de kosten voor KNIL en GM die door Indië werden betaald.. En Nederland heeft tevens te maken met de wederopbouw van Nederland.
        “Het goud e.d. was naar de VS en gedeeltelijk naar Engeland verscheept.” Dat is toch niet vreemd? Daar was meer tijd voor beschikbaar dan voor Nederland in mei 1940. En voor eventuele verkoop in de gewenste valuta is een telefoontje (met legitimatie) voldoende. De goudschat van de Nederlandse Bank is voor een groot deel ook nu in het buitenland. Vanwege de beschikbare tijd waren vóór de capitulatie de meeste staven van de departementen al in Australië, alsmede de staf van de Javaasche Bank. Ik neem aan dat in Australië de salarissen in Australische dollars werden uitbetaald. Bij ons familiebezoek in Australië konden we toch ook gewoon Australische dollars kopen bij de bank? En de salarissen en kosten in Oost-Indonesië werden volgens mij in Indische guldens betaald, daar was de Javaasche Bank goed voor. Natuurlijk was het interen, en liep ook de Indische staatsschuld op, maar het is toch allemaal gelukt. Na de eerste politionele actie ging het langzamerhand weer beter.
        “Was de luitenant-GG vertegenwoordigd bij al die overeenkomsten 1946-1949 tussen Nederland en Indonesië? Waar staat dat? Dat akkoord tussen van Rooijen-Roem heette toch niet van. Mook-Roem?” Alle overeenkomsten t/m Linggadjati zijn door Van Mook/Sjahir opgesteld. Vergeet niet dat door de keuze van Linggadjati van Mook werd afgeserveerd (net als Sjahrir door de Indonesiërs), maar het was de beste tekst ooit. Maar aangezien de onafhankelijkheid van Indondesië een koninkrijkskwestie was, is die overeenkomst namens het koninkrijk ondertekend. Was toch in Amsterdam?
        “heette toch niet van. Mook-Roem?” En ook niet Van Mook/Sjahrir. Niet alleen dat beiden van het politieke toneel waren verdwenen, het ging nu tussen het koninkrijk en de RIS.
        “En na van Mook, wie kwam er dan,?” Juist ja, de naam zegt het toch? Hoge vertegenwoordiger ven de KROON! Het deelgebied Nederlandsch-Indië verdween toch?
        “en zelfstandige rechtspersoon? waar staat dat in de Indische Staatsinrichting of Nederlands wet?” ff kijken in de comptabiliteitswet. En begrijpen wat ‘toezicht’ inhoudt.
        “wat kreeg zij van Indie wat ze al niet had, behalve die schulden?” De balans van Nederlandsch-Indië bevatte naast de passiva (o.a. schulden) ook nog de activa. Die kunt u met eigen ogen zien als u in Indonesië rondreist.
        Ik stop er maar weer mee, ik vind het allemaal niet zo interessant meer, ik ben tenslotte geen historicus, en ik weet leukere dingen te doen.

      • Peter van den Broek zegt:

        Laat dhr Somers maar eerst iets over de Indische Staatsinrichting lezen , daarna kunnen we op gelijke informatiestand een gekwalificeerde discussie voeren. Mag hij gelijkertijd ook iets over de Goudenstandaard bestuderen, zodat hij begrijpt waarvoor al dat goud voor de dekking van de papiergeldcirculatie wordt gebruikt, lijkt mij iets met inflatie te maken te hebben. Nu begrijp ik waarom zijn leraar Staathuishoudkunde niks over de geldbeurs heeft uitgelegd.

      • Jan A, Somers zegt:

        “de Goudenstandaard ” Nederland was in 1936 een van de laatste landen die de Gouden Standaard los liet, vandaar dat de crisis hier zo lang duurde. Indië was er eerder bij (dat kon vanwege die financiële zelfstandigheid). Met als extra impuls voor de Indische economie dat de handel werd verlegd naar Amerika en Australië. Voor de eerste keer een (Amerikaanse) koelkast gekocht! Betaalbaar, mede vanwege de gunstige wisselkoers. Heeft niets met inflatie te maken, wel met de solvabiliteit, en gunstige renten voor de Indische staatsschuld. Gelukkig dat mijn leraar geschiedenis zich als schoenmaker bij zijn leest hield. En handig dat de leraar staatshuishoudkunde zich als jurist zich niet bezig hield met economie maar met Staatsrecht, Provinciaal recht, en Waterstaatsrecht. De economievakken kwamen wel bij de EUR.

  25. Peter van den Broek zegt:

    Ach wat het CLD en in het bijzonder mijn Geschiedenis- en Schaakleraar mij onderwezen en geleerd hebben zal dhr Somers niet begrijpen noch weten. Dhr Somers weet wat ik weet, maar mijn geschiedenisleraar van het CLD weet wat dhr Somers niet weet en dat is onzaglijk veel, in het bijzonder de zelfstandige Rechtspersoon.

    Bij een bezoek aan mijn moeder in Rijswijk, ga ik ook langs het graf van mijn vader. Ik heb ontdekt dat mijn Geschiedenisleraar van het CLD ook vlakbij begraven is en ik breng Hormat.

  26. Paul Vermaes zegt:

    Geachte J.A. Somers en Peter van den Broek,
    Uw beider discussie heb ik zeer gewaardeerd: erg leerzaam voor een Indo van de “Gereratie Dom”. Hartelijke dank beiden.
    Paul Vermaes

    • Jan A, Somers zegt:

      Niks generatie dom. De meeste mensen bemoeien zich niet met staatsrecht en staatshuishoudkunde. Verstandig, er zijn leukere dingen te doen. Zelf weet ik van een hele hoop andere dingen weinig af. Zo kan mijn Zeeuws meisje lekkere rendang maken (gisteren nog bij terugkeer uit het ziekenhuis) en ik niet. En als de resultaten van bloedonderzoek op de computer verschijnen kan ze mij precies vertellen wat voor een aftands lijf ik heb. Dat heeft ze al zo vaak kunnen doen, dat ik het houd bij soedah, laat maar.

  27. Peter van den Broek zegt:

    Als ik de standaardreactie lees “heeft er niets mee te maken”, dan weet ik langzamerhand wel wat dat betekent. Ik zal het onbegrip nader uitleggen.

    Het is broodnodig duidelijkheid over de Indische economie na WO2 te scheppen en wat monetaire economie uit te leggen:
    Bij het akkoord van Bretton Woods 1944 leggen 44 landen een systeem van vaste wisselkoersen vast. De gulden is gerelateerd aan de dollar en de dollar is op haar beurt gerelateerd aan het goud, 35 dollar per ounce, dus er was wel sprake van een gouden standaard. Daarbij spreken de landen af hun dollars bij de Centrale Bank van de VS, de Federal Reserve, niet in te wisselden tegen goud.

    Wat gebeurt in Nederlands Indie na de oorlog WO2? Indie kon door de koloniale oorlog geen grondstoffen of ander producten meer exporteren. Nederlands Indie produceert niks van waarde meer, dus verdiende niks. Wel moet Indie het ambtenarenapparaat en KNIL financieren en daarbij komen later de lasten van het het Nederlandse leger bovenop. Indie praat niet over de backpay anders worden de problemen onoverzienlijk. Met guaranties van Nederland leent Indie van het Buitenland of leent het geld van Nederland en gaf als garantie de baten uit de toekomstige verkoop van grondstoffen, lenen op de pof of après moi la deluge, heet dat in goed Nederlands. Dat was dus de “Zelfstandige Rechtspersoonlijkheid Nederlands-Indie in de koloniale oorlog.

    Ambtenaren en militairen produceren weliswaar Orde en Rust, maar daarmee kan je nog geeneens een brood bij de warme bakker kopen. In een economie is de Geldlhoeveelheid M gelijk aan het aantal goederen of transacties T vemenigvuldigt met de goederenprijzen M=PxT. In de Indische economie circuleert weliswaar veel geld maar de hoeveelheid goederen, die daarmee gekocht worden stijgt niet, integendeel door de koloniale oorlog daalt de goederenproduktie. Aangezien de geldhoeveelheid M stijgt en de goederenstroom of transacties T constant blijft of daalt, moeten logischerwijs de goederenprijzen stijgen, M is nog steeds PxT. Dat betekende dat de koopkracht in Nederlands Indie daalt. Zo’n situatie heet in de Economie geldontwaarding of inflatie, heeft die leraar in Zeeland zeker niet gesnapt anders had hij het wel uitgelegd.

    Direct na de oorlog was er een relatief gunstige wisselkoers met de dollar. Dat duurt niet lang. Nederland kan de vaste wisselkoers met de dollar niet handhaven (ik dacht 1 $ = Hfl 3,65 ) en liet de wisselkoers fluctueren. Om de speculatie tegen te gaan liet Minister Lieftinck in 1948 de gulden met 30% devalueren.

    Degenen, voornamelijk totoks die direct na de oorlog met verlof naar Nederland gingen of repatrieerden zoals de familie Somers profiteerden ook van de gunstige wisselkoers. Zij konden hun vrijwel waardeloos geworden Ned-Indische guldens tegen de vaste koers van1 op 1 tegen harde Nederlandse guldens wisselen.Later legde Minister Lieftinck zulke wisseltransacties voor v.n.l. Indo-Europeanen aan banden,. Zodoende waren de al geprivilegieerde totoks dubbel bevooroordeeld en de Indo’s dubbel in de mailing genomen. Business as usual. De Indo-generatie is helemaal niet dom, maar wordt bewust dom gehouden, dat is wel een groot verschil.

    • Ron Geenen zegt:

      @Aangezien de geldhoeveelheid M stijgt en de goederenstroom of transacties T constant blijft of daalt, moeten logischerwijs de goederenprijzen stijgen, M is nog steeds PxT. @
      U vergeet een belangrijke factor: CORRUPTIE! Dat is nooit goed onderzocht en dat alleen zegt genoeg. Doofpot politiek.

      • Peter van den Broek De Andere Generatie zegt:

        Corruptie is in de prijs van een transactie verdisconteerd. De vergelijking M= P*T geeft niet aan waaraan het geld wordt uitgegeven, pecunia non olet

        Om terug te komen op het onderwerp, Kester Freriks is geboren in 1954 in Jakarta. Zijn vader was via de KLM werkzaam in Indonesië. Op 31 december 1957 dienen alle Nederlanders de voormalige kolonie te verlaten, zo ook de familie Freriks. Over dit gedwongen vertrek (repatriëring is de juiste term) en de omzwervingen in Nederland (rondgang langs pensions betaald doo DMZ, kleding- en meubelvoorschot?) schrijft Kester Freriks in zijn debuut Grand Hotel Lembang.

        Zijn vader beschouw ik een Expat. Kester Freriks is een soort tweede generatie…..? Wat voor tweede generatie is mij volledig onduidelijk, maar voldoende om een boek vol te schrijven. Zijn driejarig verblijf (sic) in Indonesie heeft zoveel indruk gemaakt, dat hij zelfs schrijft over tempo doeloe, maar welk tempo doeloe bedoelt hij eigenlijk.? Hij weet niets uit ondervinding, noch dat zijn familie dit heeft beleeft.

        Vergelijk dat eens met een andere tweede generatie zoals Marion Bloem, Alfred Birney, Reggie Baay of onze geadopteerde Indo Adriaan van Dis. Die spreken toch op een andere manier over Tempo Doeloe?

        Kester Freriks zegt zelf: ….”Er moet een verdediging of verweerschrift komen van en voor het koloniale verleden. Geen verheerlijking, wel Rechtvaardiging. Niet langer het eenzijdige perspectief van geweld, oorlog en uitbuiting, maar een hernieuwde afweging en beoordeling, geen veroordeling”.

        Maar dan komt Kester Freriks met wel hele romantische uitspraken.
        1) „Kolonialisme is gewelddadige verovering en uitbuiting, maar óók avontuurzin en ondernemingslust……….
        Of als een Indonesiër zegt:
        2) „Ik heb geen haatgevoelens tegenover de Nederlanders, omdat ik weet dat alles wat hier gebeurde bij het kolonialisme hoorde. Het Nederlands was voor ons behalve omgangstaal ook de sleutel tot onze entree in de (koloniale) maatschappij.”……..

        Rechtvaardiging of Verdediging!!!!!!!
        Als dat zo is mag er best een hernieuwde afweging komen, niet alleen een afweging van de laatste jaren van Nederlands-Indie maar ook een afweging vanuit Indonesisch oogpunt, lees Pramoedja Ananta Toer, Mochtar Lubis of Eka Kurniawan er maar op na.

        Daarover praat Kester Freriks in zijn white innocence niet , gevangen in zijn eigen vooroordelen. Dat neem ik hem ten zeerste kwalijk.

  28. RLMertens zegt:

    ‘geen verheerlijking, wel rechtvaardiging etc.’ – Rechtvaardiging van tempo doeloe? Die tempo was er, zeker. Echter voor de inlander was er ook een tempo doeloe. Maar een heel andere. Wat moet er eigenlijk gerechtvaardigd worden? Een Duitse soldaat, tijdens nazi Nederland ’40-’45, had ook een leuke dienst tijd gehad. Kijk maar de foto’s in zonnige Scheveningen en de terrassen van Amsterdam. Ook waarschijnlijk zelfs tijdens de hongerwinter. Hij had genoeg te eten. Hij wel..

  29. Soedibyo zegt:

    Geachte heer Vermaes,

    U vraag over slavernij in de Republi wordt genezen. Nu zijn er wetten en regeligin tegen slavernij, maar slavernij blijft, het neemt een andere form en gedaante. Zoals het verzenden van vrouwelijke werkkrachten naar het buitenland, het gebeurd op legale en illegale manier. Onwetende jonge vroewen uit kampongs worden tot werkkrachten uitgelokt of gerecruteerd met mooie beloften, maar in werkelijkheid worden ze als slven behandeld. Het versturen wordt clandestine gedaan, pas als er moeilijkheden onstaan werd de ambassade betrkken. Induvidule gevallen gebeuren ook, zoals een jonge vrouw getrouwd met een vreemdeling maar wordt uitgehuurd, en ze wordt als slavin behandeld. Het wordt nu een internationaal syndikaat die opereerd in slaven handel.

    Over feodallisme word verschillend gereageerd, afhankankelijk van hun houding tijdens de koloniale tijd, plaatslijk leiderschap (kyai of politieke leiders). De Sultan van Jogya krijgt de beste waardering voor zijn rol in het begin van de republik. De Susuhunan en Mangkunegara van Solo werd verdacht vanwege hun houding tijdens de koloniale tijd. Andere plaatsen op district niveau waren de kyais de actief waren die het bestuur overnemen. President Suharto toen zijn positie stabiel wordt gedraagd hij zich als een Javaanse koning. De Susuhunan en Mangkunegaran van Solo begeint adelijke titel te geven aan diegenen de staat goed heeft gediend, “Knjeng Raden Tumenggung” (KRT in het kort),oa Joop Ave, een Indisch jongen die touristen minister was.

    Ik denk wat u en anderen ook interesant vindt het subject over Indos, en het KNIL in de koloniale tijd, conflict periode en in de republik na December 1949.

    Op 17 Augustus 1948 werd ik in mijn huis in Gombong door een Menadonees sergeant van de Inlichtingen Sectie van de Infanterie 5 battaljon “Anjing Nica” gearresteerd. Bij die sectie waren 4 Indische jongens (dienstplicht soldaat). Ik werd niet verhoord behalve door de sergeant en luitenant, het hoofd van de sectie. Mijn gevangen genoten vertelde mij asl dat ze sadistis werd behandeld. Na een paar dagen vroegen ze mij wat ik doe, waar gevangen genomen en wat zijn mijn plannen. Ik vertelde dat ik een leerling van de middelbere school, op weg naar Jakarta om om verder te studeren. Twee van de vier soldaten hadden interesse in mij en vroeg over de vrijheidsstrijd. De luitenant artelerist een totok van de KL, was een sadist. Hij ging de “waterbourdig” methode toepassen aan een gevangene in aanwezigheid van zijn zwangere vrouw. Hij had een Sundanese nyai. Het scheint dat die luitenant aan syndromen lijdt, zo vertelde de nyai elke morgen als ze op de kantoor kwam. s’Avonds huilend op haar schoot met foto van zijn geliefde in zijn armen. Hij werd gerepatrieerd, en vervangen door een Indisch totok.

    Tijdens de tweede militaire actie op 19 December 1848 moest ik als gevangene mee met de actie. Langzamerhand kreeg ik meer vrijheid, zodat ik vriendinnen in Magelang kan opzoeken. Deze vriedinnen stelde ik voor aan de twee Indische soldaten. Er onstond sympathien aan die meisjes.
    In Maart 1949 mag ik naar Jakarta om mijn studie voor te zetten. Later in Juni 1949 ontmoette ik een van de twee jongens, en vertelde mij, dat hij wist dat een van de meisjes eens per maand de berg opgaat om aan de TNI over de situatie in Magelang gaat rapporteren. Ik zei ik waardeer zijn houding, hij neemt risicos. En hij vertelde mij ook dat de andere vriend op een van de meisjes was verliefd geraakt. Ik zei het is een moeilijke zaak met een Javaanse prijaji familie. In een ander geval in Kalimantan was er een Indische soldaat overgegaan naar de TNI getrouw met een dochter van een wedana. Na zijn pensioen met de hulp van zijn aangetrouwde broer heeft een zaak van “money changer”. in Jakarta.

    Indos van het KNIL over gegaan naar de TNI. Er zijn gevallen dat Indische dienstplichtiger in Indonesia wordt gedemobiliseerd, en werken bij Indonesise instanties. Maar dgene die naar de TNI gingen erdt vegens de RTC met twee rangen. Maar de KNIL commendanten die zijn artiesten met goede uitvindngen,, een ieder die ze mogen, bv een korporaal voor de overdracht werd tot onderleitenant geproveerd, en wordt dan 1e luitenant bij de TNI. En ze doen dat willekeurig, naar smaak. Een sergeant blijven, bij de overdracht wordt hij ajudant.
    Ik ontmoet een ex sergeant-majoor van de IVG (Inlictingen en Veiligsheid Groep) die wordt kapitein bij de TNI. Opa Smit, zo wordt hij genoemd, was een ex sergeant KNIL en 2e luitenant TNI. Hij gaat pensioen in Berau (Oost Kalimantan). Er waren ook Indische jongens niet van het KNIL die bij de TNI dienen. Een van hen was een brigade generaal toeevoegd aan koningen Juliana tijdens haar bezoek in Indonesia. Zijn verscheining was Indisch, spreekt perfect Nederlands, en had een flair (bestaat deze term nog) an Indische sinyo. Indische meisjes in de omgeving van Magelang, Purworejo en Cimahi, getrouwd met jonge officieren gepromoveerd van de Akademi Militer Magelang, die zich tot luitenant generaal kunnen brengen, en ze spreken vloeiend Javaans (hoog en laag) en qua uiterlijk en gedragingen in hat Indo maar onkent dit. Ik denk de Indonesische wereld is niet voor iedereen zo slecht.

