Hoe de Hollander in Indië leeft

De laatste tijd lijkt over onze koloniale geschiedenis steeds meer met rode inkt te worden geschreven. Een politiek correct oordeel laat zich echter niet altijd hinderen door alle maatschappelijke meningen van destijds. Ter verdieping van onze kennis lichtte Java Post daarom een artikel uit Het  Nieuws van de Dag voor Nederlandsch-Indië, van 19 juli 1935, dat verscheen onder de titel “Hoe de Hollander in Indië leeft”.

Twee Europese mannen in jas toetoep, ca. 1910

Twee Europese mannen in jas toetoep, ca. 1910

“Het is een onmiskenbaar feit dat de Nederlander die na een Indische carriere repatrieert, zich van het moederland vervreemd voelt. Zijn verloven waren te kort om zich van deze vervreemding rekenschap te geven, vaak ook weigerde hij zich het gevoel te realiseren, luchtig denkend, dat het wel wennen zou als hij weer voorgoed in Holland was. Maar als het eenmaal zover is, als de tijd is aangebroken dat men voorgoed terug gaat, komt de desillusie. 

De familie, de vrienden en kennissen van vroeger, die het kleine land níet verlaten hebben, zij zijn mensen geworden, met wie men slechts weinig gemeen heeft. Men vindt Nederland klein, benepen en ongastvrij, hoezeer er nuances op die onderwaardering mogelijk zijn. Men verademt als men oud-Indischgasten ontmoet, kliekt weldra met hen bij elkaar, spreekt met weemoed van het goede, warme land en gaat allengs de oude Indische levenswijze volgen: thuis in pyjama lopen, vroeg op, een borrel om 12 uur, ´s middags slapen, liefst een baboe als er kinderen zijn. Men kent ze wel, die Indische gezinnen in Den Haag.

Een wonderlijk wezen

De Nederlander op zijn beurt vindt de oud-Indischgast een wonderlijk wezen uit een andere wereld, waarvan in elk geval zeker is, dat men hem vooral niet te logeren hebben. Hij laat namelijk altijd alle deuren open, is grenzeloos slordig, want hij denkt dat er voortdurend een dienstbode achter hem aanloopt om zijn rommel op te ruimen, hij knoeit met zijn as op de grond, staat op een onmogelijk uur op zodat je wakker schrikt en blijft als je nog een paar kostbare uren te slapen hebt, hij is altijd aan het baden zodat je nooit in je badkamer kunt, maakt er aanmerkingen op als Marietje ’s middags piano studeert, omdat hij slapen wil – wie doet dat nu op zo´n tijd!” -, drinkt jenever op onmogelijke uren, enz. Hij doorspekt zijn conversatie – die bovendien altijd over Indië gaat, wat niemand interesseert – met Maleise woorden die niemand verstaat, zegt achter elke zin ´ja?´, en zijn kinderen praten dusdanig Indisch, dat je ze helemaal niet verstaat. Zijn vrouw is nog erger; vroeger mochten we haar wel, maar nu loopt ze in die rare Indische pakken en klaagt over de kou. Alsof het lekker is om het altijd warm te hebben!

Wij zouden op deze wijze nog een hele tijd door kunnen gaan met het opsommen van wederzijdse grieven. Stellig zijn er oud-Indischgasten voor wie het bovenstaande niet opgaat en die het levende contact met de Nederlandse samenleving hebben hervonden. Stellig ook zijn er, die de vervreemding minder sterk gevoelen. Maar wie wat wij schreven niet naar de letter neemt, doch naar den geest, zal zover de meerderheid der oud-Indisch-gasten betreft, de juistheid er van erkennen.

Oorzaak der vervreemding

Verscheidene romans werden reeds aan het onderwerp gewijd en hebben gepoogd de vervreemding psychologisch te verklaren. Wij voor ons zijn er van overtuigd, dat de oplossing vrij eenvoudig is. Die twintig jaren of nog langer uit het vaderland weg is geweest en in totaal andere omstandigheden heeft geleefd, die zich heeft aangepast aan zijn nieuwe omgeving en haar gewoonten tijdelijk heeft geadopteerd, zal zich bij terugkeer in zijn land dusdanig onwennig gevoelen, dat een nieuwe aanpassing noodzakelijk is. Aanpassen is des te moeilijker naarmate men ouder is. Ook hij, die 20 à 25 jaren Amerika of in Zuid-Afrika is geweest, loopt grote kans zich nimmer meer in Nederland thuis te voelen. Voor de oud-Indischgast geldt dit nog veel sterker, omdat bij hem de aanpassing niet strikt noodzakelijk is; hij vindt mensen genoeg in gelijke omstandigheden, is geen eenzame in de woestijn, is daarom des te eerder geneigd zich de inspanning van het aanpassingsproces te besparen.

