‘Amok! Amok! Amok!’

‘Allah-il-lah-Allah!’, steunde Kassan, zich oprichtend. Hij keerde zich naar de koelie: ‘Je hebt meneer gedood!’ ‘Ik heb hem gedood,’ antwoordde Toekimin rustig. De vrouw op de drempel, keek nu op van haar bezigheid, zag het lichaam op de grond liggen. Ze bleef even kijken, toen zonder een spier op haar gezicht te vertrekken, zei ze: ‘Ts…eh! De toewan is dood!’

In ‘Rubber’, de bekende roman van Madelon Székely-Lulofs (1932), doodt de koelie Toekimin, in een opwelling, de opzichter van de rubberplantage. Hij was ‘mata gelap’, gek geworden, één moment slechts. Daarna was hij weer rustig en liet zich geleidelijk wegvoeren.

Székely-Lulofs beschrijft hier een klassiek voorbeeld van een situatie die zich duizenden keren moet hebben voorgedaan in Nederlands-Indië: het schijnbaar willekeurig doden van één of meerdere personen in een vlaag van verstandsverbijstering.

amok_groot

Het ‘amok maken’, zo schrijven Bartelsman en Eckhardt in de Java Post (2012), moet worden gezien als een tropisch-psychiatrisch syndroom. Het werd al in de 17e eeuw beschreven door Europeanen in zowel Brits- als in Nederlands-Indië die te maken hadden met Maleisische en Javaanse opstandelingen. In deze beschrijvingen werd amok maken niet beschouwd als een psychiatrisch toestandsbeeld, maar als een militaire strategie, waarbij de strijdvoerders onder het uitroepen van het woord ‘amok’ een niets ontziende verrassingsaanval uitvoerden tot hun eigen dood daarop volgde. Dit doet denken aan de Japanse kamikazeactie, waarbij de aanval doelbewust plaatsvindt en gericht is op bepaalde personen. Bovendien werd de amokmaker gezien als een heldhaftige persoon, die zijn inzet voor de goede zaak met de dood moest bekopen. In de loop van de 19e eeuw verschoven de betekenis en interpretatie van het woord ‘amok’ naar een plotselinge onvoorbedachte daad voortkomend uit een achterliggend psychisch lijden.   Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , | 58 reacties

Mijn Javaanse grootmoeders (II)

Louis Doppert (1929) heeft zijn grootvaders niet gekend. Zij overleden lang voor zijn geboorte. Zijn veel jongere grootmoeders, Oma Mah en Oma Naomi, leefden echter tot na de Tweede Wereldoorlog. Zij vertelden hem van een ver verleden, van een wereld van sultans en paleizen, en van mystiek.

Door Louis Doppert

Grootmoeder Naomi (1866 – 1950)

Hoffotograaf Kassian Cephas, 1905.

Hoffotograaf Kassian Cephas, 1905.

Mijn oma van moederskant, Naomi, was dochter en tevens oudste kind van Kassian Cephas, de hof-fotograaf van Sultan Hamengkoe Boewono VII. De Sultan benoemde haar vader tot wedono-rodonas (hoofd-ordonnans).
Eens per jaar bracht de Sultan met groot gevolg een bezoek aan de gouverneur van Djokja. De Sultan reed dan in zijn statierijtuig Kareta Kjai Garoedo Djaksa Kentjono, de Gouden Zonnevogel Karos. Direct achter de koets reed te paard de wedono-rodonas, in een zwart uniform voorzien van een rode bandelier. Aan zijn rechterzijde reed kroonprins Hamengkoenegoro IV.

Het was duidelijk dat Cephas behoorde tot de vertrouwelingen van de Sultan. Kassian Cephas was de zoon van een Nederlander en Javaanse vrouw. Hij werd echter door zijn vader niet erkend, waardoor hij niet de status van Nederlander kreeg. Hij bleef dus een Inlander, een Javaan.
Zijn dochter Naomi Cephas trouwde met Christiaan Beem. Zij kregen een dochter Mathilde Frederika; zij werd mijn moeder.   Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , | 20 reacties

Mijn Javaanse grootmoeders (I)

Louis Doppert (1929) heeft zijn grootvaders niet gekend. Zij overleden lang voor zijn geboorte. Zijn veel jongere grootmoeders, Oma Mah en Oma Naomi, leefden echter tot na de Tweede Wereldoorlog. Zij vertelden hem van een ver verleden, van een wereld van sultans en paleizen, en van mystiek.