    Na mijn promotie van de KMA werd ik op Juli 1957 bij het battaljon 601 (ex Inf. V Anjing Nica KNIL) in Samarinda geplaats. Officieren, onder-officieren, en minderen oha ex KNIL van verschillende rassen Ambonezen, Javanen, Menadonezen, Sundaneze en Madurezen van het legioen Barisan. Het atmosfeer is gemengd tussen TNI en KNIL maar overheersned KNIL. Een van de officier ex sergeant KNIL die zei tegen mij dat ik nog niet droog achter de oren en nog een snuitertje (ik weet niet of u de oude termen nog kan herkennen en begrepen, maar het betekent dat ik onervaren ben en nog veel moet leren). Mijn antwoord was: “hangt af van hoe je gaat rekenen, diensttijd bij de koningin of de republik”. Het toelaten van het KNIL tot de TNI veroorzaakt problemen, want de TNI was bezig met rationalitatie, het verminderen van manschappen. Maar daar tegenover is ook een “blessing in diguise” want daarna krijgen onlusten haast overal. De Darul Islam, RMS, PRRI in Sumatra, Permesta in Noord Sulawesi. Over het algemeen blijven de ex KNIL eenheden compact, inhet bijzonder bij kavalerie, die merendeels uit Menadonezen bestond. Voor de meeste ex KNIL personeel werd in 1965.gepensioneerd, behalve opper-offieren. Als ze van de TNI wordt gepensioneerd krijgen zo mooie baantjes zoals generaal majoor bd Muskita was directeur generaal van handelszaken in het ministerie van Handel, en brgade generaal bd Tahiya werd CEO van Caltex Indonesia. Majoor Muskita was een van de ondercommandanten tijdens RMS operatien. En Menadonese cavaleristen overvallen de benteng in Ambon. Meeste Amboneze ex KST worden tot de TNI opgenomen en wordt de een van de eerste manschappen van de Indonesise Resimen Para Komando onder majoor Ijon Jambie ex KL officier met een commando opleiding in England (SAS).
    Ijon Jambi was met een Sundanese vrouw getrouwd. Majoor Claproth (ex KNIL met een goede toekomst) overleden bij een maneuver in Duitsland. Hij was toen als een Indonesische officier-leerling bij de Fuhrungs Academie in Hamburg (Duitsland). Het gezin van majoor Claproth kreeg een pensiun van de Duitse regering, en ze gingen naar Nedrland.

    Het leven in het KNIL vvdo. In het KNIL heb je drie groepen, Europeanen (incl. Indos), het meest betaald, daarna Ambonezen en Menadonezen, en het laagste alle andere indlanse groepen (Javanen, Sundanesen, Timoresen, Buginesen, Maduresen). Het eten, ontbijt Europeanen, ambonesen en Menadoesen brood met beleg, alle anderen ketan (kleeft rijst). Lunch weet ik niet. Dinner Europeanen en Ambonesen en Menadonesen aardappel en vlees en de rest gewoon nasi met bijbehoren. Carierre: Europeanen na kaderschool brigadier, kaderschool sergeant 1e kl. Alle andere groepen kaderschool – korporaal, met goed resultaat kan doorstomen naar kaderschool voor sergeant 2e kl. Na een jaar mogelijk in aanmerking voor sergeant 1e kl. Als je geen Nederlands spreekt dan dat is he hoogste rang die je kan bereiken. Na 1945 zijn er veranderingen ingevoerd, zover ik weet geen discriminatie in salarisen. Bij de mareechaussee in Aceh krijg je een toelage boven de salaris. Huisvesting: Brigadiers zelfde woning als sergeant 2ekl, sergeant 1ekl t/m ajudant in het zelfde komplex, onderluitenant andere officieren in een ofciers complex.Dienstreis: onder-officier 2e kl (trein en schip) officiren 1ekl. KNIL van Koninklijk Nederlands Indisch Leger wardt na 1945 Koninklijk Nederlands Indonesisch Leger.
    Ik hoop dat het de moeite waard is om te lezen.
    Dank u en wens u het allerbeste.

    Soedibyo

    • Arthur Olive zegt:

      Pak Soedibyo, dank voor uw interessant verhaal, uw gewaarwordingen van wat er gebeurde met het exKNIL en TNI zijn nieuw voor mij.
      In 1989 waren mijn vrouw en ik op zoek naar het huis waar mijn oma had gewoond in de Villa Laan in Jakarta.
      Het huis was er niet meer maar vlak tegenover die plek woonde president Soeharto.
      De dame die tegenover Soeharto woonde was Indisch en sprak Nederlands met mij, ze was getrouwd met een hoge officier van de TNI. ik ben zijn naam vergeten, misschien kent u hem.
      Terimah kasih banyak

      • Soedibyo zegt:

        Geachte heer Arthur Olive,

        Ik zou niet weten wie het was, maar zeker een belangrijk persoon. President Suharto heeft huizen in die complex ( nu jalan Cendana) opgekocht, hij woont niet in het paleis Merdeka.

        Dank u voor uw reactie en wens u het allerbeste,

        Soedibyo.

    • Paul Vermaes zegt:

      Geachte Heer Soedibyo,
      Hartelijke dank voor uw interessante belevenissen, Er is heel veel dat wij nog niet weten. Maar eerst over de drie uitdrukkingen waarvan u zich afvroeg of die nog bestaan: 1) “Flair” nog steeds. 2) “Nog niet droog achter de oren” ook nog. 3) “Snuitertje” is vervangen door snotneus.
      Uit uw verhaal moet ik mijn idee, dat alle Nederlanders (waaronder Indo’s) behalve Ponce Prinsen en Joop Avé uit Indonesië zijn verdreven, aanpassen. Er zijn vele Indo’s, zelfs ex-KNILlers in Indonesië geïntergreerd blijkbaar.
      Dank nogmaals.
      Paul Vermaes

      • Soedibyo zegt:

        Geachte heer Vermaes,

        Sorry voor het late reactie, ik moet voor familie aangelegenheden naar Jambi en ben pas terug, en erg moe. Poncke Princen heeft een boek geschreven: “Een kwestie van kiezen”. Een consequent persoon, hij werd een activist voor menschen rechten en heeft vele slachtoffers verdedigd en daardoor is hij in en uit de gevangenis.

        Er zijn “vele” Indos die prefereren om te blijven, met verschillende omstandigheden en redenen. Zelf die in Nederland gaat niet uit vrije wil. Een kennis van mijn vader, een Indo van Tegal, zijn vader was eigenaar van een suiker-fabriek, spreek vloeiend Javaans met een dialect van Banjoemas, dat hij gaat terwille van de kinderen. Hij voelt zich ellendig om te leven in omgeving waar hij zich moeilijk kan aanpassen en waar hij niet geaccepteerd werd.

        Indos in Indonesia qua uiterlijk en postuur hebben voordelen, ze kunnen filmster worden of mannequin. Suzanna was een bekende. Ze kunnen studeren, er zijn velen die het goed hebben, in ieder geval de houding van Indonesiers zijn verschillend dan die in het jaar 1945-1950. Ja je moet maar boffen of treffen, zo is de uitspraak. Wat lekker betref, nu of vroeger is een kwestie van aanpassen, uithoudingsvermogen en doordrijven..

        Mijn reactie is om te laten weten wat gebeurd is gebeurd, anderen de schuld geven of een swarte schaap te zoeken help niet bij het verwerken van het verleden.

        Heer Vermaes hartelijk dank voor uw reactie, wens u het allerbeste.

        Soedibyo

  30. eppeson marawasin zegt:

    @Soedibyo zegt: 10 november 2018 om 9:45 am Ik denk wat u en anderen ook interesant vindt het subject over Indos, en het KNIL in de koloniale tijd, conflict periode en in de republik na December 1949.@

    — Nou en of. Terima kasih Pak Soedibyo voor uw bovenstaande leerzame bijdrage!
    In tegenstelling tot al die kortzichtige Nederland-bashers, -haters en-profiteurs (zal geen namen noemen) blijft het bijzonder, dat u als Indonesiër (pemoeda, merdeka-voorvechter) wel goede herinneringen aan Nederland bewaart en óók in staat bent een veel intellectuelere kijk op kolonialisme en feodalisme te hebben, dan al die ‘achteraf-gelijk-willen-hebbers’. Respect!

    Wat dat betreft geldt uw @ Soedibyo zegt: 20 oktober 2018 om 9:46 am Daarom zijn wij niet zo geinteresseerd op het verleden maar meer geconcentreerd op de toekomst.@ voor mij als leidend; en niet het irrationele: kolonialisme had nooit gemogen “Foei, foei, foei!”

    — Ik leer overigens ook veel over het relevante Indonesisch verleden dankzij een paar historische romans van de alom zeer gewaardeerde Indonesische auteur wijlen Pramoedya Ananta Toer. Bijvoorbeeld de 4 delen van Bumi Manusia. Deel 4 met de Indo Jacques Pangemanann in de hoofdrol is mijn favoriet. Op dit moment ben ik al een tijdje bezig met de Nederlandse vertaling van ‘Arus Balik’ (De stroom uit het noorden), over de komst van de Portugezen, die met hun scheepskanons proberen eiland voor eiland veroveren. ‘Mereka jang dilumpuhkan’ (In de fuik) en ‘Keluarga Gerilya’ (Guerrillafamilie; opgedragen aan zijn vader) staan nog ongelezen op de boekenplank.

    Moge het u goed gaan Pak Soedibyo.

    e.m.

    • Peter van den Broek De Andere Generatie zegt:

      Interessante bijdrage van dhr Soedibyo. Maar past zijn bijdrage niet in de lijn van Kester Freriks verhaal “Tempo Doeloe, ook een mooie tijd” maar dan de tijd na 1949, dus niet een stapje achteruit maar één vooruit? Is dat vooruitgang in de Geschiedsschrijving?

      Vergelijk ik zijn verhaal, een successtory over ex-KNILLERS in dit verband Indo-Europeanen om een term van die tijd te gebruiken, die Warga Negara werden, vergelijk ik die met Indo-Europeanen, zoals mijn familie, die in die tijd zo hun twijfels hadden over een toekomst in de Republik Indonesia, natuurlijk gemeten naar de maatstaven van die tijd.

      Daargelaten dat ik de niet relevante maar veelzeggende aanduidingen van dhr Marawasin betitel als ruzie-zoekende opmerkingen. Voor reacties dienaangaande verzoek ik die op Java café te plaatsen

    • Jan A, Somers zegt:

      Ik heb u lang gemist, maar u zult mij nog langer missen. Eén keertje wil ik nog zondigen in mijn voornemens. Ik riep zonet hoera, hoera, onze heer Peter heeft mij kennelijk gemist, is op zoek gegaan, et voilà, raak! Maar ik denk dat er nog iets aan mankeert, er zijn waarschijnlijk meerdere soorten ruziezoekende opmerkingen. ik dacht dat u zich daarin beperkte tot zuchten als Souburgse Boys weer eens hadden verloren van VBO (Vlissingen Boven Al.)

      • e.m. zegt:

        Dag meneer Somers, indeed long time no see.*

        Daarom hebben we uiteindelijk onze naam gewijzigd in Racing Club Souburg (RCS). U weet wel van Danny Blind (Sparta/Ajax) en de tweelingbroers Gerard en Dennis De Nooijer (Sparta/FC Dordrecht).

        Maar ja, je hebt altijd baas boven baas en die ene schreef: “What’s in a name? If you call a donkey a trump(et), it still would sound like a donkey!” Ik citeer alleen maar, meneer Somers.

        *I am to blame (but there are still so many books to read;)

    • Soedibyo zegt:

      Geachte pak Eppeson Marawasin,

      Ik ben blij dat u geinterreerd ben met mijn reactie in het bijzonder uw interesse voor de strijd om de merdeka van Indonesia. We vechten voor een inagined nation and state, dubbel moeilijk. Hatta en Syahrir in het bijzonder dachten om Indonesia op te bouwen moeten wij met de Nederlanders samen werken, daarom prefereren ze de diplomatieke benadering. Terwijl de pemudas die eisen 100% merdeka, met of zonder medewerking van Nederland.
      Nederland benaderd het conflict op een juridise perspectief en gebruikte diplomatie als een wijze om tijd te winnen voorhet opbouwen van een militaire instrument. Generaal majoor Schilling, een Atjeh veteraan, beweert dat het conflict jaren zal duren en het Nederlandse volk de offers die geeist werdt niet kan dragen. Kolonel Spoor gaf een optimistische prognose, dat het conflict met militaire macht opgelost kan worden. Kolonel Spoor die als luitenant in Banjarmasin, op de eerste dag van zijn meerdaagse patrouille ziek word en terug naar Banjarmasin werd gedragen. Van Mook cs preferen genaraal Schiiling maar de kabinet in Nederland heeft meer vertrouwen in kolonel Spoor, dus werd Spoor leger commandant. En daarmee begint het einde van Nederlands-Indie, het is kwestie van tijd.
      Het is ook een toeval dat tijdens de RTC onder de Indonesise delegatie de Sultan van Jogya en T.B. Simatupang (vaandrig KNIL, ex KMA Bandung) die over de RIS krijgsmacht moet onderhandelen.
      Voor velen aan de Nederlandse zijde is het einde van Nederlands-Indie in eind December een gote verassing en schok. Men weet geen houding aan te nemen, en de over toekomst hebben ze haast geen idee, in het bijzonder voor Indos en KNIL personeel. Daar gebeurt speculaties en ongelukken,
      Meeste totoks die in Indie zijn geboren verwachten dat ze door kan dienen en onder de Indonesise regering mogen werken, zoals leeraren en docenten, administrateur van ondernemings, groot handelaars van Indonesise produkten, KPM en KNILM in samenwerking met Garuda. Door het falen van de Nieuw Guinea kwestie moesten ze en andere Nederlanders Indonesia verlaten.
      Voor criminele daden tijdens het conflict wordt overeen gekomen voor een amnestie. Maar er zijn gevallen waar de amnestie niet wordt uitgevoerd. Het geval van Wolter Monginsidi een vrijheidstijder van Makasar. Hij is ter dood veroordeeld. De procureur generaal van Oost Indonesia eiste van Wolter Monginsidi dat hij om vergifenis vraagt. Dat weigerde Wolter Monginsidi en hij wordt geexecuteerd.
      Persoonlijke heeft ernstige gevolgen voor een groep van mensen. Het veroorzaakt “sakit hati” en moeilijkheden om het te verwerken en daardoor syndromen. Generaties is er voor nodig omhet “sakit hati” te kunnen verwerken en tot berusten (Ihlas) te komen.
      Dank u voor uw sympatieke reactie en ik hoop dat u de moeite neem om Indonesia en speciaal Maluku Selatan te bezoeken. Het is mooi maar u neemt risicos ,want de verbeelding of het droom schijnt veel mooier te zijn.
      Ik wens u het allerbeste,
      Soedibyo.

      • Paul Vermaes zegt:

        Geachte Heer Soedibyo, Weer een prachtige bijdrage om de kant van de Pemuda’ s in dit forum naar voren te brengen. 100% Merdeka konden de Pemuda’ s eisen op basis van wat zij gedurende de Japanse bezetting gezien hebben. De Jappen hadden als eerste veiligheidsmaatregel, in hun eigen belang, alle Belanda Totok kopstukken in beschermingskampen opgesloten. Anders zouden die door de boze bevolking zijn uitgemoord. De staat van beleg konden de Japanse strijdkrachten redelijk vredig handhaven met het overgebleven Indonesisch burgerlijk bestuur. Dat ging 3,5 jaar goed en dat hebben de Pemuda’s goed gezien. De Nederlanders waren gewoon overbodig.
        Dat er nog zovele Nederlandse “deskundigen” hebben mogen blijven tot na de Nieuw Guineakwestie was ook niet nodig! Na hun vertrek ging het in Indonesië nog beter met de ontwikkeling op alle terreinen.
        Hoogachtend,
        Paul Vermaes

      • Peter van den Broek De Andere Generatie zegt:

        Voor wie de amnestie wel gold was Bung Tomo of Sutomo. Hij is bekend van zijn gewelddadige en moordlustige rol als Aanklager/Rechter/Beul (doorhalen wat niet van toepassing is) bij een Volkstribunaal in de Simpang-Club van eind Oktober/Begin November 1945. Zijn geënsceneerde foto met op de achtergrond een hotelparasol is overbekend

        De rol van Boeng Tomo is wat tegenstrijdig. Sutomo was de leider van eenLaskar, een niet-regulaire militia, ook wel Pemberontakan genoemd. Begin Oktober 1945 probeerde hij Pemuda’s te beletten het Kempeitai gebouw in Surabaja te bestormen. Desondanks bezetten Pemuda’s op 3 Oktober 1945 het Kempeitaigebouw. Daarna vertrok hij naar Jakarta, schijnbaar om instructies te ontvangen. Op 12 Oktober keerde hij naar Surabaja terug en opende een radiostation “Radio Pemberontakan” om samen met Ketut Tantri propaganda te maken voor de Indonesisch revolutie, . Op 13 Oktober richtte hij de BPRI of Barisan “Pemberontakan Rakyat Indonesia”op , een afscheidingsbeweging van de door Sumarsono geleide PRI.

        In dezelfde tijd besloten de Indonesische autoriteiten alle (Indische) Nederlandse mannen en jongeren ouder dan 18 jaar op te pakken en in leegstaande gevangenissen op te sluiten.