Dit alles geldt voor de grote meerderheid. Er is echter sprake van een kentering, een kentering die te maken heeft met  de verengelsing van het Indische leven.

De Engelse opvatting

De Engelsman heeft een andere opvatting van kolonisatie dan wij hadden, en deels – terecht! naar straks mag blijken – nóg hebben. De Engelsman in de tropen begint als het ware met het aanleggen van een golflink en een tennisveld, bouwt vervolgens ergens in de omgeving – of het een beetje ver is, doet er niet toe, – een buitenhuis. Hij acht het onnodig de taal der Inlanders te leren – als die zo dom zijn dat ze niet eens Engels verstaan, moeten ze dat maar leren. Hij begint zijn werk laat, op een Europees uur, behandelt halfbloeden als paria’s, en stuurde – nú is daar geen geld meer voor – zijn vrouw zelfs naar Engeland om te bevallen. Hij poogt kortom hardnekkig en tot de verst denkbare consequenties het aanpassingsproces aan de levenswijze in het vreemde land te vermijden, hij plant eenvoudig een stukje Engels leven over naar de tropen.

Liever dan direct op de bezwaren van dit systeem af te vliegen en het onder kritiek te bedelven, willen wij er de voordelen van opsommen, die straks tegen de nadelen kunnen worden afgewogen. Die voordelen zijn van psychologische aard en staan in onmiddellijk verband met wat wij hierboven geschreven hebben over de vervreemding tussen den oud-Indischgast en de Nederlander die in zijn land is gebleven. De vermijding dier vervreemding, ziedaar in het kort wat de Engelsman beoogt. Bij zijn terugkeer in Engeland zal zijn leven hetzelfde zijn als het in de tropen was, hij zal zich spoedig aanpassen, hij heeft door zijn levenswijze in de verre landen een nauw geestelijk contact bewaard met het moederland. Hij zal de taal horen, die hij altijd gesproken heeft, de sport bedrijven, die hij altijd bedreven heeft, in huizen wonen die bijna hetzelfde zijn als hij gewoon was, de pakken dragen die hij ook in de tropen droeg. Zijn land is hem even vertrouwd als toen hij wegging, hij voelt zich er thuis.

Dat dit voordelen heeft, dat het beter is dan het bij ons was, het behoeft eigenlijk nauwelijks nader betoog. De gevolgen toch der vervreemding zijn, dat men Indië beschouwt als een toevluchtsoord van mislukten, dat de kennis van de gemiddelde Nederlander van zijn prachtige koloniën bedenkelijk dicht het nulpunt nadert, tenzij er via effecten geld te verdienen valt, dat de gemoedsgesteldheid van de jongelui, die naar Indië gaan, somber is en dat hun ideaal is: vlug en veel geld te verdienen, dat in het zozeer noodzakelijke contact tussen moederland en koloniën kortsluiting komt, omdat de dynamische factor, de publieke opinie, al te zwak is.

Nu de nadelen van het Engelse systeem. Wij zeggen direct, dat die zo groot zijn, dat integrale navolging van het Engelse voorbeeld in Indië ten enenmale verwerpelijk is. Terecht zegt de Nederlander, dat een eerste eis voor een goede kolonisatie is, dat men de bevolking leert begrijpen en dit is slechts mogelijk, indien men haar taal spreekt; het gehele Engelse systeem trouwens bemoeilijkt het contact en de samenwerking met de Inlanders. Terecht redeneert de Hollander, dat in de tropen het fysieke weerstandsvermogen van eminent belang is, zodat een zekere mate van aanpassing aan het klimaat noodzakelijk is. Wanneer een huisvrouw, zoals wij vele Engelse dames in Singapore hebben zien doen, in de heetste middaguren gaat winkelen in stede van te rusten, moet dit op den duur fnuikend werken op het weerstandsvermogen. Wanneer men in een volmaakt Europees huis woont, iedere avond een Europese smoking draagt, negeert men de bezwaren van het klimaat op een wijze, die medisch niet verantwoord is.

