Verzetsheld verantwoordelijk voor bloedbaden in Indië

De Nederlandse regering biedt vandaag in Jakarta haar excuses aan voor twee bloedbaden in het voormalige Nederlands-Indië. De militair die voor die bloedbaden verantwoordelijk was, Jan Vermeulen, kreeg in 1949 de Bronzen Leeuw. Dat blijkt uit onderzoek van Trouw.

Jan Vermeulen

Jan Vermeulen

De Bronzen Leeuw is, op de Willemsorde na, de hoogste onderscheiding die de regering een militair kan toekennen. Vermeulen kreeg die versierselen voor zijn werk in het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Op het moment dat het eerste kabinet van Drees besloot tot uitreiking van die zelden toegekende onderscheiding, liep er tegen Vermeulen al enige tijd een strafrechtelijk vooronderzoek. De onafhankelijkheid van Indonesië eind 1949 voorkwam dat het toen een rechtszaak werd.

Vermeulen, overleden in 1989, diende tijdens de naoorlogse jaren onder kapitein Raymond Westerling, die berucht werd vanwege de naar hem vernoemde methode, in de commando-eenheid Depot Speciale Troepen. Deze DST werd eind 1946 naar Zuid-Celebes (nu Zuid-Sulawesi) gestuurd om er de orde te herstellen. Nederland was daar het gezag totaal kwijtgeraakt.

De methode van Westerling was het omsingelen van kampongs, waarna hij de mannen van de vrouwen en kinderen scheidde. Mannen over wie hij had vernomen dat ze lid waren van het verzet, liet hij naar voren komen om hen vervolgens te executeren.    Lees verder

Geplaatst in 3. Bersiap en Merdeka, 1945-1949 | Tags: , , , | 292 reacties

Het houtje hangt op rood

Door Adriaan Westermann (1904-1971)

Kampnummer, gedragen door POW´s in Japan, op borst of pet

Kampnummer, gedragen door POW´s in Japan, op borst of pet

In krijgsgevangenkamp Fukuoka 17 in Omuta, Japan, kregen we bij aankomst een nummer. De eerste 400 waren voor de Amerikanen, die zaten er al, daana de Aussies tot ongeveer 600, en daarna wij, tot ongeveer 900. Bij de indeling liepen vriendjes achter elkaar om zodoende in dezelfde sectie te komen. Maar de listige Japmans voorkwam dit door elk volgend nummer in een andere sectie te plaatsen. Daarna besliste hij ook nog over de ligplaats in de kamers en maakte voor iedereen een houtje met een nummer er op. Dit houtje was ongeveer 5 x 2 centimeter groot, en een halve centimeter dik. De nummers staan erop gedrukt met drukinkt.

In het houtje zit een gaatje. De gaatjes passen op spijkertjes zonder kop. Deze spijkertjes zitten in borden, twee per kamer en één bij de buitendeur van de barak. Op het houtje staat aan één kant een zwart, en aan de andere kant een rood nummer. Dit alles maakt deel uit van een controlesysteem, waarvan de bedoeling is dat ieder die de barak inloopt kan zien welke krijgsgevangene wát aan het doen is. Hangt een houtje op rood, dan is de gevangene aan het werk. Hangt het op zwart, dan is hij zich aan het verpozen. Is hij in de kamer, dan is het houtje op het kamerbord. Is hij niet dáár maar wél in het kamp, dan hangt het op het kamer-uitgaansbord. Is hij buiten het kamp, dan hangt het op het barakbord.    Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Diamantairs op Java

Door Jacques Lisser

Uit de erfenis van mijn vader komt een bijzondere foto: zes mannen in smoking. Mijn vader links op de voorgrond. Het bijzondere aan de foto is het feit dat het allen diamantairs betreft: een kleine groep professionals die zelden samenkwam en nooit samen werd gefotografeerd. Wie waren zij? Wat hadden zij gemeen? 

Diamantairs, ter gelegenheid van het huwelijksfeest van de dochter van Hadji Soekoer bin Abdul Rachman in Solo, ca. 1930.

Diamantairs, ter gelegenheid van het huwelijksfeest van de dochter van Hadji Soekoer bin Abdul Rachman in Solo, ca. 1930.

Over diamantairs in Indië is, zover ik weet, nooit iets geschreven. Geen wonder, want het betrof maar een zeer kleine beroepsgroep. Zij vertegenwoordigden diamantbedrijven uit Europa (Nederland, Belgie, Engeland) en Amerika, en reisden rond over Java en de andere eilanden om hun handel aan de man te brengen. Het was hard werken, onder moeilijke omstandigheden.    Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , | 5 reacties

‘Alleen de wind is als vroeger´

Instructies voor evacuatie met een troepenschip

Uit Het Dagblad, Batavia, 15 februari 1946:

“Hoe zullen wij het straks aan boord hebben?”: het is een vraag die allen, die voornemens zijn te evacueren of te repatriëren, in meerdere of mindere mate bezig houdt.
Om nu te grote teleurstellingen van hen die het beeld van een vooroorlogse zeereis nog voor ogen hebben te voorkomen, en anderzijds de verhalen van pessimisten over gruwelijke ontberingen aan boord tot de ware proporties terug te brengen, meent het Centraal Evacuatiebureau goed te doen, ten behoeve van alle belanghebbenden, een korte beschouwing te geven over de schepen waarmee de evacuatie plaatsvindt.