        Organisatie van Pemoeda’s werden over de verschillende wijken verdeeld en hielden razzia’s. Gewapend met namenlijsten haalden de pemoeda’s de mensen uit hun huizen en sleepten hen per vrachtwagens naar de Kalisosokgevangenis, alwaar zij opgewacht werden door een met stokken en ander wapentuig bewapende hysterische menigte. Uiteindelijk zijn meer dan 3.500 mensen waaronder ook enkele vrouwen en kinderen in de Kalisosok of Werfstraatgevangenis opgesloten.

        De groep van Bung Tomo was (gedeeltelijk?) verantwoordelijk voor Darmo- en ik meen Goeboeng wijk. De groep vervoerden hun gevangenen naar de Simpang Club waar zij door een Volkstribunaal o.l.v. Bung Tomo werden berecht en veroordeeld. Bronnen spreken van minstens 50 personen die op beestachtige en sadistische wijze ter plaatse zijn vermoord. In Surabaja was er sprake van meerdere volkstribunalen.

        Indonesische bronnen zoals Hario Kecik , een belangrijke getuige, spelen de rol van Bung Tomo in Surabaja onder de tafel.
        Nederlandse autoriteiten hebben weliswaar een dossier aangelegd over Bung Tomo (zie het door Jack Boer verzamelde informatie in Archief van Tranen, blad 23A) maar geen justitionele acties zijn in de dekolonisatieperiode (1945-1950) ondernomen om hen aan te klagen.

        Zijn misdaden mogen bekend worden verondersteld. Desondanks is een Korvettenklasse van de Indonesische Marine naar hem vernoemd . Hij werd in 2008 op voordracht van de Golkar-partij als held van de Revolutie geëerd. Ondanks deze titel werd hij na zijn dood niet op de Erebegraafplaats voor de Helden van de Revolutie begraven. Kennelijk was dat ook voor de Indonesiërs teveel eer voor een man als Bung Tomo.

      • eppeson marawasin zegt:

        @Soedibyo zegt: 29 november 2018 om 4:55 pm@

        — “Terima Kasih, Pak Soedibyo”. Ik schrijf de eerste woorden aan u in het Bahasa Indonesia uit respect. Omdat u na al die jaren toch nog zo goed in het Nederlands communiceert. Mijn compliment!

        Dank ook voor u kostbaar advies aan het einde van alweer een leerzame bijdrage van uw hand over de contemporaine geschiedenis van Indonesië.

        Ik houd het inderdaad maar bij de verbeelding wat Malaku Selatan betreft. Zoals onder andere beschreven door Alfred Russel Wallace in zijn magnum opus ‘The Malay Archipelago’, of bijvoorbeeld het gedicht ‘De Baai van Ambon’ van G.J. Resink. Er zijn nog meer auteurs (o.a. Maria Dermoût en Mischa de Vreede ), maar teveel om op te noemen. Allemaal schetsen ze, de een wat meer dan de ander, een beeld van een mooie droom over de mensen en het landschap. Dat wil ik ook maar zo houden.

        Nogmaals dank Pak Soedibyo voor uw tijd en inspanning. Als het u gegeven is, blijft u dan vooral uw herinneringen (memoires) hier op Javapost publiceren.

        Moge het u verder en uw dierbaren goed gaan, Pak Soedibyo.

        e.m.

      • RLMertens zegt:

        @em; ‘Maluku selatan te bezoeken etc.,de droom schijnt veel mooier te zijn’ -Een gebaar, een uitnodiging zelf de Maluku te bezoeken/te ervaren! Ik ben er zelfs 2x geweest.(voor godsdienst de relletjes) Dacht voorheen dat de bevolking overwegend Christelijk was en volledig pro Nederland. Het bleek anders te zijn.

      • Peter van den Broek De Andere Generatie zegt:

        @dhr./mvr. Soedibyo
        Kan U aangeven, onderbouwen c.q. geloofwaardig maken HOEVEEL totoks die in Indie zijn geboren verwachten dat ze door kan dienen en onder de Indonesische regering mogen werken, of is het Uw veronderstelling?
        Naar mijn “calculated guess” was het overgrote deel der totoks al voor recuperatieverlof naar Nederland vertrokken!! Die zijn op korte termijn dwz voor de soevereiniteits- overdracht niet teruggekomen.

        Kan U verder aangeven, onderbouwen c.q. geloofwaardig maken voor WIE het aan de Nederlandse zijde het einde van Nederlands-Indie eind December 1949 een grote verassing en schok was , of is het Uw veronderstelling.
        Gezien de onderhandelingen was de uitkomst niet zo’n grote verrassing of de Nederlandse propaganda had haar werk goed gedaan.

        Kan U iets duidelijker zijn en aangeven wat U bedoelt met …….”Daar gebeurt speculaties en ongelukken”.

        U maakt een interessante opmerking over “De procureur generaal van Oost Indonesia eiste van Wolter Monginsidi dat hij om vergifenis vraagt”.
        Is vergiffenis vragen in de christelijke of in de islamitische betekenis van het woord?

      • e.m. zegt:

        Hè … waarom nu weer zo selectief, heer Mertens. Want dan klopt het! Maar als HTS-ingenieur kent u toch de wet van de grote getallen.

        Jazeker … christenen hadden een bevoorrechte positie in voormalig Nederlands-Indië, ook al waren ze in de minderheid. De meeste Indo’s waren dacht ik ook christen.

        Ik zie even af van het gegeven dat Indonesië voor een groot deel ooit Boeddhistisch (e.g. Java-Borobudur) en Hindoeïstsch(Bali) was.

        Weet u nog hoeveel inwoners Indonesië telde toen u het land vrijwillig hebt verlaten. En toen u later, ruim dertig jaar na het verdwijnen van Nederlands-kolonialisme, weer als toerist met vakantie terugging naar Republik Indonesia, hoe groot was toen het inwonertal reeds?

        Vandaag de dag telt Indonesië meer dan 250 miljoen inwoners waarvan 90 procent moslims en 5 procent christen.U weet toch ook dat er nu moskeeën op Bali worden gebouwd en al staan!

        Overigens spraken mijn ouders altijd met respect en bewondering over de Sultan van Ternate, maar dat deden ze ook over de Alfoeren van Ceram als die bij gelegenheden in hun traditionele outfit naar Ambon afdaalden.

      • Jan A, Somers zegt:

        ” alle (Indische) Nederlandse mannen en jongeren ouder dan 18 jaar op te pakken en in leegstaande gevangenissen op te sluiten.’ Dat ‘alle’, en ‘ouder dan 18 jaar’ zullen we dan maar met verschrikkelijk veel korrels zout opvatten.
        “Baai van Ambon” Mijn vader vond Ambon als stationering het prettigst. Met die mooie baai. Als hij af en toe eens naar Soerabaja moest, gingen aan boord nogal wat betets mee die de schepelingen dan verkochten. Bij het uitvaren van de baai moesten alle kooien worden afgedekt, anders stierven die vogels van heimwee. Niet waar, toch leuk. Ik geloof er niet in, maar houd er wel rekening mee!
        “HOEVEEL totoks die in Indie zijn geboren verwachten dat ze door kan dienen en onder de Indonesische regering mogen werken,” Voor de Gouvernements Marine kunt u o.a. terecht bij (door mij eerder al genoemd) F.C.Backer Dirks en J.J.A,Wijn, collega’s van mijn vader. Stukje uit mijn verhaal naar de onderzoekscommissie:
        En op de RTC (Ronde Tafel Conferentie) werd overeengekomen dat de regering van de Republiek der Verenigde Staten van Indonesië alle burgerambtenaren zou overnemen en in de eerste twee jaren t.a.v. hen geen ongunstige maatregelen zou nemen. Op 27 december 1949 veranderde de nationaliteit van de schepen van de Federale Schependienst. Vanaf die datum werd uiteraard de nieuwe nationaliteitsvlag gebruikt.
        Bij besluit van de minister van Perhubungan, Tenaga dan Perdjaän van 28 januari 1950 werd het volgende bepaald:
        1e Alle aangelegenheden behorende tot de werkkring van het voormalige Dept. van Scheepvaart (,,,) zullen behoren tot de werkkring van het Dep. Pel.;
        2e Alle wettelijke en contractuele bevoegdheden van de voormalige Secretaris van Staat zullen (…) onder de bevelen en het oppertoezicht van genoemde Minister, worden uitgeoefend door Kepala Dep. Pel.
        In die functie werd de heer Van Deinse vervangen door Mas Pardi, vóór de oorlog eerste officier van de Gouvernements Marine, en tijdens de bezetting admiraal bij de Angkatan Laut Republik Indonesia. Een man wiens nieuwe functie door de officieren van de voormalige Gouvernements Marine van harte werd gegund. Toen in de jaren zeventig de zoon van Mas Pardi in Nederland kwam studeren werd hij opgevangen door de ‘Vereniging van het DvS-Personeel in Nederland’.
        Ook op het departement Djawatan Pelajaran bleven de Europese afdelingshoofden in functie, en werden soms bij pensionering nog afgelost door jongere Europese collega’s.
        Maar op de werkvloer bleef het niet lang zo goed gaan, bij de instroom van Indonesiërs ging steeds meer mis. Jonge officieren, vaak overgeschoten bij de ALRI, meenden zich als meerdere van de Nederlandse gezaghebber te moeten gedragen. Deze gang van zaken was niet te stuiten, zelfs niet door de hoogste chef Mas Pardi, kepala Djawatan Pelajaran. Hij kreeg zelf ook grote moeilijkheden door zijn houding tegenover zijn Nederlandse ex-collega’s. Met daarnaast de groeiende anti-Nederlandse stemming, waarmee alle plezier in het werk wegviel. Nog erger werd het als bij diverse opstanden schepen werden aangewezen voor militaire acties. De commandant van die eenheid dacht dan ook maar meteen het commando over dat schip te moeten overnemen. Voor de vrouwen was het misschien nog erger. Bij de Gouvernements Marine was het normaal dat de mannen weken, tot wel drie maanden achtereen van huis waren. Gelukkig hadden de vrouwen dan nog hun gezin en netwerk. Nu waren de kinderen al lang het huis uit voor studie in Nederland. En zochten daarna hun carrière in Nederland, Indonesië zagen ze niet meer zitten. En met de voortgaande pensionering van collega’s viel ook het netwerk weg. Wonend in straten waar ze nog de enige Europeaan waren. Met een toenemende vijandige houding van de buurtgenoten. Meer en meer Nederlanders die met Europees verlof gingen kozen voor een definitieve terugkeer naar Nederland. Alleen de oudjes bleven tot het eind. Rond 1962 vertrokken de laatste Nederlanders met pensionering of garantieregeling naar Nederland.

      • RLMertens zegt:

        @Soedibyo; ‘een strijd voor merdeka etc.’- Een strijd, die eindigde met een overdracht te Batavia op 27/12 1949 waarbij de driekleur met de klanken van het Wilhelmus, uitgejoeld/ uitgefloten werd door duizenden Indonesiërs. Een filmfragment van cineast Ch.Breier, vertoond tijdens een lezing in de jaren ’80 in een museum te Rotterdam. Na afloop was het muisstil in de zaal. Wat vreselijk, wat een afgang! Werd daarna discussie/ gesprekken geopend/gevoerd. Hoe is dit mogelijk? Na eeuwen van Nederlandse ‘koloniale’ aanwezigheid en dan eindigen met een oorlog met zovele (onschuldige) slachtoffers! En dat gebeurde nb. na een 2e wereldoorlog! Mijn gram/teleurstelling over ons beleid tijdens de discussies geuit. En verder in de tijd/geschiedenis ontdekt, dat er ook toen al vele prominente Nederlanders waren, die tegen deze zgn. politionele acties waren- Terug in de tijd van 1969, toen heel Nederland te hoop liep over Vietnam, waar oa. het dorpje Mai Lay werd uitgemoord en in brand gestoken; liepen In Amsterdam op het Museumplein een massa mensen voor het USA ambassade gebouw te demonstreren en scandeerden leuzen; Johnson moordenaar; weg uit Vietnam! Op zwart wit tv. een Achter het Nieuws uitzending kwam met ene Indië veteraan Hueting, die een volledig verklaring aflegde, dat ook hij en velen, oorlogsmisdaden in Indië ’45-’49 hebben gepleegd; kampongs/desa’s in brand hebben gestoken. Nederland schrok! Onze regering werd in verlegenheid gebracht en kwam(slechts) daarna met een boekje over excessen= uitspattingen. (Zie ook over Hueting de site; indisch4ever.nu) Nadien is er tot op heden(!) heel wat af gediscussieerd! Ook kwam er de officiële Nederlandse geschiedschrijving van dr.L.de Jong; het Koninkrijk der Nederlanden in de 2e Wereldoorlog-Indië/Indonesië dl.11 tot 14. Met vele onthullingen over die koloniale maatschappij en daarop volgende merdeka strijd. Waarover eveneens zelfs een proces is gevoerd door koloniale adepten(restanten) tegen de auteur.- door de rechter verworpen!
        Als jongen heb ik de merdeka strijd ondergaan/meegemaakt, van Ambarawa, Semarang tot Soerabaja. Over dit gebeuren mijn visie, verwoord in een familie werkstuk; R.L.Mertens; Opmerkelijke feiten aangaande Indië/Indonesië, via Google te lezen.
        Moge Indonesië, mijn geboorteland, het in de toekomst goed mag gaan!
        note; uiteraard heb ik in de afgelopen jaren, met familie, kleinkinderen diverse malen Indonesië bezocht. Hen onderwezen, begeleid; wie we zijn en waar onze roots liggen!
        En waarop we zeker trots op mogen zijn. Met groet.

      • RLMertens zegt:

        @em; ‘waarom zo selectief etc.’- Hoezo selectief? Ik merkte slechts op wat ik voordien veronderstelde; dat heel/merendeels Ambon christelijk was. En daar het tegengestelde tegen kwam. Heb nl. ook het hele eiland doorkruist.

      • Bill Zitman zegt:

        @ e.m. “Ik houd het inderdaad maar bij de verbeelding wat Malaku Selatan betreft” enz.

        Maar is het zo veel veranderd?
        Weliswaar ben ik in de laatste 60 jaar met de veranderingen in Indonesia meegegroeid en ga nog steeds ‘pulang kampung’ soms 2 of 3 keer per jaar, voornamelijk naar West Java waar ‘opa Bill’ altijd welkom is bij diverse keluarga’s van lokale vrienden. Dus het verschil tussen Tempo Dulu en Tempo Sekarang is voor mij niet meer zo opvallend als het voor u zou zijn.
        Ik ben net weer thuis (West Australië) van een ‘expeditie’ , waarbij ik met een charter flight van Darwin naar Pulau Biak vloog, vandaar langs de noordkust van de ‘vogelkop’ per boot overgestoken naar noord Halmahera, langs de westkust afgezakt, Ternate, Tidore, Ambon, Saparua en de Banda eilanden bezocht en vandaar weer naar Darwin gevaren. Natuurlijk veel foto’s genomen welke ik graag met u zou willen delen. Als u my uw email adres zou zenden, zal ik daarmee opvolgen.
        Kind regards, Bill

      • e.m. zegt:

        @Bill Zitman zegt: 6 december 2018 om 7:43 pm@

        — Hi there Mr Zitman, wat een prachtige reis hebt u mogen maken. Hartelijk dank voor uw genereuse geste … maar via YouTube komt er, gemiddeld wekelijks, al zoveel pracht en praal aan gevarieerde landschappen en vriendelijke en lachende Indonesiërs langs, dat de werkelijkheid niet geheel aan mij voorbijgaat. Ik doelde meer op het psychologisch aspect van ‘verbeelding’.

        Ambonborn heb ik met 10 maanden de mooiste zeereis van mijn leven gemaakt en er niets van meegekregen. Mijn jeugdherinneringen en roots liggen wat mij betreft dan ook op Walcheren (Oost Kapelle, West Souburg en Middelburg).

        Ik heb er begrip voor dat waarschijnlijk mede uit teleurstelling en frustratie al het mooie aan Nederland voor mijn ouders niet zo veel voorstelde in vergelijking met de schoonheid in en grootsheid van voormalig Nederlands Indië. Met betrekking tot bijvoorbeeld de haven van Ambon worden zij daarin helemaal in het gelijkgesteld door niemand minder dan Alfred Russel Wallace (Hfdst XX Ambon): “”Voor deze ene keer overtrof de werkelijkheid de levendige beschrijvingen van de wonderen van de koraalzee die ik ooit had gelezen. Wellicht is geen plek op aarde zo rijk aan zeedieren, koralen, schelpen en vissen als de haven van Ambon.””

        Aan de andere kant ben ik evenwel blij, dat mijn ouders na 1951 niet meer zijn terug geweest. Want in het midden van de 90-er jaren van de vorige eeuw schets de Ierse trueadventure schrijver Tim Severin, die de reis van Wallace nog eens dunnetjes overdoet, dezelfde haven van Ambon in zijn boek ‘Indisch Zeiltocht’ (The spice island voyage): ““Maar toen we na ons verblijf op de Banda’s met de Alfred Wallace naar Ambon zeilden, waren we nog maar nauwelijks de haven van Ambon binnengevaren en lagen we nog tien kilometer van de moderne stad toen een slijmerige gele drab van plastic zakken, oude flessen en rioolwater tegenkwamen, die met het tij naar zee dreef. Eén blik op wat er in het water dobberde, volstond om ons ervan te weerhouden de stad dichter te naderen.””

        Zelf mag ik graag van tijd tot tijd selectief verhalen uit het ‘Verzameld Werk’ van Maria Dermoût herlezen. Tja, en soms: ‘tussen droom en werkelijkheid staan wetten en praktische bezwaren’.*

        Mr. Zitman nogmaals dank voor uw sympathiek gebaar en moge het u gegeven zijn mooie reizen te kunnen blijven maken.

        *vrij naar Willem Elsschot

        e.m.