Bezwaren der ouderen

Ziedaar dus schematisch de voor- en nadelen van de Engelse opvatting. Er zijn in Indië Nederlanders te over, die er geen goed woord voor over hebben. Men vindt ze vooral onder de ouderen, en loos zijn hun argumenten niet. Zij zeggen, dat een tot de hals gesloten jas – een jas toetoep – in de tropen verreweg het gerieflijkste kledingstuk is, dat het dwaasheid is om der wille van het Europees-doen een open jas met overhemd en das te dragen. Zij eten liefst rijst, doen niet aan sport, zijn voorstanders van de oude Indische huizen met een voorgalerij met schommelstoelen, zonder die warme kleden op de grond en aan de muur. Men zal reeds begrepen hebben dat wij het meeste heil zien in een middenweg tussen de Engelse en de Nederlandse opvatting. De gezondheid is in de tropen hoogst belangrijk, maar de band met het moederland is het ook. Het een brengt heil aan het lichaam, het ander aan de geest. De Nederlander in Indië moet zich aanpassen aan de andere omgeving, maar mag daar niet te ver in gaan.”

x

Dit bericht werd geplaatst in 9. Java Post. Bookmark de permalink .

31 reacties op Hoe de Hollander in Indië leeft

  1. Ron Geenen zegt:

    “”””””””””De familie, de vrienden en kennissen van vroeger, die het kleine land níet verlaten hebben, zij zijn mensen geworden, met wie men slechts weinig gemeen heeft. Men vindt Nederland klein, benepen en ongastvrij, hoezeer er nuances op die onderwaardering mogelijk zijn.”””””””””””

    Men vindt Nederland klein, benepen en ongastvrij is iets dat mijn moeder en haar broer als beroeps bij de MLD in ongeveer dezelfde tekst hebben verkondigd.

  2. Nelly Goldstein-Meijnema zegt:

    Ik zei altijd tegen mijn man: Jij bent een echte Hollander, altijd doe je de deuren dicht! Ik liet ze altijd achter me open, weet niet waarom, maar nu lees ik dat dit een Indische gewoonte is.
    (Geboren in Semarang in 1932)

    • Ron Geenen zegt:

      “””””Ik liet ze altijd achter me open”””””””

      Bij ons staan ook alle deuren open, zelf overdag de garage deur. Ook de badkamer deuren staan open. Wij lopen altijd via de keuken en de garage naar buiten. Voordeur is alleen gesloten en wordt geopend als iemand aanbelt.

  3. Gijs Koolemans Beynen zegt:

    Mijn vader beweerde altijd, dat de jas toetoep erg koel was, omdat de ruimte tussen de huid en de jas een soort schoorsteen was en in een voortdurende opwaartse luchtstroom resulteerde. Mijn ervaring, gebaseerd op schermpakken, is dat die luchtstroom erg warm en vochtig was. en het een hele opluchting was om na een schermoefening het schermvest uit te trekken.

    • Jan A. Somers zegt:

      Bij een goede winterjas of -jack moet je zo mogelijk die schoorsteentrek onderbreken. Of touwtjes aan de binnenkant (het best) of een riem. Een zomerjack lekker ruim kiezen.

      • Ron Geenen zegt:

        “”””””””Bij een goede winterjas of -jack moet je zo mogelijk die schoorsteentrek onderbreken. “”””””””””””””

        En als civiele ingenieur, wat is het advies aan de jonge dames met de korte rokjes zonder hen te kort te doen aan hun aantrekkelijkheid?

      • Jan A. Somers zegt:

        Leuke winterbroek ter afwisseling van de zomerdracht. Die meisjes in de winter in zomerdracht vind ik dom. Daarom ook niet aantrekkelijk met al dat bibberen.

      • Ron Geenen zegt:

        “”””””””””””Die meisjes in de winter in zomerdracht vind ik dom. “”””””””””

        Waar zijn de winters?

