Wij stierven en zagen alles, zagen alles en stierven

x

Rouwkaart Hoexum/Van Rheeden.

Rouwkaart Hoexum/Van Rheeden.

Een kleine twee jaar geleden kreeg ik een mailtje van Herbert van Rheeden: of ik eens naar zijn manuscript wilde kijken en mee wilde denken over de mogelijkheid het te publiceren. Het stuk was te lang, en misschien te persoonlijk om in zijn geheel in de Java Post op te nemen. Met zijn goedvinden publiceerde ik uiteindelijk de hoofdstukken met een meer algemeen karakter.

In een drieluik over het Indisch-zijn leerden we Van Rheeden van zeer nabij kennen.  Hij schetste hierin niet alleen de Indische samenleving, maar legde ook steeds op bijzonder persoonlijke wijze, als betrof het psychotherapeutische studie, het verband tussen deze samenleving en zijn eigen persoonlijke functioneren. Zijn dubbele identiteit, Indisch en Nederlands, zat hem dwars.   Lees verder

Geplaatst in 7. In Memoriam | Tags: , , , | 1 reactie

‘Indiëgangers hebben nog miljoenen tegoed’

Uit De Volkskrant, 18 maart 2014:

De 380 duizend Nederlanders die tussen 1950 en 1970 Indonesië moesten ontvluchten, hebben nog miljoenen euro’s tegoed van de Nederlandse overheid. Maar ook banken en verzekeringsmaatschappijen hebben een forse schuld in te lossen aan hen. Een groot deel van de levensverzekeringen en banktegoeden, die na de inval van Japan zijn overgebracht naar New York, is nooit uitgekeerd.

Bloemkool pedis

Bloemkool pedis

Dat blijkt uit het komende week te verschijnen boek Opgevangen in Andijvielucht van journaliste Griselda Molemans. Molemans baseert zich op het rapport Netherlands Indies Money and Banking uit 17 juni 1945 dat in het archief van de Federal Reserve in New York ligt. Daaruit blijkt dat de zeventien grootste verzekeraars in Nederlands-Indië voor 251,8 miljoen gulden aan levensverzekeringen verkochten.    Lees verder

Geplaatst in 9. Java Post | Tags: , , , | 152 reacties

Rampok in Buitenzorg

Door Cornelis Schouten (Rapwi, 1946)

Het is 22 november 1945. Een reis naar Buitenzorg blijkt momenteel niet anders mogelijk dan onder gebruikmaking van een Brits konvooi en met toestemming van het hoofdkwartier. Op deze wijze kon schrijver dezes zich naar Buitenzorg begeven. Het konvooi bestond uit slechts drie legerwagens onder bevel van een Britse kapitein. De troepen waren Punjabs. Ondanks de slechte weg, konden de 65 kilometer in 1 uur en 20 minuten worden afgelegd.

Brits konvooi in Buitenzorg, 1945.

Brits konvooi in Buitenzorg, 1945.

Na het uitgestorven Meester Cornelis volgt reeds spoedig de desa. Deze maakt een welvarende indruk. De huisjes langs de kant van de weg zien er vriendelijk en wel onderhouden uit. Al spoedig krijgt de omgeving een landelijk aanzien. Karbouwen grazen langs de kant van de weg, snuivend wenden ze ons de koppen toe. Warongvrouwtjes zitten aan de berm behaagziek temidden van kleine groepjes Indonesiërs, die moe zijn van het zeulen met manden vol doerians. De aromatische geur van deze vruchten is hier en daar zelfs boven de weg blijven hangen. Kapokbomen delen met het silhouet van hun ijle takken de hemel in vakken; overrijpe afgevallen kolven liggen op de grond; winden waaien de wollige pluizen weg. Hier en daar plekt een flamboyant zijn vuur tegen de wazige verten der bergen. De Salak spitst zijn tanden met strakke lijnen tegen de  klare hemel, doch de Gedeh hult zijn machtige majesteit in de wattige wolken.

Dan wordt de weg drukker bevolkt en rijden wij het 14e Bataljon binnen, thans het kampement van de Punjabs die Buitenzorg bewaken. Even later brengt mij een Rapwi-auto langs een vochtige heuvelweg naar het Rapwi-kantoor in het Kedoeng Halang-kamp. Het huis is goed onderhouden en comfortabel gemeubeld, evenals het huis daarnaast, waarin de voornaamste functionarissen gehuisvest zijn. Later hoor ik dat dit ongeveer de enige Europese huizen in geheel Buitenzorg zijn, welke niet zijn geplunderd.
Uit de inlichtingen, welke de heren dr. ing. H.R.A. Muller, A.F. Palm en J.H.Th. Soetens mij verstrekken, is het volgende verslag ontstaan:   Lees verder

Geplaatst in 3. Bersiap en Merdeka, 1945-1949 | Tags: , , , , , , | 3 reacties

‘Alles wel met Jan’

De kleine annonce in de dagbladpers als historische bron

U kent ze wel: de kleine advertenties in de lokale dag- of weekbladen. Ze zijn van overal en altijd. Ik kan me nog herinneren dat in het dorp waar ik woonde, in de kop van Noord-Holland, de lokale kapper in de jaren vijftig iedere week een kleine annonce plaatste tussen de privé-advertenties: “Waar is vader? Vader is bij kapper Christoph!”. De advertentie heeft er zó lang gestaan dat wij, kinderen, tientallen jaren later op de vraag waar vader was, nóg steeds antwoordden met: “Natuurlijk bij kapper Christoph!”