    • RLMertens zegt:

      @em; ‘dan al kortzichtige Nederland-bashers-haters-profiteurs etc.’- Nou, nou!~Omdat de bashers na eeuwen van koloniale verheerlijking wat kritischer zijn geworden? Vooral over die laatste periode? Eigen fouten te erkennen; het debacle van Indië olv. kabinetten Drees sr./Beel! Profiteurs? Waarvan? Zij, die van al ‘dat koloniale’ hebben geprofiteerd/zich eigen hebben gemaakt(!) zijn nu de gebeten hond. Die toen voorop liepen met; ‘Hollands vlag, jij bent mijn glorie… Nu nog die onzin over orde en rust uit het verleden te slijten. Met bv. gezegden; dat hun ouwe kokkie/djongos nog altijd terug verlangt naar jeman Belanda/Hollandse tijd. Pak Soedibyo drukt zich over dat verleden beschaafd en met ootmoed uit. Een overwinnaar eigen! In tegenstelling tot; die koloniale adepten, die in allerlei bochten wringen met te ‘ja, maren etc’. Zoals Kester, die nu warempel opkomt met een verweerschrift(!) over tempo doeloe ! Een verweerschrift, wat een gotspe! Zelfs, zoals u nu, met complimenten aan het adres van de overwinnaar. Over vermeende intenties gesproken.

  31. Peter van den Broek De Andere Generatie zegt:

    Het blijft nog steeds opmerkelijk dat Kester Freriks “Tempo Doeloe” als onvergetelijke periode noemt, alhoewel hij die in levende lijve niet heeft meegemaakt.

    Voor iemand die in de Europese cultuur en in Nederland is opgevoed hand ligt ” la belle Epoque” een min of meer vergelijkbare periode meer voor de hand. Die periode met al haar kunststromingen (Impressionisme, Futurisme, Jugend Stile etc) grote denkers (Wittgenstein, Sigmund Freund, Albert Einstein etc) en technische ontwikkelingen hebben onze Eeuw (20-21ste) toch meer beïnvloed dan Nederlandsch Indie. Maar nee hoor , Freriks praat over Tempo Doeloe, toch een onverwerkt verleden?

    • RLMertens zegt:

      @PerervandenBroekdag; ‘een onverwerkt verleden etc.?’- Bij Freriks gaat hem er toe om die tempo doeloe van zijn ouders, waarmee hij in zijn jeugd door verhalen van ouders/familie mee besmet is, te behouden. Als ‘tegenwicht’ tegen al die recente ontboezemingen over dat verleden.

      • Peter van den Broek De Andere Generatie zegt:

        Heer Mertens, maar het gaat wel om Zijn Tempo Doeloe van de jaren 50 van de vorige Eeuw. In diezelfde tijd namen mijn ouders, Indo’s die generaties lang in het voormalig Nederlandsch indie leefden, het besluit het land van Herkomst te verlaten. Dat is weliswaar een klein maar essentieel verschil.

        Mijn zoon is geboren in Zwitserland en heeft daar een redelijk gelukkige jeugd meegemaakt, ondanks dat zijn vader veelvuldige afwezig was. Hij is na vele jaren terug gegaan naar zijn geboorteplaats in Zwitserland, en heeft de plaatsen uit zijn jeugd bezocht . Hij heeft het boek gesloten. Daarmee geeft hij alleen maar aan dat hij volwassen met zijn verleden omgaat. Dat kan ik toch moeilijk beweren van dhr Freriks. een zoon van een ex-pat. Zijn verhaal is het verhaal van een romanticus, die in een plaatsvervangend verleden is blijven steken, een kind die zijn plaats nog steeds niet heeft gevonden. ik heb best medelijden met dhr Freriks.

      • RLMertens zegt:

        @PetervandenBroekeag; ‘van de jaren ’50 etc.- Die periode een tempo doeloe. De jaren van ontgoocheling; de Nederlandse vlag gestreken onder het gejoel van duizenden Indonesiërs; de deceptie/vertwijfeling; Nederland eruit, drommen mensen voor de ambassade voor papieren om naar het vaderland te gaan! etc.etc. Zijn tempo doeloe zijn de overgewaaide verhalen van zijn ouders/familie; de heerlijke thee uurtjes met Kokkie’s pisang goreng, zijn vaders borrel uurtje in de soos; gezeten om een ronde tafel met in het midden een opening/gat waaruit een katjong oprijst om de heren hun paaitje aanreikt etc. etc. -Uit de kolonie niets dan goeds 1912, (Filmmuseum 2002); ‘dan weet gij met één oogopslag dat Java iets schoons is, dat slechts blijde herinneringen opwekt. Van slanke palmen en donkere bamboebosschen, van blijde, rijst oogstende lichtbruinen menschenkinderen, van een donkergroen tropisch plantenkleed en dolce far niente! Waar fier de vaderlands driekleur wappert’. – Een ware omhelzing!

      • Jan A, Somers zegt:

        “de Nederlandse vlag gestreken onder het gejoel van duizenden Indonesiërs; de deceptie/vertwijfeling;” Bij de Gouvernements Marine hielden ze beide benen op de grond. Schip kreeg nieuwe naam, Roodwit werd gehesen, varen als vanouds, met dezelfde mensen. Stond niemand te joelen. Niks vertwijfeling, salaris bleef hetzelfde, pensioenpremie als vanouds naar ABP in Nederland overgemaakt. Dat is ook geschiedenis, niet alleen maar rondwentelen in je bubbel vol ellende.

    • Ælle zegt:

      Ik had u, heer Somers eerder willen bedanken voor uw reactie, maar nam de tijd om een antwoord te vinden wat de reden zou kunnen zijn dat u geen enkel PTSS symptoom vertoont na de dramatische ervaringen als die van een 14-jarige Indische jongen uit Soerabaja.
      Ik kwam dus terecht bij de interessante bevindingen van de Radboud-hersenonderzoekers.
      Emotionele herinneringen worden op een andere manier opgeslagen.
      Juist s t e r k e r en l e v e n d i g e r !!!

      • Ælle zegt:

        .
        Emotionele gebeurtenissen worden sterker en levendiger opgeslagen en dat komt vooral, aldus Benno Roozendaal, hersenonderzoeker bij het Donders Institute for Brain, Cognition and Behaviour/Radboudumc, door de zogenaamde noradrenerge activatie van de amygdala. ‘De amygdala is een gebied in de hersenen dat verschillende zintuiglijke informatie combineert en aan emoties koppelt. Noradrenaline is een neurotransmitter, een stofje in de hersenen dat de hersenactiviteit opjaagt. De ‘opgejaagde’ amygdala schakelt op zijn beurt de hippocampus in, een gebied in de hersenen dat essentieel is voor de aanmaak en opslag van gebeurtenissen.’

        https://www.ggznieuws.nl/home/emotionele-gebeurtenissen-worden-anders-opgeslagen-dan-alledaagse/

      • Ælle zegt:

        Omdat in de Significance-Betekenis-tekst zoveel informatie staat opgetekend wil ik dit daarom heel graag ertegenaan plakken. In de originele Engelse taal spreekt ’t boekdelen.
        Significance
        Emotional arousal creates lasting and vivid memories. According to the systems consolidation theory, the hippocampus has a time-limited role in memory, and retrieval of remote memories mainly relies on neocortical networks. Here we show that this systems consolidation and associated change in memory specificity constitute a dynamically regulated process that can be modified by emotional arousal status. Norepinephrine administration into the basolateral amygdala after an episodic-like training experience maintained accuracy and hippocampus dependency of remote memory. This altered systems consolidation was paralleled by time-regulated epigenetically driven transcriptional changes of memory-related genes in the hippocampus and neocortex.

        Met de beste wensen.

      • Jan A, Somers zegt:

        Tjee, ik ben dus toch een voor de wetenschap interessante figuur!!!! Ik loop niet naast mijn schoenen hoor, blijf gewoon een sinjo. Er is in Soerabaja veel ergs gebeurd maar op andere plaatsen zeker zoveel. Laten we proberen het bij ons zelf een plaats te geven en niet ons nageslacht ermee op te zadelen. Zij hebben recht op hun eigen ellende. Wij, volwassen mensen, moeten dat toch kunnen? En het brengt zo veel rust. Gelukkig is dat bij mijn Zeeuws meisje ook zo. Bij ons heersen bijbelse tijden, de lamme leidt de blinde!

    • RLMertens zegt:

      @JASomers; ‘rood/wit gehesen etc.’ – Oh ja? Schermerhorn; we zagen een motorboot Gadja Mada met rood/witte vlag naar ons, aan boord van hms..Banckert, varen. Het was duidelijk de bedoeling, dat ze ons van boord kwamen afhalen. Dichtbij gekomen werd hen toegeroepen niet langszij te komen. Met nog andere verwensingen(!) er aan toegevoegd, die de pijnlijkheid van de situatie niet verminderden! Men wenste niet over te stappen.
      Tenslotte werd besloten dat enkelen van ons; Koets ea., zouden overstappen en de hms. Banckert achter de motorboot aan, de haven binnen voer. De stemming binnen onze marine personeel was beneden 0! Dat een bepaald grondgebied van het Koninkrijk(!) niet zomaar kon worden betreden, deed een van de officieren in woede uitbarsten!
      -Bij onze KM hadden ze zeker zeebenen, maar dan wel kromme o benen gekregen, na dit welkom in Lingadjatti

      • Jan A, Somers zegt:

        Zoals u weet was de KM, (“hms..Banckert”), en ook de KL overal tegen. Niet de GM, die voer gewoon door onder de nieuwe vlag. Maar ja, in tegenstelling tot de KM waren die van de GM Indisch ambtenaren, de KM en KL Nederlandse ambtenaren. Die problemen met die Nederlandse ambtenaren met Linggadjati waren pas voorbij toen de commandanten van de KM en de KL in Indië waren vervangen. Maar die bleven nadien in Nederland stoken, bijna een militaire staatsgreep. Maar koningin Wilhelmina weigerde daaraan mee te werken. Heel veel van uw oud zeer zult u kunnen begrijpen als u de verschillen tussen Nederland en Indië een beetje door hebt.

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘de verschillen tussen Nederland en Indië etc.’- Het waren niet de verschillen, maar men wilde helemaal geen overeenkomst met de Republiek! Men wilde – gen.Spoor; meteen doorstoten naar Djokja, en met een Republiek, zonder Soekarno/Hatta(!) wel met Sahrir, samen werken. Onze troepen aanvoer was al op sterkte,dus-Drees sr.; deze zijn toch voor niets naar Indië gekomen! In Nederland, Romme; als de Britten weg zijn, stoten we door! Dat een overeenkomst, deze intenties zouden bezweren was toen al twijfelachtig! Schermerhorn, later in tv. interview jr.’60; vraag me niet, hoe een oorlog kan beginnen. Ik ben erbij geweest!.

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; aanvulling regel; ‘deze zijn toch NIET voor niets naar Indië gekomen’.

      • RLMertens zegt:

        @JASomers;’schip kreeg een nieuwe naam etc.’- Vraag mij toch af, hoe u aan dit verhaal komt? Destijds in Nederland door onze regering verspreid/propaganda?

      • Jan A, Somers zegt:

        “hoe u aan dit verhaal komt? ” Heel eenvoudig, mijn vader was daar gezaghebber. Plus de geschiedenisboeken over de Gouvernements Marine: Rond 1962 vertrokken de laatste Nederlanders van de GM met pensionering of garantieregeling naar Nederland.

        Verantwoording uit mijn inzending aan de onderzoekscommissie: Voornamelijk F.C. Backer Dirks, De Gouvernements Marine, deel 3. J.J.A. Wijn (red.), Tot in de verste uithoeken … , Hoofdstukken 8 en 9. Voor de algemene politieke en militaire situatie J.J.P de Jong, Diplomatie of strijd. En natuurlijk de verhalen van mijn vader en zijn collega’s die zich in mijn geheugen hebben vastgezet. Simpel toch? Het was niet allemaal kommer en kwel! En het was niet alleen het varend personeel, ook de ambtenaren op het departement! Maar het verhaal over Linggadjati betrof het personeel van de KM!. Dat waren helden, trouw aan koningin en vaderland. Schrokken zich dood toen ze Soekarno tegen kwamen.

      • Jan A, Somers zegt:

        ff vergeten: In een bij het Uniestatuut behorende overeenkomst inzake de positie van de Nederlands-Indische burgerlijke ambtenaren waren dezen overgedragen aan de regering van de Verenigde Staten van Indonesië, een buitenlandse mogendheid! In juridische zin was dit correct, Indonesië nam immers alle plichten en rechten over van de Indische regering, zo ook alle verplichtingen ten aanzien van de Indisch ambtenaren. Maar ja, nogal wat van die mensen wensten niet samen of onder inlanders (met kleine i) te werken. Ja. dan houdt alles op. Deze mensen hadden dus een arbeidscontract met de Indische overheid. Zoals ik al zo vaak heb geschreven was de situatie met mensen met een arbeidsovereenkomst met de Nederlandsr regering anders. Die vielen uiteraard buiten de soevereiniteitsoverdracht: Het concentreren en de repatriëring van de Koninklijke Landmacht, de Koninklijke Marine en de Koninklijke Luchtmacht dienden binnen een jaar na de soevereiniteitsoverdracht te zijn voltooid. Wel verklaarde de Nederlandse regering zich bereid, op verzoek van de Verenigde Staten van Indonesië, personele en materiële hulp te verlenen. Zo zou een officier van de Koninklijke Marine worden benoemd tot beheerder van de marinebasis in Soerabaja en daarbij verantwoordelijk zijn aan de Indonesische minister van defensie. Van belang is dat deze mensen (in tegenstelling tot de Indisch ambtenaren) wel hun achterstallige salarissen hebben gekregen. De Indisch ambtenaren moest hiervoor bij de rechtsopvolger van de Indische overheid als nieuwe werkgever te zijn. Bij mijn weten heeft niemand dat gedaan.

      • Jan A, Somers zegt:

        “men wilde helemaal geen overeenkomst met de Republiek!” Gewoon een beetje lezen. Van Mook heeft van het begin af aan onderhandeld met de Indonesische autoriteiten buiten Java/Sumatra. Waar de Indonesische vlag naast de Nederlandse vlag hing. Daar is de ‘verenigde’ geboren! Van Mook (Indische regering) heeft samen met Sjahrir onderhandeld over de soevereiniteitsoverdracht, tot aan Liggadjati toe. Nederland (niet Indië!) lag steeds dwars. Dat heeft uiteindelijk geleid tot het vertrek van Van Mook. Hetzelfde lot trof Sharir. Ook hij is uit Indonesië verdwenen, gestorven in Züirich.

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘schip kreeg een nieuwe naam etc.’- Uw vader dus gezaghebber op hms.Banckert etc. Dan klopt, uw vader’s verhaal en die Gouvernement geschiedenis marine boeken toch niet met de werkelijkheid? Zoals door Schermerhorn in zijn dagboek heeft opgetekend. Het is toch ook niet te geloven dat onze marine dit zal doen; naamsverandering + rood/wit in top! En zo de haven van Linggadjatti binnenvoer.
        ‘wilde geen overeenkomst’- Dat was wat de Rooms/Gerbrandy kliek vond bij het vertrek naar Linggadjatti en idem de militairen leiding/Spoor ea.. Tijdens de terugreis van de delegatie naar Holland mijmerde Schermerhorn, tot zijn eigen verbazing, dat er nb. een overeenkomst was. Echter wat zeggen/vinden ze in Holland?- Alles op alles werd nl. gezet voor een maximale troepen inzet! Wat de Republiek ook verwachtte.
        Van Mook’s federale opzet was gewoon een manoeuvre om de Republiek een tegenwicht te bezorgen! Na Soekarno’s afwijzing van alle Nederlandse plannen; zelfstandigheid etc. Mi. een onzinnige streek, die nog meer de wantrouwen/haatgevoelens versterkte bij de Republiek! Verdeel en heers.
        note; in wezen werd de Republiek door Linggadjatti reeds de facto erkend!

      • Jan A, Somers zegt:

        “Uw vader dus gezaghebber op hms.Banckert etc.” Voortaan wat beter lezen! U weet kennelijk niets over het verschil tussen de KM (Nederlands!( en de GM (Indisch!). En ook niet dat er bij de KM geen gezaghebbers zijn. En vergeet ook niet dat die naams/vlagverandering niet plaatsvond bij Linggadjati maar na 27 december 1949. Ook voor Indië >> Indonesië geldt een tijdlijn hoor.
        “gewoon een manoeuvre om de Republiek een tegenwicht te bezorgen! ” Buiten Java en Sumatra hadden ze genoeg van de vooroorlogse Javaanse arrogantie. Net als bij de stichting van de VOC van de Hollandse/Amsterdamse arrogantie. Vandaar V(!)OC, Hoezo “Verdeel en heers.”? Na de soevereiniteitsoverdracht viel er voor Nederland toch niets te heersen? En wat is er mis met de USA?, het UK? de Bundesrepublik? Toch allemaal ‘verenigde’? Zelfs de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden!

      • Paul Vermaes zegt:

        Geachte Jan A, Somers,
        Uit uw bijdragen in dit forum heb ik begrepen dat u heel wat heeft meegemaakt tijdens de Bersiaptijd en daarvoor in Surabaya. Afgezien van de schuldvragen is mijn indruk van de gebeurtenissen, dat de Indonesiërs ons Nederlanders en de Chinezen haten. Die algemene indruk van grote haat bij de Indonesiërs had ik al uit allerlei andere verhalen, maar de bersiap in Batavia en Bandung (Mary van Delden) en Surabaya gaven mij het overtuigend bewijs.
        In Yogyakarta gebeurden nauwelijks vergelijkbare grimmigheden en de herinneringen die ik aan de Japanse bezetting en de bersiap heb worden gedomineerd door de grote armoede en bijbehorend lijden van de Indonesische bevolking. Bij ons in de straat, Bumijo Lor, wren er twee historische locaties: een asrama van Boedie Oetomo en een tennisbaan. Toen de leden van die tennisclub werden geïnterneerd door de Jappen werd de baan en bijgebouwen een bedelaarskolonie.
        Dagelijks kwamen bedelaars bij ons huis en het weinige Javaans dat ik heb geleerd was de bede: “ Paring-paring sego doro”.
        Uit verhalen van de oudere generatie leerde ik dat die bedelaars er altijd waren in de hele kolonie.
        Mijn interesse van de laatste jaren is dan ook: hoe hebben wij Nederlanders die verschrikkelijke armoede kunnen veroorzaken.
        Paul Vermaes.

      • Peter van den Broek De Andere Generatie zegt:

        HMS Banckert kan nooit bestaan hebben. Ik heb als oud-marine-officier wel wat moeite mee.

