Ich hatt´ einen Kameraden

Een jaarlijkse herdenking op Arca Domas bij Bogor

Kranslegging Arca Domas

Van degenen die een band hebben met Nederlands-Indië en Indonesië zullen de meesten op de hoogte zijn van het bestaan van Nederlandse erevelden als Kembang Kuning, Ancol en Menteng Pulo. Echter slechts weinigen zullen weten dat ook de Duitsers in Indonesië een Friedhof  hebben en daar hun Trauertag vieren.
De Duitse Volkstrauertag valt samen met de afsluiting van het kerkelijk jaar. Steeds rond midden november, op de laatste zondag voorafgaand aan de advent, vindt een kleine sobere herdenking plaats op het Duitse grafveld Arca Domas in Cikopo bij Bogor. De Duitse ambassadeur en een Duitse militaire attaché leggen er kransen bij een tiental graven van Duitse mannen die hier in oorlogstijd het leven lieten.
Wie waren deze mannen? En waarom werden zij juist híer begraven, bij Bogor?  

De Canadese schrijver Geoffrey Bennett schreef over zijn eerste ontmoeting met de begraafplaats in zijn boek ´The Pepper Trader´. Tot zijn verrassing zag hij er een 3-meter hoog beeld, gelijkend op een stoepa, met het opschrift ´Dem tapferen Deutsch-Ostasiatischen Geschwader, 1914´, en: ´Aufgerichtet von Emil und Theodor Helfferich, 1926´. De Duitse gebroers Helfferich, eigenaren van een theeplantage op deze berghellingen, hadden uit eerbied voor de Duitse inzet tijdens de Eerste Wereldoorlog in dit gebied, hier, bovenop de restanten van een oude Hindoebegraafplaats, een ereteken opgericht.
Op het terrein naast het monument zag hij een tiental graven met de volgende inscripties:

ObLt H. Haake, U-196;  1914 – 30 Nov 1944
Lt Wilhelm Jens;  7 Nov 1907 – 12 Okt 1945
KptLt Herman Tangermann;  11 Okt 1910 – 23 Aug 1945
ObLt Friedrich Steinfeld, Kdt U-195;  15 Dez 1906 – 30 Nov 1945
Schiffszimmermann Eduard Onnen;  14 Dez 1906 – 15 Apr 1945
Lt. W. Martens;  – Okt 1945
ObGefr Willi Petschow;  31 Dez 1912 – 28 Sep 1945
ObLt Willi Schlummer;  – 12 Okt 1945
en twee graven met slechts als aanduiding Unbekannt.                               

Bennett verwonderde zich over de teksten:
´Iets klopte niet. Deze graven hadden geen enkele relatie met het monument. Deze mariniers waren niet de ´moedige´mannen van het Duitse Oost-Aziatische Squadron van 1914. Het waren nog jonge jongens toen de Helfferichs hun gedenkteken oprichtten. Tenminste twee van hen dienden op de beruchte U-boten van het Duitse ´Wolfpack´. Eén hunner, de 31-jarige Steinfeld, was kapitein geweest van de U-195. Om welke reden waren ze op Java terechtgekomen, zo ver van huis?´
De data waren ook bijzonder. Alleen Haake en Onnen stierven tijdens de oorlog, de anderen kort daarna. Maar, als de oorlog al voorbij was, wat was dan de reden van hun dood?

Duitse U-bootbases

De haven van Tandjoeng Priok

Na de internering door het Nederlands-Indische gouvernement van enkele duizenden Duitsers in mei 1940, was van een Duitse aanwezigheid in Nederlands-Indië nauwelijks nog enige sprake. Eind 1941 werden deze gevangenen naar Brits-Indië verscheept.
De interesse van de Heimat in Indië was hiermee echter niet verdwenen. Er  werden hier namelijk allerlei grondstoffen gewonnen zoals rubber, tin, molybdeen en wolfraam, grondstoffen die de Duitsers nodig hadden voor hun oorlogsindustrie. In samenwerking met de Japanners werden daarom enkele transporten georganiseerd. Het eerste daarvan verliep echter meteen desastreus. Vier van de vijf schepen werden door de Geallieerden de grond ingeboord. In mei 1943 werden nu met goedkeuring van de Japanners enkele U-boot bases aangelegd in Penang, Singapore, Batavia en Soerabaja. Vanaf dat moment zouden de transporten nog slechts met U-boten plaatsvinden.

De commandant van de vestiging in Batavia, luitenant dr. Hermann Kandeler, kreeg de Japanners zo ver dat de theeplantage van de gebroeders Helfferich in Tjikopo mocht worden gebruikt als ontspanningsoord voor de onderzeebootbemanningen. Albert Vehring, één van de overlevenden van de ramp met de Van Imhoff, kreeg er de leiding. De plantage werd tevens gebruikt voor de verbouw van allerlei voedingsgewassen. Terwijl de U-boten in Batavia en Soerabaja werden hersteld, hadden de bemanningen enkele weken van relatieve rust. Dat ´relatieve´  had dan weer betrekking op de manier waarop de mannen afreageerden op de spanning van de gevechtsoperaties: met veel drank en nachtelijk vertier. Voor velen van hen zou het overigens de laatste keer zijn.  