  4. Mijn twee jongere zusters hebben zich enorm snel in Nederland aangepast. Ik niet, ik was 19 jaar toen ik hier aankwam. Ben gevlucht… naar Engeland, naar Frankrijk, naar Zuid Afrika, naar Amerika, neer Zwitserland. Was 45 toen ik voorgoed hier weer in Nederland kwam wonen. Was in 1996 voor een maand terug in Indonesia. Ben 89 jaar oud, maar zou zo terug willen naar Malang,

  5. Jan A. Somers zegt:

    Kennelijk in de jaren dertig (Indië) en vijftig (Nederland) niet bij mijn ouders op bezoek geweest. Die deuren moet je inderdaad open laten staan, voor de Jaga Rumah, die moet af en toe onder de kolong zijn dutje kunnen doen. Samen met de Pontianak. Met een gat in haar rug waar ze stoute kindertjes in stopt. Een soort zwarte Piet, maar dan anders. Maar in Nederland kon je in die tijd in maar één kamer stoken. Vandaar. Ik wist niet dat Nederlanders het in Indië/Nederland zo moeilijk hadden. Mijn ouders zeiden: waar brood wordt gebakken ben ik thuis. Voor mij maakt het ook niet uit, alleen de mensen om mij heen zijn dan anders. Maar zo lang ze aardig tegen mij zijn vind ik het best.

  6. Robert Fermin zegt:

    Ik zal nooit vergeten, toen ik als 10 jarige jongen in 1947 in Holland aankwam wij scheel werden aangekeken. Onze hospita zei: “Die Indische rijstpikkers willen nu alles hebben”, toen mijn moeder om een hard gekookt ei vroeg voor ontbijt omdat ik zo ondervoed was.

  7. RLMertens zegt:

    Bas Veth; Het leven in Nederlandsch Indië 1900; – De Indisch man maakt in Indië een dolzinnig gebruik van de prerogatieven: positie, geld en blanke huid. Een Indisch man heeft gewoonlijk een lommerige manier van lopen. Zijn blik is bijna altijd ordinair, de huidkleur tanig geel of bleek. Hij is veelal alcoholist. Zelden gaat hij zonder grotere of kleinere ‘brom’ naar bed. Het karakteristieke van onze natie in Indië is, van inlandse zijde bekeken; jenever en kot-per-dom. Men begrijpt , dat ik hier aldoor spreek van de volbloed(!) Indisch man en dat de Indisch man van gemengd(!) bloed hier buiten beschouwing blijft.

  8. Peter zegt:

    Wat een karikatuur

  9. Surya Atmadja zegt:

    Bas Veth boekje was ooit een oude aankoop geweest , wist niet dat het later in pdf te lezen is( internet/dus gratis).
    Indrukken van een totok ( Justus van Mourik) heb ik 2 stuks, eentje is de nieuwe uitgaven (Van Stockum ) en eentje had mijn vrouw gekocht op 30 april (kon.dag)
    Eerst ben ik niet te spreken , wat moet ik mijn zo’n zo’n oude kreng( dacht dat het de eerste uitgave is , waar de kaft los zit , voor 1 of 2,5 euro gekocht).
    Als het “gerestaureerd” word dan kost het bijna 300 euro.

    • Maud Lebert zegt:

      “Being ‘Dutch’ in the Indies. A History of Creolisation and Empire 1500 -1920”.
      Ulbe Bosma en Remco Raben .
      Een heel interessant boek over dit thema

      • RLMertens zegt:

        @MaudLebert; ‘being Dutch’- Bas Veth; Indisch leven anno 1900; Hij houdt recepties en komt op recepties. Op de verjaardag van de regerende vorst in Nederland paradeert hij ‘netjes aangedaan’ op de receptie van het bestuurshoofd van het plaatsje waar hij woont. Heeft hij een hoge positie, dan houdt hij een speechje bij het bestuursmannetje(!); een resident of gouverneur. stereotyp is de slotzin; ‘en ik verzoek u, resident, onze gelukwensen te willen neerleggen aan de voet van de troon’.