Door Louis Doppert

Grootmoeder Mah (1867-ca. 1948)

Zij groeide op in de Kraton Hadiningrat Surakarta, het ommuurde deel van de stad waar binnen zich het paleis van de Sunan bevindt. Mirah was geen prinses, maar met haar titel Radèn en haar grondbezit kunnen wij Radèn Mirahingsih  bestempelen als een Javaanse barones. Zij was ongeveer zestien jaar toen zij een relatie kreeg  met een veertig jaar oudere weduwnaar met kinderen, die  ouder waren dan zij. Hij heette Johan Wilhelm Doppert en was een zeer welgestelde landhuurder.[i] Johan Wilhelm werd geboren in 1827 en overleed in 1918.

Johan Wilhelm Doppert (midden achter) met zijn kinderen. Vermoedelijk gemaakt in 1917, ter gelegenheid van zijn 90-ste verjaardag. Helaas staat zijn vrouw Mirah/Mah niet op de foto. Van haar bestaat voor zover bekend geen afbeelding.

Johan Wilhelm Doppert (midden achter) met zijn kinderen. Vermoedelijk gemaakt in 1917, ter gelegenheid van zijn 90-ste verjaardag. Helaas staat zijn vrouw Mirah/Mah niet op de foto. Van haar bestaat voor zover bekend geen afbeelding.

Van  Mirah staan deze gegevens niet geregistreerd. Als ik uit mondelinge familie overlevering een schatting maak, dan is zij ca. 1867 geboren en gestorven in 1948.   Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , | 24 reacties

Collectieve regeling voor nabestaanden

Door Tineke Bennema en Jeffry Pondaag

Het waren ditmaal de kinderen van Indonesische slachtoffers, door Nederlands geweld omgebracht in 1947, die deze week verschenen voor de rechtbank in hun proces tegen de Nederlandse Staat. Kinderen toen, getuigen van de standrechtelijke executies van hun vaders door de KNIL in Zuid-Sulawesi tijdens de zogeheten Politionele Acties. Bejaarden nu: ze zijn rond de tachtig jaar. Eerder spanden de weduwen uit Zuid-Sulawesi een dergelijke rechtszaak aan, en nog eerder de weduwen uit Rawagede. Zij zijn nog ouder, de uitbetalingen voor de groep uit Zuid-Sulawesi laten op zich wachten, twee van hen zijn inmiddels overleden. De tijd dringt. Wij stellen een collectieve regeling voor van een schadevergoeding voor alle nabestaanden getroffen door Nederlandse oorlogsmisdaden begaan in Indonesie.

Nederlands militair transport van Indonesiërs

Nederlands militair transport van Indonesiërs

De Stichting Comite Nederlandse Ereschulden, bijgestaan door advocate Liesbeth Zegveld, haalde vrijdag de drie kinderen naar Nederland om te getuigen in hun proces dat op 28 augustus begon. De aanklacht is standrechtelijke executies in de twee dorpen Suppa en Bulakumba waarbij 460 mensen om het leven kwamen. De huizen werden in brand gestoken. De zaak van de weduwen is in 2013 gegrond verklaard en Nederland heeft excuses aangeboden. Premier Rutte stelde zelfs bij het proces van de weduwen in september 2013 dat ernstige gevallen die vergelijkbaar zijn in Zuid Sulawesi met Rawagede ook in aanmerking zullen komen voor schadevergoeding.   Lees verder

Geplaatst in 3. Bersiap en Merdeka, 1945-1949 | Tags: , , , | 31 reacties

Kembang Kuning – Gele Bloem

Kembang Kuning (Gele Bloem), is de naam van de begraafplaats in Surabaya waar Nederlandse militairen hun laatste rustplaats hebben gevonden. Tevens is het de naam van het laatste project van fotografe Marjolein van Pagee (1987, Goes). Veteranen blikken in de camera, en vertellen ons hun verhaal….

