Zes weken op patrouille in Nederlands Nieuw-Guinea

In 1949 werd Indonesië onafhankelijk, Nieuw-Guinea bleef echter Nederlands.
Marinier Thomas Ernste (1922 – 2008) deed verslag van een patrouille, in 1951, vanuit Hollandia, en vertelt ons van de manier waarop het Nederlandse gezag in dit immense gebied werd gehandhaafd.

Door Thomas Ernste

Thomas Ernste, a/b van de Tabinta, onderweg naar Nieuw-Guinea (1950)

Thomas Ernste, a/b van de Tabinta, onderweg naar Nieuw-Guinea (1950)

Op 17 mei 1951 lag in de haven van Hollandia, aan de grote steiger, de Hr.Ms. Banckert afgemeerd. Toen om ongeveer 07.00 uur een gewapend detachement mariniers bepakt en gezakt op de steiger verscheen, werd het duidelijk dat er iets stond te gebeuren. Langzamerhand kwam er ook van andere zijde wat meer belangstelling en werd de houten steiger gevuld met politie, Papoea’s en andere belangstellenden. Even vóór negenen kwamen de stafofficieren van de Marine en trad een erewacht aan van de juist geëmbarkeerde mariniers.

Om 09.00 uur precies arriveerde de Gouverneur. Commando’s klonken, en na een korte inspectie van de aangetreden mariniers ging de Gouverneur aan boord. Hij zou meevaren tot Biak. Even over negenen, – ‘Los voor en achter!’ -, vertrok de Banckert voor een reis van zes weken. De mariniers zouden een zware reis voor de boeg hebben.

Het was een warme dag. Gelukkig, zodra wij de Hollandia Baai achter ons lieten en richting Biak voeren, kwam een weldadige zeekoelte ons tegemoet. Aanvankelijk bleven we vrij dicht bij de rotsachtige en dichtbegroeide kust en passeerden talloze kleine en grotere eilandjes die langs de noordkust van Nieuw-Guinea liggen. Ongeveer ter hoogte van Wakde wijzigden we koers en vervolgden onze weg via een noordelijker route.

Hr. Ms. Banckert (1950)

Hr. Ms. Banckert (1950)

De volgende dag waren we Biak dicht genoeg benaderd om meer te kunnen onderscheiden dan alleen de vage contouren. De hoge krijtachtige rotsen, oostelijk van de haven Sorido, aan de bovenzijde slechts begroeid met geheel of gedeeltelijk kapot geschoten bomen, roepen herinneringen op aan enkele jaren geleden, toen de Amerikanen hier de aanval begonnen en de Jappen verrasten tijdens hun maaltijd.
Het haventje van Sorido is klein en telt slechte één aanlegsteiger. Hier deden de mariniers de Gouverneur van Nieuw-Guinea uitgeleide. Een deel van het detachement werd nu gedebarkeerd, om in de richting van Bosnek, de belangrijkste plaats op het eiland, een tentenkamp te betrekken.   Lees verder

Geplaatst in 5. Indonesia | Tags: , , , , , , , | 4 reacties

De geheimzinnige Stephen Eilanden

In de wetenschap komt het regelmatig voor dat bepaalde visies later weer worden bijgesteld. Meestal gaat het echter ‘slechts’ om visies, en niet om objectieve feiten. Dat echter ook aperte onjuistheden hun eigen leven kunnen gaan leiden, blijkt uit de ‘ontdekking’ van de Stephen(s) Eilanden, een kleine eilandengroep ten noorden van Nieuw-Guinea.

Philip Carteret

Philip Carteret (1733-1796)

In 1933 schreef C.C.F.M. Le Roux, conservator van het Bataviaasch Museum, in het Tijdschrift van Indische Taal, Land- en Volkenkunde[1]:

‘Onlangs mocht ik uit handen van dr. J. Zwierzycki, één der bewerkers van de fraaie Geologische Overzichtskaart van den Nederlandsch-Indischen Archipel, een overdruk ontvangen uit het Jaarboek van het Mijnwezen in Nederlands-Indië (1927).
Tot mijn grote verwondering ontwaarde ik op het kaartblad (Schaal 1: 1.000 000) van Noord-Nieuw-Guinea, nagenoeg recht ten noorden van de Mamberamo-monding en op 175 km. in zee gelegen, twee tot dusver onbekende eilandjes ingetekend onder de naam Stephen Eilanden. Het grootste eiland heeft volgens de kaart een lengte van 4 kilometer, het kleinste, iets ten oosten daarvan, meet slechts een halve kilometer. Dicht om de groep zijn dieptelijnen aangebracht, welke de indruk wekken, dat deze eilandengroep hydrografisch behoorlijk in kaart is gebracht.   Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , | 10 reacties