        HMS betekent Her Majesty’s Ship en is de aanduiding voor de schepen van de Royal Navy

        De schepen bij de Koninklijke Marine hadden toentertijd de aanduiding Hr. Ms. dwz Harer Majesteit, dus we spreken van Hr. Ms. Banckert, maar wat weet Schermerhorn daarvan? tegenwoordiger is de aanduidinglvan de Marineschepen: Zr. Ms. Zijner Majesteits.

        Schepen van de GM hadden als ik me niet vergis geen afzonderlijk aanduiding , zoals de s.s. Albatros. Dat schip werd in 1939 gemilitariseerd en onder gezag van de KM geplaatst, grijs geschilderd en heette plotseling Hr. Ms. Albatros. Bij of vòòr de capitulatie in 1942 werd dit schip gedemilitariseerd, wellicht weer wit geschilderd en de benaming veranderd in s.s. Albatros. Gezaghebber is een wat vreemde titel, maar een verschil moet er zijn.

        Bij de militarisatie in 1939 kreeg het personeel gewoon militaire rangen. Gezaghebber werd LTZ1 dwz Luitenant ter Zee 1, de rang van laagste hoofdofficier bij de Koninklijke Marine en zo hoort het ook.

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘voortaan wat beter lezen etc.’- Ach, ik heb net mijn leesbril afgeveegd en herlas uw bijdrage nogmaals. Ik had het over de tijd van Linggadjatti en uw antwoord warempel over tijdvak na 29/12’49. Een politionele manoeuvre? Ja, zo raak iedereen in de war! Uw vader gezaghebber of is het gezagvoerder? Adm.Pinke zei in die tijd, dat de zee van hem was. Hij bepaalde, wie wel of niet in een sloep naar het vasteland van Java ging! Hij werd naderhand toch door de Republiek te kak gezet. Geen sloep maar een heuse motorboot met rood/wit in top kwam hms.Banckert tegemoet.* hadden ze genoeg van Javaanse arrogantie etc.’- U bedoelt Nederlandse arrogantie? Want uiteindelijk kozen de door van Mook geformeerde federale Staten tijdens de Bandoeng conferentie 1948, zonder Nederland, toen al voor de Republiek. Geëffectueerd na de overdracht, toen de RIS gewoon, zoals de proklamasi 1945 bedoelt was, de Republiek werd. En wederom wij het nakijken hadden en verdeel en heers een utopie werd. Note; Van Mook had er voor gezorgd, dat indertijd alle federale hoofden zgn.pro Nederland waren.

      • Paul Vermaes zegt:

        Geachte RLMertens,
        Lang geleden las ik een boek over van Mook, “De Laatste Landvoogd” heette dat boek meen ik. Daarin staat beschreven wat van Mook tijdens de Japanse bezetting in Australië, maar ook in Londen kon regelen: in Australië was hij Luitenant Gouverneur Generaal en in Londen Minister van Koloniën.
        Op het eind van de Japanse bezetting, toen de Engelsen de Jappen uit Birma verdreven, mochten de Australiërs in een “overbodige actie” de Jappen verdrijven uit Borneo en Celebes. Daarbij kregen de Australiërs hulp van het KNIL, dat van Mook heeft kunnen versterken met troepen uit Suriname (a part: Frank Rijkaard werd in de overwinningsperiode op Borneo geboren). Van Mook was in december 1944 ook naar het bevrijde Eindhoven gegaan om bij het hoofd van de Binnenlandse strijdkrachten vrijwilligers voor het KNIL te werven. De bevrijde gebieden van Nederlands-Indië (Nieuw Guinea en de Molukken waren al door de Amerikanen bevrijd) vóór de Japanse capitulatie waren zo groot, dat van Mook alle argumenten had om een RIS voor te stellen: dat moest Sjarir geweten hebben… Soekarno en Hatta hadden bij de proclamatie op 17 augustus 1945 alleen kunnen spreken voor Sumatra, Java en de Kleine Soendaeilanden!
        Van Mook is een Belanda Totok, die in Nederlands-Indië geboren is; ik als sinyo beschouw hem evenals alle Nederlanders in termen van Karl May als “mijn Blanke Broeder”.
        Paul Vermaes.

      • RLMertens zegt:

        @PaulVermaes; ‘blanke broeder etc.’ – Van Mook(Stuw lid) werd in 1946 in Nederland beschouwd als persoon, die Nederlands-Indië wilde afbreken/opheffen, getuige een spot prent (Eppo Doeve) in Elsevier 30/11’46 waarin van Mook de driekleur, bij een afgebroken huis, strijkt en de slopers; de Mookers, hun werk doen. Met onderschrift ‘het werk van de Mook-ers’. Op de voorgrond een lachende Soekarno en Hatta. Deze prent verscheen tijdens de Hoge Veluwe conferentie. Toen al werd aan zijn loyaliteit getwijfeld. Hij sprak daarvoor nl. ( ondanks regeringsverbod) met Soekarno! Men wilde hem toen al kwijt, echter koningin Wilhelmina weigerde ( uit Schermerhorn) zijn ontslag goed te keuren. Zijn missie in samenspraak met Sharir, naar de Hoge Veluwe werd een mislukking vanwege de halsstarrige houding van onze regering; wel een gesprek met Indonesiërs, maar niet met de Republiek! Uiteindelijk, onder de druk van de VN, kwam er een commissie generaal, die naar Linggadjatti zou gaan. Met de daarop volgende prent in de Groene Amsterdammer 24/8’46; een vol troepen transportschip, trekkend aan een sloep met daarin de Commissie Generaal! Oftewel ‘jullie mogen kletsen, maar de troepen zijn in aantocht’! Van Mook’s radio boodschap voor de 1e politionele actie werd de doodsteek voor het kabinet van Sharir. Die daarna werd afgeserveerd. Hetzelfde lot overkwam Van Mook, die via via zijn ontslag vernam en vertrok. En gedesillusioneerd ergens in Frankrijk overleed. Zijn graf is later door vrienden/familieleden naar Rijswijk ZH overgebracht. Twee politici, die elkaar verstonden/begrepen, maar uiteindelijk elkaars ondergang hebben bewerkstelligd!

      • Paul Vermaes zegt:

        Geachte RLMertens,
        Dank voor uw reactie en mijn respect voor uw kennis van de geschiedenis. Toch meen ik iets te proeven van uw sympathie voor van Mook; al is “Blanke Broeder” voor u misschien teveel van het goede.
        Maar had ik het historisch goed met de bewering dat ten tijde van de proclamatie van Soekarno en Hatta, de Luitenant Gouverneur Generaal reeds “landvoogd” was over het grootste gedeelte van het op de Jappen heroverde Nederlands-Indië?
        Paul Vermaes

      • Jan A, Somers zegt:

        Eigenlijk wel jammer dat u zo weinig van Indische toestanden afweet.
        “geen afzonderlijk aanduiding , zoals de s.s. Albatros.” Dat was dus gss. Een van de oudste schepen, daar werden de jonkies op klaargestoomd, kon niet stuk. Was meestal in de Molukken te vinden. Mijn vader probeerde altijd uit wat dat oudje nog kon.
        “wellicht weer wit geschilderd en de benaming veranderd in s.s. Albatros.” Nou, daar was geen tijd meer voor: tot zinken brengen!
        “Gezaghebber is een wat vreemde titel, maar een verschil moet er zijn.” Weer zo’n denigrerende, domme opmerking. Afgezien of je als baas op het schip kapitein heette of gezagvoerder, je was ook bestuursambtenaar, voor de buitenwereld gezaghebber.
        “Gezaghebber werd LTZ1 dwz Luitenant ter Zee 1,” Die rangen vond niemand interessant, nietszeggend, je was ergens geprikt, aan de arbeidsvoorwaarden als Indisch ambtenaar veranderde er niets. Puur formeel in het kader van oorlogsrecht. Maar je werd wel door de marineleiding op onverantwoorde missies gestuurd terwijl de KM in Oedjoeng bleef liggen. Zo kreeg de Valk, waarop de timmerman twee houten schijnmitrailleurs had aangebracht, opdracht uit te kijken naar de zware Duitse kruiser Scharnhorst, die mogelijk Japan zou willen bereiken. De opdracht luidde: ´ogenblikkelijk aanvallen met artillerievuur´ (welke artillerie?). Een ander schip kreeg opdracht in de Indische oceaan ten westen van Sumatra uit te kijken naar het slagschip Bismarck dat uit het Atlantische gebied zou willen uitbreken naar de Indische Oceaan. Australië en Nieuw-Zeeland waren inmiddels begonnen troepen terug te trekken uit Europa en Afrika. Konvooien met schepen als de Engelse Queen Mary en Queen Elisabeth, en de Nederlandse schepen Marnix van Sint-Aldegonde, Johan van Oldenbarnevelt en Sibajak moesten door de Indische wateren worden geloodst door verduisterde zeestraten, gelukkig gedekt door twee Engelse kruisers en Catalina-vliegboten van de Koninklijke Marine. Kleinere konvooien moesten door de GM worden beschermd: De Willebrord Snellius werd door een Amerikaans koopvaardijschip uitgenodigd dichterbij te komen varen zodat de Amerikaan de Nederlandse konvooi-beschermer luchtafweer kon verlenen! In een marinerapport werd vermeld dat tijdens een Japans bombardement in de baai van Ambon de Valk in het bezit bleek te zijn van een door de timmerman gemaakte luchtafweermitrailleur. Deze was door een stoomleiding met de machinekamer verbonden en gaf ´vuurstoten´ af van stoomwolkjes. Dit had het effect dat de vijandelijke vliegtuigen op vrij grote hoogte bleven. Bij de capitulatie kregen sommige gezaghebbers te laat de order van demilitarisatie, waardoor ze alsnog hun schip tot zinken brachten: francs-tireurs! En tot dank: het personeel van de KM kreeg na de oorlog de niet betaalde salarissen alsnog uitbetaald, het personeel van de GM kreeg het Indisch Verdriet.

      • Ron Geenen zegt:

        Ik las net een stukje over rangen bij de KM. Werktuigkundigen bij de koopvaardij hadden bij van Ommeren de titel Meester. Of je nu ass. wtk was of hoofd wtk!

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘van Indische toestanden zo weinig weet etc.’- Ik vergelijk juist de wetenswaardigheden afkomstig van ambtelijke kringen met die van de buitenwacht; journalisten, historici, critici ea. En trek zo mijn eigen conclusies. Zo’n bv. JJP. de Jong; Diplomatie of strijd; heb ik ook gelezen; Een boek vol met de Nederlandse visie, die ambtenaren over die periode hebben genoteerd. Een boek vol vergoelijken van ons toenmalige beleid, die de Jong, ook ambtenaar(!) als waarheid aannam en dat weer verkondigd. De feiten, die nu toch echt achterhaald zijn. Alles wat onze overheid over die periode ons heeft voorgeschoteld is pure goedpraterij van diplomatieke blunders!
        Wat dat betreft is onze vaderlandse geschiedschrijver; dr.L.deJong objectiever. Zijn conclusies dl.14 over onze geschiedenis is dan ook niet mals. Dat, natuurlijke tot woede van vele koloniale adepten. ‘KM of GM etc.’- Is toch niet zo van belang bij deze discussie. Dat al onze schepen ‘overgeschilderd zijn met andere namen en tevens het rood/wit in top kregen’, na de overdracht is eerder een vertoning van het feit; dat wij in de afgelopen tijd aan de verkeerde van de geschiedenis zaten!* ‘wat is er mis met USA, VK etc.’- Nou, dat is toch andere koek, dan wat wij met de RIS hebben gebrouwd. Schermerhorn; ‘een gedrocht van een Unie’! Die ook inderdaad geen lange levensduur had..

      • Jan A, Somers zegt:

        “met de RIS hebben gebrouwd. Schermerhorn; ‘een gedrocht van een Unie’!” Hieruit blijkt weer dat mensen uit Indië er zelf weinig van snappen. Dat waren toch twee totaal verschillende zaken? De een Indonesië zelf, de ander de verhouding met Nederland als gemenebest, net als de Britse Commonwealth, en de huidige verhouding tussen Nederland en enkele voormalige gebiedsdelen in de West. En de U van USA of U van UK is precies hetzelfde als de S van RIS. Waarom zou je iets nieuws verzinnen als alle andere verhoudingen in de wereld al lang bestaan.
        “‘KM of GM etc.’- Is toch niet zo van belang bij deze discussie.” Het is essentieel, niet alleen in de gezagsverhoudingen, maar ook bij de soevereiniteitsoverdracht (en uiteraard de achterstallige salarissen). De KM is van Nederland (behoort tot de Nederlandse activa), en heeft niets met de overdracht te maken. Dit in tegenstelling tot de GM (behoort tot de Indische activa) en werd dus aan de RIS overgedragen. Inclusief personeel, ook de Nederlanders. Dat gejoel bij de vlagwisseling in Batavia/Jakarta was niet zo bijzonder. Dit soort geregisseerde samenkomsten hebben ze jaren lang geoefend, alleen met een ander soort vlaggetjes. Dan waren ze bij de GM wat nuchterder. Een schilder tjette de nieuwe namen op de schepen, een vlaggenwinkel kwam wat nieuwe vlaggen brengen, hijsen, varen.
        “En zo de haven van Linggadjatti binnenvoer.” Er viel weinig binnen te varen, Linggadjati heeft geen haven.
        “Uw vader gezaghebber of is het gezagvoerder? ” Wat weet u toch weinig van het bedrijf dat Indië heette. Als baas van het schip was hij misschien gezagvoerder te noemen, Maar daarnaast waren ze ook nog bestuursambtenaar. In de functie van gezaghebber, dat was dan ook hun functionele rang. Wat dat inhield? Even een oud stukje van me, na de oorlog: Zo was het weer mogelijk de meeste, ook kleine, bestuursposten te bezoeken. Overal waar ze kwamen werd dezelfde, gedurende de bezetting verwaarloosde situatie aangetroffen. Een wrak houten steigertje, met een vlaggenstok met een rood-witte vlag, en het opschrift ALRI (Angkatan Laut Republik Indonesia)-Hoofdkwartier. Een schildwacht gewapend met een geweer of een speer naarmate de post meer of minder belangrijk was. Op bezoek bij de kepala kampong was meestal ook de plaatselijke nationalistische leider aanwezig. Als ze verlegen waren met hun primitief kantoortje, werd het bezoek aan boord voortgezet, vergezeld van vrouw en kinderen. Bij een eerste bezoek was de administratie natuurlijk tijdrovend. De plaatselijke politieke verhoudingen, de technische staat van de post, het budget, salaris enz. Enkele keren bleken bestuurders en bemanningsleden oude bekenden van vóór de oorlog, resulterend in een geanimeerd gesprek. Soms was er ook geknetter. Deze bestuurders hadden het vertrouwen van NICA maar konden op enkele plekken zoals het zuiden van Celebes en Borneo niet op tegen infiltraties van de RI vanuit Java. En KNIL stelde daar ook weinig voor. Het scheen dat meerdere plaatselijke bestuurders al lang blij waren dat ene Westerling (op zijn manier) met zijn mensen hier optrad. Ziet u het voor u? In de tijd dat Java en Sumatra de bersiap hadden gehad en nu de politionele acties? Een sloep met roodwitblauw aan een steiger met roodwit, met een schildwacht van de ALRI? En ongewapende GMers!
        Maar de GM moest nu echter meer uitvoeren dan vroeger: Het scheepvaartverkeer nam op bewonderenswaardige wijze toe. Ten opzichte van de vooroorlogse toestand kreeg, bij afwezigheid van de KPM, het prauwverkeer een belangrijke rol. In Makassar stimuleerde het departement van economische zaken de organisatie van kustvaartrederijen, gesteund door een kredietfonds voor de bouw van zeilprauwen. Fraude, als gevolg van een gebrek aan toezicht, werd op de koop toe genomen. Die opleving kon overigens slechts in de politiek rustige gebieden goed op gang komen: het oostelijk deel van de archipel, de Molukken, Celebes, Borneo en de Kleine Soenda-eilanden. Buiten Java en Sumatra dus! Omvangrijk driehoeksverkeer vond plaats tussen Makassar, Bandjermasin, Bali, Lombok. Al in april 1946 werd meer dan duizend ton producten door de zeilvaart in Bandjermasin aangebracht. Grote hoeveelheden goederen moesten worden getransporteerd: primaire levensmiddelen (zout, rijst, meel, suiker e.d.). Rode Kruispakketten, geneesmiddelen, kleding, schoeisel enz. uit enkele basishavens naar de buitengewesten. Duizenden tonnen kopra, rubber en andere exportproducten, alsmede tienduizenden drums benzine, smeerolie e.d. moesten over de archipel gedistribueerd worden. Honderden voertuigen van allerlei soort en afmetingen voor economische en overheidsdoelstellingen moesten worden verplaatst. Mannen, vrouwen en kinderen uit evacuatiecentra moesten naar veiliger oorden worden overgebracht en tevens moesten enige duizenden door de Japanners weggevoerde Indonesiërs weer naar hun plaats van herkomst worden teruggebracht. Ook moesten Japanse militairen naar hun repatriëringcentra worden gebracht. Kolen moesten vervoerd worden, zowel voor de scheepvaart zelf als voor industrie- en utiliteitsbedrijven. Hoezo verdeel en heers, gewoon hard werken!

      • Paul Vermaes zegt:

        Geachte Jan A, Somers,
        Dank voor de laatste bijdrage: als sinyo van de “generatie dom” had ik dit nooit geweten.
        Paul Veremaes

      • Jan A, Somers zegt:

        “de titel Meester” Stampt dat niet uit de tijd van die mooie, enorme stoommachines waar de meester de baas van was? En in de gildetijd was de meester de meest ervaren handwerksman.

      • Ron Geenen zegt:

        @mooie, enorme stoommachines @
        Die museum stukken, triple expansie en quadrupel expansie, waren vaak zweet en tranen. Heb er een meegemaakt, voor een maand. Wegbrengen naar de sloop.

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘met de RIS hebben gebrouwd etc.’- Of ik het niet weet? Ik weet dat u alles, wat onze regering ons indertijd aan propaganda heeft voorgekauwd, weet. En dat nog steeds propageert. Alsof het toen nog Indië was! Ieder weet toch dat door ons uitgevonden/vMook RIS ondergebracht is de Unie olv. onze hm.de koningin. En dat- door Schermerhorn;gedrocht genoemd en in kort tijd in de prullenbak verdween. Uw verdere uitgebreid betoog heeft toch niets van doen met het onderwerp; onderdeel Linggadjati
        En dan ook nog Westerling noemen. Welke helden da/den heeft Westerling op zijn naam?
        De verdere neerbuigende beschrijving van eea. kenmerkt de koloniaal,die gefrustreerd is over dat verleden. Een verleden dat door door een Britse historicus toen al gekenmerkt werd met; ‘the Dutch empire ended in one blow’.

