‘Treinkapers De Punt geliquideerd’

Treinstel na de beschieting

Treinstel na de beschieting

ASSEN – De mariniers die bij de bevrijdingsactie in de vroege ochtend van 11 juni 1977 de gekaapte trein bij De Punt binnenstormden, hebben nog levende en gewonde Zuid-Molukse kapers geëxecuteerd. Zeker drie en mogelijk vier van de kapers werden door mariniers doodgeschoten. De bij de bestorming omgekomen gijzelaar Rien van Baarsel is niet door een kogel uit een Moluks wapen om het leven gekomen, maar werd dodelijk getroffen door vuur van de mariniers.

Dat zijn de voornaamste conclusies van een onderzoek dat freelance-journalist Jan Beckers samen met Junus Ririmasse, één van de toenmalige kapers, heeft gedaan naar de ontknoping van de gijzelingsactie bij De Punt. Aan de hand van oude autopsierapporten, foto’s, tientallen gesprekken met betrokkenen en met steun van een forensisch patholoog trekken zij de conclusie dat ‘een aantal mariniers zich schuldig heeft gemaakt aan perversiteiten en zich te buiten ging aan een orgie van bloed en geweld’.    Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | Tags: , , , | 33 reacties

‘We wisten niet dat het zo veel waard was’

een wonderlijk, nogal lelijk houten beeld

“…een wonderlijk, nogal lelijk houten beeld”

Het Vrije Volk van 10 september 1971 meldde van een diefstal die geen diefstal bleek te zijn:

“Twee Amsterdamse studenten, 23 en 25 jaar oud, hadden een dag en een nacht feest gevierd, toen hun oog viel op een wonderlijk, nogal lelijk houten beeld. Ze Namen het mee uit de hal van het hotel waar het feest werd gehouden, niet wetend dat het beeld een Columbiaanse afgod voorstelde, door het Tropenmuseum aan het hotel in bruikleen afgestaan. Het was ƒ 5000 gulden waard. In de nacht van 14 op 15 mei omstreeks vier uur reden ze ermee op hun brommer door de Linnaeusstraat in Amsterdam-Oost tot een surveillancewagen van de politie langskwam en hen aanhield.
‘We waren dronken, we wisten nauwelijks wat we deden en we hadden er zeker geen idee van dat het beeld zoveel geld waard was’, zei de 23-jarige Theo N. gistermiddag voor de Amsterdamse politierechter. Zijn vriend, de 25-jarige Wim T., was niet ter zitting verschenen. De politierechter geloofde evenmin in diefstal en veroordeelde het tweetal wegens wederrechtelijk wegmaken van het beeld tot veertien dagen voorwaardelijke gevangenisstraf en ƒ 75 boete.”    Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | Tags: , , , , , | 11 reacties

Zeepost 2013/7

Het Museon vraagt uw aandacht voor de nieuwe expositie, vanaf 23 mei 2013:
‘Buitenkampers, de kleur van overleven’

Affiche tentoonstelling

Affiche tentoonstelling

Een paar maanden na de inval van Japan in 1942 begon in Nederlands-Indië de registratie van alle Nederlanders. Er werd daarbij onderscheid gemaakt tussen volbloed Nederlanders, totoks, en Indische Nederlanders, Indo’s. Met een afstammingsbewijs, een asal oesoel, kon bewezen worden dat er in de familie een Aziatische voorouder was. De totoks werden geïnterneerd, de Indo’s bleven buiten de kampen. In april 1943 ging het Japanse bestuur over tot een speciale registratie van niet-geïnterneerde Indische Nederlanders. Veel van hen werden toen alsnog naar de kampen gestuurd. Japanse ambtenaren bepaalden tot welke groep iemand hoorde. De tentoonstelling gaat over de Nederlands-Indische mensen die buiten het kamp bleven. Buitenkampers, de kleur van overleven is tot en met 27 oktober 2013 te zien.    Lees verder

Geplaatst in Zeepost | Tags: , , | 79 reacties

Oorlogsjeugd in Soerabaja (III)

Het protestants meisjesweeshuis, Van Hoogendorplaan 93, Soerabaja

Het protestants meisjesweeshuis in Soerabaja (opgericht in 1854) werd sinds 1936 geleid door directrice Addy Duvekot. In september 1943, toen zij door de Japanners werd geïnterneerd, werd haar taak overgenomen door mevrouw Kyander (de kinderen noemden haar ‘Oma’) die door haar Finse herkomst buiten het kamp wist te blijven. Mevrouw Kyander loodste het weeshuis verder door de oorlogsperiode, zij het niet zonder kleerscheuren.
De Java Post publiceert haar verslag in drie delen. Vandaag het derde en tevens laatste deel, over de bersiapperiode, eind 1945.