'Blikvangers' uit het Soerabaijasch Handelsblad, 1942.

‘Blikvangers’ uit het Soerabaijasch Handelsblad, 1942.

Deze kapper moet het vroeg hebben begrepen: de kleine privé-advertenties, die in rubrieken staan met namen als ‘zoekertjes’, ‘speurders’ of ‘pijltjes’, worden vaak beter gelezen dan de grotere reclame-uitingen. Waarom? Omdat ze een betere weergave zijn van het leven van alledag, en daarom sympathieker overkomen. Het lijkt alsof alle andere advertenties ons iets willen aansmeren wat we eigenlijk niet nodig hebben, maar de kleine privé-advertenties meestal over zaken gaan die ons in staat stellen te overleven: woning, werk en tweedehands spullen. Soms gaat het nog dieper, en zoeken we er de liefde, of geliefden… Lees verder

Geplaatst in 2. Japanse Bezetting, 1942-1945 | Tags: , , , , , | 6 reacties

De blauwe ogen van de advocaat

De advocaat van de weduwen, mevrouw Liesbeth Zegveld

De advocaat van de weduwen, mevrouw Liesbeth Zegveld

Ten vervolge op onze eerdere berichtgeving komen we nog een keer terug op de claims van weduwen van slachtoffers op Zuid-Sulawesi. Inmiddels werd de brief van Minister Timmermans die de advocate van deze weduwen, mevrouw Zegveld, zo boos maakte, gepubliceerd:

“Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 7 maart 2014

Graag breng ik u hierbij, mede namens de minister van Defensie, op de hoogte van de voortgang van de behandeling van de claims van weduwen van slachtoffers van standrechtelijke executies in Zuid Sulawesi, onder de daartoe in de Staatscourant gepubliceerde bekendmaking.[1]

Bij brief van 6 januari jl. bent u geïnformeerd over de 17 claims die op basis van de regeling in behandeling zijn genomen. [2]
De verificatie van de bij deze claims overgelegde stukken is inmiddels afgerond.    Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | Tags: , , , | 33 reacties

Advocate weduwen Zuid-Sulawesi woest

Uit De Volkskrant van 7 maart 2013, onder de titel ‘Woede na vergoeding voor weduwe Zuid-Sulawesi’:

Advocate Liesbeth Zegveld is woest op minister Frans Timmermans (Buitenlandse Zaken). Die maakte vrijdag bekend dat de Nederlandse staat slechts aan één van de 17 weduwen uit Zuid-Sulawesi een vergoeding heeft toegekend.

Sulawesi: dochter van geëxecuteerde Indonesiër.

Sulawesi: dochter van geëxecuteerde Indonesiër.

De weduwen hadden een claim ingediend, omdat hun mannen in de jaren 40 door het Nederlands-Indische leger standrechtelijk zijn geëxecuteerd.
De vrouwen deden in september een beroep op een regeling die de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie in het leven hadden geroepen. Daarna hebben ze volgens Zegveld 4 maanden helemaal niets meer van de overheid gehoord, ondanks nadrukkelijk aandringen.    Lees verder

Geplaatst in 6. Onderzoek, Aanspraken en Verwerking | Tags: , , , | 48 reacties

Boeroe in oorlogstijd

Een van de meest bijzondere albums van de collectie ‘Foto zoekt familie’ van het Tropenmuseum is zonder twijfel album 1070, een album ‘met foto’s van zendelingen, de Baai van Tifoe en de bevolking op Boeroe’. De datering werd vastgesteld op 1905-1920. Mogelijk zijn het de oudst bekende foto´s van Boeroe, reden genoeg voor een reis in de tijd.

Op de eerste pagina zien we twee foto´s, één met als onderschrift ‘Prof. Denninger (Freiburg Expeditie), posthouder Bernhard, zend. Schut met echtgenoote’ en één met als onderschrift, ‘Zend. Jansen (…) 1915.’ Alle andere foto´s tonen ‘slechts’ afbeeldingen van het eiland en de lokale bewoners.

Professor Deninger, posthouder Bernhard, zendeling Schut met echtgenote.

Professor Deninger, posthouder Bernhard, zendeling Schut met echtgenote.

Gelukkig geven deze twee onderschriften voldoende houvast. De zendelingen Johan A.F. Schut en A.H. Jansen werden naar het Molukse eiland Boeroe gezonden door de protestantse Utrechtse Zendingsvereniging. Schut woonde met zijn echtgenote in Tifoe van 1905-1920, Jansen met zijn echtgenote in Namlea, van 1911-1915.
De aanwezigheid van prof. Deninger duidt op de jaren 1906/1907 of 1912, bij gelegenheid van één van zijn beide expedities. Kan het zijn dat de eerste foto gemaakt moet zijn in 1912? Je zou zeggen van wel, zij het dat in dat jaar niet C.W.A.E. Bernhard posthouder (bestuurder) van Boeroe was, maar J.F.G. Hoffman. Rond 1915 werd Hoffman vervangen door de op dat moment op de Kei-eilanden gedetacheerde Bernhard. Mogelijk was Bernhard toen Deninger langskwam op bezoek bij zijn collega Hoffman, en werd het onderschrift in het album aangebracht op het moment dat Bernhard inmiddels posthouder van Boeroe was geworden.    Lees verder

Geplaatst in 1. Het vooroorlogse Nederlands-Indië | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen