Naar aanleiding van de verjaardag van de keizer voerden de Japanners op 29 april 1942, dus nog geen twee maanden na de bezetting van Nederlands-Indië, een reeks nieuwe maatregelen in. Eén daarvan was het gebruik van de Japanse tijdrekening. De in Bandoeng ondergedoken journalist Jan Bouwer schreef in zijn dagboek: “ De westerse tijdrekening is ook afgeschaft. We leven nu in het – Japanse – jaar 2602 anno de troonsbestijging van de eerste Mikado Jimmu. Men mag ook niet meer spreken van ´Japan´. Alleen ´Nippon´en nog liever ´Dai Nippon´ is geoorloofd.”
Het moet voor de ingezetenen van Nederlands-Indië voor enige verwarring hebben gezorgd: opeens “vooruit” te schieten van 1942 naar 2602. Zo was een spoorwegbeambte in verwarring toen hij in 1943 het volgende rekest schreef:
“Met alle eerbied! Ondergetekende is werkzaam als stoker op het station van de spoorwegen te Proepoek. (…) Voordat ik als stoker werkzaam was, had ik als machinist dienst gedaan van 1928 tot 2601. Dat ik tot stoker gedegradeerd ben, is te wijten aan het feit dat ik in maart 2601 voor de eerste maal een fout heb begaan, namelijk: bij het rijden van trein nr. 13 reed ik bij halte Kretek door een afstandssignaal, dat nog gesloten was, zodat de locomotief voorbij het sein reed, maar de andere wagons niet. Ik kreeg hiervoor een boete van f 30,-.”[1]
Toen hij dit schreef, moet hij zich waarschijnlijk hebben afgevraagd hoe dit het juiste te formuleren. De nieuwe tijdsrekening werd immers gebruikt vanaf 1942, en dus kon hij voor de jaren daarvóór beter de westerse tijdrekening gebruiken, ook al zou dat betekenen dat hij 673 jaar in dienst was. De tweede keer, waar hij het over zijn boete heeft, gebruikte hij echter de Japanse jaartelling terwijl het 1941 betrof. Misschien was hij bang te veel naar de westerse tijd te verwijzen.
Koki en Showa
Men had in Indië inmiddels wel begrepen hoe de Japanners aan hun jaartelling kwamen: het begin lag bij het aantreden van de eerste Japanse keizer, 660 voor Christus. Deze telling heette de “Koki kalender”. Dat hierbij enig natte vingerwerk aan te pas was gekomen, was even duidelijk als onbespreekbaar.
Naast de Koki kalender gebruikten de Japanners de Showa kalender. Deze verwees naar het jaar van aantreden van de keizer, te weten in 1926. Volgens deze kalender was 1927 dus “ jaar 2”, 1928 “ jaar 3” etc. Het westerse (Gregoriaanse) jaar 1942 stond dus gelijk aan 2602 volgens de Koki kalender, en 17 volgens de Showa kalender. “ Showa” betekent “Verlichte vrede”, een titel die Hirohito had uitgezocht bij de dood van zijn vader. Toen Hirohito stierf, in 1969, werd “Showa” vervangen door “Heisei”, de tijd van de huidige keizer Akihito.
Voor onderzoek is het niet onnuttig dit te weten, want het helpt ons bijvoorbeeld bij het duiden van data op de Japanse krijgsgevangenkaarten. In het voorbeeld, een uitsnede van een kaart van Freddy Immerzeel (geboren 1900), zien we dat hij krijgsgevangen werd gemaakt op 8 maart 1942.
Na de Japanse capitulatie werd op last van de Amerikanen een einde gemaakt aan het dynastieke gewicht van de keizer: het gebruik van de Koki-kalender werd verboden. In het dagelijks leven geldt sindsdien nog slechts de westerse jaartelling. De Heisei kalender wordt alleen nog gebruikt voor traditionele gelegenheden.
x
______________________
[1] Niod, IC 033880/6770