Soerabaja: burgers zoeken veilig heenkomen tijdens gevechtspauze

Soerabaja: burgers zoeken veilig heenkomen tijdens gevechtspauze

Door ‘Oma’ Kyander

Op 26 augustus 1945 kwamen in Soerabaja ineens vrouwen en kinderen uit de kampen. De stad was er in het geheel niet op voorbereid. Het Rode Kruis was net begonnen te werken, en er was schreeuwend gebrek aan onderdak. Dezelfde dag gaven wij ons adres op voor huisvesting van 40 vrouwen en kinderen. We maakten twee slaapzalen vrij, er kwamen drie bedden in de verbandkamer en onze eigen kinderen verhuisden zo veel mogelijk naar één slaapzaal (met matjes onder de bedden). De grootsten sliepen in de naaikamer, op de grond en op de tafels. Ik moet zeggen dat de kinderen deze maatregel zeer sportief namen, nooit klaagden over ongemak en naar beste vermogen geholpen hebben met de verzorging van onze logé´s. Dezelfde avond arriveerde al de eerste groep. De zieken werden in de ziekenkamer ondergebracht en verzorgd, de zwakken in de rustiger verbandkamer en de gezonden in de twee slaapzalen. We hadden voldoende voorraden in huis om hen allen te voeden, en dr. Thiel kwam ons dagelijks bezoeken voor medisch advies aan de zieken. Zo draaiden wij ongeveer twe weken door, totdat de buurt ontwaakte en het blijkbaar genant vond dat het weeshuis alle onkosten droeg voor de voeding van de evacuees terwijl de rest alleen toekeek als vrachtwagen na vrachtwagen vol vrouwen en kinderen bij ons werd gedeponeerd. In elk geval heeft de heer Yap in zijn blok een inzameling gehouden en ons een bedrag van f. 1500,- overhandigd als zeer welkome bijdrage in de kosten. Later hebben we ook hulp in natura gehad van het Rode Kruis.   Lees verder

Geplaatst in 3. Bersiap en Merdeka, 1945-1949 | Tags: , , , , , , | 6 reacties

Oorlogsjeugd in Soerabaja (II)

Het protestants meisjesweeshuis, Boeboetan 93-95
en Van Hoogendorplaan 93, Soerabaja

Het protestants meisjesweeshuis in Soerabaja (opgericht in 1854) werd sinds 1936 geleid door directrice Addy Duvekot. In september 1943, toen zij door de Japanners werd geïnterneerd, werd haar taak overgenomen door mevrouw Kyander (de kinderen noemden haar ‘Oma’) die door haar Finse herkomst buiten het kamp wist te blijven. Mevrouw Kyander loodste het weeshuis verder door de oorlogsperiode, zij het niet zonder kleerscheuren.
De Java Post publiceert haar verslag in drie delen. Vandaag deel II, over de periode 1943-1945.

Boeboetan, pasar

Boeboetan, pasar

Door ‘Oma’ Kyander

Enkele dagen na de benoeming van de nieuwe directeur ging alles rustig zijn gang, totdat op een ochtend een juffrouw bij ons verscheen, die zich voorstelde als Juffrouw Blondell, en meldde dat zij gestuurd was door Kastian en kwam werken voor de administratie. Ik wist van niets af en zei dat het beslist een vergissing was, dat we de administratie wel alleen afkonden en geen hulp zochten. Zij vertrok, maar een half uur later had ik Kastian op mijn dak, – een heel andere Kastian, dan ik kende! Hij was razend dat zijn orders geweigerd werden, en dreigde met de Kenpeitai en de PID als straf voor onze tegenwerking.
Het duurde lang voor ik hem tot bedaren kreeg, maar van de secretaresse kwam ik niet af. Ik moest beloven haar aan te nemen, à raison van f.30,- per maand, voor het bijhouden van onze boeken. Tenslotte zei de heer Kastian nog, dat hij “voor God op zijn knieën wou zweren” dat hij alleen het beste met ons voor had. Ik zei hem dat dat niet nodig was, en dat ik hem ook zonder dat volkomen geloofde.    Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , | 9 reacties