      • Jan A. Somers zegt:

        “op de receptie van het bestuurshoofd van het plaatsje waar hij woont” Dat gebeurt hier in Nederland normaal toch ook? Of woont u in Verweggistan? Of kunt u de aankondigingen niet lezen? Receptie op het stadhuis! En ook bezigheden op de markt en pleinen. ’s Ochtends komen de Indonesische diplomaten op BZ een harinkje weghappen. In militaire dienst was er oranjebitter, niet om te zuipen! Het best kon je voor een grote plant gaan staan om na het heffen van het glas over je schouder netjes leeg te gieten. En toen we 60 jaar getrouwd waren kwam er een gelukwens van Koning/Koningin, Commissaris van de koning, en burgemeester. Laatstgenoemde wil zelfs bij je thuis komen, met fotograaf. Wil je dat niet, zoals wij, dan krijg je een mooie fruitmand. Waarom zou het in Indië anders zijn gegaan. Het is toch concordant? Ik denk dat het nu in Indonesië precies zo gaat op de Nationale Feestdag. Komen de Nederlandse diplomaten ook een vorkje meeprikken.

    • RLMertens zegt:

      @JASomers; ‘woont u in Verweggistan?’ – Bas Veth 1860-1922, leefde in Indië rond 1900 en beschreef zijn indrukken wo; ‘wie is toch die zonderling, die hier s’avond rondloopt, een inlander achter zich, steeds vervaarlijk zwaaiend met een stuk vuur? Ik dacht in alle onschuld met een gek te doen te hebben. Man, deze heer is de gouverneur! Zijn naderen is de donkerste duisternis kenbaar gemaakt door die brandende tali api!~Toppunt van rang aanstellerij! -Ik toefde enige jaren geleden ’n korte tijd in de Molukken. ’s Avonds om 8 uur trof het mij, dat de grote klok op het voorerf van de residentswoning geregeld 5 min. eerder de uren bromde, dan de bel van het fortje. Ik vroeg naar de oorzaak en men vertelde me, dat de plaats sedert de vete tussen resident en plaatselijke commandant 2 tijden op nahield; de residents- en de commandantstijd!
      -Een Indisch man is een ophakker, hij zal dit, hij zal dat. Hij heeft gezegd zus of zo. Hij verdomt het’.( deze uitdrukking is het merk voor een Indisch man)
      Note; Schrijver Willem Walraven over Veth; ‘ik las zijn boek in 1918 en nog geen maand geleden in 1941(!) weer; een boek die de gemoederen van zijn tijd aan het borrelen en koken heeft gebracht. Ik kan er geen enkel onwaarheid in ontdekken. En het viel me op, hoeveel er in Indië is verbeterd van al die narigheden, waarop Bas Veth heeft gewezen. Hij was de man die de moed had en bovendien zijn tijd ver vooruit was!’

  10. j.w.hoegen zegt:

    De Nederlandse gewoonte om te eten wat de Indische pot schaft , zorgde ervoor dat de sterfte onder de krijgsgevangenen bij Nederlanders half zo hoog was als bij Britten.

    • Jan A. Somers zegt:

      Dat vertelde mijn vader ook uit zijn ervaringen in Singapore.

    • Ron Geenen zegt:

      “””””””””””De Nederlandse gewoonte om te eten wat de Indische pot schaft “”””””””””

      Vooral veel lombok.

    • RLMertens zegt:

      @JWHoegen; ‘wat de Indische pot schaft’- Bas Veth; Indisch leven, anno 1900; De Indisch man is een vervaarlijke rijsttafel vreter, ‘eter’ is veel te zwak. Borden vol rijst met vieze poespas verdwijnen achter zijn kaken, tot hij, eten zat, zijn bed-tent op zoekt. Waar hij als een boa-constructor ligt te digireren(= verteren) tot 5 uur ’s middags. Die slang soort is echter geen alcoholist.
      Hij bezit aanleg voor corpulentie, pafferig vetzucht. Gemeenlijk is hij ook dikbuikig opgezet.

      • Jan A. Somers zegt:

        Leuk die oude verhalen. Mijn grootouders leefden rond die tijd in Indië, mijn moeder is in 1898 geboren. Geen corpulentie, pafferige vetzucht en dikbuikig opgezet. Mijn vader dronk vóór het middageten één pait (tegen malaria!), en eind van de middag nog een splitje. Je hebt kennelijk mensen in soorten.