Door Marjolein van Pagee  

Jan van Pagee (1926-2005)

Jan van Pagee (1926-2005)

Mijn opa, Jan van Pagee (1926), werd als dienstplichtig marinier in 1947 uitgezonden naar Nederlands-Indië. Van 1947 – 1949 was hij gelegerd in Surabaya op Oost-Java. Net als zoveel van deze mannen zweeg hij over wat hij daar had meegemaakt. In 2005 is hij overleden. Toen ik een prachtig portret terugvond van hem op twintigjarige leeftijd, ben ik op zoek gegaan naar het verhaal achter deze foto.

Mijn opa was een eenvoudige Zeeuwse jongen, opgegroeid in een streng gereformeerd gezin. De kennismaking met het verre land en de oorlog die daar woedde zal ongetwijfeld een grote indruk op hem hebben gemaakt.

In de afgelopen vier jaar heb ik tientallen Nederlandse veteranen geïnterviewd en geportretteerd. Ik sprak met oude dorps-, klas- en bataljonsgenoten. De belevenissen van mijn opa vormen de rode draad waarmee ik een beeld wil schetsen van een van de laatste koloniale oorlogen die ons land voerde in ‘de verre Oost’.  Lees verder

Geplaatst in 3. Bersiap en Merdeka, 1945-1949 | Tags: , , , | 136 reacties

Nationale herdenking Roermond

Herdenkingstoespraak staatssecretaris Martin van Rijn bij het Nationaal Indië monument in Roermond op zaterdag 6 september 2014:

‘De laatste tijd, steeds meer, en luider, worden grenzen in twijfel getrokken. Of het nu in Afrika is, in de Oekraïne of in het Midden-Oosten.
Nationale regeringen en lokale strijdgroepen betwisten elkaar de macht. Duizenden laten hierbij het leven.
Vrede en vrijheid lijken soms ver weg.
Door de media en het internet worden we iedere dag geconfronteerd met beelden van deze strijd. Beelden die velen van u ongetwijfeld herinneringen doen oproepen aan uw eigen jeugdjaren, toen vrede en vrijheid – evenals nu – wereldthema´s waren.

Indie monument Roermond

x
Toen in Europa de strijd was gestreden, werden we geconfronteerd met de wens van de Indonesische bevolking tot zelfbeschikking. Het geweld van de Japanse bezetters was zó zwaar dat wij – toen de oorlog in de Pacific was afgelopen – ons niets anders konden voorstellen dan terug te keren naar de vooroorlogse situatie. Wij waren ons hierbij te weinig bewust van de vele veranderingen die daar inmiddels hadden plaatsgevonden. Terwijl op Java en overal elders in de archipel Indonesische strijdliederen werden gehoord, speelden wij nog het Wilhelmus. Zoals aan boord van het schip de Klipfontein, klaar voor vertrek in de haven van Amsterdam, op 3 september 1946.  Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | Tags: , , , , , | 20 reacties

De moord te Garoet

Mrs. Campbell MacFie

Mrs. Campbell MacFie

Op vrijdagmiddag 18 September 1925 arriveerde in Garoet met de trein uit Bandoeng een Australische dame, mrs. Campbell MacFie. Zij nam haar intrek in hotel Villa Dolce, waar haar door de manager een kamer werd toegewezen. ´s Avonds om ongeveer 9.30 uur werd zij voor het laatst aangesproken door één van de bedienden.
Omdat zij de volgende morgen niet bij het ontbijt en lunch verscheen, besloot de manager bij haar langs te gaan. Hij vond mevrouw Campbell MacFie levenloos in bed, bedekt met een deken. Meerdere steek- en snijwonden, ter hoogte van haar hals en borst, duidden op een brute moord.

Aldus begint het verhaal van een moord die niet alleen Garoet, maar zelfs heel Nederlands-Indië lange tijd bezig zou houden. Door de mooie omgeving had het plaatsje, ook wel Klein-Zwitserland genaamd, de afgelopen decennia grote faam gekregen als vakantie-oord voor natuurliefhebbers. In dit beeld pasten geen bloed en geweld.    Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , | 6 reacties