      • Paul Vermaes zegt:

        Geachte RLMertens,
        Uw waardering voor de mening van Schermerhorn over de RIS is wel erg vlug: als socialist is Schermerhorn sowieso tegen elke vorm van kolonialisme; ook tegen een gemenebest-gedachte, protectoraat of dominion. Als Delfts Ingenieur waardeer in de technische verrichtingen van Ir. Schermerhorn: zijn bijdrage aan de ontwikkeling van de luchtkartografie. Maar als politicus heeft hij niet de statuur van Ir. Soekarno of van Ir. Mussert (die technisch overigens ook zijn mannetje stond: de Koepoortbrug in Delft is zijn werk).
        En meningen van Britse historici over het Nederlandse koloniaal beleid mag u als Nederlander best wat kritischer benaderen. Britten zouden “half casts” (zoals sinyo’s in Nederlands-Indië) in hun koloniën nooit de status van Brit gegeven hebben.
        Paul Vermaes

      • Jan A, Somers zegt:

        “|Alsof het toen nog Indië was! ” Kunt u lezen op 27-12-1949, dat op die datum de soevereiniteit van NEDERLANDS-INDIë werd overgedragen aan ……En pas vanaf die datum kreeg mijn vader zijn correspondentie (salaris e.d.) m.b.t. zijn arbeidsovereenkomst van de Komisaris Agung (in Den Haag) van de Republik Indonesia Serikat.
        “is de Unie olv. onze hm.de koningin.” Dat klopt helemaal. Gewoon het Britse gemenebest gekopieerd, waar de Britse Koningin de baas van is.
        “En dan ook nog Westerling noemen. Welke helden da/den heeft Westerling op zijn naam?” Dat is toch al meerdere malen beschreven? Zoals u weet was buiten Java/Sumatra de voorbereiding voor de dekolonisatie in volle gang. De Indonesische politie functioneerde zoals het hoorde, maar kon niet tegen de infiltraties vanuit Java op. Ook de reeds aanwezige KNIL was nog te zwak. De Inlandse bestuurders hadden behoorlijk last van die infiltranten en vroegen Batavia om hulp. Die stuurden Westerling, de rest weet u. Voor die hoofden telde het resultaat, en dat was goed.
        “die gefrustreerd is over dat verleden. ” Ik heb zo het idee dat u mij niet bedoelt. Soms lijk ik hier de enige die niet gefrustreerd is over ons verleden. Ik probeer alleen alles op een rijtje te zetten, zodat ik kan begrijpen. Goed of slecht? Dat hoor ik wel om mij heen. Wat ik nergens hoor is dat Indië groter was dan Java en Sumatra. En dat daar de dekolonisatie volgens het boekje ging. Pas toen in Linggadjati de Republiek akkoord was met RIS, sloten ze de gelederen. Want buiten Java/Sumatra waren ze net zo merdeka als op Java, maar dan wel op hun manier, met tegenwicht aan Java.

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘met tegenwicht aan Java etc,’- Dat is wat de Nederlandse propaganda beweerde! In tegenspraak met de realiteit, want alle door ons ondernomen acties; een federale staat etc. liepen spaak. Toen Soekarno, na de 2e politionele actie gevangen werd genomen vervoerde men naar een , door ons pro Nederland aangemerkte eiland Bank. Tot onthutsing van de legerleiding werd hij daar met luid gejuich en het Indonesia Raja verwelkomd. De begeleidde officier feliciteerde daarna Boeng met de woorden; U heeft gewonnen! Nogmaals al in de Bandoeng conferentie 1948(Nederland was niet uitgenodigd!) kozen ze al voor de Republiek. Alles wat daarna door ons ondernomen waren vergeefse moeite. Ook Nw.Guinea, die na een decennium weer bij de Republiek werd gevoegd.( met als gevolg/restant; een bloedige nasleep) Altijd al een stap te laat! En de inzichten hoe en waardoor dat alles is geschied worden nu geopenbaard!

      • RLMertens zegt:

        @PaulVermaes; ‘Schermerhorn etc’- Ik citeerde hem omdat hij er bij was. Niets anders. De Britten echter kregen het wel(!) voor elkaar om een Gemenebest olv. hun Queen te vormen met India. En zelfs met al hun oude koloniën. Tot op heden! Door dat het Britse politiek beleid indertijd die onafhankelijkheid al, na het Atlantic Charter 1941(ondanks Churchill bedenkingen) in het vooruitzicht hebben gesteld. Vandaar dat de Indiërs zich ook achter Engeland schaarden in de strijd tegen Japan. En wij in Indië met de Indonesiërs? Toen wij de ‘1e politionele actie 1947′ begonnen verlieten de Britten India met een parade en feestelijkheden! En ons afscheid dd. 27/12’49 te Batavia?
        -Eurasians( halfcasts) kregen inderdaad niet de Britse status. Bij mijn bezoek aan India kwam ik zo’n persoon tegen. Zij antwoord; ‘hij voelde zich altijd al een Indiër. Niets anders’ Onze gids, een echte Indiër, zei nav. mijn bersiap verhaal; ‘natuurlijk hebben wij toen ook problemen gehad, echter; I ‘am proud once to be British!’~ Wat zou er gebeurd zijn als DDekker met zijn Indisch Partij indertijd een gevolg had gehad?
        ‘Van Mook’- Voor mij iemand, die niet oprecht zijn visie; Indonesië als een bevriende natie naast(!) Nederland, aan hield. Zwichtte voor de Haagse druk ( en overige havikken; gn.Spoor) om Indonesië (Soekarno!) er onder te krijgen. Tenslotte toch nog zijn congé kreeg! Wat dat betreft is zijn secretaris prof.P.Sanders standvastiger aan zijn overtuiging; geen oorlog met de Republiek, Werd verketterd en vertrok. -zie Ad van Liempt ode/bijdrage bij het overlijden van Sanders.

  32. Peter van den Broek De Andere Generatie zegt:

    Het antwoord van dhr. Somers is opmerkelijk ook met alle zout. Ik heb in alle haast een kleine fout gemaakt: het gaat om alle Nederlanders > 16 jaar. Dat er toch nog meer dan 3.500 personen in de Werftstraatgevangenis zijn opgesloten getuigt toch wel dat de Pemuda’s georganiseerd en systematisch te werk gingen in die tijd.

    Daarnaast had ik toch een opmerking van dhr Somers verwacht over de “Indonesische autoriteiten” en de datum van hun besluit, daar zijn omhooggeprezen bron de onderzoeker en wetenschapper Meelhuijsen anders beweert.

    De “Indonesische autoriteiten” is het Comité Panitai Tawanan Surabaya, die het besluit op 13 Oktober nam, dat is wel een cruciale datum voor de volgtijdelijke gebeurtenissen in Soerabaja.
    Daarentegen beweert Meelhuijsen in zijn onvolprezen boek “Revolutie in Soerabaja p.97-98 dat het comité dat besluit pas op 16 Oktober nam, daarbij over het hoofd ziende dat er al voor 16 Oktober interneringen (een soort voorarrest!!!!!!) in Soerabaja plaatsvonden. Maar Meelhuijsen beweert wel meer dingen waarvan feitenonderzoek met dezelfde korrels zout genomen mag worden. Ik was er weliswaar niet bij, maar met een EXCEL-sheet kom ik toch wel een heel eind.

    • Paul Vermaes zegt:

      Geachte Peter van den Broek,
      @Het antwoord van dhr. Somers is opmerkelijk ook met alle zout. Ik heb in alle haast een kleine fout gemaakt: het gaat om alle Nederlanders > 16 jaar. Dat er toch nog meer dan 3.500 personen in de Werftstraatgevangenis zijn opgesloten getuigt toch wel dat de Pemuda’s georganiseerd en systematisch te werk gingen in die tijd.@

      Hoe kwamen de Pemuda’s aan die gegevens van de Burgerlijke Stand? Uit verhalen van de WW2 in Duitsland weten we dat de Hitler Jugend, jongens geboren in het jaar 1928, 300.000 in getal omvatte. Hoe kwamen de Pemuda’s aan de gegevens van Nederlandse jongens boven 16 in oktober 1945? Rond diezelfde tijd ca half oktober 1945 werden ook in Yogyakarta deze jongens en ouderen geïnterneerd.
      Paul Vermaes.

    • Jan A, Somers zegt:

      “beweert Meelhuijsen in zijn onvolprezen boek “Revolutie in Soerabaja p.97-98 dat het comité dat besluit pas op 16 Oktober nam,” Het lijkt mij voor u nuttig een keertje goed te lezen: p. 97: Het hoofdkwartier van het Volksleger had daarop, op zaterdag 13 oktober (!!!!). Op 13 oktober om één uur ’s middags (…).,Verschillende PRI-vertegenwoordigers maakten op 13 oktober (…). p.98: Op 13 oktober [!!!} werd onder auspiciën van de PRI een comité opgericht, dat de naam kreeg van Panitia Tawanan Soerabaja (…). Volgens een andere bron werd dit comité door het KNID opgericht (…) 16 oktober (…). Misschien moet u die EXCEL-sheet, (wat eigenlijk niet meer is dan een rekenblad, maar vroeger ook wel eens gebruikt werd als tekstverwerker) vervangen door een goed dataprogramma. (ik ben van een andere generatie, met schoenendozen!). Meelhuijsen beweerde niets, hij had zijn bronnen op orde.
      “al voor 16 Oktober interneringen (een soort voorarrest!!!!!!) in Soerabaja plaatsvonden” Ik weet niets van een voorarrest van Europeanen af, maar ik weet natuurlijk minder dan u. Ik weet alleen van opgepakte Japanners waarvan er velen vermoord werden, o/a in de Boeboetangevangenis. Zelf ben ik omstreeks 20 oktober opgepakt, de exacte datum weet ik niet, wij hadden geen agenda’s, en ik werkte zeven dagen in de week..
      “wetenschapper Meelhuijsen” De heer Meelhuijsen was volgens mij geen wetenschapper. Maar wel inderdaad een “onvolprezen” boek, ik dacht twee drukken.
      “alle Nederlanders > 16 jaar.” Ik was nog 14! Dat systematische kan worden betwijfeld. Ik ben ook niet via een lijst opgepakt, maar gewoon met een sleepnet door de straat getrokken. En gezien het beperkte aantal gevangenen in lang niet alle straten. De burgerlijke stand was overigens sinds het begin van de Japanse bezetting niet meer systematisch bijgewerkt. Toen ik in 1946 op het gemeentehuis i.v.m. vertrek naar Nederland een attestatie de vita aanvroeg (ik was in de Simpangclub vermoord zoals u weet) bleek ik nog op mijn vooroorlogs adres te wonen. Gelukkig voor de PRI stond ik niet op een lijstje, anders hadden ze me nooit gevonden. Maar mogelijk waren er toch lijsten gemaakt, de meeste Nederlandse mannen waren niet opgepakt, waren kennelijk verhuisd.
      Voor overbrugging van de voedselboycot hadden mijn moeder en zus gelukkig nog baboe Soep. En gezien de vele overlevenden onder de Nederlandse vrouwen en kinderen hadden velen nog Inlands personeel, dat gewoon naar de pasar ging.

      • Ælle zegt:

        Walburg Pers beweert dat het boek de meest dramatische episodes van de dekolonisatie in N-I bevat. Wat was voor u en uw familie, Jan, of zoals u wilt, geachte heer Somers, de meest dramatische episode? En leest u dat dan ook terug in het boek?
        Het zou goed zijn als u dat hier uitgebreid op de Javapost zou doen.
        Fyi, geachte lezer, het zgn. onvolprezen boek weegt één kilo.
        Welterusten.

      • Jan A, Somers zegt:

        “Walburg Pers beweert” De redactie van Walburgpers (mijn oudste dochter was daar vrijwillig bij en was ook medewerker van de SMGI) had grote moeite met het manuscript. Eén grote soep van gebeurtenissen, overal in de stad was op elk moment iets anders aan de hand, met uiteenlopende getuigenverklaringen. Maar wel compleet, met een waslijst aan bronvermeldingen. Sinds die tijd heb ik het motto: opgeschreven chaos is chaos. (zoals het ook hoort). Niet een normaal geschiedenisboek, met de gebeurtenissen keurig op een rij, met uitgebreide uitleg. Er was dan ook geen rij, geen tijdlijn, en geen verklaringen. Daardoor ook slecht leesbaar, maar dat is nou net de essentie van ‘Soerabaja’. Als je dat door hebt, weet je het ook. In mijn ogen niet geschikt als digitale uitgave. Opzoeken is dan bijna onmogelijk. Je moet bladeren, en geluk hebben als de serendipiteit toeslaat. Meest dramatisch zou ik het niet willen noemen (de verkoopafdeling wil ook wat!), maar het waren wel alle mogelijke gebeurtenissen in een kort tijdsbestek, op één plaats. Met een enorme verscheidenheid aan actoren.
        Het gekke is dat ik er midden in stond, maar er weinig van mee kreeg. Denk er wel om, Soerabaja is een grote stad. Vergelijk dat eens met Den Haag. Als er op het Plein een grote demonstratie is, met politie, wapenstok e.d., merk je daar in de Spuistraat niets van, het winkelen wordt niet verstoord, dat zie je dan later op TV/krant. ’s Ochtends werkte ik op de melkerij, even buiten de stad, ’s middags melk bezorgen op de fiets. Mijn moeder had tijdens mijn eten en mandiën alles gebotteld en de boter klaargemaakt. Je merkte dan wel demonstraties, opstootjes, moordpartijen, maar als je je daar niet mee bemoeide had je er ook geen last van. En al die macho-figuren natuurlijk wel bewonderend toeknikken. Ik had voor mijn ritten van een Indonesische huisarts, en later van RAPWI, een mooi stukje papier met handtekeningen en mooie tjaps, en een roodwit strikje van baboe Soep. Moeilijker werd het toen ik ook ‘slachtoffer’ werd, maar eigenlijk maakte ik mij daar niet druk over, ik onderging het, en wist soms een uitweg te vinden. Op een avond, ik had net gegeten en gemandied, werd ik opgehaald en naar de Simpangclub gebracht. Het was daar druk, en de atmosfeer onheilspellend. Dan ga je denken, hier moet ik weg. Binnen was het een grote ellende. Ik stond in een rij, naast een uitgaande rij. Dat zag er niet fris uit. In de drukte schoof ik uit mijn rij naar die uitgaande rij en kwam zo weer buiten. In een volle vrachtauto naar de Werfstraatgevangenis. Om daar binnen te komen was het spitsroeden lopen tussen fout volk. Hard lopen en midden in de groep blijven, waardoor ik zonder schade binnen kwam. Daar was het rustig. Ik denk door de professionele gevangenbewaarders die raad wisten met de situatie. Volgens latere verhalen zou het daar levensbedreigend zijn geweest, maar afgemeten aan mijn eerdere ervaring in die gevangenis bij de Kenpeitai vond ik het nu rustig. Inderdaad vonden de slechtste momenten van de bersiap plaats buiten de gevangenis, waar mijn moeder en zus mee te maken hadden. zij hadden ook bericht ontvangen dat ik in de Simpangclub was vermoord. Zij hebben het moeilijker gehad dan ik. Mijn vader zat rustig in Singapore, en mijn broer in een interneringskamp in Tjimahi.. Wel liepen in de gevangenis af en toe wat rambo’s rond, zwaaiend met allerlei wapens, maar die moest je bewonderend toeknikken. Er zat gelukkig ook een traliedeur tussen ons. De bevrijding was natuurlijk een bloedbad, maar ik kan me daar alleen de bevrijdingseuforie van herinneren, de dode mensen op de grond als figuranten (sorry voor die opmerking). En een man die met blauwe verf banen schilderde onder roodwitte graffiti. Met bij ons alleen de stomme vraag: waar haalt zo’n man, in deze situatie, een pot blauwe verf vandaan? Bij mij kwam die situatie pas later goed over. Bij het zoeken en bergen van verminkte, aangerotte en aangevreten stoffelijke resten, bij het niet aantreffen van mijn moeder en zus, en het rondlopen op Kembang Kuning. Dan komt het: was ik echt hierbij? Ja, maar dat is nu gelukkig geschiedenis.
        U ziet wel, geen PTSS! Ik heb hierover in Javapost een paar stukjes geschreven. In het zoekvakje ‘somers’ typen!

      • Paul Vermaes zegt:

        Geachte Jan A, Somers,
        Weer een prachtige bijdrage! Dank u.
        Misschien mag ik u een suggestie doen met betrekking tot uw vraag @ Met bij ons alleen de stomme vraag: waar haalt zo’n man, in deze situatie, een pot blauwe verf vandaan? @
        Ieder gezin had in het arsenaal van de baboe tjoetji “blauwsel” om witte lakens en overhemden extra wit te laten lijken. Een beetje water erbij en je hebt blauwe muurverf…
        Paul Vermaes

  33. Peter van den Briek zegt:

    Mijn kritiek op Meelhuijsen is dat hij geen éénduidig standpunten inneemt voor gebeurtenissen in Soerabaja. Niet alleen hoe de razzia’s op Nederlanders plaatsvond maar ook de precieze datum en tijdstip dat de ontploffing van de munitidepots op de Marinebasis plaatsvond p.90-91 Hij geeft de 3 standpunten aan: Japans/Indonesisch/Nederlands maar geeft ondanks de gedetaillleerde standpunten niet aan wat er precies aan de hand was. Dat is toch zijn taak als onderzoeker met wetenschappelijke pretenties.

    Daargelaten dat de herkomst van zijn bronnen soms erg te wensen over laat, ik spreek maar niet over de gebeurtenissen bij de Werfstraatgevangenis. Het niet vermelden van Britse militaire bronnen zoals de getuigenis van Gen. Christison, toch de Commanding Officer van de operaties in Surabaya, leidt tot het trekken van voorbarige conclusies.