Een actie van de Zwaardvisch

De brug van de U-168

In de Oost-Aziatische wateren waren 42 U-boten operationeel. Slechts 13 daarvan zouden blijven drijven. Op 5 Oktober 1944 voer de U-168 onder leiding van luitenant-kapitein Helmut Pich van Batavia uit op weg naar Soerabaja. Nog dezelfde dag werd het door de Nederlandse onderzeeboot Hr. Ms. Zwaardvisch getorpedeerd, en zonk hierop naar de bodem. Van de bemanning ging 29 man verloren. De 27 overlevenden werden allen aan boord gehesen van de Zwaardvisch. De Duitse schrijver Zahorka schreef hierover later: ´Dit moet als een buitengewoon barmhartige daad van kapitein Goossens worden gezien, want zijn boot bevond zich in vijandelijke wateren, en volgens het maritieme oorlogsrecht hoeft een onderzeeboot vanwege de geringe ruimte aan boord geen schipbreukelingen op te nemen.´
De commandant van de Zwaardvisch, Ltz 1 H.A.W. Goossens, moet het risico gering hebben geacht. Hij deed wat op dat moment waarschijnlijk het meest logisch leek: 22 van de Duitse mannen werden overgezet op een zich in de nabijheid bevindend  vissersvaartuig om op de kust te worden afgezet. Vijf mannen, waaronder de commandant van de U-168, werden meegenomen naar Australië ter ondervraging.
De mannen die aan land waren gekomen, hadden het geluk overigens niet stééds aan hun zijde. De Japanners zagen hen aan voor Geallieerde spionnen. Pas na vele mishandelingen werd duidelijk dat sprake was van een misverstand. 

Verwarrende maanden

Na de capitulatie van de Duitsers in Europa, in mei 1945, stelden de Japanners de Duitse mariniers in Indië voor om door te vechten, maar dan aan hún kant. Het voorstel werd afgeslagen. De Duitsers ontdeden zich van hun militaire kleding en trokken zich terug op Tjikopo. Enkelen trokken in bij hun Indonesische liefjes.   
Toen enkele maanden later ook de Japanners capituleerden, woonden nog enkele honderden Duitsers in Tjikopo. De Britse Gurkha´s, niet bijzonder gehinderd door Europese gevoeligheden, verzochten de mannen steun te verlenen bij de verdediging van Nederlandse burgers in de opvangkampen in Buitenzorg. De Duitsers mochten hun uniformen weer aantrekken. Ze werden uitgerust met Britse wapens.
Bij de eerste schotenwisselingen was de verwarring groot. De Indonesiërs veronderstelden aanvankelijk dat het hier ´gevangenen´ van de Britten betrof en trachtten deze te bevrijden. Enkele Duitsers werden echter omgebracht omdat gedacht werd dat het Nederlanders waren.

Toen de Nederlandse kampbewoners hoorden dat ze bewaakt werden door Duitsers, werd een protest ingediend. Op verzoek van de Nederlandse autoriteiten werden de mannen in januari 1946 gevangengezet op het eiland Onrust voor de kust van Batavia. Ook hier weer werd een Duitser gedood, dit keer omdat deze man zich naar het oordeel van een bewaker te dicht bij de omheining begaf. Enkele andere Duitsers wisten van het eiland te ontsnappen en vochten later mee aan de kant van de Indonesiërs.
De slechte omstandigheden waaronder de gevangenen leefden verbeterden enigszins vanaf juli 1946, toen vertegenwoordigers van het Rode Kruis een kijkje kwamen nemen. Pas eind 1946 werden de Duitsers naar Hamburg gerepatrieerd.  

Soldatenfriedhof Arca Domas

Graven Arca Domas

Een tiental Duitsers heeft deze reis dus niet meer gehaald. In Tjikopo werd een graf gegraven voor Onnen, Petschow en Steinfeldt (overleden door ziekte), Tangermann (ongeluk), en Jens, Martens en Schlummer (gedood door Indonesiërs). Van de verdronken Haacke was weliswaar geen lichaam aanwezig, maar op verzoek van zijn familie werd ook ter nagedachtenis aan hem een plaatsje ingeruimd. Verder rusten hier nog twee mannen waarvan de namen onbekend zijn, omdat op hun eerste graf een houten kruis werd geplaatst en de tekst daarvan later onleesbaar was geworden.