Evacuees a/b van de Klipfontein, bij aankomst in Amsterdam, augustus 1946.

Evacuees a/b van de Klipfontein, bij aankomst in Amsterdam, augustus 1946.

Voorop staat, dat de ter beschikking gestelde vervoersgelegenheid uitsluitend bestaat uit troepenschepen. Aangezien er geen gelegenheid is geweest de troepenschepen geschikter te maken voor het evacuatievervoer, betekent dit dat de evacuees en repatriërenden — met uitzondering van ernstig zieken, die kunnen reizen met het speciaal voor ziekenvervoer ingerichte m.s. „Oranje” ongeveer dezelfde ervaring zullen moeten ondergaan als in de afgelopen jaren miljoenen geallieerde soldaten Om het onze reizigers, en vooral de vrouwen en kinderen onder hen, op deze drijvende kazernes iets ruimer te geven, wordt voor evacuatie slechts een gedeelte van de capaciteit der schepen benut.    Lees verder

Geplaatst in 4. Nederlands-Indië overzee | Tags: , , , | 16 reacties

Een zwarte augustus

Online bronnen m.b.t. Nederlands-Indië uit de lucht gehaald

De onthulling van monumenten is altijd feestelijk en gaat gepaard met ruime aandacht. De teloorgang is minder spectaculair: soms geleidelijk, soms abrupt, maar bijna altijd onopgemerkt. Met websites over de geschiedenis van Nederlands-Indië, monumenten op zich, is het niet anders. Opeens zijn ze er niet meer…

Erfgoed 'on line'

Erfgoed ‘on line’

Rond het jaar 2000 gaf de rijksoverheid opdracht tot het verrichten van groot onderzoek naar de geschiedenis van Nederlands-Indië en de repatriëring. Een paar jaar later mocht Stichting Het Gebaar een 35 miljoen uitgeven aan projecten om het erfgoed van Indië vast te leggen. Het moest allemaal blijven, zo vond men, en het mocht dus wat kosten. Het ging immers om een geschiedenis die nooit verloren mocht gaan.    Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | Tags: , , , | 70 reacties

Weduwen niet naar Jakarta

Van het advocatenkantoor dat de belangen van de weduwen van bij Politionele Acties omgebrachte Indonesiërs behartigt, de firma Böhler, verscheen deze week het volgende persbericht onder de titel “Weduwen vragen de Nederlandse Staat excuses uit te spreken op Zuid-Sulawesi”:

Enkele van de weduwen

Enkele van de weduwen

Amsterdam, 2 september 2013 – “De tien weduwen van de standrechtelijke executies uitgevoerd door Nederlandse militairen op Zuid-Sulawesi, in Indonesië, in 1947, hebben minister Timmermans gevraagd de excuses uit te spreken op Zuid-Sulawesi. Zij zijn te oud om naar Jakarta te reizen.    Lees verder

Geplaatst in 3. Bersiap en Merdeka, 1945-1949 | Tags: , , , , | 126 reacties

Zeepost 2013/10

Vragen en oproepen van lezers

Op zoek naar documenten over de verpleging in Nederlands-Indië

In verband met een wetenschappelijk artikel over de geschiedenis van de verpleging in Nederlands Indië ben ik op zoek naar ervaringen van (oud-) verplegers of verpleegsters, liefst in de vorm van brieven of dagboeken.

N. Stokvis-Cohen Stuart met leerling-verpleegkundigen in de verloskamer

N. Stokvis-Cohen Stuart met leerling-verpleegkundigen in de verloskamer

Voor 1900 waren er geen gediplomeerde verpleegsters/verplegers in Indië. Ziekenhuizen waren in die tijd niet populair, noch bij de Europeanen noch bij de inheemse bevolking. De combinatie van slechte hygiëne en onbetrouwbaar, ondeskundig personeel bezorgde de gouvernementsziekenhuizen een slechte naam. Een Europese arts schreef het volgende over de verpleging: het ‘waren gewone baboes “niet eens van ’t fijnste soort”. Ze hadden hun eigen “onfrissche plunje” aan met daarover als dienstkleding een wit schort. Lezen en schrijven konden ze niet; ze kenden alleen de cijfers van 0 tot 9 en waren daardoor in staat de thermometer af te lezen en de temperatuur te noteren. De voorschriften voor voeding en medicijnen moesten ze maar onthouden. Op de mannenzaal was het iets beter omdat de oppassers ten minste meestal lezen en schrijven konden.’ Bovendien leefde onder de inlandse bevolking het beeld dat in het stadsverband altijd alleen maar  ‘gepotongd’, letterlijk gesneden, in dit verband geopereerd, werd.  Logisch dus dat men zich liever thuis liet verplegen.   Lees verder

Geplaatst in Zeepost | Tags: , | 11 reacties