    • Jan A, Somers zegt:

      “munitidepots op de Marinebasis plaatsvond “Waarom toch weer zo onzorgvuldig gelezen? Op de marinebasis waren geen munitiedepots, die waren op Kamal, Madoera. Dat staat diverse malen geschreven! Meerdere beschrijvingen genoemd, dat is toch mooi?
      “geeft ondanks de gedetaillleerde standpunten niet aan wat er precies aan de hand was” Dat de verantwoordelijk officieren zelfmoord pleegden? Als hij elke ontplofte granaat zou hebben genoemd, zou hij ruzie met onze kepala kampong hebben gekregen. Het is toch geen rapport van de foerier? Bovendien was Meelhuijsen geen onderzoeker met wetenschappelijke pretenties.
      “Commanding Officer van de operaties in Surabaya” Er waren helemaal geen Britse operaties in Soerabaja! Laar staan op Madoera.

    • Peter van den Broek zegt:

      Meelhuijsen geeft zelf aan dat het betreffende comite op 13 of op 16 Oktober werd opgericht. De juiste datum is voor het begrijpen van de Bersiasp wel belangrijk . Of het ene of het andere is waar,zo is de logica. Dat zal Meelhuijsen toch ook wel begrijpen.Maar hij laat de keus aan de lezer over, zo blijf ik in het ongewisse., ongeveer 1600, slag bij Nieuwpoort? Bij geschiedenis heb je niks erasn.

      Ik ga ervan uit dat het eerste waar is, waaom legt Meelhuijsen dan niet uit waarom de PRI, toch niet een kleine Volksbeweging anderen nodig had om Nederlanders in gevangenissen op te sluiten. Dan niet alleen , als het comité onder AUSPICIEN (sic) van de PRI was opgericht, wie waren dan de andere leden, pemoedas zoals de PRI?
      Als dat comité zo belangrijk en nodig was, wat was de rol van Bung Tomo die zon moordende rol bij de Simpang Club speelt en de bevolking via zijn radiouitzendingen opjutte. Als Meelhuijzen zijn bronnen zo goed op orde had, dan had hij die details toch kunnen geven, rekening houdend dat het volgens Walburg Pers om een van de meest dramatische gebeurtenissen in Surabaja gaat, althans vanuit Nederlands oogpunt.?
      Er gebeurde wel wat meer dramatische dingen in Soerabaja, zoals die 300 gedode Nederlanders en meer dan 600 Chinese slachtoffers.

      Volgens Meelhuijsen is de 2de mogelijkheid een KNID-gebeuren ook reel en vooral geloofwaardig aangezien er meerdere bronnen spreken over “Indonesische autoriteiten” maar dan klopt de datum niet. Meelhuijsen schijnt geen wetenschapper te zijn , wat hij dan wel is blijft ook duister.
      Dan begrijp ik best dat chaos dus chaos blijft, een wetenschapper als Mary van Delden had tenminste orde in de chaos geschapen, zie haar boek, trouwens een goed gestructureerd boek, methodisch verantwoord, ook zonder modern gebruik van Excel, tenminste ik weet het op de juiste manier te gebruiken, het meeste rekenwerk doe ik uit mijn hoofd.

      Ik moet weer vaststellen dat dat woord “voorarrest” om de hoek komt kijken. Ik moet weer zeggen dat voorarrest oneigenlijk en misplaats wordt gebruikt zowel voor Indisch als Indonesisch en Nederlands recht.

      • Jan A, Somers zegt:

        “dat het betreffende comite op 13 of op 16 Oktober werd opgericht” Goed lezen: “Op 13 oktober [!!!} werd onder auspiciën van de PRI een comité opgericht, dat de naam kreeg van Panitia Tawanan Soerabaja ” Begrijpend lezen niet eens nodig! Maar hij moet eerlijk blijven en ook nog een andere bron noemen: “Volgens een andere bron werd dit comité door het KNID opgericht (…) 16 oktober (…)”
        “ongeveer 1600, slag bij Nieuwpoort?” Dat was niet ongeveer! Precies 1600! Op de terugweg deed Prins Maurits Middelburg aan. De Zeeuwen lagen dwars bij de onderhandelingen over de oprichting van de VOC, en moesten over de bol geaaid worden. Maurits had veel gezag in Zeeland.
        “dat het volgens Walburg Pers om een van de meest dramatische gebeurtenissen in Surabaja gaat” Beter lezen! “Dit boek bevat het verslag van misschien wel de meest dramatische episodes van de dekolonisatie van Nederlands Indië.” Surabaja bestond nog niet, en moet trouwens met een y worden geschreven, j is in B.I. dj.
        “wat hij dan wel is blijft ook duister” Waarom zo moeilijk? Hij zou u toch ook niet gevraagd hebben wat u was? En je hoeft toch geen wetenschapper te zijn om een goed boek te schrijven? Ik (gezondheidstechnicus) ben geen professioneel historicus, en Herman Bussemaker (chemicus) ook niet. En op welke gronden bent u professioneel wetenschapper om het over de bersiap te hebben?
        “orde in de chaos geschapen, ” Ja, dat merk je goed.Er was geen angst, geen chaos, alles begrijpelijk keurig op een rij gezet. Zoals het hoort. En dus een totaal verkeerde indruk geeft wat het met de mensen heeft gedaan. Waar het niet begrijpelijk voor was, wat er morgen zou gebeuren. Angst! Zo zullen de jongeren nooit goed begrijpen wat er eigenlijk aan de hand was met al die mensen.
        ““voorarrest”” Ik vind het wel jammer dat woord, gebruikelijk in de media, te hebben gebruikt. In de wetboeken bestaat dat woord ook niet, het is voorlopige hechtenis. Tussen het oppakken en behandeling zit veel tijd, en je moet zo iemand toch ergens kwijt? Komt in Nederland vaak voor dat behandeling moet worden verdaagd doordat verdachte bij het overbrengen te laat komt, of helemaal niet.

      • Ron Geenen zegt:

        @Komt in Nederland vaak voor dat behandeling moet worden verdaagd doordat verdachte bij het overbrengen te laat komt, of helemaal niet.@
        Gewoon de persoon vrijlaten tegen hoge borgsom. Komt hij niet opdagen, is hij het geld kwijt.

      • Peter van den Broek zegt:

        Hier is sprake van voorlopige hechtenis noch voorarrest omdat de Nederlanders toentertijd geen strafbare feiten pleegden, noch dat een ernstig vermoeden was van een strafbaar feit om hechtenis/voorarrest te rechtvaardigen. Dat zijn voor de wet wel de vereisten tot voorlopige hechtenis/voorarrest.

        Om te stellen dat Nederlanderschap in Soerabaja van Oktober 1945 een strafbaar feit was, kan in Indonesisch ogen wellicht opgaan, maar lijkt me wel heel vergezocht, getuigt toch meer van zwarte humor.

      • Ron Geenen zegt:

        Zwarte humor? Hm!

      • Jan A, Somers zegt:

        “Dat zijn voor de wet wel de vereisten tot voorlopige hechtenis/voorarrest.” Dat klopt helemaal. Kijk maar eens in de IS, art. 35/36/37. Gewoon geregeld bij wet!. Maar dat had u zelf ook kunnen lezen. Dan ziet u toch meteen ook dat Nederlanderschap niet relevant is. Het gaat om wel, dan niet in Indië geboren. Makkelijk toch. Zelfs begrijpend lezen is niet nodig

      • Peter van den Broek De Andere Generatie zegt:

        Nou Heer Somers, il moet U wel teleurstellen, juristen hebben daarover een ander begrip, daar wordt anders over gedacht, de Rechtsbescherming bij de onderdanen i.c. Inheemsen/inlanders wordt bij in hechtenisneming anders geregeld , zie daarvoor het Wetboek van Strafrecht In Ned. Indie voor Europeanen en gelijksoortige Wetboek voor Inlanders.

        Het is geen kwestie van begrijpend lezen maar gewoon weten, zie ook het interessante artikel van de promovendus Mr. Jol dienaangaande https://openaccess.leidenuniv.nl/bitstream/handle/1887/60997/2017_Honderd_jaar_WvSr_N-I_oeStrafbladoe.pdf?sequence=1

        U dient wel een onderscheid te maken tussen wat de Wet IS regelt en wat WvSr N-I regelt, maar dat moet U eigenlijk weten.

      • Jan A, Somers zegt:

        “Inheemsen/inlanders wordt bij in hechtenisneming anders geregeld , zie daarvoor het Wetboek van Strafrecht In Ned. Indie voor Europeanen en gelijksoortige Wetboek voor Inlanders.” U heeft het nu ineens over Europeanen, die zijn onderdeel van de IS, daar worden die verschillen genoemd, en dat is correct. Maar eerst noemde u het Nederlanderschap, en dat is pas relevant als (Europese) nationaliteitsverschillen aan de orde komen. Maar ik had het steeds over de art. 35, 36 37, 38, IS. Daar wordt voor voorlopige hechtenis in beginsel helemaal geen rekening gehouden met ‘Europeaan’, laat staan Nederlanderschap! Alleen met al dan niet in Indië geboren. En dat was dan ook logisch.

  34. Peter van den Broek zegt:

    ik trek mijn reactie terug

  35. Peter van den Broek De Andere Generatie zegt:

    Ik weet weinig van de Indische toestanden van de Gouvernementsmarine af. Mijn aandacht gaat uit naar gebeurtenissen die voor de pre-Bersiappriode van historische betekenis zijn.

    Het gaat hierbij om schermutselingen tussen Nederlands-Indische troepen en Indonesische Nationalisten, die wellicht aanwijzingen geven voor het ontstaan van het Bersiapgeweld. Let wel de eerste maanden na de Japanse capitulatie was het in het voormalig Nederlands Indie relatief rustig. De Indonesiers handhaafden orde en gezag.

    Bersiap Borneo.docx
    Nederland was welgeteld met 1 bataljon KNIL-soldaten en 2 squadrons vliegtuigen bij de invasie van Borneo (1945) betrokken.
    Op 30 april/1 mei 1945 landden eenheden van de Australian Imperial Forces 9th Division en een compagnie van het 1ste bataljon KNIL op het eiland Tarakan van Borneo, in totaal 35.000 (inclusief Amerikaanse ondersteuningseenheden). De 2de companie KNIL bestond uit Ambonese infantrie o.l.v. Nederlandse officieren en hun taak was patrouille, verkenning en vertalen. Daarnaast kwam een eenheid NEFIS en NICA-personeel mee. In totaal landden er 140 Nederlanders.

    Twee maanden later landde de 7thAustralian division bij Balikpapan. De 1ste compagnie (ook Ambonese Infantrie) van het 1ste bataljon o.l.v. kapt. Jan Zijlstra kwam pas aan land nadat de Australisch troepenmacht de hoofdaanval lanceerde. Gen. MacArthur maakt in zijn dagcommunique voor het eerst melding van Nederlandse troepen.
    Dat het KNIL versterking kreeg van troepen uit Suriname is nieuw voor mij. Dat Frank Rijkaard op Borneo geboren is lijkt mij sterk, hij is van 1962.

    Vanaf het eerste moment van aankomst werd kapt. Jan Zijlstra geconfronteerd met“rebellie” van Indonesische Nationalisten. Er vielen zelfs doden aan indonesische zijde. De Ambonese troepen traden zo hardhandig op dat een Australische legercommandant, om de orde en rust te handhaven, genoodzaakt was deze ongedisciplineerde troep af te scheiden en te verplaatsen.

    De compagnie van kapt. Jan Zijlstra was één van de eerste Nederlandse troepen die op Java (Batavia) arriveerde.Ook daar werden zij geconfronteerd met opstandige Indonesische nationalisten. Ook daar traden zij hardhandig op. Gebruik van excessief geweld wordt niet uitgesloten.

    Er is tot nu toe weinig aandacht geschonken aan het Nederland militair optreden i.c. geweld in het begin van de Bersiap. Onduidelijk is wat het Nederlands militair beleid in de praktijk betekende.
    – Op Sumatra is het optreden van het Korps Insulinde (inclusief Westerling) bekend maar een alomvattend beeld in samenhang met de Bersiap ontbreekt.

    – Er is wat bekend over Borneo, maar wat het Nederlands optreden inclusief NEFIS en INCA inhield, is tenminste van Nederlandse zijde weinig aandacht geschonken alhoewel er talloze Australische publicatie bekend zijn. Daar speelt een rol dat Australische bronnen niet al te positief het Nederlandse optreden tijdens de Australische invasie van Borneo beschrijven.

    -Het Nederlands militair optreden op en rond Java is onduidelijk, op zijn minst niet gecoördineerd met de Britten en dan druk ik me eufemistisch uit. Zoals Nederlandse Marineschepen verschijnen niet aangekondigd of ongevraagd bij SEAC-operaties.

    De talloze Nederlandse provocaties spreekt boekdelen Het Nederlands beleid lijkt chaotisch maar zet ik de incidenten op een rij, dan krijg ik toch een ander beeld. Nederland heeft duidelijk en proportioneel bijgedragen aan de chaotische en ook Indische toestanden in de Bersiap.

    • Jan A, Somers zegt:

      “schermutselingen tussen Nederlands-Indische troepen en Indonesische Nationalisten,” Die hadden op Java/Sumatra niets met elkaar te maken. De eerste (kleine) KNIL-eenheden kwamen op 29 september in Batavia aan. De bersiap was net begonnen. In Soerabaja was de bersiap veel heviger, daar zijn nooit KNIL-eenheden geweest.
      “De Indonesiers handhaafden orde en gezag.” In Soerabaja was dat dus de Kenpeitai. Totdat ze van een Nederlandse marineofficier naar huis mochten. En u weet wat de heer Kecik over de Indonesische politie te vertellen had: “de politie die stond toe te kijken”.
      “Onduidelijk is wat het Nederlands militair beleid in de praktijk betekende.” Dat betekende niets, het militair gezag was in handen van SEAC. Buiten Java/Sumatra was de situatie totaal anders:
      Aangezien SEAC (South East Asia Command) niet in staat was geheel Indië te bevrijden, werd Australische hulp gevraagd. De Australische regering was hiertoe slechts bereid indien buiten SEAC een afzonderlijk Australisch opperbevel zou worden geschapen, globaal Borneo en Oost-Indonesië omvattend. Voor de bevrijding van Oost-Indonesië werd een op Borneo aanwezige Australische divisie beschikbaar gesteld.
      De Australiërs lieten, net als MacArthur en in tegenstelling tot Mountbatten, het burgerlijk bestuur volledig over aan NICA (Netherlands Indies Civil Affairs), geheel in lijn met het Civil Affairs Agreement dat met de Amerikanen (South West Pacific Area) was vastgelegd. Dat betekende dat NICA-ambtenaren van het begin af aan in contact en overleg kwamen met de plaatselijke Indonesische besturen en de plaatselijke leidende nationalisten. Die NICA-mensen gingen uit van de afspraken die vlak vóór de oorlog waren gemaakt: een rijksconferentie voor hervormingen op staatkundig gebied. NICA was er klaar voor.
      De Australiërs waren oorlogsmoe, maar de tijdens de oorlog in Australië geformeerde twaalf compagnieën infanterie, gevormd uit Indonesische en wat Nederlandse en Surinaamse militairen, waren uiteraard onvoldoende voor de overname van dat enorme gebied buiten Java en Sumatra. De Australiërs verleenden dan ook steun aan de plannen van de Nederlandse commandant in dat gebied, kolonel C. Giebel: voormalige Nederlandse krijgsgevangenen, ondanks hun slechte fysieke toestand, bewapenen en als KNIL-eenheden organiseren. Overal waar de nieuwe KNIL-compagnieën aankwamen, ruimden de Australiërs met vreugde het veld. Na vertrek van de laatste Australiërs werd het commando weer teruggegeven aan SEAC.
      In tegenstelling tot de chaos op Java en delen van Sumatra, was in een aantal regio’s (Borneo, de Grote Oost, Bangka, Billiton en de Riouw archipel) enige politieke stabiliteit bereikt en waren voorlopige vertegenwoordigende organisaties tot stand gekomen. Op 13 juli 1946 werd in Makassar het gezag over deze gebieden aan de Indische regering (niet de Nederlandse regering!) overgedragen. Die Engelse generaal kon met enige moeite een Brits erepeleton formeren om de vlag te strijken en van Mook had ook maar een handjevol KNIL-ers om de vlag te hijsen.
      Op 16 juli begon in Malino een conferentie met representanten uit die streken over verdere staatkundige ontwikkelingen. Van republikeinse kant werd deze bijeenkomst uiteraard als een marionettenvertoning voorgesteld. De deelnemers, en ook de aanvankelijk sceptisch gestemde journalisten, dachten hier anders over. Natuurlijk was er geen sprake van een volledige representatie van de bevolking, maar anderzijds was er ook geen sprake van een door de Indische regering geregisseerd evenement. Het belangrijkste was dat er overeenstemming was over de politieke toekomst als federatie.
      Na de capitulatie van Japan druppelden GM-ers uit gevangenschap weer binnen, officieren, werktuigkundigen, havenmeesters, loodsen, opzichters, commiezen bouwden op eigen initiatief en op eigen manier weer een dienst op, of struinden in groepjes havens af op zoek naar mogelijk te bergen schepen. En dat in de chaotische en uiterst gevaarlijke bersiaptijd op Java/Sumatra. In baaien in de Grote Oost werden kleine achtergelaten Amerikaanse schepen gevonden en ´buitgemaakt´. In de Filippijnen werden enkele overtollige Amerikaanse landingsschepen gekocht en omgebouwd. Een buitgemaakt Japans schip werd omgebouwd tot bebakeningsschip. Er werd flink langs elkaar heen gepraat en gewerkt, maar in korte tijd werd een redelijk opererende vloot opgebouwd. In Batavia werd de personeelsbezetting van de Dienst Scheepvaart versterkt met enkele marine-officieren, die bij afwezigheid van oorlogsschepen kennelijk zonder werk zaten.
      Van belang was de plaats in Indië waar dit alles gebeurde. De gebieden buiten Java en Sumatra! Ver weg van het revolutionaire geweld. Af en toe natuurlijk wel geknetter tussen nationalisten en het Indonesische bestuur, maar er werd bestuurd! Met de Indonesische politie als gezagsorgaan van dat bestuur. Het was in dat politiek vrij rustige systeem waar al vroeg NICA kwam te opereren.
      In 1946 kwamen de tijdens de oorlog in Amerika bestelde Higginsboten erbij, in te zetten voor politietaken. Van de Amerikaanse marine werden series landingsvaartuigen verworven. Drie van de acht gekochte Australische korvetten werden aan de GM toegewezen, alsmede drie zeelichters. Daarmee kon een groot aantal civiele taken op vrijwel dezelfde wijze als vóór de oorlog worden uitgevoerd. Op 27 februari 1947 werd de Dienst Scheepvaart opgewaardeerd tot Departement van Scheepvaart. Nadrukkelijk als zuiver Indische organisatie met een civiel karakter. Duidelijk onafhankelijk van de Koninklijke Marine zodat de marinecommandant niet meer zelfstandig gebruik kon maken van de schepen van de GM. Maar ook: het personeel dat sinds 1930 nauw samenwerkte met de Koninklijke Marine, en in de oorlog zelfs daarin was opgenomen, werd na de oorlog weer Indisch burgerlijk ambtenaar. Géén salaris dus over de oorlogsjaren, in tegenstelling tot hun militaire collega´s bij de Koninklijke Marine.
      In totaal voerde het nieuwe Departement de scepter over enkele honderden grotere en kleinere vaartuigen, waarmee alle uithoeken van het omvangrijke gebied werden bestreken. Zo was het weer mogelijk de meeste, ook kleine, bestuursposten te bezoeken. Overal waar ze kwamen werd dezelfde, gedurende de bezetting verwaarloosde situatie aangetroffen. Een wrak houten steigertje, met een vlaggenstok met een rood-witte vlag, en het opschrift ALRI (Angkatan Laut Republik Indonesia)-Hoofdkwartier. Een schildwacht gewapend met een geweer of een speer naarmate de post meer of minder belangrijk was. Op bezoek bij de kepala kampong was meestal ook de plaatselijke nationalistische leider aanwezig. Als ze verlegen waren met hun primitief kantoortje, werd het bezoek aan boord voortgezet, vergezeld van vrouw en kinderen. Bij een eerste bezoek was de administratie natuurlijk tijdrovend. De plaatselijke politieke verhoudingen, de technische staat van de post, het budget, salaris enz. Enkele keren bleken bestuurders en bemanningsleden oude bekenden van vóór de oorlog, resulterend in een geanimeerd gesprek. Soms was er ook geknetter. Deze bestuurders hadden het vertrouwen van NICA maar konden op enkele plekken zoals het zuiden van Celebes en Borneo niet op tegen infiltraties van de RI vanuit Java. En KNIL stelde daar ook weinig voor. Het scheen dat meerdere plaatselijke bestuurders al lang blij waren dat ene Westerling (op zijn manier) met zijn mensen hier optrad.
      Het scheepvaartverkeer nam op bewonderenswaardige wijze toe. Ten opzichte van de vooroorlogse toestand kreeg, bij afwezigheid van de KPM, het prauwverkeer een belangrijke rol. In Makassar stimuleerde het departement van economische zaken de organisatie van kustvaartrederijen, gesteund door een kredietfonds voor de bouw van zeilprauwen. Fraude, als gevolg van een gebrek aan toezicht, werd op de koop toe genomen. Die opleving kon overigens slechts in de politiek rustige gebieden goed op gang komen: het oostelijk deel van de archipel, de Molukken, Celebes, Borneo en de Kleine Soenda-eilanden. Omvangrijk driehoeksverkeer vond plaats tussen Makassar, Bandjermasin, Bali, Lombok. Al in april 1946 werd meer dan duizend ton producten door de zeilvaart in Bandjermasin aangebracht. Grote hoeveelheden goederen moesten worden getransporteerd: primaire levensmiddelen (zout, rijst, meel, suiker e.d.). Rode Kruispakketten, geneesmiddelen, kleding, schoeisel enz. uit enkele basishavens naar de buitengewesten. Duizenden tonnen kopra, rubber en andere exportproducten, alsmede tienduizenden drums benzine, smeerolie e.d. moesten over de archipel gedistribueerd worden. Honderden voertuigen van allerlei soort en afmetingen voor economische en overheidsdoelstellingen moesten worden verplaatst. Mannen, vrouwen en kinderen uit evacuatiecentra moesten naar veiliger oorden worden overgebracht en tevens moesten enige duizenden door de Japanners weggevoerde Indonesiërs weer naar hun plaats van herkomst worden teruggebracht. Ook moesten Japanse militairen naar hun repatriëringcentra worden gebracht. Kolen moesten vervoerd worden, zowel voor de scheepvaart zelf als voor industrie- en utiliteitsbedrijven.
      Half 1946 arriveerde te Tandjong Priok de gehele voorraad zeekaarten, zeemansgidsen e.d. van het Nederlandse kaartendepot in Sydney. Hiermee werd ook de afdeling hydrografie van de dienst van scheepvaart nieuw leven ingeblazen.
      “Nederland heeft duidelijk en proportioneel bijgedragen aan de chaotische en ook Indische toestanden in de Bersiap.” ????