Oorlogsjeugd in Soerabaja (I)

Het protestants meisjesweeshuis, Boeboetan 93-95

Het protestants meisjesweeshuis in Soerabaja (opgericht in 1854) werd sinds 1936 geleid door directrice Addy Duvekot.  In september 1943, toen zij door de Japanners werd geïnterneerd, werd haar taak overgenomen door mevrouw Kyander (de kinderen noemden haar ‘Oma’) die door haar Finse herkomst buiten het kamp wist te blijven. Mevrouw Kyander loodste het weeshuis verder door de oorlogsperiode, zij het niet zonder kleerscheuren.
De Java Post publiceert haar verslag in drie delen.

Weeshuis Boeboetan, 1916

Weeshuis Boeboetan, 1913

Door ‘Oma’ Kyander

Op 2 maart 1942 bracht de heer Marlissa voor het laatst huishoudgeld voor het weeshuis. Tegelijkertijd ontvingen wij, mejuffruw Duvekot, mejuffrouw Sopacua en ik, salaris over de afgelopen maand februari en nog een maand noodsalaris. Begin april was de huishoudkas zowat leeg en stonden we dus voor het probleem ons verder zelf boven water te moeten houden, met 80 kinderen, en drie bedienden die wij een salaris moesten betalen. We begonnen er mee om ons eigen salaris in de kas te storten en boekten toen als lening van mej. Duvekot f. 400,- en van mij f. 300,-. Behalve dat, had ik onder mijn beheer nog spaargeld van werkende meisjes en hun verloofden, bij elkaar f. 1860,-, welk bedrag ik ook als lening boekte en voor het huishouden gebruikte. Dit laatste bedrag heb ik ongeveer een jaar later via de heer Van der Kraan teruggekregen en op zijn aanraden uit mijn boeken weggewerkt – zowel de lening als de terugbetaling, omdat hij vond dat de Nippen daarmee niets te maken hadden. Helaas is er later in de kerkboekhouding een vodje papier gevonden waarop stond “Aan weeshuis betaald f. 1860,-.”  Dit heeft me nog enkele pijnlijke momenten bij de Jap bezorgd omdat dit bedrag nergens stond ingeboekt. Maar, we hebben ons eruitgedraaid! Dit geld heb ik in de loop der jaren aan de betreffende meisjes teruggegeven als zij in geldnood waren – op enkele posten na, die bij mij nog te boek staan en die ik nog in oud Nederlands-Indisch Courant bij me heb.   Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , | 6 reacties

Tijd voor eerherstel Indië-weigeraars

Door Harry van Bommel en Nicoline de Hoog

Affiche van de CPN

Affiche van de CPN

De Nederlandse regering zou haast moeten maken met eerherstel van soldaten die in Indonesië dienstbevelen negeerden.

Kort na het begin van de koloniale oorlog tegen Indonesië weigerden drie Nederlandse mariniers het dienstbevel om een dorp op Oost-Java in brand te steken. Voor deze weigering kregen zij zware gevangenisstraffen opgelegd.

Inmiddels bestaat er weinig twijfel meer over dat het platbranden van het dorp geen proportionele maatregel was, maar vooral een represaille. Door te weigeren namen de drie mariniers in feite stelling tegen verwerpelijke, misdadige praktijken. Zij verdienen het daarom om postuum alsnog volledig eerherstel te krijgen.

Op 11 augustus 1947 naderde een patrouille van Nederlandse mariniers het dorp Soetodjajan. Aangekomen in het dorp werden de huizen uitgekamd op wapens en werd een deel ervan in brand gestoken. Dit zou nodig zijn geweest om een nabijgelegen weg veiliger te maken. Wie zich verzette, werd ter plaatse geëxecuteerd. De brandstichting was het antwoord op de landmijnen waar Nederlandse voertuigen een dag eerder op liepen.    Lees verder

Geplaatst in 3. Bersiap en Merdeka, 1945-1949 | Tags: , , , , , , , | 110 reacties