  11. Peter van den Broek zegt:

    Dat de lagere sterfte onder de krijgsgevangenen bij Nederlanders significant minder was dan bij Britten werd veroorzaakt door de Nederlandse gewoonte om te eten wat de Indische pot , lijkt mij wel een bizar verhaal dat nadere toelichting behoeft.

    Een verhelderende uitleg is dat het Nederlands sterftecijfer zo laag was omdat de gevangengenomen Indo’s/Indo-Europeanen zich beter aan de barre kampomstandigheden aanpasten. Zij waren meer met de natuur vertrouwd , ze waren minder kieskeurig en wisten ook het minst maar wel eetbare uit de natuur te halen. Ik vond dat wel een geloofwaardige verklaring.

    De Stichting Herdenking Birma-Siam Spoorweg en Pakan Baroe Spoorweg (SHBSS) daarentegen had een meer door de koloniale maatschappij gekleurde verklaring waarom er minder Indo’s in de kampen stierven. Op de website van het SHBSS schreef het bestuurslid Giesbers, dat de Indo’s die DONKERDER van uiterlijk waren, door de Japanners als mede-Aziaten werden gezien en daarom een voorkeursbehandeling kregen. Volgens de Stichting stuurden de Japanners geen Indo’s vanuit Birma naar werkkampen in Japan, waar de krijgsgevangenen een gewisse dood wachtten.

    Ik was daarentegen door een Ervaringsdeskundige opmerkzaam gemaakt dat een Indo n.l. dhr Hakkenberg , een heuse MWO-drager wel naar een werkkamp in Japan werd getransporteerd en hij was niet de enige Indo. Er ontwikkelde een geanimeerde correspondentie tussen dhr Giesbers en mij, waarbij ik aangaf dat:

    a) zijn verhaal niet exact, de opmerking over Indo’s was niet de enige uitglijder
    b) hij de zorgvuldigheid in het woordgebruik niet in acht had genomen, die in het maatschappelijk verkeer betaamt
    c) hij zijn opmerking uit de losse mouw had geschud.
    d) de benaming van “donkerder van uiterlijk” wel als post-koloniaal racistisch betiteld mag worden, een belediging is voor het donkerder getint deel van zijn clubje.

    De eerste drie argumenten kunnen als niet uitputtende criteria beschouwd worden voor een geloofwaardige en goed verhaal

    De enerverende discussie werd helaas onderbroken door een interventie van mevr. Dr Lody Pieters de Voorzitter van die club. Van beroep communicatie deskundige schreef zij en ik citeer letterlijk :
    “kennelijk voor u onwelgevallige passages in de betreffende publicatie zijn historisch correct. We kunnen de geschiedenis helaas niet voor u herschrijven”.

    De groteske uitleg van de Stichting komt wel in een heel vreemd daglicht te staan als ik die leg naast de dodencijfers van Indonesiers, de zgn Romusha’s. Bronnen spreken van sterfpercentages tussen de 60 en 80%.

    • Jan A. Somers zegt:

      “sterfpercentages tussen de 60 en 80%” Dat zou best wel kunnen. Een tuinman van ons kwam eind 1944 ineens opdagen. Vel over been, zei praktisch niets. Mijn moeder had nog wat katjang idjoe wat ze als pap kookte. Hij slobberde het in een mum van tijd weg en verdween weer, zonder iets te zeggen. Ik had zo met hem te doen!

  12. j.w.hoegen zegt:

    Als ze het bos in mochten ,
    wisten ze wat te zoeken.

  13. RLMertens zegt:

    Willem van Walraven; ‘De samenleving hier is onnatuurlijk….De mensen (Europeanen), die hier geboren zijn en nooit wat anders hebben gezien, die missen veel en bezien de wereld gewoonlijk alleen van hun koloniaal overheersers standpunt, want kolonisatie, overheersing, imperialisme of hoe dat alles moet heten mag, is onnatuurlijk en schept onnatuurlijke toestanden en bij gevolg onnatuurlijke mentaliteiten. JAAvDoorn/socioloog; ‘Toch zullen maar weinig (Indisch)Nederlanders hun samenleving als onnatuurlijk hebben gezien. Wie dat werkelijk deed had moeite zijn aanwezigheid te verklaren en zijn plaats te vinden. Vandaar de vele argumenten ter rechtvaardiging van de Nederlandse rol; het opheffen/rijp maken van de bevolking, ereschuld etc’.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s