De kast van Vergroesen

Door Bert Immerzeel

Mijn eerste echte kennismaking met Indië dateert van zo´n dertig jaar geleden. Na een tijdje voor de klas te hebben gestaan, kreeg ik een baan als onderzoeker bij het Bureau Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, in Diemen. Na lang soebatten hadden de vertegenwoordigers uit het Indische verzet het eindelijk voor elkaar gekregen dat er ook voor hen een buitengewone pensioenwet kwam. Toen de eerste aanvragen werden ingediend bleek echter dat er geen enkele ambtenaar was te vinden die de aanvragen op hun merites kon beoordelen. Eenvoudigweg omdat men te weinig wíst van dat verzet.
De enkele hiervoor aangewezen Abp-ambtenaren werden nu aangevuld met een 10-tal jonge academici, vooral historici, die de opdracht kregen om zo snel mogelijk de beperkte kennis aan te vullen.

Bureau Wiv, Diemen, eind jaren ´80.

Bureau Wiv, Diemen, eind jaren ´80.

Het was een merkwaardige betrekking. Terwijl de rest van Nederland bezig was met actuele zaken als een beurskrach en de val van de Muur, liepen wij in gedachten, achtervolgd door Japanners, door de jungle van Borneo of Nieuw-Guinea. In de praktijk kwam het er op neer dat we vooral veel verschillende archieven afliepen en daar zo ongeveer alles kopieerden wat los en vast zat.  Op ieder bureau grote stapels papier. En wij maar lezen en proberen onze weg te vinden in deze materie. Gelukkig kregen we er al snel enige grip op.   Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | Tags: , , , , | 4 reacties

Armoede op Java

Java werd tijdens de laatste bezettingsjaren geteisterd door een verschrikkelijke armoede en hongersnood. Naar schatting verloren tussen 2,5 en 4 miljoen burgers het leven. Louis Doppert, ten tijde van het gebeurde een 15-jarige Indo-jongen in Djokjakarta, doet verslag van zijn herinneringen.

Door Louis Doppert

Een ‘eigen weg’ verbindt de straat Ngoepassan met het hofje, dat uit drie huizen bestaat. In twee ervan woont de familie. Wij zijn verhuisd naar dit verscholen hoekje van de stad. De familie heeft zich in de loop van de oorlogsjaren uitgebreid en bestaat nu uit mijn grootmoeder, vier tantes , twee nichten, Mams, mijn zuster en ik. Het hofje en enkele aangrenzende huizen zijn eigendom van Oma en oom Frans.

Armoede op Java

Armoede op Java. Foto: Charles Breijer, februari 1947.

Inmiddels vier ik al drie jaar lang vakantie; kinderen van Nederlandse afkomst mogen van de Japanse autoriteiten geen onderwijs genieten. Een jeugdvriendin van Tante Wies geeft me clandestien wiskundelessen. Zo fiets ik twee keer per week naar haar toe met het huiswerk verstopt tussen hemd en zwetend lijf en de berichten van Radio Sydney verborgen in mijn geheugen.    Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , | 144 reacties

Het maalfeest

Door Leonie van Daalen-Röell

In ons nog jonge leven was dé grote jaarlijkse gebeurtenis het maalfeest, het oogstfeest van de suikerfabriek. ´s Ochtends vroeg konden we het geluid van de gamelan al horen. Mijn vriendin en ik verzekerden ons dat we op tijd zouden zijn om de Barongan en andere figuren te zien die om de trein heen dansten die de eerste suikerriet naar de fabriek zou brengen. Vooral die Barongan intrigeerde ons. Het was een oud mythisch beest gespeeld door twee mannelijke dansers, van wie de voorste zijn grote enge kop droeg en de achterste zijn lichaam. Op Bali hebben ze ook z´n tegenpool, Ranga, een heks en tegelijkertijd koningin van de onderwereld. Samen met Barong beeldt zij de strijd uit tussen goed en kwaad. Ik kan me niet herinneren dat ook zíj deel uitmaakte van de figuren die bij ons werden uitgebeeld.