      • Peter van den Broek De Andere Generatie zegt:

        Jammer Heer Somers. De Australiërs vielen onder MacArther SWPA. kijkt U maar naar de Slag om Borneo, daar waren Amerikanen bij betrokken. dus Uw hele verhaal daarover klopt niet.

      • Jan A, Somers zegt:

        “dus Uw hele verhaal daarover klopt niet” Ik had al zoveel over die SWPA geschreven dat ik mocht aannemen dat het bekend was. Het verhaal was al zo lang. Maar omdat u het nog steeds niet hebt begrepen ga ik maar weer selecteren, kopiëren, plakken:
        Tijdens de oorlog viel Indië (met uitzondering van Sumatra) onder SWPA van MacArthur. Maar aangezien Nederland niet bijdroeg aan de oorlog, en zijn capaciteit daar ook niet groot genoeg voor was, viel Indië buiten zijn belangstelling. Met Nieuw-Guinea als basis en springplank sloeg hij rechts af naar Japan, Indië letterlijk en figuurlijk links laten liggen. Australië had zijn troepen uit Europa/Afrika teruggetrokken (u weet wel, die grote schepen die door de GM door de Indische wateren moesten worden begeleid aangezien de KM gezellig in Oedjoeng bleef liggen), en wilde in Indië bijdragen aan zijn eigen verdediging. Dat vond MacArthur natuurlijk best, te beginnen bij Balikpapan i.v.m. de olie. Daarna begon een uitbreiding van het gezag door de Australiërs over de Grote Oost.
        Vanaf 15 augustus 1945 viel Indië onder SEAC (South East Asia Command) van Mountbatten. Aangezien SEAC niet in staat was geheel Indië te bevrijden, werd Australische hulp gevraagd. De Australische regering was hiertoe slechts bereid indien buiten SEAC een afzonderlijk Australisch opperbevel zou worden geschapen, globaal Borneo en Oost-Indonesië omvattend. Voor de bevrijding van Oost-Indonesië werd een op Borneo aanwezige Australische divisie beschikbaar gesteld.
        De Australiërs lieten, net als MacArthur en in tegenstelling tot Mountbatten, het burgerlijk bestuur volledig over aan NICA (Netherlands Indies Civil Affairs), geheel in lijn met het Civil Affairs Agreement dat door de Indische regering in Australië eerder met de Amerikanen was vastgelegd. De Australiërs hoefden hun land niet meer te verdedigen, en waren oorlogsmoe, maar de tijdens de oorlog in Australië geformeerde twaalf compagnieën infanterie, gevormd uit Indonesische en wat Nederlandse en Surinaamse militairen, waren uiteraard onvoldoende voor de overname van dat enorme gebied buiten Java en Sumatra. De Australiërs verleenden dan ook steun aan de plannen van de Nederlandse commandant in dat gebied, kolonel C. Giebel: voormalige Nederlandse krijgsgevangenen, ondanks hun slechte fysieke toestand, bewapenen en als KNIL-eenheden organiseren. Overal waar de nieuwe KNIL-compagnieën aankwamen, ruimden de Australiërs met vreugde het veld. Na vertrek van de laatste Australiërs werd het commando weer teruggegeven aan SEAC. Dat op haar beurt op 13 juli 1946 in Makassar aan de Indische regering (niet de Nederlandse regering!) werdovergedragen.
        Het is weer veel te lang geworden, maar nu snapt u het misschien.

      • e.m. zegt:

        @Het is weer veel te lang geworden, maar nu snapt u het misschien.@

        — Dag meneer Somers, u bent en blijft een goede leermeester. Ma’af …. maar sta mij toe op te merken, dat u mogelijk het vraagteken vergeten bent achter een m.i. retorische vraag!

        Overigens diep respect en groot compliment voor uw immer bedachtzame en leerzame bijdragen op reacties in het algemeen en trumpiaanse in het bijzonder, meneer Somers.

      • Peter van den Broek De Andere Generatie zegt:

        Ik hoef hier niets te snappen.

        Ik ga geen dingen uitleggen die evident zijn en ben vooral de leermeester, dat heb ik 15 maanden lang als officier-docent Economie op het Koninklijk instituut voor de Marine KIM gedaan.

        Ik verwijs naar het standaardwerk van Prof. Dr. L. de Jong “Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog 1939-1945” deel 11 C, Nederlands Indie III.

        Daar wordt duidelijk uitgelegd hoe de militaire verhoudingen SWPA en SEAC na 15 Augustus 1945 waren.
        http://loe.niod.knaw.nl/grijswaarden/De-Jong_Koninkrijk_deel-11c_bw.pdf

        Dhr Somers heeft een andere en creatieve zienswijze. Als hij dat begrijpelijk en geloofwaardig kan maken. , dan mag hij NIOD aangeven dat ze deel 11 C te beginnen bij blz 431 dienen te wijzigen: “de Amerikanen gaan niet naar Java”.

        Ik wens het duo Somers en Marawasin veel succes bij hun ontwikkelingswerk.

      • Peter van den Broek De Andere Generatie zegt:

        freudiaans!!!!!!!!!: moet zijn:…ben NIET de leermeester……

      • Jan A. Somers zegt:

        “leermeester, dat heb ik 15 maanden lang als officier-docent Economie op het Koninklijk instituut voor de Marine KIM gedaan.” U bent inderdaad een goede leermeester! Ik heb nu begrepen waar de beste stuurlui aan de wal vandaan komen. En dat u uw jonkers precies kon vertellen hoe of de operatie Product in elkaar stak.

      • Jan A, Somers zegt:

        “Dhr Somers heeft een andere en creatieve zienswijze. ” Sorry dat ik u heb gestoord in uw wetenschappelijk schrijven van uw boek. Ik had De Jong hierover een paar weken geleden nog nagelezen, maar nu weer eens uit de boekenkast gehaald. Bij mij was het p. 416, maar dat was nog de eerste druk. Dat ga ik een een site met verhalen uit Indië toch niet overschrijven als het verder voor het verhaal niet relevant is? Ik heb daar inderdaad een korte creatieve duiding van gemaakt uit zinnen als: “waren niet onder de indruk van de politieke noodzaak om Nederlands-Indië te heroveren”, en “Helfrich reageerde verbitterd”, en “Het plan voor de landingen op Java was geannuleerd”. Dan is mijn creatie, dat als je vanuit het Oosten komend rechtsaf slaat naar Japan toch duidelijk dat je Indië links laat liggen? (of bent u die Nederlandse uitdrukking al vergeten?). De details zijn in een verhaal niet van belang.
        Balikpapan heb ik toch ook genoemd? De atoombom was nog niet beschikbaar, gerekend werd op nog een jaar zwaar vechten, met langer wordende aanvoerlijnen. Bevoorrading met olie op kortere afstand was dus welkom. De Indische olie is lichte olie, petroleum, direct geschikt als lampolie en petroleummotoren. En met eenvoudige destillatie te splitsen in benzine en diesel. Ideaal. Dat was dan ook de enige actie van de Amerikanen in Indië, afgezien natuurlijk van Nieuw-Guinea als springplank. Dat rechtsafslaan hadden we allang begrepen. In de kranten was er elke week ergens wel een Japanse overwinning te melden. En als je de namen van al die eilanden even in je schoolatlas nakeek, zag je dat al die Japanse overwinningen steeds dichter bij Japan kwamen te liggen.

  36. Paul Vermaes zegt:

    Geachte Peter van den Broek,
    @officier-docent Economie op het Koninklijk instituut voor de Marine KIM@
    Mag ik daar meteen van profiteren? De laatste tijd ben ik erg gefocust op de schrijnende armoede, die ik destijds vanaf mijn 3de tot en met mijn 11de jaar onder Indonesiërs in Indonesië heb gezien. In een tijd dat de rupiah keihard was, zelfs in de Japanse tijd en de van Mook tijd. Die armoede heb ik als toerist in Indonesië nooit meer gezien zelfs nu je voor 1€ wel 16000 rupiahs kunt wisselen.
    Mijn vraag aan u is: drukten de Nederlanders en de Jappen te weinig rupiahs?

    • Peter van den Broek De Andere Generatie zegt:

      Geachte Heer Paul Vermaes.

      In de Japanse tijd werden er wel bankbiljetten gedrukt voor de geldcirculatie, maar in een oorlogseconomie gebeurde abnormale dingen. De Japanners konden wel voor het werk dat de mensen verrichten betalen, de mensen hadden daarom wel geld ter beschikking maar de vraag was of ze iets konden kopen. De Japanners sleepten veel grondstoffen maar ook levensmiddelen als rijst weg, er heerste danook hongersnood in Nederlands Indie.
      Het gebeurde ook dat de Japanners helemaal niet voor het werk betaalden zoals bij de Romusha’s.

      In de tijd van Van Mook, kolonisatieperiode, was er sprake van oorlogseconomie, er circuleerde direct na de Japanse capitulatie 3 verschillende geldmiddelen: bankbiljetten met Japanse opdruk, bankbiljetten met Indonesische opdruk en bankbiljetten met Nederlandse opdruk. Het enige geldmiddel dat algemene geaccepteerd was, waren munten, die hadden nog een tegenwaard in metaal.

      • Ron Geenen zegt:

        @Het gebeurde ook dat de Japanners helemaal niet voor het werk betaalden zoals bij de Romusha’s. @
        What about de Indische Nederlanders, Europeanen, Engelsen, Amerikanen, enz bij de Birma spoor en de Pakan Baru rail, en de vliegvelden aanleg bij o.a. de Molukken, enz?

      • Jan A, Somers zegt:

        Werkend bij het Rode Kruis in Soerabaja kregen we in december1945 – juli 1946 onze zakcentjes in flappen. Ik weet niet meer hoe of ze eruit zagen. Bij de toko of warong kregen we muntgeld als wisselgeld. Veel uitgaven hadden we niet, kleding, kost en inwoning waren gratis.

      • Paul Vermaes zegt:

        Geachte Peter van den Broek, Ron Genen en Jan A, Somers,

        Verpaupering van de Javanen en de oorzaken daarvan werden vrij goed beschreven door beide auteurs in hun respectievelijke boeken:
        2) Ernest Douwes Dekker (8okt1879 – 28aug1950)(Indo)
        1906 “Siman de Javaan”.
        1) Eduard Douwes Dekker (2mrt1820-19feb1887) (Multatuli) (oudoom van Ernst) 1860 verscheen het boek “Max Havelaar”.
        Multatuli schreef het uitdrukkelijk: onbetaalde arbeid is de vloek voor het Javaanse volk.
        Een Regent (vaak met erfopvolging) benoemd door de GG krijgt in geld een veelvoud aan honorarium dan zijn ambtelijke “broeder” de resident, maar kan en doet dat ook een groot beslag leggen op onbetaalde arbeid van zijn onderdanen, als die de eigen landerijen van de regent door hen liet bewerken. Het geld besteedde de regent eerder aan edelstenen, sieraden en ceremonie dan aan salarissen van zijn onderdanen.

        De BBC had een jaar of 20 geleden een aktie waarbij iedereen zijn oorlogservaringen in de Passific oorlog mocht plaatsen op een blog. Ik las daar het verhaal van een Britse ex-piloot, die beweerde dat de Britten bij toeval de drukpersen van het Japanse oorlogsheld hadden gevonden. Zij drukten grote hoeveelheden bankbiljetten en dat moesten de piloten over het republikeins gebied uitstrooien!
        Misschien is dat de verklaring waarom Peter A, Somers in december 1945 zijn soldij in flappen kreeg uitbetaald…

        Paul Vermaes

  37. Peter van den Broek De Andere Generatie zegt:

    Ik heb over de geldcirculatie in Nederlands Indie tussen 1940 en 1949 wel iets gelezen.
    De hoeveelheid in omloop zijnde munt- en bankpapier in de periode 1947 – 1949 steeg sterk. In maart 1947 was er ruim 1.1 miljard gulden in omloop, in maart 1948 bijna 1.4 miljard en in maart 1949 bijna 1.7 miljard.

    Logisch ook. De Nederlands Indische regering moest al die gouvernementsambtenaren betalen, zonder dat er belasting geheven werden, we waren tenslotte in oorlog. Daarnaast kwamen al die militairen uit Nederland volledig ten laste van de Nederlands Indische schatkist. Dan kan het Gouvernement wel de bankbiljettenpers laten draaien, maar op een gegeven moment houdt het wel op.

    Daar had het Gouvernement wat op bedacht. Ze, de zelfstandige Rechtseenheid Nederlands Indie importeerde goederen uit Nederland, dat ze betaalde met Nederlands geld geleend van de Staat der Nederlanden. .Dat geleend geld werd dus Nederlands Indische Staatsschuld en bij de Souvereiniteitsoverdracht werden deze schulden gepresenteerd aan de Indonesisch regering. Daar keken Suharto en Hatta wel van op.

    Interessante gegevens zijn te vinden in
    http://www.ibns.nl/wp-content/uploads/2014/08/money-in-paradise-0302.pdf

    Er kwam ook een zgn NICA-geld in omloop, Netherland Indies Civil Administration, maar er was weinig civiel aan. De Indonesiers noemden het NICA-geld “uang merah” (rood geld). . Een verklaring is dat de naam is ontleend aan het veel gebruikte rode biljet van 10 gulden. Een tweede verklaring is dat de naam is ontleend aan de doodstraf die de regering van de tegen het Nederlandse gezag strijdende Republiek Indonesia had gesteld op het bezit van dit geld.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s