En zo wordt nog ieder jaar op de Volkstrauertag hier in Cikopo een bescheiden herdenking gehouden, waarbij een trompettist Ich hatt’ einen Kameraden speelt, de ambassadeur herdenkt, en een geestelijke bidt:

´Vater unser im Himmel,
Geheiligt werde dein Name,
Und vergib uns unsere Schuld,
Wie auch wir vergeben unseren Schuldigern,
Denn dein ist das Reich, und die Kraft,
Und die Herrlichheit in Ewigkeit. Amen.´

Voor wie er bij wil zijn: dit jaar valt Volkstrauertag op 18 november.

x

Bronnen
Bennett, G., The Pepper Trader. Jakarta, 2006.
Zahorka, H., Die Geschichte des Deutschen Soldatenfriedhof Arca Domas in Indonesien http://www.bogor.indo.net.id/indonesien.deutschersoldatenfriedhof

Dit bericht werd geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 en getagged met , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

9 reacties op Ich hatt´ einen Kameraden

  1. Ik vind dit een mooi verhaal. Wat een verwarring heeft die oorlog meegebracht. Het doet mij ook denken aan de trieste geschiedenis van Dr Leo Jansen. “in Deze Halve Gevangenis,” een boek dat beslist een veel groter leespubliek waard is.

  2. Bert,
    Interessant stuk weer over die Duitsers. Nog een kleine aanvulling:
    Die matrozen van de Kriegsmarine amuseerden zich in Jakarta in de oorlog in een club in Zuid-Jakarta (Telokbetongweg), waar ook Indische bandjes regelmatig optraden. De officieren hadden hun club in de Black Cat, een nachtclub aan de Citadelweg (jalan Vetaran). Toen ik in 1971 in Jakarta kwam werken was de Black Cat ook weer een Duitse club! Deze oude Black Cat is inmiddels gesloopt, maar er is tegenwoordig een nieuwe dure nacht- en jazzclub van die naam elders in de stad.

    Peter Schumacher

    • buitenzorg zegt:

      Ook van mijn kant een aanvulling:

      De volgende uitspanningen werden bezocht door de Duitsers:
      Grand Hotel des Indes, overgenomen door de Japanners, was alleen voor officieren. Duitse officieren konden er eten zonder een uitnodiging van de Japanners te krijgen; ze kwamen er echter zelden. Het personeel was Indonesisch.
      Restaurant Capitool, geliefd bij marine-officieren. Goed eten. De serveersters waren Indo-Europees, de pianist – waarschijnlijk – een Zwitser. Japanners wilden de Duitsers hier wel eens een biertje geven.
      De Duitse officieren kwamen ook wel in een Chinees restaurant in de Benedenstad waar whisky werd verkocht. Over het algemeen waren de maaltijden in deze locaties goed, drank was soms lastig te krijgen. Er werd tussen 2,5 en 5 gulden voor een maaltijd betaald.

      De Black Cat werd vooral bezocht door dienstplichtigen. Het Harmonie Café werd alleen bezocht door Japanse burgers. Verder was er nog Cozy Corners, een barretje in Noordwijk, gerund door een Russische met Russische- en Indo-meisjes, later alleen bezocht door Japanse officieren. De Duitsers werd op enig moment verboden hier te komen, omdat men hen verdacht van spionage. De Japanners werden hier vaak straalbezopen en sloegen de meisjes. Deze laatsten wilden hier liever niet met Duitsers praten, omdat ze bang waren dat de Japanners jaloers zouden worden.
      Tenslotte was en nog een Duitse club, maar die is op enig moment gesloten.
      Voor de Japanse soldaten bestond een avondklok, om 20.00 uur. Alle restaurants en bars moesten worden gesloten om 23.00 uur. Daarna mochten alleen nog Japanse en Duitse officieren de straat op.

      Dit alles werd in Australië opgetekend uit de mond van één van de Duitse krijgsgevangenen van de U-168.

  3. j.w.hoegen. zegt:

    mooi.
    doet mij denken aan okt./.nov. 1945;
    darmo-ziekenhuis, soerabaja.
    als het donker werd kwamen de gurkha’s op zaal om te vrijen,
    liefst met een duitse vrouw met twee volwassen dochters,
    die hadden normale vrouwenfiguren.

  4. Ed Vos zegt:

    Bert, en geinteresseerden
    Misschien heb je iets aan deze site (let niet op het engels) ter aanvulling
    http://mahandisyoanata.multiply.com/photos/album/75/
    mvgr

    Ed

    • Eppeson Marawasin zegt:

      Ja; in dier voege dat een linkverwijzing in een reactie mij meer informatie verschafte over der Untergang der Van Imhoff (JAVAPOST: Batavia seint ‘Berlijn’ d.d. 25-05-2011).

  5. mhartmann zegt:

    Oblt. Willi Schlummer – 12. Oktober 1945 war der Bruder von meinem Opa.

  6. Ed Vos zegt:

    Indonesian researchers have just discovered the remnants of a torpedoed Nazi sub off the main island of Java just west of Indonesia. It’s the first time a German submarine has been found in the area — a discovery that’s giving historians new clues about what went on in the region during the war.
    http://io9.com/indonesian-archaeologists-find-sunken-nazi-sub-with-17-1469664295

    Het internet stond er vol van

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s