Slametan maalfeest Tjepiring

Slametan maalfeest suikerfabriek Tjepiring

De Barongan vindt zijn oorsprong waarschijnlijk in de periode dat Java nog hindoeïstisch was. Het was een wezen dat vriendelijk maar ook angstaanjagend kon zijn. Wij, kinderen, vonden het prachtig om hem te zien dansen terwijl hij zijn manen liet wapperen en zijn grote muil steeds open en dicht deed.
Behalve de Barongan waren er reuzen op bamboe stokken en mannen die op koeda keppangs dansten, paarden gemaakt van beschilderde bamboematten. Het geluid van hun belletjes maakte het geheel feestelijk en paste wonderwel bij de sierlijke bewegingen van de reuzen.   Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , , | 14 reacties

Oorlogsstatistieken

Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (Niod) heeft jarenlang gegevens verzameld met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog en Indonesische onafhankelijkheidsstrijd. Ten behoeve van later onderzoek, en om het grote publiek enig inzicht te geven in de belangrijkheid van de gebeurtenissen, werden de cijfers op een rij gezet. Eerst op papier, en later op de website van het Niod.
Om deze gegevens meer bekendheid te geven, publiceert de Java Post hier nog een keer – zij het in enigszins aangepaste vorm – het gehele overzicht. Opdat we niet vergeten.

Krijgsgevangenen

De cijfers met betrekking tot de krijgsgevangenen werden in 1978 gepubliceerd door majoor drs. H.L. Zwitzer. Op basis van de in de archieven van de Koninklijke Marine en van het Koninklijke Nederlands-Indische Leger aanwezige gegevens kwam hij tot de conclusie dat van de Europese militairen in Nederlands-Indië in totaal 42.233 in krijgsgevangenschap zijn geraakt: 3.847 van de Koninklijke Marine, 36.869 van het KNIL, en 1.517 behorende tot de KNIL hulpkorpsen. Van deze 42.233 mannen zijn 8.200 omgekomen (19,4%). Marine 648 (16,8%), en KNIL en hulpkorpsen: 7.552 (19,6%).

Mevrouw B. Hartwig-Hoogeveen op de Europese begraafplaats Kembang Kuning te Soerabaja, waar de, op 20 februari 1942 te Balikpapan door het Japanse leger omgebrachte, kapitein H. W. Hartwig van het KNIL, in 1972 ten tweede male werd herbegraven. (Kitlv)

Mevrouw B. Hartwig-Hoogeveen op de Europese begraafplaats Kembang Kuning te Soerabaja, waar waar de, op 20 februari 1942 te Balikpapan door het Japanse leger omgebrachte, kapitein H. W. Hartwig van het KNIL, in 1972 ten tweede male werd herbegraven. (Kitlv)

Het sterftecijfer van de krijgsgevangenen van alle geallieerde nationaliteiten in de Pacific-oorlog samen lag op 27%. Het Amerikaanse was 34%, het Australische 33% en het Britse 32%. Wat het algemene sterftecijfer verlaagde was het lage percentage onder de Nederlanders: minder dan 20%. (Gavan Daws, ‘Gevangenen van de Japanners; Krijgsgevangenen in de Pacific gedurende de Tweede Wereldoorlog’, Baarn 1996, p. 409.)   Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , , , , , , , | 31 reacties

Rood Wit (Blauw)

Dit artikel verscheen eerder in de Volkskrant, 10 mei 2014.

Jan Somers (83) toont zijn portretfoto van toen. Een tengere jongen met een ernstig gezicht. Zijn vader was een blanda totok, een volbloed Nederlander, en was door de Japanners tijdens de Tweede Wereldoorlog krijgsgevangen gemaakt en vastgezet in Singapore. Zijn zus zat opgesloten in een vrouwenkamp op Java. Zijn broer in een mannenkamp op Bandung. Zijn moeder was Indisch en vrijgesteld. Jan zag eruit als een Indische jongen en zorgde dat zijn pasje kwijtraakte. Hij bleef liever thuis bij zijn moeder in Surabaya, wat toen nog Soerabaja heette.

Jan Somers

Jan Somers

‘Tijdens de Japanse bezetting ben ik begonnen met een eigen handeltje. We woonden in een huis met nog drie gezinnen. Het geld raakte op en wat doe je dan? Je moest van alles regelen om in leven te blijven. De fabrieken draaiden nog gewoon door. Er werd enorm gestolen, zeep, margarine, schoenen en kleren, en die spullen werden verkocht op de dievenpasar, een soort zwarte markt voor gestolen waar. Ik kocht daar mijn handeltje en dan fietste ik tien kilometer terug op een ouwe rotfiets naar mijn eigen buurt om daar de boel te verkopen.    Lees verder

Geplaatst in 3. Bersiap en Merdeka, 1945-1949 | Tags: , , , | 60 reacties